Skip to main content

Full text of "Verslagen omtrent 's rijks oude Archieven"

See other formats


Google 



This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project 

to make the world's books discoverablc onlinc. 

It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 

to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 

are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 

publisher to a library and fmally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying. 
We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web 

at |http: //books. google .com/l 



Google 



Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 

doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 

domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land 

verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 

geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 

lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automaüsch zoeken. 
Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 

op het web via |http: //books .google .coml 



I 



wn 



HJI 






■s. : - -f 

• — ■ -.J.' 

^- :ir;, sjii'. 



fe . • . . 




»,""." 


V 




^ ■! 


li • ^ 


' ^ 


^;i . 




' *. . * 


.?ts 


^ . • 


•tl. 


1- '. I • 


,^cf 


... .^^ 


« 




* 


t ^ 


.< 




■ ïJ: 


1 • 


: ■§ 






1 


■W 




1 




X 


:.;:■ ■ 


'''•ï. 


•',■' 


■:i 






1 





.&•■ 



{••• 



1 



■ii. 
.f. 






« 

i i 









\ ■ 



r 



\ 



t 






* 

* • 

1 


! 

( ; 

VERSLAGEN 

i 

1 
1 
1 


1 j OMlRtiNT 

1 

■ ' 's RIJKS OUDE ARCHIEVEN. 1 


1 


i XXVI. 

1 

1 


\ 1903. : 

1 


1 
1 

! 'S GRAVENHAGE. 

1904. 1 

i 

1 


: 



i 



V 



1 



VERSLAGEN 



OMTRENT 



s RIJKS OUDE ARCHIEVEN, 



XXVL 




ê é 






m » t té 

' i t » 

' » » * 

t t » ^ * 

' ' « « 



é * 
» * 



» * 



* «V * ■* » * è * é » 

t i i t »'* é * m t t ' 



■' ^ ■ cr.ipo 



'S aKAVBNHAaE. 
1904. 






i"FS 






• • •. 






t • • • • 

• • • 

• •• • • 

• • • • 



• • • • 

• ••• • 



• -•• 



• •• 
• •••••••••• • 






••• ••• • 

• • • • • 






INHOUD. 



Bladz. 

Rijksarchief te 's-Gravenhage 1 

Aanwinsten van het Rijksarchief te 's-Gravenhage in 1903. 26 

Jaarverslag van de Commissie van Advies voor 's Rijks 

Geschiedkundige Publicatiën • . . . . 44 

Rijksarchief in Noordbrabant . . ' 50 

Verslag der aanwinsten van het Rijksarchief te 's-Her- 

togenbosch in 1903 67 

Inhoudsbeschrijving van het Cartularium van Zuidewijn- 
ambacht ...... 98 



» i 



* u 



Rijksarchief in Geldeü^icd i/V . v-^ ^t<\\ . • . . . 112 

Rijksarchief in Noordholfea^ ri'. ! : -• 131 

Rijksarchief in Zeeland .. '^/'y .•'^'^ ^^ 

Het archief van den Wulpenppfdér .: V' 166 

Het archief van de ambachtsheerlijkheden Zaamslag, 

Aandijk en Othene 179 

Het archief der Vereeniging van ambachtsgerechtigden 

van 's-Heer-Arendskerke ca 199 

Het archief van de ambachtsheerlijkheid Bruinisse . . . 213 

Rijksarchief in Utrecht 261 

Rijksarchief in Friesland 270 

Archief van het Provinciaal college van toezicht op het 
beheer der goederen en fondsen der Hervormde ge- 
meenten in Friesland 290 



IV 

Bladz. 

Oude archieven van den burgerlijken stand in Friesland. 293 

Rijksarchief in Overijssel 376 

Rijksarchief in Groningen 384 

Rijksarchief in Drenthe 402 

Rijksarchief in Limburg 418 

Verslag omtrent de ordening en inventarisatie van oude 
gemeente- en waterschapsarchieven in Noordbrabant 

over 1903 461 

Inventaris van de oude archieven, dagteekenende v66r den 

franschen tijd te Dongen 481 

Regeling van oude gemeente- en waterschapsarchieven in 

Zuidholland 585 

Notulen van de veertiende bijeenkomst der Rijksarchivarissen 594 



• • «•• a», «► • • • • •• 

••, • •• •• •!• 

• • • ••• • • •• 



• m • c m • • * • •• ' 






Het Rijksarchief te 's-Gravenhage. 

A. Archiefwezen. 

Bij het uitbrengen van dit jaarverslag meen ik in de eerste 
plaats te moeten melding maken van de intrekking van het 
Koninklijk Besluit van 26 Juni 18ö6, n®. 79, regelende het 
gebruik van 's Rijks archieven en de vervanging daarvan door 
het Koninklijk Besluit van 30 October 1903, n». 29. 

In de op 20 October gehouden bijeenkomst der Rijks- 
archivarissen werd op voorstel van den Archivaris in Zeeland 
de vraag in behandeling genomen: „Welke regelen zijn te 
stellen voor de veilige materieele bewaring van getecKende 
kaarten?" Nadat ieder de wijze van bewaring in het depot 
onder zijn beheer besproken had en hierover nader van gedachten 
gewisseld was, werd met meerderheid van stemmen de wensche- 
lijkheid aangenomen, dat de kaarten los op elkander geplaatst 
worden in houten kasten op planken of laden, die uit- en 
ingeschoven konden worden. 

Omtrent mijne inspectie van de archieven in de provinciën 
heb ik Uwe Excellentie verslag gedaan en mijne beschouwingen 
medegedeeld. 

Ook thans weder diende ik Uwe Excellentie van advies 
omtrent de periodieke opruiming van de ter griffie van de 
provincie Zuidholland waardeloos bevonden stukken. 

De ten vorige jare aangevangen gedachtenwisseling met den 
Archivaris in de provincie Utrecht, over de bij de kerkelijke 
besturen achtergebleven oude registers van den burgerlijken 
stand, werd door tusschenkomst van Uwe Excellentie voort- 
gezet. Herhaaldelijk werd ik door Uwe Excellentie opnieuw 
gehoord over het voornemen van den Archivaris in Limburg 
om verschillende onder zijn beheer zijnde stukken aan andere 
archiefdepóts af te staan. Naar aanleiding van een adres der 
vereeniging van Archivarissen in Nederland deelde ik aan 
Qwe Excellentie mijn gevoelen mede omtrent de zoo dringende 
noodzakelijkheid om voor het behoud en de regeling der 

(1908) 1 



femeente-archieyen maatregelen te nemen. Om t^emoet te 
omen aan een door Zijne Excellentie den Minister van Oorlog 
geuiten wensch, belastte Dr. de Hullu zich op miine nitnoodi- 
ging met een zeer uitvoerig onderzoek van archiefstukken van 
dat Departement, wier inzage door een belangstellende in onze 
krngsgeschiedenis was aangevraagd. 

Meer dan in het vorige jaar, toen de verhuizing van het 
Rijksarchief dit belemmerde, kon aan de regeling van de 
rechterlijke archieven in Zuidholland zorf bestek worden. De 
bemoeiingen van dien aard betroffen met uitsluitend de zoo- 
danige, die in het Rijksarchief eene plaats moeten vinden, 
maar ook het rechterlijke archief, dat aan de gemeente Dordrecht 
in bruikleen was gegeven. De reeds vroeger geopende onder- 
handelingen met den Archivaris dier gemeente werden met een 
zoo gunstigen uitslag bekroond, dat de inrichting en redactie 
van den daarvan opgemaakten inventaris thans voor goed konden 
worden vastgesteld. 

De aanvragen van de gemeenten Viaardingen en Schiedam, 
om hare rechterlijke archieven in bruikleen te mogen bekomen, 
zijn nog steeds aanhangig. Intusschen heeft de Archivaris van 
laatstgenoemde gemeente mijne aandacht er op gevestigd, dat 
een in het rechterlijk archief opgenomen fragment-giftboek, 
bevattende giften, keuren, enz. van 1486—1603 en 1523 — 1535, 
vermeld in de lijst der Aanwinsten van 1898, II no. 1, in het 
nauwste verband staat met een in het gemeente-archief voor- 
komend register, hetgeen de wenschelijkheid deed inzien om 
het in laatstgenoemde verzameling te plaatsen. Met goed- 
vinden van Uwe Excellentie is het daarop aan de gemeente 
Schiedam teruggegeven. 

De rechterlijke archieven, die thans geregeld worden, zijn voor- 
namelijk de zoodanige, welke achtergebleven zijn in de gemeenten, 
waarin vroeger de heer Hingman het gemeente-archief had ge- 
inventariseerd. Wel waren indertijd de in de inventarissen 
vermelde rechterlijke bescheiden overgenomen, maar het werd 
wenschelijk geacht de overige nommers van die inventarissen 
te onderzoeken om na te gaan, of onder de administratieve 
stukken ook rechterlijke schuilden, hetgeen tevens de gelegenheid 
aanbood om op te sporen, of er in de gemeente-lokalen gedeelten 
van het archief waren te vinden die ongeïnventariseerd waren 
gebleven. De heer van Meurs had voor eenigen lijd met dat 
onderzoek een begin gemaakt en uit meer dan eene gemeente 
nog rechterlijke stukken aan den dag gebracht, die, naar het 
Rijksarchief vervoerd, daar geordend en beschreven moesten 
worden. Het omvangrijkst was wel de verzameling die uit Schoon- 
hoven verkregen was, daar die gemeente vroeger bezwaar had 



I 



gemaakt om haar rechterlijk archief af te geven, zoodat dit 
laatste nu eerst en in zijn geheel in het bezit van het Rijk was 
gekomen. Eveneens moesten geregeld worden de rechterlijke 
stukken die in 1901 van de gemeente 's-Gravenzande ontvangen 
waren. In den loop van dit jaar bezocht de heer van Meurs de 
gemeente Ooltgensplaat en vond daar niet alleen in het geïn- 
ventariseerde archief meerdere rechterlijke stukken, maar ook 
daarbuiten een groot aantal bescheiden van administratieven 
en rechterlijken aard, die nog nooit geordend waren geworden. 
Al deze werden naar het Rijksarchief opgezonden, opdat zij 
zouden worden onderzocht en de rechterlijke van de administra- 
tieve stukken afgezonderd. Dezelfde bewerking behoorde te 
worden toegepast op eenige administratieve en rechterlijke stukken 
van die gemeente, welke zich reeds in het Rijksarchief bevonden. 
Deze waren denkelijk door den heer Hingman daarheen over- 
gebracht, toen hij in 1896 het gemeente-archief inventariseerde 
en zijn te onderscheiden van de rechterlijke stukken, die in 
1895 naar het Rijksarchief vervoerd en in de aanwinstenlijst 
van 1899 beschreven zijn geworden. De rechterlijke bescheiden 
van deze drie gemeenten zijn door den heer van Meurs geordend 
en beschreven en door den heer van Oijen verder in dien 
toestand gebracht, dat zij in de aanwinstenlijst konden worden 
vermeld. Ongetwijfeld behooren de archieven van Schoonhoven, 
*B-Gravenzande en Ooltgensplaat tot de door den heer Hingman 
geïnventariseerde gemeente-archieven, aan wier nader onderzoek 
de meeste bezwaren waren verbonden, zoodat het te voorzien 
is dat de bedoelde arbeid bij de overige gemakkelijker zal vallen 
en minder tijdroovend zal ziin. In ieder geval zullen deze werk- 
zaamheden thans met kracht worden voortgezet, opdat aan de 
van Uwe Excellentie ontvangen opdracht zal kunnen worden 
voldaan. 

Tot de gemeente -archieven, die niet door den heer Hingman 
geïnventariseerd waren, behoort dat van Woerden, waarvan het 
rechterlijke gedeelte in 1902 naar het Rijksarchief verplaatst 
was geworden. Ook dit geheel volledige rechterlijke arcnief is 
in den loop des jaars door den heer van Meurs onder handen 
genomen, die de regeling daarvan met behulp van den heer van 
Oijen ten einde heeft gebracht. 

Van het gemeentebestuur van Gouderak werden stukken ont- 
vangen, die bij de overneming in 1896 van het rechterlijk archief 
aldaar waren achtergebleven. 

Door den heer P. van Otten te 's-Gravenhage werden eenige 
stukken aangeboden, die voor het meerendeel van administra- 
tieven aard waren, en daar zij bleken afkomstig te zijn uit het 
archief van 's-Gravendeel en Leerambacht, aan die gemeente 



werden overgedragen. De enkele hierbij aanwezige documenten 
van rechterlijken aard werden voor het Rijksarchief behouden. 

De in het vorige jaarverslag vermelde copie van het tweede 
deel der van het Hoogheemraadschap van Voorne afkomstige 
registers van dagvaarten is gereed gekomen, zoodat met het 
copieëren van het eerste deel, dat eveneens in zijn geheel afge- 
schreven wordt, een begin kon worden gemaakt. 

De heer Beth heeft de in het vorige jaarverslag bedoelde 
regeling der van de arrondissements-rechtbank te Rotterdam 
afkomstige rechterlijke archieven voortgezet, welke arbeid echter 
tijdelijk werd afgebroken, daar hem meer dringende werkzaam- 
heden werden opgedragen. 

B. Rijksarchief. 

I. Personeel. 

Bij Koninklijk Besluit van 13 Februari n®. 22 werden, met 
ingang van 1 Maart, de adjunct-commiezen P. Berends en W. G. 
van Oijen bevorderd tot commies. Het personeel werd vermeerderd 
met twee portiers, die door Uwe Excellentie, bij beschikking 
van 24 Augustus n^ 2139 K. W., met ingang van 1 September 
benoemd werden. De eene, J. J. de Gelder, houdt toezicht bij 
den ingang van het depótgebouw op de personen, die uit het 
dienstgebouw zich daarin begeven en op de archiefstukken, die 
daar gehaald of teruggebracht worden, terwijl de andere, 
A. Smink, werkzaam is aan den ingang van het dienstgebouw. 
Nadat J. van der Hoeven weder voor den tijd van één jaar tot 
machinist was aangesteld, heeft hij, om tot een anderen werk- 
kring te kunnen overgaan, tegen het einde des jaars eervol 
ontslag aangevraagd. 

II. Ordening der archiefverzamelingen. 

De vroeger door Dr. Colenbrander ondernomen regeling van 
de financieële registers der Oost-Indische Compagnie werd door 
Dr. de HuUu voortgezet. Afkomstig als zij zijn uit verschillende 
kamer-archieven van de Compagnie, zal vóór alles moeten worden 
vastgesteld, tot welk van deze archieven zij, ieder afzonderlijk 
of elke serie, hebben behoord. Het gemakkelijkst zal dit te 
bepalen zijn van die der kamer Zeeland, die reeds door hun 
uiterlijk voorkomen hun afkomst verraden en bovendien verge- 
leken kunnen worden met de oude inventarissen van genoemd 
kamer-archief uit de X VHP eeuw. Diegene, welke dan nog over- 



5 

blijven, zullen dan met behulp van de inventarissen der andere 
kamers, voor zooveel die bewaard bleven, of op grond van uiterlijke 
kenteekenen moeten terecht gebracht worden. 

De aanwinsten van dit jaar werden, met uitzondering van de 
rechterlijke stukken en de kaarten, door den heer Morren ge- 
ordend en beschreven. Deze hield zich bovendien bezig met de 
inventariseering van het archief van den Raadpensionaris Steijn, 
waarna hij een begin maakte met de regeling van de verspreide 
stukken uit de collectie van Slingelandt. 

Nadat ten vorigen jare het Rijksarchief voor verreweg het 
grootste gedeelte verhuisd was, is het overige in den loop van 
dit jaar vóór 1 Augustus, onder leiding van den heer W. G. 
Ross, naar het nieuwe gebouw overgebracht geworden. Daar 
dit laatste gedeelte voornamelijk was achtergebleven, omdat 
het zich nog niet in een toestand bevond, die het voor ver- 
plaatsing vatbaar maakte, is aan de regeling daarvan zoovéél 
mogelijk van den nog beschikbaren tijd besteed. De ordening 
van het archief van het Hof van Holland en Zeeland is door 
Mr. van Meurs met de hulp van den heer Reijnders voortgezet, 
zoodat nu alle registers van dat rechterlijk lichaam beschreven 
zijn. Gelijk vroeger geschied was, werden de afgewerkte gedeelten 
van het archief in het depótgebouw geplaatst, terwijl de losse 
stukken naar het dienstgebouw werden overgebracht om daar 
onderhanden te worden genomen. Voor het verder in orde 
brengen van het archief van den Hoogen Raad van Holland 
en Zeeland werd door Mr. Telting zorg gedragen, die zich 
hierin liet bijstaan door mejuffrouw M. C. Regenboog. 

Het in het vorige jaar ondernomen onderzoek van de liassen 
met conclusiën en de verzameling willige condemnatiën werd 
voortgezet, terwijl ook een begin gemaakt werd met het door- 
loopen der groote verzameling requesten. Daar het echter voor 
de verhuizing wenschelijk was, dat er tot eene voorloopige 
nommering van het geheele archief werd overgegaan, werd 
deze arbeid gestaakt en werden de nog niet beschreven boek- 
deelen en bundels op een lijst gebracht, die eenigermate syste- 
matisch is ingericht en later nog zal worden omgewerkt. Te 
verwachten is, dat er in het archief van het Hof meerdere losse 
stukken aan den dag zullen komen, die tot dat van den Hoogen 
Raad zullen blijken te behooren. 

Reeds in het vorige jaarverslag kon worden medegedeeld, 
hoe de archieven van het hof en de domeinen van Koning 
Lodewijk, alsmede de domeinarchieven van de Commissie van 
administratie te Breda geordend waren geworden en er een 
begin was gemaakt met de regeling van het archief van het 
Departement van Financiën. De heer Berends zette zijne 



6 

bewerking van laatstgenoemde omvangrijke en, wat hare 
inrichting betreft, zeer ingewikkelde verzameling voort. Na 
haar ten einde te hebben gebracht regelde hij nog meerdere 
archieven of verzamelingen, die zich bij genoemd Departements- 
archief aansluiten. Van dien aard is het archief van den 
Directeur der nationale domeinen en geestelijke goederen 
1809 — 1811 en van de ambtenaren belast met de liquidatie der 
domein-administratie 1812 — April 1814. Daar van deze collectie 
geene beschrijving bestond, werden de daartoe behoorende 
stukken op lijsten gebracht en doorloopend genommerd. Bij 
dat archief werd voorloopig gevoegd een groot aantal rekeningen 
van rentmeesters der domeinen en geestelijke goederen uit het 
laatst der XVIIP en het begin der XIX® eeuw, die tevens 
nader omschreven werden. Daar van al deze rekeningen de 
herkomst niet bekend was, is daarnaar een onderzoek ingesteld, 
dat nog niet ten einde is gebracht en aanvankelijk tot niet 
ongunstige resultaten heeft geleid. 

Aan deze archieven van financieëlen aard verwant zijn die 
van het Departement der convoyen en licenten, van den Zee- 
raad, van den Raad van Judicature over de middelen te water 
en te lande en van het Hoog Gerechtshof voor Financiën en 
Zeezaken 1798 — 1819. De hiertoe behoorende registers en stuk- 
ken waren reeds vroeger op lijsten gebracht, zoodat zij daarnaar 
genommerd konden worden. Door den heer Bondam werd het 
archief van het Nationaal Gerechtshof en van het Departement 
van Justitie met de door den heer Hingman opgemaakte 
beschrijving op losse blaadjes vergeleken, waarna deze werd 
overgeschreven en met de overblijvende stukken aangevuld, 
hetgeen gepaard ging met een doorloopende nommering der 
collectie. Al de opgenoemde verzamelingen werden opgenomen 
in het depótgebouw, daar waar hiervoor tijdens de verhuizing 
van het vorige jaar plaats was opengehouden. 

De oudere aanwinsten van het Rijksarchief werden, voor 
zoover de herkomst daarvan bekend was, naar de jaren, waarin 
zij verkregen waren, in het depótgebouw geplaatst vóór de 
reeksen van de latere aanwinsten, waarvan de lijsten achter 
mijne jaarverslagen zijn afgedrukt. Dit geschiedde, nadat zij op 
aanwijzing van den heer Berends, die zich in de laatste jaren 
met het opsporen van die aanwinsten had beziggehouden, door 
den heer van Munster waren opgeschreven, die bij deze gelegen- 
heid vele dwalende stukken terecht bracht. De grootere collecties 
werden afzonderlijk genommerd, terwijl de overige deelen en 
portefeuilles voor ieder jaar een doorloopend nommer bekwamen. 

Buiten de verzamelingen die als aanwinsten bekend stonden, 
bevonden zich in het oude gebouw, verspreid in een aantal 



kamers, talrijke andere, waarvan de herkomst geheel onzeker 
was. Zooals reeds in het vorige jaarverslag werd medegedeeld, 
moeten sommige hierdoor zijn ontstaan, dat bij de regeling van 
archieven zekere hierin aanwezige stukken waren ter zijde ge- 
legd of ongeïnventariseerd gebleven. De meeste echter zullen 
door koop of schenking zijn verkregen en zouden dus tot de 
aanwinsten gerekend moeten worden, indien bekend was, aan 
wie zij vroeger toekwamen en wanneer zij in het bezit van het 
Rijksarchief zijn overgegaan. In afwachting dat die herkomst 
later zal kunnen bepaald worden, heeft Dr. de HuUu zich naet 
het onderzoek en de regeling van eenige dezer collecties bezig- 
gehouden. Waar het mogelijk was, heeft hij de stukken van 
dezelfde soort bijeengevoegd en onder een nommer door eene 
korte inhoudsopgave beschreven, terwijl de overige afzonderlijk 
gehouden en uitvoeriger geïnventariseerd werden. Hij droeg 
daarbij zorg, dat de verschillende collecties niet dooreengemengd 
werden en de volgorde der stukken, die hij had aangetroflfen, 
zooveel mogelijk bewaard bleef. Op die wijze heeft hij niet 
minder dan 700 nummers beschreven. 

Aan den heer Bondam droeg ik vervolgens op van al de 
overige verzamelingen eene beknopte beschrijving te maken om 
een algemeen overzicht daarvan te kunnen bekomen. Natuur- 
lijk kon een zoo omvangrijk werk niet binnen een kort tijds- 
verloop ten einde worden gebracht. Toen de verhuizing op 
handen was, bepaalde hij zich tot het verzamelen en nommeren 
van de verspreide stukken met aanwijzing van de kamers 
waarin zij waren aangetroffen. In die volgorde werden zij naar 
het nieuwe dienstgebouw overgebracht, alwaar hij de vroeger 
aangevangen beschrijving voortzette. Naarmate de regeling van 
eene verzameling gereed kwam, werd deze naar het depótgebouw 
overgeplaatst. Zoo konden daar reeds de collecties uit 12 kamers 
en daaronder ook de door Dr. de Huilu beschrevene worden 
geborgen. Deze werkzaamheid wordt door den heer Bondam 
geregeld voortgezet. 

De geteekende en gedrukte kaarten werden in twee verschil- 
lende afdeelingen in het gebouw bewaard : 1®. de buitenlandsche 
en 2^. de binnenlandsche, overeenkomstig den gedrukten inven- 
taris in twee deelen waarin zij beschreven zijn. Op ieder van 
die reeksen volgden de sedert de uitgave van dien inventaris 
verkregen kaarten, welke naar een supplement-inventaris en de 
latere aanwinstenlijsten gerangschikt waren. Met behoud van 
deze inrichting is de verzameling naar het nieuwe dienstgebouw 
overgebracht, waarin die van de tweede afdeeling in een 
benedenlokaal en die der eerste in een bovenvertrek geplaatst 
zijn geworden in daartoe vervaardigde ijzeren kasten met ijzeren 



8 

planken of laden. Dit is geschied door den heer M. F. N. 
Uotteveel, die, na den bodem der laden met bordpapier bel^d 
te hebben, in ieder dezer 20 kaarten plaatste en de nommers 
daanran op den buitenrand der laden en tevens op de deuren 
der kasten stelde. Bij deze gelegenheid werden de kaarten nauw- 
keurig ' met de inventarissen en lijsten vergeleken en werd er 
tevens aanteekening gehouden van de herstellingen die zij zullen 
moeten ondergaan. Dit laatste onderzoek is voor de binnen- 
landsche kaarten gereed gekomen. 

De losse zegels, eene uitgebreide en merkwaardige verzameling 
uitmakende, waren in vroegeren tijd op losse blaadjes gecata- 
logiseerd in vier afdeelingen : 1®. statenzegels, 2^. gemeentezegels, 
*^K i^ersoonlijke zegels, 4®. kerkelijke zegels. Sedert dien tijd was 
het Rijksarchief nog in het bezit van talrijke zegels gekomen, 
die aan de verzameling toegevoegd, maar onbeschreven waren 
gebleven. Tijdens en na de verhuizing werden deze door den 
heer van Oijen op losse blaadjes gecatalogiseerd, opdat zij bij 
de beschrevene konden worden ingevoegd in de afdeelingen, 
waarin zij tehuis behooren. De zegels zelve zijn thans alle geplaatst 
in van opschriften voorziene kartonnen doosjes, die gerangschikt 
zijn in de laden van de hiertoe bestemde kasten van de ten- 
toonstellingszaal, welke zich op de eerste bovenverdieping van 
het dienstgebouw bevindt. 

Voor zoover de werkzaamheden dit toelieten, heeft men nage- 
gaan welke bescheiden in genoemd lokaal tentoongesteld zouden 
kunnen worden. Hoewel reeds eenige voor dat doel zijn ter zijde 
gelegd, is er over hun aard en hun aantal nog geene beslissing 
genomen. 

Bil de verhuizing is de bibliotheek opgenomen in de twee 
lokalen van het dienstgebouw waarin zich de kaarten bevinden. 
Aldaar zijn de boeken geplaatst in ijzeren kasten, die boven 
de kaartenkasten aangebracht zijn. Met het beheer is de klerk 
van de Pol belast, die op het afhalen en terugbrengen van de 
in gebruik genomen boeken toeziet en van de nieuwe aanwinsten 
aanteekening houdt. De boeken op Oost- en West-Indië betrek- 
king hebbende, worden bewaard in een vertrek op de tweede 
bovenverdieping en zijn afzonderlijk gecatalogiseerd. Sedert 1897, 
toen die catalogus werd samengesteld, zijn de aanwinsten dezer 
verzameling, vooral door het legaat Netscher, zoozeer in aantal 
toegenomen, dat zij bereids over de 250 nommers tellen. Dit 
heeft aanleiding gegeven aan Dr. de Hullu om van die aan- 
winsten een alphabetischen en systematischen naamwijzer of 
klapper te bewerken. De onderzoekers, die bij hun studie een 
van deze werken behoeven, kunnen nu spoediger en gemakke- 
lijker worden geholpen, terwijl ook bij het opstellen van een 



9 

nieuwen geheel omgewerkten catalogus, waartoe men toch te 
zijner tijd zal moeten overgaan, voor de systematische indeeling 
en het samenstellen van den alphabetischen klapper, van die 
geregeld bijgehouden indices partij zal kunnen worden getrokken. 

III. Toestand der archiefverzamelingen. 

De boeken, waarmede de bibliotheek vermeerderd is, werden 
geregeld gebonden. 

De verbetering van den uitwendigen toestand der koloniale 
archieven werd voortgezet. Die maatregelen betroffen ook thans 
weder deels de vroeger door Dr. Colenbrander herstelde kohieren, 
deels de bestaande deelen van het Bataviaasch Inkomend 
Brief boek. Van die seriën werden in het geheel 310 registers 
gebonden of herbonden. Het afschrijven van de beschadigde 
katerns uit de kohieren der uit Indië overgekomen stukken is 
ten einde gebracht. De heer Bruggeman ging voort met het 
copieëren van de door tijd en vocht verbleekte brieven van 
Simon van Slingelandt. 

De conciërge-boekbinder bond 3 registers en 7 inventarissen 
in, herstelde 5 registers van de Staten-Generaal, vervaardigde 
1893 rugstukken voor portefeuilles, 180 borden en 444 charter- 
zakjes en herstelde 103 kaarten, 12 handschriften en 18 zegels. 

Buitendien werden er aangemaakt 2400 portefeuilles en 1750 
zegeldoosjes. 

IV. Aanwinsten en verliezen. 

Onze belangrijkste aanwinsten betroffen ook ditmaal het zee- 
wezen. Het is bekend, hoeveel wijlen Zijne Koninklijke Hoog- 
heid Prins Hendrik der Nederlanden er toe heeft bijgedragen 
bij den brand van het Marinegebouw in 1844 een groot gedeelte 
van de daaruit afkomstige archieven te redden door de noodige 
lokaliteit beschikbaar te stellen om ze tijdelijk te bergen. Ver- 
moedelijk zijn daarin meerdere stukken achtergebleven, die het 
Rijksarchief thans uit zijne nalatenschap, door bemiddeling van 
den heer A. Vinkhuijzen, mocht verkrijgen. Zij bestaan voor- 
namelijk uit eene groote collectie missiven van zeeofiicieren aan 
de verschillende Admiraliteitscolleges en opgevolgde besturen 
van het begin der XVII^ tot het begin der XlXe eeuw, een 
register met resolutiën van den krijgsraad, gehouden aan boord 
van 's Lands oorlogsschip Rossem, onder bevel van den kapitein 
Adriaan van der Meijde 1793, resolutiën van den scheepsraad, 
gehouden aan boord van 's Lands fregat van oorlog Jason, 
onder bevel van den kapitjpin Johan van Gennep 1777 en 1778 



10 

en andere stukken van minder belang. De door den brand 
geschroeide randen helderen ten duidelijkste op hoe en wanneer 
deze documenten vat het archief van het Departement ge- 
raakt zijn. 

Een register, dat ons de tijdelijke Archivaris van het Hoog- 
heemraaaschap Delfland aanbood, staat l'eveneens met de 
Admiraliteiten in verband. Het is een bij de Admiraliteit te 
Amsterdam ingeleverd protocol van den controleur van den 
ontvang der licenten op de Eems, waarin eene opgave voor- 
komt van de goederen, aie van 1588 tot 1589 naar het vijande- 
lijk land werden vervoerd. Het statistisch materiaal van onze 
handelsgeschiedenis wordt door deze gegevens op eene welkome 
wijze vermeerderd. 

Voor de geschiedenis van den Waterstaat zijn van eenig 
belang enkele aanteekeningen en stukken die wij uit de nala- 
tenschap van den heer J. F. W. Conrad ontvingen en die 
meerendeels afkomstig zijn van Prederik Willem Conrad, die 
o. a. in 1800 benoemd werd tot Commissaris-inspecteur over 
'sLands waterwerken en den waterstaat en aan wien in 1803 
werd opgedragen de inspectie over 's Landszeegaten in het 
Noorderkwartier. 

Van den Archivaris van Amsterdam bekwamen wij enkele 
stukken uit de tweede helft der XVII* eeuw, waardoor het 
3,rchief van de Staten-Generaal werd aangevuld. 

Door aankoop verkreeg het Rijksarchief de navolgende copie- 
rekeningen van Mr. Balthasar Godard Nedermeyer, ontvanger 
van het graafschap Culenborch: 1«. van den ontvang der ordi- 
naris middelen, 1® — 20« over de jaren 1730 — 1750; 2®. van den 
ontvang der extra-ordinaris middelen, 1^ — 18® over de jaren 
1738—1755; 3«. van den extra-ordinaris kamerontvang, 1» — 13e 
over 1737 — 1754 en 4o. gecombineerde van de ordinaris en extra- 
ordinaris middelen en van den kamerontvang, 5e— 12« over 
1760 — 1767. Hoewel de origineelen van deze rekeningen in het 
archief in Gelderland berusten, heb ik gemeend het Rijksarchief 
van deze copieën te moeten voorzien, omdat het vervolg op de 
hier het laatst opgenoemde gecombineerde rekeningen, namelijk 
de 13«— 38e en 41»— 50^, over 1768-1793 en 1796—1805, reeds 
in het Nassausche domein-archief berusten en deze serie hier- 
door wordt aangevuld. 

Eene door den Archivaris in Noordholland aangeboden ver- 
zameling overdrachten voor Baljuw, Schout en Schepenen der 
heerlijkheid Hazerswoude van huizen, erven en losrenten, heb 
ik gemeend in het Rijksarchief te moeten opnemen, omdat de 
registers, waarin die acten geboekt zijn, in beschadigden toe- 
stand verkeeren, zoodat zij daarin niet alle leesbaar zijn. 



11 

Eene welkomene aanwinst voor onze zegelverzameling is het 
volkomen gave zegel van Dirk van Wassenaer, dat de heer 
J. D. Baron van Wassenaer van Rosande, evenals in 1892 zijn 
huisarchief, waarvan het deel uitmaakt, in bruikleen afstond. 
Daar dit zegel gewikkeld was in een oud stuk papier, waarop 
het jaartal 1236 stond, was er alle reden om te vermoeden dat het 
gehangen had aan het charter der abdij van Rijnsburg van VI 
Idus Januarii 1236, onder den datum van 8 Januari 1237 afge- 
drukt in het Oorkondenboek dl. II n®. 361. Mr. van den Bergh 
had die oorkonde naar het Cartularium der abdij uitgegeven, 
maar het stuk bleek nog in originali in het archief der abdii 
aanwezig te zijn. Eenige van de zegels die daaraan bevestigd 
waren, ontbreken thans en daaronder dat van Dirk van Wasse- 
naer. Ten opzichte van de was, waaruit het zegel is samenge- 
steld en van de draden die zich daaraan nog bevinden, bleek 
het zoozeer met de nog aan het charter hangende zegels overeen 
te komen, dat het nauwelijks te betwijfelen is dat het ook aan 
dit stuk bevestigd is geweest. 

Het journaal, door Gijsbert Heeck op de door hem in 1654— 
1656 medegemaakte reizen in Oost-Indië gehouden, heeft, hoewel 
onvolledig, vooral daarom waarde, wijl er van dien tijd weinig 
of geen scheepsjournalen in het archief der Oost-Indische Com- 
pagnie aanwezig zijn. Bovendien treedt het in een aantal, 
waaronder gewichtige bijzonderheden, zooals over de groote 
veranderingen, die de stad Batavia ondergaan had sedert hij 
die in 1644 had bezocht en over den toestand van onze destijds 
nog zoo jonge vestiging aan de Kaap en het verkeer van de 
onzen met de naturellen, welk onderwerp wel is waar reeds 
uit van Riebeek's Dagverhaal bekend is, maar toch, zoo het 
schijnt, hier op eene wijze behandeld wordt, die niet van alle 
belang ontbloot is. Allermerkwaardigst is de schets van ons 
handelskantoor te Ajudea in Siam. 

In het door den heer A. P. H. Hotz geschonken document 
schijnt het advies van Sarcerius over onzen handel in Perzië 
van grooter belang te zijn dan dat van Maetsuijcker over Euro- 
peesche kolonisatie in Indië. Van onze handelsbetrekkingen 
met Perzië, die in 's Compagnie's tijd zoo bijzonder winstgevend 
waren, is nog zoo weinig bekend, dat iedere bijdrage op dat 
gebied uiterst welkom is. 

In onze kaartenverzameling werden 22 kaarten opgenomen. 
Van belang zijn hieronder eenige geteekende kaarten, meest 
betrekking hebbende op de eilanden Voorne en Putten, door 
Mr. B. M. Vlielander Hein ten geschenke gegeven ; eene fraaie 
door Jac. Bossius gegraveerde kaart van Holland en Utrecht, 
met het aangrenzende gedeelte der naburige gewesten van 1558, 



12 

door aankoop te Rome verkregen ; eene belangrijke op perka- 
ment geteekende kaart van de waterwegen van Dordrecht naar 
zee, op eene auctie aangekocht, alsmede eenige gedrukte kaarten 
met twee geteekende, betrekking hebbende op West-Indië, 
die wij aan het hierna te vermelden legaat-Netscher te danken 
hebben. 

Behalve met de gewone vervolgen werd de bibliotheek ver- 
meerderd met 79 boekwerken op Nederland, 16 op het buiten- 
land en 79 op Oost- en West-Indië betrekking hebbende. 
Onder de laatstgemelde verdienen vooral genoemd te worden 
een zestigtal belangrijke werken, die door een legaat van den 
op 12 Januari 1902 overleden Luitenant-Generaal P. M. Netscher 
voor het Rijksarchief bestemd werden. In hoofdzaak bestaan 
die uit een paar zeldzame pamfletten van den bekenden 
üsselincx over onze handelsbetrekkingen met West-Indië 
omstreeks 1609; reisbeschrijvingen en geschriften van aardrijks- 
kundigen en ethnographischen aard over onze West-Indische 
bezittingen in het algemeen of bijzondere gewesten, als Esse- 
quebo, Suriname, de Antillen, de Goudkunst, enz. uit de 
XVII® — XIX® eeuw ; eene met zorg bijeengebrachte verzameling 
werken over onze oorlogen tegen de Portugeezen in Brazilië en 
de toestanden van dat land gedurende de XIX® eeuw, over 
het bekende grensgeschil tusschen Britsch-Guyana en Vene- 
zuela; werken over de tochten der Spanjaarden tot opsporing 
van het fabelachtige Eldorado in de XVP eeuw en de reizen 
door von Humboldt, Schomburgk en anderen gedurende de 
vorige eeuw in West-Indië, Guyana en Brazilië gedaan. Het 
overige gedeelte van het legaat betreft onze Oost-Indische 
Koloniën (met name de oorlogen in den aller vroegsten tijd der 
Nederlandsche heerschappij en in veel later dagen tot vestiging 
van ons gezag aldaar gevoerd, de geographie en volkenkunde 
en de tegenwoordige inrichting van ons bestuur op Java) en 
bevat bovendien nog eenige werken over de geschiedenis, de 
aardrijkskunde en den handel van de overzeesche bezittingen 
der Engelschen en Franschen. Door al deze met deskundige 
zorg bijeenverzamelde geschriften worden onze wetenschappelijke 
^hulpmiddelen op eene nuttige wijze vermeerderd. 

Ook in den loop van dit jaar werden er uit het Rijksarchief 
stukken aan andere depots afgegeven. 

Van de teruggave van een fragment-giftboek aan de gemeente 
Schiedam is reeds bij de rechterlijke archieven melding 
gemaakt. 

Ter voldoening aan de aanschrijving van Uwe Excellentie 
van 14 October 1901, heb ik ten gevolge van het hiertoe inge- 
stelde onderzoek en in insluiting met de in het vorige jaar- 






13 

verslag vermelde bezending, aan den Archivaris in Zeeland» bij 
procesverbaal van 29 December, de hierna volgende registers, 
rekeningen en stukken van de rentmeesters der graaflijke 
domeinen in Zeeland met eenige andere documenten overge- 
dragen. Het onderzoek naar de overige in de aanschrijving 
Uwer Excellentie bedoelde bescheiden wordt door mij voortgezet. 

A. Zeeland: Bewesterschelde. 

Algemeen, 

Rekeningen van rentmeesters-generaal van de graaflijkheids- 
domeinen : 

Ordinaire: 1587-1604, 1654—1693, 1702-1792, 1795—1805. 

136 deelen. 
Extra-ordinaire: 1587-1592, 1594-1601, 1603—1605,1610— 

1627, 1654—1693, 1702—1805. 154 deelen. 
Van den 40«'* penning van veralieneerde leenen : 1605 — 1608. 

4 deelen. 
Van de coUaterale successie van leengoederen: 1654 — 1660, 

1662, 1663, 1666—1683, 1685—1693, 1702—1706, 

1708—1792, 1795—1803 en 1805. 113 deelen. 
Van den extra-ordinairen impost op boter, kaas, tabak, enz., 

passeerende de Zeeuwsene stroomen: 1702 — 1707. 

6 deelen. 
Van de stuiverste ponde van alle betalingen gedaan in 1702 — 

1706, 1708-1718, 1768, 1769. 17 deelen. 
Van den 200«'» penning gekort van de renten loopende tot 

laste van 's graven domeinen: 1692, 1693,1702 — 

1706, 1708—1725, 1727-1792, 1795—1805. 81 

deelen. 
Van den 40^ en 80^^ penning der verkochte ambachten, 

tienden en leenlanden, enz. 1 October 1794 — 

30 September 1795. 1 deel. 

SteenroUen van alle ambachten en heerlijkheden „die tot 
bede, schote ende verhefF volgens de keure van Zeeland zijn 
staende", beginnende 1636, 1668 en 1792. 3 deelen. 

Kohieren van de graafiijkheidsleenlanden, 1533 en 1596. 
2 deelen. 

Kohieren van de graaflijkheidstienden, 1616. 2 deelen. 

Kohieren van de goede of onversterfelijke leenen, 1615. 2 deelen. 



't -"•■ 



• - '^ 



,■*, 






V- 



'V' 



14 . >' 

Kohieren van de goede of onversterfelijke en versterfelijke of 
kwade leenen, 1637, 1680. 2 deelen. 

Verlijbrieven van goede onversterfelijke leenen, heerlijkheden,^ 
tienden en renten, 1654—1678. 2 deelen. . .' 

Verlij- en traneportbrieven van kwade en versterfelijke . ^ \y. 
ambachten, leenlanden, tienden en renten, 1598 — 1604, 1654- — 'C/Ji^, 
1679. 5 deelen. '- 



Si«5 



Octrooijen, commissiën en instructiën, 1664 — 1679. 2 deelen*-' '.*'^ 

Verlij- en transportbrieven, octrooijen, commissiën enihstruc-' iTk 
tien, 1679—1806. 16 deelen. . . -' . ",tf5 

Acten van transport van leengoederen ten over^taaia-van "/^l 
leenmannen van de graaflijkheid, 1694—1743. 3 portef. •.*'•-. A 

. " * . - .' * -^ 
Procuraties tot het transporteeren van leengoederen, 17Q2^. . vC?! 

1776—1795. 1 portef. , • • :• t.'^./ 



Attestatiën, brieven, extracten en copieën van testamenten, 



«' 
4 



imesiauen, oneven, exiracien en copieen van lesi/ameui^en, /*• »| 
enz., gediend hebbende tot het verheffen van leengoederen, /vï'«J 
1634, 1655-1698, 1756—1794. 2 portef. . -. 



•• *.« 



Procuratiën en andere acten betreffende renten ten Iftete viih.- 
de graaflijkheid, 1680—1703. 1 portef /; '■*.-., - 

Rekeningen van de geconfisqueerde goederen van den Graaf .^^ 
van Rupelmonde, 1708 — 1711. 1 portef. * 'i " 






Brieven van den rentmeester-generaal Mr. C. Kien van Citters-, "- j : 
1774-1789. 1 portef. ..; ^ ' ' 






Commissiën, eeden en instructiën van ambtenaren, aangesteld :;.\^^^l 
door den rentmeester-generaal, door provinciale bestureiiin >..^Vv^^ 
Zeeland en door den Minister van Financiën, 1776-*-i80'l. /../i\' 
1 deel. ■ .*ïï. 

Diverse stukken afkomstig van den hoogbaljuw en rent- , Z.-^.;, 'll\ 
meester-generaal, XVP — XVIIP eeuw. -6 portef. ':<:[^^!^_ 

Walcheren, 

Overloopers van landen, gelegen in de vijf ambacNj^n van , ^. 
Walcheren, beginnende 1566, 1584 en 1619. 3 deelen. N^ > -^^: 

Als voren van de Oostwateringe, verhevent in 1581 en 15^». '" 'J[> 
van de Westwateringe, „ „ 1585 en 1600.' . '- ;. 

van de Zuidwateringe, „ „ 1589. 5 deelen. ':-. '' : 




r 



16 

Rekening van den penningmeester van de Oostwatering 
1591/1592. 1 deel. 

Rekeningen van rentmeesters der wereldlijke geconfisqueerde 
goederen, 1593/1594, 1599/1600, 1609/1610 en 1618/1619. 4 deelen. 

Korte rekeningen van ontvangers van den graafiijken tol te 
Middelburg, 1682—1696, 1698, 1700, 1703 en Januari— April 

1704. 1 portef. 

I 
t 

Noord' en Zuidbeveland. 

Rekeningen van den stadhouder in Noordbeveland wegens 
de tienden van de graafiijkheid, 1730 — 1736. 1 portef. 

Rekeningen van stadhouders in Zuidbeveland van den tienden 
penning van parochie-excysen, 1662, 1680—1704, 1706—1720, 
1732-1749, 1752 en 1753. 2 portef. 

Rekening van den stadhouder in Noordbeveland van boeten 
en breuken, 1684. 1 portef. 

Rekeningen van den stadhouder in Zuidbeveland van boeten 
en zeedriften, 1683, 1684, 1686—1688. 1 portef. 

Wolp?iaartsdijk, 

Rekening van den stadhouder wegens de tienden van de 
graafiijkheid gelegen in Wolphaartsdijk, 1732 — 1738. 1 portef. 

B. Zeeland: Beoosterschelde. 

Algemeen. 

Ordinaire en extra-ordinaire rekening van den rentmeester- 
generaal der graaflijkheidsdomeinen, 1733. 2 deelen. 

Rekening van denzelfde van de collaterale successie van leen- 
goederen, 1733. 1 stuk. 

Schouwen en Duiveland. 

Documenten behoorende tot de rekening van den rentmeester 
l der geestelijke goederen, 1809. 1 portef. 



16 

C. Zeeland: Algemeen. 

Cassastaten van een ontvanger of rentmeester in Zeeland, 
1806, 1807 en 1810. 1 stuk. 

V. Afschriften voor het Rijksarchief gemaakt. 

Met het copieeren van de alhier uit Suriname ontvangen 
notulen-boeken van Gouverneur en Raden dier kolonie, waar- 
over in het vorige verslag reeds melding is gemaakt, werd voor 
zoover het mogelijk was, geregeld voortgegaan. Een zeer groot 
bezwaar deed zich echter voor bij een dezer registers, daar dit 
zoo ontzettend veel geleden had, dat de inhoud niet dan met 
de meeste moeite en dan nog slechts onvolledig kon worden 
afgeschreven. 

In het vorig verslag was medegedeeld dat de heer Bruggeman 
een begin had gemaakt met de in ventariseering der uit het archief 
der Oud-Roomsche Clerezy ontvangen charters en stukken 
betreflFende verschillende plaatsen in Zuidholland. De nog over- 
blijvende bescheiden, 153 in getal, zijn alle door hem beschreven, 
zoodat de inventaris is voltooid en ter copieëring aan den 
Archivaris in de provincie utrecht kon worden toegezonden, 
die tevens de geheele verzameling terugontving. 

VI. Gebruik van het archief gemaakt en daaruit 

verstrekte inlichtingen. 

Vroegere onderzoekingen werden voortgezet voor of door : 

den Archivaris in de provincie Utrecht, over oorkonden, te 
vermelden in de regesten voor het Oorkondenboek van het 
Sticht Utrecht; 

den Archivaris van Rotterdam, over oorkonden, te vermelden 
in de regesten van oorkonden betreffende Rotterdam en Schieland; 

den heer D. J. M. Wüstenhoff te Sassenheim, over het geslacht 
van Teylingen; 

den heer J. E. Elias te Amsterdam, over ambten en bedie- 
ningen van leden van Amsterdamsche regeeringsfamiliën ; 

den heer E. Wiese te Heidelberg, over de Nederlandsche 
regeeringspolitiek tijdens den oorlog van Kalmar, 1611—1612; 

den heer F. de Witt Huberts te Haarlem, over Zweedsche 
troepen in Nederlandschen dienst; 



17 

mr. J. B. J. N. Ridder de van der Schueren te 's-Gravenhage, 
over de jurisdictie-geschillen tusschen het Hof van Holland en 
den magistraat van den Haag; 

dr. Th. Bussemaker te Groningen, over de onderschepte 
brieven van den Franschen gezant d'Affry, 1755 — 1762; 

dr. J. Dyserinck te 's-Gravenhage, over de weduwe Elizabeth 
Wolff— Becker ; 

den heer K. de Hartogh te Geertruidenberg, over de te Veere 
in 1792 gedeponeerde, voor Frankrijk bestemde geweren, die 
naar Engeland vervoerd zijn; 

den heer A. J. van der Meulen te Assen, over de hervormings- 
plannen van den raadpensionaris van de Spiegel; 

dr. I. Mendels te Groningen, over Nederland tijdens de 
inlijving bij Frankrijk; 

mejuffrouw J. W. A. Naber te Amsterdam, over hetzelfde 
onderwerp ; 

den heer F. Caland te 's-Gravenhage, over de geschiedenis 
van Sas van Gent; 

mr. A. H. J. van der Biesen te Amsterdam, over de tienden 
van Medemblik; 

mr. H. P. Kraakman te Alkmaar, over de tienden in den Heer- 
Hugowaard ; 

mr. H. N. Kluyver te Amsterdam, over den weg of dijk van 
Knollendam bij Westzaanden; 

den heer N. Mac Leod te Rijswijk, over de maritieme geschie- 
denis der Oost-Indische Compagnie; 

mr. J. E. Heeres te Leiden, over de contracten van de Oost- 
Indische Compagnie met Indische vorsten; 

den heer H. de Peyster te Neuilly sur Seine, over den over- 
gang der rechten van de Oost-Indische Compagnie op de 
Bataafsche Republiek; 

dr. L. W. G. de Roo te 's-Gravenhage, over den gouverneur- 
generaal H. W. Daendels; 

(1903) 2 



18 

den heer H. D. H. Bosboom te 's-Gravenhage, over de 
topographie van Batavia en omstreken tijdens de Oost-Indische 
Compagnie; 

dr. F. de Haan te Weltevreden, over het bestuur der Bata- 
via'sche Ommelanden tijdens de Oost- Indische Compagnie; 

den heer C. M. A. de Rijk te 's-Gravenhage, over de ont- 
ginning der Sillida'sche goudmijnen door de Oost-Indische 
Compagnie ; 

het Braziliaansch gezantschap te Londen, over de grensscheiding 
tusschen Brazilië en Britsch Guyana; 

den heer J. A. J. de Villiers te Londen, thans met den heer 
G. Edmundson uit Northolt Rectory, voor de Engelsche regeering, 
over hetzelfde onderwerp. 

De krijgsgeschiedkundige nasporingen werden door den eersten 
luitenant j. C. Wagner en vervolgens door dezen en den eersten 
luitenant P. J. G. Steenberghe voortgezet. 

Het copieeren van kaarten voor den Gouverneur van Ceylon 
en van monsterroUen voor de Kaapsche regeering kwam gereed. 

Op verzoek werden er nasporingen gedaan voor: 

den heer H. Toll te Askeröd (Zweden), over zegels der heeren 
van Teylingen; 

den Archivaris in de provincie Zeeland, over leenbrieven van 
de heeren van Arkel in de graafliike registers, dagteekenende 
van voor de inlijving van de heerlijkheid Arkel bij de Graaf- 
lijkheid ; 

Graaf H. de Castries te Louroux-Béconnais (Maine et Loire), 
over de oudste betrekkingen van Nederland tot Marokko; 

Jhr. mr. Victor de Stuers te *s-Gravenhage, over Willem 
Fonck, in 1596 in hechtenis op de Gevangenpoort te 's-Gra- 
venhage ; 

dr H. C. Rogge te Amsterdam, over Johan deHaen, tot 1603 
secretarie van de Admiraliteit te Rotterdam ; 

dr. H. Kelleter te Dusseldorf, over de zending van den 
Gulickschen gezant Lynckens, 1613; 

den heer A. E. P. Ledieu Dupaix te Rijssel, over het verblijf 
der Paltsgravin Elisabeth hier te lande, 1621 ; 



19 

den Archivaris in de provincie Dtrecht, over de persoon, die 
in 1627 de heer van Ze vender genoemd werd; 

den Bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Utrecht, over 
Hendrik graaf van den Bergh, 1633-1638; 

den heer H. Missak Effendi te 's-Gravenhage, over de terug- 
roeping van den Franschen gezant de Thou, 1662; 

den heer P. G. Zerlentis te Syros (Griekenland), over den 
drogman Panajota (overleden 1673), den kanselier Fran9oi8 de 
Brosse (overleden 1682) en den patriarch Dionysius te Constan- 
tinopel, 1671; 

den heer A. Garnier Heldewier te 's-Gravenhage, over de 
zending van Don Thomas Fraula uit de Spaansche Neder- 
landen, 1713; 

den Archivaris in de provincie Zeeland, over de in 1782 aan 
den Raad van State opgezonden archieven der Nederduitsche 
kerk te Meenen en der Waalsche gemeenten te Doornik, Meenen, 
Yperen, Veurne en Namen; 

den heer W. Beer te New-Orleans, over de Fransche troepen 
op de vloot voor Hellevoetsluis bestemd om Louisiana in bezit 
te nemen, 1803; 

dr, G. Sommerfeldt te Königsberg, over den majoor van 
Tuyll, die omstreeks 1807 in Russischen dienst is overgegaan; 

mr. S. Gratama te Rotterdam, over het jus primae noctis in 
de heerlijkheid Voshol; 

mr. K. J. Philips te Amsterdam, over de tienden in den Heer 
Hugowaard ; 

het Departement van Financiën, over den weg over den Rou- 
wen weerd onder Wilp; 

den Burgemeester van Bleskensgraaf, over de uitgifte van een 
buitenerf of dijk te Bleskensgraaf; 

het Departement van Binnenlandsche Zaken, over de erfenis 
Teyler van der Hulst; 

den heer Ch. R. Wilson te Calcutta, over den sterfdatum van 
Jacob van Hoorn, hoofd van -s Compagnie's kantoor te Patna 
in 1712; 



den heer W. Nijhoff te VGravenhage, over de vlag en het 
zegel der West-Indische Compagnie en het zegel van Nieuw- 
Nederland ; 

den heer S. C. Heahquez oji ('ura9ao, over de verhouding 
tuBflchen de et in 1700 in West-Indië in gebruik en den meter; 

den heer M. Patoir op Berbice, over groudbrieven van plan- 
tages aan de Mahaïconykreek in Demerary ; 

den heer J. J. Helsdon Rix te 's-Gravenhage ten behoeve 
van den heer Eno te New-^'ork, over den w^ naar Bloemen- 
daal bij Nieun'-Amsterdam. thans de Bloomingdale road te 
New- York ; 

het Departement van Koloniën, over de dorjien Ampennie en 
Brenoe Akinno op de kust van Guinea. 

Er werden onderzoekingen gedaan door; 

den Archivaris van Schiedam, over den brief van den Bisschop 
van Utrecht van 1262 betreffende de stichting van de kerk te 
Schiedam ; 

dr. J. HeinsiuB te Gouda, over de middeleeuwsehe geschied- 
bronnen der stad Gouda ; 

den heer Th. de la Roncière te Parijs, over gitten in 1605 
door de Staten-Generaal aan Fransche staatslieden gedaan ; 

dr. H. C. Rogge te Amsterdam, over Willem van Oldenbar- 
n e velt ; 

dr. P. Leeudertsz te Amsterdam," over het gezantschap naar 
Engeland, 1621—1623 ; 

den heer K. Brauer te Marburg, over een brief van Duraeus 
aan de Staten-Gïeneraal, 1656 ; 

dr. G. W. Kemkamp te Utrecht, over de brieven van den 
raadpensionaris de Witt; 

dr. E. Hubert te Luik, over de bescherming in de XVII» 
eeuw door de Staten-Generaal aan de Protestanten in de zuide- 
lijke Nederlanden verleend; 

dr. N. Japikse te 's-Gravenhage, over de politieke gebeurte- 
nissen v&n het jaar 1672 ; 




21 

dr. F. Desmons te Doornik, over bouwstofifen voor zijne later 
verschenen : „Histoire politique et économique de Tournai sous 
la domination Fran9ai8e" ; 

dr. G. M. Slothouwer te Wageningen, over den veldtocht 
van 1711; 

den heer H. Missak Efifendi te 's-Gravenhage, over „Fabbé 
Prevost" en „la Compagnie des libraires associés" ; 

den heer C. L. Heek te Hilversum, over den brand te Hil- 
versum in 1766 ; 

den heer E. Jordens te Brussel, over de regimenten van Béon 
en Damas, 1793; 

mr. S. Gratama te Rotterdam en mr. L. M. Rollin Couquer- 
que te 'S-Gravenhage, over de notulen der commissie tot 
vervaardiging van een burgerlijk en lijfstraffelijk wetboek, 
1798—1804 ; 

den heer J. Koolemans Beijnen te 's-Gravenhage, over de 
partijbewegingen der .Oranjegezinden in 1799 ; 

den Hoofddirecteur van het Rijksmuseum, over de schilderijen 
en andere kunstwerken, in 1808 van het museum te 's-Graven- 
hage naar dat te Amsterdam overgebracht ; 

mejuffrouw A. J. Verweij te Parijs, over Nederland tijdens 
de inlijving bij Frankrijk ; 

mr. L. M. Rollin Couquerque te 's-Gravenhage, over de 
kortingswet van 1815 ; 

den heer P. L. de Kermaingant te Chgiteau de Petit Bourg 
(Seine et Oise), over het ceremonieel van de Staten-Generaal ; 

dr. Th. Bussemaker ie Groningen, over de betrekkingen der 
Nederlanden met Spanje en Portugal; ■ 

dr. H. Watjen te Bremen, over de ontwikkeling van den 
Nederlandschen handel in de Levant; 

den heer Z. Stokvis te 's-Gravenhage, over de betrekkingen 
der Nederlanden, met Rusland ; 

mr. A. M. M. Montijn te 's-Gravenhage, over de geschiedenis 
van Gouda ; 

den heer A. J. M. van Meeuwen te Nootdorp, over de parochie 
en gemeente Nootdorp vóór 1660; 



dr. P. J. Blok te Leiden, over het huis te Britten in 1520, 
1552, 1562, 1662 en 1667; 

Jhr. G, G, Calkoen te 's-üravenhage, over de Gevangenpoort 
en de kaeteleinij te 'e-Gravenbage ; 

den heer F. M. RoeBt van Limburg, over het kasteel te 



den heer 8. J. R- de Monchy te 'a-Gravenhage, over een 
wapen in de kerkglazen van Oudshoorn ; 

den Archivaris in de provincie Limburg, ten behoeve van 
den heer J. Paquay te Eelen (Belgisch Limbui^), over de 
charters van het kapittel van St. Marie te Tongeren 1204 — 1576 ; 

dr. M. Schoengen te Leeuwarden, over bescheiden, op te nemen 
in een handboek der palaeographie ; 

dr. W. de Vreese te Gent, over middeleeuwsche papiermerken ; 

den Archivaris in de provincie Noordholland, over het huis 
ten Bosch onder Weeeperkarspel en de heerlijkheid Schagen; 

mr. R. M. van Gellieum te Gorinchem, over de heerlijke 
rechten van Giesseaburg en Nieuwkerk ; 

den heer A. J. F. Egter van Wissekerke te 'b-G raven hage, 
over het jachtrecht der heerlijkheid Poederoijen ; 

mr. E. E. van Raalte te Rotterdam, over de vroonviaeeherij 
in de Nieuwe Maas, van ouds genaamd de Merode ; 

den heer Bae Backer te Rotterdam, over de veren over de 
Bornisse ; 

den Ontvanger van de registratie te Schagen, over de tienden 
in de Zijpe ; 

mr. D. Lodder te Schiedam, over de tienden in den polder 
Nieuw Krayestein onder Sommelsdijk ; 

mr. J. M. Hijmans te 's-Gravenhage, over een erfdienstbaar- 
heid op een huis aan de Wagenstraat te 'e-Gravenhage ; 

den Archivaris van Schiedam, over land in den Vetten-oord 
onder Nieuw Mateneese ; 

don heer A. J. H. Beeloo te 's-Gravenhage, over de lands- 
werven in het Noorderkwartier; 



23 

Jhr. G. G. Calkoen te 's-Gravenhage, over waterkeeringen in 
Holland tusschen Lek en Maas en Y; 

mr. J. E. Heeres te Leiden, over de ms. beschrijving der Oost- 
Indische Compagnie door den advocaat van Dam ; 

den heer C. Hagedoorn te Middelburg, over de algemeene 
geschiedenis der Oost- Indische Compagnie in de XVII^ eeuw; 

mr. S. van Brakel te Amsterdam, over het civiel-rechtelijk 
karakter der Voorcompagniën en Oost-Indische Compagnie ; 

mr. N. P. van den Berg te Amsterdam, over verboden parti- 
culieren handel in Nederlandsch-Indië omstreeks 1700; 

den heer G. P. Rouffaer te 's-Gravenhage, over reizen door 
's Compagnie's gezanten in J623 naar den Soesoehoenang van 
Mataram gedaan; 

den heer W. P. Groeneveldt te 's-Gravenhage, over de vesti- 
ging der Oost-Indische Compagnie op Formosa; 

dr. R. Verbeek te 's-Gravenhage, over vulkanische uitbarstin- 
gen in de Molukken in de XVIIIe eeuw ; 

dr. A. Wichmann te Utrecht, over Ternate tijdens de Oost- 
Indische Compagnie; 

den heer A. Grandidier te Parijs, over het journaal van 
Adriaan van der Stel betreffende Madagascar, 1644 ; 

den heer R. Posthumus Meyes te 's-Gravenhage, over kaarten 
van Nieuw-Guinea ; 

dr. D. C. Hesseling te Leiden, over Neger HoUandsch in 
archiefstukken van Berbice ; 

den heer P. A. M. Boele van Hensbroek te 's-Gravenhage, 
over den aankoop van het eiland Manhattan in 1626. 

Evenals in het vorige jaar kwamen er gedurig vragen om 
inlichting aangaande naar Nieuw-Nederland vertrokken personen 
in, hoewel alle hier aanwezige archiefstukken betreffende die 
voormalige kolonie door den druk zijn bekend gemaakt. 

VII. In druk uitgegeven bescheiden. 

Evenals vroeger werd ook in dit jaar de uitgave van de 
Batavia'sche dagregisters door Dr. de Hullu voortgezet. Die 



24 

over 1644—1645 en over 1647 — 1648 kwamen gereed; met het 
in het licht geven van dat over 1656— 1657 is een begin gemaakt. 

VIII. Lokalen^ meubilair en gereedschappen, 

Zooals reeds medegedeeld werd gingen de bij de verhuizing 
van het vorige jaar achtergebleven archieven in de eerste helft 
van dit jaar naar het nieuwe gebouw over. Tegelijkertijd werden 
de nieuwe dienstlokalen in gebruik genomen, daar zij voldoende 
droog bevonden ^erden en het verven van het binnenwerk 
gereed gekomen was. Op 1 Augustus werd het gebouw aan 
het Plein ontruimd en kon de dienst in de nieuwe lokalen 
zoodanig worden ingericht, dat het archief sedert 10 Augustus 
weder op de gewone uren voor het publiek kon worden open- 
gesteld. 

De inrichting van het depótgebouw behoeft hier niet nader 
te worden uiteengezet, daar die voldoende blijkt uit het in het 
vorige en in dit jaarverslag gegeven overzicht van de wijze, 
waarop de archieven daarin zijn geplaatst geworden. Aan deze 
onder mijn beheer zijnde verzamelingen zullen nu de zoodanige 
moeten worden toegevoegd, die van de Departementen van 
algemeen bestuur over te nemen zijn. Herhaaldelijk ben ik met 
Uwe Excellentie in overleg getreden over het ontwerp Konink- 
lijk besluit, waarbij die regeling wordt voorbereid. De stukken 
van de laatste jaren van het archief van Üw Departement, die 
in het gebouw aan het Plein waren achtergebleven, zijn nu 
ook naar het depótgebouw vervoerd, alwaar zij gevoegd zijn 
bij het archief van Uw Departement, dat daar reeds in het 
vorige jaar tijdelijk gedeponeerd was geworden. Ook werden de 
drukwerken van Uw Departement van den zolder van het 
gebouw aan het Plein naar de bovenste verdieping van het 
depótgebouw en naar de zolders van het dienstgebouw over- 
gebracht. 

Het dienstgebouw bevat meerdere ruime lokalen, namelijk 
de leeskamer en de tentoonstellingszaal op de eerste bovenver- 
dieping en een groot benedenvertrek tot berging van het grootste 
gedeelte der kaartenverzameling en algemeene bibliotheek. Op 
de tweede bovenverdieping bevindt zich een kleiner vertrek, 
waarin het overige gedeelte is opgenomen, terwijl eene kamer 
daarnaast de koloniale boekerij bevat. Een ruim lokaal op de 
derde bovenverdieping is bestemd tot voorloopige berging van 
die archiefstukken, welke zich nog niet in zulk een toestand 
bevinden, dat zij in geregelde volgorde in het depótgebouw 
geplaatst zouden kunnen worden. In de benedenverdieping zijn 



25 

lokalen voor het dienstpersoneel en de boekbinderii aangewezen. 
De overige vertrekken van het gebouw zijn als werkkamers voor 
de ambtenaren ingericht. De lokalen zijn alle van nieuw meubi- 
lair voorzien, daar van het oude slechts weinig meer bruikbaar 
was. Evenals het depótgebouw heeft het dienstgebouw het 
genot eener centrale verwarming, terwijl uit alle vertrekken 
eene telephonische geleiding loopt naar de kamer van den 
buitenportier, die gebruikers van die lokalen onderling in be- 
trekking brengt. Voor het verkeer staat een lift ter beschikking. 
De conciërge woont niet in of naast het dienstgebouw, maar 
heeft krachtens machtiging van Uwe Excellentie in de naburige 
Heerenstraat een bovenhuis gehuurd, vanwaar hij het gebouw, 
dat des nachts door ander personeel bewaakt wordt, spoedig 
kan bereiken. 

IX. Reddings' en brandblvschrniddelen. 

Op het gebouw staan een aantal bliksemafleiders, die twee- 
maal 'sjaars beproefd worden. De ramen en bovenlichten worden 
gesloten met ijzeren luiken, waarvan die van het depótgebouw 
door waterdruk in beweging gebracht worden. Het gebouw is 
aangesloten bij de duinwaterleiding en in de dienstlokalen van 
slangen met straalpijpen voorzien. De slangen in de gangen 
tusschen het dienst- en depótgebouw zijn van zoodanige lengte, 
dat zij ook in het laatste aangewend Kunnen worden. Verder 
kan men over lantaarns en brandzakken beschikken. 

Over de aansluiting van het in de benedenverdieping van het 
dienstgebouw geplaatste toestel 'met de gemeente-brandweer- 
telegraaf en de bewaking van het gebouw door het brandweer- 
personeel is door Uwe Excellentie op 26 Augustus 1903 eene 
overeenkomst gesloten met Burgemeester en Wethouders van 
's-Gravenhage, die hunnerzijds hiertoe gemachtigd werden bij 
Raadsbesluit van 20 Juli 1903. 

De algemeene Rijksarchivaris, 
Th. H. f. van Riemsdijk. 

's-Gravenhage, 29 Februari 1904. 



8TA.AT DER AANWINSTEN 

VAN HET 

RIJKSARCHIEF TE 's-GRAVENHAGE, 



A. OVEKOENOMKM OF TEN GESCHENKE ONTVANüES ; 

Van het gemeentebestuur van Schoonhoven. 

I. Rechterlijk archief van het baljuwschap van den lande 
Belois. 

I. Ingekomen stukken van de vieiachaar, 1702, 1743 — 1799. 
63 stukken, 

2—7. Rollen van mansmannen, 1552— 1555, 1579— 1610, 1619, 
1621—1808. 6 deelen. 

In O". 5 — 7 bomen tevens de handelingeD van vei^aderint;en 
en lijsten van mansmannen voor. 

II. Rechterlijk archief van Schoonhoven. 

1, Stukken in verechillende zaken gediend hebbende, 1471, 
1642, 1612, 1613, 1697, 1749, 1750, 1778 en 1802. 68 stukken. 

2. Ingekomen en minuten van ui^aande stukken van het 
gerecht, 1581—1810. 328 stukken. 

'■>. Reglement op de inrichting van de rechtbank, 1803. 
1 Ktuk. 



27 

4. Formulierboek van rechterlijke acten, XVIIP eeuw. 1 deel. 

5. Resolutiën van den magistraat, 1660 — 1666. 1 deel. 

6—9. Crimineele rollen, 1556- -1806. 4 deelen. 

10 — 12. „Registers van examens van gevangenen", 1626 — 

1713. 3 deelen. 

13 — 15. Registers van gehouden informatiën, 1637 — 1741. 
3 deelen. 

16. Stukken betreffende de crimineele procedure, 1449, 1685 
-1655, 1662-1670, 1674. 51 stukken. 

17—19. Baljuws civiele rollen, 1621—1634, 1664-1752. 
3 deelen. 

20—26. Sententieboeken, 1570—1665. 7 deelen. 

27—36. Burgerrollen, 1698—1708, 1718-1811. 10. deelen. 

37. Register van burgemeesteren als commissarissen van 
kleme zaken, 1700—1754. 1 deel. 

38, 39. Rollen van de gemeene landsmiddelen en van het 
kortrecht, 1621—1628, 1630-1642. 2 deelen. 

40—44. Rollen van de gemeene landsmiddelen, 1613 — 1620, 
1688—1695, 1716—1740, 1750-1805. 5 deelen. 

45. Rol van de gemeene landsmiddelen, ressort Lekkerkerk 
en Zuidbroek, 1762—1776. 1 deel. 

46. Als voren, ressort Jaarsveld, 1757—1781. 1 deel. 

47. 48. Registers van sententiën van preferentie en taxatiën 
van kosten, 1665-1809. 2 deelen. 

49. Stukken betreffende sententiën van preferentie, 1630, 
1713, 1760. 5 stukken. 

50. Consignatieboek, 1700-1735. 1 deel. 

51. Stukken betreffende consignatiën, 1711 — 1733. 8 stukken. 

52 — 78. Protocollen van opdrachten, belastingen, enz., 1560 
-1568, 1579—1781, 1808—1811. 27 deelen. 

Nos. 62—66 bevatten tevens aan de achterzijde opdracht^- 
brieven van schepen over de jaren 1627 — 1655. 



28 

79. Stukken betreffende de registers van opdrachten, 1587 — 
1803. 8 stukken. 

80. Acten van openbaren verkoop, bij decreetof executie, van 
onroerende goederen, 1701—1800. 55 stukken. 

81. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1721-1811. 512 stukken. 

82. Acten van openbaren verkoop van roerende goederen, 
1694, 1732, 1735—1811. 739 stukken. 

83 — 86. Registers van schepenkeu nissen en willige overgiften, 
1617—1734. 4 deelen. 

87 — 92. Registers van attestatiën, 1696 — 1810. 6 deelen. 

93, 94. Registers van testamenten en huwelijksvoorwaarden, 
1628—1801. 2 deelen. 

95 — 101. Registers vanallerhandeacten, 1619— 1809. 7 deelen. 

102. Allerhande acten, 1767, 1810 en 1811. 8 stukken. 

103 — 1 10. Request- en appointementboeken, 1679 — 181 1. 
8 deelen. 

« 

111, 112. Taxatieboeken voor het collateraal, 1651 — 1734. 
2 deelen. 

113. Aanvraag om taxatie voor het collateraal, 1741. 1 stuk. 

III. Rechterlijk archief van Ammerstol. 
Acte van attestatie, 1705. 1 stuk. 

IV. Rechterlijk archief van Bergambacht. 

1. Acte van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1664. 1 stuk. 

2. Allerhande acten, 1652—1663. 5 stukken. 

V. Rechterlijk archief van Krimpen a/d Lek. 
Inventaris van een boedel, 1706. 1 stuk. 

VI. Rechterlijk archief van Schiedam. 
Civiele rol, 1785—1788. 1 deel. 



29 

Vn. Rechterlijk archief van Vlist. 

1. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1655, 1712. 2 stukken. 

2. Allerhande acten, 1643—1677. 10 stukken. 

Van het Gemeentebestuur van 's-Gravenzande, 

Vm. Rechterlijke archieven van 's-Gravenzande en Zand- 
ambacht (vervolg op aanwinstenlijst van 1896 N®. XLII). 

'8-Gravenzande en Zandambachl. 

1. Stukken in verschillende zaken gediend hebbende, 1608— 
1648, 1651 — 1673. 8 stukken. 

2. Eisch aan het gerecht overgeleverd, 1679. 1 stuk. 

3. Stukken behoorende tot de protocollen van opdrachten, 
1767—1792. 7 stukken. 

4. Stukken betrefiende geconsigneerde gelden, 1648, 1677. 
3 stukken. 

5. Allerhande acten, 1640, 1668. 2 stukken. 

6. Aanvraag om taxatie en minuut-acten van taxatie voor 
het collateraal, 1762—1794. 8 stukken. 

^8'Gravenzande. 

7. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken van het 
gerecht, 1720, 1729, 1805. 4 stukken. 

8. Stukken van 'geabandonneerde boedels, 1669 — 1691. 5 
stukken. 

9. Stukken behoorende tot boedelpapieren, 1668—1680. 4 
stukken. 

10. Stukken behoorende tot de protocollen van opdrachten, 
1560—1695, 1720—1811. 19 stukken. 

11. Stukken behoorende tot de registers van openbaren ver- 
koop van onroerende goederen, 1660, 1671, 1793. 3 stukken. 

12. Allerhande acten, 1668, 1674, 1693, 1730. 16 stukken. 



«L Tt.-_ -rffi jffiTB-:-.!, l~2i*. 1*11, 8 tn.tikkeii- 
:^-*.-..ai:z.WT-it vjedfiK 3665— 1S64. 10 



;*■ fi'^'.ièe;, •.*-*jO'.'r*^'> :.'': ■•'•e-i^Jjia.]ikTei_ lfi56 — 1685. 5 
'.'. — .'-j:k*ï. i^'jft'tT*^'^ VA «- ï-r.:--.«<if'i;pii tbb ojwii^chten. 

;^- Ani-vfiu^ '^fiu tJix»*.k- Tfww h« W'IIiKTiaL 1766. 1 stuk, 

JX- li«cht«rlijk arcbi'^f van Oolieen^pUAt en den Bommel 
(vurvnifi op aan tri n<-t<^ri lijst van 1899, X", IV). 

1, Htukken in verw.hiliende zaken gediend hebbende, 1584 — 
1778. 148 stukken. 

'2. Ingekotrien Ftukk^-n van het gerecht, 1-5S2 — 1806. 815 
Ktukk<;n. 

'A, Kegittter van de crimineele en ciWele zaken rac de hooge 
viitTHiihaar '«landH van Pulten in St. Adolfpland, 1592—1621. 
1 dw!l. 

4. Interrogatiën, enz., 1604, 1645—1657. 11 stukken. 

T), OinKtalen, enz., 1584-1811. 224 etukken. 

('t. Kt ukken van geabandonneerde en insolvente boedels, 
i:.»a— Ï811. 1001 etukken. 

7. Htukken betreflfende de registers van opdrachten, 1570, 
l'.Mi— 1807. 252 Btukken. 

K, Aangiften van verkoop van onroerende goederen, 1600— 
\im, 1632, 1746—1811. 1511 stukken. 



31 

9. Minuut-acten van openbaren verkoop van onroerende 
goederen, enz., 1581 — 1786. 141 stukken. 

10. Minuut-acten van openbaren verkoop van roerende goe- 
deren, enz., 1558 — 1739. 715 stukken. 

11. 12. Memorialen van verpachtingen van armengoederen, 
enz., 1671—1703. 2 deelen. 

13 — 15. Registers van openbare aanbestedingen, 1694 — 1767. 
3 deelen. 

16. Stukken betreffende openbare verpachtingen, enz., 1591— 
1742, 1810. 62 stukken. 

17. Register van gedane afkondigingen, 1587 — 1591, 1622. 
1 deel. 

18. Memoriaal van bestedingen en verkoop van geschutte 
beesten, 1657—1803. 1 deel. 

19. Stukken van boedelscheidingen, rekeningen van gerechts- 
kosten, enz., 1593—1809. 1131 stukken. 

20. Allerhande acten, 1582—1778. 30 stukken. 

21. Minuten van allerhande acten, 1581 — 1807. 364 stukken. 

22. Minuten van acten van taxatie en aanvragen om taxatie 
voor het collateraal, 1584 — 1794. 25 stukken. 

Van het Gemeentebestuur van Woerden. 

X. Rechterlijk archief van Woerden. 

1. Notulen der gehouden rechtsdagen (over rechterlijke en 
bestuurszaken), met bijlagen, 1668—1682, 1731, 1732, 1748—1794. 
36 stukken. 

2. „Register van de personen tusschen dewelcke bij den E. 
gerechte een stede vrede wert geleijt", 1655 — 1697. 1 deel. 

3 — 11. Resolutieboeken van het gerecht, 1694 — 1811. 9 deelen. 

12. Rechtskundige adviezen, 1774, 1783. 2 stukken. 

13. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken van het 
gerecht, 1635—1810. 194 stukken. 

14 — 23. Rollen van de crimineele vierschaar, 1574—1667, 
1695—1811, 10 deelen. 



, i.>«7— 1»»7. ITOS»— 1758. 



T.. X'A:ti*Vjti t«e pfr^-rEV-li-t* K^^nTinpKi v»n lijken, 
IT-ö— i:»*. 1 <k*l- 

2^- lüiicrr'jew-*^:'- •Ü^etaieo. «rt«n v»n «cbouwiiipNi van 

2i*. Regjêt*rr van d* oi:;po<Ktiiiren. 1T<>>— 1751. 1 deeL 

->t— -Vi. OMinari- r^-iJ'^n. lö-^— 1T24. 17:39— 1S09. 6 dcelen. 

m. StukktD ^lelreJ^i^D.lv -ie oirieie recht^rMk, 1666—1792. 
:i^>* Etukken. 

37— *0. VrwJeiöakersrclleD. 1732—1810. 4 dwlen. 

41. E>ingtal«n «-n {•rocc^ftukk^n hetrefiende de vredem&kers- 
rollen, 16^"-^— I'^IO. 329 stukken. 

42. Protocol van preferenti'^n en rekeningen van in^ilrente 
U»edeU, 16*>8-16R7. 1 deel. 

43. VonniBsen van preferentie, rekeningen en ÏDTentarissen 
van geabandonneerde boedeb. enz., 1663—1810. 240 stukken. 

44. Register van arresten, 1674 — 1678. 1 deel, 

45. Acten van arrest. 1677—1716. 4 Ftukken. 

46. RepiBter van vonnissen van reetrekking. 1708 — 1787, 
1 deel. 

47. Notulen van de rechtsdagen van schepenen commissa- 
ii*j(sen van de gemeene laodsmid delen, 1753—1766. 1 deel. 

48 — 51. Rollen van de gemeene landemiddelen, 1695 — 1805. 
4 deelfn. 

52. Btukken betredende de rechtapmak over de gemeene 
landsmiddelen, 1664-1796. 3-36 stukken. 

53. Protocol van opdrachten, 1602-1609. 1 deel. 

54. Register van opdrachten van onroerende goederen ten 
behoeve van het gemeene land voor uitbreiding der fortificatie- 
werken, 1703—1705. 1 deel. 

55. Protocol van rentebrieven („schepenkennisBen"), 1670 — 
16UÓ. 1 deel. 




38 

56. Minuten van acten van opdracht en rentebrieven, 
1757—1769. 3 stukken. 

57. Register van registratie van notarieele consenten om 
geene onroerende goederen te vervreemden, 1791 — 1810. 1 deel. 

58. Stukken betrefiTende de protocollen van opdrachten, 
rentebrieven, enz., 1550—1802. 53 stukken. 

59 — 66. Registers van openbaren verkoop van onroerende 
goederen, 1666—1680, 1683—1760. 8 deelen. 

67. Acten van openbaren verkoop van onroerende goederen, 
1732, 1760—1809. 125 stukken. 

68. Acten van openbaren verkoop van roerende goederen, 
1762—1811. 476 stukken. 

69—71. Bollen van de verpachtingen der gemeene lands- 
raiddelen, 1674—1731. 3 deelen. 

72.^ Stadsrol van de verpachtingen, 1730-1793. 1 deel. 

73. Acten van openbare verpachting van tienden, 1708 — 1810. 
stukken. 



74. Boedelscheidingen, inventarissen, enz., 1632 — 1778, 1809. 
67 stukken. 

75. Register van de reetrekkingen (1654—1704), en van 
gepasseerde volmachten, 1652—1670. 1 deel. 

76. Register van testamenten en huwelijksvoorwaarden, 
1658-1669. 1 deel. 

77—83. Registers van requesten met appointementen, 1730 — 
1811. 7 deelen. 

84. Requesten, 1657—1810. 81 stukken. 

85. Rekeningen van gerechtskosten, 1738 — 1793. 10 stukken. 

86. Allerhande acten, 1649—1810. 89 stukken. 

87. Aanvragen en acten van taxatie voor het collateraal, 
1717-1802. 72 stukken. 

XI. Rechterlijk archief van Waarder. 

1. Rechtskundig advies, 1646. 1 stuk. 

(1908) a 



-1. Al^^.riiiiifi^ *i^«ci-. 174-1 1**'<^- 2 «nriki*m. 

XIL K^r-lier-rk atrrr-i*f raa G-r-üi^Tsk 'T^rrolg: op aan- 

1. V5«x^;La;arV^k- ITC^i — 1753, 1 de&L 

2* Trr^k'z^fTk \^':/^f:^zAk t>:; de v:*T=<-baarb«4:«eii- 1709 — 1753. 

l^iif- 1, OpdrachUrD Toor Baljaw. Schoat «i Schepenen der 
heierlijkh^rid Haaei^woude van h*jizen, erven en loeienten o. a. 
aain der RemoniftraDt^che kerk aldaar. 1592. 1621, 1636« 1639, 
1689, 1709—1720. 174^^ en 1751—1778. 22 charters. 

2. Acte van venia aetatl? van Burgemeesters en R^eerders 
van den Haa^ voor Hubertm? van der Voort, 25 Mei 1785. 
1 charter. 

3. Overdracht door Edward Whitehouse en James Ballmer 
te Londen aan Adolph Jan Heshoijsen, Floris Vischer Hes- 
huijften en Francis Jacob Heshoijsen te Amsterdam van de 
plantage, eertijds genaamd La Soye, gelegen in St. Andreas- 
parochie op het eiland Dominica, 12 Angnstns 1776. 1 charter. 

4. Schuldbrief van £ 7100, gevestigd op voornoemde plantage, 
13 Augustus 1776. 1 charter. 

Van den Archivaris der gemeente Amsterdam. 

XIV. 1. Missiven van den Raad van Brabant en van den 
Raad van State aan de Staten-Generaal, betreffende Pieter van 
Bommel, drossaard, schout en secretaris van Deume, die door 
den heer van deze heerlijkheid uit zijn functies was ontzet, 
1660. 



85 

Bequest van Pieter van Bommel aan de Staten-Generaal en 
aan den Raad van Brabant en andere stukken op deze zaak 
betrekking hebbende, 1652—1660. 28 stukken. 

2. Extract-resolutie van de Staten-Generaal d.d. 25 Januari 
1687, met begeleidend schrijven aan Commissarissen van de 
Staten-Generaal „over de saken van Barbarijen" te Amsterdam, 
van denzelfden datum. 2 stukken. 

Van den Archivaris der gemeente Utrecht 

XV. Journaal, achtereenvolgens gehouden op de schepen: 
de Vereenigde Provinciën, de Walvisoh, Orangiën, Campen, 
Prins Willem en Westfriesland, door den chirurgijn Gijsbert 
Heeck, gedurende zijn derde reis naar en in Oost-Indië, 1654—1656. 
1« deel. 1 deel. 

Van den tijdelijken Archivaris van het Hoogheemraadschap Delfland. 

XVI. „Protocol ende contrerolle geholden ende genomen 
jegens den ontfanger van de guederen varende nae vijande 
landt (Jacob Uuttenbrouc) bij mij Syerc.k van Sinnama" („contre- 
roUeur ten ontfange van de licenten op de Eems"), 17 Novem- 
ber 1588—4 Mei 1589. 

Overgeleverd aan en goedgekeurd door Gecommitteerde Raden 
van de Admiraliteit te Amsterdam, 1589. 1 deel. 

Van den heer A, Vinkhuijzen te ^s-Oravenhage, namens Zijne 
Koninklijke Hoogheid den Groothertog van Saksen- Weimar. 

XVH. Stukken, afkomstig uit de nalatenschap van wijlen 
Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik der Neder- 
landen. 

1. Missiven ontvangen door : 

de Admiraliteit te Rotterdam, 1605—1794. 
de Admiraliteit te Amsterdam, 1683 — 1794. 
de Admiraliteit in Zeeland, 1625 — 1795. 
de Admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier, 
1778—1789. 
Directeuren van de extraordinaris equipage te Rotterdam, 1653. 
den Agent der Marine, z. d. 

den Minister van Marine en Koloniën, 1808 en 1809. 
den Minister van Marine, 1809. 233 stukken. 



36 

2. Missiven aan de verschillende collegester Admiraliteit van: 
Louis Aberson 1783, 1791, Alstorphius 1705, M. Beelaerts 
1705, Willem Jan Bentinck 1781, Evert Bisdom 1760-1767, 
Cornelis Pietersz. Blok 1748, Cornelis Isaac Bloys van Treslong 
1780—1789, Johan Arnold Bloys van Treslong 1786—1794, 
Justus Boot 1787, J. L. Bosch 1793, Hendrik Jan Boudaen 
1755, Cornelis van Brakel 1786 en 1787, N. van Buren 1746- 
1748, Lodewijk graaf van Bijland 1748, 1764, 1779 en 1780, 
G. Callenburgh Baertmans 1729 en 1735, N. A. Cambier 1790, 
B. van de Capellen 1727, Jacob Claris 1793, Caesar van Crunin- 
gen 1627, Joan Dabenis 1744, Jean George Danzer 1748, Salo- 
mon Dedel de Jonge 1763, A. Deloos 1783, A. F. Detmers 
1792, Adriaan van der Does 1743—1755, G. W. J. van der 
Feltz 1774 en 1775, F. C. Fisscher 1786, A. Franssen 1605, 
Cornelis van Gennep 1778—1784, P. J. Gervais 1793 en 1794, 
Willem Joseph van Ghent 1666, F. van der Goes 1763, H. 
Grave 1705, J. A. van Grootenray 1794, Ewoud van Haeften 
1747 en 1762, Hardenbroeck 1682, G. van Harencarspel Decker 
1783, Jan Schreuder Haringman 1796, Hermanus Hartman 
1789, Andries Hartsinck 1769 en 1775, Gerrard Heemskerck 
1694 en 1695, G. (J.) d'Heemstra 1707, C. van Heerdt 1631, 
J. D. HoeuflPt 1793, Cornelis van der Hoeven 1673 en 1694, 
Lodewijk H Hooft 1703 en 1708, P. van Hoogwerff 1778 en 
1779, P. Hoorensma 1748, W. F. Huyghens 1747— 1764, Gijsbert 
Arentsma van Idsinga 1748, J. A. Ketelaer 1645, Lauwerens 
Hendrickse Leeu 1632, Cornelis die Leeu 1621, Henrick van 
Leeuwen 1666, Jan Lieftinck 1735, A. Loopuijt 1768, G. Lijn- 
slager 1710, P. Maschop 1790, A. van Heijden 1745, C. H. 
Mulder 1789, M. Mijtens 1743 en 1760, P. Mijtens 1747, 
Jacob Naalhout 1703—1705, Nauwman 1775, Leendert Jansz. 
Noose 1677, Gerardus Oorthuys 1786, Johan Hendrik van Ou- 
rijk 1763, C. J. Palm 1781 en 1784, G. J. Rater 1694, G. A. 
Reede 1737, Hendrick van Reede van Ren(swoude) 1665, D. 
van Reene 1708, E. F. van Reetraedt 1760, H. Reintjes 1773— 
1794, Jacob Reijnst 1748, J. Rickers Jr. 1785, N. Riemersma 
1764, Roepel 1766, D. J. van Rijneveld 1790 en 1793, A. de 
Schepper 1674, Willem Silvester 1780, M. Sloot 1760, Albert 
Spengler 1793, Frans Smeer 1793—1796, A. Soet 1746, Matthaeus 
Soumans 1781, L. Spengler 1780—1805, P. Straatman 1786, 
Jan Jansen van Sulen z. j., F. Swanke 1785, Abraham Taai- 
man 1710, Philip des Tombe 1705, Maarten Harpertsz. Tromp 
1642 en 1645, J. Tulleken 1793, J. Umbgrove 1761, Gerrit 
Verdooren 1790—1794, (J.) Versteveren 1744 en 1747, Harmen 
Jans de Visser 1658, Adriaan Roemer Vlacq 1745—1760, De 
Vooght van Rijnevelt 1747, G. J. Vos 1747 en 1751, A. Wü- 



r 



37 

linck 1783, W. Wütschut 1703, (S ?) Lenartsz Zay 1604, Jacob 
Zeewoldt 1782 en 1788, meerdere personen, wier nandteekening 
onleesbaar of verdwenen is 1593—1786. 303 stukken. 

3. Missiven van zeeofficieren aan ongenoemde personen, 1631, 
1705, 1740, 1766 en 1782. 5 stukken. 

4. Paspoort van den admiraal Johan van Duvenvoirde voor 
Jhr. Daniël (Glebzer ?) om te gaan over de Eems, 3 September 
1587. 5 stukken. 

5. Missive van J. van Dijck, majoor te Geertruidenberg, 
28 April 1622. 1 stuk. 

6. Missive van Lutsaert Montfort „geweldige" tot Zierikzee 
«aan den vice-admiraal Marinus HoUar te Vlissingen, 10 Juli 
1629. 1 stuk. 

7. „Liste ofte inventaris van alle de schepen ende goederen die 
gepasseert zijn naar Moerspuy ende St. Marcq voor den schepe 
van oirlogh liggende voor de creke" aldaar, Maart 1647. 1 stuK. 

8. Copie-missive van Maarten Harpertz. Tromp aan de Staten- 
Generaal, 14 Juni 1653. 1 stuk. 

9. Missive van den Koning-Stadhouder Willem III, 11 Octo- 
ber 1694. 

Fragmenten van eigenhandig geschreven brieven van denzelfde. 
3 stukken. 

10. Notulen van den krijgsraad, gehouden aan boord van 
's landsoorlogschip Rossem onder commando van den kapitein 
Adr. van der Meijden, 7 Augustus 1743. 1 stuk. 

11. Resolutiën van den scheepsraad, gehouden aan boord van 
's landsfregat van oorlog Jason onder commando van den kapitein 
Johan van Gennep, 1777 en 1778. 3 stukken. 

12. Certificatie van den vice-admiraal W. van Braam voor 
Jan Broekman, 17 November 1791. 1 stuk. 

13. Generaal wekelijks rapport van 's landsschepen onder 
commando van den kapitein van Bijlandt ter reede van Vlis- 
singen, 13 Juli 1794. 1 stuk. 

14. Certificatie van den luitenant ter zee Hartman voor Jan 
Adam Kok van Hessen-Darmstad, 20 October 1797. 1 stuk. 

15. Missive van den (kapitein ter zee) Hendrik Alexander 
Ruysch aan een luitenant ter zee, 22 Maart 1800, 1 stuk. 



38 

16. Missive van Frangois Tijssen aan kapitein Cornelis Janse 
MoBselman, commandant van het schip Vere te Torbay, z. j. 
2 stukken. 

17. Lijst der Engelsche en HoUandsche schepen, die onder 
de vice-admiraals Binck en van der Goes naar de Middellandsche 
zee gaan, z. j. 1 stuk. 

18. Zeilorder en order van'^batailje van 's lands vloot, z. j. 

De ïif^. 1 — 18 hebben bijna alle door brand geleden. 

19. Missive van Willem Otto Bloys van Treslong, schout- 
bij-nacht en grand marechal du Palais aan den Intendant van 
het Paleis te Utrecht, 19 December 1808. 1 stuk. 

20. Missive van W. Willink aan den Préfet . . ., 27 September 
1811. 1 stuk. 

Van Mejuffrouw C. C. A. Conrad te ^s-Oravenhage. 

XVm. Stukken, nagelaten door den Heer J. F. W. Conrad 
te 's-Gravenhage. 

1. „Notitie van het verrichtene van F. W. Conrad als com- 
mies ter adsistentie van den President van 'sLands waterstaat, 
etc", 26 Mei 1798-29 Juli 1800. 1 deel, 12o. 

Achterin aanteekening van vacatiën en reiskosten, hoofdzakehjk 
gemaakt tot executie van de sluis- en dokwerken te Hellevoetsluis, 
16 Januari 1799—21 Juli 1800. 

2. Korte aanteekeningen van ontvangen en verzonden stukken 
bij Commissarissen-Inspecteurs over 's Lands waterstaat en water- 
werken der Bataafsche Republiek in de departementen van den 
Amstel en Texel, 14 Augustus 1800 — 30 Augustus 1801, 1 deeL fol. 

Fred. Wili. Conrad werd in het jaar 1800 benoemd tot Com- 
missaris-Inspecteur over *s Lands waterwerken en den waterstaat. 

3. Register op ontvangen en afgezonden missives, rapporten, 
enz., betrekkelijk het tweede district der zeehavens en zeegaten, 
9 November 1803—28 Februari 1807. 1 deel, 4o. 

Fred. WiU. Conrad werd in het jaar 1803 benoemd tot Inspec- 
teur over 's Lands zeehavens en zeegaten in het Noorderkwartier. 

4. Register van „Vacatiën en verschotten gedaan als Inspec- 
teur-Generaar', 1 Maart 1772—27 Maart 1805. 1 deel, 4o. 

Afkomstig van Christiaen Brunings, in 1769 aangesteld tot 
Inspecteur-generaal over *s Lands rivieren. 



39 

5. Index op eene (waarschijnlijk particuliere) verzameling 
van resolutiën van de Staten en van Gecommitteerde Raden 
der Staten van Holland en West-Friesland, placcaten, adviezen, 
brieven, enz., 17® eeuw — 1772. 1 deel, fol. 

6. Journaal (agenda) van ingekomen en afgaande stukken 
van den Agent van Inwendige Politie en Binnenlandsche Corres- 
pondentie en den Chef bij het bureau van dijken, wegen en 
wateren van de Bataafsche Republiek, 29 Juni— 31 December 
1799. 1 deel, 49. 

Duplicaat van een journaal in folio, zich bevindende in het 
archief van de ingenieurs A. Blanken Jzn. en J. Blanken Jr. 
(Aanwinsten 1886, B nO. 13). 

Van den heer A. P, U. Hoiz te ^s-Gravenhage, 

XIX. Copie „advijs gegeven aan de Heeren Zeventhiene" 
over Europeesche kolonisatie in Indië door Joan Maatsuijcker, 
Batavia 18 Januari 1651; gevolgd door een copie „advijs hoe- 
daanich Comp«. handel volgens d'presente constitutie in Persia 
gedirigeert dient" door den directeur Dirk Sarcerius, Ispahan 
25 Mei 1652. 1 stuk. 

Van den heer P, Otten te ^s-Gravenhage. 

XX. Rechterlijke stukken van 's-Gravendeel en Leerambaöht. 

1. Tarief van de leges ter secretarie van de stad Delft 
gevorderd van opdrachtbrieven, presentatiën, enz., November 
1807. 1 stuk. 

2. Memorie van kosten wegens insolvente boedels en een 
begeleidend schrijven van H. D. Bruin te Delft, 1788. 2 stukken. 

3. Verklaring van Schout en Schepenen van 's-Gravendeel 
en Leerambacht dat twee personen hadden afgerekend zooals 
in de nevensliggende rekening geappostilleerd was, 1713 (zonder 
die rekening) en een bijlage tot die rekening, 1713. 2 stukken. 

Van den heer Mr, B. M. Vlielander Hein te ^s-Gravenhage, 



1. „Notitie van gedane peijlinge op requisitie van 't 
coUegie 'slands van Voorne van den verzonke rijsdam agter 
Oostvoom, den eerste bewesten het schermhoofd" gedaan door 
Corn. Verhey Bz. 17 Maart 1796. (get). 



40 

2. Geieekende kaart van de ,^ribbe op 't strand agter Ooöt- 
voorn, volgens gedaane meeting in Maart 1802, door C. Verhey 
Bz., met „het provil der diepte in Maart 1796 en in Maart van 
den jaare 1802" door B. J. Verhey Cz., Brielle 13 Maart 1802. 

3. „Af beeldingh van de rys- en steen werken langs den Zuyt- 
dyk en de Quack" z. j. (get). 

4. Geteekende kaart van „de Ouden Hoornsen Zeedijck 
met de hoofden en rijsdammen en de onderlanden" met eene 
begrooting van de onderlanden „tot lasten van de Grenerale 
Dijekagie 1765^ 

5. Afteekening van den Zuydlandschen zeedijk met de daar- 
voor liggende gorsen, z. j. (get). 

6. Geteekende kaart van „het Nieuwpoortse gors aan den 
ouden Hoomsche zeedyk*' door den landmeter Com". Verhey 
Bz., 1798. 

7. Gedrukte kaart van „den Eendragtpolder'' met extract- 
resolutie der Staten van Holland van 23 October 1787 betref- 
fende de „limiten van de crimineele jurisdictie tusschen Zuid- en 
West-Voorne". 

8. Geteekende kaart „waerin vertoont wart hoemen bequa- 
melijck soude een tr(eck)padt cunnen maecken tusschen de 
stadt Rotterdam ende Gouda, waerin mede aengewesen wart 
hoeveel waeters de eene polder tegen den anderen schelen, z. j. 

9. Geteekende kaart van de landen tusschen den Hollandschen 
IJsel bij Gouda tot bij de Graaf in de Alblasser waard, z. j. 

10. „Profiel van den zeedijk beoosten en bewesten Muyden" 
door den landmeter V. Hoorn, 1742. (get). 

11. Geteekende kaart van de Tielerwaard, van de Bomme- 
lerwaard en Neder-Betuwe (gedeelt.), en van de graafschappen 
Buren, Culenborg en Leerdam, z. j. 

12. Geteekende kaart van Drususgracht en IJsel tot 
Deventer, z. j. 

Van wijlen den heer P. M, NeUcher te ^s-Gravenhage. 



. Kaarten, gelegateerd bij uiterste wilsbeschikking v^n 
8 October 1900, 



41 

1. Gedrukte kaart van Zuid-Amerika door A. H. Brué, her- 
zien en uitgegeven door Ch. Picquet, Parijs 1843. 

2. Gedrukte kaart van de West-Indische eilanden en de 
kusten van Yucatan, Midden- Amerika en Venezuela, uitgegeven 
te Londen door J. Wyld, 1846. 

3. Gedrukte kaart van Britsch-Guyana door W. Hilhouse 
1827, uitgegeven te Londen door J. Wyld, 1828. 

4. Geteekend „Plan van de plantage Klein Pouderoyen, 
geleegen aan de westwal van Rio Demerary", door H. L. Boutmij, 
4 Januari 1807. 

5. Geteekende copie van een gedeelte der kaart van de 
kolonie Suriname door J. C. Heneman, (de Marowijne), z. j. 

6. Gedrukte kaart van Java door Baron P. Melvil van 
Carnbee, 1847. 

7. Gedrukte etappekaart van Java, tezamengesteld door W. 
F. Versteeg, ingevolge Gouvemementsbesluit van 7 Augustus 1860. 

Van den heer J. C. Beth te ^a-Oravenhcufe. 

XXIII. Geteekende schetskaart van de Kahajanrivier op 
Bomeo van Pohon Batoe tot hare uitmonding in de Javazee,z.j. 



B. Aangekocht. 



Van den boekhandeUiar Martinua Nijhoff te ^s-Gi'avenhage. 
Ter auctie van 3 Maart 1903. 



„Aantekening der gemiddelde diepten en breedten van de 
bovenrivieren op bepaalde raayen". 

Chronologische „aantekening wegens de werken op de boven- 
rivieren" sedert 1771—1788 en andere aan teekeningen van water- 
bouwkundigen aard, 1771 — 1790. 1 deel. 

Van den boekhandelaar S, Gouda Qy,int te Arnhem. 

XXV. Ter auctie van 1 October 1903. 

l ex\ 2. Kekening door mr. Balthasar Godard Nedermeyer 



42 

van den ontvang der ordinaris middelen, alsmede accijnsen en 
imposten van het graafschap Culenborch, 

1«-I0e over 1730—1740, 
lle__20e over 1740—1750. Copiën, 2 deelen. 

3. Rekening door denzelfde van den extraordinaris Kamer- 
ontvang van het graafschap Culenborch, 1^—6® over 1737 — 1742. 

6® Rekening door denzelfde van den ontvang en uitgaaf der 
extraordinaris middelen van het graafschap Culenborch, 
le_6« over 1738—1743. Copie. 1 deel. 

4. Rekening door denzelfde van den extraordinaris Kamer- 
ontvang 7® — 12® over 1743 — 1748 en van de extraordinaris 
middelen 7«— 12« over 1744—1749. Copie. 1 deel. 

5. Rekening door denzelfde van den extraordinaris Kamer- 
ontvang 13® — 18® over 1749 — 1754 en van de extraordinaris mid- 
delen 13®— 18® over 1750—1755. Copie. 1 deel. 

6. Gecombineerde rekening door denzelfde van de ordinaris 
en extraordinaris middelen en van den Kamerontvang 5® — 8® 
over 1760—1763. Copie. 1 deel. 



7. Gecombineerde rekening als voren 9® — 12® over 1764 — 
1767. Copie. 1 deel. 

De hierop volgende rekeningen 13® — IS® en 41e — 50e over 1768 — 
1793 en 1796—1805 berusten in het Nassausch domeinarchief. 

Van de hoekhandelaren Burgersdijk en Niermans te Leiden, 
Ter auctie van 2 November 1903. 



Geteekende kaart van de waterwegen „beginnende van 
Papendregt voorbij de stad Dordrecht, de Oude en Nieuwe Maas 
af in zee". 

Van den boekhandelaar Leo Liepmannsaohn te Berlijn. 

XXVII. Ter auctie van 27 Mei 1903. 

Missive van den raadpensionaris Anthonie Heinsius aan 
„Monseigneur"? 17 April 1696. 

Van Ghraaf Politi Flamini door heraiddeling van den Bibliothecaris 

der Rijksuniversiteit te Groningen, 



Gedrukte kaart van Holland en Utrecht, met ge- 
deelten van Friesland, Gelderland, Brabant en Zeeland, 1558. 



r 



43 
Van den heer A, A, Vorateriruin van Oijen te Rijamjk. 



1. Paspoort van Gerrit van Sichem „bestalter hop- 
man" onder 't regiment van Maximiliaan van Bossu voor Lenardt 
Cornelisz. van Dam, 24 Juni 1577. 1 stuk. 

2. Commissie van Gecommitteerde Raden ter Admiraliteit 
te Amsterdam voor Elbert Dircxsz. Del als vendumeester, 
1 AprU 1632. 1 stuk. 

3. Memorie van „Pürst Boguslaus Radzivil stathalter des 
Herzogthums Preussen", over het nemen van de goederen, 
behoorende aan Frans von der Hove, koopman te Kneiphoff, 
die geladen waren op het schip St. Peter, onder bevel van den 
kapitein Peter Ruters, welk schip gedurende de vaart van 
Londen naar Hamburg door kapers was opgebracht te Hoorn, 
9 Mei 1667. 1 stuk. 

4. „Capitulatie" door den ritmeester Brasser, gedeputeerde 
van de Staten-Generaal bij de Hertogen van Brunswijk en 
Lunenburg, met Hans Hendrick van Borssen betreffenae de 
levering van een compagnie voetvolk ten dienste van den lande, 
13 Augustus 1673. 1 stuk. 

5. Mandament van revisie, afgegeven door de Staten-Generaal 
voor Adolf Baart, koopman te Amsterdam, als lasthebbende van 
Michiel van der Meulen, koopman te Cura^ao, in zake zijn geschil 
met mr. Hubertus Coerman, fiscaal van Curagao, 21 Januari 
1780. 1 stuk. 



C. In bruikleen ontvangen: 

Van den heer J, D, Baron van Wassenaer van Eosande, 

Zegel van Dirk van Wassenaer in bruin was, 1236 (1237). 



44 



JAARVERSLAG 



VAN DE 



Commissie van Advies voor 's Rijks Geschied- 
kundige Publicatiën. 



De werkzaamheden der Commissie van Advies voor *s Rijks 
Geschiedkundige Publicatiën hebben in het afgeloopen jaar in 
de eerste plaats bestaan in het ontwerpen van een overzicht 
van al zulke leemten in de Nederlandsche geschiedkennis, welke 
door bronnenpublicatie zoude wenschen te zien aangevuld. 

[et samenstellen van een eerste ontwerp tot zulk een over- 
zicht was, gelijk wij bij ons vorig jaarverslag mededeelden, in 
de vergadering van 16 December 1902 opgedragen geworden 
aan de leden Blok en Colenbrander. Dit stuk kwam den 
29sten Januari 1903 gereed en werd rondgezonden met bepaling, 
dat tot uiterlijk 8 Maart nota's van aanmerkingen zouden worden 
ingewacht, die zouden worden gedrukt en rondgedeeld om tegelijk 
met dit ontwerp in behandeling te komen. Een dergelijke nota 
kwam in van de leden Kernkamp en S. Muller Fz. Over ont- 
werp en nota werd beraadslaagd op 17 Maart 1903; er werd 
besloten, dat de secretaris beide stukken ten grondslag zou 
leggen aan een eindredactie van het overzicht, onder inwachting, 
tot uiterlijk 1 October, van de nadere aanvullingen, die nog 
door de leden mochten worden ingezonden. Daar den 1^*®" October 
geen nadere aanvullingen bleken te zijn opgegeven, bleef het 
aantal stukken, waarvan bij de eindredactie gebruik moest 
worden gemaakt, tot twee beperkt. 

Verdeelde het ontwerp der heeren Blok en Colenbrander de 
algemeene landsgeschiedenis in eenige groote onderdeelen naar 



45 

« 

tijdrekenkundige, en binnen bepaalde tijdvakken naar zakelijke 
onderscheiding, en stelde het voor ieder dezer onderdeelen de 
publicatie van groote serieën bijeenbehoorend materiaal aan de 
orde, de nota der heeren Kernkamp en S. Muller Fz. verlangde 
daarnevens „eene serie kleinere verzamelingen van bronnen 
ter toelichting van bepaald omschreven onderdeelen onzer geschie- 
denis", en werkte eenige voorbeelden van dergelijke publicatiën 
uit. De eindredactie nu heeft de indeeling van het ontwerp der 
heeren Blok en Colenbrander in hoofdzaak behouden, doch heeft 
het kader dier indeeling veel nader uitgewerkt dan aanvankelijk 
geschied was en heeft in het aldus uitgewerkte kader eene 
plaats aangewezen aan de kleinere bronnenpublicatiën ter toe- 
lichting van speciale onderwerpen, gelijk zij in de nota der 
heeren Kernkamp en S. Muller Fz. waren verlangd. Den 
15<ien October werd het aldus herziene ontwerp rondgezonden 
en tegen den 27^^61» October aan de orde gesteld. Nadat in drie 
vergaderingen, gehouden op 27 October, 3 en 17 November 1903, 
de behandeling was ten einde gebracht, en daarbij eenige onder- 
werpen nieuw waren opgenomen en eenige andere geschrapt, 
kon op 15 December 1903 het overzicht definitief worden vast- 
gesteld. Tevens was den 17<^®'» November 1903 besloten, dit over- 
zicht, behoudens de toestemming van Uwe Excellentie (welke 
wij den 5^«° December mochten ontvangen), in den handel 
verkrijgbaar te stellen en het met een begeleidend schrijven toe 
te zenden aan zoodanige genootschappen en particulieren, die 
men wenschte dat van de voornemens en inzichten der Com- 
missie kennis zouden dragen, en op wier wederkeerige mede- 
deeling van voornemens en inzichten men prijs stelde. 

Heeft de samenstelling van dit overzicht veel tijd gekost, wij 
vertrouwen daarmede een nuttig werk te hebben gedaan : wij 
mochten niet volstaan met in den overvloed der desiderata op 
het gebied der Nederlandsché historiografie losse grepen te doen, 
en het onder den indruk van een oogenblik wellicht gegrepene 
Uwer Excellentie ter uitvoering aan te bevelen. Wij vertrouwen 
thans voor onze toekomstige werkzaamheden een steviger grond- 
slag te hebben gelegd, dan het besluit van een oogenblik ooit 
zou hebben kunnen opleveren. 

Gredurende de bewerking van ons overzicht meenden wij ons 
in het algemeen van het aanbevelen van bepaalde uitgaven nog 
te moeten onthouden. Slechts zeer dringende redenen konden 
ons bewegen, reeds in dit stadium van onzen arbeid bepaalde 
adviezen tot uitgave aan Uwe Excellentie te richten, en dan 
nog moest het uitgaven gelden, waarvan wij zeker waren, dat 
zij in ons overzicht een plaats zouden verkrijgen en zouden 
behouden. Een dringende reden scheen aanwezig, om onzen 



46 

secretaris aanstonds aan een publicatie te werk te stellen: 
immers hij was, in verband met de instelling onzer Commissie, 
opzettelijk van zijn vroegere ambtsplichten ontheven. Derhalve 
hadden wij de eer, onder dagteekening van 2 Januari 1903, 
Uwe Excellentie te verzoeken, aan onzen secretaris de bewerking 
te willen opdragen eener reeks Gedenkstukken der algemeene 
geschiedenis van Nederland na 1795, welke in acht, uiterlijk 
negen deelen, de voornaamste onuitgegeven documenten der 
algemeene landsgeschiedenis van 1795 tot 1840 zou moeten 
bevatten. Uwe Excellentie ging tot deze opdracht over onder 
dagteekening van 19 Januari 1903. Ten behoeve dezer uitgave 
zijn thans onderzocht: 

verschillende bestanddeelen van het Algemeen Rijksarchief, 
van de Koninklijke Bibliotheek en van de Bibliotheek der 
Rijksuniversiteit te Leiden; 

verschillende bestanddeelen der Archives Nationales te Parijs ; 

de archieven der Fransche Ministeriën van Buitenlandsche 
Zaken (over het tijdperk 1785—1810) en van Oorlog; 

verschillende bestanddeelen van het Public Record Office, en 
eenige documenten in het India Office te Londen ; 

verschillende bestanddeelen van het Staatsarchief te Berlijn 
(over het tijdperk 1795—1813) ; 

het Huisarchief te Charlottenburg ; 

het Staatsarchief te Marburg ; 

de papieren van Rutger Jan Schimmelpenninck (op het kasteel 
Nyenhuis in Overijsel); 

de papieren van Gerard Brantsen (op het kasteel de Zyp bij 
Arnhem) ; 

de papieren van Van der Palm (in het bezit van Mr. D. Beets 

te Zeist) ; 

terwijl het aangevangen onderzoek wordt voortgezet in: 

verschillende bestanddeelen van het Algemeen Rijksarchief 
en van de Koninklijke Bibliotheek; 

het archief van het Departement van Justitie te 's-Graven- 
hage ; 

het Huisarchief van H. M. de Koningin ; 



47 

de papieren van Gogel (in het bezit van den heer J. M. 
Burger te IJotterdam) ; 

de papieren van Hendrik Fagel (op den huize Avegoor onder 
EUekom) ; 

de papieren van Willem Fredrik Roëll (in het bezit van Jhr. 
Mr. J. Roëll te 's-Gravenhage) ; 

en eerlang het onderzoek zal kunnen aanvangen van : 

de archieven bewaard bij het Kabinet der Koningin ; 

de papieren van Maarten van der Goes (in het bezit van 
Mevrouw de Douairière Baronnesse Van der Goes van Dirx- 
land te 's-Gravenhage) ; 

de papieren van Ocker Repelaer (in het bezit van Jhr. O. J. 
A. Repelaer van Driel te 's-Gravenhage). 

Omtrent den toegang tot eenige andere particuliere verzame- 
lingen worden nog onderhandelingen gevoerd. Over het geheel 
werd, wij vermelden het met groote dankbaarheid, de meest 
voorkomende medewerking ondervonden. 

De voorbereiding der uitgave is thans zoover gevorderd, dat 
in 1904 het eerste deel kan worden ter perse gelegd, en wij 
hebben gegronde hoop, dat de uitgave binnen vijf of zes jaar 
zal kunnen afloopen. 

Een dringende reden scheen ons mede een oogenblik voor- 
handen, om nog eene andere uitgave, waarvan wij zeker waren, 
dat zij in ons overzicht een plaats zou behouden, bij Uwe Excel- 
lentie ter uitvoering aan te bevelen. Het betrof het onderwerp 
der kerkgeschiedenis van Zuid-Afrika. Het documenteeren van 
dat gedeelte dezer kerkgeschiedenis, dat tot 1806 loopt, maakte 
reeds deel van ons overzicht uit, toen iemand zich bij ons aan- 
bood om onder ons toezicht de gansche kerkgeschiedenis van 
Zuid-Afrika te documenteeren. Het gelukken eener dergelijke 
onderneming, waarvoor de stof uit Zuid-Afrikaansche en Neder- 
landsche archieven moet worden bijeen verzameld, scheen zoozeer 
afhankelijk van de bereidwilligheid, die men zou ontmoeten, 
ona voor het bijeenbrengen der bronnen een reis naar Zuid- 
Afrika te ondernemen (een bereidwilligheid, waarvan thans 
verzekering gegeven werd), dat wij geen vrijheid vonden het 
aanbod tot het bezorgen eener uitgave, die wij zeer gaarne zouden 
zien tot stand gebracht, ter zijde te leggen op grond, dat ons 
overzicht nog niet tot den druk gereed was. Wij bevalen dus 
bij schrijven van 19 September 1903 Uwer Excellentie aan, den 



48 

aanvrager het bezorgen der gansche uitgave mogelijk temaken, 
en het eerste deel (dat tot 1806 zou loopen) te doen verschijnen 
in de reeks der Rijks Geschiedkundige Publicatiën. Doch eer 
op dit ons schrijven Uwer Excellentie's beschikking was ont- 
vangen, bleek het, dat den aanvrager reeds van andere zijde de 
noodige fondsen ter uitvoering van zijn voornemen ruimschoots 
ter beschikking waren gesteld, en tevens, dat hij verbintenissen 
had aangegaan, waarvan het onzeker was, of zij zich met de 
verplichtingen, welke hij als bewerker eener Rijks Geschied- 
kundige Publicatie op zich zou hebben te nemen, zouden 
verdragen. In deze omstandigheden hebben wij, onder dag- 
teekening van 20 November 1903, ons aanvankelijk voorstel 
ingetrokken. 

Wij hadden de eer, op een door Uwe Excellentie onder dag- 
teekening van 31 Januari 1903 aan ons gericht verzoek, den 
21sten Maart daaraanvolgende een advies uit te brengen over 
een aanvrage van Prof. Willem de Vreese te Gent, om subsidie 
voor de uitgave zijner Bibliotheca Neerlandica Manuscripta. 
Wij konden Uwe Excellentie aanbevelen, deze aanvrage, onder 
zekere voorwaarden en voor zekeren termijn, te bewilligen. 

Art. 4 onzer instructie draagt ons bestuur op, ter voorberei- 
ding van adviezen tot uitgave aan Uwe Excellentie, bepaalde 
ontwerpen van uitgave aan de vergadering voor te leggen. Art. 
8 bepaalt, dat dergelijke ontwerpen evenzeer door leden buiten 
het bestuur kunnen worden ingebracht. Daar nu evenwel bij 
de samenstelling van het ontwerp tot de uitgave van Gedenk- 
stukken der algemeene geschiedenis van Nederland na 1795 
gebleken was, dat reeds de goede redactie van een ontwerp, 
toegelicht gelijk art. 6 der instructie het voorschrijft, reizen 
noodzakelijk maken en daarmede kosten veroorzaken kan, kwam 
het onzer Commissie gewenscht voor, dat al zulk gebruik van 
de bevoegdheid in art. 4 (resp. 8) aan bestuur en leden toege- 
kend, als kosten veroorzaken moet, niet geschiede dan in gemeen 
overleg. Immers wanneer v66r het indienen van een ontwerp 
reeds uitgaven gedaan zijn, die dus bij verwerping van het 
voorstel nutteloos zouden worden, staat men bij de beoordeeling 
niet vrij meer. Onze Commissie heeft hierin voorzien door den 
208ten Januari 1903 een huishoudelijke regeling te treffen, die 
voorschrijft, dat eer door bestuur of leden van de bevoegdheid, 
hun in art. 4 (resp. 8) der instructie toegekend, wordt gebruik 
gemaakt (m. a. w. eer een voorstel, zoo in bijzonderheden toe- 
gelicht als art. 6 der instructie het voorschrijft, ter vergadering 
wordt ingebracht) de vergunning der vergadering moet zijn 
verkregen, om de bron omtrent wier uitgave men een voorstel 
indienen wil, met het oog op de wenschelijkheid en mogelijkheid 



49 

harer uitgave te onderzoeken. Krachtens de bepalingen van dit 
huishoudelijk reglement verkreeg het bestuur aenl5den Decem- 
ber 1903 de vergunning tot het prepareeren van voorstellen 
betreffende de volgende uitgaven (alle in het Overzicht nader 
omschreven): Excerpta Romana, Excerpten uit vreemde kronie- 
ken, Levantsche Handel, Amsterdamsche Bank en Beurs. 

De klerk van het Rijksarchief, F. W. Ross, die den secretaris 
door den Algemeenen Rijksarchivaris als hulp was toegevoegd, 
kweet zich van zijne taak met ijver en tot tevredenheid van 
zijn superieur. Niet minder valt over de toewijding van J. P. 
van Munster te roemen, die, na de verhuizing van het Rijks- 
archief naar het gebouw aan het Bleyenburg, als losse schrijf- 
kracht werd aangenomen. Te zamen hebben zij op aanwijzing 
van den secretaris die copieën vervaardigd, waaraan bij de 
uitgave der Gedenkstukken het eerst behoefte zal zijn. Voorde 
copieën, uit Parijs en elders uit het buitenland ontboden, moest 
natuurlijk van de diensten van buitenlandsche copiïsten worden 
gebruik gemaakt. 

De Commissie van Advies voor ^s Rijks 
Geschiedkundige Publicatienj 

Th. H. f. van Riemsdijk, 

Voorzitter. 



H. T. COLENBRANDEB, 

Secretaris, 



h'Gravenhagej 31 Dec. 1903. 



(1903) 



50 



Het Ryksarchief in NoordbrabanU 

I. Gebouwen en meubelen. 

De toestand van de bewaarplaatsen zoowel als van het 
dienstgebouw is in hoofdzaak zeer goed. Alle lokaliteiten zijn 
volmaakt vochtvrij. Lucht en, bijna overal, ook licht hebben 
voldoenden toegang. De afstand van de werkkamers tot de 
bewaarplaatsen is volgens redelijke eischen. Groote bezwaren 
over de inrichting in de hoofdzaken zijn er niet. 

Natuurlijk zijn er, zooals overal, enkele gebreken. Voor zoover 
aan deze is tegemoet te komen, geschiedt dit geleidelijk. Zoo is 
bij het bestek der onderhoudswerken voor 1904/5 gerekend op 
het aanbrengen van lichtramen op den voorzolder en in de 
kelders, en zal bij een volgende gelegenheid ook ter verbetering 
van het licht op de vestibules wel het noodige gedaan worden. 
Zoo wordt geleidelijk voortgegaan met de vervanging door 
helder glas van het veel licht benemende matglas in den noord- 
oost-gevel. De omstandigheid, dat de lokalen der provinciale 
griffie bij de verbouwing daarvan circa IV2 Meter dichter bij 
dezen gevel gesteld zijn dan vroeger, maakt de bedoelde ver- 
vanging nog meer dan voorheen noodig. Hetzelfde geldt voor 
het wit verven der muren aldaar, waartoe het bovenbedoeld 
bestek ook gelegenheid geeft. 

Van het zij-depót zijn vooral de onderste 3 galerijen misdeeld 
aan het in een archiefdepót toch zoo ruim noodige licht. Dit 
gebrek is veroorzaakt door de geringe breedte der straat aldaar 
(slechts even 3 Meter), waaraan tegenover den geheelen gevel 
van ons zij-depót een gebouw staat dat tot de gootlijst bijna 
10 Meter hoog is. Wel zijn in het afgeloopen jaar de zoldering 
en de wanden van dat dep6t op alle verdiepingen zuiver wit 
geverfd, evenals de vloerbalken en -roosters. Doch het gebrek 
was daarmede niet weg te nemen, slechts eenigszins te ver- 
minderen. Het blijft een ernstig bezwaar opleveren. En daarbij 
komt nog dat de toestand daar bovendien een niet gering te 



51 

schatten brandgevaar oplevert, wijl onze gevel daar niet minder 
dan 25 lichtopeningen heeft, zoodat een uitslaande brand bij 
dien buur voor ons noodlottig zou worden. 

Een ander niet gemakkelijk te verhelpen gebrek is, dat de 
gebouwen niet door ééne, doch door twee centrale verwarm- 
inrichtingen moeten bediend worden, en dat eene van deze, 
zooals ik in mijn vorig verslag aanwees, het bezwaar oplevert 
der verspreiding van hinderlijke en voor de gezondheid nadeelige 
fijne stofdeeltjes. 

Een conciërge-woning is sinds den aanvang van de boven- 
bedoelde verbouwing der griffie-lokalen niet meer aan ons 
Archief verbonden. Toen die verbouwing gereed was en de 
nieuwe woning van den conciërge der griffie door hem was 
betrokken, is aan mij de vraag onderworpen of zijn vroegere 
woning aan de Waterstraat, ten oosten der nieuwe griffie- 
gebouwen, welke dus vrij kwam, niet voor onzen conciërge ware 
aan te wijzen. Ik heb gemeend niet toestemmend te mogen 
adviseeren. Beschikbaarstelling toch van een ambtswoning voor 
den conciërge moet, meen ik, ten doel hebben de beste gelegen- 
heid te scheppen tot voortdurend toezicht op 's Rijks verzame- 
ling en gebouw. 

Zulk een gelegenheid biedt een huis, liggende heel aan 
gindsche zijde der griffie-gebouwen, beslist niet. Bedoeld huis, 
liggende op den uitspringenden hoek van het complex dier 
gebouwen en daarmede van ouds in directe verbinding geweest, 
is echter als aangewezen voor de bewaking dier gebouwen, en 
werd daarvoor door Gedeputeerde Staten, naar ik vernam, dan 
ook blijvend begeerd. 

Ik adviseerde dus het oude conciergehuis der provinciale 
griffie niet tot conciergerie van ons archiefgebouw te maken, 
maar liever, met het oog op de bewaking van onze gebouwen, 
een ander pand of terrein in de onmiddelijke nabijheid van 
het Archief te bestemmen. In dezen geest is daarna ook de 
beslissing gevallen. De pogingen tot verkrijging van de gelegen- 
heid tot inrichting eener Archief-conciergerie vlak bij of tegen- 
over onze gebouwen worden nog voortgezet. 

Ten aanzien van het meubilair kan ik vermelden, dat voor 
de groote bureauramen aan de Waterstraat zonneschermen zijn 
aangeschaft, en aan de binnenzijde Lancaster-rolgordijnen. 

II. ReddingS' en bluschmiddelen. 

Deze geven dit jaar geen aanleiding tot mededeelingen en 
opmerkingen. Het onderzoek had geregeld plaats. Daarbij is 



52 

alles steeds in orde bevonden. Voor aanvulling bestond geen 
aanleiding. 

III. Toestand der verzamelingen, 

Aan de hierna te vermelden regeling der archieven van de 
Commissarissen des Konings van 1862 — 1879 ging een grondige 
verbetering van den verzorgingstoestand daarvan gepaard. Het 
aantal vervangen portefeuilles bedroeg daarbij bijna 800, waarin 
weder rugbordjes zijn aangebracht. 

De verzorging van het door brand geteisterde archief van 
Grave is voortgezet. Voor de droging moesten de op latten 
uitgespreide stukken gekeerd, en gedeeltelijk nog meer uiteen 
gelegd worden. Eenmaal goed droog, zijn zij herhaaldelijk 
gereinigd. De losgeraakte bladen der banden, voor zoover nog 
bijeen gebleven of weder bijeen gezocht, zijn daarbij met kruis- 
.touwen samengebonden. Een klein gedeelte is gecartonneerd. 

Ook dit jaar zijn weder vele banden der schepenprotokollen 
van den Bosch, welke uitgeleend werden, hersteld. 

De protokollen van Almkerk zijn alle herbonden. Ook twee 
van Engelen. Eveneens verscheiden oude burgerlijke stands- 
registers van verschillende gemeenten. 

Aan het inbinden van tijdschriften en boekwerken is geregeld 
de hand gehouden. 

IV. Ordening en inventarisatie. 

De regeling van het archief der Commissarissen) des Konings 
in Noordbrabant uit de jaren 1850 — 1879, die ik in 1902 heb 
onderhanden genomen en die aan het eind van dat jaar gevor- 
derd was tot het jaar 1862, is onverpoosd voortgezet. In het 
vorige jaarverslag sprak ik de verwachting uit het tot 1869 
voltooid te zullen krijgen, voordat de griffie -archieven van na 
het jaar 1850 naar het nieuwe archieflokaal der provinciale 
griffie overgebracht en aan de ambtenaren daarvan in beheer 
teruggegeven zouden worden. 

Deze verwachting is niet beschaamd, doch zelfs overtroffen. 
Want in den loop van den zomer kon ik aan de Gedeputeerde 
Staten melden dat het werk geheel voltooid was tot het 
jaar 1879. 

Evenzeer volgens de verwachting is in den loop van 1903 
het nieuwe archieflokaal inderdaad door het Provinciaal Bestuur 
aanvaard en in gebruik genomen. De archieven van na de jaren 
1869 (archief van Gedeputeerde Staten) en 1879 (archief van 
den Commissaris) en de gedeelten der oudere griffie-archieven 



53 

welke nog ter griffie aanwezig waren (o. a. de dossiers van de 
notulen, rapporteursverslagen, enz. van de zittingen der Provin- 
ciale Staten) zijn geleidelijk in dat lokaal overgebracht. Zelfs 
die van v66r het jaar 1851, welke feitelijk behooren tot de 
onder onze berusting blijvende archieven en welke men dus 
eenvoudiger rechtstreeks naar ons depot had kunnen brengen 
in ruil voor hetgeen van ons was terug te nemen. Intusschen 
werd mij bericht, dat men niet dadelijk gelegenheid had om 
de archieven van vóór de jaren 1870 en 1880 mede op te nemen, 
zoodat ik dit tot den aanstaanden zomer moest verschuiven, 
en intusschen in het bestaande ruimtegebrek in ons gebouw 
mij zoo goed mogelijk moest zien te schikken. 

Nu had ik den tijd, dat dit uitstel duren moest, kunnen 
besteden om de dossiers nader te regelen die, zooals ik in het 
vorige verslag duidelijk trachtte te maken, bij het aanbrengen 
der algemeene chronologische orde moeten overblijven : de dikke 
pakken dus van stukken over één onderwerp, die, als samen 
het antwoord vormende op een circulaire, niet in de serie passen ; 
de verzamelingen van stukken, rapporten, berichten, brieven, 
enz. over één enkel onderwerp (een watersnood, een veeziekte, 
enz ), welke niet geagendeerd zijn, doch samen een geheel 
vormen; de verdere ongeagendeerde stukken; de geheime corres- 
pondentie; de bundels van hulpmiddelen bij de administratie, 
kopieën van instructies enz. ; de pakken maand- en jaarstaten 
over bijzondere onderwerpen enz. enz. De regeling van dezen 
staart van het hoofdarchief der Commissarissen is voorzeker 
ook zeer gewenscht en nuttig, doch er waren vooreerst andere 
dingen te doen. 

Evenals in 1902 zijn er ook in 1903^ bij het werk weder tal 
van stukken (meest agendanummers) van het archief van de 
Gedeputeerde Staten voor den dag gekomen. Deze dienden, toen 
de toevloed voorgoed was opgehouden, allereerst op hun plaats 
te worden gebracht Toen dit was afgeloopen besloeg de chrono- 
logische serie der correspondentie en besluiten van het coUegie 
drie volle kasten van vijf planken meer dan te voren. Hieruit 
blijkt voldoende van hoeveel belang deze arbeid was en dat hij 
niet uitgesteld mocht worden. Immers bij de onderzoekingen in 
dat archief werd reeds te dikwijls gestuit op het ontbreken van 
stukken, welke volgens de Agenda's of Resolutieboeken aanwezig 
moesten zijn. 

Laat ik hierbij voegen dat er nog zeer veel blijft ontbreken. 

Na afloop van deze werkzaamheden aan de nieuwe archieven 
heb ik het door den brand van 3 october 1902 zoo deerlijk 
geteisterde oude stadsarchief van Grave nader onderhanden 



54 

genomen, dat, zooals ik verleden jaar mededeelde, in ons depot 
is onderdak gebracht. Dit werk moet, bij het bestaande ruimte- 
gebrek, op den zolder geschieden, waar dat archief na de op- 
neming, gelijk vroeger vermeld, is gedroogd en gereinigd, en 
waar het daarna in de er aanwezige rekken een voorloopige 
bewaarplaats gevonden heeft. Daar kan het werk slechts gedaan 
worden in het zachtere jaargetijde. Daar het bewerking van 
oude gemeentelijke archieven betreft, zal ik te zijner plaatse 
van de vorderingen nader verslag doen. Hier vermeld ik het 
slechts ter verklaring waarom de regeling van den appendix 
der chronologische serie van het archief der Commissarissen 
des Konings vooreerst moest worden verschoven. 

Op denzelfden grond maak ik hier pro memorie melding van 
mijne verdere werkzaamheden in het afgeloopen jaar voor de 
oude lokale archieven mijner provincie, waarvoor weder het tot 
archief bezoek in de gemeenten meest geschikte najaar voorna- 
melijk moest worden gebruikt. Ook daarover doe ik in het 
onder hoofdstuk IX hierna bedoelde afzonderlijke verslag mede- 
deeling. 

In den loop van het jaar heb ik weder een aantal der protokol- 
banden van de schepenbank van 's-Hertogenbosch op de, het 
vorige jaar door een voorbeeld kenbaar gemaakte, wijze beschre- 
ven. Thans betrof dit de banden 144—163, 184---197, loopende 
over de jaren 1533 — 1542 en 1551 — 1556, benevens band n». 9, 
loopende over 1400/1401. Te zamen alzoo 35, tegenover in het 
vorige jaar 27. Bovendien echter heb ik de beschrijving van 
sommige nog eens herzien. De bewerking geschiedt naarmate 
de banden naar elders werden uitgeleend, d. i. voor beide reek- 
sen in volgens de nummers teruggaande of omgekeerde orde. Van 
de verleden jaar beschreven banden waren de nummers 183, 182, 
181 enz. en 203, 202 enz. het eerst gegaan. Toen de gebruiker 
der tweede serie in het laatst van het jaar tot n». 183 gevorderd 
was, kwamen voor hem dus de banden weder ter hand welke 
verleden jaar het eerst beschreven waren. Daarvan is nu ge- 
bruik gemaakt om de bij den voortgang van het werk opgedane 
ondervinding en verkregen kennis omtrent de samenstelling, de 
wijze van registratuur, de beteekenis van merken, bij- en onder- 
schriften, de namen der secretarissen enz., toe te passen. Bij het 
geleidelijk voortschrijden van dit werk, wordt hiermede de ge- 
lijkmatigheid in de beschrijving bevorderd. 

Op gelijken voet en door gelijke aanleiding heb ik verder 
nog 5 protokol-banden van Eindhoven beschreven, loopende over 
1509—1511, 1538— 1547, 1548-1554, 1569—1582 en 1582-1591, 
bevattende resp. 1, 2, 1, 3 en 2 protokollen. De beschrijving 



55 

van de laatste 2 banden lasch ik als proeve der bewerking 
hier in : 

Protokol-band van Eindhoven, 

bevattende drie schepenprotokoUen van Eindhoven, n.l. r 

a. Een protokol van den secretaris Henrick Symons, loopende 
van diens optreden in januari 1581 tot in juli 1582 (met nog 
eenige latere akten, o. a. van 1586) ; bestaande in 49 bla- 
den, een titelblad en twee ingehechte bladen met een 
klapper. 

6. Een protokol van den secretaris Comelis HehemanSf 
loopende van november 1570 — 11 mei 1580 (achterin nog 
twee akten uit 1577, kopie van een idem uit 1572, een 
magistraats-ordonnantie uit 1588 en kopie van een nota- 
rieele akte uit 1644) ; bestaande in 153 bladen, van ouds 
genummerd 1 — 153, een titelblad (op den rug waarvan 
nog een akte van 31 januari 1571), en een tafel op 10 
ongenummerde bladen. 

c. Een protokol van den secretaris Floris van Waelren, 
loopende van 16 mei 1569 tot in october 1570 (aan het 
eind kopie van een akte van 1568) ; bestaande in 35 bla- 
den, van ouds genummerd 1 — 36 (zijnde het getal 31 
overgeslagen), en een klapper op twee bladen, waarvan 
het eerste tevens titelblad is. 

Bij het samenbinden zijn voorin twee, en is achterin 
één schutblad ingevoegd. 

Aan fol. 20 van het eerste protokol is een notitie vast- 
gespeld; tusschen 27/28 van het tweede ligt een losse klad- 
akte van 25 april (zonder jaar), tusschen 96/97 een losse 
notitie ; tusschen 54/55, 58/59 en 123/24 van hetzelfde pro- 
tokol zijn strooken papier, waarop akten, vastgehecht; 
terwijl in het derde protokol achter fol. 11 één, in het 
tweede achter fol. 138 mede één, en achter 153 een tweetal 
kopieën van akten is ingenaaid. 

De navolgende bladen zijn in blanco: 

17 verso en 36 van het derde protokol ; 26—49 van het 
eerste, behoudens dat nog één akte is geschreven op fol. 31 
recto, één op fol. 34 recto, één op fol. 46 verso en 47 recto. 

Gebonden in bruin leder, geribd (oorspronkelijke band). 



PratokoKbaad tui EindhOTen, 

Bamengeeteld uit: 

!•. Twee schepenprotokolleii van Eindhoven, gehouden door 
den secretaria Willem van Loon (QuilUlinus Lonm»), be- 
vattende akten over de tijdvakken 17 november 1682—9 
november 1587, en 11 januari 1586—19 october 1591 ; 



Bij den titel van het eerste protokol, luidende: 

„Prothoeoll van Eyndonen beifiimeBde inden jaere 
X\% ende LXXXIII", is met een latere hand bijgeschre- 
ven „Beeckreven bij Loneum bekoudetijck diuerache atucicen in 
papieren bevonden naerderhandt ten boecke gesteell bij Rtjt- 
hoüium", waarna in nog later sdirift weer volgt: „te duer 
Ujl dienaer van Lonem (bic) voore". Dit bijschrift heeft blijk- 
baar betrekking op de beide protokollen. Het tweede 
schijnt oorspronkelijk slechts tot fol. 162 te hebben 
geloopen, terwijl ook in het vroegere gedeelte toch wel 
bladen zijn bijgevoegd (zie onder). 

Het eerste protokol bestaat in 28 bladen, genummerd 
1—8, 9, 9, 10—22, 23, 23, 24—26, terwijl tuaschen fol. 8 
en 9a is aangehecht een ongenummerd blad, waarop een 
onderteekend contract d.d. 18 juli 1583, en tusschen 21 en 
22 twee brieQes zijn gestoken van de loten bij een scheiding 
d.d. 18 september 1585. 

Het tweede protokol bestaat in 188 bladen, genummerd 
aldus: 27—52, 53 (dertienmaal herhaald), 54-162, 163 
(vijfmaal herhaald), 164 — 198. Sommige van deze bladen 
zijn van kleiner formaat dan de oorspronkelijke bladen 
van het protokol, enkele hebben vouwen en andere blijken 
van later te zijn bijgevoegd. 

Bovendien zijn niet in de nummering begrepen een 
aantal ook ingeh echte bladen en atrooken. 

Aan het 13'^« der met het getal 53 genummerde bladen 
(53n), zelf een bijgevoegd blad met een schei dings-akt« 
d.d. 6 april 1587, zijn twee daarbij behoorende briefes 
van getrokken loten gehecht. 

Tusechen fol, 82 en 83 is een kwitantie d.d. 16 maart 
1591 ingebecht. 



57 

Fol. 100 (bijgevoegd) bestaat in een blanco blad, waaraan 
een beschreven dito is vastgespeld. 

Aan fol. 133 is een kwijting d.d. 10 maart 1607 gespeld. 

Tusschen fol. 154 en 155 is een orderbrie^e gehecht dd. 
13 januari 1592. 

Tusschen fol. 162 en 163a is een blad ingehecht met de 
registratie van een geappointeerd rekwest om boedel- 
scheiding bij loting d.d. 22 januari 1589, waarbij gevoegd 
zijn de lotingsbrie^es. 

Aan fol. 163a, ook zelf biigevoegd en een scheidings- 
akte bevattende d.d. 22 december 1590, zijn de drie lotings- 
brieQes vastgehecht. 

De folia 1636— 163e bestaan in twee ineengehechte 
vellen van andere, papiersoort (ook bijgevoegd), waartus- 
schen gehecht zijn een blaadje met een scheidingsakte 
dd. 4 april 1593 en een strookje met een toevoeging tot 
een scheidingsakte. 

De folia 164—173 zijn alle bijgevoegd; 169 heeft als 
buitenblad gediend en draagt op de keerzijde twee op- 
schriften, nl. bovenaan: „Evictiëii ende verhueringe 
brieyen Eijjndh/' en aan den rand: „Oude evictiën ende 
procuratiën van Eyndhoven"; tusschen 172 en 173 is een 
relaas van den groenroede van den-Bosch d.d. 14 mei 
1589 ingehecht. 

Tusschen fol. 182 en 183, beide evenals 180 en 181 
almede bijgevoegd, is nog een gedeelte van een nog 
kleiner blad mede ingehecht, waarop de minuut van 
een akte. 

Achter fol. 198 volgen nog twee vellen, waarvan telkens 
het eerste blad nog eens het no. 198 heeft gekregen en 
het tweede blad ongenummerd bleef; waarna nog volgt 
een, weder 197 genummerd, blanco blad, dat vroeger 
blijkbaar als omslag gediend heeft en op den achterkant 
twee opschriften draagt: „Evictiën den prothocolle van 
Eyndhouen toebehorende'' en „Evictiën tot den protho- 
colle yan Eyndhouen". 

De klapper beslaat tien (ongenummerde) bladen, waarop 
onmiddelijk fol. 1 van de protokollen volgt. 

Dat folium is het titelblad van het eerste protokol, 
waarop ook nog een formulier is geschreven voor een 
akte. 

Fol. 27 bevat enkel den titel van het tweede protokol. 

De folia 58, 140—142, 163d en 163e, 168, 169, 173, 174, 
179, 180, 187, 193 en 197 zijn geheel in blanco, andere 



n 



58 

bladen slechts aan een zijde of voor een klein gedeelte 
beschreven. 

Bij het inbinden in geribd bruin leder (oorspronkelijke 
band) zijn vóór en achter twee schutbladen bijgebonden. 



Van de oude rechterlijke archieven heb ik verder nog het 
gerechtsarchief der oud>Hollandsche heerlijkheid Almkerk ge- 
ordend en geheel beschreven. 

De adjunct-commies mr. Ebell nam het zeer omvangrijke 
archief der schepenbank (en daaraan in 1803 opgevolgde civiele 
rechtbank) van Tilburg & Goirle ter .hand. Dit was noodig 
met het oog op de gelijktijdig ondernomen regeling van het 
oude dorpsarchief dier heerlijkheid, waarmede door het ge- 
meentebestuur belast is de heer M. H. van Visvliet, oud-archi- 
varis van Middelburg en commies-chartermeester bij 's Rijks 
archief in Zeeland op non-activiteit. De heer Ebell heeft aller- 
eerst de talrijke protokollen alle beschreven ; ook de losgeraakte 
voor zoover de katems en bladen daarvan bij mijne vroegere 
sorteering waren teruggevonden tusschen de losse minuutakten, 
rekwesten, inventarissen, verkoopcedulen, boedelpapieren enz. 
Met het nader sorteeren van deze losse stukken en der dossiers 
en liassen van de processtukken en boedelrekeningen is hij reeds 
een goed eind gevorderd. Voor zooveel het bureauwerk, de 
beschrijving van aanwinsten, de in te stellen onderzoekingen 
en levering van afschriften hem tijd laten, gaat hij met de 
ordening onverpoosd voort. 

In het begin van het jaar hebben wij gezamenlijk een tijd- 
lang gewerkt aan het onderzoek en de beschrijving der collecties 
kaarten, plattegronden en gezichten, waarvoor wij eenigen tijd 
te voren de belangrijke aanwinst hadden gedaan, waarvan ik 
in het vorige jaarverslag uitvoerig mededeeling deed. En in 
het laatst van het jaar is mr. Ebell een tijd geheel bezigge- 
houden door het onderzoek, de regeling en beschrijving van 
een groot aantal bescheiden. 

Deze waren door mijn ambtgenoot te Maastricht voorloopig 
onderzocht en bestemd om, na bepaling van hun inhoud en 
verband, aan ons depot te worden overgedragen voor zoover zij 
hierin bleken te behooren. Zij waren grootendeels afkomstig 
uit Roermond. Mijn collega en ik spraken af dat het verdere 
onderzoek hier geschieden zou. Het grootste deel toch scheen 
nog te behooren tot de verzameling oorkonden, afkomstig van 



59 

het Jezuïeten-college te 's-Hertogenbosch, welke ik vroeger van 
den toenmaligen Rijksarchivaris te Roermond heb overge- 
nomen (1). De bepaling of de verschillende stukken al of niet 
tot de oorkonden van het collegie behooren (waarbij die van 
verschillende andere kloosters bewaard zijn) kon dus beter 
hier geschieden dan te Maastricht. 

Na ontvangst der stukken hebben wij allereerst de lijst ver- 
geleken, te Maastricht voorloopig opgemaakt. Deze summiere 
lijst bevatte bijna 100 nummers, dus aanmerkelijk meer dan 
de mededingen bij het jaarverslag van mijn ambtgenoot over 
1901 (2) mij hadden doen vermoeden. En er was zelfs nog 
meer dan op de lijst stond. Ook had een hierop door ons 
gevoerde correspondentie ten gevolge dat mij nog andere 
stukken, deels ter aanvulling, deels ter vergelijking, zijn toege- 
zonden, en dat mij nog andere zijn toegezegd zoodra mijn 
collega daarover de vrije beschikking zal hebben verkregen. 

Aan het eind van het jaar was het onderzoek nog niet zoover 
gevorderd dat het proces-verbaal kon worden opgemaakt, zoodat 
de aanwinst feitelijk in het nu loopende jaar valt. Intusschen 
vloeit een zoo belangrijke aanvulling van den inventaris van 
1893 er uit voort, en wordt op vele daarin opgenomen stukken 
nu, bijzonder door de aanwezigheid bij deze aanwinst van oude 
lijsten der Jezuïeten van hunne bezittingen kort vóór 1629, 
zooveel meer licht geworpen, dat aan de definitieve beschrijving 
dezer aanwinst een geheele herziening en omwerking van dien 
inventaris noodwendig gepaard zal moeten gaan. 

Voorloopig vinde een summier overzicht van de aanstaande 
aanwinst hier een plaats. Het zijn: 

A. Oorkonden en bescheiden betrekking hebbende op het 
Jezuieten-Collegie te 's-Hertogenbosch, het klooster Annenborg 
van Rosmalen en het Bogarden-conwent te 's-Hertogenbosch. Zij 
betreffen : 

I. a. De stichting en toelating der Jezuïeten te 's-Hertogen- 
bosch; de overname der Latijnsche school van het 
kapittel van Sint- Jan; hun begiftiging met j aarlij ksche 
inkomsten; hun bedrijf aldaar. 

6. De kanunniksprebende te Oedenrode, waarmede de 
Jezuïeten in Den Bosch waren begiftigd. 



(1) Zie den inventaris, als bijlage van het jaarverslag over 1893, in 
Archiefverslagen XVI, blz. 125—170. 

(2) Archiefverslagen XXIV, blz. 534-537. 



60 

c. Beurzen, waarvan de collatie, of het advies bij de 
collatie, aan het Bossche collegie was opgedragen. 

d. Goederen der Bossche Jezuïeten te Sambeek en elders 
iü het Land van Kuik, misschien verkregen door de 
opname van eenen Jan Verhaech in het collegie (waarbij 
o. a. gevoegd is een wij brief van Henricus van der 
Haghen tot diaconus dd. 6 april 1538). 

e. Verschillende goederen, en renten of cijnzen, door het 
bedoelde collegie in de stad en de Meierij van Den 
Bosch of daarbuiten bezeten. 

II. Verschillende goederen, afkomstig van het klooster Annen- 
borg, eerst te Rosmalen later in Den Bosch gevestigd, 
welks bezit in 1609 onder opschortende voorwaarde aan het 
Jezuïeten-collegie werd afgestaan. 

III. Idem afkomstig van het klooster der Bogarden te 's-Herto- 
genbosch, welks bezittingen in 1588 onder voorwaarde als 
boven aan het convent Annenborg waren gekomen en dus 
in 1609 voorwaardelijk mede overgingen aan het Bossche 
Jezuïeten-collegie. 

IV. Het beheer der goederen van het in 1629 opgeheven collegie 
nadat de leden Den Bosch hadden verlaten. 

• 

V. De pogingen tot verkrijging van rechtserkenning of van 
ondersteuning, na 1629 door of voor de voormalige leden 
van het collegie gedaan. 

B. Titels en oorkonden betrekking hebbende op het klooster 
Marienborg op den Uilenburg te 's-Hertogenbosch, Hierbij: 

De oorspronkelijke stichtingsbrief dd. 11 juli 1469, doorstoken 
door den bekrachtigingsbrief van den prins-bisschop van Luik 
dd. 28 juli 1469. 

Staten van inkomsten en bezittingen. 

Ligger van de cijnzen die heer Gisbert de Roy in de vrijheid 
Oisterwijk te heffen placht; aangelegd in 1625 en bijgehouden 
tot 1644. 

Eigendomstitels van vaste goederen, renten, cijnzen, van de 
visscherij in de Gender onder Blaarthem, enz. 

C. Register der in de Meierij van 's-Hertogenbosch gelegen 
leengoederen en der aldaar woonachtige leenmannen, leenroerig 
aan abt en convent van (Sint-Wilbrordt te) Echtemaeken; ver- 
nieuwd in november 1661 en bijgehouden tot 1700, terwijl nog 
eenige latere aanteekeningen zijn bijgevoegd (tot 1713). 



61 

D. Authentieke kopie-translaat dd. 10 augustus 1640 van een 
brief van Keizer Maximiliaan dd. 31 juli 1517, waarbij deze aan 
Geerardt Prouning die men nu heet van Deventer, een wapen ver- 
leent; met opneming van een gekleurde afbeelding van het 
wapen in het midden van den tekst. 

E. Een verzameling perkamenten schepenbrieven van plaatsen 
gelegen binnen de grenzen van de tegenwoordige provincie 
Noordbrabant, wellicht betreffende de goederen later aan de 
kloosters Marienborg, Annenborg enz. en aan het Bossche 
Jezuïeten-collegie gekomen. 

V. Uitgaaf van bescheiden uit het Archief. 

Voor zoover mij bekend is geworden, zijn in het afgeloopen 
jaar geene bescheiden uit onze verzamelingen in druk versche- 
nen, behoudens enkele schepenakten en eenige bladzijden uit 
de leenregisters enz., welke in verhandelingen gebruikt en ge- 
heel of gedeeltelijk afgedrukt zijn. 

VI. Aanvnnsten en verliezen. 

Van de aanwinsten voor de verschillende onderdeden onzer 
verzamelingen, in 1903 verkregen, doe ik weder afzonderlijk 
verslag. 

De schenking van eenige oorspronkelijke oorkonden van Megen 
is mij in den loop van het jaar door den tegen woordigen eigenaar 
toegezegd. Omtrent den inhoud ontving ik geene inlichtingen, 
dan alleen dat men meende dat de stukken het graafschap 
Megen betroffen. Bekend is dat het grafelijksheids-archief van 
Megen indertijd van de voornaamste stukken beroofd is gewor- 
den. Bij drie verschillende gelegenheden zijn er reeds gedeelten 
van in onze bewaring gekomen. Het zou dus niet zoozeer te 
verwonderen ziin wanneer het ook hier weer een gedeelte van 
dat archief gold. Ik heb den goedgunstigen eigenaar dezer dagen 
aan zijn toezegging herinnerd. 

Naar aanleiding van de opneming van het jongste leenregister 
van Geffen, loopende over 1747 — 1794, bij onze verzamelingen, 
heb ik in het afgeloopen jaar nogmaals nasporing gedaan naar 
het oudere, dat nog door wijlen den Bosschen archivaris R. A. 
van Zuylen gebruikt is en volgens zijne opgaaf in 1621 ver- 
nieuwd zou wezen. Tot nog toe kwam ik echter niet op het 
spoor. 

Behalve met hetgeen in bovenbedoeld apart verslag der aan- 
winsten wordt opgenomen, is onze kaartverzameling dit jaar nog 



62 

aanmerkelijk vermeerderd met gedrukte kaarten, plattegronden 
enz. Natuurlijk is ook onze boekverzameling met vervolgwerken 
vermeerderd en met een aantal geschriften betreffende Noord- 
brabant, welke te koop kwamen. 
Verliezen zijn niet geleden. 

VII. Afschrijving van elders berustende bescheiden. 

Van den inventaris van het oude gemeente-archief van Lies- 
hout in 1861/2 opgemaakt door J. L. F. Donkers, denzelfde die ook 
den inventaris van Helmonds oud-archief vervaardigde, heb ik 
het vorige jaar de opzending naar mijn bureau gevraagd, ten 
einde hem te laten overschrijven. Het is een dik deel ; de kopie 
is bijna voltooid. 

VIII. Raadpleging der verzamelingen. 

Het gebruik, van het Archief gemaakt, nam in het afgeloopen 
jaar al weder toe. Vooral dat ten behoeve van het bewijs van 
rechten. Het bedrag, geheven voor de levering van afschriften 
van bewijsstukken, was dan ook hooger dan ooit, en bedroeg 
ƒ 68.90 tegen ƒ 43.60 in 1902. Het werk dat uit de onderzoe- 
kingen voor ons voortvloeit, zooals ik dat in mijn vorige verslag 
aangaf, kwam tot nog toe grootendeels voor rekening van den 
adjunct-commies. In het afgeloopen jaar echter heb ik er een 
groot deel van voor mijn rekening genomen, bijzonder wat de om- 
vangrijkste onderzoekingen tot bewijsvoering in rechten betreft. 
Van die voor wetenschappelijke doeleinden deden wij doorgaans 
vele reeds samen. 

Van de ingestelde onderzoekingen mogen hier weder eenige 
vermelding vmden. En wel in de eerste plaats eenige van 
zuiver wetensohappelijken aard. Zij betroffen : 

Bijzonderheden betreffende Willem wn Oldenbameveldt, als 
gouverneur van Bergen-op-Zoom (met het oog op een, sedert 
verschenen, verhandeling). 

De geschiedenis van Asten (voor een daarover opgezet werk). 

De ouderdom der Hervormde kerk te Heeze, van ouds de 
kapel van Emerik (met het oog op plannen tot restauratie). 

De achterleenen van de baronnie van Breda (voor mededee- 
lingen in een tijdschrift). 

I)e vroegere plannen en opnemingen in verband met het 
project tot scheiding van Maas en Waal, door den luitenant- 
generaal der genie Krayenhoff (voor een werk over die scheiding 
naar aanleiding van hare aanstaande voltooiing door de opening 
van den Nieuwen Maasmond). 



63 

De verleening van stadrechten en vrijheden aan verschillende 
oude plaatsen in deze provincie (voor de aanvulling van een 
exemplaar der historisch-statistische schetskaarten tot een ligger). 

De geschiedenis van Soineren (voor een daarover te schrijven 
werkje of verhandeling). 

De verkeerswegen in de richting van Hoogstraten en Mechelen 
in de vroege ^üddeleeuwen. 

Bijzonderheden betreffende den ingenieur Andries de Roy. 

Sterfte-cijfers in Noordbrabant in de 19de eeuw (voor een 
dissertatie). 

Portretten van Leonardus van Vechel (voor een iconografisch 
werk). 

Een proces uit 1490 over een hoeve te Someren (voor mede- 
deeüngen in een Belgisch tijdschrift). 

De geschiedenis van Nistelrode, 

Idem der Isrcïelietische kerkgemeente te Oisterwijk (met het oog 
op voornemens tot hare instandhouding). 

Van de nasporingen tot bewijs van rechten zijn vermeldens- 
waard die betreffende: 

Het heerlijk jachtrecht van Moergestel, waarover een procedure 
werd aangevangen. 

Idem van Heeze, Leende en Zes gehuchten, een recht van vrije 
warande, waarover een proces werd voortgezet. 

Het jachtrecht van de Middeleeuwsche (van ouds allodiale) 
hoeve Tulden onder Hilvarenbeek, waarover een proces aanving. 

Het eigendomsrecht van het oude kerkhof te Veldhoven, waar- 
over het gemeentebestuur aldaar zeer uitvoerige inlichtingen 
verkreeg. 

Het recht van watertrekken uit de stadsvest te Eindhoven voor 
een aldaar tot administratief doeleinde aangekocht huis, waar- 
over het gemeentebestuur van E. werd ingelicht. 

Het recht van lichtschepping voor een huis te Breda (servituut 
op ^,Het IJzeren Kruis*^ ten bate van „Het Wapen van Brittanje"), 
waarover geschil was ontstaan. 

Een recht van uitweg in den Brand- en Veerpolder te Hooge- 
Zwaluwe. 

Een recht van overweg over het Wijkerzant onder Wijk & 
Aalburg. 

Een recht van voorpoting onder Pettelaar bij den Bosch. 

Het recht tot het hebben van een hut op verkochten gemeente- 
grond van Velp bij Grave. 

Benten geheven ten bate van de Illustre-TAeve-Vrouwe-Broeder- 
schap te 's-Hertogenbosch. 

De onderhoudsplicht van de torenklok en het uurwerk te Llth. 



64 

Niet zeer vele vragen om inlichtingen van zuiver administra- 
tieven aard kwamen dit jaar tot ons. Ik kan vermelden die over : 

De oude waterachapsindeeling in het Land van Heusden en in 
het Land van Altena; 

De vroegere plannen voor een kanaal van Tilburg na>ar den 
Amer; 

De voorwaarden voor een oude gemeenteleening van Sprang, 
welke men wilde gaan con verteeren ; 

De geschiedenis van het besluit van 1819/1825 betrekkelijk 
het bestuur der beurzenstichtingen in de voormalige stad en 
meierij van den Bosch ; 

Een concessie, voor een kanaal in de gemeente Deume inder- 
tijd verleend. 

Van de geslachten waarvan de geschiedenis in het vorige jaar 
is nagespoord, zal ik alleen enkele vermelden, omdat de onder- 
zoekingen voor deze het omvangrijkst waren en ook van onzen 
bureautiid een grooter deel in beslag nemen. Het zijn: Ruysse- 
naars; de Renesse; van-der- Sluse ; Sloet; van-Zuylen; van-Kin- 
schot; van-Son; Reepmaker; van-der-Hulst ; van-Linden 

IX. Bemoeiingen met de lokale archieven in de provincie. 

Als gewoonlijk kan ik weder ten aanzien der hier te vermel- 
den werkzaamheden verwijzen naar het jaarverslag omtrent 
mijne bemoeiingen voor een goede bewaring van gemeente- en 
waterschaps-archieven in mijne provincie, dat ik aan de Gedepu- 
teerde Staten uitbreng. Daarin neem ik de uitkomsten op mijner 
maatregelen tot reconstructie van het oude stadsarchief van Grave. 

Naast het in dat verslag behandelde blijft hier echter nog iets 
te vermelden over, nl. de zorgen, die ik in het vorige jaar heb 
besteed aan verschillende private heerlijkheids-archieven, die ik 
met het oog op de aanvulling der daarin gelegen bewijzen voor 
aangevochten heerlijke rechten tijdelijk onder mijn berusting 
kreeg. ^ 

In de eerste plaats dat van de zeer oude vrije grondheerlijk- 
heid Heeze, Leende en Zes-gehuchten. Hiervan heb ik een groot 
aantal stukken beschreven, verscheiden bundels geregeld en 
ontward. Het archie^e (zooals ik het geheel der titels en be- 
scheiden van den heer eener oude heerlijkheid kortheidshalve 
maar zal betitelen) was immer droog bewaard gebleven en ook 
nogal volledig. Toch zijn door het drukke gebruik van sommige 
gedeelten, door vele verplaatsingen enz., er wel sommige bestand- 
deelen van verdwenen en zijn ook hier, als op zoovele plaatsen, 



65 

van de alleroudste stukken er maar heel weinige bewaard. Ver- 
dwenen zijn helaas ook zeer belangwekkende stukken. Zoo is 
het oudste stuk, een brief van 1172 van Herbertus Dei gratia 
dominus de Heese alleen in simpele kopie van een authentieke 
dito uit het midden der 18de eeuw bewaard gebleven (1). De 
in vestituurs brief voor Diderik van Hoorne, van hertog Jan III 
dd. 12 januari 1338/4, waarbij Heeze ca. als feudum oblatum 
aan Brabant kwam en de heer „Dei-gratia"-af werd (al be- 
kwam of „behield" dan ook de hertog in dit geval niets dan 
zuiver en alleen de manschap) is alleen aanwezig in een kopie 
uit de registers der rekenkamer van Brabant te Brussel van 
meer dan 400 jaren later. De declaratie of het denombrement 
van zijn leen, dat de heer aan den hertog deed in 1440, is 
enkel tegenwoordig door een kopie uit dezelfde Brusselsche 
registers van 1849, en deze wemelt bovendien van fouten, ver- 
oorzaakt door gebrekkige kennis van het Nederlandsch bij den 
kopiist (2). Verschillende brieven en akten, in dit denombrement 
genoemd, zijn zelfs in kopie niet meer aanwezig. Wat echter bij 
een inventarisatie van het midden der 18de eeuw nog aanwezig 
was, dat is ook heden in hoofdzaak nog present. Volgens dien 
inventaris heb ik zooveel mogelijk de orde in het archie^e 
hersteld, welke door ondeskundige behandeling ernstig was ver- 
broken. De jongere bescheiden sluiten daarbij aan. Intusschen 
heb ik nog lang niet aUe stukken van dit heerlijkheids-archief 
onder bewerking gekregen. 

Van den eigenaar der heerlijke rechten van de oude Geldersche 
heerUjkheid Oyen heb ik slechts een beperkt aantal ten onder- 
zoek ontvangen. Ik heb die alle beschreven. 

Reeds vroeger heb ik melding gemaakt van de bewerking 
van het omvangrijke archief der heeren van Zuidewijn. Dat 
archief, ons tijdelijk toevertrouwd, komt telkens een tijdlang 
onder handen als wij er gelegenheid voor hebben, bijzonder in 
den heeten zomertijd, wanneer de rechterlijke en andere vacan- 
tiën de vragen om inlichting doen verminderen en het voor het 
sorteerwerk in de depots te heet is. Een belangrijk deel van de 



(1) Dit stuk is inderdaad van zeer interessanten inhoud. Naar een 
andere kopie gaf mr. W. Bezemer het uit achter zijn dissertatie over 
het Brabantsche cijnsrecht. 

(2) Een paar voorbeeldensi Bij de opsomming der rechten noemt de 
kopiist Evermeide^ waarop in het stuk ter verklaring volgt dat de heer 
na doode der laten de beste cleynheit nemen mag. Natuurlijk is dit het 
recht van keur mede, moest er dus Cuermeide gelezen zijn. 

Bij de beschrijving der grenzen van de heerlijkheid is sprake van 
een oud schot in de rivier ; de kopie maakt van toutschot Concschot 

(1908) 5 



bewerking heeft mr. Ebell op ricb genomen, nl. de regeling van 
alle titel» en l:»es«:hei«ien betreö'ende het grondbezit der heeren 
en die van de talrijke processen. Ik heb de politieke stukken 
en de algemeene titeL, verkrijg- en leenbrieven voor mijn deel. 
Als vrucht hiervan voeg ik de beschrijving van een aantal oude 
titels dezer heerlijkheid, te zamen in een boekdeel gekopieerd 
en gewaarmerkt, als bijlage aan dit verslag toe, al heb ik de 
besdirijving nu juist niet in het jaar 1903, maar grootendeels 
al meer dan twee jaren vroeger, gemaakt. 



U'HeriiP4jp-i\^>'>-^ch^ 29 februari 19W. 

Df Arrhiraris in NoordhrahanU 
A. C. Bondam. 



j 



r 



67 



VERSLAG DER AANWINSTEN 



VAN HET 



RIJKS-ARCHIEF TE 's-HERTOGENBOSCH. 



A. Aanwinsten voor het oud-Provinciaal archief. 

I. Bij het onderzoek van de titels en bewijsstukken van 
den eigenaar der heerlijke rechten van de oude heerlijkheid 
Moergestel ontdekte ik een daarbij verdwaald dossier uit het 
archief van het Departementaal Bestuur van Braband uit 1804. 
Het was voor mij dadelijk herkenbaar aan de typische rug- 
schriften, welke men op alle dossiers der gewestelijke besturen 
sinds 1795 vindt en die verwijzen naar de resolutie-registers. 
Ik maakte er den bezitter van bovenbedoelde bewijsstukken 
dadelijk op aandachtig en heb hem gezegd dat natuurlijk deze 
stukken met het Archief hereenigd behoorden te worden, waar- 
mee hij zich gereedelijk vereenigde. 

Het zijn de nummers 17 juli 1804 — 26; 4 september 1804 
— 32; 11 september 1804 — 1 (tevens 29 augustus 1804 — 4 
en 18 juli 1804 — 14). Naar den inhoud beschreven zijn het: 

a. Een rekwest van het gemeentebestuur van Asten aan 
het Departementaal Bestuur, machtiging verzoekende om als ver- 
weerder te mogen optreden in een proces voor het Departe- 
mentaal Gerechtshof van Braband, waarin door de „zich 
noemende" eigenaars der grondheerlijkheid Asten geëischt wordt : 
betaling van achterstallen van een recognitiecijns, en onthou- 
ding van het nemen van beschikkingen door het gemeente- 
bestuur over de jacht op de gemeentegronden van Asten. 



b. Een relaas van den vorster van Asten dd. 9 april 1804, 
houdende beteekening van den eisch tot voldoening der recog- 
nitie. 

c. Een kopie-besluit van het gemeentebestuur van Asten 
dd. 16 juli 1804, om zoo spoedig mogelijk machtiging tot pro- 
cedeeren te vragen (1). 

Bijgevoegd: een concept<reBolutie en een blad met aanteeke- 
ningen omtrent den cijns. 



II. Uit het gemeente-archief van Oisterwijk nam ik met 
eenige achtergebleven oude rechterlijke arehiefstukken ook over 
eenice door mij nog aangetroffen stukken van het archief van 
het kwartier Oisterwijk der Meierij van den-Bogch. Dit archief is 
reeds in 1884, tegelijk met de andere kwartiers-archieven van 
de Meierij, uit de voormalige kwartiers-hoofdplaats voor ons 
Archief overgenomen. De nu gevonden stukken waren toen aan 
het oog ontsnapt. Het zijn: 

a. Bundels commissicn (geloofsbrieven) voor de plaatselijke 
gecommitteerden ter kwartiersvergadering van het kwartier van 
Oisterwijk, en wel voor de vergaderingen op 27 juni 1727, 
26 juni 1775, 19 september 1785, 10 juli 1809. 

b. Pakje brieven ingekomen bij den stadhouder van den 
kwartierschout van Oisterwijk, 1779—1794. 

c. Lijst van den toestand der armen -inkomsten in de dorpen 
van het kwartier, opgemaakt, vermoedelijk in 1741, ingevolge 
de resolutie van den Raad van State dd. 8 september 1740. 

d. £en lijst behelzende den toestand van de armenreke- 
ningen, en een behelzende dien van de kerkerekeningen in 
het kwartier van Oisterwijk; béide opgemaakt op 1 juli 1794 
ingevolge de dispositie van de Gecommitteerden van den Raad 
van State tot de verpachting van 's lands tienden binnen 's-Her- 
togenhosch dd. 20 juli 1741. 

e. Eenige bijlagen van een kwartiersrekening, vermoedelijk 
over 1631. 

ƒ. Diverse ingekomen stukken, lijsten, resolutiën enz. 



1) Vg. de vermelding 

■alag over 1900, getiteld «Stukk'en van inr. J. H. Verhoeven, aïlvokaat 

L.» (Archiefveralagen XXUI, bli. 157; Overdruk blz. 43.) 



69 

III. Tegelijk werden te Oisterwijk nog eenige stukken over- 
genomen, die daar nog berustten van het archief van het 
Bureau de Bienfaiaance in het kanton van Oisterwijk. Dit archief 
is evenals die van andere Bureaux de B. reeds vóór de op- 
richting van het Rijks-Archief in Noordbrabant in het oud- 
provinciaal archief opgenomen. Daarmee zijn thans deze achter- 
blijvers alsnog vereenigd. Het zijn: 

a. Haaren. 1. Armenrekeningen (loopende van Palmzondag 
tot Palmzondag) over 1809/1810 (met bijlagen) en over 1810/1811, 
beide afgesloten door het Bureau op 12 januari 1813. 

2. Fragment eener armenrekening over 1808/1809. 

3. Kopie eener armenrekening over 1797/1798, afgesloten ten 
overstaan van schepenen op 8 aug. 1799. 

6. Helvoirt. 1. Armenrekeningen (loopende van Paschen tot 
Paschen) over 1807/1809, afgesloten door het Bureau op 6 febr. 
1813, en over 1809/1811, idem op 31 mei 1813. 

2. Armenrekening over 1805/1807, afgesloten ten overstaan 
van schout en schepenen op 28 dec. 1810. 

€. Enachot, Armenrekening over 1803/180G, afgesloten ten 
overstaan van schout en schepenen op 19 juli 1809. 



IV. Uit het familie-archief Pels-Rijcken, waaruit ons reeds 
verleden jaar eenige archiefetukken van den Drossaard van 
stad en lande van Breda, van den Rentmeester der geestelijke 
goederen te Breda, en van het kantoor der Convoyen en 
Licenten aldaar ten geschenke waren gegeven (1), hebben wij 
nu weder een dergelijke aanwinst gedaan, die ik dankbaar 
vermeld om den vrijgevigen geest waarvan deze schenking 
getuigt en om de ruime opvattingen, waarvan de wensch getuigt 
om deze Rijksarchieven, na zoo langdurig rustig privaat bezit, 
alsnog terecht te brengen in de verzameling waarin zij behooren 
en waarin alleen zij tot hun recht kunnen komen en hun 
nut afwerpen. Te weinig wordt door velen, en daaronder 
juist vaak de liefhebbers van geschiedkundige studie en 
bevorderaars van wetenschap en kunst, dikwijls nog begrepen 
hoezeer de waarde van een openbaar-archiefstuk lijdt als het 
van zijn plaats is gerukt. Kn toch kan het, in partikulier bezit 
of zelfs in een open verzameling van wetenschappelijke hulp- 



(1) Archiefverslagen XXV, blz. 99 en 100 (overdruk blz. \ en 2). 



70 

middelen geplaatst, geen dienst doen als bewijsstuk. Een authen- 
tiek afschrift door den bevoegden ambtenaar is er niet van te 
leveren. En de rechter zal toch moeilijk in staat zijn, noch zelfs 
bevoegd te achten zün, om de authenticiteit, het karakter als 
oorspronkelijk en officieel archiefstuk vast te stellen van een 
hem door een particulier of ook een conservator van een biblio- 
theek of handschriften-verzameling tijdelijk toevertrouwd stuk 
uit hunne verzamelingen, dat daar slechts toevallig berust zon- 
der verband met de archiefverzameling waartoe het behoort. 
Inderdaad worden archiefstukken die gescheiden worden gehou- 
den van het geheel der retroacta van de autoriteit waarbij zij 
behooren, feitelijk zoolang van een goed deel hunner waaarde 
beroofd. Drong dit denkbeeld, waarover onder de deskundigen 
geen de minste twijfel bestaat, voldoende door, zoo zouden stellig 
onze verzamelingen nog vele belangrijke gapingen aangevuld 
zien, welke het vroeger minder strenge toezicht op de archieven 
van het openbaar gezag, eigendom van het algemeen, ten gevolge 
heeft gehad. 

Daarom breng ik aan de liberaliteit van hen die over het 
familie-archief Pels-Rijcken te beschikken hebben, ook om het 
voorbeeld ten goede gaarne hulde. En hierbij mag ik niet ver- 
zuimen te vermelden dat de heer L. J. Kuyck, kapitein-adju- 
dant der Artillerie te Utrecht, de man is die in de eerste plaats 
de terugbezorging dezer Rijks-archiefstukken bezorgde. 

Ik ontving dit jaar van hem stukken van : 

1, Het archief van den Drossaard van stad en baronie van Breda, 
met name: 

Bundel kopieën van resolutiën van de Staten-Generaal, den 
Raad van State, den Raad en Leenhof van Brabant, den Domein- 
raad van Oranje Nassau, enz., over de jaren 1719 — 1749. 

Bundel gedrukte resolutiën en plakaten van dezelfde colleges 
over de jaren 1704 — 1764, ingekomen bij den Drossaard. 

Een bundel missives, rondzendbrieven enz., ingekomen bij 
en uitgegaan van den Drossaard uit de jaren 1622—1789; 
waarbij o. a. : 

a. Een simpele kopie van het octrooi van prins Willem van 
Oranje ad. 28 juli 1561 over de bevestiging der privilegiën 
van Roosendaal, de instelling aldaar van gemeentemannen 
en regeling hunner bevoegdheden, de instelling van wees- 
meesters aldaar, enz. 

b. Een resolutie van den Raad van State dd. 24 juni 1701 
over den vrijdom van tol aan de opgezetenen van het 



71 

platteland van Breda, die hunne meubelen, granen enz. 
uit hoofde van den oorlog met Frankrijk binnen de steden 
in veiligheid willen brengen. 

c. Een drietal missives van den Raad van State dd. 30 
januari 1739, 26 januari 1740 en 31 januari 1744, bege- 
leidende een resolutie van dien Raad dd. 19 maart 1731 
met de daarbij behoorende jaarlijksche lijsten houdende 
de namen der priesters en kapelanen in de stad en baronie 
van Breda. 

d. Een verklaring dd. 2 mei 1786 van „'s lands en der 
baronnie van Breda medicinae doctores ende regeerende 
dekens van het chirurgijnsgild aldaar", houdende dat Petrus 
losephus Verbuecken de heelkunst mag uitoefenen ; in 
welk stuk echter een beperkende bepaling in die bevoegd- 
heid, beslaande drie regels, en welker strekking blijkt uit 
een bijgevoegde simpele kopie, is uitgeveegd. 

2. Het archief van het kantoor van den Rentmeester der Geeste- 
lijke Goederen te Breda {behoorende tot de Domeinen van Oranje- 
Nassau), n.1. : 

Register van ingekomen resolutiën van het Collegie van admi- 
nistratie der door de Franschen geabandonneerde goederen van 
den vorst van Nassau loopende van 18 november 1796 tot 30 
juli 1798 ; met kantteekening van het door den rentmeester ten 
opzichte der resolutiën verrichte. 

Een pak resolutiën van het Collegie voornoemd bij den 
rentmeester ingekomen in 1797 en 1798. 

Een pak resolutiën van den minister van financiën bij den 
rentmeester ingekomen in 1806—1808. 

Eenige bundels stukken, betrekkelijk de schikking en verdee- 
ling der kerkgebouwen tusschen de Hervormde en de Roomsch- 
Katholieke gemeente in Etten, Oudenbosch, Oud-Gastel, Roosen- 
daal en Standdaarbuiten uit de jaren 1798 — 1809 (vermoedelijk 
den rentmeester om advies toegezonden). 

Een pak jaarlijksche, half jaarlijksche of driemaandelijksche 
doodlijsten van Bavel, Chaam, Dongen f Etten, Gilze, Ginneken, Leur^ 
Oosterhout, Prinsenhage, Rijsbergen, Ter heide, Teteringen en Groot 
en Klein Zundert over de jaren 1768 — 1792, ingekomen bij den 
rentmeester. 

3* Het archief van het Comptoir der Convoyen en lAcenten te 
Breda. 

Kopie van een reeks missiven (resolutiën enz.) van deAdmi- 



72 

raliteit op de Maze aan de officieren ten Comptoire van de 
convoyen en licenten tot Breda uit de jaren 1675 — 1747, waajrbij 
een enkel in originali. 
Enkele losse stukken uit het archief van dat comptoir. 

Bovendien nog: 

é. £en officieel archiefstuk dat ik vooralsnog geen bepaalde 
plaats weet aan te wijzen, nl. : 

Een oorspronkelijke akte van aanstelling dd. 20 augustus 
1746 van drie schepenen en twee gemeentemannen in de heer- 
lijkheid De Hoeven door den bisschop van Antwerpen als heer 
in 't civiel dier heerlijkheid, om die ambten te bedienen met 
en benevens die door het Illuster Huis van Bergen aan te 
stellen. 



V. Bij een onderzoek in de collectie-Cuypers-van-Velthoven 
heb ik midden in een pak plano-publicatiën van verkoopingen 
uit de 19*« eeuw ook een stuk gevonden van het archief van 
het rentmeesters-kantoor der Domeinen in H Noordkwartier van 
Bergen-op Zoom. Het is een register der brieven van den Rent- 
meester der Domeinen herkomstig van den keurvorst van Paltz- 
Beieren in het Noordkwartier 's Lands van Bergen, te Ouden- 
bosch, uitgegaan van 21 september 1804 tot 14 juli 1808, en 
gericht aan de Commissie van Administratie wegens het Bataafsch 
gouvernement van de door de Franschen aan onze republiek 
gecedeerde goederen van den vorst van Nassau en anderen, te 
Breda resideerende, aan haren thesaurier enz. 

Dit stuk heb ik bij onze Domeinarchieven op zijn plaats 
gebracht. 



73 



B. Aanwinsten Voor de reehteriyke archieven. 

I. Mijn ambtgenoot in Limburg droeg mij, met uwer Excel- 
lentie's machtiging, eenige bescheiden over, welke blijkbaar 
indertijd verzameld waren uit de oude archieven ten raadhuize 
van Helmond bewaard en alle de familie Becx betreffen. Zij 
moeten verzameld zijn, nadat de bewerking der Helmondsche 
archieven was begonnen, welke tot den inventaris daarvan van 
het jaar 1873 heeft geleid. Immers, de gewone opschriften, door 
den bewerker J. L. F. Donkers op de door hem geregelde stukken 
gesteld, komen ook op de meeste in deze verzameling voor. 
Mijn collega had ze gevonden bij papieren die hij van de 
familie Van-Moorsel had aangekocht. 

Ik heb de verzameling natuurlijk zoo spoedig mogelijk uit 
elkaar gehaald en de verschillende stukken op de plaatsen 
teruggebracht waar zij behoorden. Verreweg de meeste zijn van 
rechterlijken aard, en behooren tot boedelrekeningen in het 
schepen-archief van Helmond. Verder zijn het minuut-akten, 
processtukken, publicatiën van publieken verkoop. De meeste 
zijn uit de 17^® eeuw, doch er zijn er ook latere tot uit het 
begin der 19*® eeuw toe. 

Er was één stuk bii' behoorende tot de retroacta van den 
Kwartierschout van Peelland, en een bijlage van de Helmondsche 
burgemeesters-rekening van 1622/23. Deze laatste heb ik aan 
het gemeentebestuur van Helmond toegezonden ter hereeniging 
met die rekening. 



II. Van het gemeente-bestuur van Oisterwijk heb ik tegelijk 
met de bovenvermelde kwartiersstukken en bescheiden van het 
Weldadigheidsbureau, gelijk reeds gezegd, ook een aantal stukken 
overgenomen van het archief der schepenbank van Oisterwijk c. a. 
Het betrof meest fragmenten van dossiers, en losse op zich zelf 
staande minuten. Wij hebben ze bij het archief der bank gevoegd. 
In hoofdzaak bestaan zij in bet volgende ; 



Proceséiukken : 

c. t695. De zonen van Hendrick AV'ijten van lerael contra 
Cornelis Jan Grevenbroeck. 

c. 1773. Francia Smoldere contra Francis Berkeliiaana. 

BoedeUttikhen : 
Rekening van een boedelexeculeur met bijlagen. 
Bijlagen van diverse boedel- en voogdij rekeningen. 

Diverte achepenaklen en varin. 
En voortB: 

Index op het protokol van atteatatiën van 1699. 
Een fragment van een inventaris van het archief uit e. 1728. 

Bovendien werd bii deze stukken een rekwest gevonden, in- 
gediend aan de civiele rechtbaitk van Uclenhout en Berkel uit 
1810, hetwelk bij het archief dier rechtbank ia gebracht, 

III. Op bet kasteel te Heeze trof ik aan het archief van de 
voormalige Leen- en Laatkamer der grondheerlijkheid Heeze, Leende 
en ZesgehuchUn. Dit oud-rechterUjk archief^ dat blijkbaar oor- 
spronkelijk op het kasteel is gevormd, waar de laatbank tot in 
1793 toe gespannen is, ia vermoedelijk later naar het gemeente- 
huia overgebracht, doch dan nog later weer aan den eigenaar 
van het kaateel gegeven voor zoover de protokoUen betreft. In 
elk geval heb ik enkel protokoUen mogen vinden, benevens 
enkele bijlagen daarvan die in de banden waren gelegd. Mis- 
schien ook zijn er nooit meer losae atukken bij dit archief 
geweest dan die weinige. Hoe dit zij, deze aanwinst was alles- 
zins welkom, wijl 1*. de laatbanken nooit zeer talrijk zijn geweest, 
en 2". de inhoud dezer protokollen niet onbelangrijk is. Ook 
hebben ze ons reeds kunnen dienen om van ons gevraagde 
bewijsstukken voor de handhaving van rechten te verschaffen. 

Het archiefje bestaat in : 

Vier protokollen van leenakten der achterleenen van den 
lieer van Heeze c. a, loopende over de tijdvakken: 

1 januari 1594^7 juli 1621 ; 

10 auguatua 1621—5 maart 1678 ; 

10 april 1682— in 1783 (üggeregewijze ; met een tafel, en een 
raemone van te verheffen leenen, beide los inliggend) ; 

26 juli 1785-30 januari 1797. 



75 

Bijlagen van die protokoUen : 

a. Formulieren : van eeden voor de leden van het leenhof, 
en voor de leenverheffers ; van sommatiën tot verhef; enz. 

6. Eenige memories van ontvangen heergewaden; enz. 

c. Leenverhefakten uit de 18® eeuw. 

Twee „DingroUen" ; protokollen van notulen en handelingen 
in leenrechtszaken (waarbij eedsafleggingen van jachtopzienersenz.). 

12 october 1679—5 juli 1721. 

15 juli 1722 — 21 mei 1794 (waarachter nog een akte der 
schepenbank van Heeze c. a. uit 1800 is geboekt). 



IV. Een dergelijke aanwinst is die van een protokol van den 
Leenhof van den heer der hooge heerlijkheid Oeffen, dat ons door 
den eigenaar der heerlijke rechten van die oude heerlijkheid is 
overgegeven en bij onze verzameling oude rechterlijke archieven 
dezer provincie behoort. 

Het protokol is vernieuwd in 1747 en bevat de leenaktender 
achterleenen tot 1794 toe. Het is liggersgewijze ingericht, en met 
een alphabetischen klapper voorzien. Voorin zijn enkele akten 
uit 1747 geregistreerd betreffende zekeren vrijdom voor het 
kasteel van den heer van Geffen, dat op het gebied der heer- 
lijkheid Nuland stond. 



V. Ten slotte kan ik hier nog een kopie-resolutie vermelden 
van de Staten-Generaal dd. 13 november 1739, beslissing gevende 
in het geschil tusschen burgemeesteren en schepenen van Breda 
eenerzijds en den advocaat-fiscaal van Brabant met den drossaard 
van Breda anderzijds, over de apprehensie door den laatste 
gedaan van een pater Jezuïet. 

Dit stuk werd bij een aankoop medegekocht. Ik heb het bij 
de crimineele papieren van den drossaard van Breda onder- 
gebracht. 



76 



C. Aanwinsten voor de Nieuwe Archieven. 

I. Van de Provinciale griffie zijn mij in den loop van het 
jaar nog eenige achterblijvers bezorgd, die bij de verhuizing 
naar het nieuwe archieflokaal der Griffie waren ontdekt. Met 
name: 

De gemeente-rekening van Erp over 1866. 

De gemeentebegrootingen voor 1876 van 27 gemeenten, waar- 
onder de voornaamste zijn : 

Breda, Bergen-op-Zoomy ^s-Hertogenbosch en Orten, Kuik en St, 
Agatha, Helmond, Zevenbergen, Raveetein, Dinteloord en Prinaland, 
Oosterhout, Roosendaal en Nispen, Waalmjk, en ook Emmikïwven 
en Waardhuizen, dat kort na dat jaar (in juli 1879) ophield 
zelfstandig te bestaan. 



II. Bij de regeling van het Commissarissen-archief over 
1863 — 1879 kwamen weder een aantal stukken voor den dag 
voor de andere griffie archieven. Over de talrijke losse Agenda- 
nummers heb ik reeds in het jaarverslag onder hoofdstuk IV 
gesproken. Van de dossiers der over sommige onderwerpen 
verzamelde stukken vermeld ik hier: 

Een bundel betrefiende de aanvaarding weji legaten of donatién 
door kerkgenootschappen en instellingen van weldadigheid, 
krachtens de besluiten van 1816, 1818 enz.; uit 1821 — 1849 en 
uit 1865. 

Een dossier betrefiende een nieuwe hypotheekstelling ten 
behoeve van Rijks-, gemeente- en polderlasten door de gemeente 
^S'Gravemoer ten gevolge van vergunning tot vervening ; uit 1857. 

Idem betrefiende de opdracht der verpleging in het krank- 
zinnigen-gesticht te 's-Hertogenbosch aan R.-K. geestelijken en 
geordenden; uit 1854 en 1^5. 



77 

Idem betreffende overneming van stukken van mevrouw 
Linsen; uit 1841. 

Stukken betreffende de verleening aan den Gouverneur van 
Noordbrabant van ƒ 1150 ter goede rekening, volgens Koninklijk 
besluit van 11 februari 1822, n». 96. 

Een begrooting der kosten van het Provinciaal Bestuur in 1827. 

Stukken over de grensscheiding van Breda en Teteringen^ uit 
1823—1826. (1) 

Een tabel der gemeente-6e^roo^m^en voor 1816. 

Stukken betreffende de verpachting van provinciale tollen 
in 1852. 



III. Met de overneming van oude administratieve en rechter- 
lijke Rijks-archiefstukken uit het gemeente-archief van Oisterwijk, 
mervóór vermeld, nam ik tegelijk de daarin aanwezige archief- 
stukken over van het voormalige vredegerecht van het kanton 
Oisterwijk. Zij bestaan in : 

1®. 25 bundels der minuten van akten vóór het vredegerecht 
te 0. gepasseerd, 1812 — 1836, de meeste met het repertoire dier 
akten; 

20. een pakje bevattende 9 akten van eeden, op aangiften 
voor de successie-belasting afgelegd vóór den vrederechter. 



(1) Vg. Jaarverslag over 1894, blz. 8 (Archiefverslagen XVII blz. 101). 



78 



D. Aanwinsten voor de verzameling kopieën van 

oorkonden, rechtsbronnen enz., oude eoUeetanea 

en dergeiyke wetenschappelyke hulpmiddelen. 

I. Bij één aankoop is verkregen : 

!•. Een band in folio, houdende een exemplaar van de in 
1684 gedrukte uitgave (in 12°^^) der „Costuymen ende usantien 
der hooftstadt ende meyerije van s' Hertoghenbossche", met 
blanco vellen doorschoten, waarop vele aanteekeningen van 
uitspraken, interpretatiën enz., benevens aan het eind een aantal 
teksten van leenrechten, ordannantiën, privilegiën en edicten 
voor die stad en Meierij. 

2». Een register in kwarto, bevattende : afschrift van de rechten 
en costumen van de stad Heusden ; idem van de costumen van 
het Land van Heusden betreffende de heemraden op den Hoogen 
Maesdijck; idem idem betreffende die op den Zeedijck onder 
Doveren ; idem die op den Zeediick t' Oudtheusden ; idem die 
op de Oude Maas ; idem die op aen Dussensen dijck. HS. der 
18<^® eeuw. 

3». Een band in kwarto, waarin te zaam gebonden zijn een 
zestiental gedrukte resolutiën, ordonnantiën en reglementen van 
de Staten-Generaal, den Raad van State, de Staten van Holland 
en Westfriesland, den Raad en Leenhof van Brabant enz., be- 
trekkelijk de Generaliteit, uit de 17^® en 18<*® eeuwen, benevens 
een tweetal afschriften : 

a. Van het bij resolutie van de Staten-Generaal dd. 30 januari 
1665 goedgekeurde reglement voor de Baronnie vanBokstel, 
zooals dit door den drossaard en schepenen aldaar op 3 
februari 1661 is vastgesteld; 

h. Van het bij resolutie van de Staten-Generaal dd. 7 februari 
1714 vastgestelde reglement voor het kwartier van (Oister- 
wijk) der Meierij van Den-Bosch. (Verg. Groot-Placaatboeck 
V blz. 1332.) 



79 

II. Bij twee verschillende gelegenheden zijn twee handschriften 
van den bekenden heraldicus en historiograaf Rogier van Leef- 
dael aangekocht, welke elk een gedocumenteerd betoog van 
dezen bevatten, beide uit het jaar 1679, over belangrijke rechts- 
vragen. Ik laat de beschrijving van beide hier volgen : 

1. Bericht en informatie, aan den prins van Oranje den 26 april 
1679 ingediend door Rogier baron van Leefdael over hem ter 
hand gestelde stukken betrekkelijk de rechten en privilegiën 
van den prins als bannerheer der stad en lande van Breda, en 
de aanranding daarvan door den officier-fiscaal van Brabant; 
daarbij concludeerende : 

dat het officie-fiscaal onbevoegd is om te eischen dat de dros- 
saard van stad en lande van Breda een Brabander zij, en dat 
naturalisatie van den tegen woordigen drossaard onraadzaam is; 

dat de prins als bannerheer gerechtigd is te klagen bij de Staten- 
Generaal over infractie van jurisdictie hem aangedaan in zijn 
heerlijkheid van Breda door den officier-fiscaal op order van 
den Raad van Brabant, door het voeren van instructie over 
delicten tegen de officieren en onderzaten van den prins; 

dat de prins gerechtigd is de officieren in de Baronie te 
schorsen, en de Raad van Braband niet om hen daartegenover 
te handhaven ; 

dat de Raad van Braband noch het officie-fiscaal bevoegd zijn 
tot het inquireeren naar binnen- of overjarige delicten tegen de 
onderzaten van het Land van Breda, veelmin recht van 
preventie hebben. 

Kopie op 59 folia; voorafgegaan door een overzicht van het 
«bericht» en gevolgd door een afschrift van een resolutie van de 
Staten- Generaal van 16 november 1678 waarbij eenige gecom- 
mitteerden worden benoemd om van de gecommitteerden van 
den Raad van Braband te vernemen uit wat hoofde die Raad 
opgetreden was in de zaak tusschen den prins en den schout 
van Etten, 

en een afschrift van de uitspraak van den Raad van Braband 
dd. 24 october 1678 waarbij de Raad van Braband den schout 
van Etten, geschorst door den prins, in zijn ambt handhaaft. 

Vooraan een kopie van den begeleidenden brief van 26 
april 1679. 

2. Bericht en informatie, aan den Raad van State den 16»* juli 
1679 ingediend door Rogier van Leefdael als rentmeester der 
episcopale goederen te 's-Hertogenbosch, over het ten onrechte 
door den Raad en Leenhof van Braband verleenen van mande- 
menten-poenaal tegen de officieren van den Raad van State in 
gevallen van door hen ingestelde parate executie van Bra- 



80 

bantsche leenen wegens achterstand van aan den Lande ver- 
schuldigde renten enz.; 

houdende aantooning waarin de dwalingen van den Raad 
van Braband bestaan, en hoe daartegen tot behoud van 's Hertogs 
hoogheid, heerlijkheid en rechten van zijne leenen te voorzien 
zou zijn, door het geven van instructie aan den Raad van 
Braband, en door een uitvoerigen en instructieven inventaris- 
generaal der bezegelde privilegiën en landswetten van de Bra- 
bantsche hertogen te doen opmaken op den voet als bedoeld 
en voorgeschreven bij de Blijde Inkomsten dier hertogen. 

Onderteekende kopie op 25 folia ; voorafgegaan door een resumé 
van het stuk in desgelijks onderteekende kopie op 2 bladen, en 
gevolgd door een simpel afschrift van de op dit bericht genomen 
resolutie van den Raad van State dd. 18 juli 1679. 

Inliggend : een blad met minute — aremerques om ie suppleren 
in dit bericht stw loco9. 



III. Aangekocht is ook een handschriftelijke nalatenschap 
van pastoor Antonius van Hoogstraten, medewerker aan de 
„Kerkelijke geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch" 
door pastoor L. H. C. Schutjes (zie de Voorrede van dit werk), 
en aan de uitgaaf van „Charters en geschiedkundige bescheiden 
betrekkelijk het Land van Ravestein", door hem, dr. C. R. 
Hermans en M. van den Boogaard. 

Het werk bevat 1®. regesten van oorkonden enz. betreffende 
de heeren en het Land van Kuik, benevens het Land van 
Ravestein ; 2^. kopieën van oorkonden uit de archieven van 
Grave en van kerkelijke stichtingen en uit verzamelingen van 
Geldersche bronnen, onder den titel van „Cartularium der stad 
Grave" en van „Cartularium van Kuik''. 

Het bezit van deze verzameling regesten en afschriften is 
voor ons van gewicht. Er wordt eenigermate door voorzien 
in het gemis alhier van algemeene bronnen omtrent de Baronie 
van Kuik, welk gemis zoowel bij de regeling der lokale en 
rechterlijke archieven van die streek als bij vele onderzoekingen 
gevoeld wordt. Bovendien geldt het hier voor een belangrijk 
deel afschriften van stukken uit het Graafsche archief, dat door 
den ongelukkigen brand onlangs zoo is gehavend. 



IV. Door bemiddeling van den heer Algemeenen Rijks- Archi- 
varis is een sinipele moderne kopie aangekocht van het contract 
dd. 1 april 1501 tusschen graai Engelbrecht van Nassau, heer 
van Breda enz., en Nicolaas heer van Reymerswaal, waarbij 



r 



. 81 

Roosendaal en 3 gehuchten onder Wouw door den laatste ver- 
kocht werden aan eerstgenoemde. De kopie is ontleend aan het 
register van ordinantiën enz. K N, 1292—1579, in het archief 
van Bergen op-Zoom. Zij is van de hand van G. J. F. Mes, 
gewezen ambtenaar ter secretarie, tevens gemeente-archivaris, 
aldaar. 



V. Bij het geschenk der familie Pels-Rijcken werden ons 
tevens door den heer L. J. Kuyck toegezonden een tweetal 
gedrukte reglementen door het gemeentebestuur van Breda vast- 
gesteld, benevens negen perkamenten brieven met de kopie 
van nog een tienden. Van deze brieven laat ik de beschrijving 
volgen. 

1. 16J28 october 2. Stadhouder en heemraden van Screüelduyn 
Cappel ende Nederïïeen. — Dirck Peterss. van Alenburch en Salen- 
tiJQ van Bergen hebhen overgegeven aan Adriaen Romboutss, 
schout, twee gaerden lands onder NederÏÏeen tegen den Cappelsen 
molen neder in een stuk van zestien gaerden, thans gemeen en 
onverdeeld met Adriaen Romboutss en Dirck Stappers cum 
sociis, enz. 

's Officiers zegel afgevallen. Protokol 1612—1628, fol. 356. 

2. 1628 december 16, Heemraden van Schreuelduvn Cappel 
ende Nederueen. — Dirck Stapparts te Gertruydenberge c. s. 
heeft overgedragen aan Adriaen Romboutss. schout te Schreuel- 
duyn-Cappel ende Nederueen, eenige perceelen hooiland te zamen 
zes gaerden, thans gemeen en onverdeeld bezeten met genoemden 
schout cum sociis in een grooter stuk van zestien gaerden, gelegen 
onder Nederueen „tegen den Cappelsen molen neder'\ 

's Officiers zegel afgevallen. Protokol 1628—1636, fol. 8. 

3. 1630 januari 2L Heemraden in den ambachte van Schreïïel- 
duyn Cappel ende Nederueen. — Adriaen Joachims den ouden, 
heemraad, heeft overgegeven aan Adriaen Romboutss, schout, 
twee gerden lands onder Nederueen in een grooter stuk van 
vier geerden (uit acht geerden), met den schout en Wouter 
Peters gemeen. 

Schouts-zegel, in groene was, eenigszins afgebrokkeld. Ibid. fol. 22. 

4. 1631 januari 13, Richter en hemeraders in den am- 
bachte van Suydewim. — Adriaen Corsten Molder heeft overgegeven 
aan Handrick Stonelsen het twaalfde deel van een stuk land, 
gelegen onder Suydewijn, in een grooter stuk gemeen en onver- 

(1903) 6 



82 

deeld met de weduwe van Aert Antonissen de Greeff en 
Handrick Stoffels cum sociis. 

's Richters zegel verdwenen. Protokol 1629 — 1666. 

5. 1677 october 21, Schouth en hemeraders ter Suydewijn 
Cappel. — Christoffel Molegraeff als gemachtigde van Peeter 
van Heyst te Sprangh heeft overgedragen aan Meerten van Campen 
een derde deel van zes geerden lands „wtgesondert het oude 
kerckhoff" onder Suydewijn Cappel beneden de Oude Vaertkens 
stege, thans gemeen en onverdeeld bezeten in het geheele stuk 
van zes geerden met den broeder en zupter van Peeter van 
Heyst. 

's Richters zegel op een spoor na afgevallen. Protokol 1666 — 1684. 

6. 1634 juni 17, Schouthet en hemraden van s'Grauenmoer. 
— De voogd van Jan Michielssen de Zwaen, tevens gemachtigde 
van Adriaen Michielssen de Zwaen heeft overgedragen aan Peeter 
Anthonissen Paep te s'Graüenmoer een cortte veertel lants gelegen 
opt Noorteynde onder s'Grauenmoer, enz. 

's Officiers zegel, in bruine was, op een stukje na afgevallen. 

7. 1641 juli 4, Schout & richter met hemeraden van Clijn 
Waspyck. — Peeter Symons, man en voogd van Truyken Jan 
Broeders, wonende te Dongen, heeft overgegeven aan Jan Adri- 
aensen Sprangers en Handrick Handricken van Ghils een vijfde 
in twaalf geerden lands onder Clijn Waspyck onverdeeld met 
Handrick Andriesen Kalser (?). 

's Richters zegel afgevallen. 

8. 1646 april 10. Idem idem. — Anthonis Roelantsen Kuyl 
man en voogd van Anthonisken Jans dr. te Cappelle heeft op 
19 maart 1646 overgedragen aan Peter Anthonissen een en een 
achtste geerde land onder Clijn Waspyck in een grooter stuk 
van negen geerden thans onverdeeld en gemeen met Thomas 
Jansen Schipper cum sociis. 

's Richters zegel afgevallen. 

9. 17J21 october 10. Schout en schepenen van Sprang. — Zacha- 
rias van Ballecom heeft overgedragen aan Johan Hendrik Damisse 
secretaris te Ginneken ongeveer vijf hond teuUand gelegen in 
de Oude Straet onder Sprang. 

's Richters zegel afgevallen. Protokol van opdrachten 1700 — 
1752, fol. 72. 



88 

10. 1661 juni 21. — Huybert van Raveschot heer van Cappel 
en Waspick neemt bij verdrag ten overstaan van den schout en 
een heemraad van Cappel zekere verplichtingen op zich betrekkelijk 
de betaling van heergeweide aan den heer van Eeten en Meeuwen 
ter zake van vier hoeven moers „strekkende uyt den noorden 
van Nederveen aff zuytw*^ op tot 't clooster genaemt Hemsteyn, 
west Willem van Gents vaert oost den Quekel", in 1443 door 
Dirk van Meruwede heer van Eeten en Meeuwen uitgegeven en 
thans in vele stukken verkocht. De ingelanden onderteekenen 
het verdrag mede. 

Simpele kopie op papier. 



VI. Over de post werd mij, zonder begeleidend schrijven qf 
teeken van herkomst, uit Lith toegezonden een perkamenten 
schepenbrief van 's Hertogenbosch dd. 2 december 1710, be- 
vestigende dat namens G. Brandijn aan J. Kuyst zijn opgedragen, 
uit land onder Kessel : een jaarl. erfcijns van 40 Car. gulden 
op S*. Antonis en het restant ad 76 gld. van een schepengelofte 
van 200 gld. Beide zegels van den brief zijn verdwenen. 



84 



E. Aanwinsten voor de Kaart-venameling. 

I. Het vorig jaar deed ik uitvoerig verslag van den aankoop, 
in overleg en gedeeltelijk voor gezamenlijke rekening met het 
Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in 
Noordbrabant, van een goed deel der verzameling Noord- 
brabantsche kaarten, plattegronden, gezichten enz., afkomstig 
van de verzamelingen der heeren Van-den-Bogaerde op het 
kasteel De Nemelaar onder Haaren. 

Alleen de kaarten en plans van vestingwerken enz. betref- 
fende Grave heb ik toen nog niet specifiek opgegeven, omdat 
zij feiteliik eerst in het jaar 1903 in bezit zijn genomen. Ik 
doe dat dus nu. 

1. Plattegrond van de vesting Grave met omliggende 
velden; waterverfteekening met legenda; 17® eeuw, in elk 
geval vóór 1737. (41 X 52 cM.) 

2. Gekleurd schetsje van de vesting en de verdedigings- 
werken van Grave met fransche inschriften; circa 1700, 
stellig vóór 1737. (31 X 18 cM.) (1) 

3. Schets van een gedeelte der vestingwerken van Grave 
(de stadswallen) ; gewasschen teekening, begin der 18^^ eeuw. 
(34 X 48 cM.) 

4. „Plan der stad en situatie van Grave", teekening in 
waterverf, van den Capitein-Ingenieur C. van Suchtelen, 
uit 1749; met een uitlegging. (40 X ^2 cM.) 

5. „Plan der stad Grave", gewasschen teekening van de 
stad en de omliggende landen; met legenda; 18® eeuw (na 
1737). (42 X Ö2.5 cM.) 



(1) Soortgelijk aan de twee schetsjes, in het verslag over 1902 vermeld 
op blz. 16 sub lï c. (Archiefverslagen XXV, blz. 114). 



85 

6. „Project op de vesting-werken der stad Grave, gecon- 
cipieert en getekent door den capitain- en ordinaris-ingenieur 
C. V. Suchtelen in den jaare 1758", gewasschen teekening 
met een uitlegging. (104 X 90 cM.) 

Hierbij is gevoegd: 

a, een schrijven van C. v. Suchtelen aan den Raad van 
State dd. 26 mei 1753, waarbij hij toezegt een kaart van 
de situatie van Grave te zullen maken; 

b, een „memorie wegens den toestand der vesting Grave 
in den jare 1768"; 

c, een „memorie tot verbeteringe der vestingwerken" van 
Grave; 

d, tweeërlei gewasschen project-teekeningen, getiteld : 
„project op de vesting Órave, zijnde geformeert op de 
polygoon van 't Kasteel- en Oranje-bolwerk, dog kan 
meede op de overige poligoonen geappliceert worden". 
(22 X ^1 cM. en 25 X 42 cM.); 

e, nog een afschrift van b. en c. 

7. „Plan der stadt Grave", gewasschen teekening in ver- 
schillende tinten van de stad met omliggende landen uit 
de 18« eeuw. (58 X 73 cM.) 

8. „Plan van de stadt Grave", gewasschen teekening in 
drie kleuren uit het laatst der 18® eeuw; met legenda. 
(54 X 75 cM.) 

9. Plan van de vesting Grave; gekleurde teekening van 
den luitenant der Artillerie-batterij Joh». Seelig uit 1804. 
(26 X 28 cM.) 

10. „Buiten-front van de Ham-poort te Grave", waterverf- 
teekening van den cadet F. Q. Ragay uit 1788 (1). (36 X 
52 cM.) 

II. Uit de drie zware portefeuilles, geveild onder n». VIII 



(1) Deze teekening past bij de vroeger voor onze verzamelingen ver- 
kregen teekeningen van die poort volgens opnamen in 1761, zijnde : 
a. «grondtekening van de Ham-poort tè Grave», h. «standtekening van de 
buyten frontispice» van die poort (65 X 100 cM. en 65 X 98 cM.), 
welke beide vermoedelijk van dezelfde band zijn. 



86 

der lijst van de bovenbedoelde coUectie-Nemelaar, en aange- 
kocht door den heer A. J. A. van Lanschot alhier met de be- 
doeling ze, op enkele door hem begeerde stukken na, aan het 
Genootschap en ons Archief gezamenlijk te schenken, kwam 
slechts een omslag met ongeveer V25 gedeelte van den inhoud 
tot ons, welken wij van den heer secretaris van het Genootschap 
ontvingen. Daarin troffen wij gedrukte plattegronden aan van : 

Geertruidenberg. 

Helmond. 

Heusden. 

Klundert. 

Ravestein. 

Steenbergen. 

Woudrichem. 

Zevenbergen. 

De forten Crèvecoeur, St. Andries en Isabel. 

Antwerpen. 

Daarvan konden wij er ruim 25 voor onze verzameling gebrui- 
ken, die wij öf niet öf in minder goede exemplaren bezaten. De 
rest, natuurlijk ook de Antwerpsche, hebben wij den heer van 
Lanschot met onzen dank teruggezonden. Al viel ons deel ons 
niet mede, den schenker blijven wij voor zijn goede bedoeling 
en vrijgevigheid oprecht erkentelijk. 



III. Het vorige jaar vermeldde ik, dat ik juist toen nog een 
vrij-omvangrijke nieuwe aanwinst van kaarten had gedaan. 
Thans heb ik daarvan verslag te doen. Het is de cartografische 
nalatenschap van wijlen den oud- Wethouder (later Directeur 
van de gasfabriek der „Imperial") te Amsterdam A. I. C. I. S. 
Berösma, grootendeels afkomstig van (diens vader) den hoofd- 
officier der Genie E. H. Bergsma. Daarbij vond ik, naast talrijke 
gedrukte kaarten, een tal van geteekende kaarten en platte- 
gronden van vestingwerken en militaire gebouwen, en teekenin- 
gen van militaire inrichtingen. De geheele verzameling was zeer 
verward en bestond in vele honderden bladen van allerlei for- 
maat, waaronder ook tal van krabbels en fragmenten van tee- 
keningen, alsmede eenige serieën van studie-teekeningen, van 
E. H. Bergsma als kadet. Verreweg het meeste was zonder titel 
of herkenningsmerk. 

Ik heb al wat in onze verzamelingen niet paste natuurlijk 



87 

uitgeschoten, en voorloopig naar den zolder bij onze dubbelen 
van boekwerken, plakaten, enz. laten brengen. De rest is van 
vrij wat bescheidener omvang, vooral nu ook de gedrukte kaar- 
ten betreffende Noordbrabant er uitgenomen en op hare plaatsen 
gebracht zijn. Wat voor onze collectie van geteekende kaarten 
enz. werd aangewonnen, betreft in hoofdzaak Grave, Breda, 
Woudrichem, Geertruidenberg en *s-Hertogenbosch. 
Ziehier er een overzicht van : 

1. ^jGrave met de blinderingen en emplacementen van 1830" ; 
waterverfteekening op calqueerpapier, vervaardigd in 1842 naar 
een calque. (59 X 89 cM.) 

2. „Plan der vesting Grave** ; waterverfteekening (van c. 1840) 
der vesting en omliggende landen op calqueerpapier. (84 X 84 cM.) 

3. Een verzameling van ruim 40 schetsteekeningen (platte- 
gronden, details, kadastrale uittreksels enz.) van de verschanste 
legerplaats der vesting Grave (waarvan een tweetal gemerkt: 
„4® Directie van fortificatien, vesting Grave", en een dezer met 
den naam E. H. Bergsma); vervaardigd omstreeks 1844. 

4. Ontwerp-teekening van een schotbalkensluis in de rivier 
de Raam nabij Escharen, gemerkt : „3^® Directie van fortificatien, 
vesting Grave, 1843"; waterverfteekening (60 X ^'^ ^^0 

5. „Schetsteekening van de vernieuwing der beschoeiing aan 
de voorgrachtzijde der sluis in den bedekten weg voor het bastion 
Barten-Aas der vesting Grave^^ ; teekening in inkt en kleuren, 
gemerkt E. H. Bergsma. 

6. Een viertal schetsteekeningen van de situatie, de details 
enz. van de noodbrug over de voorgracht buiten de Hampoort 
der vesting Grave, te leggen gedurende de vernieuwing der 
aldaar gelegen Pegelbrug; vervaardigd door den militair-inge- 
nieur Bergsma in 1844. 

7. Schetsje in inkt van een der wachthuizen in het ravelijn 
buiten de Hampoort te Grave. 

8. Een drietal teekeningen in rooden en zwarten inkt met een 
schetsje in potlood, betrekkelijk de Brugpoort te Grave, in 't 
bijzonder van een aan te leggen afsluithek. 

9. Een teekening in kleuren en zes schetsteekeningen in inkt 
en potlood van de geprojecteerde zwemkom, aan te leggen in 
de voorgracht van het ravelijn Webnum ie Breda; de teekening 
gemerkt: „3^® Directie van fortificatien, vesting Breda, 1844", 
en onderteekend o. a. door E, H. Bergsma. 



88 

10. Een tiental teekeningen op calqueerpapier van militaire 
terreinen te Breda, vermoedelijk vervaardigd omstreeks 1862. 

11. Een teekening in rooden en zwarten inkt van een ontwor- 
pen bomvrij gebouw enz. ten N.W. in de nabijheid van Breda 
in verband met den aanleg van den Zeeuwsch-Limburgschen 
spoorweg. 

12. Acht schetsteekeningen van ontworpen werken in de ves- 
ting Woudrichem (voor een herstelling van een „beer" enz.), in 
1863 vervaardigd door den kapitein-ingenieur E. H. Bergsma; 
waarvan een gemerkt: „1® Inspectie van fortüicatien, Woudri- 
chem 1863, behoort bij het ontwerp bestek van 30 juni inge- 
zonden bij brief aan den inspecteur van 3 juli n®. 48". 

13. Elf schetsteekeningen van „de doorsnijding in den dam 
voor de te maken brug in de gracht van de redoute Altena, 
benevens die van te verleggen krommingen in den toegangs- 
weg", en van de nieuw te leggen brug. 

Met een schrijven van den militairen wachter in het fort 
Altena dd. 6 october 1863, houdende mededeeling van eenige 
opmetingen. 

14. Twee gekleurde teekeningen op calqueerpapier van het 
fort Altena ten Z.W. van Woudrichem met omliggende landerijen. 

15. Twaalf gekleurde en ongekleurde schetsteekeningen, op 
calqueer- en gewoon papier, van een ontworpen weg c. a. op de 
oevers van de Maas en de Waal nabij WovdrichemenLoevestein; 
waarvan een tweetal gemerkt zijn: „2® Inspectie van fortifica- 
tien Woudrichem, 1864", en een dezer onderteekend is door 
E. H. Bergsma. 

16. Een viertal gekleurde teekeningen op calqueerpapier van 
de vesting Woudrichem met het fort Loeveatein en de vesting 
Oorinchem, waarvan een gemerkt: „n®. 20 E. H. B."; vermoede- 
lijk uit omstreeks 1865. 

17. Een teekening in kleuren op calqueerpapier van de vesting 
Oeertruidenberg, (44 X ^^ ^^0 

18. Zes schetsteekeningen in rooden en zwarten inkt betrekkelijk 
de vesting 'a-Hertogenbosch (het Vuchterfront, de hoofdwal, 
bastion Oranje, bastion Deuteren, courtine Bazelaar — Groote 
Hekel); waarvan twee gemerkt: „4® Directie van fortificatien 
Vesting 's Bosch, 1836" en idem „1838". 

19. „Plan van het fort St. Antonie" bij ^a-Hertogenbosch, 



89 

schetsteekening in roeden en zwarten inkt, vermoedelijk uit 
i 1836-1838. 

20. Teekening in rooden en zwarten inkt van het „Naar buiten 
openslaand ijzer hek tot afsluiting der waterleiding onder den 
hoofdwal voor de Olybak sluis aan de rivier de Dieze" te 
*S'Hertogenbo8ch] vervaardigd omstreeks 1836. 

Bij de collectie zijn ook vier veel oudere teekeningen, waarvan 
althans twee vermoedelijk mede Woudrichem betreffen. Deze zijn : 

Twee stand- en grondteekeningen in inkt en kleuren van 
een bruggehoofd, waarvan eene op de rugzijde gemerkt: „Dit 
plan geapprobeert bij resolutie van de vroedschap in dato den 
1 mey 1774" en onderteekend „In kennisse van mij W. W. 
van Éerckel". 



IV. Bij de verdere regeling der Provinciale Griffie-archieven 
werd afzonderlijk aangetroffen een geteekende kaart die naar de 
kaartverzameling is overgebracht en welke ik aldus beschre- 
ven heb: 

Grondplan waarop met een gele tint aangegeven zijn de ge- 
deelten grond benoodigd voor den aanleg van de lunetten 
n«. 5, 6, 7 en 8 van de verschanste legerplaats bij het dorp Vucht, 
Vervaardigd en gemerkt door de Genie 10 februari 1846. Met 
een staat van de gebouwde en ongebouwde perceelen die te 
onteigenen zijn. Papier 99 X ^3 cM. 



90 



F. Aanwinsten voor de zegel- en steinpel-verzameling. 

Uit de auctie der munt- en penning-verzameling, afkomstig 
van de verzamelingen der heeren Van-den-Bogaerde, zijn eenige 
oude zegelstempels verkregen, van het openbaar gezag af komstig 
en vroeger op een of andere wijze door nalatige dragers van 
het gezag vervreemd. Het zijn de volgende : 

1. Randschrift: „Landrostambt van Braband". Wapen 
van den Koning van Holland. 

Koperen lakstempe], zonder handvat. 

2. RS. : „Commissaris van het uytvoer bewind der Ba- 
taafsche Repub." Onderschrift: „Departement van den 
Dommel". De vrijheidsmaagd met leeuw en vlag bij een 
altaar met plechtanker der vrijheid. 

Idem, met mahoniehouten handvat. 

3. RS. : „Provinc : geneesk : onderz : en toevoorz : te 
's Bosch". Koninklijk Nederlandsch wapen. 

Idem, met beschadigd palmhouten handvat. 

4. RS. : „Thesaurier der stad s'Hertogenbosch". Wapen 
van het koninkrijk Holland. 

Koperen lakstempeltje, zonder handvat. 

5. RS. : „Commissaire de Police de Boisleduc". Keizerlijke 
(fransche) adelaar. 

Idem, met palmhouten handvat. 

6. RS. : Raad van admini : en dissipline der gewaapende 
burgermacht". Schild met de vrijheidsmaagd met hoed bij 
een altaar, waarop een grondwet en het onderschrift „Bosch", 
omgeven door krijgsemblemen. 

Koperen inktstempel, met palmhouten handvat. 

7. RS. : „Mairie de Nuland". Keizerlijke adelaar. 

Koperen inktstempel, zonder handvat. 



91 

8. RS. in antieke letters: „S. scabinarum ville deRaïïe- 
stein". Twee wapenschilden gehouden door een engel. Links : 
het wapen van Ravestein, (van zilver) beladen met een 
raaf (van sabel) staande op een steen (van lazuur) ; rechts : 
dat van den heer van Kleef zooals afgebeeld in „Charters 
enz. van Ravestein" I blz 386. 

Zeer oude koperen was-stempel met palmhouten 
handvat. 

9. RS. : „S. opidi de Steenberghen ad causas". Wapen 
van Steenbergen, van goud, beladen met een Sint-Andries- 
kruis van keel, en verzeld aan de punt van drie bergen 
(van sinopel); het schild omgeven met een dooreen gevloch- 
ten handwerk als versiering. 

Oude was-stempel, enkel bestaande in een koperen 
schijfje; het handvatsel is afgevijld. 

10. RS. : „Schependomssegel van Heese en Leende", 
Schild met cartouche, vertoonende het wapen van Heeze, 
Leende & Zes-gehuchten, (van lazuur) beladen met een 
boom (van goud) aan welks takken een schildje (van goud) 
hangt waarop drie hoornen (van lazuur), in het midden 
van het hoofd een ster (van goud). 

IJzeren was-stempel, platte schijf zonder handvatsel. 

11. RS. : „Publieke Schatkist". Wapen van den Koning 
van Holland. 

Lak-stempel, bestaande in een dun koperen schijfje, 
bevestigd op een ijzeren blok, waaraan een stift ter beves- 
tiging van een handvat. 



92 



G. Aanwinsten voor de boekery. 

Van een aantal verslagen, inventarissen en catalogi, in 1903 
en vroeger verschenen, hebben wij weder een exemplaar ten 
geschenke ontvangen. Met name: 

Verslag van een onderzoek naar Nederlandsche archivalia in 
Zweden, Noorwegen en Denemarken, door prof. dr. G. W. Kern- 
kamp. (Ontvangen van Uwe Excellentie) 

Verslag omtrent oude gemeente-, waterschaps- en veenderij- 
archieven in de provincie Utrecht over 1900 -1902 door dr. J. de 
Hullu. (Van dezen) 

Verslag van den toestand van het gemeente-archief te Leiden 
over 1902. (Van den archivaris) 

Verslagen over den toestand van het gemeente-archief van 
Amsterdam, over de jaren 1885—1890, 1894, 1896, 1898, 1900— 
1902. (Van den archivaris) 

Verslag der commissie van toezicht over den toestand van 
het gemeente-archief te Rotterdam over 1902. (Van den archi- 
varis) 

Verslagen betreffende het archiefwezen en de oudheidkundige 
verzameling der gemeente Vlissingen over 1902. (Van den 
gemeente-archivaris) 

Verslagen betreffende het oud-archief van Middelburg over 
1901 en 1902. (Van den gemeente-archivaris) 

Notulen der XII^® bijeenkomst der Rijks-Archivarissen op 
22 october 1901. (Van den Algemeen Rijks-Archivaris) 

Aanwinsten van het Rijks-Archief in Limburg over 1901, door 
A. J. A. Flament, Rijks-Archivaris in Limburg. (Van dezen) 

Inventaris van het archief der gemeente Warmenhuizen door 
C. J. Gonnet, Rijks-Archivaris in Noordholland. (Van dezen) 

Verbetering en aanvulling van den inventaris van dr. P. Schel- 
tema, 1869, door C. W. Bruinvis, archivaris der gemeente 
Alkmaar. (Van dezen) 



93 

Inventaris van het archief der gemeente Amersfoort. (Van 
den gemeente-archivaris) 

Nasporingen en studiën op het gebied der Nederlandsche krijgs- 
geschiedenis ; achtste jaarverslag, 1 october 1902. (Van den 
Directeur van het krijgshistorisch bureau van den Generalen 
Staf) 

Rapporten der voormalige Vicarie-Commissie. (Van Zijne 
Excellentie den Minister van Justitie) 

Catalogus der geschiedenis. Frankrijk. (Van den bibliothekaris 
der Koninklijke Bibliotheek) 

Lijst van periodieken, te raadplegen in de bibliotheek der 
Rijks-Universiteit te Leiden. (Van den bibliothekaris) 

Catalogus van de Bibliotheek over Leiden en omgeving. 
(Van den archivaris der gemeente Leiden) 

Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingep van Geschiedenis 
en Kunst, deel XXIV, over 1901. (Van Uwe Excellentie) 

Verslag van de commissie van bestuur van het Provinciaal 
museum van oudheiden en geschiedkundige voorwerpen in 
Drenthe, aan Gedeputeerde Staten, over 1902. (Van de commissie) 

Verslag van de commissie ter verzekering eener goede bewa- 
ring van gedenkstukken van geschiedenis en kunst te Nijmegen 
over 1902. (Van de commissie) 

Verslag van de commissie van beheer over het Gemeente- 
museum te 's-Gravenhage over 1902. (Van de commissie) 

Verslag over den toestand van het West-Priesche museum te 
Hoorn gedurende het jaar 1902, uitgebracht door de commissie 
van toezicht. (Van de commissie) 

Verslag van den toestand der gemeente 's-Hertogenbosch over 
het jaar 1902, uitgebracht door B. en W. (Van het gemeente- 
bestuur) 

Verslag van den toestand der provincie Noordbrabant over 
het jaar 1902, uitgebracht door Gedeputeerde Staten. (Van dit 
college) 

Verslagen van den toestand der provincie Drenthe over de 
jaren 1827—1835, 1837—1841, 1848, 1870—1874, 1900-1902, 
uitgebracht door Gedeputeerde Staten. (Van dit college) 



94 

Verslag betrekkelijk den dienst der Rijkspostspaarbank in 
Nederland over 1902, aan de Koningin uitgebracht door den 
Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. (Van den 
Directeur) 

Van de volgende uitgaven en geschriften ontvingen wij een 
exemplaar ten geschenke : 

Feestschrift bij het bezoek van de Koningin en den Prins der 
Nederlanden aan Limburg en aan de stad Roermond op 17 
juli 1903. (Van den secretaris van het Provinciaal genootschap 
voor geschiedkundige wetenschappen „Taal en Kunst" in Lim- 
burg, den heer A. F. van Beurden, te Roermond) 

De Paltsgraven Russel, door A. F. van Beurden. (Van den- 
zelfde) 

Limburg's jaarboek II, afl. 4 ; VII, afl. 4 en IX, afl. 1—3. 
(Van denzelfde) 

Gedenkboek der „Blijde inkomste" van H. M. de Koningin 
Wühelmina en Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden in de 
stad Roermond, door A. F. van Beurden. (Van denzelfde) 

De Cameraars-rekeningen van Deventer, uitgegeven door mr. 
J. Acquoy, archivaris der gemeente; VI® deel, Ig stuk, 1382, 
1383. (Van het gemeentebestuur) 

Overzicht van marktprijzen van granen te Arnhem in de 
jaren 1544 — 1901. Bijdragen tot de statistiek van Nederland, 
nieuwe volgreeks XXVI; uitgegeven door het Centraal-bureau 
voor de statistiek. (Van den Directeur van het Centraal-bureau 
voor de statistiek van Nederland) 

Geschiedenis van Zomeren naar de archieven van PostePs 
abdij (opklimmende tot 1224), door Th. Ign. Welvaerts, prior 
bibliothekaris-archivaris der abdij Postel — Molle. (Van den prior 
der abdij Postel — Molle) 

L'Art Typographique dans les Pays-Bas (1500—1540) afl. 
1 — 4. (Van Uwe Excellentie) 

Theodore Rodenburgh, door dr. W. Zuidema; afl. 1 en 2. 
(Van den schrijver) 

De Archivaris in Noordbrabant, 
A. C. Bondam. 



95 



VERSLAG DER AANWINSTEN, 



1903. 



BLADWIJZER. 

A. Blz. 67 — 72. Yoor het oud-Proyinciaal archief. 

I. Een dossier van het archief van het Departemen- 
taal Bestuur van Brabant uit 1804, 

Gerestitueerd door de erven Van-den-Bogaerde. 

II. Stukken van het archief van het kwartier Oister- 
wijk der Meierij van den Bosch. 

Ex gemeente-archief Oisterwijk. 

III. Stukken van het archief van het Bureau de 
Bienfaisance, kanton Oisterwijk. 

Idem. 

IV. Stukken behoorende tot het archief van : 

1. Drossaard van stad en lande van Breda. 

2. Rentmeester der Geestelijke goederen van Breda. 

3. Comptoir van Convoyen en idcenten te Breda. 

4. {Oem^ente-archief Hoeven f) 

Alle ex familie-archief Pels-Rijcken. 

V. Stuk behoorende tot het archief van het rent- 
meesters-kantoor der Domeinen m het kwartier 
van Bergen-op'Zoom. 

Ex collectie-Guypers. 



96 

B. Blz. 73—75. Voor de rechterlQke archieyen. 

I. Stukken van het oud rechterlijk archief van Helmond. 

Teruggekocht door den Rijksarchivaris in 
Limburg. 

II. Oud-rechterlijke archiefstukken van Oisterwijk ca,, enz. 
Ex gemeente-archief Oisterwijk. 

III. Het archief der voormalige Leen- en Laatkamer 
van Heeze, Leende en Zes-Oehuchten, 

Ex kasteel Heeze. 

IV. Protokol van den Leenhof der hooge heerlijkheid 
Geffen, 

Ontvangen van den eigenaar der heerlijke 
rechten van Geffen. 

V. Een crimineel papier van den drossaard van Breda, 

C. Blz. 76 en 77. Voor de nieuwe archieven. 

I. Gemeente-Rekening van Erp, 1866; gemeente-begroo- 
tingen voor 1876 van 27 gemeenten. 

Ex Provinciale Griffie. 

II. Stukken voor het archief van Gedep. Staten, enz. 
Uit het archief der Commissarissen des Konings. 

III. Archiefstukken van het voormalig vredegei^echt van 
het kanton Oisterwijk, 

Ex gemeente-archief Oisterwijk. 

D. Blz. 78—88. Toor de verzameling wetenschappeiyke hulp- 

middelen. 

I. HS8. van costum^en. 
Aangekocht. 

II. Twee H8S, van Rogier van Leefdael 
Idem. 

III. HS. A. V, Hoogstraten, 

Idem. 

IV. Simpele kopie van een oorkonde. 

Idem. 



r 



97 

V. Negen 'perkamenten brieven met kopie van een dito. 
Geschenk-Kuyck 

VI. Schqpenbrief van den-Bosch. 
Uit Lith toegezonden. 

E. BIz. 84—89. Toor de kaart-yerzameling. 

I. Kaarten en plans van vestingioerken enz. van Grave, 
Ex kasteel Nemelaar. 

II. Eenige gedrukte plattegronden. 

Idem (Geschenk-A. v. Lanschot). 

III. Kaarten en teekeningen, afkomstig van A.I.C. I. 8. 
en E. H. Bergsma. 

Aangekocht. 

IV. Grondplan legerplaats Vucht. 

Ex Griffie-archief. 

F. Blz. 90 en 91. Voor de zegel- en stempelyerzameling. 

Zegelstempels afkomstig van het openbaar gezag. 
Ex collecties Yan-den-Bogaerde. 

6. Blz. 92—94. Toor de Boeker]|j- 

Verslageny catalogi, inventarissen, overdrukjes enz. 
Geschonken door de schrijvers. 



(1903) 



98 



INHOÜDSBESCHRIJVING 

VAN HET 

Cartularium van ZÜIDEWIJN-AMBACHT : 

REGISTER van grootendeels gewaarmerkte kopieën naar 

origineelen of authentieke afschriften van leenbrieven en 

andere titels betrekkelijk de ambachtsheerlijkheid en 

heeren van Zijdewijn, en de acht hoeven moers 

daaraan gelegen. 

Folio 1. 

1423 aiLgustus 13 ; Haerlem, opten XIII^*^ dach in auguato, 

lohan van Beyeren, graaf van Holland enz., verkoopt aan 
Willem Screiïel tot een erfleen de ambachtsheerlijkheid en 
gewaarde richterschap van zijne wildernissen met wind, 
met tijns, tienden, enz., gelegen in den Grooten Waard 
boven Sinte Gertruyden berge aan de palen van Brabant 
en het ambacht van Besoyen. 

Naar het origineel. 

Ibidem. 

1364 januari 29 ; tot Sinte Gertruyden berge, des dijnsdaeges 
voer O, Vr. dach Purijicationis int jaer O. H, anno drie hondert 
drieentsestich. 

Heer lan van Beloys, stedehouder van den ruwaard 
hertog Aelbrecht van Beyeren, verleent het ambacht van 
den hoecke van der Zijdwinde, met wind, met weer, met 
tienden, met viskerien, met vogelien en verder toebehooren, 
aan Hadewi vrouw van Jan van Bueren of hare kinderen, 
zulks ten verzoeke van heer Willam Wildelfhesse (1), die 
het thans ten erfleen houdt, en ingeval deze geene kinderen 
of verdere afstammelingen nalaat. 

Naar het origineel. 



(1) In dezen brief ook genoemd Windelnesse. 



99 

Folio 1 yerso. 

1366 mei 23 ; tSchoenhouen, opten Pinxter auont. 

Hertog Aelbrecht, ruwaard van Henegouwen, Holland, 
enz., bevestigt den brief (waar het origineel van dezen is 
doorgestoken) door Jan van Baloys heer van Sehoenhoüeu 
enz. gegeven ten verzoeke van Willamus Winmelsnsse (atc). 

Naar een authentieke kopie (dateerende na i8 december i525) 
uit een grafelijkheids-register van Holland gemerkt XVIII 
(foliis XL, XLIo). 

Folio 2. 

1394 april 9 ; tot Zerixsee opten IX^ dach van aprille, anno 
XCIII. 

Aelbrecht enz. verleent aan Jan van Bueren ^/g in het 
ambacht van Waspick en het geheele ambacht in den Hoeck 
van den Zijdewinde, hem aangekomen bij doode van zijn 
oom Willem van Windelsnese. 

Naar een authentieke kopie van na i8 december i525 
uit een register van Holland gemerkt V (folio LXXVII). 

Ibidem. 

1403 augustus 8; inden Hage opten achten dachinaugusto, 

Aelbrecht enz. verleent aan Jan van Naerssen Henrickss., 
ten wiens behoeve Jan van Buren afstand en opdracht deed, 
het ambacht van den Hoec van der Zijdewinde met dagelijksch 
gerecht visscherijen, vletterij, turfsteking, vogelerij ; tveld 
de Riethueren, de korentiende en smaltiende met veren 
en verder toebehooren binnen- en buitendijks gelegen. 

Naar een kopie als voren uit een register ter registei*- 
kamer van Holland gemaakt ii {II ?) folio XXX). 

Folio 2 verso. 

1403 september 27; inden Hage opten XXVIP*^ dach 
in september» 

Aelbrecht enz. verleent ten rechten erfleen aan Jan van 
der Ziidewijn bij doode van zijn broeder Willem van der 
Zijdewinde; ?iet ambacht vander Sijdewijnde, noordwaarts tot 
Meduwen toe te halver Mase, zuidw. strekkende op 200 
roeden boven de Herstraét, oostw. aan het ambacht van 
Besoyen, westw. tot Nederveen toe, met den wind, de breu- 
ken onder 10 gld , die daarboven voor Vs, de verbeurdver- 
klaringen en de land winningen mede voor Vsl g^öft voor- 



^OOi - 



4 



100 

schriften over de verhaling van dit aandeel door den 
ambaehtsheer ; en verleent hem verder ten rechten erfleen, 
tegen 8 gld. oude Brab. pieters jaarl., acht hoeven moers met 
den grond, oostw. aan onlangs verkochte andere moeren, 
nederwaarts langs het ambacht van der Sijdewijnde, zuidw. 
200 roeden op.de moer vaart en westw. als hem uit te meten 
door den rentmeester van Zuythollant. 

Naar een kopie als voren uit een register van Holland 
gemerkt II (folio XXXVI), 

Folio 3 verso. 

1420 mei 5; Tordrecht vijue dagen in meye. 

Johan (van Beieren, graaf enz.) verleent aan Johan 
van der Zijdewinde het ambacht van der Sijdewinde in 
Zuythollant, en acht hoeven moers met den grond, dezen 
vroeger door zijn vader (hertog Aelbrecht)en broeder (Wil- 
lem II) verleend. 

Naar een kopie als voren uit het register gemerkt IX 
(folio II XV), 

Ibidem. 

1425 december 1 ; Tordrecht den er sten doch van december. 

Philips (van Bourgondië, graaf enz.) verleent aan Marie 
van Aerssen, vrouw van Reynout Farijs(?)zoon, het ambacht 
van den Hoecke van den Zijdwijnde met het dagelijksch 
gerecht en verder toebehooren, in ZuythoUand, zooals haar 
vader Jan van Aerssen het te houden placht. 

Naar een kopie als voren uit het register gemerkt IX 
{folio II XXV), 

Folio 4. 

1462 september 15; optea XV^ dach van september, 

Philips (van Bourgondië enz.) verkoopt ten rechten erfleen 
aan Jan Oudaert, Heinrick van den Hout en Henrick van 
den Doerne de ambachtsheerlijkheid van der Zijdwijnde 
met aanwassen en verder toebehooren, aan hem gekomen 
door verzoek als anderszins, — en zulks op den voet als 
die heerlijkheid door wijlen Jan van der Zijdwijnde bezeten 
werd, en nog met het recht om schout, schepenen en andere 
officieren aan te stellen; en verkoopt hun tevens in eigen- 
dom acht hoeven moers, mede door Jan voorn, bezeten 



101 

geweest; beide koopen te zamen voor 1200 gouden Phil. 
schilden, geheeten clinckaerts, van 30 grooten vlaamseh. 

Naar een kopie als voren uit het register qeinerkt : et finis 
(foliis Vin, TX, X). 

Pol. 5 verso. 

1443 september 10; opten thienden dach in sq)tembri. 

Philips van Bourgondië enz. vergunt heer Dirck van der 
Merwede, ridder, het ambacht van der Zijdwijnde met acht 
hoeven moers c. a., door Dirck tot nog toe van de grafelijk- 
heid van Holland te leen gehouden, verder te verleenen 
aan een of meer zijner drie bastaarden Jan, Claes en Daniel 
in rechten leenwaer om te houden van hem en zijn rech- 
ten leenvolger, onverkort de leenroerigheid aan den graaf. 

Naar een authentieke, met het origineel vergeleken, kopie. 

Folio 6. 

1449 maart 4; opten vierden dach in materie int jaer ons 
Heeren duysent vier nondert acht ende vertich, 

Dirck van der Merwede, ridder, heer van Eethen en 
Meuwen, van Sgravenmoer en Baertwijck, beleent zijn natuur- 
lijken zoon Jan, ten overstaan van zijne mannen van leen 
Jacob van den Velde en Gerit van Deventer, ten rechten 
erfleen, met het ambacht van der Zijdwijnde en de ooste- 
lijke helft van acht hoeven moers aaaraan gelegen, met 
versterf op wettig oir of anders op zijn broeders Claeg of 
Daniel en hun wettig oir. 

Naar een authentieke kopie als voren. 

Folio 7- 

1455 januari 2 ; opten tweesten dach van ianuarii int jaer 
o. H. duysent vier hondert vier ende viftich. 

Odelije van der Merwen, vrouw van Ethen, van Meuwen 
en van Sgravennoer (sic) verleent, ten overstaan van mannen 
van leen Gijsbrecht van Hokelom en Jan van Mallant, aan 
Jan van der Merweden, haar bastaard-broeder, het ambacht 
van der Zijdwijnde en de helft van acht hoeven moers 
daaraan gelegen, overeenkomstig de beleening door haren 
vader gedaan. 

iVc^ar een kopie als voren. 



102 

Ibidem. 

1459 juli 1 ; opten ersten dach in iulio. 

Jan van Emmichoüen Zegerss., Jacob van Dobben en 
Peter Walche zoon, mannen van leen van vr. Odelije van 
der Merweden, verklaren dat zij haar ten verzoeke van haar 
natuurlijken broeder Claes v. d. M. vruchteloos hebben 
verzocht om dezen op een voor hem veilige plaats in Suyt- 
hoUand, het Land van Althena, dat van Huesden, of elders, 
gelegenheid te geven verhef te doen van de hem van zijn 
broeder Jan aangekomen, van haar leenroerige, ambachts- 
heerlijkheid van Munsterkerk ca. en die van der Zijd- 
wijnde met 4 hoeven moers, of wel hem vrijgeleide te geven 
of anders uitstel tot hij met recht of met genoege met 
haar vereenigd was. 

Naar een kopie als voren. 

Folio 8. 

Notitie, luidende: 

„Wij Hugo van Wiek (1) hoert hier te comen". 

Ibidem. 

1478 november 7; opten sevensten dach in novembri, 

Maximiliaen en Marie, hertogen enz., verleenen tot een 
erfleen aan Daniel bastaard van der Merwede de ambachts- 
heerlijkheid van der Zijdwijnde met de oostelijke helft van 
8 hoeven moers (waarvan zijn broeder Claes de andere helft 
heeft), en zulks ingevolge den afstand (in atrio?) door zijn 
broeder Claes en wegens den dood van Odelije van der 
Merwede, wier leenvolger nog geen verhef van de leenen, 
van de grafelijkheid afhangende, gedaan heeft. 

Naar een kopie als voren. 

Folio 9. 

1462 september 15. 

PhUips enz 

(alleen de aanhef en het slot van een expeditie van den 
brief, opgenomen op folio 4 en vlg. van het register). 



(1) Hiermee is, blijkens een verwijzend teeken, de aldus aanvangende 
brief bedoeld, afgeschreven op folio 19. 



103 

Folio 9 yerso. 

1403 september 27. 

Aelbrecht enz 

(alleen de aanhef van een andere kopie van den brief, 
opgenomen op fol. 2 verso en vlg. van het register). 

Ibidem. 

1462 september 17; opten XVII^*^ dach van septembri. 

Philips, hertog enz., gelast den procureur van HoUant 
om Jan Oudaert, Henrick van Dorne en Henrick van Houte 
in het bezit te stellen vun de ambachtsheerlijkheid van der 
Zijdwijnde met 8 hoeven moers, die hij, hertog, hun ver- 
kocht; en beveelt de buren en inwoners die koopers als 
ambachtsheeren te ontvangen. 

Naar het otngineel. 

Folio 10. 

1462 october 7; opten sevensten dach vander ma^nt van 
octobri. 

Willem van Swieten, 's hertogen procureur in Hollant, 
Zelant en Vrieslant enz., verklaart Jan Oudaert c. s. in de 
possessie en bruikweer gesteld te hebben van de ambachts- 
heerlijkheid van der Zijdwijnde met 8 hoeven moers, door 
confiscatie na wanbetaling van cijnzen en anderszins aan 
den hertog gekomen, en in het bezit van de turf op die 
8 hoeven gevonden. 

Naar het origineel. 

Folio II. 

1491 september 12 ; in onser stede van Mechelen, den twelffsten 
dach van september int jaer O. H, 1491 ende der RijcJcen van 
ons conincx te wetene van die van den Romeynen tseste ende 
van den genen van Vngarien tweeste (1). 

Dictum van het eindvonnis, door (Maximiliaan en Philips 
in) den grooten raad, tusschen Daniel van der Merwede, 
eischer, en Jan Mellinck en Adriaen van Drongelen, ver- 
weerders; waarbij den eischer de ambachtsheerlijkheid van 
der Zijdwijnde met 4 hoeven moers werd toegewezen. 

Naar een expeditie ? 



(1) De kopiist las : wterste. 



104 

Ibidem. 

1403—1432. 

Notities uit de leenregisters in den Hage op 't hof, van 
5 verheffen met de ambachtsheerlijkheid van der Zijde- 
wijnde, n.1. : 

1403 Jan van der Zijdewijnde bij doode Willem zijn broer ; 

1409 Jan van der Zijdwijnde ten tijde van hertog Willem ; 

1414 Willem van Besoyen bij overgifte van Jan van der 
Sijndwijnde ; 

1414 Floris van Wiffliet bij overgifte van Willem van 
Besoyen ; 

1432 Direk van der Merwede bij overgifte van Floris 
van Wiffliet. 

Folio 11 verso. 

1432 november 9; inden Hage opten negensten doch van 
novembn. 

Philips van Bourgondië enz. verleent tot een erfleen aan 
heer Direk van der Merwede acht hoeven moers met den 
gronde achter zijn ambacht van der Zijdwijnde, zooals de 
oude handvesten en brieven, die heer DircK daarover van 
hertog Willem van Beyeren heeft, inhouden. 

Nciar het otngineel. 

Folio 12. 

1432 november 9 ; inden Hage opten IX"^ dach in nouembri, 

Philips van Bourgondië enz. met zijne mannen van 
leen, her Aernt van Gendt en Floris van Kijfhoeck, ver- 
klaart dat Florens van Wijfflit ten behoeve van heer Direk 
van der Merwede heeft opgedragen het ambacht van der 
Zijdwijnde met wind, met molen en verder toebehooren, 
en verleent dit heer Direk ten erfleen. 

Naar het origineel. 

Folio 12 verso. 

1432 november 9 ; inden Hage opten /Z«'* dach in novembri. 
Hertog Philips .... (enz. als in het vorige) 

Naar het vidimus dd, i434 octóber i6 (int jaer ons H, 
duysent vierhondert viet^endedertich (1) opten sestienden dach 
van octobri) door br, Eueraert^ prior van het Cistercienser 
klooster van Sinte Marien Groen te Heusden. 



(1) Misschien heeft er gestaan viueendedertich. De kopiist sprong 
een regel over en wel van het jaartal van den brief op dien van het 
vidimus j een latere band schreef nu door vier of viiie weer twee heen. 



r 



105 

FoUo ia. 

1440 december 21; opten XXI** dach in decembri, 

Philips van Bourgondië enz. verklaart dat Willem van 
Gendt en Jacop diens zoon hebben erkend geen recht te 
hebben op het ambacht van de Zijdewijn en op acht hoeven 
moers daaraan gelegen, waarover zij met heer Dirck van 
der Merwede geschil gehad hebben, en waarvan zij ten 
overvloede afstand doen ten behoeve van heer Dirck. 

Naar het origineel. 

Folio 13 verso. 

1411 mei 3; opten derden dach in meye, {Opschrift: „Den 
brieff van inlage die lan vander Zijdewijn off die gebóeren 
behorden'\) 

De gemeene buren, die geërfd zijn van Heynken Heyn- 
kens Souts erf tot Wouters Bonten erf, beloven en verbinden 
zich v6or rechter en heemraden in het ambacht van der 
Zijdewijn ten behoeve van Jan van der Zijdewijn om de 
sloot langs hunne erven, nabij de Maze gelegen, te maken 
en houden als elders in Zuythollant aan den uiterdijk, en 
verklaren geen recht te hebben op de uiterdijken en erven 
tusschen H. Heynkens en W. 's Bonte erven van den 
„slot" tot de Maze toe; terwijl Jan van der Zijdewijn belooft 
hen van den Maasdijk te vrijen. 

Naai liet vidimus dd. iöOO januaH i4 (int jaer o. H. 
vier hondert XCIX den XlIJIen ianuaHi) door burgemeesters, 
schepenen en raad van Dordrecht. 

Folio 14 verso. 

1379 maart 20; int ja^r o. H. dusent drie hondert acht- 
endetseuentich, des sondaechs nae Gertruyden dach in rnert. 

Jan van der Zijdwijnde, en Willem zijn zoon voor zich en 
als voogd voor zijn broeders en zuster met namen Reynbout, 
Jan en Gerit en Kateline, dragen 23 gerden lands vier- 
dalve voet min, gelegen int Brede Wer enz , vóór richter 
en hemeraders in het ambacht van der Zijtwijnde over aan 
Gerit van der Zijdwijnde, die hun daartegenover een molen- 
steeg en molenwerf overdraagt benevens eenig erf, uiter- 
dijk, pacht en gemeente, aan Gerit en zijn zuster Lysebeth 
van hun moeder vrouw Mechteld bestorven. 

jVaar het origineel. 



106 

Folio 15. 

1442 november 27; opten XXVII*^ doch in nouembri. 

Philips (hertog enz.) machtigt onder wederkeerig recht 
van opzegging heer Dirck van der Merwen, Goedschalck 
Oem, Adriaen Screüel en Jacop van Gendt om ieder een 
gewaert richter te zetten in hunne ambachten in Zuyt- 
hoUant. 

Naar een gewaarmerkte kopie dd, i60S mei 30, 

Ibidem. 

142Ö augustus 14; op onser Vrouwen auont assumptio. 

Jacop Tack, rentmeester van Suythollant, geeft namens 
graaf Jan van Beyeren aan Jan van der Sijdewijn en diens 
erven in erfcijns acht hoeven moers met den grond enz., 
gelegen aan het ambacht vander Zijdewijn, oost aan het 
moer van Foykens erfgenamen, noord aan het erf der 
geburen van het ambacht van der Sijdewijn 200 Roeden 
boven de Herstraet, zuid 200 R. opwaarts van dat gebuur- 
erf, west zoo ver langs dat erf tot de 8 hoeven hun volle 
maat hebben van elk 24 zulke morgens als „boven en 
beneden" van moer geleverd zijn. 

Naar een vidimus dd. i462 mei 22 (den XXIP^ dctch in 
ineyë) door hr. Comelis vander Merwet, heer toesimeistm* en 
ptnor van het Augustijner- klooster in Dordrecht, van een 
ander vidimus dd, 1436 december 22 (des saterdaechs nae 
Sinte Tomas dach) door br, Rutger van Tiel, gardiaan van 
het Minderbroeder -convent in Dordrecht, 

Folio 15 verso. 

1450 november 3; des dijnsdachs nae Alder Godts heyligen, 

Floris Om van Wijngaerden, baljuw van SuythoUant, 
doet, met de welgeboren mannen van ZuythoUant in hooge 
vierschaar, ten verzoeke van heer Dirck van der Merwede, 
ridder, heer tot Eethen en van Meuwen etc, en overeen- 
komstig een daartoe door den graaf verleenden brief, uit- 
spraak dat schout, gewaard rechter, gezworenen en gemeene 
buren van den Zijdewijn ingeval van hoogwater dingbank 
zullen houden in het andere ambacht dat heer Dirck in 
ZuythoUant heeft van een deel hoeven moers die hij van 
Vastraet van Giessen gekregen heeft. 

Naar het origineel. 



. 107 

FoUo 16. 

1432 november 9. 

Philips enz (gelijk in den brief op folio 11 verso). 

Naar een vidimus dd. "1465 januari 14 {int jaer o. H, 
duysent vierhondert ende vierendetsestich op Sinte Ponciaens 
dach martelaer) door hr. Jacop, prior van het klooster van 
Sinte Marien Croen te Heusden. 

Folio 16 verso. 

1452 april 10; thien dagen in april. 

Jonkvr. Odelie van der Merwede, wettige en oudste doch- 
ter, en Jan en Claes van der Merwede, natuurlijke zonen 
van heer Dirck van der Merwede ridder heer van Eethen 
en van Meuwen etc., komen in tegenwoordigheid en onder 
bezegeling van hun vader, met medebezegeling van Robrecht 
van Drongelen Peters zone, Antonis van Wifllit en Jan 
Henrix zone van Hoekelem, overeen dat Jan en Claes na 
huns vaders dood op het slot en huis te Meuwen mogen 
blijven wonen onder gemeenschappelijk genot hunner goe- 
deren, mits zij Odelie als het hoofd der familie erkennen 
en haar, alsook haar zuster Johanna indien die komt mede- 
wonen, dienen zullen gelijk thans hunnen vader. 

Naar het origineel. 

Folio 17 verso. 

1442 october 27; op Sinte Symon ende Juden auont apos- 
telen (^Opschrifty iets later bijgeschreven: ^^Dit is een copie van 
die coer op dm dieck eerst gemaakt is",) 

Burgemeester schepenen en raad van Dordrecht verkla- 
ren, dat hunne gedeputeerden, die van Sinte Gertruyden 
berge, heer Dirck vander Merwede ridder enz., en anderen, 
besloten een straat op de moeren en verder tot het ambacht 
van Besoyen te maken en schouw met heemraden daarop te 
leggen — bij gemis van een heemraad boven op de moeren, 
met dien van beneden — , dat zij die straat heboen uitgezet 
en bepalingen hebben getrofien voor de heemraden tot 
keuren, over den aanleg, de breedte, de zeewaardigheid als 
dijk, enz. 

Naar het origineel. 

Folio 19. 

1478 september 21; opten eenentwijntichstendachinseptembri. 
Claes van der Merwede, bastaard, heer van Baertwijck, 



108 

zoon van heer Dirck van der Merwede, doet voor leen- 
mannen der grafelijkheid vanHollant ten behoeve van zijn 
broeder Daniel van der Merwede, bastaard, afstand van al 
zijn recht en aanspraak op het ambacht van der Zijdwijnde 
en op de helft van acht hoeven moers daaraan gelegen 
(waarvan hij, Claes, de andere helft bezit), hem aangeko- 
men bij doode van zijn anderen broeder Jan. 

Naar een kopie gelijk die op foliis 5 verso — 8. 

Folio 19 verso. 

1606. 

Onderteekende verklaring van H. Stockman, als secretaris 
in het ambacht van die Zijdewijn ende Vrijhoeflfuen, dat 
hij alle brieven op foliis 1 — 19 naar de principale brieven 
woordelijk heeft afgeschreven. 

Tegenover fol. 19 verso. 

1593 auguatua 28. 

« 

Adriaen van Clotwijck Adriaenss. als schout in de Zijde- 
• wijn tot Cappel met hemeraders, doet meten en taxeeren, 
ten verzoeke der erfgenamen van mr. Willem van Diemont 
c. s., het aandeel van dezen in den Pekelherinck, verder 
de hooge Inlage aanwassen, het aandeel in de kleine 
Inlage enz. 

Boor den secretaris Stockman in 1599 gewaarmerkte kopie 
op een in het register gehecht vel papier dat, m^oeger in 
vieren gevouwen, op de vouw tot opschrift heeft: nBit is 
eenighe meting he gedaen van die inlage eermael bij Cloetwick 
waer mede ie mij wil behelpen dat die anwasse vant gecofie 
lant van Hubert Berck over SptHncht niet mede gemeten is; 
is moer gemsten die groete ende cleine inlaghen. Word daer 
om bewa£rt)>, 

(Folio 20 recto.) 

(In blanco.) 

Folio 20 verso. 

1438 augustus 2; opten anderden dach in augusti. 

Godtschalick Om, rentmeester-generaal van HoUandt, en 
Floris van Kief hoeck, kondigen dat zij met goedvinden van 
heer Dierck van der Merweden hun uitspraak, waarbij dezen 
bet ambacht van der Zijdewijn was toegekend, in dieji ziu 



109 

aanvulden dat de tegenpartii, Willem van Gendt, de tienden 
van dat ambacht hebben zal. 

Naar den origineelen brief. 

Ibidem. 

Grafschrift van Dirck van der Merwen en nog een notitie. 

Folio 21. 

1594 maart 8. 

Ridderschap, edelen en steden, representeerende de Staten 
van HoUant en Westvrieslandt, verleenen ten erfleen aan 
Dierck van Nuyssenborch de ambachtsheerlijkheid van der 
Zijdewinde met de helft van 8 hoeven moers met den grond 
daaraan gelegen, — hem aangekomen van zijn moeder 
Margriet. 

Naar het origineel. 

Folio 21 verso. 

1442 november 27; opten XXVII*^ doch in nouembri. 
Philips, enz (als op folio 15 van het register). 

Door den secretaris Peter Aersen den 30« mei i603 
gewaarmerkte kopie van het origineel. 

(Folio 22—27 in blanco.) 

Folio 28/29. 

Op een later ingehecht, vroeger in vieren gevouwen, vel 
papier, dat op de vouw {folio 29 verso) tot opschrift droeg: 
„Joncker Dirck van Nuyssenburch (vercrig?) vande Cram- 
stech", staan de volgende akten : 

(Folio 28.) 

1501 juli 25 ; opten XXV'^ dach in iulio. 

Daniel van der Merwen voor zich en voor Dirck, zijn zoon, 
en voor zijn nakomelingen, draagt over vóór richter en 
hemeraders in Screuelduyn aan een aantal geburen 3 gerden 
land aan de westzijde van de Kruysvaert. ,^drie oelkens 
royen breet", strekkende van de Heerstraat tot het ambacht 
van de Sijdewijn, en nog 3 roeden in dat ambacht, moetende 
„int authoot" de moer 2 roeden breed blijven liggen ; onder 
voorwaarden: dat de verkrijgers de sloot aan den oostkant 
voor de helft mee 7 voet wijd maken en, zoo Daniel of 



110 

zijn nakomelingen een vaart willen maken, daartoe helpen ; 
dat Daniel en zijne nakomelingen zullen houden gebuerrecht 
in het ambacht van der Sijdewijn dies dat hij vrij zal „varen" 
met al zijn land aldaar, en wegen mag „over die voors. 
stege" ; dat Daniel of zijne nakomelingen een sijl zullen 
maken door die steeg tot lossing van water in de Cruys- 
vaert, 14 voet lang en 2 wijd, vierkant; dat de ingeërfden 
den oostkant steeds dicht zullen maken „binnen meijs" en 
ook de gaten, 'b winters daarin geschuurd. 

Naar de oorspronkelijke akte, 

(Folio 28 verso.) 

1499 mei 7; opten seuensten doch in die meij. 

Daniel van der Merwen, ambachtsheer van der Sijdewijn, 
en alle gemeene ingeërfden in dat ambacht, komen voor 
richter en hemeraders aldaar overeen over een erfscheiding, 
waarbij de straat tusschen hunne goederen en de helft van 
de sloot aan den zuidkant, strekkende van de Hoger vaert 
tot de Cruyssloot toe, aan de geburen wordt toegekend, 
terwijl Daniel en zijne erven of „naecomelingen" water mogen 
lossen door een te leggen zijl; met voorwaarde dat schout 
en heemraden straat en sloot, oost- en westzijde, jaarlijks 
zullen schouwen onder recht van beboeting en verhaal. 

Naar de oorspronkelijke akte, 
(Folium 29 in blanco behoudens bovenvermeld opschrift.) 

Folio 30. 

1500 april 11 ; int jaer o. H. duysent vierhondert negenende- 
tnegentich opten XL^ da^h van april. 

Gerit Lauriss. staat v6or richter en hemeraders in het 
ambacht van der Vrijer Hoefiüen toe dat Daniel van der 
Merwen of zijne „naecomelingen" uit zijne moeren mag 
uitwateren^ varen enz, in de vaart, voor zoover Gerit in die 
vaart gerecht is, en dat Daniel daar gebuerrecht van zal 
houden gelijk andere geburen. 

Naar de oorspi^onkelijke akte. 

Ibidem. 

1500 april 11. 

Gerit Lauriss (gelijk in het vorige). 

Ncuir een vidimus dd. i507 october 27 (opten XXVII*» 
in octobri) door deken en kapittel van Sinte Gertruydenberge. 



111 

Folio 30 verso. 

1525 october 10; opten tienden doch in octobri. 

Jan Duydijn Janss. draagt vo6r richter en hemeraders 
van het ambacht van t Screüelduyn over aan Dirck van 
der Merwen Danielss. V4 van de Hogervaert, Toentkens 
vaert genoemd, strekkende van het ambacht van die Vrij- 
hoefiFüen zuidw. tot de palen van Brabant. 

N(xar de oorspronkelijke akte. 

Ibidem. 

1493 februari 6 ; int jaer o, H. duysent vier hondert tweende- 
tnegentich den sesten dach in februariL 

Richter en hemeraders in het ambacht van der Sijdewijn 
verklaren dat lohan heer van Cruynningen enz., als voogd 
van Gerit Lauriss. zijn zwager, zich beklaagde dat de vaart- 
meesters Grerit verkortten in zijn recht op de vaart en 
vaartkant en de wilgen, en de vaart door zijn land groeven 
met ongebruik van zijn land ; dat dezen met de ingeërfden 
nu erkenden dat Gerit in de vaart en vaartkant gerecht was, 
vreemde goederen en waren te scheep mocht voeren en 
landen, en met karren enz. vervoeren, en beloofden hem 
niet meer daarin te storen; dat partijen echter verdere 
punten aan arbiters onderwierpen, die de uitspraak deden 
als volgt: 

Heer lohan namens Gerit, zijn zwager, zal het geheele 
gebruik van de vaart en vaartkant vrij mogen benutten 
gelijk de vaartmeesters c.s. erkend hebben ; over de andere 
punten zullen de zeggers informatie nemen en dan later 
uitspraak doen als hun dat zal believen; duisterheden 
zullen zij zei ven verklaren; bij ontstentenis zullen partijen 
andere arbiters in hun plaats kiezen ; bij niet-onderwerpmg 
wordt boete beloopen. 

Naar een notarieele kopie, 

(Folium 31 verso, grootendeels, folium 32 geheel in blanco.) 

De Archivaris in Noordbrabant, 
A. C. Bondam. 



112 



Het Rijksarchief in Gelderland. 



I. Toestand der bewaarplaats van het archief, 

lokalen, ameuhlement 

De bewaarplaats van de archieven verkeert voortdurend in 
goeden staat; zij onderging geene veranderingen en behoefde 
geene herstellingen. 

Het onderhoud van het Rijksarchiefgebouw, gedurende de jaren 
1903 en 1904, is op 30 Januari 1903 door den heer J. A. 
Koenders te Arnhem aangenomen. 

Het ameublement werd niet vermeerderd ; de reparatiën be- 
paalden zich tot die van enkele binnenjalouzieën. 

De tuin wordt behoorlijk onderhouden. 

II. Toestand der reddings- en brandbltASchmiddelen, 

De op het archiefgebouw geplaatste bliksemafleiders werden 
door een deskundige, den heer O. F. Lincker te Arnhem, op 
18 Mei en 29 September 1903 beproefd en, blijkens diens 
schriftelijk afgegeven verklaringen, in orde bevonden. 

Bij de beproeving der brandslangen bleek het, dat er 4 door 
nieuwe moesten worden vervangen. 

Aan de waterleiding deden zich geene gebreken voor. 

Het aantal brandzakken en flesschen met bluschmiddel bleef 
hetzelfde. 

III. Toestand van de archiefverzameling. 

Met het herstellen van de archiefstukken, die zulks behoeven, 
wordt steeds voortgegaan. De voorraad kartonnen klepdoozen 
werd met 150 stuks vermeerderd ; die van schuifportefeuilles 
voor berging van losse stukken behoefde niet te worden aan- 
gevuld. 



113 

IV. Werkzaamfieden en voortgang der ordening en inventarisatie 

van het archief, 

In het jaarverslag van 1902 is melding gemaakt van het door 
den HoogWelgeb. heer F. M. A. J. Baron van Wnnbergen in 
in bruikleen afgestaan archief, dat op het huis ter Éorst onder 
Loenen ( Veluwe) berustende was geweest en dat met de ordening 
en inventarisatie van die uitgebreide verzameling een aanvang 
was gemaakt, doch dat. men daarmede niet gereed was gekomen. 

Thans kan worden medegedeeld, dat die arbeid is afgeloopen ; 
van den inventaris (in duplo), groot 503 bladzijden, is een 
exemplaar geheel in het net overgeschreven, terwijl dit met het 
tweede gedeeltelijk het geval is. 

Het door den heer Ph. F. A. J. Baron van Brakell-Doorwerth 
te Heelsum in bruikleen afgestaan archief van het huis Door- 
werth werd geordend: 

Het bevat o. a. : 

1®. Leenboek van de heerlijkheid Doorwerth, loopende van 16 
Juni 1559 tot 15 Augustus 1576, waarin nog eene akte van 8 
April 1594 voorkomt ; 

2e. Leenboek als het vorige, ook aanvangende 16 Juni 1559 
en waarin tot 24 Juni 1575 verder dezelfde akten als in het 
sub n®. 1 vermelde voorkomen; daarna volgen akten van 29 
October 1590, 30 Januari 1578, 8 April 1578 en 9 April 1578; 
vervolgens is er eene afzonderlijke katern ingelegd, doch, wat 
de folieering (fol. 36) betreft, doorloopende en aanvangende met 
eene akte van 22 Maart 1582; verder het afschrift van eene 
beleening door den gemachtigde van het Godshuis te Prüme 
van Vrijdach nae St. Marcus dach 1537 en eene beleening van 
den heer van Doorwerth als pandheer van de Prümensche leen- 
goederen in Gelderland, dd. 23 Maart 1582; het eindigt met 
eene akte van 16 Maart 1591 ; 

3e. Leenboek, aanvangende 2 April 1601 en loopende tot 10 
September 1639 ; 

4e. Idem, 20 Maart 1640 tot 1 October 1656 ; 

5e. Idem, 21 September 1672 tot 1738 (het laatste gedeelte is 
door vocht beschadigd en grootendeels onleesbaar); 

6e. Een op perkament geschreven register, bevattende voorin 
de gekleurde wapens van de bezitters van de heerlijkheid 
Doorwerth, aanvangende naet dat van Henricus de Doorweerdt, 
miles (1280), waarin de goederen, leenroerig aan Doorwerth, 
ieder op een afzonderlijk hoofd zijn gesteld, met verwijzing, 
wat de beleeningen betreft, naar thans gedeelteliik niet meer 
aanwezige leenboeken; de oudste daarin vermelde beleening 

(1903) 8 



114 

betreft die van Johan van Bierwisch met de tienden te Groessen 
in 1330; 

7®. 3 Signaten van het gericht van Doorwerth, over de jaren 
19 Augustus 1657 tot 4 Juni 1659, 21 September 1686 tot 
16 April 1697 en 6 Mei 1734 tot 6 Oetober 1761 ; 

8e. Crimineel signaat, 27 Juni 1738 tot 6 Oetober 1761 ; 

9®. Reglement van de Schutterij van St. Anna te Doorwerth 
en pacht- en rekeningenboek dier Schutterij 1714 tot 1830. 

Verder bevat het archief verpachtingsboeken, verschillende 
losse stukken, enz. 

Onder den heer Baron van Brakell moet nog een leenregister, 
aanvangende met het jaar 1428, berusten, dat wanneer het terug 
wordt gevonden, ook door Z.H.W.geb. zal worden overgegeven. 

In het archiefdepót berust eene verzameling van stukken, 
behoorende tot het archief van het voormalig Hof van het 
Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen, waarvan vóór ruim 
honderd jaren door W. A. van Spaen een inventaris is opgemaakt, 
1950 nummers tellende, waarvan er thans echter 309 worden 
vermist. De stukken zijn daarin voetstoots opgenomen, terwijl 
de omschrijving niet steeds met juistheid heeft plaats gevonden, 
en verscheidene niet bij elkaar behoorende stukken in pakketten 
zijn bijeengevoegd. Eene nieuwe ordening en omschrijving 
kwamen gewenscht voor, om daarna de stukken te voegen bij 
en te vereenigen met de overige van het Hof: die arbeid kwam 
niet geheel gereed. 

Met de inventarisatie van de verzameling „brieven uit en aan 
het Hof' wordt steeds voortgegaan : het aantal regesten ver- 
meerderde in 1903 met ruim 2400 stuks. 



V. Opgave van in druk uitgegeven bescheiden, behoorende 

tot het archief. 

Door den heer Dr. J. S. van Veen alhier werden in de Ver- 
slagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot uitgave der 
bronnen van het oude vaderlandsche recht, vierde deel, n<^. VI, 
uitgegeven de Landrechten van Ammerzoden van St. Odulphus 
avont 1471 en de ampliatie van den landbrief door Walraven 
van Arkel, heer van Heukelom, Amnlerzoden en Weerdenburch, 
van 3 Juli 1548, naar de oorspronkelijke stukken uit het in het 
archiefdepót berustende archipf van de voormalige heerlijkheid 
Ammerzoden. 



115 

Door denzelfde werden eenige stukken uit het in het archief- 
depot aanwezig cartularium van het voormalig St. Elisabeths- 
klooster of Zusterhuis te Huissen in druk uitgegeven. 

Door de heeren Mr. J. J. S. Baron Sloet en Dr. J. S. van 
Veen werd het vierde stuk van de Registers van de Leenakten- 
boeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen 
uitgegeven. 

De heer J. H. Hofman, rustend pastoor te Schalkwijk, deed 
in zijne verhandeling „ — Heer Jan Wolsinck, 1571 — 1597" — 
eenige stukken uit de verzameling van charters van de stad 
Groenlo en die van de voormalige Heerlijkheid Borculo afdrukken. 

Door den heer D. G. van Epen te 's-Gravenhage werd een 
aanvang gemaakt in het onder zijne leiding staande maandblad 
„de Wapenheraut", 7*®° jaargang, 1903, met de uitgave van 
het Album Studiosorum van de voormalige Academie te Harder- 
wijk, dat tot het oud-archief der gemeente Arnhem behoort, dat 
in het archiefdepot in bruikleen berust. 

VI. Aanmnaten en verliezen» 

Van Uwe Excellentie mocht het archief ontvangen : 

1®. Middel-Nederlandsch Woordenboek van wijlen Dr. E. 
Verwijs en Dr. J. Verdam, V, afi. 15 en 16; 

2®. Woordenboek der Nederlandsche taal, II, afi. 18 en 19, 
(6*« en 7*e afi. van het tweede stuk), VI, afi. 4, en XI, afi. 8 ; 

3®. Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXIV, 1901 
(4 exemplaren) ; 

4®. Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van geschiedenis 
en kunst, XXIV, 1901; 

5e. Publications de la Société historique et archéologique 
dans Ie Duché de Limbourg, tome XXXVIII, nouvelle série, 
tome XVIII, 1902 ; 

6®. Verslag van een onderzoek in Zweden, Noorwegen en 
Denemarken naar archivalia, belangrijk voor de geschiedenis 
van Nederland, op last van de regeering ingesteld door Dr. G. 
W. Kernkamp, Hoogleeraar aan de Universiteit te Amsterdam. 

Van Gedeputeerde Staten van Gelderland; 

1®. Notulen van het verhandelde door de Staten v^an Gelder- 
land in de wintervergadering van 1902; 

2®. Notulen van het verhandelde door de Staten van Gelder- 
land in de buitengewone vergadering van 22 April 1903 en de 
zomervergadering van 1903; 



116 

3*. Verslag van den toestand der provincie Gelderland, 
gedaan aan de Provinciale Staten in hunne zomervergadering 
van 1903. 

Van Burgemeester en Wethouders der gemeente Arnhem : 
Verslag van den toestand der gemeente Arnhem, over het 
jaar 1902. 

Van Burgemeester en Wethouders der gemeente Nijmegen : 
Verslag van den toestand der gemeente Nijmegen, over het 
jaar 1902. 

Van het Gemeentebestuur van Amersfoort: 
Inventaris van het archief der gemeente Amersfoort. 

Van Burgemeester en Wethouders van Leiden: 
Catalogus van de bibliotheek over Leiden en omstreken, 
samengesteld door Mr. J. C. Overvoorde, Gemeente-Archivaris. 

Van het Gemeentebestuur van Deventer: 
De Cameraarsrekeningen van Deventer, uitgegeven door Mr. 
J. Acquoy, Archivaris der Gemeente, B'*® deel, 1**® stuk, 1382. 

Van den Algemeenen Rijksarchivaris: 

1*^. Conditiën van verpachtingen, brieven, quitanciën enz. 
door en aan de heeren van Wanray en de Nerée, rentmeesters 
en admodiateurs van goederen van de Commanderie van St. Jan 
te Arnhem, 1774 tot 1812; 

2«. Inventarissen der goederen van de Commanderie van St. 
Jan ie Arnhem, door F. de Nerée (den rentmeester) in admo- 
diatie gebruikt, opgemaakt 1 November 1817, met eene missive 
van J. H. Cremer, rentmeester der domeinen van Veluwe en 
Putten, d.d. 4 November 1817 en copie-staat dier goederen in 
het jaar 1812 ; 

3«. Minuutbrieven van F. de Nerée en andere papieren, be- 
treffende de van de rentmeesters van het Kapittel van Xanten 
en van de Commanderie van Wezel gevorderde opgave van de 
tot hunne administratie behoorende goederen, gelegen in de 
Neder-Betuwe, subject aan den impost van het collateraal, 1799 
tot 1806; 

4®. Notulen van de 12^« bijeenkomst der Rijksarchivarissen 
op 22 October 1901 te 's-6ravenhage. 

Van den Rijksarchivaris in de provincie Noordbrabant : 
1^ Jaarverslag met verslag der aanwinsten, betreffende Rijks 
oud en nieuw Provinciaal archief te 's-Hertogenbosch, in 1901 ; 



117 

2®. Verslag omtrent oude Gemeente- en Waterschaps-Archie- 
ven in Noordbrabant, uitgebracht aan heeren Ge^puteerde 
Staten van dat gewest in Maart 1902 (2 exemplaren); 

3^ Verslag omtrent oude Gemeente- en Waterschaps-Archie- 
ven in Noordbrabant, uitgebracht aan heeren Gedeputeerde 
Staten van dat gewest in Juni 1903 (2 exemplaren). 

Van den Rijksarchivaris in de provincie Limburg: 
Aanwinsten van het Rijksarchief in Limburg over 1901. 

Van den Rijksarchivaris in de provincie Noordholland: 

lo. Manuductio ad historiam universalem scripsit T. Scheltinga 
Leovardiae Frisius, anno 1723, M. S. ; 

2e. 15 April 1750. Aanstelling van Theodorus Scheltinga, 
Bedienaar des Goddelijken woords te Arnhem, tot Professor der 
H. Godgeleerdheid aan de Academie te Harderwijk, op eene 
jaarwedde van ƒ 850.— en de gewone emolumenten; 

3®. 10 Juni 1750. Aanstelling van gelijken inhoud op eene 
jaarwedde van f 1150. — . (Scheltinga had voor het op 15 April 
1750 uitgebracht beroep als Professor bedankt); 

4®. 7 September 1750. BuUe der Academie van Harderwijk, 
waarbij Theodorus Scheltinga, honoris causa, tot Doctor in de 
H. Godgeleerdheid wordt benoemd; 

5®. 9 Juni 1751. Aanstelling van Dr. Theod. Scheltinga tot 
Professor primarius der H. Godgeleerdheid aan de Academie te 
Harderwijk ; 

6®. Album, quod continet nomina eorum, qui frequentarunt 
collegia viri Cel : Theodori Scheltinga, S. S. Theologiae, 
Linguarum Orientalium nee non Historiae Ecclesiasticae Pro- 
fessoris ordinarii, 1750 tot 1778, M. S. 4o. 

7e. Adversaria van Prof. T. Scheltinga, bevattende aanteeke- 
ningen over verschillende zaken; 

8e. 26 Januari 1764. BuUe der Academie van Harderwijk, 
waarbij Eco Scheltinga (zoon van den Professor T. Scheltinga) 
tot Doctor in de beide rechten wordt bevorderd; 

9®. 19 Februari 1796. Aanstelling van Mr. Eco Scheltinga tot 
lid van het Hof van Justitie in Gelderland ; 

10®. Drie akten van opdracht, d.d. 10 Augustus 1689, 20 Januari 
1692 en 6 Mei 1763, respectievelijk betreffende een huis te 
Harderwijk, een kamp lands in de Engesteeg en een hof buiten 
Harderwijk ; 

11®. Inventaris van het archief der gemeente Warmen- 
huizen. 

Van den Gemeente-Archivaris te Utrecht, met machtiging 
vau Burgemeester en Wethouders dier gemeente: 



118 

1®. Landdags- en Quartiersrecessen (van Veluwe) van 1675; 

2^. Register op de Landdagsrecessen over de jaren 1577 
tot 1709 ; 

3®. Korte notulen van den Magistraat van Arnhem, 1802 tot 
1807, met register; 

4®. Minuut-notulen van vroedschappen, fungeerende Schepenen 
van Arnhem, over 1808, met register. 

(De sub 1 tot 4 genoemde stukken zijn afkomstig van Mr. 
W. R. Brantsen te Arnhem en bevonden zich onder de door 
Mr. C. G. Berger van Hengst aan de gemeente utrecht gelega- 
teerde papieren van den oud-burgemeester Mr. Cypriaan Berger.) 

Van den heer C. W. Bruinvis, Gemeente-Archivaris te 
Alkmaar : 

Archief der gemeente Alkmaar. Verbetering en aanvulling 
van den inventaris van Dr. P. Scheltema, 1869. 

Van het Provinciaal genootschap voor geschiedkundige Weten- 
schappen, Taal en Kunst „Limburg": 

1. Limburg's jaarboek, deel IX, afl. 1, 2 en 3; 

2. Feestschrift bij het bezoek van Hare Majesteit Koningin 
Wilhelmina en Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden aan 
Limburg en aan de stad Roermond, op Vrijdag 17 Juli 1903; 

3. Gedenkboek der „Blijde Incomste" van H. M. Koningin 
Wilhelmina en Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden in de 
stad Roermond op Vrijdag den 17®" Juli 1903, door A. F. van 
Beurden, 1»*®^ Secretaris van het Genootschap. 

Van den heer A. F. van Beurden te Roermond: 

1. Handelingen van den Magistraat der stad Roermond van 
het jaar 1596 tot en met het jaar 1696, bewerkt door den 
schenker ; 

2. Geschiedenis der Paltsgraven Russel, hunne afstammingen 
nakomelingen, bewerkt door den schenker. 

Van den Bibliothecaris der Rijks-Universiteit te Leiden: 
Lijst der Periodieken te raadplegen in de Bibliotheek der 
Rijks-Universiteit te Leiden. 

Van den Bibliothecaris der Koninklijke Bibliotheek te 
's-Gravenhage : 
Catalogus der Geschiedenis, Frankrijk. 

Van den Directeur van het Centraal Bureau van Statistiek 
te 's-Gravenhage : 
Overzicht van Marktprijzen vaa Granen te Arnhem in de 



119 

jaren 1544 — 1901 (Bijdragen tot de Statistiek van Nederland, 
uitgegeven door liet Centraal Bureau voor de Statistiek, nieuwe 
volgreeks XXVI). 

Van den gepensionneerden Kolonel der Cavalerie, Directeur 
van het K rijgsgeschiedkundig Archief van den Generalen 
Staf: 

Nasporingen en studiën op het gebied der Nederlandsche 
Krijgsgeschiedenis, achtste jaarverslag (1 October 1902). 

Van het Bestuur van de Historische Verzameling der Schut- 
terij te Amsterdam: 

Tweede Supplement-Catalogus van de Boekwerken, Pamfletten 
enz., behoorende aan de Historische verzameling der Schutterij 
te Amsterdam, 1903. 

Van den heer P. van Eeghen te Amsterdam: 
Jan Luyken en zijne bloedverwanten, bewerkt door den 
schenker. 

Van den heer J. L. Jansen, te Wittem : 

1. Aanteekeningen op eene brochure van den heer Wildeman, 
Archivaris van het Hoogheemraadschap Delfland, bewerkt door 
den schenker (overdruk uit de Katholiek, Deel CXXIII, bladz. 
154—177) ; 

2. Naschrift bij de „Aanteekeningen op eene brochure" van 
den heer Wildeman, Archivaris van het Hoogheemraadschap 
Delfland, bewerkt door den schenker (overdruk uit de Katho- 
liek, Deel CXXIV, bladz. 451). 

Van den Hoofd-Ingenieur, belast met den bouw van de brug 
voor spoorweg en gewoon verkeer over den IJssel bij Wester- 
voort : 

Zes portefeuilles, bevattende teekeningen van de verschillende 
werken, enz., den bouw der brug betrefiende, een band, bevattende 
den gewichtstaat van den bovenbouw en tien stuks photographieën 
van verschillende werken van de brug. 

Van de heeren Mr. J. J. S. Baron Sloet, Commies-charter- 
meester, en Dr. J. S. van Veen, Adjunct-Commies bij het Geldersch 
Archief depot : 

Register op de Leenakten boeken van het Vorstendom Gelre 
en Graafschap Zutphen, 4^® stuk, uitgegeven door de schenkers. 



120 

Van den heer Dr. J. S van Veen, Adjunct-Commies bij het 
Geldersch Archiefdepot : 

1®. Eene verhandeling: „Uit de geschiedenis van het St. Eli- 
sabethsklooster of Zusterhuis te Huissen*', bewerkt door den 
schenker; 

2®. Landrechten van Ammerzoden, door den schenker uitge- 
geven in de Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging 
tot uitgave der bronnen van het Oude Vaderlandsche Recht, 
vierde deel, n®. VI ; 

3e. Toelichting tot de geschilllen over Hertog Arnolds beleening 
met Gelre en Zutphen, bewerkt door den schenker (overdruk 
uit Bijdragen en Mededeelingen der Vereeniging „Gelre", deel VI) ; 

4®. De Pest en hare bestrijding in Gelderland, in het bijzonder 
te Arnhem, bewerkt door den schenker, (overdruk uit Bijdragen 
en Mededeelingen der Vereeniging „Gelre'', deel VI) ; 
5®. Titulatuurboek van de Rekenkamer in Gelderland, uit de 
retroacta opgemaakt, M. S., #. (van de hand van wijlen Mr. G. 
van Hasselt). 

Van den heer R. P. J. Tutein Nolthenius te Amsterdam : 
De afvoerverhoudingen der Rijntakken en het Verzandings- 
vraagstuk, bewerkt door den schenker. 

Van de Commissie ter verzekering eener goede bewaring van 
Gedenkstukken van Geschiedenis en Kunst te Nijmegen : 
Verslag over het jaar 1902. 

Van den heer Dr. W. L. Bouwmeester: 
diens Academisch proefschrift „het Klooster Bethlehem, bij 
Doetinchem". 

Van den heer H. A. Weststrate te Zetten : 
diens Academisch proefschrift „Gelderland in den patriotten- 
tijd». 

Van den heer G. E. M. Picard, predikant bij de Waalsche 
gemeente te Arnhem : 

Livre Synodal, contenant les articles résolus dans les Synodes 
des Eglises Wallonnes des Pays-Bas, publié par la Commission 
de Phistoire des Eglises Wallonnes, tome premier, 1563—1685. 

Van den heer Mr. B. F. W. von Brucken Fock te Middelburg : 
1®. Genealogie van het geslacht Buschman (Busman, Bos- 
man), bewerkt door den schenker; 

2®. Genealogie van het geslacht Fock (von Brucken Fock), 
bewerkt door den schenker); 



121 

3^. Autobiographische aanteekeningen van Mr. Arent Anthonis 
Roukes, medegedeeld door den schenker en Jhr. Mr. W. H. 
Hoeufft te Middelburg (overdruk uit Bijdragen en Mededee- 
lingen der Vereeniging „Gelre", deel VI). 

Van den heer J. H. Hofman, te Schalkwijk: 

1®. De Manhorst, onder Didam, bewerkt door den schenker, 
(overdruk uit den Gelderschen Almanak, jaargang 1904). 

2®. Heer Jan Wolsinck, 1571—1597, verhandeling, bewerkt 
door den schenker (overdruk). 

Van den heer Dr. K. O. Meinsma te Zutphen: 
Twee onbekende Pauselijke bullen, uitgegeven door den 
schenker. 

Van den heer P. N. van Doorninck te Bennebroek: 
Rekening van P. Moliart, wegens het repareeren van de 
Schaardijken van Jonkheer Aert Heyme, M. S., origineel. 

Van den heer M. vanj Delden te Vaassen : 

1®. de Boschrechten van het Nierensche bosch 1574. M. S. 
(Origineel) ; 

2®. vijf akten van transport van deelen houts in het Vree- 
bosch en de Barrent onder Vaassen, d.d. 28 December 1668, 4 
Maart 1698, 4 Maart 1698, 3 September 1734 en 20 Juli 1778 ; 

3®. eene akte van schenking van een deel houts in de Bar- 
rent, onder Vaassen, d.d. 26 Januari 1669; 
4®. een schuldbekentenis wegens een aangekocht deel houts 
in het Vreebosch, onder Vaassen, d.d. 13 Mei 1765. 

Van den heer O. G. H. Heldring te Renkum : 

eene photographie van de in 1864 gesloopte kerk te Renkum. 

Van de heeren Executeurs-testamentair van den boedel van 
wijlen Mr. W. J. Baron van Brakell tot den Brakell te Arnhem : 

1®. Oenealogxèn : 

a. van de Steenbergen's tot Nijenbeek, door A. Baron Schim- 
melpenninck. van der Oije ; 

b. Kronjrk, huis en geslacht Wilp van 1200 tot 1595, met 
de genealogie Wilp — van der Oije, door denzelfden; 

c. Aanteekeningen op het huis en geslacht Ampsen, door 
denzelfden ; 

d. Stamtafel der graven van Limburg Stirum, door W. Graaf 
van Limburg Stirum ; 



122 

e. Geschiedenis van het land en der heeren van Cuyk, door 
Dr. Jan J. F. Wap ; 

ƒ. eenige losse genealogische aanteekeningen van het geslacht 
van Brakell en anderen. 

2®. Gedrukte stukken: 

a. Ordinaris Dingsdaeghsche courant, N®. 22, 1661, gedrukt 
te Amsterdam bij de wed* Joost Broersz; 

6. Waaragtig verhaal, behelzende alle 't geene over 't de 
novo eligeren en aanstellen van den Doorluchtigsten Vorst, 
Willem Carel Hendrik Friso betreft te Nijmegen, gedrukt te 
Nijmegen bij Hendrik Wolfsen, 1748; 

c. Historisch dag-verhaal van het belegeren en inneemen der 
stad Bergen op den Zoom, van 12 Juli tot 16 September 1747, 
gedrukt te Haarlem bij Izaak en Johannes Enschedé, 1748 : 

d. Gedicht op den op 22 October 1751 overleden Prins 
Willem IV ; 

e. Aert en imborst des Princen van Orange (Prins Willem 
IV), 1751 ; 

/. Beknopte Beschrijving der doorluchtige begravenis van de 
's-Gravenhaagsche, alias Hof courant, op Donderdag 9 Januari 
1783 (met eenige daarbij behoorende stukken); 

g. De oude Staatsman in conferentie met zijn aanhang in 't 
jaar 1785 (een tooneelstuk) ; 

h. De Pruissische veldtocht in Holland in 1787; 

i. Naamlijst van alle personen door de geheele republiek, 
welke na de gezegende omwenteling van 1787 om hun gehouden 
gedrag door den wettige en competente rechter na verdienste 
zijn gestraft ; 

k. Eene proclamatie aan den landman om niet te dulden, 
dat de rivier de Vecht en andere waters worden gestopt en de 
landen onder water te zetten bij het naderen der Pranschen 
(1794); . 

/. Goudasche courant, ook uitgegeven te Amsterdam, van 
22 Augustus 1794, n». 101 ; 

m. Idem, nae-Courant, 10 October 1794 ; 
n. Brief van Pieter Jan Marcus, oud-Burgemeester van Leide, 
aan de Burgerije dier stad, over zijn aftreden uit de regeering 
op 25 September 1794 gedaan ; 

o. Proclamatie van Daendels, Général-Major de Brigade bij 
de Fransche armee, aan zijne Geldersche en Overijsselsche land- 
genooten, uit 's-Hertogenbosch gedaan, op 21 October 1794; 

p. Proclamatie van de Nederlandsche patriotten aan hunne 
Joodsche medeburgers; 



123 

q. Proclamatie aan de militairen om zich bij het naderen 
der Fransen met de patriotten te vereenigen; 

r. Proclamatie aan de Leesgezelschappen om te blijven ver- 
gaderen in de stad (welke?) enz. ; 

a. Proclamatie van van der Duin van Maasdam en G. K. 
van Hogendorp aan het Nederlandsche volk enz., 21 Novem- 
ber 1813; 

t. Oproeping van het provisioneel bestuur der stad Amster- 
dam, tot oprichting van een vijfde bataillon Schutterij, 26 
November 1813 ; 

u, De verrassing of de komst van Z. M. den Koning, met 
desselfs zoon Prins Frederik te Winsum, op woensdag den 28 
Mei 1823, Avondstukje met zang en dans; 

V. Mr. G. van Hasselt's Geldersche Bijzonderheden, no. 1, 2 
en 3, 1808 en 1809. 

3®. Geschreven stukken. 

a. Een door, Prinses Wilhelmina eigenhandig onderteekende 
brief, d.d. 2 Juli 1787, geschreven uit Nijmegen, aan het Hof 
van Gelderland, over hetgeen aan Haar bij gelegenheid van 
haar reis naar Holland is wedervaren (deze brief is afkomstig 
uit de losse stukken, behoorende bij de Memorie- en Resolutie- 
boeken van het Hof; de bij dien brief behoord hebbende bij- 
lagen ontbreken); 

b. Brieven van den Luitenant-Kolonel van Zoutelande, gesneu- 
veld bij het beleg van Bergen-op-Zoom, 1747, met een pakket 
maandstaten van den soUiciteur-militair, 1744—1747; 

c. Stukken, betreffende de ontvluchting van Isaack Steven 
van Deelen tot Schonen burg uit de gevangenis te Tiel, die op 
9 Mei 1761 zijnen schoonvader, D. L. van Brakell, had vermoord, 
met de (gedrukte) sententie van 7 Augustus 1761, waarbij van 
Deelen door het gericht van Tiel bij contumacie ter dood is 
veroordeeld ; 

d. Korte characterschets der mannen, welke het gepretendeerd 
plan van constitutie voor de Bataafsche Republicq tot een grond- 
slag der deliberatie van de Nationale Vergadering, repraesen- 
teerende het Volk van Nederland, hebben aangenomen ; 

e. Afschrift van de proclamatie van Prins Willem V aan 
zijne landgenooten, gedaan in het paleis van Hampton-Court, 
28 Juü 1799 ; 

ƒ Een boek met verschillende liederen, aanvangende met het 
gedicht : „Aan Utrecht'ö inwoonders 1787", en eindigende met 
een gedicht : „op het vertrek der Engelschen en Russen van 
den Bataafschen grond, anno 1799; groot 157 bladz. ; 



124 

g, Aan een verachteliiken Staatsman op de tegenwoordige 
omstandigheden (schimpdicht op den Admiraal Ver Huell); 

h. Journaal, gehouden op het kasteel te Druten, loopende 
van 1 Januari 1806 tot 30 December 1819 ; 

i. Album amieorum, waarschijnlijk afkomstig van D. L. Baron 
van Brakell tijdens zijn verblijf als student aan de Academie 
te Duisburg in 1789 en volgende jaren. 

Het Archiefdepót ontving als lid van de Vereeniging tot uit- 
uitgave der bronnen van het oude Vaderlandsche recht: 

Ie. Verslacen en Mededeelingen, 4de deel, n». VI; 

2«. De Middeleeuwsche Rechtsbronnen der kleine steden van 
het Nedersticht van Utrecht, uitgegeven door Mr. R. Fruin, 
Rijksarchivaris in Zeeland. 

Aangekocht werden: 

Bij den boekhandelaar S. Gouda Quint te Arnhem : 

lo. Mittheilungen des Instituts für Oesterreichische Geschichts- 
forschung, XXIV Band, 1903; 

2o. Mittheilungen des Instituts für Oesterreichische Geschichts- 
forschung V Ergangzungsband, 8; 

3o. De Wapenheraut enz., onder leiding van D. G. van Epen, 
7^0 jaargang, 1903 ; 

4«. Algemeen Nederlandsch Familieblad enz, onder leiding 
van A. A. Vorsterman van Oijen en J. F. van Maanen, Nieuwe 
Serie, XVIde jaargang, 1903, Afl. 1 tot 10 ; 

5o. Middeleeuwsche Bibliotheken, door Dr. K. O. Meinsma; 

6®. J, J. G. Schelleri. Lexicon Latino -Belgicum ; 

7®. Lugdunum (Leiden), door Kolonel J. A. Ort; 

8«. Schatting van den lande van Gelre voor het Overkwartier 
en de Betuwe van 1369, naar het oorspronkelijk, handschrift in 
het Staatsarchief te Dusseldorp, uitgegeven door P. N. van 
Doorninck ; 

9e. De Molens te Zalt-Bommel en hunne eigenaars in vroeger 
tijd, uit een bundel papieren bewerkt door Mr. Th. Thooft; 

10®. Geldersche Volks-Almanak voor het schrikkeljaar 1904 
en register 1896 tot 1904; 

11^. Het stadhuis van Nijmegen, door H D. J. van Schevic- 
haven. Archivaris der gemeente Nijmegen. 

Op eene door genoemden boekhandelaar gehouden auctie: 
1«. Vierde plaat van de overstroomingen der landen, inzon- 
derheid het land van Altena en het land van Heusden enz. 
Amsterdam bij A. van Huyssteen en S. van Esveldt, 1741; 



125 

2e. Arnhemsch Handboekje, van de jaren 1739, 1740, 1741, 
1743, 1745, 1750, 1751, 1753, 1757 en 1777 ; 

3®. Dat Poortrecht van Buuren, M. S.; 

4®. Register op de leenaktenboeken van Kuilenburg,:;bevat- 
tende Maurik, Wiel, Ommeren, Lienden enz., waaraan echter 
verschillende folio's ontbreken; (dit register is kennelijk uit het 
archief van het graafschap Kuilenburg afkomstig) ; 

5«. Privilegiën van Kuilenburg M. S., 3 deelen. 

Op eene door de boekhandelaren Burgersdijk en Niermans te 
Leiden gehouden auctie : 

Een band met stukken, betreffende Arnhem. 

Op eene door de boekhandelaren W. P. van Stockum en zonen 
te 's-Gravenhage gehouden auctie: 

Plaat, voorstellende het doorbreken van den bandijk onder 
Elden, anno 1740, Amsterdam, bij A. van Huyssteen en S. van 
Esveldt. 

Van den koopman Israël te Arnhem : 

Rekeningen van den Ontvanger van de colleges van de 
exonereerende landen, gedaan aan de Dijkstoelen van Wage- 
ningen en Bennekom, de Rhedensche Neuoe en Achterbergsche 
hooilanden enz., wegens het onderhoud van de waterloozing, 
1 April 1735 tot 1738, 1 October 1751 tot 30 September 1766, 
1 October 1769 tot 30 September 1808, 1 October 1811 tot 30 
September 1814 en 1 October 1815 tot 30 September 1820. 

In bruikleen werden afgestaan: 

Door heeren Kerkvoogden van de Ned. Hervormde gemeente 
te Voorst: 
Kerkrekeningen van Voorst van 1725 tot 1823. 

Door heeren Kerkvoogden van de Ned. Hervormde gemeente 
te WUp: 

a. Doopboek van Wilp, loopende van 18 Januari 1680 tot 
16 Maart 1752, waar voorin eenige aanteekeningen voorkomen, 
betreffende de aanstelling van kosters, het overlijden van den 
predikant Ninaber in 1711, het beroep en de bevestiging van 
den predikant Gerhardus Jacobsen, 1712, de nieuwe klok, 
1695, en de groeven in de Kerk, M. S., perk. band, folio ; 

6. twee doodenboeken van Wilp, loopende van 11 September 
1760 tot 26 Mei 1805 en van 30 Mei 1805 tot 28 Maart 1829, 
M. S., 2 deelen, perk. banden, 4^; 



126 

c. kerkrekening van Wilp, loopende van Paschen 1671 tot 
Paschen 1672; 

d. kerkrekeningen van Wilp, over de jaren 1717 tot 1808 

(los) ; 

6. een band, bevattende de kerkrekeningen van Wilp van 
1727 tot 1833, perk. band, met de daarbij behoorende acquiten 
van 1823 tot 1833 ; 

ƒ. een portefeuille met verschillende losse stukken, betreflFende 
de Kerk te Wilp, over de jaren 1715 tot 1829. 

Door heeren Kerkvoogden van de Ned. Hervormde gemeente 
te Hengelo (Gelderland): 

Gildeboek van de Hervormde gemeente te Hengelo (Gel- 
derland). 

Door den heer Ph. F. A. J. Baron van Brakell Doorwerth, 
te Heelsum, het onder hem berustende archief van het huis 
Doorwerth. (Zie sub IV.) 

VII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 
belangrijke bescheiden voor het hoofd-archief van gewicht 

Hiertoe bood het jaar 1903 geene gelegenheid aan. 

VIII. Gebruik van het archief door- en inlichtingen verstrekt aan 

autoriteiten en particulieren. 

Op verzoek van üwe Excellentie werden inlichtingen ver- 
strekt over de grenzen van het eigendom van het Rijk en de 
gemeente Arnhem op de groote markt voor het voormalig 
Prinsenhof, thans het gouvernementsgebouw, gelegen. 

Aan Zijne Excellentie den Minister van Financiën werden 
afschriften van 4 akten van aankoop in 1802 van gronden ten 
behoeve van den aanleg van batterijen, genoemd de Posten aan 
het Dommerhout, onder Wilp, verstrekt. 

Over het novale tiendrecht onder de voormalige heerlijkheid 
Oijen in de provincie Noordbrabant, vroeger tot Gelderland 
hebbende behoord, werden aan den heer Smits van Oijen, 
lid van Gedeputeerde Staten van Noordbrabant, te Eindhoven, 
inlichtingen verstrekt. 



127 

De heer Baron van Wassenaer van Rosande, lid van Gede- 
puteerde Staten van Zuidholland, te 's-Gravenhage, stelde een 
onderzoek in naar het vischrecht in de rivier den Rijn onder 
de voormalige heerlijkheid Rosande. 

De Burgemeester der gemeente Balgoy vroeg inlichtingen 
over een erfpacht, waarmede een perceel wei- en hooiland 
aldaar ten behoeve van de Ned. Herv. Kerk aldaar of aan den 
predikant te Hees, waaronder de Kerk te Balgoy ressorteert, 
zoude zijn bezwaard; die echter niet konden worden verstrekt. 

Aan de Provisorie der gemeente Lochem werden inlichtingen 
verstrekt over de tegenwoordige waarde van den vroegeren 
goudgulden met betrekking tot den afkoop van eene uit een 
erf aldaar gaande erfrente. 

Een ten verzoeke van den heer Jhr. Mr. Th. H. F. van 
Riemsdijk, Algemeenen Rijksarchivaris te 's-Gravenhage, inge- 
steld onderzoek naar de riddermatigheid van Gerard Cock van 
Waardenburg, mocht tot geene gunstige uitkomst leiden. 

Door den Rijksarchivaris in Limburg werd het verzoek 
gedaan na te gaan wat of in de Acta Synodi van Gelderland, 
betreffende de doop-, ondertrouw-, trouw-, dood- of begrafenis- 
registers van de plaatsen in Limburg, die onder de Geldersche 
Synodi hebben geressorteerd, mocht voorkomen; het onderzoek 
leidde tot een negatief resultaat. 

Omtrent de tiendplichtigheid van een perceel lands „Lief- 
kenshoek" onder Heteren, werd ten verzoeke van den heer 
E. .D. de Meester, Notaris te Heteren, een onderzoek met bevre- 
digend resultaat ingesteld. 

De heer A. P. Gaasbeek te Oosterhout stelde een onderzoek 
in naar den oorsprong van een Rijkssubsidie, ad ƒ 250. — , dat 
door de gecombineerde Ned. Hervormde gemeenten Slijk Ewijk 
en Oosterhout wordt genoten. 

De heer F. W. J. de Witt Huberts, Kapitein der Infanterie, 
te Haarlem, deed onderzoek naar een Zweedsch regiment, dat 
in 1689 te Arnhem in garnizoen heeft gelegen. 

Aan een verzoek van den heer J. Block, Apothecar te Bonn, 
tot het bekomen van inlichtingen over den Overste Marten 
Schenck van Nijdeggen, over de Karolingische Kapel te Nijmegen, 



128 

over het beleg en de inname van Bonn onder den generaal van 
Coehoorn in 1689 en over den Keulschen Aartsbisschop, Geb- 
hard Pruehsess, kon gedeeltelijk worden voldaan. 

Aan den heer M. C. Hegeraat te Grave, die zich met het 
schrijven eener geschiedenis van het veer voor de stad Grave, 
dat reeds in 1381 wordt vermeld, onledig houdt, werden inlich- 
tingen over dat veer verstrekt, terwijl hij ook zelf een desbetreffend 
onderzoek op het archief instelde. 

De heer Mr. J. A. Sillem te Amsterdam raadpleegde het 
register der marktpryzen van granen te Arnhem, gedeeltelijk 
getrokken uit de rekeningen van Veluwe en gedeeltelijk opge- 
maakt naar de verklaringen der Marktmeesters aldaar, loopende 
van 1544 tot den huldigen dag. 

Aan een verzoek van den heer F. de Bas, gepensionneerd 
Kolonel, Directeur van het Krijgsgeschiedkundig archief van 
den Generalen Staf te 's-Gravenhage, tot het bekomen van 
inlichtingen aangaande de 5 schipbruggen, door het Staatsche 
leger onder Prins Maurits over de Waal bij Zalt-Bommel, de 
Maas en op andere plaatsen in den omtrek in 1599 geslagen, 
kon niet worden voldaan. 

Aan den heer Mr. C. P. L. Rutgers, Rijksarchivaris in Over- 
ijssel, werd op diens verzoek eene opgave van eenige charters 
van Graven en Hertogen van Gelderland verstrekt, die voor 
eene reproductie in het uit te geven handboek voor Nederlandsche 
Palaeographie in aanmerking zouden kunnen komen, terwijl de 
opgegeven charters later aan het Rijksarchiefdepót in Friesland 
werden opgezonden, ter raadpleging door den medebewerker 
van het handboek, Dr. Schoengen. 

Aan den heer M. A. Snoeck te Hintham, bij 's-Hertogenbosch, 
werden inlichtingen, betreffende den Tuilschen Schepen, Adriaan 
Snoeck, verstrekt. 

De heer Mr. Henri Guyot te Groningen vroeg inlichting over 
de juiste spelling van den naam van de Markiezin Elisabet 
Daitz de Misere, eene Fransche vluchtelinge, aan wie door het 
Quartier van Nijmegen in 1697 eenige onderstand is toegekend. 

Aan den Burgemeester te Harderwijk werden, ten verzoeke 
van den heer E. Balogh te Poszony (Hongarije), inlichtingen 
verstrekt over de jaarlijksche gratificatie, die door Hongaarsche 
studenten aan de academie te Harderwyk werd genoten. 



129 

De heer W. Neuhaus te Aplérbeck (Westphalen) ontving 
eenige inlichtingen over het geslacht ter Hoeve. 

Aan een verzoek van den heer tfonkheer Mr. W. H. Hoeufft 
te Middelburg tot het bekomen van afschriften van 4 huwelijks- 
contracten van leden van het geslacht Hoeufft uit de 15^^ en 
16*® eeuw, kon niet worden voldaan. 

De heer F. A. Hoefer te Hattem ontving afschriften uit het 
legerboek van de St. Lebuinuskerk te Deventer, dat in het 
archief der familie van Rhemen, in bruikleen in het Rijksarchief- 
depot berustende, aanwezig is. 

De heer P. N. van Doorninck te Bennebroek ontving ter raad- 
pleging op het Rijksarchiefdepot in Noordholland een perkamenten 
rol, bevattende een fragment van eene bede, opgebracht door de 
lieden van den graaf van Gelre en de lieden van andere heeren 
op de Veluwe. 

Aan den Archivaris der gemeente Nijmegen werd een hand- 
schrift : — „Memorie omtrent de Hedendaagsche Regeringsvorm 
van Gelderland in 't generaal en speciaal van 't Quartier van 

Nijmegen, ll^ï 24" — , ter vergelijking met een gelijk handschrift, 
in het gemeente-archief van Nijmegen aanwezig, verstrekt. 

Op verzoek van den heer J. R. Baron van Keppel te Breda 
werd, met Uwer Excellentie's machtiging, eene verzameling van 
charters, betreffende het geslacht van Keppel, ter raadpleging 
door Z.H.W.geb. onder den Gemeente-Arcnivaris van Breda 
gedeponeerd. 

Ter raadpleging voor genealogische doeleinden, werden ten 
behoeve van den heer C. A. de Kruyff te Utrecht, verschillende 
protocollen van de gerichten in de Bommelerwaard op het 
Rijksarchiefdepot te Utrecht gedeponeerd. 

Uit de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage en uit de 
openbare verzamehngen der gemeente Utrecht werden eenige 
boekwerken op mijn bureau gedeponeerd, ter raadpleging door 
Mejuffrouw F. Baudet alhier, die zich met een academisch 
proefschrift, „over de keuken in de middeleeuwen", onledig 
houdt. 

m 

Het archief werd verder door meerdere personen tot het doen 
van onderzoekingen van verschillenden aard bezocht. 

(1908) 9 



130 

Tot 1 Februari 1903 was de heer H. P. J. Schinkel, 1«*« Luite- 
nant der Infanterie alhier in garnizoen, op het archief werk- 
zaam voor het verzamelen van gegevens voor de kriigsgeschiedenis 
van Nederland. In October werden die werkzaamheden door den 
heer J. L. A. Kremer, 2<*'» Luitenant der Infanterie alhier, 
voortgezet. 

IX. Uitkomsten der bemoeiinqen met gemeente-, waterschaps- 

en aruUre archievm. 

Ten verzoeke van heeren Kerkvoogden der Hervormde gemeente 
te Hummelo werd het onder hen berustend archief der Kerk- 
voogdij geïnventariseerd. 

Bij schrijven van Uwer Excellentie's voorganger, den toen- 
maligen Minister van Binnenlandsche Zaken, van 28 April 1893, 
N». 813, Afd. K. W., is mij verzocht eenmaal per jaar mij te 
vergewissen omtrent de veuige bewaring en behandeling van 
de oud-rechterlijke archieven, aan het Rijk toebehoorende en 
bij beschikking van Uwer Excellentie's voorganger, den toen- 
maligen Minister van Binnenlandsche Zaken, van 14 Decem- 
ber 1882, N». 3279, Afd. K. W., aan de gemeente Nijmegen tot 
wederopzeggens ter bewaring toevertrouwd en daaromtrent in 
het jaarverslag te rapporteeren. Bij het op 29 October 1903 aan 
de bewaarplaats dier archieven gebracht bezoek, heb ik bij ver- 
nieuwing mij kunnen overtuigen, dat voor eene goede bewaring 
behoorlijke zorg wordt gedragen. 

Arahemy den 25 Februari 1904. 

De Rijksarchivaris in Gelderland, 

J. F. BiJLEVELD. 



131 



Het Rijksarchief in Noordholland. 



I. Toestand der bewaarplaats van het Archief. 

Het gebouw, waarin het Archief bewaard wordt, is van oude 
herkomst en heeft in vroeger tijden voor Vleeschhal gediend. 
Het ligt in het midden der Gemeente aan de Groote Markt, is 
degelijk en hecht van samenstel, ruim, droog, hoog van verdie- 
ping ; de groote hal, gelijkstraats, waar het Archief geborgen 
wordt, heeft steenen vloer, wanden en gewelven, zoodat de vrees 
voor brand aldaar, niet groot behoeft te zijn. De toestand van 
het gebouw is voortrefiFelijk en de staat van onderhoud zeer 
voldoende. Er valt hier betrekkelijk weinig te verbeteren of op 
te knappen, want niet veel jaren geleden, zijn zeer groote her- 
stellingen aan deze Vleeschhal uitgevoerd om haar voor de 
nieuwe bestemming, berging van archieven, geschikt te maken 
en het laat zich aanzien, dat men in de eerste tijden, met het 
toen verrichte, wel zal kunnen volstaan. 

Gtebreken vertoonen zich weinig, en is er al eens iets waarin 
men verandering of verbetering verlangt, dan is 's Rijks bouw- 
directie steeds bereid, aan vervulbare wenschen te gemoet te 
komen. 

De toestellen voor de centrale verwarming werken tegenwoor- 
dig goed. In den zomer van 1903 zijn nog eenige veranderingen 
er aan aangebracht, die, voor zoover men oordeelen kan, wel 
tot verbetering hebben gestrekt, want in den nu afgeloopen 
winter, was de ontwikkeling van warmte overal voldoende. 

Het meubilair bevindt zich in den besten staat en aan het 
onderhoud wordt eene passende zorg besteed. 
Het werd vermeerderd met de volgende voorwerpen : 
Vijf matten stoelen. 
Twee iepenhouten stoelen. 



132 

Een eikenhouten kastje met schrijflessenaar. 

Een eikenhouten snijwerk. 

Vijf koperen kandelaartjes. 

Een ijzeren lantaren. 

Een hangslot; en er is eene sehilderijlijst gemaakt. 

II. Toestand, van reddinga- en brandbluschmiddelen. 

Op elke der drie verdiepingen van dit gebouw bevindt zich 
eene brandkraan met straalpijp en slangen. In de groote hal 
beneden, efi boven bij de dienstlokalen, staat een extincteur 
met twaalf groote linnen brandzakken ; in elk vertrek zijn drie 
of vier brandgranaten voorhanden om bij een begin van brand 
te worden aangewend. 

Men mag aannemen, dat al deze zaken in een goeden en 
bruikbaren toestand verkeeren en des vereischt dienst zullen 
kunnen doen. Hoewel er op bedacht zich tegen den geduchten 
vijand, het vuur, te verweren, is het te hopen, dat nimmer 
eenig onheil van dien aard het Archiefgebouw zal genaken. 

m. Toestand der Archiefverzamelingen, 

De uitwendige toestand van de registers en de portefeuilles 
is over het algemeen zeer voldoende en verbetert nog van jaar 
tot jaar, dewijl het inbinden en opknappen, herstellen, bijplak- 
ken en schoonmaken van al wat hier reeds voorhanden is of 
gaandeweg nog binnen komt, een onderwerp blijft van gesta- 
dige zorg. 

Reeds langen tijd is men met dat werk bezig en de kosten 
er van zijn aanzienlijk geweest, maar het geld is goed besteed, 
want men heeft de voldoening, dat oneindig veel wat in gren- 
zenlooze mate van verwaarloozing hier aankwam en, naar het 
pcheen, op den weg ten ondergang reeds een goed eind had 
'afgelegd, is bewaard en behouden, en met gerustheid aan een 
volgend geslacht kan overgeleverd worden. 

In het jaar 1903 is aan die herstelling der Archivalia weder 
vrij wat verricht en ten koste gelegd ; twee boekbinders zijn 
daar een groot gedeelte van het jaar mede bezig geweest en 
hebben samen 571 deelen in orde gebracht. 

Charters zijn hier weinig voorhanden ; toen het Archief opge- 
richt werd, in 1886, was er geen enkel ; nu en dan is er sedert 
dien tijd wel een en ander van dien aard ontvangen, maar het 
aantal blijft hoogst bescheiden en de belangrijkheid dier brieven 



133 

is matig. Kaarten bezit dit Archief schier niet. De omvang der 
verzameling van teekeningen en afbeeldingen is zonder moeite 
te overzien. 

Het stempelen der stukken is het gewone bedrijf van den 
Conciërge en vordert goed. 

IV. Werkzaam?ieden en voortgang der ordening en 
inventarisatie van het Archief, 

Een groot gedeelte van het jaar is gewerkt aan het uitzoeken, 
ordenen en rangschikken van het omvangrijke Archief van 
Nieuwe Niedorp, dat in 1902 reeds onderhanden was genomen. 
De stukken zijn nu allen in afdeelingen gebracht, naar tijdsorde 
gelegd en in portefeuilles opgeborgen, zoodat met inventarisatie 
zou kunnen worden aangevangen. 

Bij den Inventaris van het Archief der Heeren en Heerlijk- 
heid Schagen^ in het vorig Verslag vermeld, zijn de vereischte 
bladwijzers gemaakt. 

De Inventaris van het Archief van Warmenhuizen werd 
gedrukt en rondgedeeld. 

Verder werd voortgegaan met het nazien en rangschikken der 
stukken uit den Franschen tijd. Op deze wijze komt de ordening 
van het Archief voortdurend meer en meer vooruit, en wordt 
de beschrijving en inventarisatie er van voorbereid. 

V. Opgave der in druk uitgegeven bescheiden. 

Het is mogelijk, dat uit de aanteekeningen der onderzoekers 
hier of daar wat is gedrukt, maar het is niet bekend, dat be- 
scheiden uit dit Archief, in hun geheel in het licht zijn gegeven. 

VI. Aanwinsten en verliezen. 

De vermeerderingen, voor het Archief op te teekenen, zijn 
niet zoo talrijk als in het jaar 1902, maar de gelegenheid om 
iets machtig te worden bood zich ook minder aan. 

Verworven werd door 

Qeschenh 

Van den Heer Algemeenen Rijksarchivaris te ^s-Gravenhage: 

Brief van de Gedeputeerden representeerende de Staten van 



134 

Noord-Holland aan den Dijkgraaf van Geestmer- Ambacht. 11 
November 1574. 

Verzameling stukken afkomstig van gecommitteerde Raden 
in het Noorderkwartier. 17« en 18« eeuw. 

Van den Heer Rijksarchivaris in Utrecht 

Afbeelding van de kerk te Nederhorst. T. m. O. I. i. door 
J. de Beijer. 18® eeuw. 

Van den Heer J. van der Stok, Burgemeester van Nieuwe Niedorp, 

Rekeningboek van Pieter Koeman, te Nieuwe Niedorp, als 
beheerder van verschillende hofsteden en landerijen. 1763—1770. 
Hdschr. 8^ 

Verder werd 

Aangekocht. 

Memorie-boek inhoudende veel aanmerkenswaardige saken 
't seedert den jaare 1412 tot deesen jegenwoordigen jaare 1667, 
van het gepasseerde zoo binnen als buyten de Stadt Alkmaar. 
Hdschr. in 8®. J8« eeuw. 

Aanteekeningen betreffende Purmerlandt-Ilpendam van 1703 — 
1812, verzameld en te boek gesteld door A. v. d. Laan, Secre- 
taris dier heerlijkheid. Hdsch. in 8^. 

Register vande Grave ToeBehorende De Kerck tot Purmer- 
Endt. Opgesocht uyt het RegisterBoeck Den 11 November 1688. 
Een blad perkament. 

De Bibliotheek 

werd ook op velerlei wijzen vermeerderd, en allereerst wordt 
hier gewag gemaakt van de ontvangen 

Geschenken. 

Van Z. Exc. den Minister van Binnenlandsche Zaken. 

Verslag van een onderzoek in Zweden, Noorwegen en Dene- 
marken, naar Archivalia belangrijk voor de geschiedenis van 
Nederland. Door Dr. G. W. Kernkamp. 8^. 1903, 



135 

Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven XXIV. 1901. 8«. 

Verslagen omtrent 's Rijks Verzamelingen van Geschiedenis 
en Kunst. XXIV. 1901. SP. 

Prof. M. de Vries. Woordenboek der Nederlandsche Taal. 8^. 

Tweede Deel afl. 18 en 19 door Drs. A. Kluyver en A. 
Lodewijckx. 

Zesde Deel aü. 4 door Dr. A. Beets. 

Elfde Deel afl. 8 door Dr. G. J. Boekenoogen. 

Drs. Verwijs en Verdam. Middel-Nederlansch Woordenboek. 
Vijfde Deel afl. 15 en 16. 8o. 

Publications de la Société historique et Archéologique dans 
Ie Duché de Limbourg. T6me 38. 8o. 1902. 

Van den Rijksarchivaris in Noord-BrabanL 

Verslag betrefiende 's Rijks Oud- en Nieuw Provinciaal Archief 
te 's-Hertogenbosch over 1901. 8®. 

Verslag omtrent Oude Gemeente- en Waterschaps-Archieven 
in Noord-Brabant over 1901. 8^ 

Van den Rijksarchivaris in Limburg. 
Aanwinsten van het Rijksarchief in Limburg over 1901. 8^. 

Van den Archivaris der Gemeente Alkmaar, 

Dr. P. Scheltema. Inventaris van het Archief der Gemeente 
Alkmaar. 8o. 1869. 

C. W. Bruinvis. Verbetering en aanvulling van den Inventaris 
van Dr. P. Scheltema 1869. 8«. 1903. 

Naamlijsten van de leden der Regeering, de secre- 
tarissen en ontvangers van Alkmaar, tot — en sedert 1795. 8^. 
Twee bandjes. 

Van den Archivaris der Gewante Amersfoort. 

Inventaris van het Archief der Gemeente Amersfoort, door 
Dr. H. J. Reynders. S^. 1903. 



136 

Van den Archivaris der Gemeente Rotterdam, 

Jaarverslag van het Archief en de Bibliotheek aldaar, over 
1902. 80. 

Van den Kolonel Directeur van het Krijgsgeschiedkundig Archief 

van den Generalen Staf, 

Nasporingen en Studiën op het gebied der Nederlandsche 
Krijgsgeschiedenis. Achtste Jaarverslag (1 October 1902). 8<*. 

Van den Bibliothecaris der Koninklijke Bibliotheek. 
Catalogus der Geschiedenis. Frankrijk. 4^. 1902. 

Van den Bibliothecaris der Rijks- Universiteit te Leiden. 

Lijst van periodieken, te raadplegen in de Biblotheek dier 
Universiteit. 4^. 1903. 

Van den Bibliothecaris der Getaeentelijke ^Universiteits-Bibliotheek 

te Amsterdam. 

Catalogus der Handschriften. III. Schenking — Diederichs. 
Fransche afdeeling. 8». 1903. 

Van den Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 

Overzicht van Marktprijzen van Granente Arnhem in de jaren 
1544—1901. 80. 1903. 

Van het Bestuur van het Provinciaal Genootschap „Ldmburg^^ 

te Roermond. 

A. F. van Beurden. De handelingen van de Magistraat der 
Stad Roermond van het jaar 1596 tot en met het jaar 1696. 
80. 1903. 

Geschiedenis der Paltsgraven Russel, hunne af- 
stamming en nakomelingen. 8^. 1903. 



Gedenkboek der „Blijde Incomste" van H. M. 

Koningin Wilhelmina en Z. K. H. Prins Hendrik der Neder- 
landen in de Stad Roermond, op Vrijdag den 17 Juli 1903. S\ 



137 

A. F. van Beurden. Feestschrift bij het Koninklijk bezoek aan 
Limburg en aan de Stad Roermond 17 Juli 1903. 8®. 

Van den Schrijver 

J. Craxindijk, Iets uit van Riebeeks Dagverhaal. Het eerste 
jaar der vestiging van de Nederlanders aan de Kaap „De Goede 
Hoop". 80. 1902. 

— Iets uit de gedenkschriften van een kwajongen. 



80. 1903. 

Van den Schrijver 

P. N. van Doomink. Voorwaarden waarop de Hertog van 
Gulik en Gelre soldeniers aanneemt om hem te dienen in zijne 
landen van Gulik en Gelre. S*». 1903. 

Van den heer J. van der Stok, Burgemeester van Nieuwe Niedorp. 

Corpus juris. 8». 1700. 

Guilelmi Marani Opera omnia seu paratitla digestorum et 
varii tractatus juris civilis. F^. 1741. 

De Unie van Utrecht, a^. 1578. Gedrukt te Haarlem bij 
Johannes Enschedé en Zoonen. F^. 1778. 

P. van der Schelling. Hollands tiendregt. 8o- 1727. Twee deelen. 

Joodse Oudheden ofte voorbereidselen tot de Bijbelsche wijs- 
heid. Fo. 1690. Twee deelen. 

Titus lAvius, Romeinsche historiën. F^. 1646. 

L. Annam Flori Epitome Rerum Romanarum. 8^. 1722. 

C. Suctonius Tranquillus, 8°. 1751. 

M. Annaèi Lucani Pharsalia. 4^. 1740. 

C Comelius Tadtua Historiën. 4o. 1616. 

Rdzii Belga Graecissans. 8<>. 1730. 

Johan Blomhert De geschiedenissen van het Vereenigdt Neder- 
landt. 8^ 1747. 

iV(icolaus) Z(istingh) Opmerkinge om de Zeedijcken in Hollandt 
en West-Vrieslandt te beschermen en te bevreyden. 4'\ 1702. 



138 

Octroy van de Beem«ter, met de Cavel-Conditien. S^. 1696. 

Carel van Mander, Schilder-Boeck. 49, 1604. 

J, Verhoek, Leven der vermaardste schilders. 8<». 1725. 

Verhandeling van de Schilderkonst in miniatuur. 8<>. 1759. 

Johan van Bevervdjck, Alle de Wereken. 49. 1651. 

Jacob Cat8 Wereken. 4°. 1625 

Sandijs Voijagiën. 4^. 1653. 

Joannes de La£t. Besehrijvinghe van West-Indiën. F^. 1630. 

't Ver waer loosde Formosa. 4^. 1675. De Americaensche Zee- 
roovers. 4^, 1678. Hennepin en Denijs, Beschrijving van Louisiana. 
4^, 1688. Denijs, Kusten van Noord-America. 4o. 1688. 

Ontvangen Vervolgwerken, 

Oud-HoUand. Jaargang 1903. 

Nijhoff en Fruin, Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis 
en Oudheidkunde. Vierde Reeks. Derde Deel. 

Robert Fruin'a Verspreide Geschriften. Afl. 37 — 46. 

Rechten der Vereeniging tot uitgave der bronnen van het Oude 

Vaderlandsche Recht, n.1. 
Verslagen en Mededeelingen. Vierde deel N®. VI. En : 
De Middeleeuwsche Rechtsbronnen der kleine steden van het 

Nedersticht van Utrecht. Uitgegeven door Mr. R. Fruin. Derde 

deel. (Eerste Reeks N». 13.) 

Brugmans en Kemkamp, Algemeene Geschiedenis. Afl. 25 — 28. 

Dr. P. L, Muller, Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848. 
Derde stuk. (1853 -1859.) 

Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem. 
27« deel. 3^ afl. 

Drs. Rogge en Pijper. Nederlandsch Archief voor Kerkgeschie- 
denis. Nieuwe Serie. Eerste deel en tweede deel. Afl. 1—4. 

E, W. Moes. Iconographia Batava. Afl. 33 — 34. 

/. Wijndelts. Catalogus van Academische Proefschriften 1815— 
1900. V. Letterkunde. 



139 
Aangekochte Nieuwe Boeken. 

Dr. J. H, Gosaes. Stadsbezit in grond en water gedurende de 
middeleeuwen. 8^ 1903. 

Johan E. EUas, De Vroedschap van Amsterdam. 1578 — 1795. 
8^ 1903. 

H. G. A. Obreen. Geschiedenis van het geslacht van Wasse- 
naar. 40. 1903. 

Mr. N. P, van den Berg. Uit de dagen der Compagnie. 
8^ 1903. 

In veiling gekochte Boeken. 

C. P. Hoynck van Papendrecht. Historia de rebus ecclesiae 
Ultrajectensis, a tempore mutatae religionis in Foederato Belgio. 
F^ 1725. 

Moll en de Hoop Scheffer. Studiën en Bijdragen. 4« deel. 
8^ 1880. 

Tegenwoordige Staat van Holland. 8^. 1741 — 1750. Vijf deelen. 

Lud. Smids. Schatkamer der Nederlandsche Oudheden, 
80. 1737. 

Verliezen zijn hier niet geleden, maar ik ben in staat gesteld 
in andere Archieven enkele merkwaardigheden over te brengen, 
welke daar op hare eigenaardige plaats zijn thuis gekomen. 

De heer J. van der Stok, Burgemeester van Nieuwe Niedorp, 
zond mij ten geschenke eene kist met enkele charters en vele 
oude boeken, tevens machtiging verleenende, aan andere instel- 
lingen over te dragen, wat voor het Noord-HoUandsch Archief 
geen rechtstreeksch belang had. 

Dientengevolge heb ik vereerd aan 

het Algemeen Rijksarchief te ^s-Gravenhage: 

eene akte verleden te Londen 12 Augustus 1770, houdende ver- 
koop aan de heeren Heshuysen, kooplieden te Amsterdam van 
300 acres boschgrond op het eiland St. Domingo. En eene akte 
als voren van 13 Augustus 1776, houdende kwijting der koopers 
voor eene som van £ 7100 ter zake van plantagien op St. Domingo. 



140 

het Rijksarchief in Oelderland : 

Manuductio ad Historiam Universalem. Scripsit T. Scheltinga, 
Leovardiae Frisius Anno 1723. Hdschr. 4^. 

Album quod continet nomina eorum qui frequentarunt col- 
legia viri cel. Theod. Scheltingae s.s. Theologiae Professoris. 
1750—1778. Hdschr. 40. 

1750, April 15. Aanstelling van Theod. Scheltinga tot Profes- 
sor te Harderwijk op eene jaarwedde van ƒ 850. — en de gewone 
emolumenten. 

1750 Juni 10. Aanstelling van gelijken inhoud, maar thans 
tegen eene jaarwedde van ƒ 1150. 

1750 September 7. BuUe der Akademie van Harderwijk waarbij 
Theodorus Scheltinga honoris causa tot Doctor der H. Godge- 
leerdheid wordt benoemd. 

1751 Juni 9. Aanstelling van Dr. Theodorus Scheltinga tot 
Professor primariüs der H. Godgeleerdheid aan de Akademie 
te Harderwijk. 

Adversaria van den Harderwijkschen Professor Scheltinga, 
18® eeuw. Hdschr. 4°. 

1764 Januari 26. Bulle der Akademie van Harderwijk, houdende 
bevordering van Eco Scheltinga tot Doctor der beiae Rechten. 

1796 Februari 19. Aanstelling van Mr. Eco Scheltinga tot 
Richter in het Hof van Justitie in Gelderland. 

Drie Schepenbrieven van Harderwijk betreffende eigendom 
van Prof. Theod. Scheltinga 1689. 1692. 1763; 

h^t Provinciaal Archief van Noord-Holland : 

Memorie van het merkwaardigste uit de documenten, papieren 
en resolutiën van het Hoogheemraadschap der üitwaterende 
Sluizen, samengesteld door den Dijkgraaf Aris van der Mieden. 
Aanvangende A<*. 1544. Hdschr. 18® eeuw. Een Register. 

Schuldrekeningen van de particuliere kosten ten laste van de 
Rietlanden in de Mient, mitsgaders van de Riet- en weilanden 
in Amerswiel, binnen de Ring van de Heer Huygewaart, van 
1729 tot 1854. Een Register; 

het Archief der Gemeente Amsterdam: 

Akte van aanstelling van een notaris aldaar; en verder eenige 
Amsterdamsche merkwaardigheden ; 

de Stads-Bibliotheek te Haarlem : 
Eene partij boeken, meest van stichtelijken inhoud. 



141 

VII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 
belangrijke onuitgegeven bescheiden j voor het Archief der 

Provincie van gewicht en berustende in andere 
binnen- en buitenlandsche Archieven, 

Het is niet bekend of er gewichtige bescheiden betreffende 
het gewest Noord-Holland in binnen- of buitenlandsche Archie- 
ven worden aangetroffen, en derhalve zijn pogingen als hier- 
boven worden bedoeld, niet in het werk kunnen gesteld worden. 

VIII. Gebruik van het Archief gemaakt, en inlichtingen 

verstrekt aan autoriteiten en personen, 

In het Archief werden nasporingen gedaan door de volgende 
personen, voor bet doeleinde bij hunne namen vermeld. 

P. N. van Doominck te Bennebroek. Onderzoek in de Grafe- 
lijkheidsregisters. Over jachtoefening te Callantsoog en omstreken. 
Over de ambtsbediening van den Burgemeester van Hoorn Mr. 
Jacob Keyser. 

R, P. J. Tutein Nolthenius, Oude kaarten van Noord-Hol- 
landsche Waterschappen. 

A. G, H, Obreen, te Leiden. Het geslacht van Egmond. 

Mr. W, E, Veder, te Amsterdam. Hagiografisch onderzoek. 

J. M, van Gelder, te Wormerveer. Rechterlijke Archieven van 
Graft en de Rijp. 

Ds, D. J, M, Wüstenhoff, te Sassenheim. Het geslacht van 
Teylingen. 

J. H, Hofman, te Hilversum. Rechterlijke Archieven zijner 
woonplaats. 

Mr. L. G. N, Bouridus, te 's-Gravenhage. Onderzoek omtrent 
de wegen en vaarten van de Vijf Noordhollandsche Steden. 

K. de Boer öz,, te Assendelft. Rechterlijke Archieven zijner 
woonplaats. 

P. P. Landsman, te Assendelft. ProthocoUen van Krommenie. 

Generaal van Teylingen, te Arnhem. Genealogisch onderzoek. 

A. A, Vorsterman van Oijen, te Rijswijk. Rechterlijke Archie- 
ven van Medemblik. 



142 

Dr. H. E, van Gelder^ te Alkmaar. Alkmariana. 

Luit. (7. J. M. van Blijenburgh, te Hoorn. Archief zijner 
woonplaats. 

De Eerste Luitenant der Infanterie W, K. van Borselen^ die 
in het begin van het jaar op het Archief zijne nasporingen 
voortzette, ten einde voor het Departement van Oorlog bouw- 
stoffen te verzamelen voor eene krijgsgeschiedenis van Nederland, 
werd wegens zijn bevordering tot Kapitein, naar een ander 
garnizoen verplaatst en kreeg hier een opvolger in den Tweeden 
Luitenant J. Kamphuis Suermondt, die het werk van zijn voor- 
ganger voortzette. 

De Heer Algemeene Rijksarchivaris ontving een paar Grafe- 
lijkheidsregisters ter leen; de Archivaris van Rotterdam een 
soortgelijk register en de Burgemeester van Assendelft eenige 
prothocollen van transporten, verleden voor het gerecht van 
zijne woonplaats. 

Dr. J. Hdnsiua, te Gouda, werd in de gelegenheid gesteld op 
het Archief aldaar vier Grafelijkheidsregisters, uit dit Archief 
daarheen gezonden, te raadplegen. 

Daarentegen werden hier nedergelegd ten bate van de belang- 
hebbenden : 

Voor Mr. A, 8. de BUcourty door den Rijksarchivaris in 
Groningen, een register van de rechterlijke Archieven in die 
provincie. 

Voor Emrik en BingcTy door den Archivaris der Gemeente 
Amsterdam, eene kaart van het Gasthuisterrein aldaar, door 
Balthasar Florisz. van Berkenrode omstreeks 1630. 

Voor den Heer P, N. van Doorninck, door den Rijksarchi- 
varis in Gelderland, de naamlijst van een bede, opgebracht door 
de lieden der graven van Gelre en de lieden van andere Heeren 
op de Veluwe. 

Voor den Kapitein F. W. J, de Wiit Huberta, van den Heer 
Algemeenen Rijksarchivaris te 's-Gravenhage, secrete brieven 
van legerhoofden, 1688 — 1694 en 1696 en een paar registers uit 
het Archief van de Staten-Generaal. 

De Archivaris van Rotterdam ontving, volgens zijn verzoek, 
uitvoerige mededeeling omtrent de eerste vorming, de richting 
en de uitgebreidheid der Bibliotheek van dit Archief. 



143 

Den Adjunct- Archivaris van Alkmaar werden afschriften ver- 
schaft, van vier akten van overdracht uit het laatst der 18e en 
het begin der 19^ eeuw, betreffende eigendommen aan den 
Steenen Weg buiten de Kennemerpoort aldaar. 

Aan den Burgemeester van Nieuwe Niedorp werd de inhoud 
opgegeven van zes transportakten uit de 18« eeuw, betreffende 
eigendommen in den Kostverlorenpolder onder het Gerecht der 
Stede Niedorp. 

En later de geschiedenis uiteengezet, van het maken en 
vernieuwen van het Niedorper verlaat in de 17« eeuw. 

Aan den Secretaris van Enkhuizen werd de verklaring ver- 
strekt van eene partij oude charters van allerlei aard. 

De Secretaris van de Zijpe werd, overeenkomstig zijn verlan- 
gen, ingelicht, welke bronnen kunnen geraadpleegd worden bij 
het opstellen eener geschiedenis van zijne gemeente. 

Voor Kerkvoogden der Nederl. Herv. Gemeente te Medemblik 
zijn de zeer geschonden, weggeraakte en verminkte opschriften 
en namen op de gebrande vensters, welke nu bij de herstelling 
van hun Kerkgebouw ook moeten in orde gebracht worden, 
verbeterd en aangevuld en het is gelukt, nagenoeg overal de 
oorspronkelijke namen weder in te vullen. 

Ten behoeve en op verzoek van de Kerkvoogdij der Ned. 
Herv. Gemeente te Oostzaandam, was nogal veel moeite gedaan 
om eene erfpachtsakte van 1668 te ontdekken, welke naar be- 
weerd werd, in dit Archief moest berusten, omdat de Archivaris 
in vroeger jaren er een afschrift van gegeven had. 

Het stuk werd echter niet ontdekt, maar eenige maanden 
later kwamen de Kerkvoogden aan met eene kwitantie van een 
Notaris te Zaandam, wegens kosten van het verschafte afschrift 
uit het notarieel protocol, dat bewaard wordt bij de Arrondis- 
semente-Rechtbank. Daarmede was alles opgehelderd. 

Mr. W. C. Bosman, te Alkmaar, ontving op zijn verzoek af- 
schrift van akten Niedorp 1 Februari 1783, 5 October 1801 en 
8 Mei 1806; er werden voor hem opgezocht en aan hem opge- 
geven de eigendomsovergangen uit den boedel van Jan Koog, 
Secretaris van Nieuwe Niedorp op het einde der 18^ eeuw. 

Den Heer J. G, Boterenbrood, te Amsterdam, werden velerlei 
inlichtingen verstrekt, voor een door hem begonnen onderzoek 
rakende Kennemerland vóór 1400, en meer in het bijzonder de 
heerlijkheid Brederode. 



144 

Voor den heer P. Buyekes, te 's-Graveühage, werd, uit eene 
mededeeling van den heer Algemeenen Rijksarchivaris verno- 
men, de titulatuur voor de Staten-Generaal in het verdrag van 
13 Augustus 1578, gesloten met den Hertog van Anjoü. 

Te Alkmaar werden genealogische nasporingen verricht ten 
behoeve van Mr. S. Hcmnema te 's-Gravenhage, zonder gewenscht 
gevolg evenwel. 

Mr. H, N. Kluyver, te Amsterdam, werd opgave verschaft van 
alle akten Assendelft tusschen 1655—1670 waarin de Twisch, 
een klein tochtje, vermeld wordt. 

Voor Mr. H, P, M. Kraakman te Alkmaar en Mr. K. J, Philips 
te Amsterdam, werden nagelezen de Resolutiën van Gecommit- 
teerde Raden, notulen, appoin tementen, akten en missives, om 
te ontdekken of daarin gesproken wordt van Tienden van het 
Kerkebosch van Oterleek, maar geen spoor werd er van aan- 
getroffen. 

Jhr. Mr. Frank K. van Lennep werd ingelicht naar welk recht 
vroeger in Gooiland recht werd gedaan; en ontving mededee- 
lingen omtrent handvesten en keuren van Naarden en Hilversum, 
en van eenige Gooische dorpen. 

In het belang van Mr. H. Muller Hz,, te Rotterdam, werd al 
het mogelijke gedaan om eenige oude dorpen of gehuchten, 
vermeld op eene geografische lijst van omstreeks 1395, maar 
thans lang vergeten, terug te vinden. De uitkomst was niet 
zeer loonend. 

Voor den heer Jan Seppy te Beverwijk, werd in de transport- 
registers van Velsen gezocht naar hofsteden „Wildhoef' en 
„Graafwijk", maar in het opgegeven tijdvak 1774 — 1796 werden 
die namen noch onder Velsen, noch in Wijk aan Duin vermeld 
gevonden. 

De heer H. L. Sloots, te Velsen, ontving velerlei mededeelingen 
over den naamsoorsprong of afleiding van verschillende wegen 
en lanen in zijne woonplaats en den naasten omtrek. 

Voor den heer A, A, Vorsterman van (Hjen, te Rijswijk, werd 
nagezocht, welke personen van den naam Vlaanderen opgeteekend 
staan in de rechterlijke archieven van Hilversum. 

De heer W. Meijer, te 's-Gravenhage, wilde weten, of denamen 
Blair en Nicolaes van Perdjn omstreeks 1662 voorkomen in de 
transportregisters van Nieuwer-Amstel. De voor hem verrichte 
nasporingen leverden niets op. 



145 

Mr. L, G. N. BouriciuSy te 's-Gravenhage, ontving mededeel! ng, 
dat de weg tusschen Hoorn en Enkhuizen in 1671 bestraat is. 

IX. Uitkomsten van de bemoeiingen met Gemeente-, Waterschaps' 

en andere Archieven, 

In het begin van Februari is rondgedeeld de inventaris van 
het Archief der gemeente Warmenhuizen, welke als bijlage voor- 
komt achter het Verslag van het Archief in Noord-Holland 
over het jaar 1901. 

Tegen het einde van het jaar is hier aangekomen het Archief 
van de Weeskamer van Enkhuizen om, volgens den wensch 
van het Gemeentebestuur aldaar, in orde gebracht en beschreven 
te worden. 

Verder is, in overeenstemming met den inhoud der missive 
van Uwer Excellenties ambtsvoorganger van 28 April 1893, 
n^. 813, afd. K. W., door mij een onderzoek ingesteld naar de 
veiligheid der bewaarplaats, den toestand en de behandeling der 
rechterlijke Archieven, berustende bij de gemeenten Amsterdam en 
Haarlem, en er is mij gebleken, dat aUes in zeer goede orde 
verkeerde. 

De Rijksarchivaris in Noord-Holland, 

C. J. GONNET. 

Haarlem, 31 Maart 1904. 



(1903) 10 



146 



Het Ryksarchief in Zeeland. 

I. Toestand der bewaarplaats van het archief. 

De verbouwing van de archieflokalen werd dit jaar voortgezet 
en nagenoeg voltooid. Gelijk ik in mijn vorig jaarverslag heb 
medegedeeld, werd ik bij Uwer Excellenties beschikking van 
18 Juni 1902 op mijn verzoek ontheven van het dagelijksch 
toezicht op de lokalen, gelegen tusschen de Balanspoort en den 
vierkanten toren. Deze vertrekken zijn toen successievelijk ge- 
heel in orde gemaakt en voor de bewaring van archieven inge- 
richt, en toen de werkzaamheden voltooid waren, ben ik bij 
Uwer Excellenties beschikking van 4 November 1903 (nr. 2822 
afd. K. W.) weder in het dagelijksch toezicht op die lokalen 
hersteld. 

De op deze wijze ter beschikking van het archiefdepót gestelde 
localiteiten zijn geheel op dezelfde wijze ingericht als die, welke 
zich bevinden tusschen den vierkanten toren en de woning van 
den Commissaris der Koningin. De bergruimte der nu nieuw 
verkregen vertrekken is echter iets grooter. Zoowel op den be- 
ganen grond als op de bovenverdieping bevinden zich, evenals in 
het in 1902 gereedgekomen gedeelte van het gebouw, twee groote 
lokalen, maar er zijn bovendien een zevental kleine vertrekjes 
aanwezig. Een er van bevindt zich achter den vierkanten toren 
boven het reeds in 1902 gereedgekomen vertrek, terwijl de zes 
andere onmiddellijk grenzen aan de zaal boven de Balanspoort. 
Twee dier vertrekken bevinden zich op de bovenverdieping, 
twee op den beganen grond. De beide laatste zijn echter door 
een vloer, die op gelijke hoogte als de zaal boven de poort gelegd 
is, elk in twee vertrekjes van lage verdieping gescheiden. In 
de beide groote lokalen boven bevinden zich negen rijen loquet- 
ten boven elkander ; langs de wanden is van ouds eene gaanderij, 
die het bereiken der vier bovenste rijen mogelijk maakt. In de 
groote benedenlokalen, in de beide vertrekken achter den vier- 
kanten toren en in de beide bovenkamers, grenzende aan de 



147 

Balanspoort, zijn tot berging der archiefstukken zes rijen loquet- 
ten aangebracht. In elk lokaal bevindt zich een trapje van vier 
treden, waardoor de hoogstgeplaatste stukken zonaer bezwaar 
kunnen worden bereikt. Van de beide kleine beneden vertrekken 
naast de Balanspoort is het eene bestemd tot bergplaats van 
kisten enz. ; daarin zijn dus geene loquetten aangebracht. Het 
andere is daarentegen tot de zoldering toe bezet met loquetten, 
vier rijen boven elkaar. Van de beide kamertjes, die gelijkvloersch 
zijn met de zaal boven de Balanspoort, is het eene bestemd tot 
berging van een gedeelte der kaarten ; daarin bevindt zich dan 
ook een rek, waarin de opgerolde kaarten kunnen worden neer- 
gelegd, terwijl aan den tegenoverstaanden wand gelegenheid is 
enkele kaarten, die in lijsten gevat zijn, op te hangen. In het 
andere is eene kast geplaatst, bestemd tot berging van die mid- 
deleeuwsche registers, welke op de zaal boven de poort geene 
plaats kunnen vinden. In elk der beide groote benedenvertrek- 
ken zijn twee dubbele kasten, elk bevattende zes rijen, geplaatst. 
Deze kasten waren reeds gedeeltelijk voorhanden ; want nu alle 
lokalen van het gebouw weder beschikbaar kwamen tot berging 
der archieven, was het gelukkig niet langer noodig de in 1902 
gereedgekomen vertrekken belast te laten met de archieven, die 
er tijdelijk in hadden moeten worden geborgen, en bleven dus 
ook daar in elk der benedenvertrekken slechts twee dubbele 
kasten staan, en wel zoo dat het licht uit de drie vensters juist 
in de gangen, door de kasten en de wanden der vertrekken 
gevormd, valt. Nu dus deze lokalen zoowel als de in 1903 ge- 
reedgekomene definitief in gebruik genomen zijn, kan eerst met 
zekerheid over hunne geschiktheid geoordeeld worden. En dat 
oordeel kan in hoofdzaak niet anders dan gunstig zijn. Met 
uitzondering van enkele gedeelten van muren, die nieuw opge- 
trokken zijn, zijn de lokalen geheel droog, en de enkele vochtige 
plekken, die aanwezig zijn, zullen, naar ik vertrouw, spoedig 
verdwijnen, daar er uitnemende gelegenheid tot luchten en ven- 
tileeren bestaat. De archiefstukken zelf ver krijgen ook de noodige 
luchtverversching ; in de nieuw gereedgemaakte lokalen zijn de 
loquetten niet onmiddellijk tegen de wanden geplaatst, maar 
ettelijke centimeters er van verwilderd. De groote lokalen zijn zeer 
voldoende verlicht ; minder is zulks echter het geval met de kleine 
vertrekken achter den vierkanten toren en naast de woning van 
den Commissaris der Koningin, welker verlichting slechts zeer 
spaarzaam is. Bij de berging der archiefstukken is daarmede 
zooveel mogelijk rekening gehouden, en zijn daar de verzame- 
lingen geplaatst, die slechts weinig geraadpleegd worden. Van 
de bergruimte is zooveel mogelijk partij getrokken. Toch mag 
ik niet nalaten op te merken, dat reeds nu alle vertrekken 



148 

geheel gevuld zijn, en een gedeelte der verzameling acquitten 
nog altijd bii gebrek aan beter op den zolder is geplaatst. Be- 
Bchikbaarstelting van nieuwe loKalen zal op den duur onver- 
mijdelijk blijken. 

Gelijk ik reeds boven opmerkte, is de werkzaamheid aan het 
gebouw nog niet geheel voltooid. Behoudens enkele kleinigheden 
zijn het vooral drie punten, waarop ik hier de aandacht moet 
vestigen. Twee er van zijn reeds in miin vorig jaarverslag gere- 
leveerd: in het boven vertrek naast ae woning van den Com- 
missaris der Koningin moet de zolder nog in orde gemaakt 
worden, en in het benedenkamertje achter den vierkanten toren 
moet nog een tegelvloer gelegd worden. In een der thans in 
orde gebrachte kleine vertrekjes naast de Balanspoort is eveneens 
de tegelbevloering nog niet gereed. 

In het geheel zijn nu met inbegrip van de zaal boven de 
Balanspoort voor de berging der archieven beschikbaar negen 
groote en negen kleine vertrekken. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

Het gereedkomen van de tot berging der archieven bestemde 
vertrekken heeft aanleiding gegeven nog eenige flesschen met 
brandbluschwater aan te schaffen, zoodat thans in elk lokaal 
eene flesch aanwezig is. Het getal lantaarns is nu tot vijf ver- 
hoogd; bij eiken ingang van het gebouw is nu zulk eene 
lantaarn aanwezig. 

Ook in 1903 is de bliksemafleider door een deskundige onder- 
zocht en in orde bevonden. 

III. Toestand der archiefverzamelingen. 

Daar de verbouwing der Abdij eene verplaatsing van het 
grootste gedeelte der archiefstukken veroorzaakt heeft — er zij 
hier opgemerkt, dat die verplaatsing zeer geregeld en spoedig is 
afgeloopen — zal het het doelmatigst zijn van elk lokaal op te 
geven, welke archieven er geborgen zijn, en in verband daar- 
mede de aandacht te vestigen op de verbeteringen, die ook 
overigens in het jaar 1903 zijn aangebracht. 

Niet het kleinste aandeel aan die verbeteringen heeft de zaal 
boven de Balanspoort gehad. Van ouds bevinden zich in dat 
lokaal een zestal kasten, waarvan er vier tet berging der doozen 
met charters en twee tot berging van deelen en registers zijn 
ingericht. Twee dier kasten bevatten thans de charters, behoorende 
tot het archief der Abdij, tot dat van Prelaat en edelen van 
Zeeland, tot dat der Staten van Walcheren en tot die der 
grafelijke officieren. Ook de in chartervorm opgemaakte bijlagen 



149 

tot de middeleeuwsche grafelijkheidsrekeningen worden hier 
bewaard. Eene derde charterkast bevat de charters, behoorende 
tot het archief der stad Reimerswaal en tot de verzamelingen, 
die beschreven zijn in de volgende bülagen tot de jaarverslagen: 
1895 bijlagen A en B en 1896 A, B, C en D ; ook de sinds 1896 
door schenking verkregen charters, die niet tot eene der 
reeds aanwezige verzamelingen konden worden gebracht, zijn 
hier geplaatst. De vierde charterkast eindelijk bevat de charters 
der Staten en Raden van Zeeland na 1578 en die van Hulster- 
ambacht (zie verslag 1898 bijlage A). 

In de beide andere kasten zijn geplaatst de registers en 
papieren, deel uitmakende van de archieven der Abdij, der stad 
Reimerswaal, van Prelaat en edelen van Zeeland, van de Staten 
van Walcheren, van de grafelijke oflScieren en van het Zeeuwsche 
gedeelte der HoUandsche rekenkamer, dat in 1607 in de nieuw 
opgerichte Zeeuwsche rekenkamer is gedeponeerd. De laatste 
verzameling is er echter bij gebrek aan ruimte slechts voor een 
gedeelte in opgenomen. 

In eene dringende behoefte is dit jaar voorzien door de aan- 
schaffing van een drietal toonkasten, die tevens tot berging van 
kaarten zijn ingericht. Deze kasten zijn hoog 109, breed 260 en 
diep 104 centimeters buiten werks. Het benedengedeelte van elke 
kast bevat twee rijen, elk van 9 uittrekbare boorden, waarop 
de kaarten uitnemend kunnen worden gelegd, terwijl van boven 
schuinoploopende, afsluitbare toonkasten zijn aangebracht, 
bestemd tot berging van merkwaardige hanaschriften, zegels 
en banden, en van de verzameling stempels, die vrij aanzienlijk 
is. Het buitenwerk dezer voortreffelijk afgewerkte kasten is van 
eikenhout, het binnenwerk van Amerikaansch populierenhout. 

Zooals uit het bovenstaande volgt, is de zaal boven de Balans- 
poort bestemd om in hoofdzaak drie categorieën archiefstukken 
te bewaren: de charters, de kaarten en de deelen en papieren, 
die uit den landsheerlijken tijd afkomstig zijn. Gelijk ik reeds 
opmerkte, kan de laatste soort stukken niet geheel in de daar- 
voor beschikbare kasten geborgen worden. De overschietende 
deelen en papieren zijn daarom voorloopig geplaatst in een der 
beide kleine kamertjes, die gelijkvloers met de zaal boven de 
poort zijn. Het is echter gewenscht, dat door de aanschaffing 
van een tweetal kasten, ongeveer van hetzelfde formaat als de 
drie toonkasten, maar ingericht voor de bewaring van registers 
de bergruimte in het lokaal zoodanig vermeerderd wordt, dat 
alle middeleeuwsche archieven van het depot in deze zaal ver- 
eenigd kunnen worden. De zaal zelf biedt voldoende ruimte 
aan om de beide door mij bedoelde kasten te kunnen bergen. 
Ook de kaartverzameling bevindt zich niet geheel bijeen. De 



150 

bovenbeschrevene toonkasten zijn uitnemend geschikt tot 
berging van het meerendeel der kaarten, maar er ziin er van 
zulke afmetingen, dat zij niet anders dan opgerold kunnen 
worden bewaard. Zij zijn geplaatst in het andere kamertje, 
gelijkvloersch met de zam boven de poort, en wel op de daar aan- 
gebrachte rekken, die voldoende ruimte voor deze kaarten bieden. 
Bovendien zijn er nog verscheidene kaarten in lijsten. Het meeren- 
deel daarvan zal in het bedoelde kamertje worden opgehangen ; 
enkele zijn over de verschillende lokalen verspreid en dienen 
om de ledige vlakken der schoorsteenen te vullen. Eene veel 
geraadpleegde kaart van Zeeland is ook opgehangen in het 
vertrek, bestemd voor het publiek. 

Als het reeds meer gemelde vertrekje, waarin thans een 
gedeelte der middeleeuwsche rekeningen bewaard wordt, door 
de overbrenging dier registers naar de zaal boven de poort 
ontruimd wordt, hoop ik daarin de zeer belangrijke en meer- 
malen geraadpleegde collectie Verheye van Citters te bergen. 
Daarmede zal dat kamertje juist gevuld zijn. 

Al de localiteiten der bovenverdieping zijn gevuld met het 
zoo omvangrijke archief der rekenkamer. Eerst zijn geplaatst 
de verschillende registers en papieren, die de eigenlijke admini- 
stratie van het college betreffen, daarop volgen de afgehoorde 
rekeningen en eindelijk de tallooze liassen met acquitten, die 
nog slechts gedeeltelijk beschreven zijn. Men • kan zich een 
begrip van den omvang van dit archief vormen, als men weet, 
dat de bo vendieping, die 926 M. bergruimte heeft, het niet eens 
geheel kan bevatten, zoodat een gedeelte der acquitten voor- 
loopig nog op zolder is geplaatst. Dat die toestand op den duur 
onhoudbaar is, behoeft geen betoog. Voor het oogenblik is het 
achterste kamertje, waarvan de zoldering nog niet gereed is, 
buiten gebruik, en staan de daarvoor bestemde liassen met 
acquitten ook nog op zolder opgeborgen. 

Wat de benedenverdieping betreft, het kleine kamertje, dat 
zich het dichtst bij de Balanspoort bevindt, bevat de bibliotheek 
van handschriften. Daar deze zich jaarlijks uitbreidt, is hier 
7.40 M. ruimte opengebleven. De beide groote kamers, die daarop 
volgen, bevatten het archief van de Staten van Zeeland sinds 
1578 en van hunne Gecommitteerde raden, benevens van de 
verschillende colleges en autoriteiten, die van 1795 tot 1813 het 
provinciaal bestuur hebben uitgeoefend. In de tweede dier beide 
kamers, waarin nog eenige ruimte overig was, zijn geborgen : de 
collectie De Huybert (zie jaarverslag 1902 bijlage A) ; de archieven 
der directe en indirecte belastingen in Zeeland (1899 bijlage A) ; 
de archieven van het geneeskundig staatstoezicht in Zeeland 
(1899 bijlage B) met de archieven van de Vereeniging van 



151 

Genees- en heelkundigen en van de afdeeling Middelburg van 
het Roode kruis ; het archief van den Wulpenpolder en de 
archieven der heerlijkheden Zaamslag, 's-Heer-Arendskerke en 
Bruinisse (zie de beschrijving er van hierachter). 

Het kamertje achter den vierkanten toren bevat de verzameling 
registers van den burgerlijken stand van gemeenten in Zeeuwsch- 
Vlaanderen, hetgeen hier aanwezig is van de archieven van de 
rentmeesters der Nassausche domeingoederen, en de in het 
laatst van dit jaar hierheen overgebrachte verzameling domein- 
rekeningen, afkomstig uit het gebouw van het Amortisatiefonds 
te Amsterdam. De nog uit het Algemeen rijksarchief over te 
brengen archieven van de rentmeesters der Nassausche domein- 
goederen zullen hier ook eene plaats vinden. Voorloopig is ook 
de verzameling Verheye van Citters, die bestemd is naar een 
der beide kamertjes naast de groote zaal te worden overgebracht, 
in dit lokaal geplaatst. 
De beide groote kamers tusschen den vierkanten toren en de 
woning van den Commissaris der Koningin zijn geheel gevuld 
met rechterlijk archief, eerst dat van het hof en de schepenbanken 
van het eigenlijke Zeeland, met inbegrip van de in 1879 na de 
opheflBng der kamer van liquidatie hierheen overgebrachte wees- 
kamerarchieven, daarna dat van de rechtsprekende colleges in 
het voormalig Staats-Vlaanderen. Ook het niet-rechterlijk ge- 
deelte van de archieven van het Vrije van Sluis, Hulsteram- 
bacht en Breskens is hierbij gevoegd. De achterste, kleinere kamer 
bevat het archief der Commercie-compagnie en de beide kerkelijke 
archieven, die aan het depot in bruikleen afgestaan zijn : net 
archief der gemeente Arnemuiden en dat der Engelsche gemeente 
te Middelburg (zie verslagen 1898 bijlage B en 1901 bijlage). 

Behalve een gedeelte der acquitten bergen de zolders ook de 
duplicaten der gedrukte Statennotulen, benevens eene verzame- 
ling van pamfletten en andere gedrukte stukken. 

Op de reeds vroeger aangewezene wijze werd voortgegaan met 
het aanbrengen van stempels en etiquetten op de definitief ge- 
ordende archieven van het depot. Al de verzamelingen, wier 
inventarissen in druk verschenen zijn, zijn thans op deze wijze 
behandeld, behalve alleen de collectie De Huybert. De registers 
en losse papieren zijn ook in portefeuilles vereenigd. Het etiquet- 
teeren dier portefeuilles is echter nog niet geheel afgeloopen. 

IV. Werkzaamheden en voortgang der ordening en der 

inventarisatie van het archief. 

Reeds in mijn jaarverslag over 1902 stelde ik de spoedige 
voltooiing van den inventaris van het archief van Prelaat en 



152 

edelen van Zeeland met bijbehoorende regestenlijst in uitzicht. 
Ik had dan ook de eer Uwe Excellentie de beschrijving van 
dat interessante archief bij schrijven d.d. 30 Juni 1903 aan te 
bieden, waarop ik 11 Augustus d. a. v. van Uwe Excellentie 
de mededeeling mocht ontvangen, dat de firma M. Nijhoff te 
's-Gravenhage met de uitgave van het handschrift was belast 
op denzelfden voet, waarop zij de publicatie van de beschrijving 
der archieven van Reimerswaal en de O. L. V. abdij op zich 
genomen had. Sedert is dan ook met het drukken van dit werk 
een aanvang gemaakt, en naar ik hoop, zal het in den loop van 
1904 het licht zien. Aan de eigenlijke beschrijving van het archief 
zijn een aantal bijlagen toegevoegd, die deels een overzicht geven 
van de lasten, die in den grafelijken tijd op de provincie druk- 
ten, deels betrekking hebben op het af hooren der rekeningen 
en op de oude organisatie van het archief, deels ook de regesten 
bevatten van den inhoud van een tweetal handschriften, die 
zonder tot het archief te behooren, echter de afschriften van 
tal van stukken bevatten, die vroeger deel van het archief heb- 
ben uitgemaakt. De indices, die aan den inventaris endereges- 
tenlijsten moeten worden toegevoegd, zullen weder, evenals bij 
het archief der O. L. V. abdij geschied is, onder het drukken 
bewerkt worden. 

Na het voltooien van de regeling van het archief van Prelaat 
en edelen, heb ik de ordening ter hand genomen van wat er 
over was van de archieven der grafelijke officieren, die vóór den 
opstand tegen Spanje in Zeeland hebben gefunctionneerd Alleen 
van de archieven der rentmeesters van Bewesten en Beoosten 
Schelde en van den waterbaljuw heb ik bij onderzoek stukken 
aangetroffen. De beschrijving van een en ander is gereedgeko- 
men, maar daar de omvang van die inventarissen niet zeer 
groot is, en het ook niet onmogelijk is, dat bii het nader onder- 
zoek der nog te regelen Middeleeuwsche grafelijke rekeningen 
en registers blijken zal, dat enkele deelen en stukken naar de 
bovengenoemde archieven moeten worden overgebracht, heb ik 
de beschrijving er van nog in portefeuille gehouden. Sedert 
houd ik mij bezig met de regeling dezer graaflijkheidsrekenin- 
gen, een werk, dat nog wel eenigen tijd beslag op mij leg- 
gen zal. 

De heer Wiersum behandelde in de eerste plaats de dit jaar 
verkregen aanwinsten en regelde dus de archieven van den 
Wulpenpolder en van de heerlijkheid Bruinisse. De laatste 
werkzaamheid gaf mij aanleiding hem te verzoeken zich ook 
met de regeling der beide andere heerlijkheidsarchieven, die in 
het depot bewaard worden : die van Zaamslag en 's-Heer- 
Arendskerke, te willen belasten. De inventarissen dier vier archie- 



153 

ven zijn als bijlagen aan dit jaarverslag toegevoegd. Daarna zette 
de heer Wiersum de ordening der rechterlijke archieven voort en 
beschreef die van een aantal Noord- en Zuid-Bevelandsche dorpen. 
Ook de tot het rechterlijk archief van Zieriksee behoorende 
stukken, die dit jaar werden overgenomen, zijn door hem geor- 
dend en in den inventaris bijgeschreven. 

V. In druk uitgegeven bescheideuy behoorende tot het archief, 

In het in 1903 verschenen stuk van het „Archief, uitgegeven 
door het Zeeuwsch genootschap der wetenschappen" werd door 
mii een kort te voren voor het depot verkregen brief van den 
bekenden Philippus van Lansbergen d.d. 1625 afgedrukt en 
toegelicht. Overigens zijn, voor zoover mij bekend, in 1903 geene 
stukken uit dit depot m het licht gegeven. 

VI. Aanvnnsten door geschenk, aankoop, ruil of in bruikleen 

verkregen, en verliezen. 

Ook in 1903 werd het depot weder met verschillende aanzien- 
lijke verzamelingen verrijkt. Den 9^*" Januari ontving ik van 
den heer J. G. Meijer jr. te Groede het archief vanden Wulpen- 
polder ten geschenke. Het archief van dezen polder, dien men 
in 1636 was begonnen te bedijken, en die, na reeds herhaaldelijk 
te zijn ondergeloopen, in 1797 definitief werd geïnundeerd, bleef 
sedert onder den gewezen penningmeester A. Ie Clercq berusten, 
en schijnt uit diens boedel in het bezit van den heer Meiier 
gekomen te zijn. Het archief, dat uit de 18^» eeuw vrij volledig 
bewaard gebleven is, werd door den heer Wiersum beschreven; 
de inventaris er van is hierachter onder bijlage A afgedrukt. Hij 
telt 91 nummers. Den heer Meijer, die zich reeds vroeger tegen- 
over het depot verdienstelijk had gemaakt door de schenking 
van een aantal stukken uit het archief van Breskens, werd bij 
Koninklijk besluit van 26 Februari 1903, nr. 59, toegekend de 
zilveren eeremedaille, bedoeld bij de Koninklijke besluiten van 
24 Mei 1897, nr. 87, en 22 Juni 1898, nr. 43 

Gelijk ik in mijn vorig jaarverslag mededeelde, had wijlen 
mevrouw Des Tombe geboren De Witte van Citters bij testa- 
mentaire beschikking het archief der heerlijkheid Bruinisse aan 
den Staat der Nederlanden vermaakt onder voorbehoud van 
levenslang vruchtgebruik ten behoeve van haar echtgenoot den 
heer A. des Tombe. Deze laatste overleed 16 December 1902, en 
daarmede trad de Staat in het genot der rechten, hem verzekerd 
door het legaat van mevrouw Des Tombe, dat krachtens mach- 
tiging van H. M. de Koningin d.d. 4 November 1904 was aan- 



154 

vaard. In het laatst van Februari 1903 ontving ik daarop van 
den notaris De Bas te 's-Gravenhage het in een zestal kisten 
verpakte archief. Gelijk verwacht was, bleek het archief zeer 
belangrijk. In 1467 bedijkt, was Bruinisse eerst met geheel 
Duiveland eene bezitting van de heeren en markiezen van der 
Vere; uit het sterfhuis van Maximiliaan van Bourgondië, mar- 
kies van der Vere, werd het aangekocht door Paulus van Herts- 
beke. Sedert ging de heerlijkheid, zonder ooit te worden verkocht, 
bij overerving over in de geslachten De Jonge, De Witte en 
Van Citters. Onder de vroegere heeren is vooral Anthony de 
Jonge van Bruinisse als schrijver en verzamelaar van handschriften 
bekend. Hij heeft een zeer merkbaren invloed gehad op de 
inrichting van het archief, daar hij alle stukken, die op Bruinisse 
betrekking hadden, hetzij zij oorspronkelijk tot het archief be- 
hoorden of van elders door hem waren afgeschreven, in een 
aantal copulaten verzamelde. Deze copulaten, die alle stukken 
vóór 1669 bevatten, vormen het eerste gedeelte van het archief, 
dat in zijn geheel beschreven is door dr. Wiersum. De inven- 
taris, hierachter onder bijlage D afgedrukt, telt in het geheel 
157 nummers. 

Minder belangrijk was de aanwinst van het archief van het 
Middelburgsche comité van het Roode kruis. Nochtans sluit het 
zich geheel aan bij de archieven van het geneeskundig staats- 
toezicht in Zeeland en van de Vereeniging van Genees- en heel- 
kundigen in Zeeland, die hier reeds berustten. Het archief werd 
in Juni verkregen. 

Eindelijk is dit jaar ook voortgang gekomen in de zaak van 
het nog te Zieriksee bewaarde rechterlijk archief. Den 23^*®" De- 
cember 1901 werd aan het gemeentebestuur een uitstel van twee 
jaren verleend in zake de overbrenging der in het gemeente- 
archief berustende stukken van rechterlijken aard. Gedurende 
dien termijn zou het gemeentebestuur het archief doen ordenen 
en aan den Commissaris der Koningin in deze provincie kennis 
geven, zoo daarbij stukken gevonden werden, waarop het 
Rijk wellicht aanspraak zou kunnen maken, opdat alsdan 
zou kunnen worden beslist, of die stukken al dan niet aan het 
Rijk moeten worden afgestaan. Dienovereenkomstig deelde dan 
ook het gemeentebestuur in September 1903 aan den Commissaris 
der Koningin eene lijst mede van rechterlijke stukken, die bij 
de ordening van het gemeentearchief waren gevonden. Den 
2den November 1903 werd mij door Uwe Excellentie opgedragen 
deze stukken van het gemeentebestuur over te nemen; en, 
nadat burgemeester en wethouders bij raadsbesluit van 30 Novem- 
ber d.a.v. tot den afstand gemachtigd waren, werd het proces- 
verbaal van overdracht 20 December geteekend. Het bevat niet 



155 

minder dan 62 nummers, waaronder 19 transportregisters en 
een aantal andere deelen en pakken. Intusschen is de regeling 
van het gemeentearchief niet afgeloopen ; het gemeentebestuur 
heeft zich in zijn schrijven aan den Commissaris der Koningin 
bereid verklaard van het eventueel vinden van stukken van 
rechterlijken aard alsnog bericht te doen toekomen. Ik veronder- 
stel, dat het Uwer Excellenties bedoeling is, dat ik den uitslag 
van die verdere regeling van het archief afwacht. 

Eindelijk is ook in het afgeloopen jaar door den Algemeenen 
rijksarchivaris gedeeltelijk uitvoering gegeven aan Uwer Excel- 
lenties beschikking d.d. 14 October 1901, waarbij de overbrenging 
naar het Zeeuwsche dep6t werd gelast van : „l^. de in het Alge- 
meen rijksarchiefdepót berustende archieven, afkomstig van de 
rentmeesters der Nassausche domeingoederen in Zeeland, en 
van andere rentmeesters en ontvangers, hoofdzakelijk van de 
Generaliteit in Staats- Vlaanderen, 29. de eventueel in gemeld 
depot aanwezige archieven van rentmeesters der grafelijke domeinen - 
in Zeeland en van ontvangers van provinciale belastingen aldaar 
en 3°. de in 1900 door den Directeur der Registratie en domeinen 
te Middelburg aan dat depot toegezonden stukken, die betrekking 
hadden op de domeinen der prinsen van Oranje". De sub 3^. 
genoemde stukken werden mij 28 October 1902 overgedragen, terwijl 
de overbrenging der andere in uitzicht werd gesteld, als de 
verhuizing van het Algemeen rijksarchief naar het nieuwe gebouw 
zou hebben plaats gehad. Ik wendde mij daarom 12 November 1903 
tot den Algemeenen rijksarchivaris, met verzoek, uitvoering te 
willen geven aan de beschikking van 14 October 1901, en ont- 
ving spoedig bericht, dat ik nog in den loop van het jaar een 
gedeelte der in die beschikking bedoelde stukken zou ontvangen. 
De overdracht dier stukken heeft dan ook bij proces-verbaal, 
geteekend 31 December 1903, plaats gehad. Het proces-verbaal 
vermeldt 593 nummers, die allen, naar met zekerheid blijkt of 
in hooge mate waarschijnlijk is, afkomstig zijn uit het gebouw 
van het Amortisatiefonds, genaamd St.-Jorishof te Amsterdam, 
en vandaar in 1860 naar het Algemeen rijksarchief werden 
overgebracht ; enkele stukken, die oorspronkelijk ook tot deze 
verzameling hadden behoord, waren reeds in 1873 aan het 
provinciaal archief van Zeeland afgestaan, en zijn thans weer 
met de hoofdcollectie vereenigd. Al deze stukken schijnen af- 
komstig te zijn van de archieven van de rentmeesters der grafe- 
Ujke domeinen en geestelijke goederen in Zeeland, en dus te 
behooren tot de in beschikking van 14 October 1901 in de 
tweede plaats genoemde categorie. Of er nog meer tot die cate- 
gorie behoorende stukken in het Algemeen rijksarchief aanwezig 
zijn, dan of ik nu alleen nog de in de eerste plaats vermelde 



156 

stukken, afkometig van rentmeesters der Nassausche domein- 
goederen en van ambtenaren der Generaliteit in Vlaanderen, te 
wachten heb, bleek mij niet. 

Behalve deze bijzondere verzamelingen werd het dep6t in het 
afgeloopen jaar nog met de volgende aanwinsten verrijkt : 

1. Charter van 1418 Augustus 29. — Mannen van den graaf 
van HoUant oorkonden, dat Adriaen Oloirds zoon van den 
Nieuwenhove de goederen van Pieter Danckerts zoon en Gillis 
Pieter Jacobs zoons zoon bevrijdt van den daarop wegens den 
dood van Jan van den Niewenhove rustenden last. — Dit w&s 
ghedaen int jaer ons Heeren dusent vierhondert ende achtiene 
op Sinte Jans dach decollacio. — Met het geschonden zegel 
van een der mannen (Dirric Gillis' zoon) in groene was ; dat van 
den anderen verloren. 1 charter. 

N.B. Dit charter werd 9 Januari 1903 door tusschenkomst van 
den heer Algemeenen rijksarchivaris aangekocht van den heer G. J. 
F. Mes te 's-Gravenhage. 

2. Acta synodi Tholanae de anno 1638. (Gelijktijdig afschrift.) 
1 stuk. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n<>. 1. 

3. Kaart van den Charlottepolder, bedijkt 1677, geteekend ten 
verzoeke van den heer van Kruiningen door den landmeter 
Thol. 1679. 1 kaart. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n\ 1. 

4. Extracten uit de resolutiën van den Raad van State betref- 
fende het recht van collateraal, te betalen van in Staats- Vlaan- 
deren gelegen goederen, die in vruchtgebruik zijn vermaakt, 
d.d. 1741 en 1742. 1 stuk. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als no. i. 

5. Eerste rekening van Cornelis Heerder, rentmeester van de 
domeinen en heerlijke goederen van Kortgene, over 1675, afge- 
hoord 1676. 1 deel. 

N.B. Dit deel, afkomstig uit het archief van den ontvanger 
der registratie en domeinen te Goes, werd 16 Februari 1903 
door den Minister van Financiën in het depot geplaatst. 

6. Achtste rekening van denzelfde over 1682, afgehoord 1684. 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 5. 



167 

7. Tiende rekening van denzelfde over 1684, afgehoord 1685. 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als nO. 5. 

8. Overlooper der parochie en heerlijkheid Eversdijk en 
Galgoord, opgemaakt door den landmeter A op 't Hof in 1742. 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als nO. 5. 

9. Overlooper der parochie en heerlijkheid Nisse, opgemaakt 
door den landmeter W. de Puydt in 1773. (Afschrift d.d. 1777.) 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^, 5. 

10. Extract uit het register van besluiten van den prefect 
van het departement van de Schelde d.d. 1806 October 4, waarbij 
de eigenaars van den Nieuwen Passegeulepolder gelast worden 
hunne titels over te leggen. Met relaas der beteekening. 1 stuk. 

N.B. Dit stuk werd 2 Maart 1903 door tusschenkomst van 
mr. W. Polman Kruseman door den heer J. H. Hennequin te 
Sluis aan het depot geschonken. 

11. Twee brieven van J. Cats aan A. de Jonge van Bruinisse 
over eigendomsbewijzen van de tienden in den Oranje- en den 
Alauritspolder bij IJzendijke, afkomstig van de heeren van 
St. Heter te Gent. 1657. 2 stuks. 

N.B. Deze stukken zijn afkomstig uit het vijfde copulaatboek 
van stukken betreffende de tienden van A. de Jonge van Brui- 
nisse, dat in 1877 door de erven van jhr.mr. De Witte van Gitters 
aan dit depot werd geschonken. — Deze brieven werden 5 Maart 
1903 aangekocht van den heer J. C. van Rantwijk te 's-Graven- 
hage en zijn thans hereenigd met het copulaatboek, waaruit zij 
afkomstig zijn. 

12. Stukken uit het archief van den Passegeulepolder. 
1790-1840. 1 omslag. 

N.B. Deze stukken worden 12 Maart 1903 door tusschenkomst 
van mr. W. Polman Kruseman door den heer J. H. Hennequin te 
Sluis aan het dep6t geschonken. 

13. Lijst van cijnzen, gaande uit onder Aardenburg gelegene 
goederen. (14)20. 1 stuk op perkament. 

N.B. Dit stuk werd 16 Januari 1903 door bemiddeling van den 
rijksarchivaris in Limburg door den heer D. van de Gasteele te 
Luik aan het Rijk geschonken en krachtens ministeriëele beschik- 
king d.d. 1 April 1903 in dit depot geplaatst. 



158 

14. Eerste rekening van Nicolaas Jan van Hoorn, water- 
baljuw van Zeeland, loopende van 1738 October 10 tot 1742 
December 31, afgehoord 1743 Augustus 1. (Exemplaar, bestemd 
voor den rendant.) 1 deel. 

N.B. Dit deel werd 3 April 1903 door het gemeentebestuur van 
Middelburg aan het depot geschonken. 

15. Tweede rekening van mr. Aamout van Citters Wz., 
waterbaljuw van Zeeland, loopende van 1752 Januari 1 tot 1754 
Mei 24, afgeboord 1758 Februari 23. (Afschrift, bestemd voor 
den opvolger van den rendant.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®. 14. 

16. Eerste rekening van mr. Pieter Boude wijn Peny, water- 
baljuw van Zeeland, loopende van 1754 Mei 25 tot 1758 December 
31, afgehoord 1759 November 9. (Exemplaar, bestemd voorden 
rendant.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 14. 

17. Tweede en laatste rekening van mr. Pieter Boudewijn 
Peny, waterbaljuw van Zeeland, loopende van 1759 Januari 
1 tot 1762 September 23, afgehoord 1763 April 12. (Exemplaar, 
bestemd voor den rendant.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®, 14. 

18. Eerste rekening van mr. Jacobus Mersen Gz., waterbaljuw 
van Zeeland, loopende van 1762 September 24 tot 1764 December 
31, afgehoord 1765 October 22. (Exemplaar, bestemd voor den 
rendant.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^ 14. 

19. Tweede rekening van mr. Jacobus Mersen Gz., water- 
baljuw van Zeeland, loopende over de jaren 1765 en 1766, afge- 
hoord 1768 Maart 15. (Exemplaar, bestemd voor den rendant.) 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®. 14. 

20. Eerste rekening van Abraham Luteyn, gequalificeerd tot 
de pecuniëele administratie der waterbaJjuage van Zeeland, 
loopende over de jaren 1792 — 1794, afgehoord 1795 Juni 15. 
(Exemplaar, bestemd voor den rendant.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 14. 

21. Tweede rekening van Abraham Luteyn, gequalificeerd 






159 

tot de pecuniëele administratie der waterbaljuage van Zeeland, 
loopende over de jaren 1795 en 1796, afgehoord 1798 Juni 21. 
(Exemplaar, bestemd voor den rendant.) 1 deel. 

N3. Verkregen op dezelfde wijze als no. 14. 

22. Derde rekening van Abraham Luteyn, gequalificeerd tot 
de pecuniëele administratie der waterbaljuage van Zeeland, loo- 
pende over de jaren 1797 en 1798, afgehoord 1799 November 7. 
(Exemplaar, bestemd voor den rendant.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®. 14. 

23. Rekening van mr. Petrus Guilielmus Schorer en Jan 
Jacobus Macquet, gecommitteerde leden van het Departementaal 
bestuur van Zeeland tot de administratie der Huishoudelijke 
kas, loopende over de jaren 1803 en 1804, afgehoord 1806 Januari 
10. (Exemplaar, bestemd voor de rendanten.) 1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n". 14. 

24. Vierde rekening van Cornelis Gheenssens, rentmeester 
der gemeene middelen van consumptie over Hulst en Hulster- 
ambacht, loopende van 1594 April 1 tot 1595 Maart 31, afge- 
hoord 1595 Juli 7. (Exemplaar, bestemd voor den rendant.) 
1 deel. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®. 14. 

25. Plans van vestingen en forten in Zeeland, opgemaakt c, 
1851. 10 kaarten. 

N.B. Deze verzameling omvat vier plans van Vlissingen, twee 
van Breskens en een van Vere, Tholen, Terneuzen en Hulst. Op 
een der plans van Breskens wordt uitdrukkelijk vermeld, dat 
het is opgemaakt naar aanleiding der aanschrijving van het 
ministerie van oorlog van 28 December 1850; No. 36 B. Deze 
aanschrijving komt niet in het recueil militair voor. — Deze 
kaarten werden 7 Mei 1903 aan het depot overgedragen door 
den rijksarchivaris in Noordbrabant, die ze met andere op eene 
auctie te Amsterdam had aangekocht. 

26. Overeenkomst tusschen het kapittel van Oudmunster te 
Utrecht en de ambachtsheeren van Schoudee omtrent het ver- 
geven van de cure der parochie bij tourbeurten. 1355. 1 charter. 

N.B. Dit stuk werd 12 Juni 1903 door bemiddeling van den 
rijksarchivaris in Utrecht door den archivaris van Oost-Vlaan- 
deren aan het dep6t geschonken. 

27. Brief van Philippus van Lansbergen te Middelburg aan 



160 

JooB van Laren, predikant te Vlissingen, over eenige bijzon- 
derheden der Bijbelsche chronologie. 1625. 1 stuk. 

N.B. Dit stuk werd 24 Juni 1903 van den heer G. van Ommeren 
te Rotterdam aangekocht. 

28. Attestatie van het overlijden van Simon van Renoy in 
1770 op het schip IJsselmonde, afgegeven 1772. 1 stuk. 

N.B. Dit stuk werd in Augustus 1903 aan het depot geschon- 
ken door den heer J. de Rruyter te Goes. 

29. Plecht, groot 100 pond VI., van Christiaan Kole Pz. op het 
huis van Willem van den Boomgaard te Krabbendijke. 1782. 
Met machtiging tot royement. 1801. 1 stuk. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n». 28. 

30. Akte, waarbij Jan Symonssen van Grijpskerke, burge- 
meester van Middelburch, oorkondt, dat Adriaen Ghoerissen van 
Aemsterdamme, gezegd Zwarte Adriaen, erkent aan Heter Claes- 
sen van Aemsterdamme 38 pond gr. VI. schuldig te zijn. Met 
opgedrukt zegel van den burgemeester. 1518. 1 charter op papier. 

N.B. Dit stuk werd 18 September 1903 van den heer A. A. 
Vorsterman van Oijen te Rijswijk aangekocht. 

31. Schepenakte van Middelburg, waarbij Willem Pieter 
Jacobs aan Dyngne Matheus Maurijn zoons weeskind den eigen- 
dom van 213 V2 roeden lands in Molenbaysambacht overdraagt. 
Met 2 schepenzegels in groene was. 1570. 1 charter. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n». 30. 

32. Certificaat van schepenen en leenmannen van den heer 
van Bevren, dat Jacop van den Moere aan verschillende solda- 
ten, die op het kasteel dienst hebben gedaan, van 1487 Novem- 
ber 16 tot 1488 Juni 24 hunne soldij heeft uitbetaald. 1488. 1 
charter. 

N.B. Dit charter werd 2 December 1903 door mevrouw de 
weduwe Nagiglas te Utrecht door bemiddeling van den bibliothe- 
caris der universiteitsbibliotheek aldaar aan dit depot geschonken. 

33. Certificaat van schepenen en leenmannen van den heer 
van Bevren, dat Jacop van den Moere aan verschillende solda- 
ten, die op het kasteel dienst hebben gedaan, van 1489 Juni 
25 tot 1489 December 24 hunne soldij heeft uitbetaald. 1490. 1 
charter. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n'>. 32. 



161 

S4. Schepenbrief van Middelburg in Vlaanderen, waarbij 
Adriaen Pieters zoon de Cruse e. s. aan Jan Worins den eigen- 
dom van eene halve lijn land in Aardenburgerambacht over- 
dragen. 1566. 1 charter. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®. 32. 

35. Conditiën van de verkooping van roerende goederen 
van wege de weduwe van kapitein Jacob Simonssen onder het 
ressort van Vere. 1590. 1 stuk. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n«. 32. 

36. Rekening-courant tusschen Balthasar de Moucheron en 
Symon Jaspers zoon Perduyn. 1593. 1 stuk. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n'^. 32. 

37. Akte, waarbü Gecommitteerde raden van Zeeland Maria 
Elisabeth de Beaurort beleenen met de tienden van het schor 
bij het oude kerkhof onder Tholen, haar aangekomen van 
Beatrix van Markel, weduwe van Willem Gijsbert Beaufort. 
1746. 1 charter. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n\ 32. 

38. Akte van waarnemende leenmannen van Tholen, waarbij 
de executeurs van Maria Elisabeth de Beaufort aan Jacobus 
Abraham ten Hage de tienden van het schor bij het oude kerk- 
hof onder Tholen overdragen, en akte van beleening van den 
kooper met die tienden. 1783. 2 charters (getransfigeerd). 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 32. 

39. Akte, waarbij Gecommitteerde raden van Zeeland Joanne 
Helena ten Hage beleenen met de tienden van het schor bij 
het oude kerkhof onder Tholen, haar aangekomen bij doode 
van haar broeder Jacobus Abraham ten Hage. 1784. 1 charter. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n®. 32. 

40. Akte van aanstelling van J. C. Schummelketel tot tweede- 
luitenant. 1795. 1 charter. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als n^. 32. 

41. Voorwaarden van uitbesteding van de weezen vanPieter 
Leenaerts zoon door schout en weesmeesters der landsvierschaar 
van Vere. 1607. 1 stuk. 

N.B. Dit stuk werd 5 December 1903 door mevrouw de weduwe 
Nagtglas te Utrecht door bemiddeling van den bibliothecaris der 
universiteitsbibliotheek aldaar aan dit depot geschonken. 

(W03> 11 



162 

42. Akte van vrijgeleide, door de infente Izabella verleend 
aan Pierre Gaspars, koopman te Middelburg. 1621. 1 stuk. 

N.B. Verkregen op dezelfde wijze als no. 41. 

Nog ontving het dep6t van Mej. M. de Man te Middelburg 
en den heer De Kruyter te Goes verschillende afdrukken van 
zegels, en van de eerste ook twee zegelstempels ten geschenke. 

Verliezen leed het dep6t niet. 

VII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van belang- 
rijke onuitgegeven bescheiden^ voor het archief in de provincie 
van gewicht en betastende in andere binnenlandsche 
en buitenlandsche archieven. 

Door bemiddeling van den rijksarchivaris in de provincie 
Utrecht ontving ik uit het archief van den heer van Zuylen 
afschrift van de akte van 1607 December 4, waarbij verschil- 
lende Zeeuwsche edelen zich verbinden tot eene bijdrage in de 
kosten van de door hen aan te wenden pogingen om weder 
toegang tot de Statenvergadering te verkrijgen. Jacob van 
Grijpskerke (blz. 425) heeft deze akte gekend; zij is echter in de 
uitgave van zijn handschrift niet opgenomen. 

VIII. Gebruik van het archief gemaakt door en inlichtingen 
verschaft aan autoriteiten en particulieren. 

In het afgeloopene jaar werden mij inlichtingen gevraagd door: 

Uwe Excellentie over de genealogie De Windt; 

den Bibliothecaris der Koninklijke bibliotheek te 's-Gravenhage 
over den lateren eigenaar van een getijdeboek, dat vroeger aan 
Jacoba van Beieren en Frank van Borselen had toebehoord; 

den Rijksarchivaris in Utrecht over een post in eene rent- 
meestersrekening van 1462/3; 

den Directeur van het Krijgsgeschiedkundig archief te 's-Gra- 
venhage over verschillende punten, van belang bij het opstellen 
van het repertorium van Nederlandsche krijgsgescniedenis : 

den Kapitein eerstaanwezend-ingenieur te Bergen-op-Zoom 
over de marechausséekazerne te Axel; 

den Hoofdingenieur van den provincialen waterstaat te Mid- 
delburg over het Compendium van C. de Visch; 

den Archivaris der gemeente Middelburg over het verpachten 
der belastingen op den overgang van roerende en onroerende 
goederen en over de gouden doos, aan den overbrenger van het 
vredestraktaat in 1748 vereerd; 



163 

Mejuffrouw M. de Man te Middelburg over de oprichting der 
Zeeuwsche rekenkamer; 
Mr. M. J. de Witt Hamer aldaar over zijne genealogie; 
Mr. A. P. Snouck Hurgronje aldaar over h^t plakaat der 
Geldersche rekenkamer d.d. 21 Juni 1669; 
P. L. de Bruyne aldaar over de genealogie Banckert; 
6. K. A. Nonhebel aldaar over maatregelen, in vroegeren tijd 
tegen melkvervalsching genomen; 

Dr. L. H. Wagenaar en P. Nelson Itié aldaar over Jean de 
Labadie ; 

D. de Rijcke aldaar over de plunderingen van 1787; 

P. Sybolts aldaar over de geschiedenis der Doopsgezinden 
aldaar; 

F. P. Polderdijk te Nieuwland over het tiendrecht in den 
polder Nieuw-Sint- Joosland; 

C. P. I. Dommisse te Vlissingen over het rechterlijk archief 
van Oostburg en het poorter worden door huwelijk met eene 
poortersdochter ; 

Jhr. W. C van Panhuys te Koudekerke over het overgaan der 
groote kerk te Vere aan de Hervormden en over zijne genealogie; 

K. Wielemaker te Biggenkerke over de kerken aldaar en te 
Krommenhoek v66r de Hervorming en over de kwartieren van 
leden der familie van Blyenborch; 

J. de Kruyter te Goes over eene ordonnantie over de paal- 
wormen; 

Jhr. mr. J. W. D. Schuurbeque Boeije te Zieriksee over het 
jachtrecht onder Bruinisse en het erfpachtsrecht van den molen 
te Dreischor; 

J. L. van Daalen te Dordrecht over Johan Carpentier; 

A. A. Beekman te VGravenhage over een charter van 14 Octo- 
ber 1423 en over het woord „haymanland'* ; 

Dr. N. Japikse aldaar over correspondentiën te Vere; 

F. Galand aldaar over eene oude kaart van Sas van Gent ; 

A. J. Servaas van Rooyen aldaar over de eigenaars der 
ambachtsheerlijkheden Biggenkerke, Brigdamme en Krom- 
menhoek ; 

Jhr. E. B. T. F. Wittert van Hoogland aldaar over zijne 
genealogie; 

Dr. J. de Hullu aldaar over verschillende resolutiën van het 
college 'slands van den Vrije en eene oude kaart van het land 
van Kadzand; 

Dr. J. Heinsius te Gouda over de beteekenis van het woord 
„steengelt" ; 

J. E. Elias te Amsterdam over de genealogieën Van der Hoop 
en De Huybert; 



164 

Jhr. J. W. Six te 's-Graveland over Joacbim van Bieselingen ; 

J. F. van Someren te Utrecht over eene naamlijst, meest van 
predikanten, uit de eerste helft der 17*® eeuw; 

Jhr. H. W. L. de Beaufort te Driebergen over het proces De 
Beaufort— Van Leeïdael; 

J. C. F. van der Meer van Kuflfeler te Nijmegen over de 
genealogie Van Nispen; 

Mr. J. G. C. Joosting te Assen over de geestelijke rechtspraak 
in Zeeland; 

A. J. Wauters te Brussel over den schilder Jean Gossart; 

G. Bigwood aldaar over het last en zijne onderdeden; 

Baron Sloet d'Oldruitenborgh te Luik en dr. W. Zuidema te 
's-Hertogenbosch over de heerlijkheid Sluse. 

Zooveel mogelijk werden die inlichtingen verstrekt, waarbij 
ik dankbaar de hulp heb te herdenken van de rijksarchivaris- 
sen in Utrecht en in Gelderland, de archivarissen der gemeenten 
Dordrecht en Vlissingen, den heer Mr. B. F. W. von Brucken 
Fock te Middelburg en den heer J. W. Perrels te Vere. 

Door den heer eerste-luitenant Boogaert werden de krijgsge- 
schiedkundige nasporingen in het begin van 1903 voortgezet; 
dezelfde heer belastte zich daarmede ook weder in October 
van dat jaar, hoewel hij intusschen den krijgsdienst verlaten 
heeft. Hij hield zich onledig met nasporingen over de gebeur- 
tenissen van 1702 en 1703. 

Afschriften werden verschaft aan de heeren jhr. mr. J. W. 
D. Schuurbeque Boeije te Zieriksee en jhr. H. W. L. de Beaufort 
te Driebergen. 

Handschriften en kaarten werden tijdelijk gedeponeerd in het 
Algemeen rijksarchief ten behoeve van de heeren mr. A. Telting 
en dr. J. de HuUu, in het rijksarchief in Friesland ten behoeve 
van den heer dr. M. Schoengen, in het gemeentearchief te Am- 
sterdam ten behoeve van prof. dr. G. W. Kernkamp, in dat te 
Sluis ten behoeve van den heer G. Juten en in dat te Zutfen 
ten behoeve van den heer mr. A. S. de Blécourt. 

Omgekeerd werden in het Zeeuwsche depot tijdelijk ontvan- 
gen stukken uit het rijksarchief in Utrecht en de gemeente- 
archieven van Amersfoort en IJselstein ten behoeve mijner 
uitgave van de rechtsbronnen der kleine steden van het neder- 
sticht van Utrecht, uit het gemeentearchief van Leeuwarden ten 
dienste van dr. L. H. Wagenaar, uit het archief der Doopsge- 
zinde gemeente te Amsterdam ten behoeve van ds. P. Sybolts, 
uit het gemeentearchief te Vere ten dienste van eene uitgave 
der oude stapelcontracten en van onderzoekingen omtrent cor- 
respondentiën aldaar, en uit het Algemeen rijksarchief ter wille 
van een onderzoek naar den jaarstijl der heeren van Arkel. 



166 

IX. Uitkomst der bemoeiingen met gemeente-, waterachapa- 

en andere archieven. 

Daar ik boven reeds handelde over de overneming van 
rechterlijke stukken uit het archief der gemeente Zieriksee, heb 
ik hier alleen mede te deelen, dat ik mijne tusschenkomst 
verleende voor de plaatsing Van eenige stukken, gevonden in 
het lokaal, waarin de Algemeene commissie tot liquidatie van 
de zaken der voormalige wees- en momberkamers vóór 1879 
zitting gehouden had, in het archief der gemeente Middelburg, 
nadat gebleken was, dat die stukken uit het archief der Mid- 
delburgsche momberkamer afkomstig waren. 

De heer De Waard voltooide de regeling van de archieven 
der Godshuizen te Middelburg; hij bewerkte het gedeelte vóór 
de oprichting der Commission des hospices (1811) uitvoerig, en 
gaf een globaal overzicht van het archief na 1811. De zeer om- 
vangrijke arbeid, die van eene uitvoerige inleiding en regesten 
tot 1574 voorzien is, getuigt van veel toewijding ; het ware 
wel te wenschen, dat het bestuur der Godshuizen maatregelen 
nam om den inventaris te doen drukken, en te zorgen, dat de 
nu aangebrachte orde niet weder te loor gaat. 

Den heer dr. E. Wiersum werd de ordening van het omvangrijke 
archief van den polder Walcheren opgedragen, waarmede in 
dezen winter een aanvang is gemaakt. 

X. Toestand der rechterlijke archieven van Middelburg. 

Omtrent den toestand van het rechterlijk archief van Middel- 
burg vallen dit jaar geene bijzonderheden mede te deelen. De 
inleiding tot den inventaris is nog niet voltooid, en de inventaris 
is dus ook nog niet in den handel gebracht. 

Bij besluit van burgemeester en wethouders d.d. 12 December 
1903 werd de heer J. J. de Waal benoemd tot assistent van den 
gemeentearchivaris buiten bezwaar van de gemeentekas. 

Middelburg, 10 Februari 1904. 

De Rijksarchivaris in Zeeland, 
R. Fruin. 



166 
Bijlage A. 



Het archief van den Wulpenpolder. 



Inleiding. 



Met het indyken van dezen polder werd een begin gemaakt 
in 1636. Den 10*«»^ Januari van dat jaar verleenden de Staten- 
Generaal aan Johan van der Lingen, ontvanger der confiscatiën 
in Vlaanderen, octrooi tot bedijking van „seecker hoecxken 
schorre, groot ontrent tusschen dertich ende viertich gemeten, 
streckende oost van St. - Annapolder aen de noortzyde van de 
Marollepot tot tegenover het canael van Scherpbier, ...... 

ende noch gelijck hoecxken schorre, streckende van den dijck 
van den Swarten polder oostwaerts tot op het Swarte gadt, . . . .. 

beide gelegen annex den eylande van Cadsant" met vrijstelling 
van lasten voor den tijd van zeven jaren. Den 30^*®^ Decem- 
ber d.a.v. werd hem vergund de bedijking uit te breiden 
„volgens de rayinge, beginnende aen den Swarten polder, ende 
sluytende benoorden ofte benoort-oosten het Cleefsche polderken, 
aen de dijckage van Breskens". Den 9^®^ Januari 1644 ver- 
leenden de Staten-Generaal continuatie van de in het eerste 
octrooi genoemde „remissiën, vrydommen, benefitiën ende 
exemptiën" voor den tijd van 20 jaren, den 29^*®" September 
1667 voor 12 jaren, den 7*®" Juli 1683 voor 8 jaren, den 
27sten October 1689 voor 5 jaren. (1) Ook later werd de termijn 
van vrijstelling van lasten nog dikwijls verlengd. Trouwens, 
niet zonder reden. De ingelanden waren door de aanhoudende 
doorbraken niet in staat belasting op te brengen. In 1682 werd 
de polder overstroomd, doch spoedig weder ingedijkt. Door de 
zware vloeden van 19 October, 1 December en 31 December 
1720 werd de dijk grootendeels weggeslagen en de polder weer 



(1) Resolutiën Staten-Generaal 10 Januari en 30 December 1636, Groot 
Placaet Boeck II 1937, 1940 en 1976. Archief Zeeuwsch Genootschap IV 
blz. 123, 125, 139 en nr. 87 van den Inventaris. 



167 

geïnundeerd. Het gevolg was, dat de ingelanden hulp zochten 
bij die der watering van der Groede. Deze „geconsideert 't 
gevaar, waarin niet alleen hare dykage, maar ook selfs dit 
gansche eylant zal werden gebragt by inundatie van den- 
selven Wulpen", sloten den 9^®*^ Augustus 1721 met die van 
den Wulpenpolder voor den tijd van 16 jaren een akkoord 
van ondersteuning. Die termijn werd later nog meermalen ver- 
lengd. In 1774 brak wederom de zeedijk door. Toen werd een 
inlaagdijk gelegd. Maar ook deze kon het niet houden. Den 
yden December 1797 brak hij door en werd de geheele polder 
verzwolgen. Dit was het einde. De regeering bemoeide zich met 
de regeling der financiën. Den 27^*®° September 1816 riep de 
Minister van den Waterstaat en der Publieke werken de 
schuldeischers op. Bij Koninklijk Besluit van 5 Juni 1821 
werden Gedeputeerde Staten van Zeeland aangeschreven om 
een staat op te maken van alle baten en schulden van den 
polder en gemotiveerd advies uit te brengen omtrent de maat- 
regelen, welke de kwijting der schulden, „als het doelmatigste 
en overeenkomstig billijkheid en regt zouden behooren te worden 
bewerkstelligd". Met behulp van den gewezen penningmeester 
Abraham Le Clercq (de beide laatste gezworens waren reeds 
overleden) en den commissaris van het district Sluis kwam 
eenige jaren later de likwidatie tot stand (zie nr. 91). 

Het bestuur van den polder bestond uit twee of drie 
gezworens, waarvan een met den titel van hoofddirecteur. 
Ze werden bediend door een penningmeester, die tevens als 
secretaris fungeerde. De gezworens werden bezoldigd (aanvan- 
kelijk ieder 50 gulden per jaar, later de een meer, de ander 
minder). In 1741 bij den dood van de beide gezworens 
werd besloten om er voortaan maar één aan te stellen „in 
consideratie dat in extra voorvallende zaken dijkgraaf en ge- 
sworens van der Groede met raad en ad vijs assisteren"; in 1749 
evenwel werd er weder een tweede gezworen bij aangesteld 
„vermits de sware werken, die voorhanden staan" ; later zijn er 
zelfs tijdelijk weer drie functionarissen (zie nr. 12 art. 3 van 
de propositiën, nr. 16 art. 3 van de propositiën en nr. 28 art. 
10 van de propositiën). Tot 1749 waren er twee penningmeesters, 
die om het andere jaar als zoodanig fungeerden De aankomende 
penningmeester werd benoemd door de ingelanden en den af- 
gaandeu penningmeester. In de 18*^® en 19<*® eeuw waren het : 
Servaas Loke c. 1707—1721, 

Petrus van Weenegem c. 1717 — 1747, 

Jacobus Loke 1723—1749, 

Pieter Kocuyt 1749—1769, aangesteld 2 

September 1748, 



168 

Philippus Christoflfel van Hierschot 1769 — 1795, aangesteld als 
adjunct-penningmeester 8 Mei 1765, 

Abraham Le Clercq 1795 — 1800, aangesteld als 

adhict-penningmeester 16 Januari 1786. 

In 1725 werd een vaste commies aangesteld „om op alles nauw 
regard te konnen nemen" (zie nr. 2 art. 6 van de propositiën 
en nr. 3 art. 3 van de propositiën). Bovendien komen nog als 
beambten voor een schutter en een kamerbode. De gewone 
vergaderingen werden gehouden na het af hooren van de reke- 
ning, extraordinaire tusschentijds. Een van de geregeld voorko- 
mende propositiën op de gewone vergaderingen is het conti- 
nueeren van de ambtenaren. In art. 8 van de verloren gegane 
rekening 14 Mei 1755—14 Mei 1757 wordt hunne aanstelling 
geregeld; in de latere rekeningen wordt hiernaar steeds ver- 
wezen. 

Wat het archief betreft, bijna alle stukken bevinden zich in 
een uitstekenden toestand ; van de oudste evenwel tot 1721 is 
weinig meer voorhanden. Tot 1749 berustten ze deels bij den 
aftredenden, deels bij den aankomenden penningmeester. Toen 
werd echter besloten, dat de „papieren en documenten, berus- 
tende onder de gewese penningmeesters deser polder Petrus van 
Weenegem en Jacobus Loke," aan den nieuwen penningmeester 
zouden worden overhandigd. Die van Petrus van Weenegem 
schijnen tusschen 12 Mei 1751 en 9 Mei 1753 te zijn overge- 
bracht ; de stukken, onder Jacobus Loke berustende, werden den 
penningmeester den 14den December 1753 ter hand gesteld. Van 
de laatste is het proces- verbaal van overneming en eene inhouds- 
opgave nog voorhanden. Ze werden sinds dien tijd bewaard in 
de polderkist ten kantore van de te Groede wonende opvolgende 
penningmeesters (zie nr. 87 en nrs. 16, 17 en 18 art. 1 van de 
propositiën). In 1749 was tevens besloten om van het archief 
een behoorlijken inventaris te vervaardigen. Tot 1763 komt dit- 
zelfde besluit, dat steeds „ten eersten doenlijk" zal worden uit- 
gevoerd, in de rekeningen voor. Voor het eerst ontbreekt het 
in de rekening, die in 1765 is afgesloten. Misschien is dus tus- 
schen 11 Mei 1763 en 8 Mei 1765 deze niet meer voorhanden 
zijnde inventaris tot stand gekomen. In 1723 stelde het bestuur 
aan de ingelanden voor om een boek aan te schaffen voor het 
registreeren der resolutiën en der octrooien van vrijdom „om 
altijt te dienen tot gouverno". Dit voorstel werd goedgekeurd, 
en tevens werd toen bepaald, dat het origineele akkoord met de 
ingelanden van der Groede gesloten (9 Augustus 1721) in dit 
boek zou worden ingebonden. In 1725 was er reeds uitvoering 
aan gegeven. De resolutiën, sinds 7 December 1720 genomen, 
waren er in geregisteerd, later ook de contractverlengingen met 



169 

der Groede en de latere octrooien van vrijdom (zie nr. 2 art. 9 
en 10, nr. 3 art. 5 en nr. 16 art. 1). Dit register berustte in 
handen van den penningmeester, — tot 1749 onder den„bedie- 
nelyken" i)enningmeester — en moest bij elke gewone vergade- 
ring (na het af hooren der rekening) ter tafel worden gebracht. 
Eerst in 1782 wordt van het boek geene melding meer gemaakt. 
Het is thans niet meer aanwezig; het origineele akkoord van 
1721 evenwel, dat er in gebonden was, bevindt zich bij nr. 78 
paket n<>. 4. Een tweede resolutieboek, dat in 1763 werd be- 
taald, „foliant in hoornbanf', is eveneens afwezig (zie nr. 22 
fol. 55 verso). Ook ontbreekt de copie van de kaart van den 
polder, geteekend door Floris van aer Salm 2» Juli 1663, die 
genoemd wordt in de lijst van 14 December 1753 (zie boven). 

De archiefstukken zijn de geheele 19^® eeuw blijven berusten 
te Groede. In het begin van dit jaar zijn ze door den heer 
J. 6. Meijer jr., secretaris der gemeente Groede, aanverwant 
van den laateten penningmeester A. Le Clercq, aan het Rijk 
geschonken en overgebracht naar het rijks archief-depót in 
Zeeland. 

Januari 1903. E. Wiersum. 

Inventaris. 

1—60. Polderrekeningen en resolutiën. 1719—1795. 

50 banden. 

NB. Alle exemplaren zijn doublen. Achter iedere rekening, 
behalve de eerste, bevinden zich de propositiên, die ten dage 
van het afhooren der rekening door net bestuur aan de inge- 
landen werden gedaan, met de resolutiën daarop genomen. — 
De rekeningen werden door den penningmeester aan de inge- 
landen overgebracht te Groede, tot 4743 om beurten inééne der 
herbergen «De Witte Leeuw», «De Dry Koningen» en «Het 
Wapen van *t Vrye», daarna tot 4769 uitsluitend in «De Dry 
Koningen» en van 4770 tot 4795 om het andere jaar in de beide 
eerstgenoemde herbergen. Ze werden afgehoord door commissa- 
rissen uit het college 'slands van den Vrijen van Sluis en — 
na het contract van 9 Augustus 4724 met de watering van der 
Groede gesloten — ten overstaan van dijkgraaf en gezworens 
van dat waterschap. Tot 4724 werden behalve de origineele 
rekening twee doublen gemaakt voor de beide penningmeesters ; 
na dien tijd werd bovendien eene doublé overhandigd aan dijk- 
graaf en gezworens van der Groede (zie nr. 3 art. 9 van de 
propositiên) (4). Sinds 4749, toen slechts één penningmeester 



(1) Van het dubbel stel doublen der beide penningmeestei*s 4724— 4749 
zijn slechts van ééne rekening nog beide exemplaren voorhanden. 



170 

doorloopend fungeerde, verminderde het getal doublen tot twee 
(zie nr. 47, folio 68) ; in 4769 echter werd het weer op drie 
gebracht, daar er sedert dien tijd ook eene doublé verstrekt iwerd 
aan den Raad van State (zie nr. 27 folio 77 verso). De origineele 
rekeningen werden overgebracht naar het archief van het Vióje 
van Sluis (4), welks pensionaris (of bij diens afwezigheid de 
gezworen klerk) de doublen ook te Sluis waarmerkte (zie o. a. 
nr. 3). Van deze origineelen was echter in dat archief slechts 
één exemplaar meer voorhanden (2). — Tot 1769 werden de reke- 
ningen om de twee jaren afgelegd, na dien tijd elk jaar. In 4767 
had het bestuur reeds aan de ingelanden in overweging gegeven 
om de rekeningen jaarlijks te laten doen, mie weeten tot ver- 
mydinge ^an costen, het eene jaar door den penningmeester aan 
de directie deser en achtergelegen polder van der Groede eene 
provisionele voorrekeninge, en het ander jaar aan de ingelanden ; 
sulks de reken inge om de twee jaaren soude geschieden aan de 
ingelanden, sooals van outs in gebruyk is geweest; wanneer 
dheeren ingelanden de provisionele rekeninge, in het voorgaende 
jaar door de directie opgenomen, na resumptie souden konnen 
aggriëren, opnemen en sluyten» (zie nr. 24 art 2 van de propo- 
sitiën). Dit voorstel was toen aangenomen, maar in 4768 kon de 
provisioneele rekening niet plaats vinden door «indispositie» van 
den penningmeester, en hoewel in 4769 nog besloten werd om 
de volgende rekening in 4774 te doen geschieden en in 4770 
dus de provisioneele rekening gedaan had moeten werden (zie 
nr. 25 art. 2 van de propositiën), werd in het laatstgenoemde 
jaar reeds de werkelijke rekening aan de ingelanden afgelegd, en 
sinds dien tijd geschiedde dit jaarlijks. In verband hiermede staat 
waarschijnlijk ook, dat tot 4769 steeds besloten wordt de reke- 
ningen te doen plaats hebben op denzelfden dag, dat de rekening 
van het waterschap de Groede wordt afgelegd, terwijl sinds 4770 
daarvan niet meer gerept wordt. Omstreeks twee è vier weken 
vóór elke rekening had eene vóórrekening plaats, waarbij volgens 
het contract van 4724 dijkgraaf en gezworens van der Groede' 
tegenwoordig konden zijn. Sinds 4747 moet volgens besluit van 
de Staten-Generaal ook de opzichter-generaal van 'slands zee- 
werken uitgenoodigd worden om te compareeren op het doen 
van de vóórrekening en rekening; sinds 4755 wordt bovendien de 
ontvanger der verponding te Sluis bij het afleggen der rekening 
verzocht. 



(4) Als meerder bewijs hiervoor kan dienen, dat buiten op de doublé 
nr. 9 staat : «Op den 25 November 4737 op 't Vrye laten ligten». Boven- 
dien werden aan het Vrije geene doublen verstrekt. Zie ook Teg. Staat 
der Generaliteitslanden blz. 499. 

(2) Thans zijn er twee, daar de origineele rekening 4774 April 27 — 
4775 April 26, bij het archief van den Wulpenpolder gevonden, naar dat 
van het Vrije van Sluis is overgebracht. 



171 

1. 1719 April 12-1721 April 2. 

N.B. Zonder band. 

2. 1721 April 2—1723 April 14. 

3. 1723 April 14—1725 April 26. 

N.B. Zonder band. 

4. 1725 April 25-1727 April 9. 

5. 1727 April 9—1729 April 20. 

N.B. Zonder band. 

6. 1729 April 20—1731 April 25. 

7. 1731 AprU 25-1733 Mei 11. 

N.B. Zonder band. 

8. 1733 Mei 11—1735 Mei 11. 

N.B. Zonder band. 

9. 1735 Mei 11—1737 Mei 8. 

N.B. Zonder band. 

10. 1737 Mei 8—1739 Mei 13. 

11. 1737 Mei 8—1739 Mei 13. 

'N.B. Dit exemplaar is eene doublé, die Avaarschijnlijk 
^ behoord heeft aan den aankomenden penningmeester 
' Jacobus Loke. — Geliasseerd geweest. 

12. 1739 Mei 13—1741 Maart 29. 

N.B. Zonder band. 

13. 1741 Maart 29—1743 Mei 8. 

14. 1743 Mei 8-1745 Mei 12. 

15. 1745 Mei 12—1747 Augustus 23. 

N.B. Nrs. 4 tot 15 met uitzondering van nr. 11 
waren bij aankomst in dit depot geliasseerd, doch zijn 
nu van elkander gescheiden. Vóór in nr. 15 eene losse 
lijst der geliasseerde rekeningen. De hierop voorkomende 
laatste rekening (1747 Augustus 23—1749 Mei 14) 
ontbrak aan de lias (zie nr. 16). Deze rekeningen zijn 
vrijwel om de andere gemerkt: aOmme den penning- 



172 

meester Petras van Weenegem.» De niet gemerkte 
hebben misschien toebehoord aan den anderen penning- 
meester Jacobus Loke, ' 

16. 1747 Augustus 23—1749 Mei 14. 

17. 1749 Mei 14—1751 Mei 12. 

18. 1751 Mei 12—1753 Mei 9. 

19. 1753 Mei 9—1755 Mei 14. 

N.B. Nrs. 16 tot 19 zijn alle geliasseerd geweest. 

20. 1757 Mei 11—1759 Mei 9. 

N.B. De rekening 1755 Mei 14-1757 Mei 11 ont- 
breekt. 

21. 1759 Mei 9—1761 Mei 13. 

22. 1761 Mei 13-1763 Mei 11. 

23. 1763 Mei 11—1765 Mei 8 

24. 1765 Mei 8—1767 Mei 13. 

25. 1767 Mei 13—1769 Mei 10. 

N.B. Ni-s. 16 tot 25 zijn alle gemerkt : «Omme den 
penningmeester Pieter Kocuyt.» 

26. 1769 Mei 10—1770 April 25. 

27. 1770 AprU 25—1771 April 24. 

N.B. Nrs. 26 en 27 zijn gemerkt': «Omme den 
rendant.» 

28. 1771 Aprü 24—1772 April 29. 

29. 1772 April 29—1773 April 28. 

30. 1778 April 28-1774 AprU 27. 

31. 1774 AprU 27—1775 AprU 26. 

32. 1776 AprU 24—1777 AprU 30. 

N.B. De rekening 1775 April 26-1776 April 24 
ontbreekt. 

•33. 1777 April 30—1778 AprU 29. 
34. 1778 AprU 29—1779 AprU 28. 



173 

35. 1779 April 28—1780 April 26. 

36. 1780 AprU 26—1781 April 25. 

N.B. Nrs. 32 tot 36 zijn alle gemerkt: aOmme den 
i^ndant.» 

37. 1781 AprU 25—1782 April 24. 

38. 1782 April 24—1783 Aprü 80. 

39. 1783 April 30-1784 April 28. 

40. 1784 April 28—1785 April 25. 

41. 1785 Aprü 25—1786 AprU 26. 

42. 1786 AprU 26-1787 April 25. 

43. 1787 AprU 26—1788 April 30. 

44. 1788 AprU 30-1789 AprU 29. 

45. 1789 April 29—1790 AprU 28. 

46. 1790 April 28—1791 Mei 2. 

47. 1791 Mei 2-1792 AprU 25. 

48. 1792 AprU 25-1793 AprU 24. 

49. 1793 AprU 24—1794 AprU 30. 

50. 1794 AprU 30—1795 AprU 29. 

51. Origineele polderrekening. 1795 April 29—1800 Januari 29. 

1 band. 

N.B. Deze rekening werd afgelegd door den «proYisionelenD 
penningmeester Abraham Le Glercq aan gecommitteerden van 
de Centrale administratie van het Departement der Schelde en 
aan alle stemhebbende ingelanden den 9den Pluviose 8ste jaar 
in de herberg «De Drie Koningen» te Groede. Er werden drie 
doublen van gemaakt. Het is niet met zekerheid te zeggen, voor 
welk archief dit origineel bestemd was. (Het Vrije van Sluis 
bestond niet meer.) Zie in nr. 91 : Brief van den districtscommissaris 
te Sluis aan den gewezen penningmeester d.d. 5 December 1823. 

52—57. Kwitanties, behoorende bij de polderrekeningen. 
1751—1800. 

6 liassen. 

N.B. De genoemde jaren zijn die van het afhooren der reke- 
ningen. 



174 

52. 1761—1769. 

68. 1751—1766. 

N.B. Hierin uitsluitend kwitantiën van Jacob de 
Jonp^e, ontvanger der oorlogslasten 's lands van den 
Vrijen van Sluis, en van Jacobus Loke, penningmeester 
van de watering van der Groede. Buiten op staat: 
aLiasse landtgebruykers Wulpen polder.» 



54. 


1794. 


55. 


1795. 


56. 


1800. 


57. 


1800. 



N.B. Hierin uitsluitend kwitanties voor paal- en 
rijs werk en anderen arbeid. 

68—67. Rekeningen van den inlaagdijk. 1774—1786. 

10 banden. 

N.B. Alle exemplaren zijn doublen. — De inlaagdijk werd gelegd 
in de jaren 1774 en 1775. — Deze rekeningen werden door den 
penningmeester overgebracht aan de ingelanden ter auditie 
van commissarissen uit het college 's lands van den Vrijen van 
Sluis. Volgens resolutie van de Staten-Generaal van 22«mni 1774 
moesten deze rekeningen afzonderlijk geschieden (zie het begin 
van nr. 58). Behalve de origineele rekening, die voor het Vrije 
van Sluis bestemd was, werden twee doublen gemaakt : ééne voor 
den penningmeester en ééne waarschijnlijk voor den Raad 
van State. 

58. 1774 Augustus 1—1776 April 24. 

N.B. Het bestuur had voorgesteld om de eerste 
rekening van den inlaagdijk in den nazomer van 1775 
te doen plaats hebben, maar de ingelanden besloten, 
dat dit in April 1776 zou geschieden (zie nr. 31 art. 
3 van de propositiën). 

59. 1776 April 24-1777 AprU 30. 

60. 1777 April 30—1778 AprU 29. 

61. 1779 April 28-1780 AprU 26. 

N.B. De rekening 1778 April 29-1779 April 28 
ontbreekt. 



175 

62. 1780 April 26—1781 April 25. 

N.B. Nrs. 59 tot 62 zijn gemerkt: «Omme den 
rendant.9 

63. 1781 April 25-1782 April 24. 

64. 1782 April 24—1783 April 30. 

65. 1783 April 30—1784 April 28. 

66. 1784 April 28—1785 AprU 25. 

N.B. Volgens resolutie van de Staten-Generaal van 
2 November '1784 werd het afzonderlijk afleggen van 
de rekening van den inlaagdijk nog voor twee jaren 
geprolongeerd. Zie vóór in dit nummer. 

67. 1785 April 25—1786 April 26. 

N.B. Dit is de laatste afzonderliike rekening van den 
inlaagdijk. Het nadeelig saldo wordt volgens resolutie 
van de Staten-Generaal van 2 November 1784 in de 
polderrekening, die 26 April 1786 wordt afgehoord, als 
uitgaafpost overgebracht. Zie dit nummer folio 36 en 
nr. 44 folio 40 en 4i. 

68. Register van ontvangsten en uitgaven van den inlaag- 
••':. 1774—1786. 

1 deel. 



Kaart van den Wulpenpolder met drie projecten van den 
inlaagdijk. 1774 (?). 

1 stuk. 

N.B. Bij de lijn voor den vroegeren zeedijk staat : aLienie van 
den ouden zeedijk in 1774 doorgebroken en nu geheel vernie- 

tigtd.» Aan de keerzijde gemerkt : ^ 379. 

70—77. Minuten van resolutiën, op de extraordinaire verga- 
deringen genomen, ingekomen stukken en minuten van ver- 
zonden stukken. 1682—1798. 

2 liassen en 6 pakken. 

N.B. Hierbij ook papieren van den penningmeester. 

ft 

70. 1682—1716. 

71. 1716—1745. 



176 
72. 1715—1749. 



1 lias. 



N.B. Hierin ook minuten van conditiën van aanbe- 
steding (zie nr. 79), verder kohieren van dijkgeschot, 
metingen en extracten uit de polderrekeningen 1658 
1689. Buiten op staat : «Diverse papieren rakende Wul- 
penpolder, alles te bewaren.9 

73. 1747—1767. 

N.B. Op den omslag eene onvolledige inhoudsopgave 
nr. 1 tot 9. — Uit de jaren 1756 tot 1760 komen geene 
stukken voor. Zie het volgende nummer. 

74. 1757—1761. 

N.B. Op den omslag eene inhoudsopgave van de eerste 
stukken 1757 tot 1759, nrs. 1 tot 12. 

75. 1770—1793. 

76. 1795-1798. 

77. 1795-1796. 

1 lias. 

N.B. Buiten op staat: «Liasse, waaraan zijn papieren 
rakende den Wulpenpolder van different natuur.» 

78. Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken. 
1637 - 1816. 

1 pak. 

N.B. Hierin ook minuten van conditiën van aanbesteding 
(zie nrs. 79—85). Dit pak is naar de jaren verdeeld in 33 afzon- 
derlijke pakken. Hierbij eene chronologische inhoudsopgave. 

79 — 85. Minuten van conditiën van aanbesteding. 1710 — 1768. 

7 pakken. 

N.B. Minuten van conditiën van aanbestedingen van lateren 
datum bevinden zich bij nr. 78. 

79. 1710-1749. 

N.B. Uit deze jaren komen ook minuten van condi- 
tiën van aanbesteding voor in de lias nr. 72. Bij dit 
pak een stuk van 1689. 



1 



[ 



177 

80. 1749—1759. 

81. 1761. 

82. 1762—1766. 

83. 1764. 

N.B. Met eenige bijbehoorende stukken. — Buiten op 
staat : «Documenten specterende tot de bestede werken 
en gepresenteerde requeste in de maenden April en 
Meye 1764.» 

84. 1767—1768. 

85. 1749—1767. 

N.B. Hierin alleen minuten van conditiën van leve- 
ring der materialen. 

86. Rekwesten aan de Staten-Generaal en aan den Raad 
van State. 1770—1794. 

1 pak. 

N.B. Hierin deels concepten, deels copieën; ook eenige bijbe- 
hoorende stukken. 

87. Stukken betreflFende de octrooien van vrijstelling van 
lasten. 1636—1753. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eene lijst van archiefstukken, door den afgetreden 
penningmeester Jacobus Loke overgegeven aan zijn opvolger Pieter 
Kocuyt, van 14 December 4753. 

88. Stukken betreffende het geschil tusschen de ingelanden 
en de tiendheffers. 1721—1727. 

1 pak. 

N.B. Op den omslag eene inhoudsopgave. 

89. Stukken betreffende het geschil tusschen het bestuur en 
de ingelanden. 1794—1797. 

1 pak. 

N.B. Gemerkt: «Origineele stukken kwestieuse zaak over 
Wulpen.» 

90. Lijst van archiefstukken. Zonder jaartal. 

1 stuk. 

N.B. Aan het eind staat : <icLijst of inventaris van de papieren, 
bevonden en toebehoorende aan den geïnundeerden polder van 

(1908) 12 



178 

Wulpen, beginnende van den tot en met den 

, immers voor zooverre die in het archief van de 

watering van Groede voorhanden zijn gevonden.» 

91. Stukken betreflFende de likwidatie van den polder. 
1816—1827. 

1 pak. 

N.B. Hierbij memoriên en extracten uit de rekeningen 1794 
—1800. Op den omslag staat : «Brief van den Heer Commissaris 
van het district Sluys aan dheer Le Glercq als gewezen penning- 
meester van den Wulpenpolder van 4 November 1816 met project 
berigt en bijlagen daarop in dato » 



17Ö 
Bijlage B. 



Het archief van de ambachtsheerlijkheden 
Zaamslag, Aandyk en Othene. 



Inleiding. 



De ambachtsheerlijkheid Zaamslag ca , die in de middeleeuwen 
aan de familie van dien naam toebehoorde, ging in het laatst 
van de 15*® eeuw door vererving over op de van Heetvelde's, 
in de 16*® eeuw op de Quarré's en nog later op de Fourneau's. 

Hendrik de Fourneau verkocht haar den 28**®*^ November 
1646 met hare toen overstroomde landen, schorren, aanwassen 
en alle rechten aan Jan Melis, die haar den 19*®° Januari 1647 
overdeed aan zijn lastgever Gerard van der Nisse. Tot den vrede 
van Munster bleef zij leenplichtig aan het graafschap van Vlaan- 
deren. Na den dood van Gerard van der Nisse, 1669, ging zij 
over op zijne dochter Cornelia, getrouwd met Johan Huyssen 
van Kattendijke, en daarna op hun zoon Johan Hieronymus 
Huyssen. 

Deze gaf zijn beiden zusters ook aandeel in de heerlijkheid, en 
dientengevolge behoorde zij sinds zijn dood in 1720 gemeen- 
schappelijk aan meerdere erfgenamen (1). Deze toestand bleef 
bestaan tot 1867. Toen werd de vennootschap ontbonden, en 
nadat reeds de meeste onroerende goederen van de hand waren 
gedaan, ging den 31^*®° Mei van dat jaar „de voormalige am- 
bachtsheerlijkheid van Zaamslag, Aandijke en Othene met alle 
aan ambachtsheeren en -vrouwen toekomende regten, privilegiën, 
en praerogativen" bij openbaren verkoop over aan de gemeente 
Zaamslag. 



(1) Zie over gemeenschappelijk eigendom van een ambacht de Inlei- 
ding van het archief der Yereeniging van ambachtsgerechtigden van 
's-Heer-Arendskerke c. a. 



180 

De vergaderingen der ambachtsheeren (-vrouwen) werden in 
den regel gehouden te Zaamslag of te Middelburg. De genomen 
resolutiën werden geregistreerd door den rentmeester. (Zie de 
namen van deze functionarissen bij Van der Baan. Gesch. 
Beschouwing van Zaamslag, blz. 38.) Hij was ook de bewaarder 
van het nieuw-archief en mocht aan niemand „eenige visie 
(geven) van papieren onder hem berustende buiten de 
geïnteresseerdens en zelfs aan de geïnteresseerden geen stukken 
afgeven dan onder recepisse". 

Het oud-archief evenwel was in bewaring bij een der ambachts- 
heeren. In 1784, bij den dood van mr. J. G. Schorer, onder 
wien de „charterkisf' tot nu toe berust had, werd deze over- 
gegeven aan mr. W. J. Huyssen van Kattendijke, terwijl terzelfder 
tijd van zijn inhoud een inventaris gemaakt werd door Isaac 
Winkelman als executeur van den boedel des overledenen. De 
inventaris werd in copie afgegeven aan eenige der ambachts- 
heeren en tevens in oe resolutiën opgenomen (zie nr. 11, blz. 
425 — 440). Bij vele stukken is nog duidelijk of met zeer groote 
waarschijnlijkheid aan te wijzen, welk nummer zij in dezen 
inventaris hebben ingenomen ; waar dit het geval is, wordt er 
in den achterstaanden inventaris melding van gemaakt. 

In 1844 stelde de heer Bijleveld voor om een nieuwen „gene- 
ralen inventaris" te doen opmaken, als gevolg waarvan het 
volgend jaar jhr. J. G. Schorer in zijn verslag rapporteerde, „dat 
ten opzigte van het formeren van een register op de arcWeven 
de Heer Van Visvliet, archivaris der provincie Zee- 
land, zich aan (hem had) aangeboden, om een beredeneerd 
register op gemelde archieven te ontwerpen, en daarmede aan- 
vankelijk een begin (had) gemaakt". Het schijnt echter bij dit 
begin gebleven te zijn, althans een dusdanig register is niet 
aanwezig ; de jongste inventaris is van de hand van jhr. mr. J. 
W. M. Schorer en werd waarschijnlijk opgemaakt even vóór de 
overgave van het archief aan de provincie (zie nr. 29). 

Bij den verkoop van het ambacht namelijk was als voorwaarde 
gesteld, dat de koopers geen recht konden doen gelden op de 
archieven van het ambacht. Deze werden uit naam van de 
gezamenlijke ambachtsheeren en -vrouwen door jhr. mr. J. W. 
M. Schorer aan de provincie Zeeland ten geschenke aangeboden 
„onder voorwaarde alleen, dat de stukken tot deze archieven 
behoorende bii het Prov. Archief gevoegd en daar gezamenlijk 
als archief der voormalige ambachtsheerlijkheden Zaamslag, 
Aandijk en Othene ten dienste van eenieder volgens de regelen, 
voor het gebruik van het Prov. archief vastgesteld, bewaard 
zullen blijven". Gedeputeerde Staten aanvaardden dit aanbod 
(13 November 1868), en als gevolg hiervan berust het archief 



181 

thans in het Rijksdepöt alhier. (Zie Prov. Verslag Zeeland, 
Hoofdstuk II blz. 132, en Inventaris van het oud-archief der 
Prov. Zeeland, Deel I, blz. IV, waar echter voor „1848" : „1868" 
en voor „in bruikleen" : „in eigendom" gelezen moet worden.) 

Juü 1903. E. WiERSüM. 



Inventaris. 



I. Ambachtsheerlyke rechten in het algemeen. 



1. Bewijzen van eigendomsrechten der ambachtsheeren. 
1644-1779. 

1 band. 

N.B. Voorin eene inhoudsopgave. De stukken zijn genummerd 
1 tot 41. Op den band staat: «Stukken betrekkelijk tot de koop 
van Zaaraslag en de prerogativen van aanwas etc. daartoe behoo- 
rende met de defensie daarvan tegen Gecomm. Raden van Zee- 
land, mitsgaders accoort over het Tiendenproces met de stukken 
daartoe relatyf.» — Inv. 4784: A. nr. 31. 

2. Beleenbrieven (denombrementen) en andere eigendomsbe- 
wijzen. 1526—1783. 

1 portefeuille. 

N.B. Eene inhoudsopgave (behalve van enkele der laatste stuk- 
ken) bevindt zich in het register van resolutiën 1759 — 1808 
blz. 431 vlg. (zie nr. 11). 

3 en 4. Stukken betreffende de ambachtsheerlijke rechten. 
1550—1782. 

2 pakken. 

3. 1550-1698. 

N.B. Hierin hoofdzakelijk copieën van beleenbrieven, 
contracten, uittreksels uit leenregisters enz., ook een 
extract uit het register der leenen van Vlaanderen 1365. 
— Inv. 1784 : nr. 18. 

4. 1779—1782. 

N.B. Hierin hoofdzakelijk brieven en attestatiën over 
verschillende ambachtsheerlijke rechten. 



182 

5. Brieven aan den ambachtsheer Anthonis Quarré over het 
recht der ambachtsheeren op de molens, veren, hetjuspatrona- 
tus en andere ambachtsheerlijke rechten. 1571 — 1677. 

1 pak. 

N.B. De meeste brieven zijn genummerd. — Inv. 4784: nr. 14. 

• 

6. Stukken betreffende het proces tusschen de ambachtshee- 
ren en schout en schepenen van Zaamslag ter eener en baljuw, 
burgemeesters en schepenen van Axel en Temeuzen ter ander 
zijde over de uitoefening der justitie en politie in Zaamslag. 
1650—1686. 

1 pak. 

N.B. Hierbij vele retroacta. Den lOden Mei 4682 werd tusschen 
partijen een akkoord gesloten. Zie ook Scharp. Geschiedenis en 
Costumen van Axel, blz. 39—76. — Inv. 1784: nr. 12. 

7. Stukken betreffende het proces tusschen de ambachtshee- 
ren ter eener en den magistraat van Axel ter ander zijde over 
het heffen der parochieaccijnzen. 1672—1680. 

1 pak. 

N.B. Hierbij een charter van 1654. — Inv. 4784: nr. 47 (?). 

8. Stukken betreffende het schoutendom van Zaamslag. 
1643-1685. 

1 pak. 

N.B. Hierbij vele afschi^iften van oudere stukken van 4466 af. 
Het recht van aanstelling van schout en schepenen v^as een van 
de vele punten van geschil tusschen den ambachtsheer en baljuvvr, 
burgemeesters en schepenen der steden en ambachten van Axel 
en Neuzen. Den 42den April 4675 werd hierover tusschen beide 
partijen een akkoord gesloten. — Inv. 4784: nr. 44. 

9. Stukken betreffende het schoutendom en het klerkschap 
van Axel. 1523—1659. 

1 pak. 

N.B. Hierbij ook een register van schepenakten der stad Axel 
4574—4583, een afschrift van een vonnis der leenmannen van 
den kasteele van Gent 4473 en één stuk van lateren datum (48de 
eeuw). Het schoutendom van Axel en Axelambacht en het griffier- 
schap van Axelambacht waren in 4649 door Gerard van der 
Nisse van den graaf van Basta gekocht en werden sinds dien 
tijd door de ambachtsheeren van Zaamslag als «dependen ten» 
van hun ambacht beschouwd, waarop zij nog in de tweede helft 
der 48de eeuw hunne aanspraken lieten gelden. — Inv. 4784: nr. 43, 



183 

10. Stukken betreffende de ambachtsheerlijke rechten in ker- 
kelijke zaken. 1553 — 1815. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierbij ook vele kerke- en armenrekeningen. — Inv. 
1784 : I. nr. 39. 

II. Bestuur van het ambacht. 

11—13. Register van resolutiën. 1759—1861. 

3 deelen. 

11. 1759—1808. 

N.B. Gepagineerd 1 tot 594. 

12. 1809-1857. 

N.B. Gepagineerd 595 tot 970. 

13. 1858-1861. 

N.B. Gepagineerd 974 tot 4011. 

14. Index op het register van resolutiën 1759—1861. Zonder 
jaartal. 

1 deel. 

N.B. Bijna volledig. 

15. Index op het register van resolutiën 1759 — 1808. Zon- 
der jaartal. 

1 lias. 

16. Afschrift van het register van resolutiën. 1759—1778. 

1 band. 

N.B. De resolutiën van 24 Juni 4773 tot 7 April 4775 komen 
in duplo voor. 

17—20. Minuutresolutiën. 1723-1863. 

1 band, 1 portefeuille en 2 pakken. 

17. 1723—1759. 

1 pak. 

18. 1759—1792. 

1 band. 

19. 1807—1849. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierin bevinden zich ook vele kladresolutiën. 



184 

20. 1868-1863. 

1 pak. 

N.B. De laatste resolutiën (ten deele klad-) zijn 
niet meer geregistreerd geworden. 

21. Minuten der secrete resolutiën. 1762—1782. 

1 pak. 

22. Ingekomen stukken. 1785—1798. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierin bevindt zich eene lijst van de kerkelijke archief- 
stukken, die in 1794 ter bewaring naar Middelburg zijn verzon- 
den geweest. — Op den band staat: «Brieven en andere papieren 
relatief Zaamslag en ambachte van dien.» 

23. Ingekomen brieven en minuten van verzonden brieven, 
bijna uitsluitend van en aan den rentmeester J. J. Fercken. 
1841—1861. 

1 pak. 

N.B. Naar de jaren in afzonderlijke omslagen verpakt. 

24. Minuten van volmachten door de ambachtsheeren ver- 
leend. 1840-1864. 

1 pak. 

N.B. Buiten op staat : «Alle de procuratiën verzonden aan den 
rentmeester om copiën authentiek van te laten maken .... 
8 Junij i847.]> 

25. Stukken betreffende de rentmeesters. 1772 — 1861. 

1 pak. 

26. Stukken betreffende het wapen der ambachtsheerlijk- 
heid. 1819. 

1 pak. 

27. Kaart van het eiland van Axel en Temeuzen. 1843. 

N.B. Extract van eene kaart van 1733, die gecopieerd is naar 
het origineel van 1690. — Inv. Van Visvliet : f nr. 206. 

28. Kaart van Zeeland en Vlaanderen. 1701. 

N.B. Gopie van J. van Broekhuysen met tusschentrappen naar 
de kaart van Vlaanderen en Zeeland ten tijde van graaf Guido 
van Dampierre 1274. — Inv, Van Visvliet: I nr, 3, 



185 

29. Inventarissen en lijsten van archiefstukken. 1643 — 1866. 

1 pak. 

N.B. Hierbij ook een kort historisch bericht over de ambachts- 
heerlijkheid en enkele bneven betreffende het archief. In den 
laatsten inventaris, opgemaakt door jhr. mr. J. W. M. Schorer, 
(1866?) bevindt zich éene lijst der afstammelingen van Johan 
Hieronymus Huyssen. 

30. Stukken betreffende de ontbinding van de ambaehts- 
gemeenschap. 1863 — 1869. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierbij bevindt zich ook de laatste ambachtsrekening 
1867/8 (de 278te, afgelegd door J. J. Fercken). Zie nr. 37. 



m. Inkomsteii en uitgayen van het ambacht. 

31—38. Ambaehtsrekeningen. 1722—1 867. 

2 banden en 6 pakken. 

N.B. De volgorde der ontvangsten is : 1. cijnzen en erfpach- 
ten, % molenpacht, 3. pacht der veren, 4. pacht der schorren 
en dijkettingen, 5. pacht der visscherij, 6. pacht der jacht en 
vogelarij, 7. pacht van de Torenhoeve, 8. pacht van landerijen. 
Zie nrs. 44 tot 58, waar dezelfde volgorde in acht is genomen. — 
Stukken over cijnzen en erfpachten zijn niet aanwezig ; misschien 
zijn deze aan het gemeentebestuur van Zaamslag ovei^edragen 
(zie het desbetreffende verzoek van 19 Februari 1869 in nr. 30), 
hoewel het aixhief reeds het vorig jaar aan de provincie was 
afgestaan. 

31. 1722-1746. 

1 pak. 

N.B. Hierin afzonderlijke rekeningen : 1. van het 
ambacht en 2. van het buitenambacht (dijken en 
schorren). Het zijn alle origineelen, afgelegd door 
den rentmeester Guilliamo Alvarez (de jonge). Verschei- 
dene zijn beschadigd door buksschoten. De rekeningen 
1724/5, 1725/6, 1726/7, 1727/8, 1736/7, 1737/8, 1743/4, 
1745/5, ontbreken, bovendien de rekeningen van het 
ambacht 1721/2, 1728/9 gedeeltelijk, 1739/40, 1740/1 en 
1742/3 en die van het buitenambacht 1728/9, 1735/6, 
1738/9 en 1745/6. — Inv. 1784: nr. 10. 



186 

32. 1751—1758. 

1 pak. 

N.B.' Hierin afzonderlijke rekeningen : 1. van het 
ambacht, 2. van het buitenambacht. Be rekening van 
het buitenambacht 1751/^ ontbreekt. Het zijn alle origi- 
neelen en afgelegd door den rentmeester Guilliamo 
Alvarez de Westdorpe. — Inv. 1784: nr. 5. 

33. 1754—1772. 

1 band. 

N.B. Hierin afzonderlijke rekeningen: 1. van het 
buitenambacht, 2. van het ambacht. Het zijn grooten- 
deels origineelen ; de enkele copieën zijn er waarschijnlijk 
bil vergissing in gebonden (zie nr. Z^). Hierbij ook de 
reKening van den boedel van wijlen Pieter Fey(n)s, 
pachter van de Torenhoeve, 31 Mei 1760. De rekeningen 
zijn afgelegd door Guilliamo Alvarez de Westdorpe, 
de laatste 1771/2 door zijn broeder en erfgenaam Pieter 
Alvarez de Westdorpe. — Inv. 1784: nr. 27. 

34. 1758—1761. 

1 pak. 

N.B. Hierin afzonderlijke rekeningen: 1. van het 
ambacht, 2. van het buitenambacht. De rekening van 
het buitenambacht 1758/9 ontbreekt, die van 4760/1 is 
door buksschoten beschadigd. Het zijn origineelen, 
afgelegd door Guilliamo Alvarez Westdorpe. Deze 
origineelen hadden waarschijnlijk in plaats van de 
copieën in - het vorige nummer ingebonden moeten 
worden. — Inv. 1784: nr. 25. 

35. 1772—1779. 

1 band. 

N.B. Hierin afzonderlijke rekeningen: 1. van het 
buitenambacht, 2. van het ambacht. Het zijn alle 
origineelen. Voorin de concept- instructie voor den 
rentmeester Juni 1772, de conceptakte van aanstel- 
ling van Johan de Smidt 25 Juni 1772 en de minuut- 
akte van zijn borgtocht 2 Januari 1773. De rekening 
1772/3 komt in duplo voor. — Inv. 1784 : nr. 28. . 

36. 1779—1814. 

1 pak. 

N.B. Over het jaar 1779/80 worden nog twee afzon- 
derlij ke rekeningen overgelegd, nl. van het buiten- 
ambacht en van het ambacht, daarna echter worden 
de inkomsten en uitgaven van het buitenambacht en 
die van het ambacht in ééne rekening verantwoord 



187 

volgens resolutie der ambachtsheeren van 24 Juni 1780. 
Tot 1791 worden de rekeningen afgelegd door den rent- 
meester Johan de Smidt (die over 1791/2 door ziin 
weduwe), daarna door den rentmeester Jan Hoelands. 
De rekeningen 1780/1, 1792/3, 1794/5 komen in duplo 
voor. Alle zijn origineelen. 

37. 1814—1825. 

1 pak. 

N.B. Deze rekeningen ziin alle origineelen en groo- 
tendeels afgelegd door Hendrik Jan Hoelands, de eerste 
voor zijne moeder, de andere in zijne kwaliteit als rent- 
meester. De beide laatste rekeningen zijn afgelegd door 
den rentmeester Cornelis Tromp junior. De rekeningen 
1817/8, 1818/9 en 1819/20 komen in duplo voor, die van 
1825 tot 1837 ontbreken. 

38. 1837—1867. 

N.B. Deze rekeningen zijn alle origineelen, de eerste 
is afgelegd door Pieter Adriaan van Dishoeck als provi- 
sioneel rentmeester, de beide volgende door dezen als 
rentmeester, die van 1840/1 door Jan Jacob Fercken 
voor de weduwe van P. A. van Dishoeck, de andere 
door hem als rentmeester. De rekening 1838/9 komt 
in duplo voor, die van 1865/6 ontbreekt. De laatste 
ambachtsrekentng 1867/8 bevindt zich bij de stukken 
betreffende de ontbinding der ambachtsgemeenschap 
(zie nr. 30). 

39—41. Doublen van ambachtsrekeningen. 1771—1867. 

1 band, 1 portefeuille en 1 pak. 

N.B. Van elke rekening werden ééne of meer doublen gemaakt, 
die aanvankelijk niet doch sinds het optreden van den rentmeester 
Johan de Smidt (aangesteld 19 November 1772) regelmatig door 
de auditeuren onderteekend werden (origineelen). 

89. 1771—1779. 

1 band. 

N.B. Hierin afzonderlijke rekeningen : 1. van] het 
buitenambacht (dijkeu en schorren), 2. van het 
ambacht, 3. van de tienden van den Grooten 
Huyssenspolder. 4. van de tienden van de Kleine 
Huyssens- en Kreekepolders, en 5. van de tienden van 
den Margrietapolder. De rekeningen 1771/2 worden afge • 
legd door Pieter Alvarez de Westdorpe voor wijlen zijn 
broeder Guilliamo, de overige door den rentmeester 
Johan de Smidt; de eerste zijn copieên, de laatste 
origineelen. 



188 
40. 1779—1789. 



1 band. 



N.B. Hierin afzonderlijke rekeningen: 1. van het 
ambacht en buitenambacht (over 1779/80 nog twee 
afzonderlijke rekeningen ééne van het ambacht en ééne 
van het buitenambacht), 2. van de tienden van 
den Grooten Huyssenspolder, 3. van de tienden van 
de Kleine Huyssens- en Kreekepolders, 4. van de 
tienden van den Margrietapolder. De rekeningen 
worden afgelegd door den rentmeester Johan de Smidt 
en zijn alle origineelen. 

41. 1842—1867. 

1 portefeuille. 

N.B. Dit zün alle origineelen ;• de rekeningen 1841/2, 
1864/5 en 1865/6 ontbreken. Buiten opstaat: «Papieren 
relativ de administratie van den Heer Jacob van Heems- 
kerck in Indien en generale decharge deswegens door 
de vsreeskamer van Amsterdam.» 

42 en 43. Relatieven tot de ambachtsrekeningen. 1772—1866. 

2 pakken. 

N.B. Hienn hoofdzakelijk borderellen en kwitantiën; vóór 
1772 en van 1779 tot 1839 bevinden deze zich bij de rekeningen 
zelf. 

42. 1772—1779. 

43. 1839-1866. 

44. Stukken betreffende den molen. 1700—1866. 

1 portefeuille. 

N.B. Voorin eene onvoltooide inhoudsopgave: nrs.ltotlO. De 
stukken zijn gedeeltelijk ingebonden, eenige zijn geliasseerd ge- 
weest. — Inv. 1784 : G. nr. 37. 

45. Stukken betreffende de veren. 1664—1784. 

1 band. 

N.B. Voorin eene onvoltooide inhoudsopgave. Vele stukken zijn 
geliasseerd geweest. — Inv. 1784: H. nr. 38. 

46—52. Stukken betreffende de schorren. 1644—1867. 

1 band, 2 portefeuilles en 4 pakken. 



r 



189 

46. 1644—1751. 

1 pak. 

N.B. Hierbij vele retroacta, o. a. een kaartje van de 
ambachten Axel en Neuzen van 1570. Al deze stukken 
hebben betrekking op de schorren en landerijen, afkom- 
stig van het kapittel van Sint Pharaïldis te Gent. In 
dit pak bevindt zich ook eene losse inhoudsopgave met 
opschrift: «Inventaris van stukken van Jan deCliever.» 
Deze Joannes de Cliever te Neuzen werd in 1751 
door den proost van het kapittel gemachtigd «tot het 
ondei^soecken ende inspectie te nemen van goederenen 
renten geacquireert by dheer Marten van Dicxhooren 
in sijn leven schepenen van Axel en Neusen en der- 
selver ambachte». — Inv. 1784 : nr. 9. 

47. 1650—1782. 

1 band. 

N.6. Hierin ook rekeningen van den Eendrachtpolder 
(zie nr. 93). Voorin eene onvoltooide inhoudsopgave. Op 
den band staat: «Stukken betrekkelijk de schorren van 
Zaamslag en verpachtingen daarvan ; alsmede de octroien 
ter bedijking van Zaamslag, Aandijk, Groote en Kleine 
Huissenspolders en Rreke en Margrietapolders etc.D 

48. 1646—1865. 

1 pak. 

N.B. Deze stukken zijn in 1851 door den raadsheer 
Schorer aan den advocaat C. de Witt Hamer te Goes 
toegezonden en deels in 1863, deels in 1865 door dezen 
teruggestuurd. Hierbij tvsree losse inhoudsopgaven. 

49. 1845—1848. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 14; 1, % 3, 
8 en 9 ontbreken ; deze zijn volgens losse aanteekening 
vóórin naar den advocaat Hamer gezonden om te dienen 
in het proces met Jan Francies de Rooy over landerijen 
in den polder Willem III. Zij komen echter niet in het 
vorig nummer voor. Vóórin bevinden zich twee losse 
inhoudsopgaven met opschrift: «Lijst van stukken be- 
hoerende bij de resolutie van den 9 Februari 1848 nr. 
96 afdeeling Domeinen.» 

50. 1820—1867. 

1 portefeuille. 

N.B. Deze stukken betreffen het proces tusschen de 
ambachtsheeren en het Rijk over de na 1812 aange- 
slibde schorren. 



190 

51. 1848—1855. 

1 pak. 

N.B. Deze stukken betreffen het recht der ambachts- 
heeren op de schorren van Aandijk. 

52. 1843. 

1 pak. 

N.B. Deze stukken betreffen het recht der ambachts- 
heeren op de schorren en de kreek met de visscherij 
van Othene en zijn alle extracten uit de schepen- 
registers van Axel (1592—1615 en 1652 — 1660), gewaar- 
merkt door den secretaris J. V. D. Schoonakker 29 Sep- 
tember en 18 November 1843. 

63. Stukken betreffende de dijkettingen en visscherijen. 
1645—1860. 

1 portefeuille. 

N.B. Vóórin eene onvoltooide inhoudsopgave. — Inv. 1784: 
G. nr. 33. 

54. Stukken betreffende de jacht en vogelarij. 1655 — 1826. 

1 portefeuille. 

N.B. Vóórin eene onvoltooide inhoudsopgave. — Inv. 1784: 
D. nr. 34. 

65 en 66. Stukken betreffende de Torenhoeve. 1724—1860. 

1 band en 1 portefeuille. 

55. 1724—1807. 

1 band. 

N.B. Vóórin eene onvoltooide inhoudsopgave: nrs. 1 
tot 10. De stukken zijn gedeeltelijk ingebonden. — 
Inv. 1784: F. nr. 36. 

56. 1819-1860. 

1 portefeuille. 

67. Stukken betreffende den geabandonneerden boedel van 
P. Peys, in leven pachter van de Torenhoeve. 1730 — 1759. 

1 pak. 

N.B. Hierbij bevindt zich eene losse inhoudsopgave. — Inv. 
1784: nr. 21. 

68. Stukken betreffende het proces tusschen de ambachts- 
heeren als erfgenamen van Gerard en Cornelis van der Nisse 
ter eener en de abdis van het klooster van Onze Lieve Vrouwe 



191 

ter Lasarie, de gouverneurs van de armenscholen te Gent en 
de hoeren .van Goethem en Bamond ter ander zijde over de 
landerijen, gelegen in de dijkage van Zaamslag. 1681—1714. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierbij bevinden zich vele retroacta van 1650 af. — 
Inv. 1784: nr. 16. 

59. Stukken betreffende de tienden van Zaamslag enannexe 
polders. 1649—1819. 

1 portefeuille. 
N.B. Inv. 1784: nr. 30. 



Stukken betreffende de tienden van Aandijk en Gen- 
derdijk. 1670—1697. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierbij enkele andere stukken op deze polders betrekking 
hebbende. — Inv. 1784: nr. 24 (?). 

61. Stukken betreffende het proces tusschen den ambachts- 
heer ter eener en Louys de Burchgrave als rentmeester van de 
Staten van Zeeland in de kwartieren Axel en Terneuzen ter 
ander zijde over, de helft der tienden in de polders van 
Triniteyt, afkomstig van de abdij van St. Pieter te Gent. 
1611—1616. 

1 pak. 

N.B. Hierbij vele retroacta. Deze tienden schijnen in lateren 
tijd voor de ambachtsheeren verloren gegaan te zijn. — Inv. 
1784: nr. 8 (?). 

62. Rekeningen van de tienden van den Grooten Huyssens- 
polder. 1763—1795. 

1 portefeuille. 

N.B. Op den band staat: «Rekeningen hoerende 

aan de algemeene geïnteresseerdens.» — Inv. 1784: nr. 40. 

68. Stukken betreffende het proces tusschen de ambachts- 
heeren ter eener en den abt van Baudeloo, de abdis van 
Byloke en jhr. Ignace Pardo de Fremicourt ter ander zijde over 
de tienden van den Grooten Huyssenspolder, den ÏQeinen 
Huyssenspolder, den Kreeke- en Margrietapolder, gelegen onder 
de parochiën Oud- en Nieuw Othene en Genderdijk. 1763 — 1774. 

1 portefeuille. 

N.B. Dit proces eindigde met de akte van transport en akkoord, 
die den Uden September 1774 werd gesloten. — Inv. 1784: nr. 20 (?). 



192 

64. Rekeningen van de tienden van de Kleine Huyssens-en 
Kreekepolders. 1763—1795. 

1 portefeuiDe. 

N.B. Op den band staat: «Rekeningen hoerende 

aan de algemeene geïnteresseerdens.» — De Kleine Huyssenspolder 
werd ingedijkt in 1713, de Kreekepolder in 1726. — Inv. 1784: nr. 29. 

65. Stukken betreffende het proces tusschen de ambachts- 
heeren ter eener en G. Alvarez de Westdorpe en C. N. van 
Bevenage ter ander zijde over de tienden in den Kreekepolder. 
1720—1744. 

1 pak. 

N.B. Bij arbitrale uitspraak van 8 Januari 1744 (door het 
Hof van Vlaanderen bekrachtigd 16 Januari d.a.y.) werden de 
ambachtsheeren in het gelijk gesteld. — Inv. 1784: nr. 15. 

66. Rekeningen van de tienden van den Margrietapolder. 
1763-1795. 

1 band. 

N.B. Op den band staat : «Rekeningen hoerende 

aan de algemeene geïnteresseerdens.» — De Margrietapolder werd 
ingedijkt in 1743. — Inv. 1784: nr. 41. 

67. Stukken betreffende de goederen der ambachtsheeren. 
1583-1816. 

1 pak. 

N.B. Hierin hoofdzakelijk rekeningen en kavelingen van boedels, 
bestekken en akten van borgtocht. 

68. Rekeningen van de goederen van jonkvrouw Johanne 
van den Eedtvelde, dochter van jonkheer Adolf en jonkvrouwe 
Lowyze Zoets, erfachtige schoutheetersse van Zaamslag, Aandijk 
en Notene. 1532—1538. 

1 pak. 

N.B. De rekeningen worden afgelegd door Kristiaan Schuer- 
man als deel voogd (kameiwoogd) aan de «schepenen van ghedeele» 
als opper voogden en aan «vrienden ende magnen». Ze zijn drie 
in getal en loopen over de volgende jaren ; ISen in Ougste 1532 — 
5 Octobris 1534 (onderteekend door J. Munshole); 5 Octobris 
1534 — Octobrie 1536 (fragmentarisch bewaard, onderteekend door 
J. Deynaerts 17en in Maerte 1538) ; 5 October 1536—5 Octobris 
1538 (onderteekend door J. Deynaerts 18en in Maerte 1538). 

69. Octrooi van de Staten-Generaal aan Jan Huyssen van 
Vosmeer om over zijne Vlaamsche goederen te mogen beschikken. 
1691. 

1 stuk. 
N.B. Inv. 1784 : nr. 6. 



193 

70. Inventarissen van de goederen der ambachtsheeren. 
1721—1859. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eenigie uittreksels uit den kadasfralen legger der 
gemeente Zaamslag. 



lY. Polderzaken. 

N.fi. De volgende stukken betreffen de polders : 
Zaamslag, Aandijk en Genderdiik, Groote Huyssens, 
Eendracht, Nieuw-Othene en Willem III. 

71. Overloopers van de polders West-Zaamslag, Genderdijk, 
Oud- en Nieuw-Othene. 1543—1564. 

1 deel. 

N.B. De overlooper van Genderdijk is van 1543, die van Oud- 
Othene van 1554, die van West-Zaamslag van 1557 en die van 
Nieuw-Othene van 1564 Achterin bevindt zich een kohier van 
den vijfden penning 1577. 

72. Overlooper van den polder West-Zaamslag. 1557. (Afschrift 
van 1683.) 

1 deel. 

N.B. Achterin bevindt zich een kohier van den vijfden pen- 
ning 1577. — Dit deel is in 1683 gecopiêerd en gewaarmerkt 
door den notaris A. de Vliegher te Gent. Buiten op staat: «My 
gegeven van den schoudt Gooman hebbende 'tselve voor zijn 
eygen geit gecocht.» 

73. Register van verkaveling (adjudicatieboek) van Zaamslag 
en annexe polders. 1650. 

1 deel. 

N.B. In 1649 werden zeven voormalige polders in de her- 
dijking opgenomen, nl. Zaamslag, Gravenpolaer, Diepenée, Oud- 
Othene, Nieuw-Othene, Poucquespolder en Genderdijk. 

74. Register van verkaveling (adjudicatieboek) van Zaamslag 
en annexe polders. 1650. (Afschrift van 1743.) 

1 deel. 



N.B. Deze copie is gewaarmerkt door den notaris Hendrik 
Somer te Axel den 2l8teii Mei 1743. — Inv. 1784: nr. 26. 

(1903) 13 



194 

76. Register van resolutiën der ingelanden van de dijkage 
van Zaamslag en geannexeerde polders. 1648 — 1791. 

1 deel. 

N.B. Voorin bevinden zich een inventaris der archiefstukken, 
gevonden in de polderkist, d.d. 3 Juni 1776, opgemaakt door den 
notaris Samuel du Pont Johannesz. en een chronologische index 
op de resolutiën. — Het origineel, waarvan dit nummer eene copie 
is, werd opgemaakt in 1774 door den penningmeester Josias 
Paulus (daartoe gemachtigd bij resolutie van 7 Juli van dat jaar) 
en is bijgehouden tot 1791. Dit nummer zelf heeft behoord aan 
Johan de Smidt, rentmeester der ambachtsheeren, volgens aan- 
teekening voorin : «Dese boeck behoort aan Johan de Smid, 
die deselve voor zijn gebruykt na de origineele heeft laten 
copiëeren.» 

76. Verbaal van de door de Staten-Generaal gedelegeerde 
rechters over de dijkage van Zaamslag en annexe polders. 
1649—1662. 

1 deel. 

N.B. Het verbaal van de gedelegeerde rechters over de dijkage 
van Aarïdijk en een gedeelte van Genderdijk 1669 en 1670, dat 
vóórin genoemd wordt, komt in dit deel niet voor. 

77. Stukken betreffende de uitspraak van de gedelegeerde 
rechters over de dijkage van Zaamslag en annexe polders. 
1650—1671. 

1 pak. 

N.B. Hierin hoofdzakelijk stukken betreffende de geschillen 
tusschen den ambachtsheer en de ingelanden over de verkaveling. 

78. Stukken betreffende de dijkage en de polders van Zaam- 
slag. 1649—1689. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eene losse inhoudsopgave (overlooper, conditiën 
van bedijking, resolutiën over de tienden enz.). — Inv. 1784: nr. 19. 

79. Kaart van de schorren van Zaamslag en aangelegen 
schorren van het kwartier van Axel en Terneuzen. 1636. 

N.B. Geteekend door de gezworen landmeters Pieter Gillissen 
en Jacob Pieterssen naar de meting van Baltesar Florissen en 
Adriaen Pieterssen 't Gilde. Deze kaart werd blijkbaar vervaar- 
digd met het oog op de voorgenomen bedijking. — Inv. Van 
Vis vliet : I nr. 244. 

80. Kaart van den polder Zaamslag. 1649. 

N.B. Inv. Van Visvliet: I nr. 245. 



195 

81. Kaart van de bedolven schorren der drie polders Zaam- 
slag, Aandijk en Genderdijk en Groote Huyssens. 1789. 

N.B. Inv. Van Visvliet : I nr. 248. 

82. Overlooper van Aandijk. 1577. (Afschrift zonder jaartal.) 

1 deel. 

N.B. Dit is eene copie van den notaris Joh. Ie Rousseau, ge- 
nomen naar eene copie van 1651. Achterin bevinden zich een 
alphabetische index van de namen der eigenaars en eenige losse 
stukken (extracten uit den overlooper). 

83. Stukken betreflFende de geschillen over de landerijen en 
tienden in de dijkage van Aandijk en Genderdijk en de uit- 
spraak der door de Staten- Generaal gedelegeerde rechters. 
1669 en 1670. 

1 pak. 

N.B. Aandijk en het overgebleven gedeelte van Genderdijk 
werden in 1669 bedijkt. — Inv. 1784 : nr. 7 (?). 

84. Origineele adjudicatie van de landerijen en tienden in 
de dijkage van Aanaijk en Genderdijk. 1670. 

1 deel. 

N.B. Dit is de uitspraak der rechters, die uit naam van de 
Staten-Generaal de kvrestiën over de landerijen en tienden heb- 
ben onderzocht. Achterin bevindt zich een index van de namen 
der eigenaars roet aan v^j zing hunner portiën. 

86. Adjudicatie van de landerijen en tienden in de dijkage 
van Aanaijk en Genderdijk. 1670. (Authentiek afschrift van 
1673.) 

1 deel. 
N.B. Zonder band. 

86. Adjudicatie van de landerijen en tienden in de dijkage 
van Aandijk en Genderdijk. 1670. (Afschrift zonder jaartal.) 

1 deel. 

N.B. Zonder band. Buiten op staat: «Copie van de adjudicatie 
van Aendijck, dog met vele abuisen en incompleet en zonder de 
tienden.» 

87. Register van verkaveling van de nieuv^ bedijkte landen 
van Aandijk en Genderdijk. 1672. 

1 deel. 

N.B Vóórin bevinden zich de conditiën van verkaveling en 
achterin eenige losse extracten er uit. Op den band staat : 



196 

«Gavelconditie, prisie (?), mynckinghe ende cavelinge der dijckage 
van Aendijck en Genderdijck, bedijckt ten jare XVI<^ een- 
entseventich Axelambacht. 21e September 1672. t> 

88. Stukken betreffende de bedijking van Aandijk en Gender- 
dijk. 1669—1675. 

1 deel. 

89. Kaart van den polder van Aandijk en Genderdijk. 1671. 

N.B. Geteekend door den gezworen landmeter Pieter Geensen. 
— Inv. Van Visvliet : 1 nr. 202. 

90. Stukken betreffende den Grooten Huyssenspolder, den 
Kleinen Huyssenspolder en den Margrietapolder, 1694 — 1849. 

1 pak. 

N.B. De Groote Huyssenspolder werd bedijkt in 1695. 

91. Kaart van den Grooten Huyssenspolder. Zonder naam 
of dagteekening. 

N.B. Inv. Van Visvliet : I nr. 217. 

92. Overlooper van den Eendrachtpolder. 1780. 

1 deel. 

N.B. Op den band staat: «Kaart- en Everingboeck van den 
Eendragtpolder, bedijkt Anno 1777, door D. W. C. Hattinga. 
Anno 1780.» 

93. Rekeningen van den Eendrachtpolder. 1777—1782. 

1 pak. 

N.B. Hierin vijf origineele rekeningen, afgelegd door den 
penningmeester Johan de Smidt, en eene rekening «zoo van den 
ontfang van het omgestelde geschot als over de betalinge van de 
intresten en aflossing van capi talen ten laste van dezen polder 
genegotieert», 1781/2. Deze zes rekeningen komen als doublen 
voor in nr. 48. 

94. Stukken en kaarten betreffende den Eendrachtpolder. 
1775—1780. 

1 band. 

N.B. Voorin staat: «Kaart- en Everingboeck van den Een- 
dragtpolder, ingedijckt en beverst in den jaare 1777, geformeert 
door den geswore landmeter D. W. G. Hattinga Anno 1780.» Bij 
resolutie van 25 Juni 1778 werd de rentmeester gelast «alles, 
wat dezen polder betreft, van den beginne af aan te registreren 
in een boeck, daartoe expresselijk te formeeren». Dit nummer is 
waarschijnlijk bedoeld boek. — Inv. 1784 : nr. 2. 



197 

95. Stukken betreffende den Eendrachtpolder. 1777—1789. 

1 portefeuille. 

N.B. Hierbij twee charters van 1551 en 1575. 

96. Stukken betreffende het recht van aanstelling van een 
penningmeester van den Eendrachtpolder. 181o--1817. 

1 omslag. 

N.B. De ingelanden hadden J. A. Verdurmers aangesteld tot 
penningmeester; de arabachtsheeren protesteerden, doch zonder 
succes. 

97. Kaart van de schorren ten noorden en ten oosten van 
den Grooten en Kleinen Huyssenspolder (na de bedijking Een- 
drachtpolder genoemd). 1775. 

N.B. Op last van den rentmeester Johan de Smidt vervaar- 
digd door den gezworen landmeter Johannes Leys. — Inv. Van 
Visvliet : I nr. 213. 

98. Kaart van den Eendrachtpolder. 1777. 

N.B. Geteekend door de gezworen land meters D. W. C. 
Hattinga en M. Boeren Sz. — Inv. Van Visvliet : I nr. 214. 

99. Kaart van den Eendrachtpolder. 1777. (Copie van 
1780.) 

N.B. Met aanduiding van de verdeeling in twee hoofdkavels 
door D. W. C. Hattinga. — Inv. Van Visvliet: I nr. 215. 

100. Rekeningen van den Nieuw-Othenepolder. 1848 — 1861. 

1 portefeuille. 

N.B. Bij resolutie van 16 Juli 1848 werd bepaald, dat van de 
in het jaar 1848 ingedijkte schorren, uitmakende een gedeelte 
der Othenische schorren, door den rentmeester eene afzonderlijke 
rekening moest worden overgelegd. — Hierbij vele liassen kwitan- 
tiën en enkele andere- relatieven. De rekeningen zijn afgelegd 
door den rentmeester Jan Jacob Fercken. 

101. Afgeloste obligatiën van de geldleening ter bedijking 
en ontginning van den polder Nieuw-Othene. 1848 — 1860. 

1 pak. 

102. Rekeningen van den polder Willem III. 1862—1865. 

1 pak. 

N.B. Deze polder werd ingedijkt in 1861. De rekening der 
indijkingskosten bevindt zich ook hierbij, bovendien nog drie 
liassen kwitantiën. De rekeningen zijn afgelegd door den rent- 



198 

meester Jan Jacob Fercken. — Deze stukken zijn in 1867 door J. F. 
Bijleveld van Serooskercke opgezonden aan mr. J. W. M. Schorer, 
bij wien het archief der ambachtsheerlijkheid berustte. 

V. Varia. 

108. Verhandeling over het dorp en den polder Den Doel 
van den secretaris Jacobus Ermerins. Zonder jaartal. 

1 stok. 

N.B. Hierbij een afschrift van de bekende verhandeling van 
Pieter van der Hooge over de Zeeuwsche leenen (zie eerste copu- 
laatboek der Rekenkamer van Zeeland fol. 703 vlg.). 



199 
Bijlage C 



Het archief der Vereeniging van ambachts- 
gerechtigden van 's-Heer-Arendskerke c.a« 



Inleiding. 



Tot dit samengesteld ambacht behoorden behalve 's-Heer- 
Arendskerke ook de ambachten Heinkenszand, Ovezand, 's-Hee- 
renhoek en Sint- Joosland. Verscheidene ambachtsheeren hadden 
er aandeel in, doch niemand voor meer dan de helft. Deze 
toestand van een gemeenschappelijk eigendom van een ambacht 
kwam in Zeeland, in tegenstelling met de andere provinciën, 
veelvuldig voor. Terwijl elders in ons land een ambacht steeds 
overging in ééne hand, meest op den oudsten zoon, was het in 
Zeeland splitsbaar tot in het oneindige. Het bezit van enkele 
gemeten ambachts gaf aandeel aan de ambachtsheerlijke rechten; 
het aantal ambachtsheeren van één ambacht kon dus zeer tal- 
rijk zijn. Bezat iemand voor meer dan de helft in het ambacht, 
dan was hij in den regel de ofBciëele ambachtsheer ; zoodra 
echter zijn aandeel, hetzij bij vererving, bij verkoop of anderszins, 
gesplitst werd, dan trad de oude toestand weer te voorschijn. 
En zelfs het bezit van de grootste helft van het ambacht ver- 
leende den eigenaar niet altijd het uitsluitend ambachtsrecht; 
zoo was b.v. bij dit ambacht 's-Heer-Arendskerke ca., om over- 
stemming te voorkomen, bepaald, dat in geen geval iemand 
meer dan drie stemmen mocht uitbrengen (Reglement 1869 art. 
5 en Reglement 1866 art. 17). 

In het beheer van dit ambacht werd sinds 1777 voorzien 
door het nieuwe reglement van 5 Juni van dat jaar. Dit werd 
later vervangen door dat van 17 Juni 1835, hetwelk op zijne 
beurt weer plaats moest maken voor het gedrukte reglement 
van 22 Juni 1859. Het in 1866 nieuw ontworpen huishoudelijk 



^ I 



200 

reglement werd den 31^'®" Augustus 1870 goedgekeurd, doch is 
niet meer in druk verschenen. Het bestuur berustte bij de 
ambachtsheeren gezamenlijk, het dagelijksch bestuur was in 
handen van vier, sinds 1835 drie commissarissen (ambachts- 
heeren of hunne gecommitteerden). Ieder, die 100 genaeten 
ambachts bezat, had stem in de vergaderingen {Res. 21 Juni 
1809 en 22 Juni 1853). Deze werden meestal gehouden teGoes, 
Heinkenszand en 's-Heer-Arendskerke, eene enkele maal ook te 
Ovezande, Nieuwland en in de herberg op het Sloe; vergade- 
ringen te 's-Heerenhoek schijnen weinig of niet te zijn voorge- 
komen. De jaarlijksche algemeene vergadering in Juni had 
sinds 1777 om beurten plaats te Heinkenszand en te 's-Heer- 
Arendskerke, sinds 1835 alleen te Heinkenszand, sinds 1870 te 
Goes, terwijl men voor buitengewone vergaderingen de geheele 
19<^« eeuw door meestal te Goes bijeenkwam (Res. 26 Augustus 
1738, 29 Maart, 10 Mei en 24 Mei 1845 en de Reglementen van 
1777 en 1835). 

Van de genomen resolutiën der ambachtsheeren werden vrij 
uitvoerige aanteekeningen opgemaakt en in het net geregistreerd. 
Sinds 1734 was dit werk opgedragen aan den secretaris van 
Heinkenszand Adriaan den Boer. Daarvoor en voor het bewaren 
der archieven zou hij eene jaarlijksche wedde genieten van één 
gouden dukaton (Res. 27 September 1734 en 16 Juni 1740). 
Tot 1766 bekleedde hij dit ambt van secretaris en rentmeester 
van het ambacht en werd toen in die kwaliteit opgevolgd door 
Arnoldus van Tilburgh, 1766-1797. Na dezen fungeerden als 
zoodanig Jan de Fouw 1797 — 1800, Adrianus de Jongh 1800 — 
1823, Jacobus Willem de Jongh 1823 — 1865 en mr. Jan Gerard 
de Witt Hamer 1866—1872. 

In laatstgenoemd jaar werd de vennootschap van het ambacht 
ontbonden. Een paar jaar vroeger reeds was bij den Voorzitter 
de vraag gerezen, of het niet gewenscht zou zijn om den gemeen- 
schappelijken eigendom te doen eindigen, en nadat hij er in 
1871 een voorstel van had gemaakt, werd den 22®*®^ November 
van dat jaar het besluit tot ontbinding genomen (Res. 31 Augus- 
tus 1870, 13 September en 22 November 1871). In het laatst 
van 1872 werden al de nog aan het ambacht behoorende goederen 
en rechten verkocht, behalve de buitengronden in het Schenge 
met de zeedijken van af Ter Lucht tot aan den Jacobspolder. 
Deze buitengronden werden in 1874 ingedijkt en het jaar 
daarop (23 Juni 1875) eveneens in het openbaar verkocht (zie 
nrs. 23 en 57j. 

Het archief van het ambacht berustte bij den secretaris-rent- 
meester en werd door dezen steeds op den volgenden functionaris 
overgedragen. Toch bleven soms stukken achter, die meestal 



201 

• 

wel is waar weer terecht kwamen, doch ook eene enkele maal 
voor goed verloren gingen (Res. 6 Juni 1799). Vooral toen de 
rentmeester J. W. de Jongh zijn post had neergelegd (24 Decem- 
ber 1865) bleek bij de overname van het archief, dat vele 
stukken ontbraken. Eerst in 1874 kwamen deze weer uit diens 
boedel te voorschijn. In 1862 wendden de commissarissen 
pogingen aan om in het bezit te geraken van oude tot het 
ambachtsarchief behoorende stukken, die, naar men meende, 
toen in het bezit waren van jhr. mr. de Witte van Citters te 
's-Hage, zonder gunstig resultaat evenwel ; ook thans zijn die 
stukken, zoo zij er althans thuis hooren, nog niet in het archief 
teruggekeerd (Res. 26 Juni 1862). 

Maar ook vele andere bescheiden ontbreken aan het archief. 
Vooreerst de doublen der ambachtsrekeningen. Deze werden 
sinds het begin van de 19^® eeuw steeds ter hand gesteld aan 
den oudsten op Zuid-Beveland woonachtigen ambachtsheer, 
terwijl de origineelen bij den rentmeester bleven berusten. In 
1855, toen van deze serie doublen (1817 — 1853) enkele waren 
zoek geraakt, werd de rentmeester gemachtigd om de ontbrekende 
naar de onder hem berustende rekeningen te laten copieeren. 
Alle werden daarna overgebracht bij P. I. Buteux als oudsten 
ambachtsheer (Res. 15 Juni 1814, 16 Juni 1819, 22 Juni 1853, 
28 Juni 1854, 27 Juni 1855). Van al deze doublen nu zijn 
slechts enkele aanwezig. 

Verder ontbreken niet alleen de rekeningen der kerke-, armen- 
en parochiemiddelen, die waarschijnlijk ook tot het ambachts- 
archief hebben behoord (1), maar ook alle afzonderlijke reke- 
ningen van de onder het ambacht ressorteerende polders : de 
vijf Kraaijerts (Nieuwe-, West-, Nieuwe West-, Noord-, Zuid-), 
den Koningspolder, de polders Heinkenszand, Ovezand, Oude 
Kraaijert, 's-Heer-Arendskerke, Ankeveere, Sint-Pieters- en Oost- 
polder, die ongetwijfeld als doublen deel hebben uitgemaakt 
van de onder den rentmeester berustende bescheiden. Immers 
de ambachtsheeren stonden zeer op hun recht van mede-afhoo- 
ring der polderrekeningen en zullen dus ook een exemplaar 
voor hun archief hebben opgevraagd (Res. 11 September 1798, 
18 Augustus en 31 Augustus 1802, 14 Juli, 31 Augustus en 21 



(i) Den i6*ien October 1798 insinueert Samuel du Pont, ontvanger 
der parochie-, kerke- en armengoederen van 's-Heerenhoek en Heinkens- 
zand den commissaris Pi eter Ossewaarde tot het overgeven van «alle 
de boeken, papieren, registers, chartres en documenten, tot de voorzeide 
middelen specteerende», welke insinuatie voor notificatie wordt aange- 
nomen (Res. 6 Juni 1799). 



202 

November 1803 en 22 Febrnari 1804). Ook wijst hierop de reso- 
lutie van 6 Jnni 1799, waarbij de secretaris (rentmeester) door 
de ambachtsheeren gemachtigd wordt om aan de ingelanden 
der onderscheidene polders schriftelijke opgave te doen „van de 
stukken onder hem, ieder van deselve polders of wateringen 
reguardeerende, berustende". (1) Zooals gezegd, zijn thans even- 
wel al die bescheiden afwezig. (2) 

Voor zoover het archief voorhanden is, bevindt het zich in 
een uitstekenden toestand. Om het gemakkelijk te kunnen 
raadpl^en, besloot men reeds in 1741 de resolutiën „in mar- 
gine te extendeeren'' (Res. 1 Juni 1741). Een inventaris berustte 
bij de commissarissen. In 1823 werd een nieuwe inventaris 
opgemaakt, waarvan eene copie aan den oudsten ambachtsheer 
op Zuid-Beveland werd overgegeven. In 1851 werd besloten tot 
het maken van een nieuwen inventaris, die na heel wat moei- 
lijkheden en deliberatiën eerst den 22»*«" Juni 1869 werd goed- 
gekeurd en in duplo opgemaakt. Een exemplaar werd aan 
P. I. Buteux ter luind gesteld, het andere in het archief gede- 
poneerd. Voor beloonde hulp bij het vervaardigen er van werd 
aan J. J. de Graaff 100 gulden to^ekend (I^. 4 Juni 1801, 
25 Juni 18-23, 16 Juni 1824, 25 Juni 1851, 23 Februari en 
23 Juni 1852, 22 Juni 1853, 27 Februari, 25 Juni en 7 Novem- 
ber 1856, 24 Juni 1857, 30 Juni 1858, 21 Mei en 22 Juni 1859). 
Deze inventaris, die volgens het reglement van 1859 geregeld 
moest worden bijgehouden, is niet meer aanwezig. In 1866 
diende hij nog om het ontbreken van vele archiefstukken te 



(1) De tot het ambachtsarchief behoorende polderrekeningen werden 
blijkbaar bewaard op de secretarie van ^s -Heer- Arendskerke. Zie de 
inventarissen van de archieven dier secretarie van 1740 en 1766, die 
lich bevinden bij nr. 14, en de resolutie van 3 Januari 1769. 

yü) Ik kan dan ook niet onderschrijven vrat het Provinciaal Verslag 
van Zeeland over 1876 Hoofdstak II biz. 10 van dit ambachtsarchief 
zegt, nL: «Vooral (deie) venameling kan als eene belangrijke aanwinst 
voor het archief worden beschoawtC naardien toch 's Heer Arends kerke 
tot die heerUjkheden in Zeeland behoort, door welke in de dlaatstver- 
loopen eeawen, zoovele uolders zijn bedijkt en de geschiedenis van het 
ontstaan van onderscheidene dier polders, dos voornamelijk in deze 
verzameling te vinden is», en dat te meer niet, omdat het archief in 
hoofdzaak slechts tem^rgaat tot c« 1750 en de enkele stukken uit 
vroegeren tijd voor polderzaken van weinig belang lijn. Gelukkig wordt 
dit gemis eenigszins vergoed door de aanwezigheid van vele rekeningen 
der door de Staten gesubsidieerde polders in het rijksarchief-depdt 
alhier, nl. van den polder Ankeveere de rekeningen 1700—1757, van 
den polder VHeer-Arendskerke 174:i— 1757, van den Oostpolder 1700— 
1767. 



203 

constateeren bij het overnemen van de papieren van den rent- 
meester J. W. de Jongh. De thans bestaande inventaris (zie 
nr. 26) schijnt in 1867 te zijn opgemaakt. 

Eenige jaren na de ontbinding van het gemeenschappelijk 
ambacht, in 1876, werd het archief door de geïnteresseerden aan 
het provinciaal archief van Zeeland ten geschenke aangeboden, 
ten gevolge waarvan het nu in het rijksarchief-depót aldaar 
berustende is (zie Provinciaal Verslag van Zeeland over 1876, 
Hoofdstuk II blz. 9 en 10). 

Mei 1903. E. Wiersum. 



Inventaris. 



I. Het ambacht in het algemeen. 

1. Reglement van het beheer van het ambacht. 1859. 

1 deel. 

N.B. Hiervan zijn 15 gedrukte exemplaren aanwezig. 

2. Minuut-reglement van het beheer van het ambacht. 1869. 

1 deel. 

N.B. Onderteekend door de ambachtsheeren of hunne gemach- 
tigden. 

3. Statuten der Vereeniging van ambachtsgerechtigden van 
's-Heer- Arendskerke cum annexis. 1866. 

1 deel. 

N.B. Deze statuten werden met eene kleine wijziging goed- 
gekeurd als huishoudelijk reglement den Is^en Augustus 1870. 
Van de voorgenomen uitgave in druk is echter niet meer gekomen. 

4 — 9. Register van resolutiën. 1734—1872. 

6 deelen. 

N.B. In alle deelen bevinden zich marginale inhoudsopgaven. 

4. 1734-1759. 

N.B. Uit den boedel van J. W. de Jongh (zie de 
Inleiding). 

5. 1737—1769. 

N.B. Dit deel is tot 1759 als kladregister gebruikt. 
— Uit den boedel van J. W. de Jongh. 



204 

6. 1769—1804. 

7. 1804—1849. 

8. 1850—1866. 

9. 1866—1872. 

10 — 16. Relatieven tot de resolutiën. 1634—1871. 

4 portefeuilles, 3 pakken en 53 kaarten. 

N.6. De 3 pakken met de 12 kaarten van nr. 15 zijn uit 
den boedel van J. W. de Jongh. Alle 53 kaarten, die bij deze 
relatieven behooren, zijn afzonderlijk vermeld in den inventaris 
nr. 26. Hiernaar wordt steeds verwezen. De daar vermelde 
nummers III a, c, l, y, hh, ü, kk en mm ontbreken. 

10. 1634—1824. 

N.B. Genummerd 1 tot 154, niet strikt chronologisch. 
Hierbij eene losse inhoudsopgave en eene teekening van 
den ontworpen veerdam aan het Sloe, 1816 (Inventaris 
nr. 26: III 6). 

11. 1825-1857. 

N.B. Genummerd 155 tot 305. Hierbij eene losse 
inhoudsopgave en 21 kaarten (Inventai*is nr. 26: III d, 

e (2 ex.), /, g, h, i, k, m (2 ex ), n, o (3 ex.), p (2 ex.), 
q, r, s en gg). 

12. 1857—1862, 

N.B. Genummerd 306 tot 425; de inhoudsopgave 
bevindt zich in het volgend nummer. Hierbij één stuk 
van 1853 en 9 kaarten (Inventaris nr. 26: III w, v, lo, 
Xy z, aay hby cc en dd), 

13. 1862—1871. 

N.B. Genummerd 426 tot 574. Hierbij eene losse 
inhoudsopgave van dit nummer en het vorige en 10 
kaarten (Inventaris nr. 26: IK ee, ff. II, nn en van de 
losse lijst nrs. 1 — 4, 6 en 7). 

14. 1735—1824. 

N.6. Hierin hoofdzakelijk stukken betreffende het 
beheer van den rentmeester Adriaah de Jongh. — Uit 
den boedel van J. W. de Jongh. 

15. 1823—1867. 

Hierbij 12 kaarten (Inventaris nr. 26: Proces-verbaal 
van overdracht achterin nr. 11 en Resolutie 25 Juni 
1862). ~ Uit den boedel van J. W. de Jongh. 



r" 



206 

16. 1856-1863. 

N.B. De stukken van dit nummer zijn naar de jaren 
in pakken verdeeld. — Uit den boedel van J. W. de Jongh. 

17. Titels en bewijzen van eigendom van het ambacht. 
1839-1870. 

1 portefeuille. 

N.6. De stukken zijn gemerkt a tot d. Eene inhoudsopgave 
komt voor in den inventaris nr. 26. 

18. Octrooien en privilegiën. 1776—1861. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn gemerkt a tot g. Eene inhoudsopgave 
komt voor in den inventaris nr. 26. 

19. Kontrakten en akkoorden. 1723—1865. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn gemerkt a tot z, aa en 66 (w ontbreekt). 
Eene inhoudsopgave komt voor in den inventaris nr. 26. 

20. Stukken betreffende vacatures, voordrachten en benoe- 
mingen van ambtenaren. 1814—1852. 

1 portefeuille. 

21. Ingekomen rapporten der commissarissen. 1777 — 1856. 

1 pak. 

N.B. Deze rapporten werden uitgebracht ter voldoening aan 
art. 8 van het Reglement van 5 Juni 1777 en sinds 4835 ter 
voldoening aan art. 4 van het Reglement van 17 Juni van dat 
jaar. - De rapporten 4793/4, 4794/5, 4809/40, 4818/9, 4836/7 
en 4839/40 ontbreken. — 'Uit den boedel van J. W. de Jongh. 

22. Ingekomen rekwesten, c. 1708 — 1866. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn genummerd 4 tot 462; de 7 eerste zijn 
niet gedateerd. Hierbij eene losse inhoudsopgave. 

23. Ingekomen stukken betreffende de bedijking van den 
Schengepolder. 1872—1875. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eene kaart van de ontwerp- verkaveling van de 
eigendommen in den Schengepolder, toebehoorende aan de am- 
bachtsgerechtigden van *s-Heer-Arendskerke en Wolphaartsdijk. 
Zonder jaartal (Inventaris nr. 26: III losse lijst nr. 5). 



206 

té. Beschouwingen over het ontwerp van een Algemeen 
Reglement voor de polders der provincie Zeeland. 1858. 

1 deel. 

N.B. Bienran zijn twee gedrukte exemplaren aanwezig. 

25. Register van verzonden brieven. 1866 — 1872. 

1 deel. 

Inventaris der archiefstukken. Zonder jaartal. 

1 deel. 

N.B. Deze inTentaris is waarschijnlijk omstreeks 1867 opge- 
maakt door den rentmeester mr. J. G. de Witt Hamer, in elk 
geval door hem bijgehouden tot 187i. — Achterin bevindt zich 
het proces-verbaal van overdracht der stukken uit den boedel 
van den vorigen rentmeester J. W. de Jongh d.d. 1874. 

n. Inkomsten en uitgayen van het ambacht. 



27. Legger der inkomsten van het ambacht. 1865. 

1 deel. 

N.6. Deze inkomsten bestaan in de pachten der dijken, schor- 
ren, vroonen, veren, visscherijen, jacht, lammertienden en de 
cijnzen der in erfpacht uitgegeven molens, huizen en landerijen. 
In dit deel, dat bijgehouden is tot 1872, hebben alle posten een 
afzonderlijk hoofd, waaronder ook de namen der pachters ver- 
meld worden. 

28. Klapper op de namen der pachters in het voorgaande 
nummer. Zonder jaartal. 

1 deel. 

29. Legger der inkomsten van het ambacht. 1866 (?). 

1 deel. 

N.B. Hierin zijn de posten gerangschikt naar de namen der 
pachters. Dit deel loopt tot 1871 en is afkomstig uit den boedel 
van J. W. de Jongh. 

30 en 31. Rekeningen van Sint-Joosland. 1763 — 1806. 

2 pakken. 

N.B. Vóór 1807 werden afzonderlijke rekeningen gedaan i. van 
Sint-Joosland, 2. van 's-Heer-Arendskerke Buiten, 3. van 's-Heer- 
Arendskerke Binnen, 4. van Ueinkenszand Binnen, 5. van 



207 

Heinkenszand en Ovezand Buiten, 6. van de recognitiên der 
ambachtslieden en 7. van de korenmolens. Na 1807 echter wer- 
den al deze rekeningen gecombineerd. Zie nrs. 40 — 42. 

30. 1763—1800. 

N.B. Hierin 17 rekeningen, die loopen over twee, 
drie of vier jaar. Het zijn alle origineelen behalve de 
rekening 1785/7. Van de rekeningen 1770/2 en 1775/6 
komt behalve het origineel ook eene copie voor; de 
laatste rekening is in duplo (beide origineelen) aan- 
wezig. De rekeningen zijn afgelegd door den rentmeester 
Arnoldus van Tilbui^h, behalve de voorlaatste, die 
door ziin gemachtigde Willem Rosé, en de laatste, die 
door den provisioneelen rentmeester Jan de Fouw 
gedaan is. — De rekeningen 1763/5, 1766/7, 1770/2 
(copie) en 1775/6 (copie) zijn uit den boedel van J. W. 
de Jongh. 

31. 1800—1806. 

N.B. Hierin 8 jaarlijksche rekeningen. Het zijn alle 
origineelen. Die over 1804 is in duplo voorhanden. Deze 
rekeningen zijn, evenals al de andere gelijktijdige (zie 
nrs. 32--35, 37 en 39), afgelegd door den rentmeester 
Adrianus de Jongh. 

32. Rekeningen van 's-Heer-Arendskerke Buiten. 1800 — 1806. 

1 pak. 

N.B. Hierin 7 jaarlijksche origineele rekeningen. 

33. Rekeningen van 's-Heer-Arendskerke Binnen. 1800 — 1806. 

1 pak. 

N.B. Hierin 7 jaarlijksche origineele rekeningen. 

84. Rekeningen van Heinkenszand Binnen. 1800 — 1806. 

1 pak. 

N.B. Hierin 7 jaarlijksche origineele rekeningen. 

85. Rekeningen van Heinkenszand en Ovezand Buiten. 1801 — 

1806. 

1 pak. 
N.B. Hierin 6 jaarlijksche origineele rekeningen. 

86 en 37. Rekeningen van de recognitiên der ambachtslieden. 
1781-1806. 

1 deel en 1 pak. 



208 
36. 1781. 



1 deel. 



N.B. Dit is eene origineele rekening, afgelegd door 
den rentmeester Arnoldus van Tilburgh. 

37. 1800—1806. 

1 pak. 

N.B. Hierin 6 origineele rekeningen. De eerste 
loopt van 1800 tot 1802, de overige zijn jaarlijksche 
rekeningen. Van de eerste komt behalve het origineel 
eene copie voor; die over 1803 is in duplo aanwezig. 

38 en 39. Rekeningen van de korenmolens. 1730 — 1806. 

2 pakken. 

38. 1730—1776. ^ 

N.B. Hierin 42 jaarlijksche rekeningen. Het zijn alle 
origineelen. De rekeningen 1758/9, 1759/60 en 1761/2 
ontbreken, de laatste 1774/5 is een fragment. De eerste 
rekeningen tot 1769/70 zijn afgelegd door Adriaan den 
Boer, de volgende (1770/l)door zijne erven en de overige 
door Joos de Lasabel. — Behalve de drie rekeningen 
1746/7, 1771/2 en 1773/4 zijn alle uit den boedel van 
J. W. de Jongh. 

39. 1800—1806. 

N.B. Hierin 11 jaarlijksche rekeningen, waarvan 6 
origineelen. De rekening over 1802 komt in twee copieën 
voor. Van die over 1800, 1801 en 1803 is behalve het 
origineel eene copie aanwezig. 

40 — 42. Rekeningen van het geheele ambacht. 1809 — 1872. 

3 pakken. 

N.B. Bij resolutie der arabachtsheeren van 17 Augustus 1807 
werd vastgesteld «om by vervolg in de jaarlijksche rekeningen 
van 's- Heer- Arendskerke Binnen en die van Heinkenszand en 
Ovezand Binnen te brengen de respective recognitiën, en al zoo 
de rekeningen der recognitiën achter te laten, zoo ook de revenuen 
van Sint-Joosland te brengen in de rekening 's-Heer-Arendskerke 
Buiten en verder alle de rekeningen onder één hoofd te brengen 
en te sluiten, egter met de repartitie van ieder middel op zich 
zelven». 

40. 1809—1822. 

N.B. Hierin 15 jaarlijksche origineele rekeningen, 
afgelegd door den rentmeester Adrianus de Jongh. De 
eerste rekeningen over het geheele ambacht over 1807 



209 

a 

en 4808 ontbreken, ook die over 4812; die over 4813 
en 4846 zijn in duplo aanvsrezig. 

41. 1823—1864. 

N.B. Hierin 44 jaarlijksche origineele rekeningen, 
afgelegd door den rentmeester Jacobus Willem de Jongh. 
De rekeningen over 4823 en 4839 zijn in duplo aan- 
wezig. 

42. 1865-1872. 

N.B. Hierin 9 jaarlijksche origineele rekeningen, 
afgelegd door den rentmeester mr. Jan Gerard de Witt 
Hamer. De rekening over 4871 is in duplo aanwezig. 
In de laatste rekening bevindt zich eene losse lijst van 
de opbrengst der veiling van het ambacht en de verdee- 
ling daarvan onder de ambachtsheeren. 

43. Kwitantiën behoorende bij de rekeningen. 1858 — 1872. 

1 pak. 

N.B. Hierin verscheidene liassen en pakken, ook eenige andere 
relatieven tot de rekeningen, bijlagen, abrevieren, enz. 

44. Lijsten van verdeeling der inkomsten van het ambacht 
onder de ambachtsheeren. 1765 — 1796. 

1 pak. 

45. Register van ontvangst der inkomsten van het ambacht. 
1797—1801. 

1 deel. 
N.B. Uit den boedel van J. W. de Jongh. 

46. Bewijzen van in erfpacht uitgegeven molens, huizen en 
landerijen. 1797—1862. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn gemerkt e, g, h en v. Eene inhouds- 
opgave komt voor in den inventaris nr. 26. 

47. Register van verpachting der inkomsten van het ambacht. 
1785—1805. 

1 deel. 

N.B. Uit den boedel van J. W. de Jongh. 

48. Pachtbrief van de inkomsten van het ambacht. 1790. 

1 stuk. 

N.B. Met de onderteekeningen der pachters. — Uit den boedel 
van J. W. de Jongh. 

(1903) U 



210 

49 — 61. Minuten van oonditiën van verpachting der inkomsten 
van het ambacht. 1724—1867. 

2 portefeuilles en 1 pak. 

49. 1724-1855. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 77 ; alleen 
de beide laatste stukken zijn van na 1848 (zie het 
volgende nummer). Hierbij eene losse inhoudsopgave. 

50. 1848—1867. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 57. Eene 
inhoudsopgave komt voor in den inventaris nr. 26 ; 
de daar genoemde nummers 58 en 59 ontbreken. 
Twee stukken van 1854 en 1855 bevinden zich bij het 
voorgaande nummer. 

51. 1760—1854. 

1 pak. 

N.B. Hierbij eenige minuten van akten van borg- 
tocht (zie nrs. 58 en 59). — Uit den boedel van J. W. 
de Jongh. 

52. Minuten van oonditiën van aanbesteding, bestekken en 
begrootingen. 1711—1820. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 19. Hierbij een kohier 
van tienden in den Nieuwen polder van Sint-Joosland 1711, eene 
opgave der inkomsten van het veer op het Sloe 1810—1820 
en eene losse inhoudsopgave. 

53. Minuut van oonditiën van aanbesteding en bestek van 
indijking der schorren van Nieuw Sint-Joosland. 1776. 

1 deel. 

N.B. Uit den boedel van J. W. de Jongh. 

54. Aankondiging en conditiën van verkoop van schorren, 
gelegen ten noorden van den polder Zuid-Kraaijert en ten westen 
van de polders Nieuwe West-Kraaijert en Noord-Kraayert 1856. 

1 deel. 
N.B. Gedrukt exemplaar. Voorin bevindt zich eene situatiekaart. 



211 

56. Aankondiging en conditiën van verkoop van schorren, 
gelegen vóór den polder Zuid-Kraayert. 1860. 

1 deel. 

N.B. Gedrukt exemplaar, in duplo aanwezig. Achterin bevindt 
zich eene situatiekaart. 

S6. Aankondiging en conditiën van verkoop der eigendommen 
en rechten van het ambacht. 1872. 

1 deel. 
N.B. Gedrukt exemplaar. 

67. Aankondiging en conditiën van verkoop van landerijen 
en dijken van den Schengepolder. 1875. 

1 deel. 

N.B. Gedrukt exemplaar. Achterin bevindt zich eene situatie- 
kaart. 

68 en 59. Minuten van akten van borgtocht. 1728 — 1862. 

1 portefeuille en 1 pak. 

N.6. Ëenige minuten van akten van borgtocht bevinden zich 
bij nr. 54. 

58. 1728-1848. 

1 pak. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tot 64. Hierbij 
enkele copieën en eene losse inhoudsopgave. 

59. 1849-1862. 

1 portefeuille. 

N.B. De stukken zijn genummerd 1 tót 29. Eene inhouds- 
opgave komt voor in den inventaris nr. 26. 

60. Rekeningen van den Koningspolder. 1753—1756. 

1 pak. 

N.B. Hierin twee rekeningen ; beide loopen over twee jaar en 
zijn geliasseerd geweest. Het zijn authentieke copieën van 
G. van Everdingen, secretaris van Borselen. Ze zijn afgelegd 
door den penningmeester Gomelis Harinck (baljuw) aan den 
heer van Borselen en de ambachtsheeren van 's-Heer-Arendskerke. 
De eerste rekening 1753/4 is uit den boedel van J. W. de 
Jongh. — De Koningspolder, gelegen ten westen van het dorp 
Borselen onder de ambachten Borselen en 's Heer- Arendskerke, 



212 

werd ingedijkt in 1753. Vier jaar na de bedijking, den IS^^^^ Juni 
1757, hebben de ambachtsheeren van 's-Heer-Arendskerke het hun 
toebehoorende gedeelte verkocht met behoud van de arabachts- 
rechten. Zie Inventaris Van Visvliet dl. I nr. 152 en het octrooi 
van indijking van 22 December 1752 en het contract met den 
heer van Borselen van 15 Juni 1757 in nr. 4. 



61. Rekening van de opbrengst der verkochte landerijen in 
den Koningspolder. 1755/6. 

1 deel. 

N.B. Deze origineele rekening is afgelegd door de secretarissen 
A. Paardekooper, Dolf Hageman, J. W. Benseler en A. de Boer 
aan de ambachtsheeren van *s-Heer-Ai*endskerke. Zij komt uit 
den boedel van J. W. de Jongh. 



j 



213 
Bijlage D. 



Het archief van de ambachtsheerl\jkheid Bruinisse. 



Inleiding. 



Het ambacht Bruinisse (1) heeft langen tijd met het overig 
gedeelte van Duiveland dezelfde lotgevallen gehad. In 1387 
verkocht hertog Albrecht van Beieren al zijne ambachten en 
ambachtsgevolgen in Duiveland aan zijn rentmeester in Zeeland 
Claes van Borselen. Een van diens nakomelingen, Adriaen van 
Borselen van Brigdamme, verkreeg in 1452 van Philips van 
Bourgondië octrooi om het oostelijkste gedeelte, Oost-Duiveland 
of Bruinisse geheeten, te bedijken, van welk octrooi in 1467 
gebruik werd gemaakt. Spoedig daarna schijnt toen ook het 
dorp Bruinisse te zijn ontstaan. 

Met het overige deel van het eiland ging dit ambacht door 
vererving over op de Bourgondiërs, aan wie het tot het midden 
van de 16^® eeuw bleef behooren. Na den dood van Maximiliaan 
van Bourgondië evenwel (1558) werden de ambachten van 
Duiveland afzonderlijk verkocht en kwam Bruinisse in het 
bezit van Paulus van Hertsbeke (1566). Sinds dien tijd is het 
steeds door erfopvolging of bij testamentaire beschikking over- 
gegaan, in 1611 op Johan van Hertsbeke, in 1641 op diens zuster 
Elisabeth, weduwe van Johan de Jonge, in 1653 op Anthony 
de Jonge, in 1669 op Willem de Jonge, in 1705 op zijn neef Anthony 
Nollens, in 1746 op dr. Jacob de Witte van Elkersee, in 1766 
op diens weduwe Maria Magdalena van Stavenisse, in 1784 op 
Cornelia de Witte van Elkersee, in 1804 op mr. Laurens de 
Witte van Citters, heer van Elkersee, en in 1865 op Carolina 
Hester de Witte van Citters, vrouw van Arnold Andries Des 
Tombe. 



(1) Zie ook Teg. Staat II blz. 519 en Ërmerins VIII Duiveland. 



214 

Het archief van het ambacht bestaat uit twee gedeelten. Het 
tweede gedeelte, meestal stukken van na 1669, is regelmatig 
ontstaan ; het eerste daarentegen is een conglomeraat van archief- 
stukken, handschriften, famUiepapieren e. a. In 1653 nl. begon 
de toenmalige heer Anthony de Jonge met het bijeenbrengen 
en rangschikken van alle papieren en documenten, die betrekking 
hadden hetzij op zijne ambachten en goederen, hetzij op zijne 
familie of zijne persoonlijke ambten en waardigheden. Vele werden 
in banden bijeengebonden en met eigen hand geïnventariseerd en 
beschreven: „qui hec coUegit et conscripsit*' (zie Repertorium 
in nr. 1). 

Een groot deel van deze papieren behoorde tot het archief 
van het ambacht Bruinisse, andere tot de meest uiteenloopende 
verzamelingen. De vader van Anthony de Jonge was ambachts- 
heer geweest van Oosterland en Sir-Jansland; van daar dat vele 
stukken betreffende deze ambachten aanwezig waren; hij zelf 
was ambachtsheer van Botland en in tweede huwelijk getrouwd 
met Agatha de Witte van Haamstede; vandaar ook vele beschei- 
den, betrekking hebbende op deze plaatsen. Bovendien was hij 
eerst burgemeester van Zieriksee geweest, daarna auditeur (1639) 
en secretaris van de Rekenkamer (1644—1664) en in het laatst 
van zijn leven pensionaris van Middelburg, uit welke ambten 
vele archiefstukken onder hem waren blijven berusten. Ten 
slotte had zijn lust tot verzamelen en afschrijven van oude 
handschriften en tot het op schrift brengen van eigen studiën de 
collectie niet weinig uitgebreid. 

Bij zijn dood in 1669 vermaakte hij al deze papieren aan zijn 
oudsten zoon. Zijne bibliotheek mocht onder zijne kinderen worden 
verdeeld, maar het archief moest in zijn geheel bewaard blijven: 

„mijn overlevenden outsten soon sal oock onder hem 

bewaren ende secreteren alle myne papieren ende boecken, die 
ick metter hant geschreven ofte vergadert hebbe, metdecassen, 



(1) Hij maakte o. a. eene «Beschrijving van Zeeland" en eene «Beschrij- 
ving van Brainisse)) (Teg. Staat II blz. 525 en Zelandia illustrata I 
blz. 148). De eerste wordt vermeld in nr. 156, den inhoud van het «Clein 
blauw casse 1® loquet aen de lynkerhand». Een van de beide daar ge- 
noemde exemplaren is ongetwijfeld hetzelfde, dat toebehoord heeft aan 
mr. L. P. van de Spiegel en thans in het depot van het Algemeen 
rijksarchief berust (zie aldaar nr. 657 van de Aanwinsten jaarverslag 
1895); het andere bevindt zich waarschijnlijk bij de handschriften van 
het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (zie den Inventaris aldaar 
II B.). Zie voor de Beschrijving van Bruinisse, die «mette caerte door 
Rooman naer Amsterdam (werd) gezonden» nr. 1 fol. 409. 



215 

liassen ende comptoirbehoeften, daertoe specteerende" (zie zijn 
testament in nr. 146). 

Tot den dood van zijn zoon Willem de Jonge in 1705 bleef 
werkelijk alles bij elkaar blijkens den inventaris, die kort daarna 
werd opgemaakt (zie nr. 156). (1) Toen echter spatte de ver- 
zameling uiteen. Bij de verdeeling der goederen onder de erfge- 
namen werden natuurlijk ook de eigendomsbewijzen aan de 
nieuwe eigenaren ter hand gesteld: „d^^^ stucken sullen gege- 
ven werde na de vercavelinge aen een yder, die de goedere sulle 
toecomen" (zie den inventaris van 1705, wat betreft den inhoud 
van het „vierkant indiaens kisje"). Maar ook andere stukken 
schijnen toen reeds uit het familiearchief verdwenen te zijn. De 
zwager van den nieuwen ambachtsheer toch, Abdias van Hat- 
tinga, predikant te Sluis, nam niet alleen familieportretten met 
zich mee, maar ook een koffer met papieren, waarover wel is 
waar groote oneenigheid ontstond, doch die hij ten slotte toch 
behiel£ (2) Verder zijn in 1767, toen de ambachtsvrouw van 
Bruinisse BoÜand verkocht, ook de leenbrieven van dat ambacht 
overgegeven (zie nr. 152). (3) 

Het is niet met zekerheid te zeggen, waar het archief van 
Bruinisse in den loop der tijden bewaard is geworden. Tijdens 
Anthony en Willem de Jonge schijnt het te Middelburg geweest 
te zijn; in de eerste helft der 19*® eeuw heeft het waarschijnlijk 
grootendeels berust op Popkensburg bij St. Laurens. Het zal dan, 
toen te kwader ure tot de slooping van dit kasteel was besloten 



(1) Deze inventaris, die een uitstekend inzicht geeft in het bewaren 
en beschrijven van een 17^^ eeuwsch huisarchief, is hierachter als appendix 
afgedrukt. 

(2) Bij het akkoord, dat den 278teii Maart 1707 tusschen den ambachts- 
heer en Van Hattinga werd gesloten, werd overeengekomen, dat de koffer 
met papieren zou blijven berusten ten huize van den predikant, «mits 
daartoe doende maaken twee sleutels en twee slooten, waarvan den 
eenen onder hem ende de andere onder de heer van Bruynis of mevrouw 
Gaan berusten sal, opdat het visiteren of nasien der papieren altoos mag 
geschiede door deen met d'andere» (zie in nr. 145 het testament van 
Willem de Jonge). 

(3) In het rijks archief-depót in Zeeland bevinden zich verscheidene 
stukken, die vroeger deel uitmaakten van de verzameling. Zie Pro- 
vinciaal Verslag van Zeeland over 1877 blz. 8 en de in het hiervoor 
afgedrukte jaarverslag onder nr. 11 der aanwinsten vermelde brieven. 
In het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen berusten behalve de 
in de noot op blz. 214 vermelde Beschrijving van Zeeland (Staatkundig 
Zeeland) nog twee memoriên van Jonge's hand (Inventaris aldaar II 
H. H. nrs. 10 en 12). 



216 

en de daar aanwezige verzamelingen van Jacob Verheye van 
Citters, den grootvader van den toenmaligen eigenaar jhr. mr. 
Jacob de Witte van Citters, onder den hamer werden gebracht, 
naar den Haag zijn gezonden. In elk geval is het daar eerst 
omstreeks 1868 ontpakt kunnen worden (zie nr. 155) ; sinds 
dien tijd werd het door de zorgen van de ambachtsvrouw 
C. H. de Witte van Citters en haar echtgenoot A. A. des 
Tombe op uitstekende wijze bewaard. Bij haar dood in 1902 
vermaakte de ambachtsvrouw het archief der heerlijkheid aan 
het Rijk onder bepaling, dat haar echtgenoot tot zijn dood het 
vruchtgebruik zou behouden; en na diens overlijden werd het 
in het begin van 1903 naar het rijks archief-depót in Zeeland 
overgebracht. 

Aprü 1903. E. Wiersum. 



Inventaris. 



I. Archief van vóór 1669. 



N.B. Deze afdeelin^ bestaat uit 14 kopulaten, die bijeengebracht 
zijn door den ambachtsheer Anthony de Jonge van Bruinisse 
van 1653 tot 1660; ook na dien tijd tot zijn dood toe in 1669 
heeft hij er eenige bescheiden bij gevoegd. De stukken bestaan 
uit origineelen en copieên. Verscheidene zijn geliasseerd geweest. 
Vóór in ieder nummer bevindt zich een repertorium. Aan eiken 
band ontbreken eenige bladen. De onder de afzonderlijke num- 
mers vermelde jaartallen zijn die van het oudste en het jongste 
stuk. 

Het laatste kopulaatboek (nr. 14) wordt op den band aangeduid 
als « A c h t i e n d e bouck van Bruinisse." Er schijnen dus vier 
kopulaten te ontbreken. Toch is dit maar schijn. Dit blijkt als 
volgt. In den inventaris namelijk, die bij den dood van den 
ambachtsbeer Willem de Jonge van Bruinisse in 1705 van zijne 
papieren werd opgemaakt, worden de stukken, op Bruinisse be- 
trekking hebbende, in 19 loketten verdeeld, opgenoemd. Het 
laatste loket bevat : «Papieren over nieuwe zaken» en heeft dus 
den grondslag gevormd van het later ontstane archief (zie Afdee- 
ling II). De inhoud van de overige loketten echter stemt geheel 
overeen met die der correspondeerènde kopulaten. Alleen de 
loketten nrs. 6 en 7 hebben iets meer bevat dan de gelijknum- 
merige kopulaten (nu nrs. 3 en 4). Maar deze bestonden uit 
liassen veel dunner dan de andere, onderling nagenoeg even 
groote kopulaten en lieten dientengevolge ruimte open in de 
loketten, welke aangevuld werd met overschietende of later ge- 



217 

vormde bescheiden. (1) Overigens echter komt de inhoud van 
loketten en kopulaten volkomen overeen. Het ligt dus voor de 
hand, dat ook de zoogenaamd ontbrekende kopulaten (liassen) 
nrs. 3, 4, 5 en 13 respectievelijk den inhoud hebben uitgemaakt 
van dezelfde loketten, namelijk '3d<) loket: oplaetsrekeningeni», 
4de: «veltboeken», 5d«: dantsrekeningen» en 13dö : «armerekenin- 
gen». Al deze bescheiden nu zijn thans nog voorhanden. Zij zijn 
zonder uitzondering geliasseerd geweest en worden bewaard bij 
de gelijksoortige stukken van lateren datum. Ook thans zijn zij 
daar blijven berusten, omdat niet met zekerheid het jaar van 
scheiding kan verorden vastgesteld. 

Eveneens zijn alle andere stukken ouder dan 1669, niet tot de 
kopulaten behoorende, bij afdeeling II ondergebracht. Zie o. a. 
nrs. 26 en 42. 

!• Beleenbrieven, octrooien en plakaten. 1387 — 1662. 

1 band. 

N.6. In dit nummer komen ook eenige ambachtsrekeningen 
en manualen voor (zie nrs. 42 tot 44). Op den band staat : «Eerste 
bouck van Brunisse, behelsende verscheyden chartres ende authen- 
thijcke copiën van leenbrieven, [daerbenevens] resolutiën, ont- 
fanckboucken, placcaten ende andere generale stucken op leenen 
etc, dienende tot het eerste capittel van 't bouck op brunisse 
gemaeckt tot bewijs van de principaelste titulen ende possessiën 
van dese Hooge Heerlijckheyt. 1653 » 

2. PrivUegiën. 1519—1666. 

1 band. 

N.B. Hierin bevinden zich ook vele particuliere papieren van 
den heer. Op den band staat : «Tweede bouck van Brunisse, 
behelsende de rechten ende privilegiën van de voorsechde Heer- 
lijckheyt ende ingesetenen van dien int gemeen, mitsgaders 
raeckende de authoriteyt, gesach, respect ende aensien van de 
Heere, dienende tot het tweede en derde capittel vant bouck op 
Brunisse gemaeckt tot bewijs van de voorsechde gerechticheden 
van de voornoemde Hooge Heerlijckheyt. 1653.» 

3, Stukken betreffende den Stoofpolder. 1620—1658. 

1 lias. 

N.B. De lias is uiteengevallen. Op den omslag staat : «Vlo 
liasse of copulaet van het landeken genaemt den Stoofpolder 
annex Bruynisse, behelsende 's lants rekeningen etc.» — De Stoof- 



(1) In nr. 6 met polder- en armenrekeningen, in nr, 7 met rekeningen 
van de meestoof. Deze laatste waren aanvankelijk als een afzonderlijk 
kopulaat bedoeld, maar Anthony de Jonge zelf heeft ze nog bij het 
zevende kopulaat gevoegd en het opschrift : «VlIIe liasse ofte copulaet 
van stoofrekeningen» veranderd in : «VII^» (zie nr. 99). 



218 

polder, ingediikt in 1621, werd bij besluit der Staten van 1 Maart 
i770 onder de administratie van den polder Bniinisse gebracht 
(zie nrs. 405—416 en 138-141). 

4. Stukken betreffende de polders Sonneschijn en Hardemee. 
1627—1646. 

1 lias. 

N.6. De lias is uiteengevallen. Op den omslag staat : «VII^ 
liasse of copulaet van]alle stucken ende rekeningen, concemerende 
den geinundeerden polder van Sonneschijn ende Hardemee, 
genaemt den Buyspolder.» — Deze poldertjes werden ingedijkt 
in 1628, doch zijn reeds van 1640 tot 1643 weer geïnundeerd. Later 
(in 1671) zijn zij nog ten deele her^kt, doch in 1695 reeds weer 
ondergeloopen (Teg. Staat II blz. 522). 

5. Stukken betreffende aanwassen en gors- en dijkettingen. 
1452-1653. 

1 band. 

N.B. Op den band staat : «Achste bouck van Brunisse, behel- 
sende de aenwassen ende gorsingen buytendijx met den omme- 
loop van dijckettingen soo van dese Hooge Heerlijckheyt als 
Sr.-Janslant etc, Speutwijck, Rumoirt, Nicke, Hardemeet ende 
Sonneschijn, Wiidaers, mitsuraders de limijtscheydingen ende 
stucken daertoe hoorende. 16^.9 

6. Stukken betreffende lagere ambten. 1550—1669. 

1 band. 

N.B. Op den band staat: »Negenste bouck van Brunisse, 
behelsende de amten ende bedieningen van weereltse officiên ende 
coU^ên, opclimmende van de minste tot de meerdere, soo hier 
als in het volgende copulaet met haere gehoorige commissiën, 
instmctién, accoorden etc 1653.» 

7. Stukken betreffende hoogere ambten. 1578—1669. 

1 band. 

N.B. Hierin bevindt zich ook een schepem-egister 1590— 
1591. Od den band staat: «Tiende bouck van Bi-unisse, behelsende 

de vooraere ambten ende bedieningen 

1653.» 

8. Wetten, keuren, voorboden en ordonnantiën. 1400 — 1660. 

1 band. 

N.B. Hierbij copieên van charters van Willem III betreffende 
Zieriksee van 1335 en van de vooiiioden van Sir-Jansland van 
1372. Op den band staat: cElfde boock van Bmnisse, behelsende 
de wetten, keuren, voorboden ende ordonnantiën, aldaar by de 
Heere gestatueerd ende by clockslage gepabliceert, met 's Heeren 
recht tot dies 1660.^ 



219 

9. Stukken betreffende kerkelijke zaken. 1493 — 1669. 

1 band. 

N.6. Op den band staat : ]>Twaelfste bouck van Brunisse, be- 
helsende verscbeyden cbarters, acta synodalia, kerckordeningen, 
patronagie, collatie van kerckelijcke amten ende bedieningen, 
soowel den predicant, ouderlingen, diaconiên etc. als haere 
suppoosten, kerckmeesters, costers, etc, mitsgaders schole, armen, 
religie etc. is concernerende, in conformite vant 6® capittel vant 
bouck van de voorsechde Hooge Heerlijckbeyt. 1653. i» 

10. Stukken betreffepde aanwassen, malerij, accijnzen. 1513 — 
1657. 

1 band. 

N.B. Op den band staat: » Veertiende bouck van Brunisse, 
bebelsende alle onse landen, de Heerlijckheit volgende, als aen- 
wassen, vroonen, etc. met bet recht van den mole en dwang- 
malerie, mitsgaders de Heerlijcke accysen ende alle den aencleven 
van deselve gerechticheden dependerende. 1657. » 

11. Stukken betreffende tienden. 1578—1656. 

1 band. 

N.B. Op den band staat: dVijftienste bouck van Brunisse, bebel- 
sende alle onse tienden, soo in Botlant ende Oosterlant, nu van 
den capittulen van Westmunster (sic) tot Utrecbt vrygecocht, als 
van de novale, soo in den Stoof polder als in Hardemeet, nu mede 
vant voorsechde capittel dependerende ende te leene gehouden. 
1656.i> 

12. Stukken betreffende de overige jaarlijksche inkomsten. 
1543—1657. 

1 band. 

N.B. Op den band staat : »Zestiende bouck van Brunisse, 
behelsende alle voordere annuelle baeten ende schoonissen int 
veertiende ende vijftiende niet begrepen, met naemen : 1. dijck- 
gravegroote, 2. auditiegelden, 3. chijnzen, 4. plantagie, 5. diensten, 
recognitiên, 6. kaygelden, veren, 7. jacht, 8. vogeleriën, 9. water- 
pachten, 10. overambacht etc. 1657.» 

13. Stukken betreffende buitengewone inkomsten. 1458 — 1665. 

1 band. 

N.B. Op den band staat: »Zeventiende bouck van Brunisse, 
behelsende eenige casuelle ende onsekere baeten ende schoonissen, 
de reste int achtienste bouck sullende volgen, als met naemen : 
1. huldinge etc, 2. recognitiên over beneficiën, 3. naest met alle 
den aencleven, 4. onbeheerde goederen, 5. zeevonden ende ge- 
strangde goederen. 1657.» 



220 

14, Stukken betreflfende de overige buitengewone inkomsten. 
1549—1657. 

1 band. 

N.B. Op den band staat : »Achtiende bouck van Brunisse, behel- 
sende alle voordere casuelle ende onsekere baeten ende schoonissen, 
int seventienste niet begrepen, met naemen : 1. onbeoirde ende 
bastaerde, estrangierse goeden, 2. oversetterie, 3. boeten, breucken, 
compositiên, confiscatiên ende verbeurde goederen, 4. vierschat 
over verschot by dijckrecht, 5. verval van gront by invloet etc. 
1657.» 

II. Archief, g^rootendeels geyormd na 1669, met oudere 
rekeningen en oyerloopers en eenige andere stukken 

yan ouderen datum. 



1. Het ambacht in het algemeen, 

15. Beleenbrieven, octrooien en plakaten. 1567 — 1804. 

1 pak. 

N.B. Hierin komen uitsluitend origineelen voor. Een enkel 
stuk is geliasseerd geweest. De vier oudste akten (1567, 1611, 
1641 en 1653) zijn overgeschreven in nr. 1 fol. 41 tot 44 verso. 

16. Opgave der ambachtsheerlijke rechten van Bruinisse. 1795. 

1 deel. 

N.B. Deze opgave werd gedaan den lö^en September 1795 
door mr. Bonifacius Mogge Pous, als echtgenoot van Gornelia 
Maria de Witte van Elkersee, ter voldoening aan het 4A^ art. 
der publicatie van de Provisioneele representanten des volks 
van Zeeland d.d. 4 Augustus 1795. 

17. Stukken betreflfende de ambachtsheerlijke rechten van 
Bruinisse. 1795—1848. 

1 pak. 

N.B. Hierbij bevindt zich ook een exemplaar van de opgave 
der ambachtsheerlijke rechten (nr. 16). 

18. Deductie der ambachtsheeren. 1795. 

1 deel. 

N.B. Dit is de bekende gedrukte deductie van Johan Canter 
de Munck van 28 December 1795. 



221 

w 

19, Memorie over het eigendomsrecht van aangewassen schor- 
ren en verdronken landen in het Departement der monden van 
de Schelde. 1812. 

1 deeL 

N.B. Uit den boedel van J. Verheye van Citters. 

80. Minuten van stukken, gediend hebbende voor de voor- 
gaande memorie. 1811. 

1 deel. 

N.B. Op den band staat: aOrigineele minuten der stukken, ge- 
diend hebbende ter beantwoording aan het Decreet van Z. Majesteit 
den keizer in dato den 11® January 1811,betreklijkdeaangewasse 
schorren en verdronken gi^onden binnen de provintie Zeeland, thans 
Departement Monden der Schelde, door de grondenaars (pro- 
prietaires fonciers), op den inventaris vermeld, aan den Heer 
Prefect aldaar overgebragt den 9® January 1812.» 

Uit den boedel van J. Verheye van Citters. 

21, Stukken betreffende de aanwassen en schorren in Zee- 
land, in hoofdzaak opgaven der eigendomsrechten. 1811 — 1842. 

1 pak' 

N.B. Uit den boedel van J. Verheye van Citters. 

22. Octrooi tot het houden van eene jaarmarkt te Bruinisse. 
1690. 

1 stuk. 

N.B. Hierbij bevindt zich een afschrift van het desbetreffende 
rekwest, door den arabachtsheer W. de Jonge bij de Staten 
ingediend. 

23 en 24. Wetten, keuren, voorboden, ordonnantiën. 1672 — 
1768. 

1 deel en 1 pak. 

23. 1672—1768. 

1 deel. 

N.B. Dit nummer bevat vier hoofdstukken : 1. politie, 
2. justitie, 3. polderzaken, 4. dorpsfmanciën. Voorin 
bevindt zich het gekleurd wapen van den ambachtsheer 
en zijne kwartieren. De band ontbreekt. 

24. 1672—1721. 

1 pak. 

Hierbij komen twee stukken van ouderen datum voor 
(1621 en 1636), die gebonden zijn geweest, en eenige 
ongedateerde bescheiden. 



25. CoQcept-ordonDantie op de weeskamer. Zonder jaartal. 

1 etuk. 
N.B. Dit concept moet na. 1746 gemaakt lijn, daar de nieuwe 
ordonnantie op de weeskamer te Zierjksee van 13 Haart 1746 
ala voorbeeld beeft gediend. 

26 Memoriaal van ambten. 1653. 

1 deel. 
N.B. Hierin bevinden zich instructtën, commissiën, eedsfor- 
mulieren, Gmoi amen ten, ent. Dit deel is aangelegd door dea 
ambachtsheer Anthony de Jonge in 1653 met enkele latere 
bijvo^ngen tot 1669. Ei' wordt steeds in verwezen naar het 
negende en het tiende kopulaat (zie nrs. 6 en 7). Op den band staal : 
DMemoriael van alle ambten deser heerlijckheyt met hare respec- 
tive comraissiën, instrucliïn, eeden endelboi^ochten. 1653.Leea- 
register cap. 4 fol. 24 over de domeynen van Bruntsse d'Aono 
1654, mitsgaders het 9^ ende 10" copulaet van dese zelfde Hooge 
Heerlijckheyt van 'Brunisse. 1653.» 

27. Voordrachten voor baljuw, burgemeester, BecretariB en 
gemeenteraadeleden. 1804 — 1847. 

1 pak. 

28. Stukken betreffende den baljuw Engelinus Craey. 
1669-1699. 

1 pak. 

29. Stukken betreffende den koster J. Clauset. 1785. 

1 omslag. 

30. Stukken betreffende het recht van lijkschouwing. 
1696—1703. 

1 pak. 
N.B. Deze stukken hebben alle gediend in het proces over 
het recht van lijkschouwing tusachen den ambacbtEbeer eener' 
en burgemeesters en scbepenen van Zieriktiee alg 's graven maoaen 
Beooslen Schelde anderzijds. Hierbij bevinden iich veleretroacta, 
ook afschriften van de procesetukken tusschen den ambachtsbeer 
der Vier bannen van Duiveland (baljuw en hoogschepenen) en 
burgemeesters en scheiienen van Zieriksee over betzelfde recbt 
uit 1745 tot 1751. 

31. Stukken betreffende het recht van calange in cas van 
fraude der gemeene middelen. 1748 — 1786. 

1 pak. 
N.B. Deie stukken hebben alle betrekking op de kwestie 
tnsschen de ambachtsbeeren van Duiveland en den baljuw vin 
Zieriksee. 



223 

9L Brief van den baljuw van Zieriksee over inbreuk op de 
jurisdictie van Bruinisse. 1753. 

1 stuk. 

N.B. Hierbij komt ook een afschrift van den minuut-brief voor. 

SS. Stukken betreffende de zaak van den baliuw David Bal 
tegen Jan Snee vliet over burengerucht en geweldpleging. 1736. 

1 omslag. 

34. Stukken betreffende roof van strandgoederen. 1778. 

1 omslag. 

N.B. De inwoners van Bruinisse, die den roof gepleegd heb- 
ben, worden door den rentmeester van Beoosten Schelde in rechten 
vervolgd. Zij rekwestreeren nu aan de ambachtsvrouw en aan 
baljuw en schepenen om hunne tusschenkomst. 

S5 en 36. Stukken betreffende de mosselvangst. 1707—1790. 

1 lias en 1 pak. 

N.B. Hierin bevinden zich hoofdzakelijk rekwesten van Brui- 
nissenaars aan de Staten om vrije uitoefening van de mossel- 
vangst, waarbij de steun van den ambachtsheer wordt inge- 
roepen. 

35. 1675-1750. 

1 pak. 

N.B. Hierbij komen eenige oudere extracten uit de 
notulen van Gecommitteerde raden voor. 

36. 1751—1790. 

1 lias. 

37. Kadastrale kaart der gemeente Bruinisse. Zonder jaartal. 

15 bladen in 1 portefeuille. 

38. Kaart van een gedeelte der vroonen. 1806. 

1 stuk. 

N.B. Gemerkt als volgt : ccKaartje van de aan den heer Schutter 
in anno 1805 verkogte 3 gemeten vroonen, relatiev ZEd.'s missive 
van den 17 December 1806. — Gemeten door den landmeter 
A. de Graaff den 18 Nov. 1806.» 

89. Kaart van het grondgebied, behoorende bij het Heeren- 
huig. 1804. 

1 stuk. 

N.B. Gemerkt als volgt : «Het Hof te Bruinisse, gemeten door 



224 

my ondergetekende, geadm. landmeter, op ordre van den Weled. 
gestr. Heer den Heer Mr. Jacob Verheye van Gitters en groot 
bevonden in hevender erve met Duivelandsche landmaat als 

volgt 

samen 20 gemeten 112 roeden. — Actum Brunisse den 10 Oct. 
1804. - A. de Graaff.» 

40. Kaart van het Heerenhuis met omgeving. Zonder jaartal. 

1 stuk. 



N.B. Gemerkt: «W. Peterssen.» 

41. Kaart van een stuk weiland. 1785. 

1 stuk. 

N.B. Gemerkt als volgt: «Plattegrond van de zoogenaamde 
Noormonsweye, legende op de Buytenplaats van de WelEd. 
geboore Ambagtsvrouwe te Bruynisse, met de ordinaire landmaat 
opgemete den 10 Juni 1785. — Wm. V. Fraassen.» 



2. Inkomsten en uitgaven van het ambacht 

42. Manuaal van de inkomsten van het ambacht. 1653. 

1 stuk. 

N.B. Dit nummer is geliasseerd geweest. Eeni ge oudere manua- 
len komen voor in nr. 1. 

43 en 44. Ambaehtsrekeningen. 1744—1878. 

2 pakken. 

N.B. Compleete serie van 132 rekeningen. De gewone volg- 
orde der posten is: 1. molenpacht, 2. recognitiën (herbergen, 
veren), 3. cijnzen, 4. binnendijksche aanwas- en visscherijpacht, 
5. jacht, 6. pacht van gras- en boomgewas der wegen, 7. allo- 
diale goederen. Van de inkomsten van het baljuw- en schoutambt 
wordt eene afzonderlijke opgave gedaan, die zich meestal los in 
de rekeningen bevindt ; ook van de gors- en dijkettingen en aan- 
wassen der schorren worden tot 1847/8 afzonderlijke rekeningen 
overgelegd ("zie nr. 66). Beide posten komen veelal pro memorie 
in de ambaehtsrekeningen voor. De rendanten zijn : Stoffel van 
Suuren tot 1750; Leendert van Suuren tot 1794; S. de Graaff tot 
1802; E. E. Schutter tot 1832; D. J. Vleugels Schutter tot 1867 
en jhr. W. M. H. de Jonge tot 1878. Enkele ambachtsrekeningen 
van ouderen datum komen voor bij nr. 1. 

43. 1744—1804. 

N.B. Hierin komen 58 rekeningen voor. 



226 



44. 1805—1878. 



N.B. Hierin komen 74 rekeningen voor. Deze serie 
begint met het bestuur van den ambachtsheer mr. 
Laurens de Witte van Citters (14 September 1804 be- 
leend). — Hierbij bevinden zich vele afzonderlijke me- 
moden : i. van de inkomsten van het baljuv^schap, 
2. van de cijnzen, 3. van de aanwas- en visscherijpach- 
ten, 4. van het beplanten der wegen, en 5. van de 
verpachte hofsteden. 

46. Stukken betreffende den molen. 1731 — 1846. 

1 pak. 

N.B. Deze stukken hebben grootendeels betrekking op het 
erfpachtsrecht van f 100, dat in 1772 bii den verkoop van den 
molen was voorbehouden en in 1846 werd afgekocht. Het wordt 
voor het eerst verantwoord in de rekening 1773/4 (afgesloten 
28 September 1774) en voor het laatst in die van 1846/7 (afge- 
sloten November 1847). 

46. Stukken betreffende de veren. 1654—1837. 

1 pak. 

47. Stukken betreffende de cijnzen. 1830—1879. 

1 pak. 

NB. Hierbij bevinden zich twee stukken van 1690. 

48. Stukken betreffende den brouwerijcijns. 1646 — 1699. 

1 pak. 

N.B. In 1646 werd door den ambachtsheer vergunning ver- 
leend tot het oprichten van eene brouwerij tegen jaarlijksche 
betaling van den grondcijns en een half vat van het beste Maartsche 
bier. — Hierbij ook afrekeningen en contracten, met de brouwers 
gesloten, en één stuk van 181i. 

49. Kohieren van de opbrengsten der binnendijksche aanwas- 
en vjsscherijpachten. 1643 — 1653. 

1 pak. 

N.B. In deze kohieren komen ook de recognitiën van den 
secretaris en den penningmeester voor. Alle stukken znn geliasseerd 
geweest. Het kohier van 1652 ontbreekt, dat van 1653 is in duplo 
aanwezig. 

50. Stukken betreffende de binnendijksche aanwassen. 
1818—1868. 

1 pak. 

(1903) 15 



226 

51. Stukken betreffende de visscherij. 1805 — 1841. 

1 pak. 

62 en 68. Stukken betreffende de jacht. 1650—1868. 

2 pakken. 

52. 1650—1839. 

53. 1839-1868. 

54. Stukken betreffende het beplantenderwegen. 1766— 1867. 

1 pak. 

65. Stukken betreffende heerendieneten. 1693—1696. 

1 pak. 

66. Stukken betreffende het recht van naasting. 1662—1790. 

1 pak. 

67. Stukken betreffende in erfpacht of in opstal gegeven 
schorren. 1859—1870. 

1 pak. 

N.B. Na 1847 worden de schonden en dijkettingen als laatste 
ontvangpost in de ambachtsrekeningen verantwoord, vóór dien 
tijd werden ze afzonderlijk verrekend (zie nrs. 66 tot 75). 

58. Stukken betreffende de gorzingen Sonneschijn en Harde- 
mee. 1867. 

1 pak. 
N.B. Met retroacta en twee kaarten. 

69. Stukken betreffende de dijkettingen van den Stoofpolder, 
1851—1873. 

1 pak. 

N.6. Deze stukken betreffen in hoofdzaak het geschil tusschen 
den ambachtsheer en het bestuur van den Bruinisse- en Stoof- 
polder over het eigendomsrecht van den Stoofpolderdijk. Hierbij 
eén stuk van 1834 en eene memorie over de tienden van den 
Onrustpolder in Noordbeveland. 1872. 

60. Stukken betreffende het geschil over het recht van eigen- 
dom voor de helft in de gors- en dnkettingen van Sir-Jans&nd 
tusschen de ambachtsvrouw van Bruinisse en jhr. H. Steen- 
gracht van Oosterland. 1868—1872. 

1 dossier. 

N.B. In 1872 is deze zaak ten voordeele van jhr. H. Stecn- 
gracht van Oosterland beslist. Hierbij 15 bijlagen. 



i 



227 

61. Stukken betreffende eene geestelijke rente op het ambacht. 
1796-1841. 

1 pak. 

N.B. Deze rente (BTpond Yl.^ kwam vroeger toe aan het kapittel 
van St. Maarten te West-Souourg bij schenking van Anna van 
Bourgondiê. Sinds 1572 werd zi) betaald aan het kantoor van 
de geestelijke goederen te Zieriksee, in 1794 voor het laatst. 
In 1841 stelde de Minister van Financiën pogingen in het werk 
om ze weer in te vorderen, maar de ambachtsheer weigerde te 
betalen. In de rekening 1863/4 (afgehoord 5 December 1864) 
komt ze voor het laatst pro memorie als uitgaafpost voor. 

62. Aanslagbiljetten in de grondbelasting. 1811 — 1883. (1) 

1 pak. 

68. Aanslagbiljetten in het dijkgeschot van den Bruinisse- en 
Stoofpolder. 1867—1878/9. 

1 pak. 

64. Stukken betreffende de inkomsten en uitgaven van het 
ambacht. 1791—1805. 

1 pak. 

65. Correspondentie met den rentmeester (bijna uitsluitend 
relatieven tot de ambachtsrekeningen. 1810—1867). 

1 pak. 

66 en 67. Rekeningen van de gors- en dijkettingen van 
Bruinisse, Hardemee, Rumoirt en Nicke en van de tienden in 
den Stoofpolder. 1733-1847. 

2 pakken. 

N.B. Deze gors- en dijkettingen enz. werden aanvankelijk in 
de ambachtsrekeningen verantwoord, doch later afzonderlijk ver- 
rekend. In 1847 werden de schorren Rumoirt en Nicke ingedijkt 
(Anna-Jacobapolder). Nog in hetzelfde jaar (18 September 1847) 
verkochten de erven van mr. Jacob Verheye van Gitters en vrouwe 

Anna Jacoba de Witte hunne aandeelen (^) aan Willem Frederik 

del Gampo gen. Camp. Sinds dien tijd wordt van de inkomsten 



(1) In hejt rijks archief-depót in Zeeland berusten sinds lang: Uittreksels 
uit den kadastralen legger der gemeente Bruinisse over iÉb% afgegeven 
door den Bewaarder der hypotheken en van het kadaster te Zieriksee 
aan den rentmeester Vleugels Schutter, en eenige andere papieren, die 
vermoedelyk deel hebben uitgemaakt van het archief der heerlykheid. 



228 

en uitgaven der overige schorren (Hardemee, Sir-Jansland, 
tienden in den Stoofpolder) geene afzonderlijke rekening meer 
gedaan, maar worden deze in de ambachtsrekeningen verantwoord 
(zie ambachtsrekening 1847/8). 

66. 1735—1847. 

N.B. Serie van 90 rekeningen, die betrekking hebben 
op de portie, toebehoorende aan dr. Jacob de Witte van 
Ëikersee en erfgenamen. De rekeningen over 1743 vlg. 
loopen respectievelijk over de jaren 1743 — 1746, 1747 — 
17i&, 1750-1753, 1754—1756, 1757—1760, 1761—1764, 
1765-1767, 1768 en 1769, 1770 en 1771, 1772 en 1773. 
Vóór en na dien tnd worden zij jaarlijks gedaan : 
de rekening over 1^02 ontbreekt. In deze rekeningen 
worden ook de dij kettingen van Sir-Jansland verant- 
woord, in die van 1784 tot en met 1804 bovendien de 
verdere goederen in Oosterland en Bruinisse (nieuwe 
meestoof, weidenpacht). — Na 1847, toen de schorren 
van Rumoirt en Nicke waren verkocht, verdwenen de 
afzonderlijke rekeningen (zie de laatste rekening). 

67. 1733—1774. 

N.B. Complete serie van 11 rekeningen, die betrek- 
king hebben op de portie, toebehoorende aan Helena 
de Witte en erfgenamen. Zij loopen respectievelijk over 
de jaren 1733-1742, 1743-17&, 1747—1749, 1750— 
1753, 1754-1756, 1757—1760, 1761-1764, 1765—1767, 
1768 en 1769, 1770 en 1771, 1772 -1774. Na dien tijd 
vervalt deze portie aan den ambachtsheer en worat 
zij in de rekeningen van nr. 66 verantwoord (zie aldaar 
de rekeningen over 1774 en 1775). 

68. Memoriën van verpachte gors- en dijkettingen. 1722 — 1845. 

1 pak, 

N.6. Hierbij ook conditiën van verpachting. Enkele memoriën 
van lateren datum bevinden zich bij de ambachtsrekeningen. 

69. Stukken betreffende het eigendomsrecht der aanwassen, 
gors- en dijkettingen en gestrande goederen. 1692—1698. 

1 pak. 

N.B. Hierbij 16 bijlagen. Alle stukken hebben betrekking op 
de kwestie tusschen den ambachtsheer en den rentmeester-gene- 
raal van Beoosten Schelde over de heerlijke rechten op de aan- 
wassen en strandgoederen. 



229 

70. Stukken betreffende het eigendomsrecht van de schorren 
Rumoirt en Nicke. 1805—1837. 

1 pak. 

71. Stukken betreflfende het recht van kleisteking op de 
schorren Rumoirt en Nicke. 1805—1818. 

1 pak. 

72. Stukken betreflfende de indijking van de schorren Rumoirt 
en Nicke (Anna-Jacoba-polder). 1841—1848. 

1 pak. 

N.B. Hierbij komen enkele stukken van lateren datum (1849, 
4867) en eenige retroacta voor. 

73. Kaart van het zuidoostelijk gedeelte van den polder 
Bruinisse met de schorren van Rumoirt en Nicke 1805. 

N.B. Gemerkt als volgt: «Nieuwe kaart van de zuydoostzyde 
der polder van Bruinisse, het canaal de Zype, 't schorre van 
Rum-oord en Nicke en de noordzyde van Philipland, op ordre 
van den Nationalen inspecteur, de heer A. Dingmans, meetkundig 
opgenomen en gecarteerd by ordinair laag water in Juny Anno 
lo05 door G. de Feyter.» Bovendien staat aan den rechterkant: 
^Schorre van Rum-oord en Nicke, aankomende de nakomelingen 
van vrouwe Maria Magdalena Stavenisse, wed«. de Witte van 
Elkerzee.» 

74. Kaart van het zuidoostelijk gedeelte van den polder 
Bruinisse met de schorren van Rumoirt en Nicke. 1805. 

1 stuk. 

N.B. Gopie van nr. 73. Ook evenzoo gemerkt. Dit exemplaar 
was misschien bestemd [voor het polderbestuur ; in den rechter 
bovenhoek staat althans met potlood : «Dijkgraaf en gezwoorens 
der polder van Bruinisse » 

75. Kaart van de schorren Rumoirt en Nicke. Zonder jaartal. 

1 stuk. 

N.B. Blijkbaar eene copie van het correspondeerende deel 
der kaarten nrs. 73 en 74. Hierbij een opgave van de grootte 
dezer schorren. 

76. Rekeningen van de dijkettingen van jonkvrouw A. J. de 
Witte van Citters. 1865—1879. 

1 pak. 

N.B. Hierin 44 rekeningen. De rendanten zijn : D. J. Vleugels 
Schutter (tot 1867) en jhr. W. M. H. de Jonge te Zieriksee. 



230 

Hierbij enkele relatieven. Deze portie in de dijken was aan jonk- 
vrouw A. J. de Witte van Citters toebedeeld bij de scheiding 
des boedels van jhr. mr. L. de Witte van Citters 10 Mei 1865. 
Na 1879 is zij waarschijnlijk aan den ambachtsheer vervallen. 

3. Yerschilleiide administratiëii, waarbQ de ambachtsheer 

betrokken is. 

a. Pldats. 

N.B. Tot deze afdeeling behooren alle stukken, die 
betrekking hebben op het dorp of de latere gemeente. 

77 en 78. Dorpsrekeningen. 1586—1793. 

2 pakken. 

N.B. De rekeningen zijn 150 in getal; zij werden afgehoord 
door den ambachtsneer en baljuw en schepenen. De rendanten 
zijn Adriaen Pieterse, schout, c. 1592; Johan van Hertsbeke, 
baljuw, tot 1601; Willem van Hertsbeke, baljuw, tot 1605; Gorijn 
Gornelis Jacobssen tot 1610; Willem van Hertsbeke tot c. 1616; 
Hubrecht Janssen tot 1637; Davidt Maertsen tot 1610; Gornelis 
Engelsse Graeye tot 1649; Dyngeman Willemse in den Boogert 
tot c. 1655; Abraham de Decker, baljuw, tot 1665; Engel Gor- 
nelisse Graey, secretaris, tot 1669; (van 1669 tot 1707 ontbreken 
de rekeningen) Stoffel van Suuren, secretaris en ontvanger der 
dorpsmiddelen, tot 1748 ; en Leendert van Suuren, de beide eereto 
jaren voor zijne moeder, daarna voor zich zelf als ontvanger der 
dorpsmiddelen, tot 1795. 

77. 1586—1668. 

N.B. Serie van 67 rekeningen, waaronder enkele 
dubbelen (1594/5, 1595/6, 1597/8, 1598A 1611/2;, en 
eene in twee gedeelten (1630). Sommige rekeningen 
waren bestemd voor den rendant, andere voor «de 
plaetse». De rekeningen 1587, 1590/1, 1592/3, 1593/4, 
1616 tot 1622, 1650/1 en 1655 tot 1664 ontbreken. Over 
1639 is geene afzonderlijke rekening gedaan. Alle zijn 
geliasseerd geweest. 

78. 1708-1793. 

N.B. Gomplete serie van 83 rekeningen, waaronder 
enkele dubbelen (1712/3. 1713/4, 1729/30, 1770/1), eene 
concept-rekening (1758/9) en eene tweejarige (1735 — 
1737) en eene zevenjarige (1758—1765). In deze laatste 
rekening verdwijnen de ontvangposten van het «honden- 
geld)) van de oude en nieuwe meestoof, wegens weige- 
ring van betaling der geïnteresseerden ; in de rekening 



231 

1765/6 komt voor het eerst de ontvangpost der asch- 
bakken (1 Mei 1766 tot 1 Mei 1767) voor, die zich 
vroeger in de armenrekening bevond (zie nr. 97). Buiten 
op de rekening 1713/4 staat: aPlaetsrekeningen van 
Brunisse; in H kasje op Brunisse leggen er nog meer.» 

79. Memoriaal van den ontvanger der dorpsmiddelen Johan 
van Hertsbeke. 1595—1598. 

1 deel. 

N.B. Dit deel is in kwartoformaat, zonder band en geliasseerd 
geweest. Boitenop staat : «Rekenboeck van ontfanck ende utgeven, 
by Johan van Hertsbeke gehadt van de middelen ende lasten 
deser heerlijckheyt Brunisse Beoostenduvelant 1595.2> Hierin komen 
vele aanteekeningen voor van den ambachtsheer Anthony de 
Jonge. 

80. Kohieren van de huisschatting. 1578—1603. 

1 pak. 

N.B. Hierin bevinden zich 3 exemplaren van het kohier van 
den 20st«n penning der huishuren over 1578, waarvan 2 bovendien 
bevatten de kohieren van de 8 grooten hemelsbreedte over den 
polder Bruinisse, van den 12^en penning van alle geestelijke en 
wereldlijke tienden en van den 12<*öo penning der pachten van 
stellen, schorren, buitengorzen en dij kettingen. Een van deze 
beide laatste exemplaren is gemerkt : a Voer mynen heetten schoutei 
ende schepenen van Bruynisse Beoestenduvelant.» De andere 
stukken van dit pak zijn een kohier van den 100^*®° penning over de 
huizen van 1580 en een kohier van den dubbelen 100 **«" penning 
over de huizen van 1603. Alle stukken zijn geliasseerd geweest. 

81. Kohieren en rekeningen van de huisschatting of den dub- 
belen 100s*«° penning op huizen, schuren en meestoven. 1707 — 
1793. 

1 pak. 

N.B. Het eerste kohier is een fragment, de stukken over 
1708 tot 1711, 1728, 1730 tot 1737, 1740 tot 1749 ontbreken. De 
kohieren zijn opgemaakt door baljuw en schepenen; de rekeningen 
zijn gedaan aoor den ontvanger der huisschatting aan den 
ambachtsheer en schepenen. Het batig slot wordt in de dorps- 
rekeningen overgebracht. 

82. Stukken betreflfende de huisschatting. 1665 — 1668. 

1 pak. 

N.B. Bijna alle stukken zijn geliasseerd geweest. Hierby 
bevindt zich het kohier van de huisschatting over 1664 en een 
brief van Jacob van den Velde, ontvanger van den 200^t«ö penning 
over Schouwen en Duiveland, aan baljuw en schepenen over den 
lOOsten penning. 1615. 



232 

85. Stukken betreffende het kaai- en straatgeld. 1734—1778. 

1 omslag. 

84. Stukken betreffende de bestrating. 1683 en 1684. 

1 lias. 

N.B. Hierbij bevindt zich een los stuk over bestrating van 1782. 

86. Stukken betreffende de defensie. 1622—1795. 

1 pak. 

N.B. Hierin bevinden zich stukken over de forti ficatiên, de 
hoeveelheid granen enz. 

86. Stukken betreffende de landwacht. 1602—1744. 

1 pak. 

N.B. Hierin komen ook eenige rekeningen voor over deland- 
wacht. 

6. Kerk. 

87 en 88. Kerkerekeningen. 1660-1794. 

2 pakken. 

N.6. Deze rekeningen (114 in getal) woMen gedaan door den 
ontvanger der kerkemiddelen (administreerenden kerkmeester) 
aan den ambachtsheer, baljuw en schepenen 'en predikant en 
kerkeraad. Ze zijn alle in kwartoformaat. Enkele oudere kerke- 
rekeningen komen voor in nr. 9. De rendanten zijn : Stoffel 
Rochussen tot c. 1662; Henricus Warendorp, predikant, tot 1675; 
Willem in den Boogert voor de weduwe Warendorp tot 1676; 
Leendert Mary nissen Vloeyhil tot 1677 ; Anthony Brouwer, secre- 
taris, tot 1678 ; Jan Gornelisse Gole tot 1681 ; Boudewijn Stoffelse 
Vloeyhil tot 1682; Jan Gornelisse Gole tot 1683; Adriaen Janse 
Straven tot 1685 of 1686 ; Jan Gornelisse tot 1693 ; Charles du 
Bois tot 1707; Jacobus Bliek tot 1724/5; Joosde Waal tot 1747/8; 
Jasper Bal tot 1749; Jan Jacobsz. Zoeter, school- en kerkmeester, 
tot 1762/3; Marinis Braam tot 1780; Leendert van Suuren tot 
1781 ; en Jacob Glauset tot 1794. 

87. 1660—1749. 

N.B. Serie van 69 rekeningen, waarvan enkele in 
duplo aanwezig zijn (1746/7 en 1747/8) en sommige 
over eenige jaren loopen (1667—1670,1670—1675,1683 
— 1685). De rekeningen over de jaren 1662 tot 1667, 
1685/6, 1692/3, 1713 tot 1718, 1741 tot 1743 en 1744/5 
ontbreken. Op de tweede rekening staat : «Siet de reke- 
ninge ende obligatie in de doose van Duvelant.» 



r 



233 

88. 1749-1794. 

N.6. Complete serie van 45 rekeningen. 

I. Kohier van alle landerijen, toebehoorende aan de kerken 
en pastorieën van Nieuwerkerke, Oosterland, Bruinisse, Schou- 
wen, Zonnemaire en Noordgouwe met de annexe polders en 
Sommelsdijk. 1661. 

1 stuk. 

N.B. Hierbij bevindt zich een kohier van verpachting der 
geestelijke landen onder Vosmeer. 1646. 

90. Stukken betreflfende het eollatiereeht, lijsten van predi- 
kanten (sedert 1590), van kerkegoederen, beseheiden betreflfende 
de schoolmeesters enz. 1658 — 1848. 

1 pak. 

c. Armen. 



91—97. Armenrekeningen. 1595—1794. 

1 deel en 6 pakken. 

N.B. De rekeningen (163 in getal) werden afgelegd door een 
of twee diakenen vooi* de kerkearmen benevens twee ot drie 
armmeesters vande plaetse wege aan ambachtsheer, baljuw 
en schepenen en kerkeraad. Van 1706/7 af komt achterin eene 
afzonderlijke rekening voor vande administratie der legaten, door 
den ambachtsheer Willem de Jonge in 1705 aan het gasthuis 
vermaakt. 

91.^ 1595-1597. 

1 deel. 

N.B. Hierin twee rekeningen 1595/6 en 1596/7. Dit 
nummer is in kwartoformaat en geliasseerd geweest. 

92. 1604-1616. 

N.B. Hierin 9 rekeningen. In de serie ontbreken die 
over de jaren 1606/7, 1608/9 en 1611/2. Ook de rekeningen 
van 1616 tot 1629 zijn afwezig. 

93. 1629—1673. 

N.B. Serie van 40 rekeningen. Die over de Jaren 
1732A 1633/4, 1635/6 en 1669/70 ontbreken. Alle zijn 
geliasseerd geweest. 



234 



94. 1673-^1697. 



N.B. Complete serie van 24 rekeningen. Alle zijn 
geliasseerd geweest. 

95. 1697—1726. 

N.B. Serie van 24 rekeningen. Die over de jaren 
4713 tot 1718 ontbreken. 

96. 1726—1761. 

N.B. Complete serie van 31 rekeningen, waarvan 
sommige over meer dan één jaar loopen (1744 tot 
1746, 1746 en 4747, 1748 en 1749 en 1756 en 1757). 

97. 1761—1794. 

N.B. Complete serie van 33 rekeningen. In de 
rekening 1765/6 komt voor het laatst de ontvangpost 
van de aschbakken voor; na dien tyd bevindt deze 
zich in de dorpsrekeningen (zie nr. 78). 

98. Stukken betreffende de armen. 1658—1797. 

1 pak. 

d. Meestoof. 

99. Rekeningen van de nieuwe meestoof. 1644 en 1666. 

1 pak. 

N.B. Deze rekeningen zijn copieën ; beide zijn geliasseerd 
geweest. Op den omslag staat: «YII liasse ofte copulaet van 
stoofrekeningen, slet mede int 9^ copulaet.9 Zie de noot bij 
Afdeeling I. 

100. Rekeningen van de oude meestoof. 1685—1756. 

1 pak. 

N.B. Hierin 13 rekeningen over de jaren 1685, 1687, 1690 
tot 1692, 1695, 1696, 4698, 1700, 1707, 1709, 1714, 1756 ; de overige 
ontbreken. Zij werden gedaan door den boekhouder aan de 
«parteniersï) ; enkele zijn geliasseerd geweest. 

lOi en 102. Register van de meekeur voor beide stoven. 
1675—1691. 

2 deelen. 

101. 1675—1681. 



r 



235 

102. 1681—1691. 

N.B. Yóórin bevinden zich de namen van den deken 
en de keurmeesters. 

lOS en 104, Stukken betreffende de meestoven. 1655 — 1764. 

2 pakken. 

103. 1655—1666. 

N.B. Hierbij komen ook enkele stukken over de waag 
voor. Vele stukken sijn geliasseerd geweest. 

104. 1676-1764. 



e. Polder Bruinisse. 



N.B. In 1770 werd de Stoofpolder, die vóór dien 
tijd een zelfstandig waterschap uitmaakte, volgens besluit 
der Staten van 1 Maart met den polder Bruinisse ver- 
eenigd (zie nrs. 113 tot 116 en nrs. 138 tot 144). 

1«5-116. Polderrekeningen. 1551—1809. 

12 pakken. 

N.B. Deze rekeningen, 230 in getal, werden gedaan door 
den klerk of penningmeester aan ambachtsheer, dijkgraaf en 
gezworens en ingelanden (aanvankelijk eenige van de breedste 
geërfden) enkele malen ook in presentie van den Gecommitteerde 
der Staten van Zeeland (1578) of van den rentmeester van Beoosten 
Schelde over het extraordinaris (1586, 1588). Het zijn in hoofdzaak 
origineelen, doch er komen ook copieën bij voor. De rendanten 
zijn: Pieter Thonisse tot 1554/5; Heyn Thonisse (Hendrik Thonisse 
Block, Heyn Theunisse) tot 1567 ; Gilles Pietei-s tot 1570 ; Heyn- 
ric Anthony Block tot 1571 ; Cornelis Matensz. tot 1.574 ; Jan 
Leynsz. tot 1577/8; Cornelis van der Heyde tot 1579; Antonis 
Heynesse Block tot 1593; Arnoldus Fossaert tot 1593/4; Cornelis 
Jacobsse tot 1613; (de rekeningen van 1613 tot 1639 ontbreken) 
Marynis Maeiise (Maertinsse) tot 1652; Jan Marvnis Bal, eerst 
als substituut, later als penningmeester, tot 1700/1 (de rekening 
over 1701 is gedaan door zijn zoon Jasper Jansse Ball) ; Dinge- 
man in den Boogert tot 1708; Stoffel van Suuren tot 1750; Leendert 
van Suuren tot 1793; Simon de Graaff tot 1802; Ëverard Egidius 
Schutter tot 1809. 

105. 1551—1561. 

N.B. Hierin bevinden zich 7 rekeningen. Die over 
de jaren 1552, 1553, 1556 en 1559 ontbreken. Alle zijn 
in kwartoformaat en geliasseerd geweest. 



236 

106. 1564—1613. 

N.B. Hierin bevinden zich 47 rekeningen, waarbij 
over enkele jaren boven de gewone rekeningeene extra- 
ordinaire rekening voorkomt (1570, 1578, 1584, 1585); 
die over de jaren 1568, 1573, 1575, 1576, 1587, 1590 
en 1592 ontbreken. Ook die van 1613 tot 1639. Alle 
zijn geliasseerd geweest. 

107. 1639—1659. 

N.B. Complete serie van 21 rekeningen. Alle zijn 
geliasseerd geweest. 

108. 1660—1692. 

N.B. Complete serie van 34 rekeningen, waaronder 
eene van het extraordinaris geschot van 1682 en eene van 
dat van 1683, 1684 en 16iB7 te zamen, welke laatste 
afgehoord is in 1691. Over 1682 en 1683 samen is slechts 
eene rekening gedaan. Alle rekeningen zijn geliasseerd 
geweest. 

109. 1693—1708. 

N.B. Complete serie van 17 rekeningen, waaronder 
eene van het extraordi naris geschot van 1691 (vóór in 
de rekening over 1700). 

110. 1709—1745. 

N.B. Hierin bevinden zich 35 rekeningen; die van 
1722/3 ontbreekt; die van 1721/2 en van 1726/7 loopen 
beide over anderhalf jaar. 

111. 1745-1757. 

N,B. Hierin bevinden zich 17 rekeningen, waaronder 
4 extraordinaire van het zinkwerk (rijs, staken enz.) in 
het Mastgat over de jaren 1745, 17&— 1748, 1749 en 
1750—1754 en eene extraordinaire van de nieuwe 
steenen zeesluis, 1749. 

112. 1758—1768. 

N.B. Hierin bevinden zich 13 rekeningen, waaronder 
2 extraordinaire van het werk in het Mastgat (leggen 
van een blinden dam enz.) 1762 en 1768. 

113. 1769-1779. 

N.B. Hierin bevinden zich 12 rekeningen, waaronder 
eene extraordinaire van het verlengen der inlaag 1778. 
In de rekening van 1770 en volgende jaren wordt ook 



237 

de ontvang en uitgaaf van den Stoofpolder verantwooixl, 
waarover vroeger afzonderlijke rekeningen veerden over- 
gelegd (zie nrs. 138 tot 144). 

114. 1780—1788. 

N.fi. Hienn bevinden zich 10 rekeningen, waaronder 
eene extraordinaire 1783. 

115. 1789—1802. 

N.6. Hierin bevinden zich 10 rekeningen ; die van 
1796 tot 1799 ontbreken. 

116. 1808—1809. 

N.B. Hierin bevinden zich 7 rekeningen. 

117-119. Doublen van polderrekeningen. 1651—1749. (1) 

3 pakken. 

N.6. Hierin 52 rekeningen (alle copieën). 

117. 1658—1699. 

N.B. Hierin 30 rekeningen, waaronder eene van het 
extraordinaris geschot van 1682 en eene van dat van 
1683, 1684 en 1687 te zamen, welke laatste is afgehoord 
in 1691. Over 1682 en 1683 samen is slechts éëne reke- 
ning afgelegd. De rekeningen 1659 tot 1661, 1663,1667 
tot 1671, 1676, 1677, 1681, 1685 en 1693 ontbreken. 

118. 1700-1704. 

N.B. Hierin 6 rekeningen, waaronder van 1702 
2 exemplaren. 

119. 1731-1749. 

N.B. Hierin 16 rekeningen, waaronder 2 exemplaren 
van 1731 en eene extraordinaire van het zinkwerk in 
het Mastgat 1746—1748. De rekeningen 1736, 1738, 
1740, 1743 en 1745 ontbreken. 

180—122. Overloopers of veldboeken van den Bruinisse- 
polder. 1573—1807. 

3 pakken. 

N.B. Achter in vele der overloopers bevinden zich het vergaar- 
boek en het dijkboek. 



(1) In het archief van de Rekenkamer van Zeeland komen voor de 
rekeningen van den polder Bruinisse 1715—1804. 



238 



120. 1573-1691. 



N.B. Hierin bevinden zich 5 overloopers: 1573,1577 
(één origineel en ééne copie), 1584 en 1591. Alle zijn in 
kwartoformaat en geliasseerd geweest. 

121. 1697—1696. 

N.B. Hierin bevinden zich 15 overloopers : 1597, 1604, 
1612, 1619, 1626, 1633, 1640, 1647, 1654, 1661, 1668, 
1675, 1682, 1689 en 1696. Achter in 6 dezer overloopers 
komt ook het vergaarboek voor (1654, 1661, 1668,1675, 
1682, 1689), in de vier eerste dezer bovendien nog het 
dijkboek (1654, 1661, 1668, 1675). Van den eersten over- 
looper (1597) ontbreken de eerste bladen. Behalve die 
van 1633, 16B9 en 1696 zijn ze alle geliasseerd geweest. 

122. 1703—1807. 

N.B. Hierin bevinden zich 9 overloopers : 1703,1710, 
1717, 1731, 1737, 1744, 1751, 1765 en 1807. Achter in 
eiken overlooper komt het vergaarboek voor, in dien 
van 1710 bovendien nog het dijkboek, in dien van 1807 
komen ook een afzonderlijke overlooper en een vergaar- 
boek van den Stoofpolder voor. De eerste overlooper 
(1703) is geliasseerd geweest. 

iSS. Vergaarboeken van den Bruinissepolder. 1573 — 1640. 

1 pak. 

N.B. Hierin 8 vergaarboeken : 1573 (één origineel en ééne ge- 
schonden copie) : 1577, 1605, 1612, 1626, 1633, 1640. Alle zijn in 
kwartoformaat en geliasseeixl geweest. Vergaarboeken van lateren 
datum bevinden zich bij de overloopers (zie nrs. 121 en 122). 

124. Dijkboeken van den Bruinissepolder. 1584 — 1696. 

1 pak. 

N.B. Hierin 9 diikboeken: 1584, 1591 (2 exemplaren), 1598, 
1619, 1626, 1647, 1682 en 1696. Ze zijn in kwartoformaat en 
behalve de beide laatste alle geliasseerd geweest. In het diikboek 
van 1647 bevindt zich ook het dnkboek van den Stoofpolder. De 
dijkboeken van 1654, 1661. 1668, 1675 en 1710 komen voor bij 
de overloopers (zie nrs. 121 en 122). Voor in de vier eerste 
nummers staat : «Den dijckboeck van Brunisse Beoostenduvelant, 
verhevent ende overgezet uyt den ouden veltboec, welcken diic 

gestelt es in drie deelingen , dewelcke voirnoemde 

deelyngen noch gedeelt zijn in acht cavelen ofte hevenen, die 
gelicht ende gezwaert zijn by dijcgrave ende gezworens naer 
haer beste wetenschap, ende daernaer by den hevenaers eenen 
blinden cavel getrocken volgende altijts d'eerste in d'eene, 
d'eerste in de andere ende d'eerste in de derde deelinge ende 
volgens dien zulcx gesmaldeelt ende op den dyc gecavelt . . . .» 



239 

12S-127. Stukken betreffende de inundatie. 1682 en 1683. 

1 deel en 2 pakken. 

125. 1682. 

1 deel. 
N.6. Zonder band. 

126. 1682. 

1 pak. 

N.6. De stukken zijn genummerd i tot 31. Hierbij 
bevindt zich eene inhoudsopgave. 

127. 1682 en 1683. 

1 pak. 

N.B. De stukken zyn genummerd 1 tot 20. Hierbij 
bevindt zich eene inhoudsopgave. 

128. Stukken betreffende het Spui. 1594—1626. 

1 lias. 

129. Stukken betreffende de traktementen van dijkgraaf en 
gezworens en andere beambten. 1767 en 1768. 

1 pak. 

130—132. Ingekomen brieven en minuten van verzonden 
brieven. 1673—1847. 

3 pakken. 
N.B. Hierin ook eenige andere stukken. 

130. 1673-1734. 

N.B. Hierin ook origineele brieven van aanstelling 
van dijkgraven. 

131. 1738—1796. 

132. 1804—1847. 

13S— 185. Stukken betreffende den polder in het algemeen. 
1674—1804. 

3 pakken. 

N.B. Hierin bevinden zich hoofdzakelijk memoriên, rapporten, 
verslagen, meenteboeken (notitiën van uitbesteding van matwerken) 
en minuten van verzonden rekwesten. 

133. 1674-1734. 

134. 1737—1763. 

135. 1756—1804. 



240 

198. Kaart van de waterweringen van Bruinisse. Zonder 

jaartal. 

1 stuk. 

N.B. Gemerkt als volgt: «Getrokken uit de Atlas, aantoonende 
de dijken en onderzeesche oevers van de calamiteuse polders in 
Zeeland, volgens opnemingen en peilingen gedaan in 1860, ver- 
zameld door den Hoofdingenieur Jonkheer J. R. T. Ortt.» 

137. Kaart van den dam in 't Mastgat. Zonder jaartal. 

1 stuk. 

N.6. Gemerkt als volgt: «Kaarte van den Dam in 't Mastgat, 
gelegt den Zomer 1768, met zün diepte gepeylt den 16 Aug. 
desselven jaars, doen het water 6 voet was boven leegwater, zoo- 
dat van yder diepte 6 voet moet worden afgetrokken.» 



ƒ. Stoofpolder. 

N.B. De Stoofpolder vormde tot 1770 een zelfstandig 
waterschap ; toen echter werd hij onder den Bruinisse- 
polder gesteld «om met denzelven van dien tijd af aan 
onafscheidelijk in posterum te blyven vereenigd en te 
samen niet meer dan eene gemeene watering uit te 

maken , wordende dijkgraaf, gezworens 

en ingelanden zoo van den Bruinisse- als Stoofpolder 
vervolgens gelast, met en na dezen loopenden jare het 
doen van afzonderlyke rekening der inkomsten en uit- 
gaven van den Stoofpolder, mitsgaders de betaling der 
tractem enten, leges en ontfangloonen, welke daarin 
wegens het bestuur dezer dykagie en de administratie 
van hare penningen plegen gebragt te worden, aan- 
stonds te doen ophouden en cesseren }o (Statennotulen 
4 Maart 1770). 

13S— 141. Rekeningen van den Stoofpolder. 1625-1769. 

4 pakken. 

N.B. Hierin bevinden zich 138 rekeningen, alle kwartoformaat. 
In hoofdzaak zijn het origineelen doch er komen ook copieën bij 
voor. De rendanten zijn: Marynis Martinsse tot 1651; Jan Marynis 
Ball tot 1700 ; Jasper Jansse Ëall van wege zijn vader tot IvOl ; 
Dingeman in den Boogert tot 1708 ; Stoffel van Suuren tot 1750 ; 
en Leendert van Suuren tot 1770. De rekeningen werden afge- 
hoord door den ambachtsheer, dijkgraaf en gezworens en de inge- 
landen. Enkele rekeningen van ouderen datum bevinden zich 
bij nr. 3. Voor rekeningen na 1770 zie men nrs. 113 tot 116. 



241 



138. 1625-1662. 



N.B. Hierin 35 rekeningen ; die over 1629 en 1640 
ontbreken : over de jaren 1638 en 1639 samen wordt 
éëne rekening afgelegd. Behalve de laatste (eene copie) 
zijn alle rekeningen geliasseerd geweest. 

139. 1663-1691. 

N.B. Hierin 27 rekeningen ; over de jaren 1682 en 
1683 samen wordt éëne rekening afgelegd ; alle zijn ge- 
liasseerd geweest. 

140. 1692-1731. 

N.B. Hierin 38 rekeningen. Over de jaren 1718 en 
1719 samen wordt ééne rekening afgelegd ; eveneens over 
de jaren 1728 en 1729. 

141. 1732-1769. 

N.B. Hierin 38 rekeningen. 

142. Doublen van rekeningen van den Stoofpolder. 1626 - 
1764. (1) 

1 pak. 

N.B. Hierin 70 rekeningen (alle copieën), waarvan de 6 eerste 
geliasseerd zijn geweest. Over de jaren 1682 en 1683 samen 
wordt ééne rekening afgelegd, eveneens over de jaren 1718 en 
1719 en 1728 en 1729. De volgende rekeningen ontbreken : 1629, 
1632, 1634 tot 1657, 1659, 1663 tot 1664, 1668 tot 1671, 1680, 
1681, 1690, 1692 tot 1698, 1713, 1733, 1735 tot 1737, 1740,1744, 
1745, 1747, 1750 tot 1763. 

143. Overloopers van den Stoofpolder. 1640—1765. 

1 pak. 

N.B. Hierin 23 overloopers over de jaren 1640, 1647, 1654 
(2 exemplaren), 1661, 1668, 1675 (2 exemplaren), 1682 (2 exem- 
plaren), 1689, 1696, 1703 (2 exemplaren), 1710 (2 exemplaren), 
1730 (3 exemplaren), 1737 (2 exemplaren), 1744 en 1765. Ze zijn 
in kwartoformaat en ten deele geliasseerd geweest. De overlooper 
van 1807 bevindt zich bij den overlooper van den Bruinissepolder 
(zie nr. 122). 

144. Stukken betreffende den Stoofpolder in het algemeen. 
1783—1770. 

1 omslag. 



(1) In het archief van de Rekenkamer van Zeeland komen voor de 
rekeningen van den Stoofpolder 1715—1769. 

(1903) ' 16 



242 



4. Taria. 

145. Testamenten der ambachtsheeren en -vrouwen. 1667— 
1769. 

1 pak. 

N.B. Hierin de testamenten {copieën en concepten) van Anthony 
de Jonge 4667, van Willem de Jonge 4705, van Anthony Nollens 
4745 en van Maria Magdalena Stavenisse, weduwe dr. Jacob de 
Witte van Elkersee, 4769. Met bijbehoorende stukken. 

146. Stukken betreffende het proces over erfeniszaken tus- 
schen Anthony de Jonge en zijn zwager mr. Herbert van 
Beaumont, secretaris van de Staten van Holland, voor den 
Hoogen raad van Holland gevoerd. 1655 — 1660. 

1 band. 

N.B. Hierbij vele retroacta van 4546 af; de 53 eerste bladen 
ontbreken. Elk blad is gemerkt : «46». Vóórin staat : «Deze bundel 
stukken is met toestemming van den Gemeenteraad van Zierikzee, 

zie notulen ?, aan G. H. de Witte van Gitters, 

echtgen. v. A. A. des Tombe afgestaan.» 

147. Minuut van den inventaris en de rekening van den 
boedel van Maria Magdalena Stavenisse, weduwe dr. Jacob de 
Witte van Elkersee. 1784. 

1 deel. 

N.B. Hierin bevinden zich vele bijbehoorende stukken, ook 
aanteekeningen over de ceremoniën bij de begrafenis.. 

148. Stukken betreffende de Vier bannen van Duiveland. 1660. 

1 deel. 

N.B. Deze stukken (beleenbrieven, transportbrieven) zijn in 
4660 op last van Anthony de Jonge in dit deel geregistreerd. 

149. Decreetbrieven van de ambachten Nieuwerkerk, Ouwer- 
kerk en Kapelle. 1566. 

1 pak. 

150. Overlooper van de Drie bannen in Duiveland (Nieuwer- 
kerk, Oude Nieuweland en Kapelle). 1647. 

1 deel. 

151. Vergaarboek van Ouwerkerk. 1716. 

1 deel. 



243 

152. Stukken betreffende het ambacht Botland. 1590—1767. 

1 pak. 

N.B. Botland werd in 4767 verkocht door de ambachtsvrouw 
van Bruinisse aan mr. J. van der Mandere, heer der Vier bannen 
van Duiveland. Het archief van Botland werd toen ook ovei*ge- 
geven. Een inventaris daarvan berust bij deze stukken. (Hierop 
worden o. a. drie schepenregisters vermeld : 1646 tot 1667, 1668 
tot 1749, en 1749 vJg., waarvan alleen het laatste thans voor- 
handen is bij het rechterlijk archief.) 

153. Stukken van Anthony de Jonge in zijne kwaliteit als 
secretaris van de Rekenkamer, als pensionaris van Middelburg en 
als afgevaardigde naar de Staten-Generaal. 1644 — 1668. 

1 pak. 

N.B. Hierin concepten en minuten van verzonden brieven, 
ingekomen stukken enz., grootendeels betreffende den vrede met 
den bisschop van Munster. 1666. Ook enkele stukken, thuis behoo- 
rende in het archief der stad Middelburg, bevinden zich hierbij. 

154. Stukken betreffende het waterbaljuwschap. 1533 — 1629. 

1 pak. 

N.B. Deze stukken zijn af komstig uit het archief van de Reken- 
kamer van Zeeland ; op vele bevinden zich aanteekeningen van 
de hand van den griffier Pieter Coorne. 

155. Brief uit Oost-Duiveland tijdens het beleg van Zierik- 
zee in 1576, medegedeeld door jhr. mr. J. de Witte van Citters. 
1868. 

1 stuk. 

N.B. Overgedrukt uit de Bijdragen voor Vaderlandsche Ge- 
schiedenis en Oudheidkunde N. R. V (3 exemplaren). 

156. Inventaris van archiefstukken en andere bescheiden. 1705. 

1 stuk. 

N.B. Deze inventaris, opgemaakt bij den dood van den ambachls- 
heer Willem de Jonge, is hierachter als Appendix afgedrukt. Buiten 
op staat : «Memorie van de pampieren, bevonden in den boedel 
van den heer Willem de Jonge, Heer van Bruinisse.» (Zie de 
noot bij Afdeeling I.) 

157. Inventaris van het archief van de ambachtsheerlijk- 
heid Bruinisse. 1902. 

N.B. Deze inventaris werd opgemaakt bij den dood van de 
ambachtsvrouw Caroline Hester des Tombe, geboren De Witte 
van Citters. Hij telt 61 nummers, waaronder enkele, die niet 
tot het ambachtsarchief behooren. Voorin ligt eene losse lijst der 
ambachtsheeren van 1467 tot 4865. 



244 
Appendix. 



Memorie van de pampieren, bevonden in den boedel van 
den heer Willem de Jonge, Heer van Bruinisse. (1) 

Memorie van de stucken en papieren, leggende 
in het witte eike kasje in den boedel van den 
WelEd«° heer Willem de Jonge van Bruinnis. 

1« loquet aan de regterhand. 

De pagtboeken van de heer Antoni de Jonge van Brunis 
tsedert 1642 tot 1669; 2 boeken van eigendom van Sijn Ed«« 
alodiale goederen en eenige verdere van Sijn Ed<* saken. 

in het easje onder gemelde loquet. 

De stucken, rakende het huywelijck van de heer Antoni de 
Jonge van Bruinis en vrou Elisabet van Hersbeque. 1631. (2) 

Nogh rakende het huywelijck van Sijn Ed® met vrou Agata 
de Witte van Haemstede. 

aldaer. 

Stucken, rakende het huywelijck van juff vrouw Magdalenade 
Jonge met dheer fiscael Willem Roels. 

Item van juffvrouw Elisabet de Jonge met dheer Willem 
Thielenus. 

Item van juffvrouw Catharina de Jonge met dheer Dignus 
Nollens. 

Item van Antonia de Jonge met dominus Arnoldus de Rijke. 



Si) No. 156 van den Inventaris. Zie de Inleiding en de noot bij 
eeling I. 
(2) Onduidelijk uitgedrukt of onjuist. Anthony de Jonge was in 1631 
getrouwd met Catharina Hoffers. Zijne moeder heette Elisabeth van 
Hertsbeke, zijne tweede vrouw Agata de Witte van Haamstede. 



246 

2® loquet onder gemelde kasje. 

Stucken, die gedient hebben tot reddinge van den boedel 
van dheer Pieter de Jonge van Bruinis. 

3® loquet onder 't voorschreven. 

Stucken van administratie, die Sijn Ed® heeft gedaen soo van 
Sijn Ed® suster Magdalena, voor de vrou van Haemste, raets- 
heer Hoffer van Swanenburgh en eenige rekeningen van Jan, 
Comelis en Leendert Verspoor, aen Sijn Ed® gedaen. 

aldaer. 
Stucken, rakende den boedel van dheer Jan van Bruinis. 

int 1® cleine loquet onder het middelste kasje. 
Stucken, rakende goederen in Oosteland en 's-Heer-Jansland. 

daeronder aen. 
Stucken, rakende de goederen in de Vier bannen. 

daeronder aen. • 

Die der goederen in Vosmaer en Zierikzee, mitsgaders van 
de Vlaemsche tienden. 

daeronder aen. 

Promosiebrieven van den heer van Bruinis en eenige 
quitantiën. 

int hoogste clein loquet naest de voorengemelde. 

Stucken, rakende de niewe meestove en vermaken van de 
strate tot Bruinisse en een paquet met oude actiën en andere 
oude gepasseerde saken in Bruinis. 

daeronder aen. 

Eenige oude pagtcedullen van de landen en dijeken in Brui- 
nis etc. 

loquet daeronder. 

Brieven van de secretaris Boogert, baljuw Cray, pensionaris 
Caen en baljuw Verspoor. 



246 

loquet daeronder. 
Brieven van verschelde luyden. 

int breede loquet onder de 8 bovengemelde cleine. 

Rekeningen, quitantiën en verdere bewijsen tusschen Jan Oole 
en Sijn Ed«. 

int breede daeronder. 

Rekeningen, quitantiën en verdere bewijsen tusschen den 
baljuw Pieter Verspoor en Sijn Ed«. 

in het breede loquet onder de 2 geltcasjes 

28 boekjes en almanacken in quarto met aenteikeningen van 
Sijn Ed«. en 3 vant opperdijckgraeffschap. 

int loquet daeronder. 

3 boeken in folio, zijnde steenroUen en andere zaken van 
speculatie. 



in(t) breede loquet daeronder. 
Quitantiën van de baljuw Verspoor. 

int hoogste loquet. 
4 boeken in folio van de goederen van den heer overleden. 

Int geltcasje. 

in de 3 onderste loquetten. 
Stukken, rakende de heer burghmeester NoUens' saken. 

Een viercant indiaens kisje. 
Daerin zijn de stucken, dienende tot bewijs van eigendom der 



247 

landen en andere goederen, zijnde in paquetten gebonde en ge- 
sorteert na behooren etc. ; dogh dese stucken sullen gegeven 
werden na de vercavelinge aen een yder, die de goederen suUe 
toecomen. 

In het blawe casje zijn de stucken van de heerlijckheyt 

van Bruinis. 

1® loquet. 

Een boek in folio, daerin gebonden de grondbescheiden etc. 
van de heerlijckheyt van Bruinis. 

2® loquet. 
Een dito boek, daerin de previlegiën etc. 

3« loquet. 
Zijnde plaetsrekeningen. 

4® loquet. 
Veltboeken van Bruinis. 

5® loquet. 
Lantarekeningen aldaer. 

6® loquet. 
Dito en van de diaconie en Sto(o)fpolder. 

7® loquet. 
Hardemee- en Stooffrekeninge(n). 

8® loquet. 
Een boek over de gors- en dijekettingen. 

9® loquet. 
Dito, inhoudende van de minder beampte. 

10® loquet. 
Dito van de meerder beampte. 



248 

1I« ioquet. 
Dito van de keuren, voorboden en ordonnantiën van Bruinis. 

12e Ioquet. 
Dito, rakende kerkelijcke zaken. 

13^ Ioquet. 
Armerekeningen. 

14® Ioquet. 
Landen, mole(n) en excijns aengaende. 

15® Ioquet. 
Een boek als vooren, rakende tienden 

16® Ioquet. 
Dito jaerlijcks incominge der heerlijckheijt. 

17® Ioquet. 
Dito van toevallige baten. 

18« Ioquet. 
Dito van deselve natuer. 

19^ Ioquet. 
Papieren over niewe zaken. 

20"^ Ioquet. 
Een boek als vooren, rakende Botland 

Een blauw casje als t voorschreven. 

1% 2% 3% 4^ 5« en 6^ Ioquet. 

6 boeken, in folio gebonde, met stucken, rakende de tienden 
in de Orangepolder, Maurispolder etc. 

7® Ioquet. 
Eenige papieren, rakende de gemelde tienden. 



249 

8« loquet. 
Stucken, rakende de regeringe van Middelburgh. 

9® loquet. 
Rakende de regeringe van Vlissinge. 

10e loquet. 
Rakende de stad Goes etc. 

11® loquet. 
Stucken van Masarijn en Richeljeu. 

12« loquet. 

Notitiën van de verpagtinge der duinen, veltboeken etc. van 
Schouwen. 

13® loquet. 

r 

Stucken, rakende de regeringe der stad Zierikzee. 

14® loquet. 

Memoriën, rakende de vredehandelinge 1678 met Vranckrijek 
en het proces tusschen de heeren van Oostcappel. 

15® loquet. 

Quohieren van de verpagtinge der gemeen e middelen en 
eenige andere stucken mitsgaders een boek met instrucktiën. 

16« loquet. 

Een boek in folio, daerin gebonde(n) eenige stucken. de heer- 
lijckheijt van Haemstede rakende; register van de agterleenen 
aldaer, en een boek van de goederen van de vrou van Haemstede. 

17« loquet. 

Een dito boek als vooren en eenige stucken, daertoe be- 
hoorende. 

18® loquet. 

Een dito met eenige stucken. 



250 

19« loquet. 

Een dito en een cleinder regalia, geteikent A, en een boek 
over tverschil tusschen de Schoutsche ambagtsheeren en regenten 
van Zierikzee. 

20® loquet. 
Een dit(o) boek en regalia, geteikent B. 

Nogh een clein blauw casje, daerin legt: 

1® loquet aen de lijnkerhand. 

Ceure van Zeeland met annotatiën ; een beschry vinge door 
dheer Antoni de Jonge over den staet van Zeelant etc. ; een 
boek in folio, daerin gebonde de voorschreve beschry vinge geco- 
pieert en eenige andere zaken, meest de stad en regeringe van 
Middelburgh rakende ; een beschrij vinge van dheer Antoni de 
Jonge over het regt, de ambagtsheer competerende ; en voorts 
eenige stucken, rakende de regeringe van Zeelandt. 

2« loquet. 
Een paquet met stucken van verscheide natuer. 

3« loquet. 

6 boeken in quarto, daerin gebonde geschreven adstrucktiën 
van dheer Antoni de Jonge. 

4® loquet onder het Ie. 

Drie boeken in folio, daerin gebonde verscheide geschreven 
zaken, meest de rekenkamer rakende, en eenige stucken van 
deselve natuer. 

5® en 6® loquet. 

Eenige stucken van weinigh aengelegenheit, mede gemelte 
saken aengaende, alsmede een geschreven boek, rakendeden tol 
van IJrsekeroort, en voorts eenige andere tollen etc. 

7®, 8® en 9« loquet. 

Mede stucken van weinige aengelegenheden van verscheide 
zaken. 



r 



251 



Het Rijksarchief in Utrecht. 

I. Toestand van de bewaarplaats van het archief. 

De calorifère, die steeds, niettegenstaande alle aangewende 
moeite, zeer onvoldoende warmte verspreidde, is in het afge- 
loopen jaar op last van den hoofdopzichter grondig nagezien. 
Het bleek toen, dat zich daaraan verschillende gebreken voor- 
deden, die thans allen hersteld zijn. Inderdaad is de toestand 
daardoor belangrijk verbeterd. 

In het nieuwe onderhoudsbestek is op voorstel van den hoofd- 
opzichter ook opgenomen het verven van den zeer onooglijken 
achtergevel van het gebouw en het schoonmaken en witten 
der geheel vervuilde kelders. Ik verheug mij zeer, dat deze 
beide noodige en lang gewenschte werkzaanfhedei thans eindelijk 
verricht zullen worden. 

Over de vochtigheid der muren valt ditmaal niets bijzonders 
op te merken. 

Gedurende de wintermaanden geeft de slechte verlichting 
van sommige bureaux groot bezwaar. Ik heb den hoofdopzichter 
verzocht daaraan zijne aandacht te willen wijden, en hij heeft 
mij beloofd, middelen ter voorziening te zullen overwegen. 

Van het voornemen tot verbouwing van het archiefgebouw 
ten behoeve van de Universiteits-bibliotheek is niets meer ver- 
nomen, zoodat dit onrustbarende plan opgegeven schijnt te zijn. 

II. Toestand der reddings- en brandbliischmiddelen. 

De brandbluschmiddelen zijn als gewoonlijk tweemaal geïnspec- 
teerd en in goede orde bevonden. 

Overwogen wordt, of het met het tegenwoordige personeel 
mogelijk is, de calorifère des nachts door te stoken. Gelukt 
dit, dan zou het mogelijk zijn, de pijpen der waterleiding ook 
bij strenge vorst gevuld te houden, zooals met het oog op 
brandgevaar gewenscht is. 



262 

n*. Personeel. 

In het afgeloopen iaar was ik toevallig nogmaals in de gelegen- 
heid de wenschelijkheid te beoordeelen van eene verbetering 
van de tractementen der archiefambtenaren. Onafhankelijk van 
elkander meldden zich bij mij aan twee dames, die zich voor 
den archiefdienst wenschten voor te bereiden. Beiden waren 
bereid, om voorloopig genoegen te nemen met de betrekking 
van klerk ; toch hebben beiden, toen ik ze op haar verzoek 
omtrent de bestaande vooruitzichten had ingelicht, van het volgen 
van deze loopbaan afgezien. In het licht van zulke feiten ver- 
krijgt de verbetering, dezer dagen in dit opzicht aangebracht 
door het Eoninkliik besluit van ^ Januari 1904, Staatsblad n^. 35, 
eene groote beteekenis niet alleen voor de archiefambtenaren, 
maar ook voor het algemeen. 

III. Toestand van de archiefverzamelingen. 

Het opknappen van de boekbanden en ongebonden deelen 
van de klooster-archieven is voortgezet en nadert langzamerhand 
zijne voltooiing. Op het laatst van het jaar is dit werk tijdelijk 
gestaakt, omdat het mijne aandacht trok, dat van de hoogst 
belangrijke en veel gebruikte registers van het bisschoppelijk 
archief eenige in min voldoenden toestand verkeerden. Ik heb 
den binder toen last gegeven, om alle registers van de oude en 
weinig omvangrijke archieven van de bisschoppen en van de 
heeren van Montfoort successievelijk onderhanden te nemen en 
opnieuw te binden. 

Vrij wat tijd is door den binder besteed aan het opknappen 
der van ouds hier aanwezige verzameling provinciale kaarten en 
platen. Deze niet groote, maar toch verre van onbeduidende 
verzameling moest (voor zoover ze niet behoorde bij de archieven 
der vijf kapittelen) thans natuurlijk vereenigd worden met den 
van de stad Utrecht verkregen provincialen atlas. Ten vorigen 
jare waren de stukken met dit doel reeds opnieuw door mij 
beschreven en door den klerk in den inventaris bijgeschreven ; 
thans moesten ook de verzamelingen zei ven gecombineerd worden. 
Met deze bedoeling zijn de platen en kaarten allen door den 
binder behandeld, op dezelfde zorgvuldige wijze als de van de 
stad verkregen provinciale atlas. Het werk heeft geruimen tijd 
geduurd, maar is thans toch reeds lang afgeloopen ; daarna zün 
de stukken genummerd en bij de andere verzameling ingelijm. 
Het aanmaken van zes nieuwe portefeuilles werd daardoor noodig; 
ook dit is geschied. De binder is thans volkomen in staat der- 
gelijke opknappingswerkzaamheden te verrichten. 

Ik vond dan ook geene aanleiding, om (in aansluiting bij 



r 



253 

het advies van de meerderheid der rijks-archivarissen in hunne 
in het afgeloopen jaar gehouden vergadering) af te wijken van 
het eenmaal hier aangenomen systeem van berging der kaarten. 
Trouwens de ter vergadering tegen dit systeem aangevoerde 
bezwaren (die mij voor een deel op onvolkomen kennis der 
praktijk van het hier gevolgde stelsel schijnen te berusten) komen 
mij voor tegen de voordeelen daarvan niet op te wegen. 

Een der beambten van het ütrechtsche gemeente-archief heeft 
zich in het afgeloopen jaar te Leeuwarden onder leiding van 
Dr. Schoengen bekwaamd in het werken met zapon. Daar er 
op dit oogenblik aan miin bureau geen ambtenaar is, die 
deze behandeling met vrucht zou kunnen leeren, verheug ik mij 
over dit feit bijzonder. Ik stel mij voor, dezen persoon vantijd 
tot tijd te belasten met het behandelen van zwaar beschadigde 
archiefstukken met zapon ; hij kan dan dit werk in het archief- 
gebouw zelf in zijn vrijen tijd (natuurlijk tegen betaling) ver- 
richten. 

IV. Werkzaamheden en voortgang der inventarüatie en der 

ordening van het archief. 

Nog gedurende het geheele jaar hield mij de herziening van 
Dr. Brom 's regesten van het Stichtsche oorkondenboek bezig. 
Het jaar was reeds eenigszins gevorderd, voordat verschillende 
loopende werkzaamheden mij vergunden dezen arbeid weder op 
te vatten ; doch toen werd ook betrekkelijk spoedig het eindpunt 
(het jaar 1301) bereikt. Nog enkele onderzoekingen bleken daarbij 
noodig : zoowel den Algemeenen rijks-archivaris en den rijks- 
archivaris in Zeeland als den archiviste dans Ie département 
du Nord te Lille, moest ik nog lastig vallen om afschriften 
van enkele oorkonden, die ontbraken. Bovendien gelukte het 
den Algemeenen rijks-archivaris, voor mij althans eenige inlich- 
tingen te verkrijgen betrefFende verschillende charters, allen 
betreffende de familie De Rovere, die ik in aanteekeningen van 
mijnen ambtsvoorganger vermeld gevonden had en die ik, hoewel 
ik ze voor onecht houd, wegens hun bijzonder hoogen ouder- 
dom niet uit mijne regestenlijst wilde weglaten. 
Toen het materiaal aldus geheel gereed was, stelde ik Uwe 
Excellentie voor het werk ter perse te leggen. Doch aangezien 
het wenschelijk scheen, het (volgens vroegere overeenkomst) 
hier ter stede te doen drukken buiten aanbesteding, onderging 
de beslissing vertraging en kon de kopij eerst zeer op het laatst 
van het jaar ter perse gezonden worden. 

Onderwijl heb ik de hand geslagen aan de bewerking van 
eene inleiding, waarin ik de geschiedenis der uitgave uiteenzette, 



254 

de lijst der door Dr. Brom gebruikte boeken afschreef, en boven- 
dien de regels mededeelde, die door mij indertijd in overleg 
met Dr. Brom voor de bewerking der regesten waren vastge- 
steld en volgens welke hij het materiaal dan ook had bijeen- 
gebracht. Eén punt van belang moest verder in deze inleiding 
uitvoerig behandeld worden : de chronologie en de verschillende 
jaarstijlen, vóór 1301 in het sticht Utrecht gevolgd. Over deze 
quaestie had ik onder het herzien van Dr. Brom's regesten en 
terwijl ik de dagteekeningen opnieuw berekende, vrij wat aan- 
teekeningen bijeengebracht; ik heb die thans tot een geheel 
verwerkt en tevens het syteem, waarnaar ik de dagteekeningen 
der regesten had vastgesteld, uiteengezet. Hier ter plaatse zal 
ik daarover niet uitweiden en -alleen mededeelen, dat het eerste 
jaar, waarin ik met zekerheid het gebruik van den Paaschstijl 
te Utrecht heb kunnen constateeren, het jaar 1246 is, — een 
resultaat, dat met mijne vroegere onderzoekingen over de oude 
Utrechtsche chronologie niet in strijd is, maar de eindresultaten 
daarvan toch niet onbelangrijk wijzigt. 

De inleiding der regestenlijst, die vrij uitvoerig geworden is, 
werd in het begin van het nieuwe dienstjaar voltooid ; ik wensch 
echter nog daaraan toe te voegen eene tabel van de regeerings- 
jaren der Utrechtsche bisschoppen tot 1301, voor wier samen- 
stelling ik reeds eenige gegevens verzameld heb. 

Wanneer ook dit werk afgeloopen is en de druk der regesten- 
lijst (die denkelijk twee deelen vullen zal) geregeld voortgaan 
kan, zal ik een ander werk ter hand nemen. Nu de archieven 
der vijf kapittelen, ofschoon nog niet definitief afgewerkt, in 
bruikbaren toestand gebracht zijn, meen ik deze voorloopig te 
kunnen laten rusten en mijne zorgen te wijden aan een ander 
mijner archieven, dat daaraan groote behoefte heeft. Voor de 
geschiedenis van het Sticht schijnt mij niets méér noodig dan het 
toegankelijk maken van het bisschoppelijk archief voor het geheele 
wetenschappelijke publiek. Zooals Uwe Excellentie uit vroegere 
verslagen bekend is, is dit archief, dat na de overdracht der 
temporaliteit in 1628 uit elkander gerukt en grootendeels naar 
Hollandsche en Overijsselsche archiefdepóts overgebracht was, 
door de zeer gelukkige maatregelen van Uwer Excellentie's 
ambtsvoorgangers weder te Utrecht hereenigd, voor zoover dit 
nog mogelijk was. Nog slechts ééne afdeeling van stukken ont- 
breekt thans : de bisschoppelijke charters, die van ouds aan het 
Domkapittel in depot gegeven zijn en waarvan alleen de be- 
langrijkste (betrekkelijk weinig in aantal) door Karel V opge- 
vorderd blijken te zijn. Daar het archief van het Domkapittel 
tot mijne beschikking is, zal ik deze charters allereerst bijeen- 
zoeken en weder bij de bisschoppelijke oorkonden voegen, het- 



265 

geen niet al te veel moeite kosten kan. Daarna zullen deze be- 
schreven en bij de overige regesten ingelijfd worden. De regesten 
van alle bisschoppelijke charters zijn dan gereed ; ze zullen nog 
voor den inventaris wat omgewerkt moeten worden. Daarna kan 
echter het geheele stuk, met den reeds vroeger voorloopig ge- 
drukten inventaris der bisschoppelijke registers, gedrukt wor- 
den. — Dan kan de bewerking van de regestenlijst van het 
bisschoppelijke archief ter hand genomen worden, waartoe de 
regesten van alle in de bisschoppelijke registers voorkomende 
oorkonden opgesteld zullen moeten worden, — een arbeid, die 
stellig een paar jaren duren zal, maar waardoor dan ook de 
hoofdbron voor de politieke geschiedenis van het Sticht algemeen 
bekend zal worden. 

In afwachting van dit gewenschte resultaat, werd in het afge- 
loopen jaar een ander werk ter hand genomen. Het onderzoek 
in de bisschoppelijke registers, waarnaar dikwijls gevraagd wordt, 
is steeds uiterst bezwaarlijk. Reeds mijn ambtsvoorganger ge- 
voelde dit en is dan ook begonnen met voor de voornaamste 
registers zoogenaamde tafels te vervaardigen, die wel uit een 
wetenschappelijk oogpunt veel te wenschen overlaten, maar die 
toch voor het gebruik zeer gemakkelijk zijn. Ongelukkig is deze 
arbeid voor geen der registers geheel voltooid, en reeds voor 
jaren droeg ik daarom mejuffrouw Miedema, die destijds als 
volontair op mijn bureau werkzaam was, op, om althans de 
begonnen tafels af te werken. Doch ook ditmaal kwam het werk 
niet gereed, en nu het allengs zeker geworden is, dat mejuffrouw 
Miedema niet tot het werk zal terugkeeren, droeg ik den char- 
termeester op, de begonnen tafels af te werken. Dit is geschied ; 
zoodra de klerk tijd kan vinden, zal hij ze thans in het net 
schrijven, waarna ook de chronologische klappers op de afge- 
werkte tafels, die ook reeds door Dr. Vermeulen begonnen zijn, 
voltooid en gekopieerd zullen worden. De diversoria van Frederik 
van Blankenheim en van David van Bourgondië en het 1® diver- 
sorium van Rudolf van Diepholt zullen dan gemakkelijk bruik- 
baar zijn, zoodat dan alleen het 2® diversorium van bisschop 
Rudolf en dat van de bisschoppen Philips van Bourgondië en 
Hendrik van Beijeren nog behandeld zullen moeten worden. 

De beschrijving der kloostercharters door den chartermeester 
is een goed eind gevorderd. Voor de reeds door Dr. De HuUu 
beschreven klooster-archieven gelukte het hem onder de onbe- 
kende charters van het depot nog tal van stukken te ontdekken, 
die (nadat ik de juistheid zijner bevindingen gecontroleerd had) 
dadelijk beschreven en bij de klooster-archieven ingelijfd zijn. 
Ook een tiental charters, afkomstig uit het archief van het 
Amersfoortsche klooster van St. Jan, werden door den heer 



256 

Zeper nog onder de onbekende charters ontdekt; ik heb mij 
beijverd, die toe te zenden aan den archivaris van Amersfoort, 
ter hereeniging met de hem vroeger (krachtens Uwer Excel- 
lentie's machtiging) afgestane charters van dit convent. 

Daarna is de heer Zeper na lange onderbreking eindelijk 
kunnen voortgaan met de beschrijving van de charters der vijf 
jufferenstiften. De weinig takijke charters van St. Servaas, Witte- 
vrouwen en Mariëndaal waren spoedig afgehandeld. De bewer- 
king der niet groote, maar belangrijke chartercollectie van het 
Vrouwenklooster van Oostbroek nam iets meer tijd. Ook werden 
weder enkele uit deze archieven afgedwaalde oorkonden onder 
de onbekende charters ontdekt. Daarna werden de oorkonden 
van het laatste klooster, de abdij Oudwijk, ter hand genomen, 
waarvan merkwaardigerwijze honderden charters bewaard zijn 
gebleven, waaronder vrij oude, doch ongelukkig grootendeels 
slechts betrekking hebbende op de landerijen van het gesticht. 
De regesten dezer volumineuse verzameling zijn allen voltooid, 
en in het begin van het nieuwe jaar kwam ook de bewerking 
daarvan voor den inventaris gereed. Alleen moeten thans nog 
de onbekende charters nogmaals doorzocht worden met het oog 
op oorkonden der abdij Oudwijk ; het is te voorzien, dat er nog 
vrij wat hier verscholen liggen, die dan beschreven en bij het 
archief der abdij ingelijfd zullen moeten worden. Wanneer de 
inventaris der kloostercharters afgewerkt is, zal ik dien per- 
soonlijk herzien en vereenigen met den inventaris der klooster- 
registers, die vroeger door den heer De HuUu bewerkt is. 

In afwachting van dit gelukkige resultaat is door den klerk 
het kopieeren van de regesten der kloostercharters voortgezet; 
dit werk is zelfs geheel gereed gekomen, met uitzondering na- 
tuurlijk van de regesten van Oudwijk, die eerst nog door den 
heer Éeper afgewerkt moeten worden. 

Zoodra aldus de behandeling van de archieven der Utrechtsche 
kapittelen en kloosters eerlang geheel voltooid zal zijn, zal de 
geheele inventaris natuurlijk ter perse gezonden worden. Het zou 
zeer verleidelijk zijn, dit stuk aanstonds te doen volgen door de 
regestenlijst dezer archieven, waardoor de inhoud der grooten- 
deels nog geheel onbekende cartularia van verschillende kloosters 
bekend zou worden gemaakt. Nóg veel gemakkelijker zou het 
zijn, om de regestenlijst van het door Mr. Pruin indertijd gere- 
construeerde archief der heeren van Montfoort in het licht te 
geven; alleen de ontleding der niet talrijke cartularia zou 
daarvoor noodig zijn. Maar hoe aanlokkelijk ook, het is niet 
raadzaam, op dit oogenblik aan deze ondernemingen tijd te 
besteden. Want een noodiger, veel noodiger arbeid ligt sinds 
lang te wachten. Toen Mr. Joosting voor eenige jaren het archief 



257 

verliet, was hij midden in de definitieve regeling van het archief 
der Staten van Utrecht. De groote massa van dit archief, dat 
de kern is van mijn depot, was toen zelfs reeds definitief geor- 
dend en beschreven. De heer Siccama had de archieven van 
Landdrost en Sous-préfets behandeld ; Mr. Pruin had de om- 
vangrijke serieën der resolutiën en rekeningen weder in elkander 
gezet en beschreven ; ik zelf had de verspreide bestanddeelen 
van het middeneeuwsche Statenarchief gereed gemaakt, terwijl 
Mr. Joosting ten slotte de losse boekdeelen en bundels beschre- 
ven had. Thans moesten nog alleen uit de verschillende collec- 
tiën de daarheen afgedwaalde bestanddeelen van het Staten- 
archief afgezonderd worden, en daarna deze met de verschillende 
verzamelingen losse stukken geordend en beschreven worden, 
— een weinig aantrekkelijk en niet zeer belangrijk, maarnood- 
zakelijk werk, dat lastig en tijdroovend beloofde te zijn. Daarmede 
was de heer Joosting bezig, toen hij tot archivaris in Drenthe 
benoemd werd. Het werk was half verricht en de stukken lagen 
geheel overhoop ; zéér gewenscht was het dus, dat er aanstonds 
aan voortgewerkt werd. Maar toen (na eene vacature van een 
paar jaren) Dr. De HuUu benoemd werd, kon ik hem dit werk 
toch niet aanstonds opdragen; immers het was zéér moeilijk, 
en het scheen bepaald noodig, dat de heer De HuUu in onze 
wijze van werken eenigszins zou worden ingewijd, voordat hij 
het aanvatte. Ik heb hem dus eerst ander, gemakkelijker werk 
opgedragen ; nog was hij daarmede bezig, toen hij te 's-Graven- 
hage benoemd werd. Met den heer Waller Zeper, die hem 
opvolgde, moest ik weder op dezelfde wijze beginnen ; thans, 
nu de inventaris der kloosterarchieven is afgewerkt, hoop ik hem 
met eenig vertrouwen de voortzetting der regeling van het 
Staten-archief te kunnen opdragen. Hoelang die regeling duren 
zal, durf ik niet te bepalen ; de omvang van de nog te ordenen 
stukken is gering; maar het zijn bijna allen losse stukken, 
waaruit de voor de hand liggende serieën (inkomende stukken 
bij de Staten enz.) reeds verwijderd zijn. Het is dus te vreezen, 
dat de ordening dezer stukken moeielijk zal zijn en dat zeer vele 
afzonderlijk beschreven zullen moeten worden ; het getal nummers 
zal dus denkelijk zeer aanzienlijk zijn, veel aanzienlijker dan door 
het gewicht der stukken eigenlijk gewettigd zal kunnen worden. 
Voorloopig zullen dus de regestenlij sten van de kapittelen en 
kloosters en die van de heeren van Montfoort nog moeten 
wachten. Voor het laatste archief heb ik in het afgeloopen jaar 
nog een en ander verricht. Het vijftigtal charters betreffende 
den Lekdijk Benedendams, dat ik ten vorigen jare van den 
heer Van Tuyll van Zuylen ten geschenke ontvangen en aan- 
stonds als bestanddeel van het archief der heeren van Mont- 

(1903) 17 



258 

foort herkend had, is beschreven en bij het archief ingelijfd. 
De beschrijvingen zijn in den inventaris en in de regestenlijst 
bijgeschreven; op verzoek van den secretaris van het college 
van den Lekdijk Benedendams heb ik aan het college een 
afschrift van den inventaris doen toekomen. — Toevallig was het 
mij indertijd gebleken, dat zich in een handschrift van Buchelius, 
behoorende aan den heer baron Van Hardenbroek van Harden- 
broek, een afschrift bevond van een ouden inventaris van het 
archief der heeren van Montfoort. Daar dit archief, zéér verspreid, 
slechts met moeite van verschillende plaatsen door mij hierheen 
teruggebracht is, scheen het bezit van dezen ouden inventaris 
dubbel belangrijk. Ik verzocht dus den heer Van Hardenbroek 
vergunning, om daarvan een afschrift te laten vervaardigen, en 
nadat mij die bereidwillig verleend was, is het stuk afgeschreven 
en bij de inventarissen van het archief der heeren van Mont- 
foort geplaatst. 

Als grondslag voor de verzameling van regesten voor het 
oorkondenboek had ik vroeger aangenomen de kaart van het 
Sticht ten tijde van bisschop Adelbold in De Geer van Oude- 
gein's Bijdragen voor de geschiedenia der pvovinde Utrecht, Doch 
de juiste grenzen der gouwen staan daarop niet overal duidelijk 
aangegeven. In het afgeloopen jaar heb ik mij gewend tot den 
heer De Geer van Oudegein, met verzoek mij bij de aanvulling 
dier grenzen behulpzaam te willen zijn. Dientengevolge is thans 
een gekleurd kaartje van de gouwindeeling van het bisdom in 
de 11® eeuw op mijn bureau aanwezig, dat vervaardigd is naar 
de gegevens in het boek van den heer De Geer, verbeterd volgens 
zijne latere onderzoekingen. 

Ook over het hier bewaarde gedeelte van het archief der Oud 
R. C. Clerezy kan ik Uwe Excellentie belangrijke berichten 
mededeelen. Een paaf jaren geleden had de Algemeene riiks- 
archivaris zich welwillend bereid verklaard, om de Zuidhol- 
landsche stukken van dit archief op zijn bureau te doen ordenen 
en beschrijven. Ik heb toen een kistje en eene portefeuille met 
losse stukken betreffende verschiJlende Zuidhollandsche plaatsen 
(Gouda, Schoonhoven, Den Briel enz.) naar Den Haag gezonden. 
Op het laatst van het vorige jaar mocht ik die terug ontvangen, 
voorzien van eene uitvoerige besebrij ving, die thans in het net 
geschreven wordt, waarna de stukken genummerd en weder 
geborgen zullen worden. Alleen de (trouwens vrij omvangrijke) 
collectie van stukken betreffende Leiden blijft thans van deze 
afdeeling nog te behandelen over. De archivaris van Leiden 
heeft mij daarvoor herhaaldelijk zijne hulp toegezegd; doch 
naar het schijnt is hij door drukke bezigheden nog verhinderd 
het werk ter hand te nemen. 



r 



259 

De belangrijke aanwinsten, ten vorigen jare weder voor den 
historischen atlas verkregen, zijn beschreven en bij de verzame- 
ling ingelijfd. 

Van de historisch-statistische schetskaart zijn weder eenige 
bladen ontvangen. De heer Muller te Rotterdam is nog steeds 
bezig met het bewerken der kaart van de oude kerkelijke indee- 
ling van Nederland. 

V. In druk uitgegeven bescheiden, hehoorende tot het archief. 

In het afgeloopen jaar zijn de door mij uitgegeven Rechtsbron- 
nen van dm Dom in het licht verschenen in de werken der 
Vereeniging tot uitgaaf van oud-vaderlandsche rechtsbronnen. 
Het belangrijkste in dezen bundel is een opstel uit het laatst 
der 12® eeuw, dat het beheer van de goederen van het Domka- 
pittel toelicht en de proviandeering der heeren door den Dom- 
proost verduidelijkt; dit merkwaardige stuk, allicht het oudste 
der Utrechtsche rechtsbronnen, had tot nog toe geene aandacht 
getrokken en was onuitgegeven gebleven. In gezuiverden vorm, 
ontdaan van de vele storende bijvoegsels uit lateren tijd, heb 
ik dit stuk daarna opnieuw uitgegeven in de Weatdeutache Zeit" 
schrift. De bundel Rechtsbronnen bevat nog de twee redacties 
van den zoogenaamden Talmud van den Dom, een opstel uit 
de 15® eeuw over de rechten der kanunniken, — benevens een 
rapport van 1585, houdende voorstellen tot verandering van de 
inrichting van het Domkapittel na de hervorming. In de reso- 
lutiën van het kapittel heb ik de lange geschiedenis van dit 
rapport kunnen nasporen en vaststellen, dat het ten slotte in 
1586 door het kapittel aangenomen is; inderdaad dagteekent 
van dien tijd de volkomene oplossing van het kapittel als gees- 
telijke stichting. Als bijlage bij het rapport heb ik nog afge- 
drukt een contract van 1580 en eene resolutie van 1664 betref- 
fende de annexatie van de proosdij en van de vicariën door het 
Domkapittel. 

De hoogleeraar Cramer drukte in de Doopsgezinde bijdragen 
af een getuigenverhoor betreffende kettersche vergaderingen te 
Utrecht in 1560—1562, naar een handschrift, voor het archief 
van het Hof van Utrecht door mij aangekocht in auctie Royaards 
van den Ham. — Mr. A. ïelting gaf den stadbrief van Graf- 
horst naar het diversorium van bisschop Jan van Diest opnieuw 
uit in de werken van het Overijsselsche genootschap. — En ik 
zelf gaf in de Verslagen van de Vereeniging voor de uitgaaf van 
rechtsbronnen in het licht eene oorkonde van Superintendenten 
over de geestelijke goederen dd. 1682, waarbij zij eene vicarie 
te Woudenberg „in erfpacht" uitgeven. 



1 



260 

Ook in de Bijdragen en mededeelingen van het Hiatomch 
genootschap zijn in het afgeloopen jaar een paar stukken uit 
mijn depot afgedrukt. Daar het betrokken deel echter nog niet 
in het licht verschenen is, zal ik daarover in mijn volgend 
verslag aan Uwe Excellentie berichten. Daarentegen is het 3® 
deel van Mr. Fruin's uitgaaf van De middeleeuwsche rechts- 
bronnen der kleine steden van het Nedersticht, waarover ik Uwe 
Excellentie ten vorigen jare berichtte, thans in het licht ver- 
schenen. 

VI. Aanmnsten en verliezen. 



De aanwinsten, in den loop van het jaar voor de verzame- 
lingen verkregen, waren niet talrijk en ook niet zeer belangrijk. 
Het gewichtigst waren wel vier oorkonden betreffende de 
heeren van Almelo, die ik voor eenige jaren, als vermoedelijk 
herkomstig uit het archief dier heeren, overdroeg aan mijn 
ambtgenoot in Overijssel, doch waarvan ik thans toevallig het 
bewijs vond, dat ze afkomstig waren uit het bisschoppelijk 
archief. Met goedvinden van mijn ambtgenoot vroeg en ver- 
kreeg ik toen van Uwe Excellentie machtiging tot het terug- 
vragen der abusievelijk afgegeven stukken. — Van Burgemeester 
en Wethouders van Utrecht ontving ik ten geschenke een deel 
met resolutiën van de Stichtsche waarslieden over 1675 — 1715 
en twee handschriften uit de auctie Musschenbroek (1826), 
waarvan reeds zooveel weder in mijn depot hereenigd is, — 
een en ander afkomstig uit de door Mr. Berger van Hengst 
aan de stad Utrecht vermaakte handschriften. — Kerkvoogden 
der Nederduitsch Hervormde gemeente te Utrecht schonken 
eene rekening van den kameraar van de Biltsche en Zeister 
grift over 1792—1797, bij de ordening van het kerkarchief 
ontdekt. — Van den bibliothecaris der Universiteit ontving ik 
ten geschenke een vonnis van het Hof van Holland dd. 1547 
in het proces tusschen het kapittel van St. Marie en het dorp 
Ouderaemstel. — En Mr. P. N. van Doorninck te Bennebroek 
zond mij toe eenige leenbrieven van de leenkamers der ridder- 
hofsteden De Haar en Nijenrode, die ik (hoewel zonder bepaald 
belang en niet in mijn depot thuis behoorende) meende niet 
te moeten afwijzen, omdat de leenkamer van De Haar nog 
niet in mijn depot vertegenwoordigd was, zoodat alles, wat 
daarover licht kan verspreiden, niet geheel waardeloos kon 
geacht worden. Een gerechtsbrief van Renen, die mij van andere 
zijde ten gschenke gezonden werd, meende ik echter te moeten 
terugzenden. 



261 

Ook ditmaal ontving ik enkele boekwerken ten geschenke, 
waarvan echter geen bijzondere vermelding behoeft. 

Voor den topographischen atlas ontving ik ten geschenke 
van mijn ambtgenoot in Noordbrabant een geteekenden platte- 
grond van het fort bij Jutfaas. — Een paar photographische afbeel- 
dingen van het huis te Voorne moest ik beleefdelijk afwijzen, 
daar ik de origineelen daarvan reeds bezat. 

Ook door aankoop verkreeg ik nog eenige welkome aanwinsten. 
De groote photographieën naar de geteekende gezichten op de 
Utrechtsche steden in 1672, aanwezig in de Manufacture des 
Gobelins te Parijs, waarvan ik ten vorigen jare sprak, zijn 
ontvangen. De nieuwe directeur van 's Rijks-Prentenkabinet had 
de goedheid mijne aandacht te vestigen op het feit, dat zich 
in zijn museum verschillende teekeningen bevonden, van belang 
voor de Utrechtsche topographie. Ik heb mij gehaast van de 
door den heer Moes welwillend ter zijde gelegde stukken kennis 
te nemen, en gaarne heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt 
om eenige teekeningen van de kasteelen te Maarssen, Nyenrode 
en Zuylen en van de oude kerk te Zeist photographisch te doen 
reproduceeren. — Hetzelfde geschiedde met een plattegrond van 
het slot Vredeland in 1653, dien ik opmerkte op het kasteel 
te Zuylen en waarvan de eigenaar mij welwillend vergunde 
eene reproductie te doen vervaardigen. Door aankoop op eene 
auctie verkreeg ik een paar groote afbeeldingen van het kasteel 
te Abcoude door W. H. Hoogkamer, H. Winter's Loftoneelen 
der steden van Utrecht (c. 1670) e. a. stukken, terwijl ik in de 
gelegenheid was onveranderlijke photographieën aan te koopen 
van de kasteelen De Haar, De Ham, De Eng, Zuylen en Oudaan 
in hun tegenwoordigen toestand. 

Weder heb ik ook in het afgeloopen jaar talrijke Ansichts- 
karten gekregen, zoodat de verzameling thans werkelijk van 
eenig belang is. Daar deze liefhebberij begint te verminderen, 
doe ik mijn best om de verzameling zooveel mogelijk volledig 
te maken, — een arbeid, die niet gemakkelijk is, omdat het 
noodig is daarvoor de geheele provincie te bereizen. Ter be- 
hoorlijke berging der collectie zal ik eenige albums doen ver- 
vaardigen. 

Van de gemeente utrecht ontving ik nog een welkom geschenk : 
een groot aantal exemplaren van den gedrukten catalogus van 
den topographischen atlas, die ten vorigen jare door de gemeente 
aan mijn depot geschonken was, — het restant van den voor- 
raad, dat bij gelegenheid te pas zal kunnen komen. 

Bijzonder talrijk waren ditmaal de verliezen, door mijn depot 
geleden. Boven vermeldde ik reeds, dat ik nog 10 charters uit 
het archief van het Amersfoortsche St. Jansklooster toezond aan 



262 

den archivaris der gemeente Amersfoort. Evenzoo kon ik aan 
mijn ambtgenoot in Noordholland afgeven een geteekend gezicht 
van de kerk te Nederhorst, behoorende bij de ten vorigen jare 
aan dat depot afgegeven Noordhollandsche gezichten. Eene 
collectie handschriften, ten vorigen jare op eene auctie aange- 
kocht, bleek na onderzoek beter geplaatst in het Algemeens 
rijks-archief en heb ik derhalve met Uwer Excellentie's mach- 
tiging aan den Algemeenen rijks-archivaris overgedragen. Uit 
de vroeger door den heer Van Tuyll van Zuylen aan mijn depot 
geschonken stukken bleken bij de nauwkeurige beschrijving der 
nieuwe aanwinsten nog enkele stukken beter geplaatst te zijn 
in het Algemeene rijks-archief,* andere in het archief van 
Vreeland. Ik heb ze derhalve daarheen verzonden; van den 
Algemeenen rijks-archivaris werd ook eene dankbetuiging ont- 
vangen. 

Toevallig was ik in de gelegenheid, den heer Van Tuyll van 
Zuylen, die aan verschillende rijks-depóts ten vorigen jare archief- 
stukken (waaronder waardevolle) geschonken heeft, wederkeerig 
eenige voor hem belangrijke papieren over te dragen. Voor 
eenige jaren had ik met andere papieren van den heer baron 
Van Hardenbroek overgenomen eenige lijvige dossiers met 
stukken betreffende een proces, door den voogd der erfgename 
van Zuylen gevoerd tegen haren vader over haar huwelijk met 
den heer Van Tuyll. Ik had deze bundels (waarbij zich nog 
bevonden papieren over de moederlijke nalatenschap der erfge- 
name) slechts overgenomen, om de niet onbelangrijke stukken, 
die voor den heer Van Hardenbroek zonder belang waren, van 
den ondergang te redden. Toen ik thans bemerkte, dat de heer 
Van Tuyll van Zuylen op het bezit dezer familiepapieren groeten 
prijs stellen zou, verzocht en verkreeg ik aanstonds van Uwe 
Excellentie de noodige machtiging, om ze hem over te 
dragen. 

Van den bibliothecaris der Universiteit ontving ik ten geschenke 
eene oorkonde van 1355, houdende eene overeenkomst van het 
kapittel van Oudmunster met den ambachtsheer van Cruninghe 
over de collatie der kerk van Scoudee. Daar reeds een tweede 
origineel dezer akte in het kapittel-archief van Oudmunster 
aanwezig was, heb ik het echter overgedragen aan mijn ambtge- 
noot in Zeeland. — Eveneens handelde ik met een bundel stukken 
betreffende de collatie eener vicarie in de St. Joriskerk te Amers- 
foort, die ik van Mevrouw de \Ved«. Dibbits geboren Schröder 
van der Kolk ten geschenke ontving. Deze stukken behooren 
thuis te Amersfoort, waar het beheer der vicariën nog altijd 
gevoerd wordt, en ik heb ze dus aan den archivaris dier gemeente 
toegezonden. 



I 

i 



263 

VIL Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 

belangrijke onuitgegeven bescheiden, voor het hoofdarchief 

der provincie van gewicht en berustende in andere 

binnen- en buitenlandsche archieven. 

Boven deelde ik Uwe Excellentie reeds mede, hoe ik in de 
gelegenheid was, om reproductiën te doen vervaardigen van 
geteekende afbeeldingen van Stichtsche kasteelen in 's Rijks- 
Prentenkabinet en op het slot te Zuylen. 

Ook kon ik mijn ambtgenoot in Zeeland doen toekomen een 
afschrift eener akte van 4 December 1607, waarbij verschillende 
Zeeuwsche edelen zich verbinden tot het dragen der kosten van 
de namens hen aan te wenden pogingen, om zitting te krijgen 
ter Statenvergadering van het gewest. Den tekst der akte, wier 
inhoud tot nog toe slechts bij benadering bekend was, vond ik 
terug in een handschrift van Jhr. Philibert van Tuyll op het 
slot te Zuylen. 

VIII. Gebruik van het archief gemaakt era inlichtingen verstrekt 

aan autoriteiten en partikulieren. 

Onder de personen, die in het afgeloopen jaar gebruik van 
het archief gemaakt hebben, staan meer nog dan vroeger boven- 
aan de heeren Mrs. J. G. C. Joosting te Assen en S. Muller Hz. 
te Rotterdam. De eerste heeft voortdurend stukken uit de kapittel- 
archieven, vooral uit dat van den Dom, opgevraagd en op het 
rijks-archief in Drenthe bestudeerd en geëxcerpeerd, met het oog 
op inrichting en geschiedenis der geestelijke rechtspraak in Neder- 
land. Op dit oogenblik is hij bezig met het vrij omvangrijke 
archief der proosdij van West&iesland ; het laat zich voorzien, 
dat de heer Joosting, al werkt hij even gestadig door als in het 
vorige jaar, nog voorloopig met zijn arbeid niet zal gereedko- 
men, daar het hier nog aanwezige materiaal uiterst omvangrijk 
is. Anders ging het met de onderzoekingen van den heer Muller. 
Ook hij heeft bijna voortdurend stukken te Rotterdam gehad, 
die materiaal konden leveren voor zijne kaart van de kerkelijke 
indeeling van het bisdom Utrecht. Evenals de heer Joosting, is 
hij persoonlijk hier geweest, om daartoe stukken uit te zoeken ; 
maar bovendien verzocht hij mij voortdurend om inlichtingen 
over de meest verschillende onderwerpen, zoodat ik bijna onaf- 
gebroken met hem in correspondentie geweest ben overdegi:en- 
zen van het dekanaat Kennemerland, het institutierecht öer 
aartsdiakens, de dateering van de rekeningen der Domfabriek, 
het dekanaat Goyland, den oorsprong der vier ütrechtsche 
parochiën, de proosdij van Westfriesland, de invoering der aarts- 



264 

diakonaten, de verhouding van Dom en Oudmunster, de geschie- 
denis van het aartsdiakonaat van Emmerik, den kerkelijken 
toestand van het dorp Hoogland in de middeleeuwen, de ker- 
kelijke indeeling van het district Westergoo, den oorsprong en 
de waarde van de lijst der parochiën, medegedeeld door Van 
Heussen enz. enz. Vooral over het laatste belangrijke onderwerp 
hebben wij lang van gedachten gewisseld; het is mij ten slotte 
gelukt te bewijzen, dat deze lijst niets is dan eene zonder his- 
torische kritiek bijeengebrachte compilatie uit heterogene bron- 
nen. Eene dier bronnen, een register van beneficiën staande ter 
collatie van den graaf van Holland in 1514 (berustende in het 
archief der Clerezy), werd nog bovendien door den heer Muller 
als onbetrouwbaar ontmaskerd. Door deze ontdekking wordt onze 
kennis van de kerkelijke indeeling in de middeleeuwen volko- 
men onzeker, en de kaart van Mr. Muller, toegelicht door een 
rijken schat van onuitgegeven historische bescheiden, zal thans 
voor ons dubbel belangrijk zijn. Met de verzameling van het 
materiaal is hij gereed; thans is hij bezig met het rangschikken 
en bewerken daarvan, en met het teekenen der kaarten, die het 
werk zullen afsluiten. 

Een ander onderwerp gaf in het afgeloopen jaar vrij wat 
drukte. De heeren professor Kernkamp te Amsterdam, Mrs. R. 
Fruin en C. P. L. Rutgers te Middelburg en Zwolle, en Drs. 
H. Brugmans en M. Schoengen te 's-Gravenhage en Leeuwarden 
vroegen voortdurend om inlichtingen over stukken, die uit een 
paleographisch oogpunt belangrijk waren; later verzochten zij 
overzending dier stukken naar verschillende openbare depots, ten 
einde ze te doen reproduceeren. Prof. Kernkamp bedoelde daarbij 
het verkrijgen van hulpmiddelen voor het historisch onderwijs 
aan de Amsterdamsche studenten, waaraan groote behoefte be- 
staat; de werkzaamheden der andere heeren moesten dienen als 
voorbereiding voor de uitgaaf van een handboek van de Neder- 
landsche paleographie, in opdracht van de Vereeniging van 
archivarissen in Nederland. Voor professor Kernkamp heb ik 
zelf de stukken uitgezocht, die daarna in mijn dep6t door een 
Amsterdamschen photograaf opgenomen ziin. De heer Schoengen 
daarentegen is overgekomen en heeft zelf een kist vol stuk- 
ken uitgezocht, waarvan de belangrijkste, die hij te Leeuwarden 
uit de massa uitgekozen heeft, eerlang tijdelijk in het Rijks- 
museum of het gemeente-archief te Amsterdam zullen gedepo- 
neerd worden, om daar gereproduceerd te worden. 

De uitgaaf der Regesten van Rotterdam en Schieland op kosten 
der gemeente Rotterdam veroorzaakte ook ditmaal weder eenige 
bemoeiingen ; nu en dan verzocht en verkreeg de archivaris toe- 
zending van stukken, om daaruit regesten over te nemen. — 



/ 



265 

De heer C. JE. Peters uit 's Gravenhage bezocht vrij geregeld het 
archief, ten einde afbeeldingen te verzamelen van landhuizen en 
kasteelen en plattegronden van steden, ter illustratie van zijn 
(in vereeniging met professor H. Brugmans ondernomen) werk 
over de inrichting en het uiterlijk der oude Hollandsche steden. — 
Onder de zeer talrijke onderzoekingen, die verder gedaan wer- 
den, signaleer ik er twee : van Mr. S. Gratama naar handschrif- 
ten van het Drentsche landrecht, gedaan ten behoeve van den 
heer Dr. Herbert Meyer te Berlijn, die ten gevolge van deze 
onderzoekingen het bewijs heeft kunnen leveren, dat het be- 
kende Rheingauer Landrecht eene evidente vervalsching is, — 
en van den heer P. Bockmühl te Odenkirchen, die ten behoeve 
van zijne geschiedenis van dit stadje een onderzoek instelde 
naar de lotgevallen van Odilia von Flodorff douairière van 
Boetzelaer, de vriendin van Marnix, die in 1583 te Utrecht uit 
de gevangenis ontvluchtte, een onderzoek, dat hoogst gelukkig 
bekroond werd door het vinden van een uitvoerig vonnis van 
het Hof van Utrecht, waarin de onbekende lotgevallen dezer 
merkwaardige vrouw uitvoerig verhaald worden. 

Ook in het afgeloopen jaar werden weder onderzoekingen in- 
gesteld omtrent de genealogieën van niet minder dan 23 familiën. 
Handschriften werden verzonden naar het Algemeene rijks-archief 
en naar het gemeente-archief van Rotterdam, ten behoeve van de 
heeren Mr. A. Telting, J. H. W. Unger en Mr. S. Muller Hz. 
Omgekeerd ontving ik handschriften van het Algemeene rijks- 
archief en de rijks-archieven in Noordbrabant en Gelderland, de 
gemeente-archieven van Rotterdam, Amersfoort en Schiedam, de 
rijks-universiteit te Leiden en het staats-archief te Dusseldorp, ten 
behoeve van de heeren professor A. Wichmann, H. J. Schouten, 
C. A. de Kruijff, Dr. G. Brom, Dr. K. Heeringa, Di. W. A. F. 
Bannier en P. N. van Doorninck. 

Een ingezetene van Buurmalsen verzocht stukken te leen, en 
wel in zijne woning. Toen ik verklaarde dat zulks niet geoor- 
loofd was, vroeg hij, of ik een eventueel verzoek daartoe aan 
Uwe Excellentie zou willen steunen. Ik heb dit geweigerd, en 
integendeel verklaard, dat ik het ten zéérste betreuren zou, in- 
dien Uwe Excellentie door eene dergelijke vergunning een prece- 
dent stelde, waardoor het weigeren van uitleenen aan partiku- 
lieren voor het vervolg feitelijk onmogelijk zou worden. Nu het 
uitleenen der stukken aan openbare depots zoo bijzonder ge- 
makkelijk gemaakt is, schijnt het gevaarlij"ke uitleenen aan 
partikufieren tot de geschiedenis te kunnen behooren. 

Ook de stukken der Oud R. C. Clerezy werden meer dan eens 
geraadpleegd. Het handschrift eener Utrechtsche kroniek van 
de jaren 1566 vlg. was geruimen tijd op de Koninklijke biblio- 



266 

theek, ten einde gebruikt te worden bij den druk van een uit- 
voerig excerpt daarvan, door professor H. Brugmans bewerkt 
voor de Bijdragen en mededeelingen van het Historisch genootschap. — 
Eene volumineuse lijst van alle beneficiën, in 1514 staande ter 
collatie van den graaf van Holland, werd op het Rotterdamsche 
gemeente-archief geraadpleegd door Mr. S. Muller Hz., die later 
nog overzending verzocht en verkreeg van alle stukken uit het 
archief der Clerezy, waarin hij nog materiaal hoopte te zullen 
vinden voor zijne kaart van de kerkelijke indeeling van het 
bisdom. 

De zeer talrijke en zeer belangrijke onderzoekingen in het 
archief verheugden mij ten zeerste, bepaaldelijk die van Mr. S. 
Muller Hz., waardoor de rijkdom der kapittel-archieven aan 
berichten over de meest verschillende onderwerpen opnieuw in 
het licht werd gesteld. Zij leidden toch tot de ontdekking, dat 
de nog geheel onbekende rekeningen van den officiaal van den 
aartsdiaken ten Dom, die voor het onderzoek van den heer 
Muller eene bijzonder rijke bron bleken te zijn, ook in een 
ander opzicht de aandacht der navorschers zéér verdienen. Her- 
haaldelijk hebben zich in de laatste jaren schrijvers in de Bij- 
dragen voor de geschiedenis van het bisdom Haarlem beijverd, om 
met moeite en door uitgebreide nasporingen samen te stellen 
de zooveel mogelijk volledige lijsten van de middeleeuwsche 
pastoors der verschillende parochiën. Verrassend was derhalve 
de ontdekking, dat de genoemde rekeningen, die alle institutiën 
van priesters tot beneficiën in het aartsdiakonaat van den Dom 
vermelden, daardoor toevallig niet alleen een voUedigen staat 
bevatten van alle beneficiën in dit aartsdiakonaat (d. i. in Hol- 
land en Zeeland), maar ook de namen van alk opvolgende 
priesters, die in de 15^ en 16® eeuwen deze beneficiën bediend 
hebben, met de jaren hunner aanstelling. Ik signaleer gaarne 
dit merkwaardige feit : belangstellenden in deze zaken kunnen 
thans nagenoeg zonder moeite een staat samenstellen, die in 
volledigheid de resultaten, waarop zij vroeger wellicht hebben 
durven hopen, verre overtreft. 

IX. Uitkomst van de bemoeiingevi met gemeente-^ water- 

schaps' en andere archieven, 

In het afgeloopen jaar is de inventaris der boekdeelen en 
bundels van het gemeente-archief van Amersfoort, bewerkt door 
den gemeente- archivaris, in het licht verschenen. Reeds meer 
dan eens kon ik Uwe Excellentie daarover berichten. Ofschoon 
het systeem, waarnaar deze inventaris bewerkt is, gebrekkig 
moet heeten, verdient de verschijning van het boekje toch 



267 

geroemd te worden als eene heuglijke gebeurtenis, daar het de 
schatten van dit niet onbelangrijke en zeer volledig bewaarde 
gemeente-archief meer algemeen kan bekend maken. De archi- 
varis verdient een woord van bijzondere waardeering voor de 
niet geringe moeite en zorg, die hij aan de bewerking heeft 
willen besteden. Toen hij zich voor de eerste maal tot mij 
wendde, was zijn inventaris reeds voltooid; aan de verandering 
van den opzet van dit boekje, dat voor een deel ook gebonden 
was aan de min gelukkige maatregelen van zijnen ambtsvoor- 
ganger, viel derhalve toen niet meer te denken. Doch Dr. Reyn- 
ders heeft zich bereidwillig de moeite getroost, om volgens mijne 
aanwijzingen zijn werk meer dan eens geheel te herzien en om 
te werken. Het heeft daardoor belangrijk gewonnen en is over 
het geheel gemakkelijk bruikbaar, al laat de juistheid der 
beschrijvingen hier en daar nog te wenschen over. 

Korten tijd na de verschijning van het boekje raadpleegde 
Dr. Reynders mij over het voortzetten van zijn werk. De belang- 
rijke charterverzameling der stad was nog niet geïnventariseerd 
en Dr. Reynders wilde haar thans, nu het spoedeischende werk 
achter den rug was, op zijn gemak definitief beschrijven, met 
verwerping der bestaande inventarissen van Dr. Vermeulen en 
den heer Van Rootselaar. Toen hij evenwel over dit plan mijn 
gevoelen vroeg, heb ik geadviseerd, den lijvigen inventaris van 
Dr. Vermeulen, die, hoewel niet onberispelijk, toch voor het 
gebruik zeer voldoende was, onveranderd te laten, en eerst de 
talrijke charters, die in den laatsten tijd (o. a. door de over- 
dracht door mijn depot van het archief van het St.-Jansklooster) 
verkregen waren, te inventariseeren, — daarna de beschrijvingen 
van den heer Van Rootselaar grondig te herzien, en ten slotte 
alles samen te smelten tot ééne chronologisch geordende reges- 
tenlijst. Het kwam mij doelmatig voor, de werkzaamheden in 
te richten volgens een eenvoudig werkplan, — doelmatiger dan 
zeer hooge eischen te stellen, waaraan slechts zij, die grondig 
met de beginselen der archiefwetenschap bekend zijn, goed 
zouden kunnen voldoen. De archivaris heeft zich tot mijn ge- 
noegen met dit werkplan vereenigd. 

De secretaris van het hoogheemraadschap van den Lekdijk 
Benedendams, wien het bekend geworden was, dat de heer 
baron Van Tuyll van Zuylen aan mijn depot (ten behoeve van 
het archief der heeren van Montfoort) geschonken had een 
40-tal charters betreffende dit hoogheemraadschap, gevonden 
in het archief van het slot Zuylen, verzocht mij om afschrift 
van den inventaris dezer stukken voor het archief van het 
college. Zoodra deze volumineuse inventaris was afgewerkt, heb 
ik aan dit verlangen gaarne voldaan. 



268 

Eenige jaren geleden heeft de heer J. F. X. van den Bergh, 
archivaris van het college van de Malen van het Hoogland, 
mij herhaaldelijk schriftelijk en mondeling onderhouden over 
het vrij omvangrijke archief van dit oude en merkwaardige 
college, met welks uitgaaf hij zich destijds bezighield en dat 
hij, na voltooiing van dit werk, wenschtê te deponeeren in het 
Utrechtsche rijks-archief. Ik heb dit plan natuurlijk toege- 
juicht, en toen ik eenigen tijd later van den heer Van den 
Bergh successievelijk ten geschenke ontving de 3«— 5® deelen 
van zijne uitgave, op wier titels gedrukt stond, dat het archief 
der Malen reeds in mijn dep6t berustte, achtte ik de zaak 
geheel in orde en wachtte geduldig de uitgaaf der beide eerste 
deelen af, die de overdracht van het archief mogelijk zou 
maken. In het begin van het vorige jaar vernam ik echter tot 
mijn leedwezen, dat de heer Van den Bergh overleden en zijne 
bibliotheek reeds in het openbaar verkocht was. De vrees begon 
mij toen te bekruipen, dat wellicht het archief (sedert lang te 
's-Gravenhage ten huize van den heer Van den Bergh berus- 
tende) met zijne boekerij kon verkocht zijn, en ik achtte mij 
te meer geroepen, een onderzoek naar de zaak in te stellen, 
omdat de geheel onverwachte mededeeling op den titel van 
het boek van den heer Van den Bergh mij althans tegenover 
het publiek met zekere verantwoordelijkheid voor het archief 
scheen te belasten. Ik heb dus de opmerkzaamheid van den 
secretaris-penningmeester van het college der Malen op deze 
feiten gevestigd en hem aan de vroeger gemaakte aispraak 
herinnerd. Doch tot mijn leedwezen mocht ik op dit schrijven 
zelfs geenerlei antwoord ontvangen. 

Het onderzoek, door Dr. De HuUu op Uwer Excellentie's 
verlangen ingesteld naar den toestand van de oude archieven 
van den Burgerlijken Stand in deze provincie (waarover het 
gedrukte verslag ten vorigen jare verschenen is) heeft een zeer 
gewenscht gevolg gehad. In mijn rapport had ik Uwer Excel- 
lentie's aandacht gevestigd op het feit, dat in de kerkelijke 
archieven nog tal van registers berustten, die in 1811 aan de 
Maires, als belast met de werkzaamheden van de ambtenaars 
van den Burgerlijken Stand, afgegeven hadden moeten worden. 
Over deze zaak werd door Uwe Excellentie het gevoelen ge- 
vraagd van den Algemeenen rijks-archivaris, die adviseerde om 
de onderhandelingen over de afgifte dezer registers (en, waar 
afgifte onmogelijk bleek, over het kopiëeren daarvan) op te 
dragen aan Gedeputeerde Staten; de zaak zou vastgeknoopt 
kunnen worden aan de reeds vanwege Gedeputeerde Staten 
ondernomen ordening der gemeente-archieven en aldus succes- 
sievelijk tot stand kunnen komen. Toen Uwe Excellentie mij de 



269 

eer deed, mijn oordeel over dit voorstel te vragen, heb ik het 
plan met warmte toegejuicht; de samenkoppeling met de thans 
in gang zijnde regeling der gemeente-archieven scheen mij 
echter ondoelmatig, daar de uitvoering van het werk daardoor 
zéér vertraagd worden zou, terwijl toch de zaak door het onder- 
zoek van Dr. De HuUu voor onmiddellijke uitvoering geheel 
gereed scheen te zijn. De verdere loop dezer zaak is mij niet 
bekend geworden. 

Ook overigens had het door Dr. De HuUu ingestelde onder- 
zoek zéér heuglijke gevolgen. Ook het rapport over den toestand 
der kerkelijke archieven is in het afgeloopen jaar in het licht 
verschenen en door mij in tal van exemplaren aan de kerkelijke 
autoriteiten ten geschenke gezonden. Ik ontving beleefde dank- 
betuigingen en, wat meer zegt, van verschillende zijden vernam 
ik ondershands, dat het verslag door de kerkelijke autoriteiten 
niet alleen met belangstelling, maar ook met ingenomenheid 
was ontvangen, en dat het op meer dan één punt tot uitgangs- 
punt zou worden gemaakt van maatregelen in het belang der 
archieven, die door den arbeid van den heer De HuUu zéér ver- 
gemakkelijkt worden. Een resultaat, even heugelijk als onverwacht! 

Ten vorigen jare berichtte ik Uwe Excellentie, dat over de 
in de kerk van Eemnes-Buitendijks door Dr. De HuUu ontdekte 
kist met archieven, op mijne aanvrage om inlichtingen door het 
kerkbestuur niet geantwoord was. Thans kan ik Uwe Excel- 
lentie echter mededeelen, dat de secretaris-kerkvoogd mij op 
het laatst van het jaar de overzending der kist naar mijn bureau 
heeft aangekondigd, met verzoek den inhoud te willen sorteeren. 
Natuurlijk heb ik mij gaarne daartoe bereid verklaard; tot 
nog toe mocht ik echter de kist niet ontvangen. 

De r'^ksarchivaris in Utrecht, 
S. Muller Fz. 



270 



Het Rijksarchief in Friesland. 

I. Toestand der bewaarplaats van het archief. 

Het gebouw is over het algemeen in goeden staat. De vocht- 
plekken, vroeger op den voorgevel zichtbaar, hebben zich, sedert 
daartegen maatregelen genomen zijn, niet noemenswaard meer 
vertoond. Lekkages kwamen niet voor. Een der leeuwen op het 
bordes aan de voorzijde van het gebouw, die beschadigd was, 
werd door een beeldhouwer hersteld. 

Van de werken, die. in het bestek van het onderhoud, dat 
in dit jaar werd aanbesteed, zijn opgenomen, werd uitgevoerd : 
1®. Onderzoek en herstel van de verwarmingsinrichting. Slechts 
eenige afsluitkranen bleken reparatie te behoeven ; het doorge- 
brand rooster van een der ketels moest door een nieuw vervangen, 
en een rookbuis grootendeels vernieuwd worden. 2«. Het plaatsen 
van bliksemafleiders op het hoofd- en het bijgebouw. Er werden 
11 opvangstangen aangebracht en 3 grondplaten gelegd. Bij het 
graven van een der putten voor de grondplaten vond men op 
zeer geringe diepte reeds water. De oorzaak daarvan werd ver- 
moed te zijn een lek in een dicht daarbij gelegen gemetselden 
regenwaterbak, zooals dan ook het geval bleek te zijn, toen 
deze was leeggeschept. De bak is toen hersteld. 

De kelder, waarin de verwarmingsketels staan en de brand- 
stofien bewaard worden, is niet geheel waterdicht. V66ral in 
den laatsten tijd komt er telkens water, naar het schijnt, door 
de muren boven de betonstorting, die bij de restauratie van 
het gebouw tot op eenige hoogte tegen de muren is aangebracht. 

In den kelder onder het groote lokaal aan de voorzijde van 
het hoofdgebouw vertoonde zich champignon over een vrij groot 
gedeelte van den vloer. De verspreiding daarvan werd tegen- 
gegaan, en om de atmospheer in dezen kelder, met het oog op 
de bovengelegen lokalen zoo zuiver mogelijk te houden, en de 
doorstrooming van lucht te bevorderen, werd eene opening ge- 
maakt in den muur, die dezen kelder scheidt van den daar- 



271 

naast gelegen kelder ; en werden vaste raamhorren aangebracht 
in de twee raampjes van dezen tweeden kelder, die nu voort- 
durend open staan, evenals de twee raampjes in den grooten 
kelder aan de voorzijde. 

Op een gedeelte van den muur in de benedengang waren 
verschijnselen van vocht. De muur werd aldaar eenige centi- 
meters diep uitgekapt, en opnieuw met specie gevuld. 

Er werden aangeschaft een hooge dubbele trap, twee paar 
tochtgordijnen, een tochtschemi en een raamhor. 

In de archief-afdeeling van het gebouw is nog geene verande- 
ring gekomen. In het belang van de ambtenaren en van het 
publiek, dat van de archieven gebruik maakt, alsook van de 
archief-verzameling zelve zij het mij vergund nogmaals in het 
bijzonder onder de aandacnt van Uwe Excellentie te brengen, 
dat doelmatige werkkamers, en ook een sorteerkamer geheel en 
al ontbreken. Moge binnen korten tijd op eenige wijze, hetzij 
door andere inrichting of door uitbreiding van het gebouw, in 
dezen buitengewoon ongunstigen toestand, waarin dit archief- 
depót nu reeds bijna zeven jaren verkeert, op afdoende wijze 
verbetering kunnen gebracht worden. 

II. Toestand der reddings- en brandbludchmiddelen. 

Aan de waterleiding, alsook aan de brandkranen en slangen, 
die alle beproefd werden, deden zich geene gebreken voor. 

Ook de beide extincteurs en de brandlantaarns werden nage- 
zien, en bleken in orde te zijn. 

Het aantal brandzakken en flesschen met brandbluschmiddel 
bleef hetzelfde. 

Eene belangrijke maatregel tegen brandgevaar werd in dit 
jaar genomen. Zooals ik in de vorige afdeeling meldde, werden 
namelijk op het hoofd- en het bijgebouw bliksemafleiders aan- 
gebracht. 

III. Het personeel. 

Bij Koninklijk Besluit van 16 Februari 1903 no. 14 werd 
P. Bosma benoemd tot klerk bij het Rijksarchief alhier. Overigens 
is in het personeel geene verandering gekomen. 

IV. Toestand der archiefverzamelingen. 

De toestand van een vrij groot gedeelte der rechterlijke 
archieven behoeft nog veel verbetering. Daaraan werd weder 
zooveel mogelijk zorg besteed. Het uitvouwen en in portefeuilles 



272 

rangschikken van de civiele en crimineele processtukken van 
het gerechtshof, waarmede in het vorige jaar begonnen werd, 
kwam gereed. In het geheel werden daarvoor 1741 portefeuilles 
gebruikt. Een aantal registers, behoorende tot de archieven der 
nedergerechten, werd opnieuw gebonden of hersteld. 

Op eenige van de perkamenten charters, die in een der berg- 
lokalen bewaard werden, begon zich schimmel te vertoonen. 
De charters zijn toen alle dadelijk overgebracht naar het achter- 
vertrek, alwaar gewoonlijk een droge en warme lucht is. Zij 
werden in een aldaar opgestelde kast geplaatst en van schimmel 
gezuiverd. 

De tijdschriften en in afleveringen verschijnende werken 
werden, zoodra een band of jaargang compleet was, gebonden. 
Ook de overige in dit jaar verkregen boeken werden bijna alle 
van een band voorzien. 

Voorts werden nog eenige portefeuilles gemaakt o. a. voor 
het Archief van het Provinciaal College van toezicht op de 
kerkelijke goederen, voor de historische schetskaarten, van het 
historisch genootschap te Utrecht ontvangen, en voor admini- 
stratief gebruik. 

V. Werkzaamheden en voortgang der ordening en der 

inventarisatie van het archief. 

De inventarisatie der rechterlijke archieven kon nog niet, 
zooals ik gehoopt had, gereed komen ; vóóral ook wijl deze arbeid 
telkens gestoord werd door verschillende aanvragen om inlichting, 
waarvoor vaak zeer uitvoerige en tijdroovende onderzoekingen 
noodig waren. 

Van 31 rechterlijke archieven van de steden, grietenijen en 
eilanden, zijn thani de banden beschreven en'oSk de proces- 
stukken gesorteerd, en konden, van de meesten althans, de 
definitieve inventarissen vastgesteld worden ; doch van eenige 
gerechten moeten nog kleinere collecties van allerlei akten en 
stukken nader gesorteerd en beschreven worden, om die in de 
voorloopig opgemaakte inventarissen van die gerechten te kunnen 
tusschenvoegen. 

Tot in de eerste helft der 17® eeuw, en vaak ook nog later 
was het in bijna alle grietenijen de gewoonte om akten van 
zeer verschillende soort, zoowel betreffende de eigenlijke als de 
vrijwillige rechtspraak, in hetzelfde register te schrijven, terwijl 
dan in Tateren tijd meest afzonderlijke registers voor ieder soort 
van die akten gehouden werden, en dikwijls vindt men ook 
akten van verschillenden aard, vóóral in oudere registers, waarin 
men die, op den naam der registers afgaande, niet zou zoeken. 



r 



273 

Voor de bruikbaarheid van den inventaris kwam het mij nu 
wenschelijk voor, om bij iedere serie registers, althans in hoofd- 
zaak, aan te teekenen, welke soort akten daarin voorkomen 
behalve die, welke door den naam van de registers worden 
aangeduid. Daartoe is dus noodig alle registers nauwkeurig na 
te gaan, hetgeen echter zeer veel tijd vereischt. 

In onderscheidene van deze archieven is het aantal losse 
stukken, zooals proces-, koop- en andere akten enz. uiterst ge- 
ring; in eenige ontbreken zij zelfs geheel en al. Een gedeelte 
van die stukken schijnt in de gemeenten achtergebleven en daar 
opgeruimd te zijn. Op mijne rondreis door de Provincie ter op- 
sporing van rechterlijke archieven vond ik slechts in enkele 
gemeenten nog een vrij aanzienlijk aantal losse stukken ; en 
voor zoover ik heb kunnen nagaan is ook slechts een gedeelte 
daarvan in de jaren na 1811 naar de drie destijds in deze pro- 
vincie bestaande rechtbanken, te Leeuwarden, Sneek en Heeren- 
veen, overgebracht. Doch ook van die overgebrachte stukken is 
later ook veel verloren gegaan. Dit blijkt althans in het arron- 
dissement Leeuwarden het geval te zijn. In dit arrondissement 
had de overbrenging eerst in de jaren 1817 en volgende jaren 
plaats ingevolge eene aanschrijving van den Minister van Justitie 
van 24 September 3816 aan den president van de Rechtbank, 
waarbij deze gemachtigd werd de -archieven uit de grietenijen, 
na uitschifting van de administratieve papieren en inventarisatie, 
te doen overbrengen naar de griffie van die rechtbank. Van alle 
plaatselijke gerechten van dit arrondissement zijn de inventa- 
rissen, die bij deze overbrenging opgemaakt werden, nog aan- 
wezig. In enkele daarvan worden in het geheel geen losse stuk- 
ken vermeld; doch in de meesten komt een vrij groot aantal 
processtukken, en andere akten voor, die echter, toen ik die 
archieven overnam, voor een zeer groot gedeelte niet meer aan- 
wezig waren. Volgens een rapport van eene commissie uit de 
rechtbank alhier van 1838, toen deze archieven geregeld en nader 
beschreven zijn, waren reeds destijds bij herhaalde overplaat- 
singen van die archieven binnen deze stad, vaak in zeer onge- 
schikte bewaarplaatsen, vele registers en stukken door vervuring 
enz. te niet gegaan. 

In het arrondissement Sneek zijn de archieven ook geïnven- 
tariseerd ingevolge bovengenoemde aanschrijving van 24 Sep- 
tember 1816. De inventarissen zijn bijna alle nog aanwezig. 
Maar de overbrenging naar die rechtbank is toen, op een paar 
uitzonderingen na, niet geschied. In de meeste gemeenten heb 
ik nog voor een groot gedeelte de registers en stukken gevonden, 
welke in die inventarissen vermeld zijn; echter bleken ook vele 
losse stukken niet meer aanwezig te zijn. 

(1»08) 18 



274 

Eenige van de registers en stukken, van verschillende gerech- 
ten afkomstig, die ik van de rechtbank alhier overnam, waarbij 
zij berustende waren sinds de rechtbank te Sneek is opgeheven, 
komen niet op bovengenoemde inventarissen voor en schijnen 
derhalve reeds vóór 1816 naar de rechtbank te zijn overge- 
bracht. 

In het arrondissement Heerenveen zijn de archieven waar- 
schijnlijk reeds spoedig na 1811 overgebracht. Inventarissen uit 
dien tijd heb ik niet gevonden ; doch volgens de berichten van 
de grietmannen, die ingevolge bovengenoemde aanschrijving van 
den Minister van Justitie van 24 September 1816 door den pre- 
sident der rechtbank daaromtrent gevraagd werden, bleek, dat 
er „geene papieren en minuten welke gerekend kunnen worden 
tot de klasse der gerechtelijke akten te behooren bij hunne 
respectieve bureaux zijn berustende". Uit dit arrondissement 
heb ik alleen registers, doch geen enkel los stuk ontvangen, en 
in de gemeenten van dat arrondissement heb ik wel nog eenige 
rechterlijke registers, doch met slechts enkele uitzonderingen 
geen losse stukken gevonden. 

Daar ik vermoedde, dat destijds wellicht koopbrieven, testa- 
menten, inventarissen en dergelijke akten aan notarissen waren 
afgegeven, stelde ik daaromtrent een onderzoek in bij de beide 
bewaarders der notarieele akten in deze Provincie, doch het 
bleek, dat in de bewaarplaatsen, behalve slechts enkele oudere 
stukken, geen akten van vóór 1809 berusten. 

Het verlies van deze stukken is te meer te betreuren, daar 
de processtukken en ook de koopbrieven enz. in vele gemeenten 
niet geregistreerd zijn. Bovendien wordt dit gemis ook niet ver- 
goed door notarieele protocollen. Het notariaat is in deze pro- 
vincie, na een korten tijd van bloei in de tweede helft der 17o 
eeuw, geheel in verval geraakt. De akten werden meest door de 
secretarissen der grietenijen opgemaakt, en deze hielden publieke 
verkoopingen, verhuringen enz. De notarissen schijnen hoofd- 
zakelijk procureurs-werk bij de gerechten verricht te hebben. 
Het houden van protocol was in de eerste landsordonnantie van 
1602 den notarissen voorgeschreven, doch in de latere lands- 
ordonnantiën is deze bepaling niet opgenomen. Er zijn dan ook, 
voor zoover mij bekend is, op enkele uitzonderingen na, geen 
protocollen bewaard gebleven. 

Het blijkt niet wel doenlijk te zijn de inventarissen dezer 
archieven in rubrieken in te deelen, vóóral daar in dezelfde 
registers vaak akten van zeer onderscheiden aard, zoowel de 
eigenlijke als de vrijwillige rechtspraak betrefFende, geschreven 
zijn. Als volgorde werd echter steeds zooveel mogelijk genomen : 
crimineele of boetstraffelijke, civiele, vrijwillige rechtspraak. 



275 

De beschrijving der klooster-archieven werd door den heer 
Schoengen voortgezet. Tot nog toe bepaalde hij zich tot het 
maken van regesten, waarbij dan aanteekening van persoons- 
en plaatsnamen en zegels gehouden wordt. Voorloopig zullen 
alle kloosterstukken eveneens behandeld worden, en zal nog 
niet de definitieve inventaris van ieder klooster-archief vastge- 
steld worden. Door de regesten toch wordt een overzicht ver- 
kregen over alle stukken, en zullen later de systematische inven- 
tarissen met weinig moeite vast te stellen zijn. Bovendien wordt 
nu latere omwerking van de systematische inventarissen, waarin 
vaak onderscheidene stukken onder één nummer zullen beschreven 
worden, voorkomen, wijl er nog een vrij talrijke collectie stukken 
is, die nog nader onderzocht moeten worden, om geheel zeker 
te weten tot welk klooster zij behooren. 

Dit onderzoek zal tevens veel vereenvoudigd worden door die 
regesten en lijsten, omdat daardoor zeker eenige aanwijzing zal 
verkregen worden omtrent de herkomst van verscheidene 
stukken. 

Van het Provinciaal College van Toezicht op het beheer der 
goederen en fondsen van de Hervormde gemeenten in Friesland 
ontving ik in bruikleen, daartoe gemachtigd bij schrijven van 
Uwe Excellentie van 10 Januari 1903 n». 86, Afd K. W., het 
nieuwere gedeelte van het archief van dat College, dagteekenende 
van 16 Oct. 1869—31 Dec. 1898, dat geheel aansluit aan het 
oudere gedeelte van dat archief, dat in 1897 in bruikleen ont- 
vangen werd. Van het thans ontvangene werd een inventaris 
opgemaakt, die als bijlage I bij dit verslag gevoegd is. Van 
het in triplo geteekende procesverbaal deed ik Uwer Excellentie 
bij mijn schrijven van 1 September 1903 n^. 695 een exemplaar 
toekomen. 

De titels van de in dit jaar verkregen drukwerken werden 
in de alphabetische en systematische catalogussen, op losse 
blaadjes, tusschen gevoegd. 

VI. De in druk uitgegeven bescheiden, behoorende tot het archief. 

In het 29e deel van het „Archief voor de geschiedenis van 
het aartsbisdom Utrecht'^ werden door den heer Dr, M. Schoengen, 
als bijlage bii een kroniek van de Cistersiënser-abdij Bloem- 
kamp of Oldeklooster, gepubliceerd negen stukken uit de 15e en 
16», eeuw afkomstig van verschillende Cistersiënser kloosters in 
deze Provincie. 

Voor zoover mij bekend, zijn geen andere bescheiden indruk 
uitgegeven. 



276 
VII. Aanwinsten en verliezen. 

A, Handschriften. 

De aanwinsten waren in dit jaar van gerihgen omvang, doch 
zijn niet onbelangrijk, vóóral ook wijl zij reeds in het archief 
aanwezige collecties aanvullen. 

Van het Provinciaal College van toezicht op de Kerkelijke 
fondsen werd in bruikleen ontvangen het nieuwere gedeelte 
van zijn archief, dagteekenende van 1869—1898, hierboven in 
de 5® afdeeling vermeld. 

Door bemiddeling van den heer Rijksarchivaris in Limburg 
werden van den boekhandelaar F. Schmitz te Maastricht aan- 
gekocht eenige familie-papieren o. a. testamenten, inventarissen, 
enz., meest betreffende de geslachten Eminga en Buygers, uit 
de 17® en 18® eeuw. 14 stkn. Deze stukken vullen eene in het 
vorig jaar aangekochte verzameling stukken aan, die meest 
afkomstig waren van Tjaerda-state te Rinsumageest, en waar- 
onder ook stukken waren betreffende de beide hierboven 
genoemde geslachten. 

B. Drukwerken. 

Van Uwe Excellentie ontving het archief: 

a. Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven, XXIV. 
1901. 'sGrav. 1903. 

6. Verslagen omtrent 's Rijks verzamelingen van geschiede- 
nis en kunst. XXIV. 1901. 'sGrav. 1903. 

c, G. W. Kernkamp, Verslag van een onderzoek in 
Zweden, Noorwegen en Denemarken, naar archivalia 
belangrijk voor de geschiedenis van Nederland, 's Grav. 
1903. 

d. Middelnederlandsch woordenboek, door wl. Dr. E. 
Verwijs en Dr. J. Verdam. 5® dl., 15® en 16^ afl. 
's Grav. 1903. 

Van Heeren Gedeputeerde Staten van Friesland: 

Verslag van den toestand der provincie Friesland over 
1902. Leeuw. 1903. 

Van het Friesch genootschap van Geschied-, Oudheid- en 
Taalkunde : 

74e Verslag van het Genootschap, over 1901/1902. 
De Vrije Fries. 20e dl, 2^ afl. Leeuw. 1903. 



277 

Van de Centrale commissie voor de historisch-statistische 
kaarten in Nederland: . 

Jaarverslag over 1901. 

Van den heer Directeur van het Centraal bureau voor de 
Statistiek : 

Bijdragen tot de statistiek van Nederland. Nieuwe volg- 
reeks XXVI : Overzicht van marktprijzen van granen te 
Arnhem in de jaren 1544—1901. 'sGrav. 1903. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders van Leiden : 

J. C. Overvoorde, Catalogus van de bibliotheek over 
Leiden en omgeving. Leiden 1904. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders van Amersfoort : 

Inventaris van het archief der gemeente Amersfoort. 
Amersf. 1903. 

Van heeren Burgemeester en Wethouders van Leeuwarde- 
radeel : 

Inventaris van het archief der gemeente Leeuwarderadeel, 
(d. W. Jaarsma). 

Van den heer Algemeenen Rijksarchivaris: 

a. Notulen van de 12^ bijeenkomst der Rijksarchivarissen 
op 22 Oct. 1901. 

b. A. F. van Beurden, De handelingen van den Magistraat 
der stad Roermond van 1596 — 1696. Roermond 1903. 

c. A. F. van Beurden, Geschiedenis der Paltsgraven Bus- 
sel, hunne afstamming en nakomelingen. Roermond 
1903. 

d. A. F. van Beurden, Gedenkboek der „Blijde incomste 
van H. M. Koningin Wilhelmina en Z. K. H. Prins 
Hendrik der Nederlanden in de stad Roermond op 
Vrijdag den 17«^ Juli 1903". Roermond. 

e. Feestschrift bij het bezoek van Hare Majesteit Koningin 
Wilhelmina en Z. K. H. Prins Hendrik der Neder- 
landen aan Limburg en aan de stad Roermond op 
Vrijdag 17 Juli 1903. 

Van den heer Bibliothecaris der Koninklijke Bibliotheek: 
Catalogus der Geschiedenis. Frankrijk, ('s Grav.) 1902. 



278 

Van den heer Bibliothecaris der Universiteits-Bibliotheek te 
Leiden : 

Lijst van periodieken, te raadplegen in de Bibliotheek 
der Rijksuniversiteit. Leiden 1903. 

Van de Schrijvers : 

Nasporingen en studiën op het gebied der Nederlandsche 
krijgsgeschiedenis. 8® jaarverslag 1 Oct. 1902. 's-Grav. 1903, 
door F. de Bas. (Overdruk.) 

Jaarverslag met verslag der aanwinsten betreffende 's Rijks- 
oud- en nieuw Provinciaal archief te 's-Hertogenbosch in 
1901, door Mr. A. C. Bondam. (Overdruk.) 

Verslag omtrent oude Gemeente- en Waterschaps archie- 
ven in Noordbrabant. Maart 1902 en Juni 1903, 's-Hertogenb. 
2 stkn., door denzelfde. 

Inventaris van het archief der gemeente Warmenhuizen. 
1901, door C. J. Gonnet. 

Aanwinsten van het Rijksarchief in Limburg over 1901. 
's-Grav. 1903, door A. J. Flament. 

Archief der gemeente Alkmaar. Verbetering en aanvul- 
ling van den inventaris van dr. P. Scheltema, 1869. Alkmaar 
1903, door C. W. Bruinvis. 

Akten en bescheiden betreffende de Cisterciënser abdij 
Bloemkamp of Oldeklooster bij Bolsward, door Dr. M. 
Schoengen. (Overdruk.) 

Stadsbezit in grond en water gedurende de middeleeuwen. 
Een historisch-peconomische beschouwing. Acad. Proefschr. 
Leiden 1903, door L H. Gosses. 

Aanteekeningen op eene brochure van den heer Wildeman, 
door J. L. Jansen. (Overdruk.) 

ültramontaansch gedoe, door M. G. Wildeman. 

Naschrift bij de „Aanteekeningen op een brochure van 
den heer Wildeman, archivaris van het Hoogheemraadschap 
Delfland", door J. L. Jansen. (Overdruk.) 

Door aankoop werd verkregen : 

Nederlandsch archievenblad. Orgaan van de Vereeniging 



r 



279 

van archivarissen in Nederland, 11® jrg. 1902/1903 no. 3, 
en 1903/1904 n». 1. Gron. 1903. 

Revue des Bibliothèques et Archives de Belgique. Tom. 1, 
1» et 2e livr. Renaix 1903. 

G. Frenzel, Leitfaden für die Einrichtung der Kanz- 
leien, Registranden und Akten der Deutschen Stadge- 
meinden. Leipz. 1908. 

Monumenta Palaeographica. Denkmaler der Schreibkunst 
des Mittelalters. 1® Abteilung. Schrifttafeln in Lateinischer 
u. Deutscher Sprache. In Verbindung m. Fachgenossen 
herausg. v. Dr. A. Chroust. 1« Serie. Liefr. I-XII. Münch. 
1899-1903. 

Palaeografisk atlas. Dansk afdeling. K0benhavn 1903. 

R. Rosenmund, Die Fortschritte der Diplomatik seit 
Mabillon, vornehmlich in Deutschland-Oesterreich. Münch. 
1897. 

K. F. Rietsch, Handbuch der ürkundenwissenschaft. 
Basel 1903. 

Urkunden-Buch der Stadt Lübeck. U^"^ Teil, 3^ u. 4« 
Lief, Lübeck 1903. 

K. Höhlbaum, Kölner Inventar. 2^' Band. 1572—1591. 
Mit einem Akten-Anhang. Leipzig 1903. 

J. Th. de Raadt, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des 
pays avoisinants. Tomé IV, fase. 4. Brux. 1903. 

H. v. Sybel, Vortrage und Abhandlungen. München u. 
Leipz. 1897. 

Mitteilungen der K. Preusischen Archivverwaltung. Hft. 6. 

E. Ausfeld, Uebersicht über die Bestande des K. Staats- 
archivs zu Coblenz Leipzig 1903. 

Realencyklopaedie für Protestantische Theologie und 
Kirche. Begründet von J. J. Hertzog. 3e Aufl. herausgeg. 
v. A. Hauck. Bd. 11. Leipz. 1903. 

Wetzer u. Welte's Kirchenlexicon oder Encyklopaedie 
der Katholischen Theologie und ihrer Hülfswissenschaften. 
2e Aufl. Register. Freiburg i. B. 1903. 



280 

A. Hauck, Kirchengeschichte Deutschlands. Thl. IV. Die 
Hohenstaufenzeit. 2® Halfte. Leipz. 1903. 

J. Hansen, Rheinische Akten zur Geschichte des Jesuiten- 
ordens. 1542—1582. Bonn 1896. 

H. Schaefer, Pfarrkirche und Stift im Deutschen Mittel- 
alter. Stuttgart 1903. 

A. Holtgreven, De archidiaconis archidioeceseos coloniensis. 
Bonnae 1866. 

G. J. Gonnet-Rijksarchivaris. Haarlem (1903). 

J. G. C. Joosting, Het Rijksarchief in Drenthe. Assen. 

Vereeniging tot de uitgave der bronnen van het oude 
vaderlandsche recht. 

Verslagen en mededeelingen 4^ dl. n®. 6. 's-Grav. 1903. 

Werken. 2^ Reeks. R. Fruin, De Middeleeuwsche rechts- 
bronnen der kleine steden van het Nedersticht van Utrecht. 
3« dl. 's-Grav. 1903. 

Batavia sacra, sive res gestae apostolicorum virorum 
qui fidem Bataviae primi intulerunt, in duas partes divisa. 
Brux. 1714. 

W. Moll, Kerkgeschiedenis van Nederland vóór de Her- 
vorming. Arnh.— Utr. 1864 — 71. 2 dln, in 5 bndn. en Alfab. 
register. 

K. O. Meinsma, Middeleeuwsche Bibliotheken. Amst. 1903. 

C. Houlbert, Les insectes ennemis des livres. Leursmoeurs 
— Moyens de les détruire. Paris 1903. 

J. H. de Stoppelaar, Inventaris van het oud-archief der 
stad Middelburg 1217—1581. Middelburg 1883. 

H. Brugmans, Catalogus codicum manuscriptorum univer- 
sitatis Groninganae bibliothecae. Groning. 1898. 

* 

W. Dijkstra, Friesch woordenboek (Lexicon frisicum), 
benevens lijst van Friesche eigennamen, bewerkt door Johan 
Winkler. Aflev. 17. Leeuw. 1903. 

J. G. Th. Graesse, Orbis latinus oder Verzeichniss der 
lateinischen Benennungen der bekanntesten Stadte etc., 



281 

Meere, Seen, Berge und Flüsse in allen Theilen der Erde 
nebst einem deutsch-lateinischen Register derselben. Dresden 
1861. 

G. A. Saalfeld, Deutsch-Lateinisches Handbüchlein der 
Eigennamen aus der alten, mittleren und neuen Geographie. 
Leipz. 1885. 

Minerva. Jahrbuch der gelehrten Welt. Herausgeg. v. 
K. Trübner. 12^ u. 13^ Jahrg. Strassb. 1903—04. 2 bndn. 

Provinciale almanak van Friesland voor het jaar 1903. 
Leeuw. 



VIII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 

belangrijke onuitgegeven bescheiden^ voor het archief in de 

'provincie van gewicht en berustende in andere 

binnen- en buitenlandsche archieven. 

Tot het nemen van dergelijke afschriften deed zich in dit 
jaar geene gelegenheid voor. 



IX. Het gebruik van het archief gemaakt door en inlichtingen 
verstrekt aan autoriteiten en particulieren. 

In het Rijksarchief te Groningen werden tijdelijk gedeponeerd : 

a. 10 Proclamatieboeken van verkoop van vaste goe^ 
deren enz. van Ooststellingwerf van 1627 — 1761 ; ten 
gebruike van den heer P. H. Meekhoff Doornbosch, te 
Baflo. 

b. Eene verzameling afschriften van stukken betref- 
fende Friesland, berustende in het Hauptstaatsarchiv te 
Dresden; ten gebruike van den heer J. S. Theissen, te 
Groningen. 

Uit het Algemeene Rijksarchief werd ten gebruike van den 
heer D. Cannegieter, notaris te Tzum, alhier gedeponeerd een 
bundel Brieven van Japan etc. 1645 — 46. 

Uit het Rijksarchief in Gelderland werden mij, tot eigen 
gebruik, twee charters van den Commendeur van de St. Jansorde 
te Utrecht uit de 14® eeuw ter inzage gezonden. 



282 

Ten gebruike van den heer Dr. M. Schoengen, commies bij 
het Archief, werden alhier gedeponeerd: 

a. uit het Algemeene Rijksarchief, uit de Rijksarchieven 
in Gelderland, Utrecht, Zeeland, Overijssel en Groningen, 
en uit de gemeente-archieven van Middelburg, Utrecht, 
Zwolle en Bolsward : een aantal handschriften en charters, 
ten einde daaruit eene keuze te doen van stukken, waar- 
van de reproducties gevoegd zullen worden bij een uit te 
geven handboek voor Nederlandsche palaeografie. 

6. uit het gemeente-archief van Zwolls: een aantal 
charters betreffende de Fraterhuizen te Zwolle. 

c. uit de Koninklijke Bibliotheek te Brussel: Een 
handschrift betreffende de Fraterhuizen te Zwolle en 
Deventer. 

Aan Heeren Gedeputeerde Staten van Friesland werd gerap- 
porteerd omtrent den aanleg van een trekweg langs de vaart 
van Workum naar Bolsward in 1647 en volgende jaren. 
Hiertoe werd hoofdzakelijk eene verzameling stukken uit het 
gemeente-archief van Workum gebruikt. 

Heeren Gedeputeerde Staten verlangden gewaarmerkte afschrif- 
ten te ontvangen van alle arrêtés, door den Prefekt van Fries- 
land in de jaren 1812 en 1813, naar aanleiding van het Kei- 
zerlijk Decreet van 21 October 1811, aangaande het eigendoms- 
recht op tollen, met de daarbij behoorende toltaiïeven, en voorts 
nog van eenige daartoe betrekkelijke besluiten en missives van 
den Prefekt. Al deze afschriften zijn thans ter verzending 
gereed. 

Voorts wenschten heeren Gedeputeerde Staten ingelicht te 
worden of er door den Prefekt van Friesland een arrêté genomen 
is omtrent het eigendomsrecht op den tol te Sloten, en indien 
dit niet het geval is, welke de vermoedelijke reden daarvan 
zoude zijn. Daar het bleek, dat daaromtrent geen arrêté 
genomen is, was er, om op de tweede vraag te kunnen ant- 
woorden, een zeer uitgebreid onderzoek noodig zoowel in het 
archief van den Prefekt, als in dat van den Onder-Prefekt van 
het arrondissement Heerenveen. Ook in het Gemeente-archief 
werd een onderzoek ingesteld, doch daar was omtrent deze zaak 
bijna niets te vinden. Uit de prefekts- en onder-prefekts- 
archieven bleek echter, dat door den maire van Sloten wel een 
bewijsstuk omtrent een tol aldaar aan den Onder-Prefekt en 
door dezen aan den Prefekt gezonden is, doch dat dit niet in 



283 

den behoorlijken vorm en niet in het Fransch was opgesteld, 
weshalve het aan den maire ter verbetering en registratie 
werd teruggezonden. Het is echter niet gebleken, dat daarna 
het verbeterde stuk door den Prefekt is ontvangen. De oorzaak 
daarvan moet vermoedelijk gezocht worden o. a. in de omstan- 
digheid, dat het op verscheidene plaatsen in deze provincie 
hoogst bezwaarlijk schijnt geweest te ziin dergelijke stukken in 
behoorlijk Fransch op te stellen. Althans dit wordt door den 
Prefekt in brieven aan den Directeur des Ponts et chausséesen 
Hollande herhaaldelijk als reden opgegeven, waarom de 
inzending van de stukken betreffende den eigendom van tollen 
met zijne arrêtés zoo groote vertraging ondervond. Trouwens 
omtrent verscheidene tollen in deze Provincie is door den 
Prefekt geen arrêté genomen, en de oorzaak daarvan kan niet 
gezocht worden in het ontbreken van eigendomsbewijzen, daar 
het bij gebrek aan het oorspronkelijke eigendomsbewijs voldoende 
was eene acte de notoriété publique over te leggen. 

Aan den heer Mr. J. A. Feith, rijksarchivaris in Groningen, 
werden eenige inlichtingen verstrekt 1® omtrent twee sluizen in 
de trekvaart te Stroobos op de grens tusschen Groningen en 
Friesland, en 2^ omtrent de geschiedschrijvers Martinus van Ylst 
en Henricus Thaborita en hunne kronieken. 

Den heer Dr. P. P. Albert, stads-archivaris te Freiburg i/B., 
werden op zijn verzoek eenige opgaven verstrekt omtrent Chris- 
stoffel van Sternsee, in de 2^ helft der 16e eeuw grietman van 
Barradeel, en drost en olderman van Harlingen. 

Voor den heer K. Gorter, secretaris van het college v. kerk- 
voogden der Hervormde gemeente te Opeinde, werd een onder- 
zoek ingesteld naar stukken aangaande de pastoriegoederen van 
Opeinde. 

Den heer W. H. E. Wolff te Amsterdam werden eenige inlich- 
tingen gezonden omtrent den Frieschen uurwerkmaker H. K. 
Ratsma. 

De nasporingen op verzoek van den heer Mr. H. D. Guyot 
te Groningen in het archief van het Hof gedaan betreffende den 
pasteur Joseph Pithori, tegen wien in 1669 een aanklacht bij 
de Synode werd ingediend, leidden niet tot het gewenschte 
resultaat. Waarschijnlijk is het ontbreken van vele stukken van 
het Hof uit die jaren de oorzaak daarvan. 



284 

Den heer Dr. W W. v. d. Meulen te Scheveningen werd mede- 
deeling gedaan omtrent stukken van het jaar 1672, in dït dep6t 
berustende. 

Op een vraag van den heer G. Boosman te Dragten, naar het 
bestaan van een kaart van de kerkelijke gemeente Dragten en 
Dragtstercompagnie, met de grensscheiding tusschen beide dor- 
pen, moest ontkennend geantwoord worden. 

De heer Henry P. Gibson te New- York vroeg mij om eenige 
genealogische gegevens omtrent Petrus Stuyvesant, den laatsten 
gouverneur van Nieuw-Nederland, en enkele leden van die 
familie. 

Het resultaat van het deswege gedaan onderzoek was, dat 
van Petrus Stuyvesant slechts de datum van inschrijving in 
het album der Franeker academie kon medegedeeld worden ; 
en voorts werd bericht, dat van de dorpen in deze provincie, 
alwaar zijn vader predikant geweest is, de doop- en trouwboe- 
ken uit dien tijd voor zoover bekend ni^t meer bestaan. 

Ten behoeve van eene studie over het dansen en de bezwaren 
daartegen van kerkelijke zijde aangevoerd in de 2® helft der 
17® eeuw, werden voor den heer D. F. Scheurleer te 's-Graven- 
hage nasporingen gedaan o. a. in de archieven van Gedeputeerde 
Staten, het Hof, het Prov. Kerkbestuur en de Classis Leeuwar- 
den. Eenige inlichtingen en copieën werden ZEd. verstrekt. 

Het alhier gedeponeerdeoud-archief der kerkvoogdij der Nederl. 
Hervormde gemeente te Winaldum gaf aanleiding tot de vragen 
van den secretaris van die kerkvoogdij, 1® hoeveel de kosten 
van het wederopbouwen van den toren aldaar in 1685 bedragen 
hebben, 2e of de Burgerlijke gemeente eenige rechten op dien 
toren heeft o. a. door bijdragen in die kosten van wederopbouw. 

De kosten konden uit een rekenboek worden opgegeven. Op 
de tweede vraag werd bericht, dat mij daaromtrent niets geble- 
ken is. 

De heer K. Vos, predikant der Doopsgezinde gemeente te 
Woudsend, ontving eenige inlichting omtrent eene inscriptie op 
een raam in de Doopsgezinde kerk aldaar, en voorts betreffende 
een stuk in het gemeente-archief te Sloten. 

Op een vraag van genealogischdn aard van den heer C. A. 
V. Weelderen, luitenant der artillerie, te Arnhem, kon geene 
inlichting gegeven worden. 

Aan den heer Brucken Fock te Middelburg werd eene opgave 
verstrekt van eenige stukken uit de ten vorigenjare aangekochte 



285 

verzameling familiepapieren, afkomstig van wijlen Jhr. Mr. M. 
de Haan Hettema. 

De heer Jhr. B. W. F. van Riemsdijk te Amsterdam ontving 
inlichting omtrent Worp Ropta, grietman van Oostdongeradeel 
enz., en omtrent den schilder J. Attema. 

Voor den heer Mr. S. Hannema te 's-Gravenhage werden eenige 
nasporingen gedaan in het rechterlijk archief van Wonseradeel 
voor de genealogie zijner familie. Voor hetzelfde doel stelde 
ZEGestr. ook persoonlijk in het archief een onderzoek in. 

Voorts bezochten nog de volgende personen het archief: 

De krijgshistorische onderzoekingen werden in het begin van 
het jaar voortgezet door den heer J. M. v. d. Made, die sinds 
1 October 11. daarin vervangen werd door den heer H. A. Stork, 
Ie luitenant der Infanterie alhier. 

Ook de heer J. A. Theissen zette zijne, in het vorige jaar 
voor zijn academisch proefschrift begonnen onderzoekingen, in 
het archief voort, doch moest die in den zomer staken wegens 
zijne benoeming tot leeraar aan het gymnasium te Groningen. 

De heer Dr. W. P. C. Knuttel, onder-bibliothecaris der Konink- 
lijke bibliotheek te 's-Gravenhage, bezocht eenige dagen het 
archief om gegevens te verzamelen voor eene studie over Bal- 
thasar Bekker. 

De heer F. H. v. Setten, arts te Wirdum, kwam informeeren 
naar het origineele contract, in 1633 gesloten betreffende het 
onderhoud van de ringsloot van de ingepolderde Warregaster 
Grootmeer. Een daarnaar ingesteld onderzoek leidde niet tot 
het gewenschte resultaat. 

De heer H. H. Tromp, burgemeester van Wijmbritseradeel, 
nam inzage van eenige registers van het rechterlijk archief van 
Wijmbritseradeel. 

De heer Dr. J. A. Bruins, predikant te Idaard, deed onder- 
zoek naar het testament van Ds. Henricus Perizonius. 

De heer Dr. L. Knappert, hoogleeraar te Leiden, kwaminfor- 
matiën inwinnen omtrent de geschiedenis der Doopsgezinden in 
deze provincie, en nam inzage van crimineele sententieboeken 
van het Hof uit de 16e eeuw. 

De heer S. Haagsma. notaris te Sneek, deed herhaaldelijk 
nasporingen in rechterlijke archieven. 



286 

De heer Mr. J. A. Stoop, alhier, deed meermalen o. a. in het 
alhier gedeponeerde archief van het Prov. College van toezicht 
op de kerkelijke fondsen naeporingen naar stukken betreffende 
de pastoriegoederen der Hervormde gemeente Hoornsterzwaag 
c. a., en voorts informeerde ZEdGestr. naar stukken aangaande 
landerijen bii Sneek gelegen, die vroeger aan het Hospitaal-con- 
vent behoord hebben, üit de stukken, van dit convent afkom- 
stig, konden ZEdGestr. eenige gegevens verstrekt worden. 

Voor hetzelfde doel bezocht de heer Mr. C. Ch. Paehlig, te 
Sneek, het archief. Z.Edelgestr. nam ook inzage van eenige 
banden en stukken, behoorende tot de rechterlijke archieven 
van Sneek en Wijmbritseradeel. 

De heer Mr. J. F. de Jong Posthumus, alhier, kwam eenige 
registers van het rechterlijke archief van Utingeradeel raadplegen. 

De heer M. W. Verwer, te Sneek, won inlichtingen in omtrent 
het Gasthuis, de Frittemahof en de St. Maartenskerk aldaar. 

De heer Dr. M. N. Ringnalda, secretaris van het Prov. college 
van toezicht op de kerkelijke fondsen alhier, nam inzage van 
stukken van het archief van dat college, betreffende den aan- 
koop van de kerk en pastorie te Finkum voor 's lands rekening 
in de eerste helft der 19® eeuw. 

Tot hetzelfde doel bezocht ook de heer H. de Boer, predikant 
te Finkum c. a., het archief. 

De heer H. de Peyster, tijdelijk te 's Gravenhage, won alhier 
eenige informatiën in ten behoeve van eene studie over den 
patriottentijd. 

Door den heer Dr. S. Nagy, uit Debreczen in Hongarije, werd 
het archief bezocht, ten einde kennis te nemen van stukken 
betreffende Hongaarsche studenten, die de academie te Franeker 
bezocht hebben. Z.Ed. nam o. a. inzage van het album van die 
academie. 

Voorts werd nog uit het album van die academie inlichting 
verstrekt aan den heer R. P- v. Epen te 's Gravenhage, omtrent 
Arnoldus en Herman van Zuylen van Nyevelt. 

Afschriften werden gegeven : 

1. aan den heer Mr. T. v. Hettinga Tromp, alhier: 

a. van eene informatie, door een commissaris van het Hof 
van Friesland genomen, in zake den verkoop van veen- 



r 



287 

gronden te Hoornsterzwaag in 1804, en van de beschikking 
daarop van het Hof. 

b. van eene resolutie van Gedeputeerde Staten van Fries- 
land van 8 Mei 1587 betreffende de geestelijke goederen 
te Sneek. 

c, van eene resolutie van de Staten van Friesland van 
12 Mei 1791 betreffende de Hervormde gemeente te 
Menaldum. 

2. aan den heer D. T. Scheurleer, te 's Gravenhage : 

van resolutiën van Gedeputeerde Staten van Friesland 
van den 16 Mei 1682 en 6 Mei 1693, van de acta Syno- 
dalia Frisiae v. 1683 (art. 39, 5, 6) en van de acta der 
classis Leeuwarden van 16 April 1683 en 29 April 1683, 
alle betreffende de aanstelling van een dansmeester te 
Franeker. 

3. aan den heer Mr. J. A. Stoop, alhier : 

(L van eene dispositie van het Provinciaal college van 
toezicht op de kerkelijke fondsen van 15 Aug. 1832. I. 

b. van eene missive van den Minister voor de zaken der 
flerv. kerk aan het Prov. college van toezicht van 
2 Nov. 1831 en van het Koninklijk Besluit van 28 Oct. 1831, 
beide betreffende de scheiding der Herv. gemeente 
Hoornsterzwaag, c. a. 

c. van eene resolutie van Gedeputeerde Staten van Fries- 
land van 8 Mei 1587, betreffende de geestelijke goederen 
te Sneek. 

4. aan den heer J. K. Inia, te Nijega (Smallingerland) : 

van inventarissen der pastoriegoederen van de Her- 
vormde gemeente Oudega c. a. van 1742, 1793 en 1828. 

5. aan den heer K. Gorter, te Opeinde: 

van den inventaris der pastoriegoederen van de Herv. 
gemeente Oudega c. a. van 1828. 

6. aan den heer Mr. S. Hannema, te 's Gravenhage : 

van twee akten uit het verkoops-proclamatieboek van 
Franekeradeel van 1629-1662. 



288 

Naar aanleiding van de door Dr. M. Schoengen genomen 
proeven, om beschadigde handschriften en zegels met zapon te 
behandelen, bezocht de klerk van het gemeente-archief van 
Utrecht op last van Burgemeester en Wethouders van die 
gemeente, eenige dagen het archief, ten einde kennis te nemen 
van de wijze van deze behandeling. Dr. Schoengen stelde hem 
daarvan geheel op de hoogte. 

X. Uitkomst der bemoeiingen met gemeente-, waterschaps- 

en andere archieven. 

In mijn jaarverslag over 1901 deelde ik mede, dat het Provin- 
ciaal College van toezicht op het beheer der goederen en fondsen 
der Hervormde gemeenten in Friesland het voornemen had, 
behoudens overleg met mij, de kerkvoogden der aangesloten 
gemeenten in Friesland uit te noodigen, de in hun archief aan- 
wezige oude boeken en papieren, die niet meer gebruikt worden, 
ter ordening, inventarisatie en goede bewaring op te zenden aan 
het Rijksarchief alhier ; dat echter Uwe Excellentie bezwaar had 
tegen mijn deswege gedaan voorstel, om de kosten van over- 
zending en reparatie van die archieven ten laste van het Rijk 
te brengen, en dat het College mij toen berichtte zich niet met 
de gestelde voorwaarde betrefifende die kosten te kunnen ver- 
eenigen. 

Daar het nu te vreezen was, dat er niets tot behoud van deze 
belangrijke archieven gedaan zoude worden, terwijl toch vele 
daarvan voortdurend in gevaar van vernietiging verkeeren, ver- 
oorloofde ik mij Uwer Excellentie een nieuw voorstel daaromtrent 
te doen n 1., dat de kosten van overzending en reparatie van 
die archieven voorloopig ten laste van het Rijk zouden gebracht 
worden, doch dat ingeval kerkvoogdijen hunne archieven terug 
wenschen te ontvangen, die kosten aan het Rijk moeten vergoed 
worden. Uwe Excellentie keurde dit voorstel goed, en ik vond 
nu het College bereid zijne medewerking te verleenen. Bij schrij- 
ven van 22 Mei 1903 berichtte het College mij, dat „de kerk- 
voogden der bij het Algemeen college van toezicht aangesloten 
gemeenten in hun ressort in kennis gesteld waren met de voor- 
waarden, waaronder de plaatsing hunner archieven inhetRijks- 
dep6t alhier kan geschieden, met de uitnoodiging er bij om tot 
die plaatsing over te gaan, indien hunne archieven maar eenigs- 
zins van belang te achten zim". 

Tot nog toe heb ik geen dezer archieven ontvangen. 

Het College gaf, zooals ik in de 5« afd. vermeldde, zijn eigen 
archief, dagteekenende van 1869 — 1898, in bruikleen. 

Ingevolge de aanschrijving van Uwer Excellenties ambtsvoor- 



289 

ganger van 28 April 1893 n». 813 Afd. K. W., werden de ge- 
meente-archieven van Leeuwarden en Bolsward weder bezocht. 
Op beide plaatsen bevond ik, dat aan de rechterlijke archieven, 
die aan deze gemeenten in bewaring gegeven zijn, goede zorg 
besteed wordt. 

Door het gemeente-bestuur van Opsterland werd in het jaar 
1893, zooals ik in mijn verslag over dat jaar mededeelde, eene 
verzameling registers en stukken, behoorende tot het oud-archief 
van die gemeente, die ik bij mijn bezoek aan die gemeente, ter 
opsporing van rechterlijke archieven, op den zolder van het ge- 
meentehuis in verwaarloosden toestand gevonden had, op mijn 
verzoek naar hier gezonden, ter bewaring in het archietdepót. 
Thans stelden Burgemeester en Wethouders van die gemeente 
bij schrijven van 21 November 1903 mij voor ook het overige 
oud-archief van die gemeente in bewaring te nemen. Ik heb 
toen die gemeente bezocht en met den heer Burgemeester afge- 
sproken, dat mij al het daar nog aanwezig archief, dagteekenende 
tot September 1816, zou toegezonden worden. Ik ben deze stuk- 
ken nog wachtende. 

De beschrijving der oude archieven van den burgerlijken stand 
in deze Provincie kwam gereed. 

Ik heb de eer Uwer Excellentie deze beschrijving als Bijlage 
II van dit verslag te doen toekomen. 

De archivaris in Friesland, 

Leeuwarden, 29 Februari 1904. J. L. Berns. 



(1903) 19 



290 
Bijlage I. 



Archief van het Provinciaal college van toezicht op 

het beheer der goederen en fondsen der 

Hervormde gemeenten in Friesland. 



II. 

(16 October 1869-31 December 1898). (1) 

1. Agenda's der vergaderingen van het College. 3 Oct. 1870, 
2 Nov. 1874-29 Oct. 1886, 16 Nov. 1888—19 Nov. 1889, 16 
Juli 1891-10 Nov. 1898. (Van af 1881, met eenige bijbehoorende 
decisiën). Hierbij: Reglement v. orde v. h. College v. 20 Maart 
1871. 2 portef. 

2. Dispositiën van het College, (en van de Commissie voor 
spoedeischende zaken). 16 Oct. 1869-22 Dec. 1880. 12 bndn. 
(Ieder jaar in 1 bd.). 

3. Register op de dispositiën. 16 Oct. 1869—1880. 1 bd. 

4. Adviezen van leden van het College. 1870—1873, 1883, 
1885—1893. (Hierbij : Enkele agenda's van vergaderingen der 
Commissie voor spoedeischende zaken). 1 portef. 

5. Acta van de Commissie voor spoedeischende zaken, met 
de daarbij behoorende stukken. 1881—1898. 18 bndn. 

6. Ingekomen stukken, behoorende bij de dispositiën. 16 Oct. 
1869 -1880. 12 bndn. (Ieder jaar in 1 bnd.). 



(1) In het Rijksarchief in Friesland gedeponeerd. Zie het eerste ge- 
deelte van het archief van dit College, dat in 1897 aldaar gedeponeerd 
werd : Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven 1897, blz. 263. 



291 

7. Ingekomen stukken. 1 880 — 1899. (Met eene lijst van de in 
deze serie ontbrekende stukken). 4 portef. 

8. Registers van ingekomen stukken. 1 Oct. 1869 — 1899. 7 bndn. 

9. Missives, geadresseerd aan den secretaris van het College. 
1865-1892. (Hierbij enkele concepten en copieën van verzonden 
missives, enz.). 1 portef. 

10. Missiveboek 22 Aug. 1893—19 Nov. 1898. 1 bnd. 

11. Lijst van stukken betreffende de door het Provinciaal 
college van toezicht gegeven uitvoering van het besluit van het 
Algemeen college van 12 October 1868 n®. 40 ter voorloopige 
organisatie van de Nederl. Hervormde kerk aangaande het be- 
heer der kerkelijke goederen en fondsen. Met eenige der bijbe- 
hoorende stukken. 1 portef. 

12. Processen-verbaal van toetreding van gemeenten tot het 
Algemeen Reglement. 1870 — 1875. Met eenige begeleidende rhis- 
sives en Ingekomen berichten van gemeenten, die niet wenschen 
toe te treden. 1870. 1 portef. 

13. Stukken betreffende de kiesvergaderingen. 1870—1898. 
2 portef. 

14. Plaatselijke reglementen op het beheer der kerkelijke 
goederen. 1869—1875. (Hierbij: Reglementen op het bestuur der 
pastorie-goederen en fondsen van Aengwirden, Marrum en Nijkerk, 
Oostrum en Jouwswier, Sexbierum en Dragten. 1855—1860). 
1 portef. 

15. Stukken betreffende de scheiding der gemeente Warga, 
Warstiens en Wartena. 1873—1881. 2 portef. 

16. Stukken betreffende: a. de scheiding van kerk- en arm- 
voogdij enz. te Roordahuizum en te Baard (1830—1857); b. de 
kosterie-goederen van Wartena 1848 — 1874; c. het predikants- 
tractement te St. Jacobi-parochie 1872 — 1873; d. de goedkeuring 
van het plaatselijk reglement te Oudega en Kolderwolde 1877 — 
1878 ; e, den herbouw der pastorie en de verhooging van het 
predikants-tractement te Haulerwijk 1881 — 1882. 1 portef. 

17. Stukken betreffende : a. de verhooging van het predikants- 
tractement te Nes op Ameland 1879 — 1893; b. de bijzondere 
school te Surhuizum 1891 ; c. de herstelling der kerk en pastorie, 
enz., te Hoornsterzwaag 1889—1892; d de afzetting van een 
notabele te Nijega (Smallingerl.) 1895 — 1897. 1 portef. 



292 

■ 

18. Ingekomen berichten betreffende tenaamstelling van 
inschrijvingen op de Grootboeken der Nationale schuld. (Circu- 
laire V. 20 Febr. 1893). 1 portef. 

19. Ingekomen berichten van ontvangst van het nieuwe 
reglement v. 1895. 1 portef. 

20. Ingekomen berichten betreffende gelden, die anders als 
volgens art. 21 Alg. Regl. belegd zijn. (Circulaire v. 4 April 
1898). 1 portef. 

21. Staten v. begrooting van de kerkvoogdüen. 1870 — 1899. 
(Met eene lijst van de ontbrekenden). 10 portef. 

22. Afschriften van rekeningen van kerkvoogdijen. 1870 —1 898. 
(Met eene lijst van de ontbrekenden). 11 portef. 

23. Aanteekeningen, enz. 1 portef. 

24. Gedrukte circulaires en ander drukwerk van het Provin- 
ciaal college. 3 pakken. 

26. Kerkelijke reglementen, brochures, boekwerken, enz., 
meest alle van kerkrechterlijken aard. 8 pakken. 



\ 



293 
Sijlage II. 



Oude archieven van den Burgerlijken Stand 

in Friesland. 



Deze archieven bevatten in hoofdzaak 1®. door plaatselijke 
gerechten gehouden registers betreffende huwelijk en overlijden 
en 2®. registers, in 1812 uit de kerkelijke archieven naar de 
gemeente-secretarieën overgebracht. 

Reeds spoedig na de Hervorming werden door de Staten van 
Friesland aangaande huwelijken eenige regelen vastgesteld: In 
hare resolutie van 18 Maart 1586 (1) werd o. a. het volgende 
bepaald : „Omme te versiene op die veelvoldige ongeregeltheden, 
dagelicx zoe langher zoe meer in den huwelieken staet voor- 
vallende, hebben gheordonneert ende ghestatueert, ordonneeren 
ende statueren mitz desen, dat van nu voortaen alle persoonen . . . 
verhylickende elcxanderen, nyet bestaende in den graden van 
bloede ende maechschap ofte zwaegerschap, hier nae in deesen 
verbooden . . . heure trouwe behoorlijck voor de vergaderinge 
in de echte sullen gehouden weesen te solemniseeren voor die 
gemeente Godes, na oproepinge heurer naemen ende belofte, op 
drie verscheidene Sonnendaeghen ofte ten minsten, bij toUerantie 
ende tot naerder dispositie, na drie oproepingen van hunne namen 
en beloften voor eens yderen competenten gerechte, op drie 
verscheydene rechtdaegen, acte van hun vereeniginge in de 
echte, int biweesen der naeste vrienden van beyde zyden, voor 
eenen uit denselven gerechte deur den secretarium te laet-en 
aentekenen . . ." 

Deze bepaling is bijna woordelijk opgenomen in den eersten 
druk van de landsordonnantie van 1602. (Boek I, tit. I, art. 11) 
en ook in de latere drukken van die ordonnantie. 

In afwijking van deze bepaling was, althans in eenige steden, 
voorgeschreven, dat ook de huwelijken, die in de kerk afge- 



(1) Charterb. v. Friesl. IV, 578. 



294 

kondigd en bevestigd werden, vóóraf ten raadhuize moesten 
aangegeven worden. De magistraat van Bolsward bepaalde n.1. 
bij resolutie van 18 Juni 1656 „geconsidereerd hebbende d'menig- 
vuldige misbruyeken die daegfix in d'stadt Bolswart int stuck 
van't aengeven der gebooden ende trouwen van echtelveden 
de overhandt nemen ... tot voercoeminge van sulcx, volgenst 
lofflyck gebruyek van de naeburige steeden, dat van nu voer- 
taen all die genige die sich te houelyck staet willen begeven, 
alvoren sij haer aengeven aende kercke . . . sullen eerst ver- 
schyenen voor de presiderende burgemeester ende secretaris . . . 
omme aldaer te ontfangen een consent sedulle ' omme sulcx 
aen de predicanten over te brengen . . ." 

Van vele gerechten zijn aanteekeningen betreffende huwelijken 
bewaard gebleven. In enkele steden en bijna alle overige gemeenten 
komen die echter in dezelfde registers voor, waarin ook de 
proclamatiën van verkoop, enz. van onroerende goederen of 
andere gerechtelijke akten geregistreerd werden. Deze registers 
zijn na 1811 met de overige rechterlijke archieven naar de recht- 
banken overgebracht en berusten thans, behalve die van Leeuwar- 
den en Bolsward, in het archief-depót alhier. Doch in de gemeenten, 
alwaar afzonderlijke huwelijks-registers ge'^iouden zijn, werden 
deze in 1811 niet onder de rechterlijke arc'jTcven begrepen, en 
zijn bij de gemeente-archieven blijven berusten (1), blijkbaar 
ingevolge de circulaire van den Intendant van binnenl. zaken 
van 17 Febr. 1811 aan den Prefect v. Friesland, waarin o. a. 
„dans quelques villes les registres de Tétat civil étaient tenus 
par la chambre des échevins, il ne devront pas être places 
sous les scellés qui seront apposés sur les archives des ban es 
des échevins, ils devront être réunies aux archives de lamairie 
si elle est instituée, soit provisoirement soit déiinivement, et si 
elle ne Test pas, k la chambre politique du magistrat conformé- 
ment au décrét du 24 Janvier 1811". 

Hoewel in het besluit van den prefect v. 25 Februari 1811, 
n®. 1, naar aanleiding van deze circulaire genomen, o. a. voor- 
komt: „Voegende de heer Intendant hier nog eindelijk tot 
elucidatie bij, dat de registers van den civielen staat, welke tot 
hiertoe in sommige steden bij schepen-banken wierden gehouden 
niet met de archieven der schepen-banken moeten worden 
bezegeld, maar bij het archief der maires gevoegd" . . . blijkt 
derhalve die bepaling ook van toepassing op de huwelijksboeken 



(1) Slechts ééne uitzondering vond ik op dezen regel, n.1. de huwe- 
lijksregisters van het gerecht van Leeuwarden, zijn met het overige 
rechterlijk archief in 1824 naar de rechtbank overgebracht, en zijn 
later met die archieven weder in bewaring aan de stad gegeven. 



295 

van de grietenij-gerechten in deze provincie beschouwd te zijn. 
Trouwens in het decreet van 24 Januari 1811, waarnaar in 
bovengenoemde circulaire is verwezen, worden ook „communes'' 
genoemd. Dit decreet toch bepaalt in art. 1: Dans chacune des 
villes et communes de la ci-devant Hollande, oü la réception 
des actes de Tétat civil avait lieu devant la chambre des éche- 
vins, la chambre dite politique du magistrat des dites villes et 
communes est chargée, è dater de la suppression de la dite 
chambre des échevins, jusqu'a Tétablissement de la nouvelle 
mar-ie, de recevoir ces actes. 

Voorts zijn nog in onderscheidene gemeenten huwelijks- 
registers, die gehouden zijn ingevolge de Publicatie van de 
Representanten van het volk van Vriesland van 29 April 1796, 
waarbij bepaald werd : Art. 1. „Dat alle mans en vrouwsperzoonen, 
huwelijks belofte hebbende aangegaan, en willende voltrekken, 
hun hu^velijk kunnen en mogen laaten bevestigen voor het 
gerechte, of in die kerkvergadering, welke zij zelven verkiezen. 
2. Gemelde perzoonen moeten gerechtelijk aanga ve doen bij den 
dorprechter, of secretaris van het dorp, of stad, alwaar zij het 
laatste halfjaar gewoond hebben. 3. De dorprechter of secretaris 
zal de namen der zich aangeevenden nauwkeurig aanteekenen, 
in een daartoe aangelegd boek, en aan de verloofden, volgens 
gebruik, een billet, met zijn naam vertekend, afgeven ... 4. Op 
gemelde billet zullen drie achtereenvolgende zondagen de pro- 
clamatiën geschieden door den leeraar der plaatze hunner 
wooningen, in die kerkvergadering, welke zij zelve zullen ver- 
kiezen. 5. Wanneer de drie proclamatiën onverhinderd zijn afge- 
loopen, moet het huwelijk voltrokken worden, volgens een 
formulier bij deonderscheidenegezindheedeningebruik, of nogte 
maaken. 6. Ook blijft het elk vrijstaan, na den onverhinderden 
afloop der proclamatiën, om, met behoorlijke attestatie, van den 
leeraar en een der leden van de kerkeraaa verteekend, voor het 
gerechte, of elders, hun huwelijk te mogen laaten bevestigen. 
Doch zullen binnen vier weeken geblijk terug moeten zenden 
van de voltrekking des huwelijks aan den leeraar bij wien de 
proclamatiën zijn geschied. 7. Alle leeraaren zullen nauwkeurig 
moeten boekhouden, van de perzoonen, die door hun in het 
huwelijk zijn bevestigd, met aanteekening van de naamen der- 
zelve, en de dagteekening, wanneer die voltrekking is geschied, 
en daarvan 's jaarlijks, na Nieuwjaarsdag, eene accurate lijst, 
verteekend, bezorgen ter secretarie van hun stad of district. De 
secretaris zal in een daartoe aangelegd register, de lijsten moeten 
boeken. . . . Eindelijk blijven de gestatueerde wetten op het 
huwelijk, en hetgeen daartoe betrekking heeft, provisioneel in 
volle kracht". 



296 

Aanteekening betreffende overlijden ontbreekt, althans tot ia 
de eerste jaren der 19* eeuw, voor het grootste gedeelte in de 
meeste gemeenten. In vele kerkeboeken der Roomsch-Katholieke 
gemeenten komen die wel voor, doch in die van de Ned. Hervormde 
e. a. gemeenten worden zij slechts zelden gevonden. Door de 
synode van Friesland zijn daaromtrent geen bepalingen gemaakt, 
en door de Staten v. Friesland werd dienaangaande het eerst 
in 1725 een besluit genomen. Namelijk in eene ordonn. op het 
Recht van successie v. 17 Maart 1725 werd o. a. bepaald : „Dat 
ten einde int toekomende de geregten gelegentheijt mogen hebben 
om sig soo veel te beter te informeeren op de . contra ventiën de 
schoolmeesters off dorpregters ten platten lande en de doodgravers 
in de steden zullen wesen verpligt en daartoe worden gehouden 
door de respective gerechten ende magistraten om alle twee 
maanden op te geven de namen van de verstorven personen 
in die tijd". 

Deze bepaling is ook in latere ordonnantiën op het recht v. 
successie opgenomen. De opgaven, ingevolge de ordonnantie van 
1725, zijn echter bij geen enkele gemeente meer. Ook van volgende 
jaren zijn de aanteekeningen slechts in enkele steden ; doch in 
vele gemeenten zijn de registers van overledenen, gehouden 
ingevolge de ordonnantie op het recht v. successie v. H. H. M. 
V. 4 Oct. 1805. 

Deze laatste registers zijn onder bewaring van de ambtenaren 
van den burgerlijken stand gesteld bij Koninklijk besluit van 

23 Januari 1824. De Gouverneur van Friesland gaf van dit 
Kon Besl. kennis aan de plaatselijke besturen bij besluit van 

24 Februari 1824 N». 6 A. 

Voorts zijn slechts in twee gemeenten (Sloten en Workum) 
aanteekenboeken van geboorten, gehouden door vroedvrouwen of 
vroedmeesters, gedeeltelijk naar aanleiding van de ordonnantie 
der Staten v. Friesland v. 17 September 1804 betreflf. „Heel- 
meesters". 

In alle gemeenten vormen het grootste bestanddeel van deze 
burg. stands-archieven de registers, afkomstig uit kerkelijke 
archieven. 

Door de Staten van Friesland zijn bij besluit van 28 Febru- 
ari 1772 aan de Hervormde gemeenten zeer uitvoerige voor- 
schriften gegeven o. a. omtrent het houden van lidmaten-, doop- 
en trouwboeken. Deze boeken moesten in duplo, één door den 
predikant en één door den koster of meester, gehouden worden. 

De overbrenging in 1812 naar de secretarieën geschiedde 
ingevolge het besluit van den Prefekt van Friesland van 
13 Juni 1812, waarbij bepaald werd, dat „de doop- en trouw- 
registers bij de heeren predikanten in vroegere jaren en voor de 



297 

introductie van de registers van den Burgerlijken Staat gehouden" 
aan de maires moesten afgegeven worden. De dubbelen, door 
de kosters of meesters gehouden, zouden onder de predikanten 
blijven berusten. Onder de over te brengen registers waren der- 
halve ook begrepen die van vóór 1772, toen zij volgens synodale 
voorschriften door de predikanten, doch niet in duplo, moesten 
gehouden worden. Op slechts zeer enkele uitzonderingen na is 
toen een exemplaar der doop* en trouwboeken, dagteekenende 
van af 1772, uit alle Ned. Herv. gemeenten overgebracht, en 
grootendeels ook de daaraan voorafgaande registers. 

In onderscheidene kerkelijke gemeenten zijn echter oudere 
boeken achtergebleven (1). Vermoedelijk is de reden daarvan 
geweest, o. a. dat die boeken vaak niet alleen de doop- en trouw- 
lijsten, maar ook namen van lidmaten, handelingen van den 
kerkeraad, rekeningen van de diaconie, en andere kerkelijke 
zaken bevatten; en wellicht ook werden de alleroudste boeken 
van minder belang voor de ambtenaren van den burgerlijken 
stand beschouwd; althans in eenige Ned. Herv. gemeenten zijn 
alleen de alleroudste boeken achtergebleven, terwijl van diezelfde 
plaatsen de boeken van lateren datum, aansluitende aan die 
van af 1772, wel zijn overgebracht. 

In enkele kerkelijke gemeenten zijn de doop- en trouwlijsten 
uit de kerkeboeken genomen, en alleen die lijsten overgebracht, 
of er werd van het geheele boek eene copie genomen, die dan 
bij de kerk bleef. Van bijna 100 Nederl. Herv. gemeenten 
echter berusten kerkeboeken, waarin, behalve doop- en trouw- 
lijsten, ook allerlei andere kerkelijke zaken, in de gemeente- 
secretarieën. 

In vroegeren tijd waren in deze provincie aanmerkelijk meer 
dan tegenwoordig, Ned. Herv. gemeenten, die uit eene combi- 
natie van twee of meer dorpen bestonden. In lateren tijd, bijna 
alle na 1832, zijn onderscheidene combinaties gescheiden. In de 
hier volgende opgave is het jaar van scheiding van gecombi- 
neerde gemeenten alleen dan aangeteekend, in geval die plaats 
had vóór 1811. Wanneer bij de kerkeboeken en andere registers 
geen plaatsnaam vermeld wordt, betreffen deze het dorp of alle 
dorpen, die tot de gemeente behoorden, in de jaren, waarover 
die boeken loopen. 

Over het algemeen bevond ik deze burgerlijke stands-archieven 



(1) Vrgl. de verslagen over Kerkelijke archieven in Friesland, in «Ver- 
slagen omtrent 's Rijks oude archieven» 1896, blz. 380 en 1898, blz. 451. 
Voor zoover mij gebleken is werden alleen in de gemeente Het Bildt 
naar aanleiding van die beschrijving der kerkelijke archieven, daarin 
voorkomende oudere boeken opgevraagd en ter secretarie overgebracht. 



298 

in vrij bevredigenden toestand. Gewoonlijk worden zij bewaard 
in een kast in de secretarie, of in een brandkast of brandvrij 
kluis. Er zijn slechts weinig zeer defecte boeken, en ook ver- 
scheidene banden zijn door plaatselijke binders weder in bruik- 
baren toestand gebracht. Uit enkele gemeenten werden mij, op 
mijn verzoek, registers toegezonden, om ze alhier te doen her- 
stellen. 

Bij de gemeenten, waarvan aanteekeningen betreffende huwe- 
lijken (afkondigingen en akten van bevestiging, of een van 
beiden) voorkomen in proclamatieboeken betreffende onroerend 
goed of in andere registers van gerechtelijke akten, zijn zooveel 
mogelijk de jaren aangegeven, waarover die aanteekeningen 
loopen. 

De archivaris in Friesland, 

Leeuwarden, 29 Februari 1904. J. L. Berns. 



r 



299 



ACHTKARSPELEN. (1) 

a. Register van overledenen in Achtkarspelen. 6 Jan. 1806 — 
20 Dec. 1811. fol. (2) 

6. Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandseh Hervormde gemeenten: 

Auguètinusga en Surhuizum. 

1. Doopboek v. Augustinusga. 24 Mei 1772—3 Mei 1812. fol. 

2. Trouwboek v. Augustinusga. 24 Mei 1772—4 Nov. 1810. fol. 

3. Doopboek v. Surhuizum. 21 Juni 1772—7 Juni 1812. 
(Hierin ook : Lidmaten 1773-1775). fol. 

4. Trouwboek v. Surhuizum. 7 Juni 1772-18 Nov. 1810. fol. 

5. Rekeningboeken d. diaconie v. Surhuizum. 1.1771—1782; 
2.1782—1792; 3. 1829-1839. 3 bndn. fol. (In n^. 3 ook: Reke- 
ningen V. d. algemeene armvoogdij). 

Buitenpost en Imtkepost. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 5 Mei 1699-- 5 April 
1772; Getrouwden 1749—16 Febr. 1772. fol. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772-28 Juli 1811. 4o. 

3. Trouwboek. 10 Mei 1772-30 Dec. 1810. 4*. 



(1) In Proclamatieboeken : Enkele aanteekeningen betreffende huwe- 
lijken V. 1606, 4612, 1721, 1723 en 1724. 

(2) Dit en ook de registers van overledenen van de overige burgerl. 
gemeenten zijn, voor zoover zij dagteekenen na 4 October 1805, gehou- 
den ingevolge de ordonn. van dien datum van H. H. M. op het recht 
van successie. 



300 

Drogeham en Harkemaopeinde, 

1. Een register, waarin : Lijst van predikanten 1623 — 1728 ; 
Lijst van lidmaten 1702 ; Namen van ouderlingen en diakenen 
1752—1782; Gedoopten 1 Jan. 1702-3 Mei 1772; Getrouwden 
20 Jan. 1704—12 April 1772 ; Overledenen 1750—1780. foL 

2. Doopboeken. 1. 5 Juli 1772—20 Juli 1806. kl. 8« ; 2. 31 
Aug. 1806—14 Juni 1812. 4* 2 bndn. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—6 Jan. 1811. kl. 8«. 

Gerkesklooster, 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1703—1717, 1729-1770 ; 
ld. (gestorven en vertrokken) 1729—1738; Gedoopten 2 Sept. 
1703-1718, 1722, 10 Febr. 1726—8 April 1772; Getrouwden 
14 Sept. 1703-1717, 1727, 10 Juli 1729-22 Maart 1772. fol. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772-7 Juni 1812. fol. 

3. Trouwboek. 10 Mei 1772—18 Nov. 1810. fol. 

Surhuisterveen. 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad (cen- 
suur) 1717—1737; Gedoopten 26 Aug. 1688— 18 Oct. 1750, 9 Jan. 
1752-1764, 13 Sept. 1767-19 April 1772; ld. (latere aanvulling) 
1757—1771; Getrouwden 10 Sept. 1688— 26 Maart 1750, 9 Jan. 
1752—1764, 13—27 Sept. 1767, 4 Nov. 1770, Maart, April 1772; 
Overledenen 1689- 1709, 1712-1743. fol. 

2. Doopboek. 7 Juni 1772-1 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 16 Aug. 1772—23 Deo. 1810. fol. 

Twijzel en Kooien. 

1. Een register, waarin: Lijst van predikanten 1613—1809; 
Namen van ouderlingen en aiakenen 1763 — 1809; Lidmaten 
1758—1769 ; Gedoopten 2 Juli 1758—19 April 1772 ; Getrouw- 
den 1758— Febr. 1772; Ontvang en uitgave v. d. pastorie 1762, 
1790 ; Uitgaven ten laste v. d. pastorie 1764 — 1807 ; Lijst van 
de landen onder de pastorie-plaatsen behoorende en v. d. losse 
landen op 't „uitland" 1771 ; Staten v. d. opkomsten d. pastorie- 
goederen 1763, 1788, 1806; Onkosten v. d. verbetering v. d. 
pastorie-tuin 1783; Pachtbrieven van een pastorie-land 1767 en 
van heide v. d. pastorie 1771 ; Huurcontracten v. pastorie-plaat- 



801 

sen te Drogeham 1779; Specificatie van hetgeen de pastorie 
toekomt wegens het aangekochte land te Kooten met de kerk 
in communione 1770. fol. 

2. Doopboeken. 1. 2 Febr. 1678—27 Juni 1761. 4°; 2. 10 Mei 
1772—5 Juli 1812. S^. 2 bndn. 

3. Trouwboek. 31 Mei 1772—30 Dec. 1810. 8^ 



AENGWIRDEN. (1) 

a. Register v. overledenen in Aengwirden. 1 Jan. 1806 — 19 
Dec. 1811. 4«. 

b. Registers uit het archief der Nederlandsch Hervormde 
gemeente : 

Tjalleberty Luinjeberty Gersloot en Terband. 

1. Doopboek. 3 Mei 1772—5 April 1812. 4o. 

2. Trouwboek. 23 Aug. 1772-8 Maart 1812. 4o. 



AMELAND. (2) 
Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten : 

Hollum en Ballum. 

1. Een register, waarin: Gedoopten te Hollum 28 Mei 1723 — 
8 April 1792 ; Getrouwden te Hollum 3 Oct. 1723—26 April 
1792. 4°. 

2. Een register, waarin : Gedoopten te Hollum 13 Mei 1792 — 
22 Maart 1812 ; Getrouwden te Hollum 12 Aug. 1792—6 Jan. 
1811. fol. 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreflf. huwelijken v. 
1642—1708. 

(2) In Recesboeken : Aanteekeningen betreff. huwelijken v. 1627 — 1697. 



302 

3. Een register, waarin: Gedoopten te Ballum 26 Juli 1716— 
19 Juli 1812 ; Getrouwden te Ballum 1 Aug. 1723—10 Juni 
1810. fol. 

Nes. 

Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad en Lid- 
maten 1725—1811; Gedoopten 23 Jan. 1725—9 Febr. 1812; 
Getrouwden 19 Jan. 1726—16 Deo. 1810. fol. 

II. Roomsch-Katholieke gemeente. 

(^Ameland), 

1. Doopboek. 17 Oct. 1696—4 Febr. 1812. 4o. 

2. Trouwboek. 20 Dec. 1696—30 Dec. 1810. 4°. 



BAARDERADEEL. (1) 
Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Beers en Jellum, 

1. Doopboek v. Beers. 22 Nov. 1772-18 Aug. 1811. 4^. 

2. Trouwboek v. Beers. 31 Mei 1772—15 Mei 1808. 4«. 

3. Doopboek v. Jellum. 4 Oct. 1772—15 Dec. 1811. 4o. 

Bozum. f2) 

1. Een register, waarin: Gedoopten J5 Nov. 1673—18 Aug. 
1754 ; Rekeningen v. Diakenen 1693—1726 en 1730—1746. sm. 
fol. 

2. Een register, waarin : Benoemingen v. kerkeraadsleden 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreffende Huwelijken v. 
1595-1605 en 1637—1708. 

(2) In een rekeningboek der kerkvoogdij v. Bozum v. 1593—1685, 
ook berustende in het gemeentehuis v. Baarderadeel, komen voor: Ge- 
doopten 4 Aug. 1616—30 Aug. 1657; Getrouwden 20 Mei 1616-24 
Juni 1657. 



303 

1760—1776; Lidmaten 1754-1771; Gedoopten J3 Oct. 1754— 26 
Apr. 1772 ; Getrouwden 22 April 1731—17 Maart 1772 ; Collecten 
1759—1782; Diaconie-rekeningen 1746-1754. sm. fol. 

3. Doopboek. 31 Mei 1772—23 Febr. 1812. 4o. 

4. Trouwboek. 17 Mei 1772— 3 Maart 1811. 4p. 

Britswerd en Wiewerd. 

1. Doopboeken. 1. 25 Febr. 1678—3 Mei 1772 („Copia uit 
"toude kerkboek"), fol.; 2. 3 Mei 1772-25 Jan. 1812. 4°. 2 bndn. 

2. Trouwboek. 10 Mei 1772—9 Sept. 1810. 4°. 

Hilaard en Lions. 

1. Doopboek v. Hilaard. 25 Oct. 1772—8 Maart 1812. 4^. 

2. Trouwboek v. H. en L. 23 Aug. 1772-23 Sept. 1810. 4^ 

Huins. 

1. Doopboek. 30 Aug. 1772—12 Jan. 1812. 4^. 

2. Trouwboek. 10 Mei 1772—24 Juni 1810. 4°. 

Jorwerd. 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad en 
benoemingen v. kerkeraadsleden 1639-1687, 1733—1796; Lid- 
maten 1702, 1639—1770 ; Gedoopten 13 Jan. 1639—8 Maart 1772 ; 
Bejaarde gedoopten 21 Mei 1734—24 Febr. 1769; Getrouwden 
12 Mei 1639-19 Mei 1771; Overledenen 4 Mei 1734— 13 Oct. 
1784. fol. 

2. Doopboek. 28 Juni 1772-22 Sept. 1811. 4^ 

3. Trouwboek. 31 Mei 1772—25 Dec. 1810. 4«. 

Mantgum en Schillaard, 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 1693 — 
1800; Lidmaten 1659-1693; Gedoopten 6 Aug. 1648—9 Febr. 
1772 ; Bejaarde gedoopten 26 Aug. 1649 — 1661 ; Getrouwden 16 
Sept. 1649—1 Juni 1771; Afrekeningen d. diaconie 1663— 1827 ; 
Lijst V. diaconiegoederen, fol. 

2. Doopboek. 20 Juni 1773—29 Sept. 1811. 4^ 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772-22 Mei 1803. 4«. 



304 

Oosterlittens, 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 11 Mei 
1692—14 Deo. 1770 ; Lidmaten 1692—1771 ; Gedoopten 16 Sepi. 
1683—21 Juli 1771 ; Getrouwden 14 Febr. 1692—18 Aug. 1771; 
Diaeonierekeningen 1692 — 1771 ; Alimentatie d, armen 1692- 
1695. fol. 

2. Doopboek 29 Sept. 1771—23 Febr. 1812. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 29 Sept. 1771—23 Deo. 1810; 2. 18 
Mei 1772—23 Juni 1826. 2 bndn. fol. 

Oosterwierum. 

1. Doopboek. 13 Deo. 1772—8 Dec. 1811. 4«. 

2. Trouwboek. 17 Mei 1772—25 Dec. 1810. 4«. 

Wddum, 

1. Doopboek. 24 Mei 1772—23 Febr. 1812. fol. 

2. Trouwboek. 10 Mei 1772—23 Sept. 1810. fol. 

Winsum en Baard, 

1. Een register, waarin : Lijst v. predikanten sedert 4 Mei 
1599 — 1770; Benoemingen v. ouderlingen en diakenen 1700— 
1770; Lidmaten 1700—1763, 1766—1770; Gedoopten 1 Jan. 
1700—17 April 1763 ; Getrouwden 21 Jan. 1700—26 April 1772. 
fol. (1) 

2. Doopboek van Baard. 8 Juni 1772—11 Aug. 1811. 4o. 

3. Trouwboek van Baard. 8 Juni 1772—19 Aug. 1810. (In 
duplo). 4°. 

4. Doopboek v. Winsum. 31 Mei 1772—8 Maart 1812. 4^. 

5. Trouwboek v. Winsum. 3 Mei 1772—6 Jan. 1811. (In 
duplo). 4°. 

II. Doopsgezinde gemeente 

te Baard, 

Geboorte-register. 27 Aug. 1741—23 Maart 1827. 8°. 



(1) Dit register betreft tot 1720 ook Huins, dat met Winsum en 
Baard van 1638—1720 vereenigd was. 



305 

III. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Oosterwierum, 

Een register, waarin: Gedoopten 14 Jan. 1796— 22 Febr. 1812; 
Getrouwden 15 Mei 1796—19 Nov. 1809. 4°. 



BARRADEEL. (1) 

a. Register van overledenen in Barradeel. 1 Jan. 1806 — 11 
Sept. 1814. fol. 

b. Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Minnertsga. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 16.55 — 1771, m. alph. 
register; Gedoopten 7 Jan. 1655 — 15 Dec. 1771; Getrouwden 28 
Jan. 1655—29 Dec. 1771, m. alphab. register, fol.. 

2. Doopboek. 2 Febr. 1772—1 Maart 1812. 4«. 

Oosterbierum, 

1. Doopboeken. 1. 8 Febr. 1695—5 Apr. 1772 ; 2. 24 Mei 
1772 — 15 Maart 1812. (Hierin ook: Bejaarde gedoopten 2 Mei 
1773 en 4 Mei 1780). 2 bndn. 4°. 

2. Trouwboek. 13 Mei 1772—29 Dec. 1810. 4°. 

Pietersbierum, 

1. Doopboeken. 1. 26 Nov. 1719—15 Sept. 1771 ; 2. 10 Mei 
1772-13 Mei 1812. 2 bndn. fol. 

2. Trouwboeken. 1. 26 Dec. 1719—3 Mei 1772; 2. 17 Mei 
1772—10 April 1811. 2 bndn. fol. 

Sexbierum, 
1. Een register, waarin: Datums v. avondmaal en aangeno- 



(1) In Proclaraatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1604-1608, 1640—1673, 1680, 1722, 1732, 1738, 1739, 1745, 1747, 1752, 
1762, 1765, 1776, 1784. 

(1903) 20 



306 

men lidmaten 1644—1716; Lidmaten 1716—1772; Gedoopten 
20 Mei 1619—26 April 1772; Getrouwden 19 Nov. 1620 -24 Nov. 
1771; Verschillende acten, enz. 1636—1653. fol 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—8 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—6 Jan. 1811. fol. 

Tjummarum en Firdgum. 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad 1698— 
1719; Lidmaten 1678—1772; Gedoopten 6 Febr. 1676—17 Mei 
1772; Getrouwden 30 Jan. 1632—17 Mei 1772. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772-5 Jan. 1812. fol. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—6 Jan. 1811. fol. 

4. Doopboek van Firdgum. 10 Jan. 1773—20 April 1788. fol. 

Winaldum. 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad en 
benoemingen v. kerkeraadsleden 1727 — 1782; Lidmaten en 
benoem, v. kerkeraadsleden 1617—1722; Lidmaten 1722—1770; 
Gedoopten 16 Nov. 1617-1 Maart 1772; Getrouwden 6 Dec. 
1617-26 April 1772. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—2 Juli 1815. fol. 

3. Trouwboek. 10 Mei 1772—27 Mei 1810. fol. 



HET BILDT. (1) 

Registers uit kerkelijke archieven. 



(1) In Recesboeken: Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 1614— 1619, 
1642—1662, 1689- 1720. De registers nO. 1 van St. Anna Parochie, en 
nO. 1 van Vrouwen Parochie, zijn ook vermeld in «Arch. d. Ned. Herv. 
Kerk in Fr.». Verslagen Rijksarch. 1896, biz. 403 en 507. Naar aanlei- 
ding van dat verslag werden zij naar de Gemeente-secretarie over- 
gebracht. 



307 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

St. AnnorParochie, 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1601 — 1663; Handelingen 
V. d. kerkeraad 1 April 1601—1663 ; Getrouwden 1600—18 Sept. 
1659; Verslag eener vergadering v. 22 Oct. 1668 betreff. de 2 
avondmaalsbekers v. W. v. Haren en echtgen.; Gedoopten 
1601 — 7 Maart 1680; Namen d. kinderen, die „die Sondachse 
antwoord uit die catechisme in die kerk opseggen", 1602. fol. 

2. Een, in lateren tijd bijeengebonden, register, waarin : 
Namen v. predikanten sedert 1600 — 1802; Handelingen v. d. 
kerkeraad, Ibenoemingen v. kerkeraadsleden, enz. 16&0--1752, 
1754-1798 (hierin ook Udmaten); Lidmaten 1680— 1754 (hierin 
ook enkele handelingen v. d. kerkeraad), 1754 — 1772; Ge- 
doopten 14 Maart 1680—19 April 1772; Getrouwden 16 Mei 
1680 — 10 Juni 1772; Register v. overledenen voor het recht v. 
successie volgens ordonnantie v. 4 Oct. 1805 v. H. H, M. v. h. 
district 't Bildt 9 Jan. 1806—28 Dec. 1811 ; ld. v. h. district 
Ferwerderadeel 9 Juli 1806—26 Juni 1807; Acten v. geboorten 
5 Jan. — Dec. 1811 ; Öhron. register der geboorten v. 1811 ; 
Acten V. overlijden 7 Pebr.— 28 Dec. 1811; Register v. over- 
ledenen te St. Anna-Parochie in 1811. fol. 

3. Doopboek. 13 Mei 1772-22 Aprü 1812. 4^. (2 bkn. in 1 
bnd., later saamgebonden). 

4. Een, in lateren tijd bijeengebonden, register, waarin : 
Getrouwden 17 Mei 1772—3 Juni 1811; Benoemingen v. kerke- 
raadsleden te St. Jacobi Parochie 4 Mei 1654—5 Mei 1765 ; 
Getrouwden te St. Jacobi Parochie 6 Jan. 1650— 2Febr. 1772. 4o. 

SL Jacobi' Parochie, 

Een, in lateren tijd bijeengebonden, register, waarin : Ge- 
doopten 3 Juni 1714—22 Mei 1716, 15 Jan. 1748—22 Maart 
1812; Acten v. geboorten te St. Jac. Par. 7 Jan.— 31 Dec. 1811; 
Chron. register v. geboren, te St. Jac. P. 1811 ; Acten v. over- 
ledenen 2 Jan. — 18 Dec. 1811; Register v. overledenen 1811. fol. 

Vrouwen-Parochie. 

1. Een register, waarin: Getrouwden 28 Aug. 1597 — 15 Juli 
1604, 28 Mei 1615-11 Maart 1708; Lidmaten 1644—1707; 
Gedoopten 11 Mei 1623-28 Aug. 1707. fol. 



308 

2. Een, in lateren tijd bijeengebonden, register, waarin: 
Lidmaten 1707-1719; Gedoopten 4 Sept. 1707-24 Pebr. 1811; 
Getrouwden 19 Febr. 1708—30 Dec. 1810 ; Acten v. geboorten 
11 Jan.— 28 Dec. 1811; Register v. geboorten 1811; Aangifte v. 
ondertrouw 1812 — 1816; Acten v. overlijden Jan. — 21 Dec. 1811; 
Register v. overledenen 1811, fol. 



BOLSWARD. (1) 

a. Registers van huwelijks-aangifte a. h. gerecht. 1. 28 Juni 
1656—17 Dec. 1670 ; 2. 30 Dec. 1670—29 Dec. 1693 ; 3. 6 Jan. 
1694—26 April 1727 ; 4. 3 Mei 1727—21 April 1770 ; 5. 28 Apiil 
1770—11 Jan. 1811. 5 bndn. (n®. 1-4 sm. fol., n«. 6 fol.) (2) 

6. Registers van overledenen in Bolsward „en de jurisdictie 
daarvan". 1. 8 Mei 1794-31- Dec. 1805 sm. fol. ; 2. 5 Jan. 
1806—27 Juli 1809 fol. ; 3. 4 Aug. 1809—16 Jan. 1814 fol. 
8 bndn. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 20 Maart 1621 — 26 Oct. 
1637; Getrouwden 4 Jan. 1607—1633. sm. fol. 

2. Doopboeken. 1. 17 Jan. 1639— 25 Dec. 1687; 2. Jan. 1688— 
25 April 1720; 3. 19 Mei 1720—26 April 1772; 4. 10 Mei 1772- 
27 Juli 1810 ; 5. 10 Mei 1772—29 Dec. 1799 ; 6. 5 Jan. 1800- 
18 Maart 1812. 6 bndn. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 14 Jan. 1644—13 Jan. 1667 ; 2. 6 Jan. 
1667-10 Juli 1698; 3. 26 Juni 1698—13 Febr. 1735; 4. 27 Febr. 
1735-1 Juni 1766; 5. 10 Mei 1766—10 Mei 1772; 6. 3 Mei 
1772—10 Maart 1811 (In duplo). 7 bndn. 4P. 

IL Doopsgezinde gemeente. 
Geboorteboek (aangelegd in 1794). 18 Dec. 1734—1812. A.\ 



(\) In de Proclamatieboeken : Afkondiging en bevestiging v. Huwe- 
lijken d. h. gerecht van 1588—1810. 

(2) ^ Deze registers zijn aangelegd ingevolge de resolutie van den 
Magistraat van Bolsward van 48 Juni 1656, zie hierboven blz. 294. 



309 

III. RoomschKatholieke gemeente. 

1. H. Martinus. 

Een register, waarin; Gedoopten 13 Jan. 1754 — 5 Febr. 1813; 
Getrouwden 28 Juli 1776—18 Mei 1797. 4». 

2. -ff. Franciscus. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 5 April 1724—14 Dec. 
1763; Getrouwden Mei 1724—12 Dec. 1763. sm. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 5 Jan. 1765 — 5 Febr. 1813; 
Getrouwden 30 Jan. 1765-3 Mei 1812. sm. fol. 



DANTUMADEEL. (1) 

a. Register der personen, „welke in het district Dantumadeel 
in den huwel. staat zijn bevestigd, opgemaakt uit de lijsten der 
leeraren ter secretarie ingekomen, en dewelke door het gerecht 
op vertoon van attestatie in den huwel. staat zijn bevestigd 
ingevolge de public, v. 29 April 1796". Mei 1796—17 Nov. 
1805. fol. 

6. Register van overledenen in Dantumadeel. 3 Jan. 1806 — 
20 Maart 1811. Hierbij : Copie der declaratoiren van overlijden 
Jan. 1806 — 24 Juni 1811. — Volgt : Register van overledenen 
in Dantumadeel. 26 Febr. 1806—20 Dec. 1811. Samen in 
1 bnd. fol. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

AkkerwoudCf Murmerwovde en Veenwouden. (2) 

1. Een register, waarin : Lijst v. predikanten 1602 — 1789 ; 
Lidmaten 1721-1772 (sedert 1727 ook handelingen v. d. kerke- 
raad en benoemingen v. kerkeraadsleden) ; Lidmaten te Akkrum 
en Murmérwoude 1743—1771 ; Lidmaten te Veenwouden 1743 — 



(i) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1651—1699. 
(2) In 1755 is Veenwouden eene zelfstandige gemeente geworden. 



310 

1755; Gedoopten J3 Juni 1706-26 April 1772; Gedoopten te 
Akkerwoude en Murmerwoude 17 Mei 1772 — 1 Maart 1812 ; Ge- 
trouwden 8 Aug. 170C— 29 Sept. 1771. 4«. 

2. Een rerister, betreffende Veenwouden, waarin : Gedoopten 
26 Oct. 1755—1 Maart 1812; Getrouwden 1755—24 April 
1772. fol. 

3. Trouwboek v. Akkerwoude en Murmerwoude. 24 Mei 1772— 
23 Dec. 1810. In duplo. Samen in 1 bd. 4<^. 

Birdaard en Janum. 

1. Doopboeken. 1. 22 Dec. 1667-29 Maart 1772. sm. foL; 
2. 12 Juli 1772-1 Maart 1812. fol. Samen in 1 bd. fol. 

2. Trouwboek. 21 Juni 1772-17 Febr. 1811. In duplo. Samen 
in 1 bd. fol. 

Dantumatvoude, Driesum en Wouterswoude, 

1. Lidmatenboek. 1697 — 1748 (losse bladen in doos). 4®. 

2. Doopboek. 20 Juni 1697—14 Juni 1750 (losse bladen in 
doos). 4^, 

3. Een register, waarin : Lidmaten 1750 — 1772 ; Gedoopten 
4 Jan. 1750—22 Maart 1812. 4°. 

4. Trouwboek. 22 Oct. 1752—31 Dec. 1810. 4°. 

Rinaumageest en Sybrandahuis. 

1. Doopboeken. 1. 5 Juni 1628—19 April 1772. sm. fol. ; 2. 10 
Mei 1772—18 Febr. 1812. 4'. Samen in 1 bd. sm. fol. 

2. Een register, waarin : Getrouwden 10 Mei 1772 — 22 Mei 
1796 ; ld. 10 Mei 1772—23 Dec. 1810 ; Huwelijks-aangifte 7 Mei 
1796 — 24 Juni 1809 (aangeteek. d. d. dorprechter v. Rinsuma- 
geest ingevolge publicat. v. 2 April 1796). 4^. 



DOKKUM. 



a. Registers van huwelijks-aangifte a. h. gerecht. 1. 22 Febr. 
1605—25 Aug. 1650 ; 2. 7 Sept. 1650—16 Oct. 1686 (Ommezijde : 
„Register v. proclamatiën en trouwen v. de Roomschcatholieken 



311 

en Mennonietsgezinden" .13 Dec. 1661—26 Aug. 1679) ; 3. 23 Oct. 
1786—7 Juni 1760; 4. 2 Aug. 1760-16 Febr. 1811.4bndn. fol. 

b. Registers van overledenen. 1. 8 Juni 1774 — 6 Aug. 1813. 
sm. fol. ; 2. 1 Jan. 1806—30 Dec. 1807. fol. ; 3. 1 Jan. 1808— 
26 Jan. 1812. fol. 3 bndn. 

c. Registers van graven op het kerkhof „vernieuwd op orde 
V. H. Achtb/' d. d. gerechtsbode Groenewoud, 1760 — ± 1819, met 
alph. register. 1. Ooster ; 2. Wester. 2 bndn. sm. fol. 

d. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Doopboeken. 1. Pebr. 1612— Oct. 1662 (Ontbreekt: Oct. 
1633— Oct. 1634, April 1635, Juli 1635— Dec. 1639) sm. fol. ; 
2. Nov. 1662— Dec. 1709 sm. fol. ; 3. Jan. 1710— Sept. 1764 
sm. fol. ; 4. Oct. 1764— April 1772 sm. fol. ; 5. 3 Mei 1772— 
20 Febr. 1812 fol. 5 bndn. 

2. Trouwboeken. 1. 17 Jutii 1660—1 Sept. 1697 sm. fol. ; 
2. 15 Aug. 1697—22 Mei 1741 sm. fol. ; 3. 20 Mei 1741—3 Mei 
1772 fol. ; 4. 19 April 1772—5 Maart 1811 fol. 4 bndn. 

II. Vereenigdê christelijke gemeente. 
Geboorteregister. 14 April 1794 — 1811. (Latere copie). fol. 

III. Roomsch-Katholieke gemeente. 

Een register, waarin: Gedoopten 14 Jan. 1728 — 19 Dec. 1829; 
Overledenen 1816-1827. 4°. 



DONIAWERSTAL. (1) 

Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Goingarijp en Broeh 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 1717 — 
1737; ld. ld. (ook Lidmaten) 1763— 1772 ; Lidmaten 1717— 1741 ; 



(1) In Proclamatie- en Recesboeken aanteekeningen betreff. Huwelijken 
V. 1609—1726, 1743, 1746, 1783, 1785—1795. 



312 

Gedoopten 12 Jan. 1716; 5 Dec. 1717—5 April 1772; Getrouw- 
den 12 Dec. 1717—13 April 1772. 4^ 

2. Een register, waarin : Gedoopten te Goingarijp 9 Oct. 
1772—15 Sept. 1811; ld. te Broek 27 Nov. 1772— 23 Febr. 
1812. 40. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772— Mei 1809. 4°. 

Langweer, Teroele, Indijken en Boornzwaag. 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad, benoe- 
mingen V. kerkeraadsleden en lidmaten 1694 — 1724 ; Gedoopten 
1671—24 Nov. 1722, 17 Juni 1743—19 Juni 1763; Getrouwden 
9 Dec. 1694—24 Jan. 1723; Afrekeningen der diaconie 1695- 
1723. fol. 

2. Een register, waarin : Benoemingen v. kerkeraadsleden en 
lidmaten 1763—1771, 1778—1794; Gedoopten 21 Aug. 1763-5 
April 1772; Getrouwden 1 Jan. 1764—15 Dec. 1765, 21 Oct. 
1770—31 Maart 1771. fol. 

3. Doopboek. 21 Mei 1772—22 Maart 1812. fol. 

4. Trouwboek. 24 Mei 1772—23 Sept. 1810. fol. 

Oosterhaule, Oldouwer en Nijega. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 18 Sept. 1707 — 5 Jan. 
1772; Getrouwden 17 Febr. 1708— Maart 1772. fol. 

2. Doopboek. 24 Jan. 1773—9 Febr. 1812. fol. 

3. Trouwboek. 3 Mei 1772—13 Mei 1810. fol. (Hierbij losse 
bladen, waarop : Getrouwden 30 Mei 1756 — April 1759 en 1 Mei 
1768.) 

Tjerkgaasty Doniaga^ St. Nikolaasga^ Idskenhuizen en Legemeer, 

1. Een register, waarin : Lidmaten (van de 5 dorpen ieder 
afzonderlijk) 1613—1677; Gedoopten 26 Dec. 1645— 7 Aug. 1664 ; 
ld. te Tjerkgaast 1613—1622, 6 Jan. 1684—9 Jan. 1687; ld. te 
St. Nicolaasga 1616-1622; ld. te Idskenhuizen 6 Jan. 1619—1 
Oct. 1654; ld. te Doniaga 18 Aug. 1616— 13 Oct. 1622; Getrouw- 
den 29 Nov. 1613— Maart 1628, 1646—14 Juni 1677 ; Afrekenin- 
gen der diaconie 1651—1660, 1663—1675, 1677 ; ld. der kerk- 
voogdij 1637, 1647, 1653, 1657—1660; ld. der arm voogdij 1653; 



o 



13 



Extract uit het testament van A. Solcama, secretaris v. Won- 
seradeel (waarin legaat aan de pastorie) en eenige andere acten 
en stukken, fol. 

2. Een register, waarin: Lidmaten 1684—1692; Lijsten van 
Lidmaten (ieder der 5 dorpen afzonderlijk) 1730; Gedoopten 
1682—28 Jan. 1731 ; ld. te St. Nicolaasga 3 Sept. 1701 - Jan. 
1737; Getrouwden 2 Dec. 1683—8 Maart 1696, 1727—1736; 
Afrekeningen der diaconie 1679—1688; Afrekeningen der kerk- 
voogdij 1662—1692. fol. 

3. Doopboek. 17 Maart 1737—22 Maart 1772. fol. (Hierbij : 
Op een los katern uit een ander boek : Gedoopten 1700— Jan. 
1737.) 

4. Een register, waarin : Gedoopten te Tjerkgaast 21 Aug. 
1772—26 Jan. 1812; ld. te Idskenhuizen en Legemeer 31 Mei 
1772—16 Febr. 1812 ; ld. te St. Nicolaasga en Doniaga 6 Sept. 
1772-19 Jan. 1812. 4°. 

5. Doopboek van St. Nicolaasga en Doniaga. 19 Aug. 1772 — 
13 Oct. 1811. 4^ 

6. Een register, waarin : Getrouwden te Tjerkgaast 24 Mei 
1772—26 Maart 1811; ld. te Idskenhuizen en Legemeer 4 Oct. 
1772-22 Mei 1809; ld. te St. Nicolaasga en Doniaga 4 April 
1773-3 Juni 1810. 4^ 

7. Trouwboek v. Idskenhuizen en Legemeer. 20 Sept. 1772 — 
22 Mei 1809. 4«. 

IL Roomsch-Katholieke gemeente. (1) 

1. Een register, waarin: Gedoopten 22 Dec. 1715—21 April 
1776; Getrouwden 8 Jan. 1716-18 Jan. 1778 Uncti 1721— 
1725; Overledenen (1721) -1758, 1764—1767, 1772-9 Febr. 
1780. kl. 80. 

2. Een register, waarin : Gedoopten 31 Dec. 1766—30 April 
1812; Getrouwden 11 Nov. 1766-3 Mei 1811; Overledenen 12 
Febr. 1780-31 Maart 1812. kl. 8^. 



(1) Tot 1835 was de kerk «op de Heide». In dat jaar is de nieuwe kerk 
te St. Nicolaasga in gebruik genomen. 



314 

FERWERDERADEEL. (1) 

Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Blija en Hoogeheintum. 

1. Een register, waarin: Lidmaten (1721)— 1771 ; Gedoopten 
2 Juni 1721—15 Maart 1772; Getrouwden Mei 1721—1740, 
1750-26 Dec. 1751. fol. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772—18 Aug. 1811. fol. 

3. Trouwboek. 18 Aprü 1772—13 Jan. 1811. fol. 

Ferwerd, 

1. Een register, waarin: Lidmaten Oet. 1656 — 11 Aug. 1771; 
Gedoopten 1 Oct. 1656—26 April 1772. sm. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772-22 Sept. 1811. fol. 

3. Trouwboek. 10 Mei 1772—24 Febr. 1811. fol. 

Hallum. 

1. Doopboeken. 1. 9 Mei 1658—18 Dec. 1681 4^; 2. 18 Mei 
1683—16 Juni 1709 8^ ; 3 Mei 1772—16 Juni 1812 fol. 3 bndn. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 16 Juni 1709—20 April 
1772; Getrouwden 23 Oct. 1796—30 Dec. 1810. sm. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 24 Febr. 1656—16 April 1699 sm. 8«; 
2. 31 Aug. 1699—3 Aug. 1766. sm. 8° ; 3. 14 Sept. 1766—3 Mei 
1772 sm. fol. ; 4. 31 Mei 1772—3 Maart 1811 fol. 4 bndn. 

Marrum en NijkerL 

1. Doopboek. (2) 4 Juli 1745-9 Maart 1812. fol. 

2. Trouwboek. 19 April 1772—30 Dec. 1810. fol. 



(1) Zie ook onder St. Anna- Parochie. Register no. 1. 

(2) Op het schutblad staat: «Het oude doop-boek beginnende van 
'1639 van een oude en slegte constitutie sijnde, . . . zoo hebbe ik . . . 
dit nieuwe doop-boek aangeleid.» (Get.) E. Noordbeek. 



i 



335 

Reitmntf Genum en Lichtaard» 

1. Een register, waarin : Lidmaten 5 Nov. 1733 — 1763 ; Ge- 
doopten 25 Oct. 1733—21 Oct. 1759; Getrouwden 30 Aug. 1733— 
9 Aug. 1772. 4°. 

2. Doopboek. 12 April 1772—17 Mei 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 8 Juni 1772—14 Febr. 1811. 4«. 

Wanswerd en Jeslum. 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1686—1722, 1732—1746; 
Gedoopten te Wanswerd 29 Aug. 1686— 3i Maart 1695 ; ld. te 
Jeslum 5 Sept. 1686—27 Juni 1695 ; ld. te Wanswerd en Jeslum 
30 Aug. 1733—12 April 1772; Getrouwden 21 Mei 1736— 22 Dec. 
1771. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772-22 Maart 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 21 Juni 1772—17 Febr. 1811. 4<>. 

IL Doopsgezinde gemeente te Hijum 

(later te Hallu m). 

Lidmatenboek. 1654 — 1810. sm. fol. 



FRANEKER. 



a. Registers van huwelij ks-aangifte a. h. gerecht. 1. 5 Febr. 
1658—8 April 1665 ; 2. 10 Juni 1665—31 Dec. 1692 ; 3. 7 Jan. 
1693—9 Oct. 1711; 4. 14 Nov. 1711—13 Aug. 1729; 5. 19 Aug. 
1729-29 Nov. 1760; 6. 3 Jan. 1761—26 Juni J784; 7. 3 Juli 
1784-7 Febr. 1795 ; 8. 14 Maart 1705-29 Febr. 1812. 8 bndn. fol. 

6. „Der Mennoniten en Catholicken proclamatieboek (van die 
geene) welckers gebooden over geregt worden gepubliceert." 
3 Dec. 1706 — 7 Nov. 1755 (Dat. v. aangiften en 3 proclam.) 
Ommez. : Broodzetting 1702 — 1852. sm. fol. 

c. Registers v. overledenen binnen Franeker. 1. („Wanneer 
dezelve begraven zijn") 1 Jan. 1735—21 Aug. 1768 4^ ; 2. 1 Jan. 
1806—24 Dec. 1811 fol. 2 bndn. 

d. Registers uit kerkelijke archieven. 



316 

L Nederlandsch Hervormde gemeente» 

1. Een register, waarin beroepbrie ven v. predikanten. 1691— 
178Ö. fol. 

2. Doopboeken. 1. 5 Jan. 1650—29 Dec. 1687 sm. fol. ; 2. 6 Jan. 
1688-24 Juni 1732 sm. fol. ; 3. 12 Aug. 1732—20 April 1772 
sm. fol.; 4. 6 Mei 1772-22 Maart 1812 fol. 4 bndn. 

3. Trouwboeken 1. 20 Jan. 1650—8 Jan. 1680 sm. fol; 
2. 4 Jan. 1680—10 Aug. 1732 sm. foL; 3. 10 Aug. 1732— 10 Mei 
1772 sm. foL; 4. 3 Mei 1772— Maart 1811 fol. (In duplo) 
5 bndn. 

II. Doopsgezinde gemeente. 
Geboorteboek. 25 Juni 1729—30 Jan. 1815. 4°. 

III. Waalsche gemeente. 

Een register, waarin: Gedoopten 21 Aug. 1687—29 Mei 1796; 
Getrouwden 16 Mei 1701—18 Aug. 1790. fol. 

IV. Roomse h-K atholieke gemeente. 

1. Een register, waarin: Gedoopten Oct. 1720 — 2 Deo. 1773; 
Getrouwden Nov. 1719—14 Nov. 1773. sm. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 28 Jan. 1774— 10 Oct. 
1811; Getrouwden 6 Jan. 1774-11 Aug. 1811. sm. fol. 

3. Een register, waarin: Overledenen 11 Oct. 1719 — 2 April 
1812; Uneti Oct. 1719—13 Dec. 1773. 8m.fol. 



FRANEKERADEEL. (1) 

a. Register v. overledenen in Franekeradeel. 1806 — 1809 fol. 

b. Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningenbetreff. Huwelijken v. 1591 — 
1690, 1695, 1699, 1762. 



317 

Achlum en Hitaum. 

1. Doopboeken. 1. 9 Nov. 1656— Febr. 1754 (met eenige aan- 
vullingen tot 20 April 1777); 2. 7 Juni 1772—15 Maart 1812. 
2 bndn. 4^. 

2. Trouwboek. 24 Mei 1772-3 Febr. 1811. 4°. 

3. Doopboek van Hitsum. 20 Nov. 1783—20 Oct. 1811. 4°. 

4. Trouwboek van Hitsum. 4 April 1784—13 Jan. 1811. 4«. 

Dongjum. 

1. Een register, waarin : Lidmaten (ook te Boer) 1694 — 
1749 ; Gedoopten 27 Juli 1673—10 Mei 1748 ; Gedoopten te 
Boer 17 Sept. 1676—23 Deo. 1703; Getrouwden 30 Sept.1671- 
17 Juni 1714. 4«. 

2. Een register, waarin : Benoemingen van ouderlingen en 
diakenen 1751—1792; Lidmaten 1750—1772; Gedoopten 6 Deo. 
1750-8 Maart 1772; Getrouwden 1 Aug. 1751— 19 Mei 1771. fol. 

3. Doopboek. 5 Juli 1772—13 Oct. 1811. fol. 

4. Trouwboek. 20 Juni 1773-16 Deo. 1810. fol. 

Herbajum, 

1. Doopboek. 28 Mei 1772—27 Maart 1812. 4^. 

2. Trouwboek. 10 Mei 1772—17 Febr. 1811. 4«. 

Midlum. 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad en 
Lidmaten 1702—1772 ; Lidmaten 1656—1701 ; Gedoopten 16 Nov. 
1656-10 Deo. 1758 ; Getrouwden 1675-1 Mei 1701. 4«. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—15 Maart 1812. 4°. 

Peins en Zweins, 

1. Een register, waarin: Namen der predikanten sedert de 
Hervorming tot 1805; Lidmaten 1698— 1760; Gedoopten té Peins 
6 Aug. 1682—20 April 1771 ; Getrouwden te Peins 23 April 
1734—^ Mei 1771 ; Betaalde grondpacht in Peins ; Rekening der 
diaconie v. Pdns 1684—1781. fol. 

2. Doopboek van Peins. 29 Nov. 1772—15 Dec. 1811. 4^. 

3. Trouwboek van Pdns. 10 Mei 1772—16 Sept. 1810. 4^ 



318 

4. Doopboek van Zweins. 7 Pebr. 1773—30 Juni 1811. 4o. 
6. Trouwboek van Zweins. 20 Sept. 1772—12 Aug. 1810. 4^ 

Ried en Boer. 



1. Een register, betreffende Boer, waarin : Lidmaten 1744— 
1772 ; Gedoopten 17 Febr. 1730—6 Maart 1772 ; Getrouwden 17 
Maart 1737—2 Juni 1771. 4°. 

2. Doopboek van Boer. 3 Mei 1772—12 Jan. 1812. 4°. 

3. Trouwboek van Boer. 17 Jan. 1773—17 Deo. 1809. 4^. 

4. Een register betreffende Ried, waarin : Lidmaten, Gedoop- 
ten en Getrouwden 5 Juni 1614—13 Febr. 1724. kL 8«. 

5. Een register betreffende Ried, waarin : Gedoopten 21 Oct. 
1725—22 Maart 1772 ; Getrouwden 21 April 1726-8 Dec. 1772. 4^ 

6. Doopboek van Ried. 7 Juni 1772—29 Dec, 1811. 4o. 

7. Trouwboek van Ried. 17 Mei 1772-30 Dec. 1810. 4«. 

Schalsum. 

1. Doopboek. 12 Sept 1773—22 Maart 1812. 4". 

2. Trouwboek. 3 Mei 1772—23 Dec. 1810. 4«. 

Tzum. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 27 Juli 1645 — 1 Maart 
1772; Getrouwden 14 Sept. 1645—5 April 1772. 4«. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—1 Maart 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772—1 Jan. 1811. 4°. 



GAASTERLAND. (1) 

a. Registers van huwelijken in Gaasterland, geregistreerd 
ingevolge publicatie van 29 April 1796 (volgens de lijsten der 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betrefif. Huwelijken v. 
1629—1766. 



319 

leeraren). 1. 7 Jan. 1796-^19 Oct. 1800; 2. 13 Mei 1804—29 
Maart 1807. 2 bndn. fol. (Hierbij eenige lijsten d. leeraren 
1796-1805.) 

b. Register der overledenen in Gaasterland. 4 Jan. 1806 —22 
Jan. 1812. fol. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Balk. 

1. Een register, waarin: Benoeming van kerkeraadsleden en 
datums van avondmaal 1752—1772; Lidmaten 1752-1771; 
Gedoopten 19 Aug. 1752-1 Maart 1772; Getrouwden 20 Nov. 
1760—29 Maart 1772; Collecten 1752—1756. sm. fol. 

2. Doopboek. 31 Mei 1772—9 Febr. 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772—17 Ma^rt 1811. 4". 

Harich, 

1. Doopboek. 15 Mei 1772—23 Pebr. 1812. 4«. 

2. Trouwboek. 3 Mei 1772—11 Nov. 1810. 4«. 

Oudemirdum, Nijemirdum en Sondel. 

1. Doopboek van Oudemirdum. 10 Mei 1772—24 Maart 1811. 4«. 

2. Trouwboek van Oudemirdum. 17 Mei 1772 — 11 Juni 
1810. 40. 

3. Doopboek van Nijemirdum. 22 Nov. 1772—14 Febr. 1779, 
1783, 1785—23 Febr. 1812. 4^. 

4. Trouwboek van Nijemirdum. 28 Maart 1773 — 21 Mei 

1809. 40. 

5. Doopboek van Sondel. 24 Mei 1772—13 Oct. 1811. 4^ 

6. Trouwboek van Sondel. 19 Juni 1774-8 Juli 1810.4". 

WijcJceL 

1. Doopboek. 31 Mei 1772—7 Maart 1812. 4°. 

2. Trouwboek. 12 Juli 1772—10 Jan. 1807. 4«. 



320 

II. Roomsch-Katholieke gemeenten. 

Bakhuizen. 

Een register, waarin : Gedoopten 9 Mei 1723 — Dec. 1811 ; 
Getrouwden Mei 1723—1735, April 1752—22 Juni 1823. 4«. 

Balk. 

Een register, waarin: Gedoopten 1 Juni 1766—13 Pebr. 1825; 
Getrouwden 11 Juni 1766—30 Nov. 1791; 18 Mei 1794— 30 Mei 
1824; Overledenen 18 Maart 1802—4 Febr. 1810. 8^. 



HARLINGEN. 



a. Registers van huwelij ks-aangifte a. h. gerecht. 1. 3 Jan. 
1733—28 Dec. 1782; 2. 4 Jan. 1783—16 Febr. 1811. 2 bndn 
sm, fol. 

6. Registers van afkondiging en bevestiging v. huwelijken 
d. h. gerecht. (1) 1. 19 Jan. 1611—13 Mei 1615; 2. 2 Maart 
1622—14 Febr. 1631; 3. 26 Febr. 1631—7 Febr. 1646; 4.3Aug. 
1645—29 Juni 1661; 5. 11 Aug. 1661— Mei 1680; 6. 26 Juni 
1680— Febr. 1701; 7. 19 Maart 1701-22 Juni 1732 (Met alphab. 
register) ; 8. 26 Juli 1732—13 Mei 1810. 8 bndn. fol. 

c. Registers van overledenen in Harlingen. 1. 2 Jan. 1727— 
Aprü 1728 ; 2. 2 Jan. 1787—30 Dec. 1794 en 1 Jan. 1803- 
31 Dec. 1805 (Met alphab. register en „alph. tafel op het register 
V. begra venen op het Groot kerkhof en de Nieuwe kerk"); 
3. 3 Jan. 1806-30 Dec. 1811. 3 bndn. fol. 

d. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Handelingen v. d. kerkeraad. 1637 — 1789. 1 bnd. fol. 

2. Registers, waarin : 1. Gedoopten Maart 1613 — 16 Nov. 
1656, Getrouwden Juli 1613—30 Nov. 1656; 2. Gedoopten 



(1) Huwelijksakten van 1609 en 1610 komen voor in het magistraats- 
resolutieboek van die jaren. 

In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 1597— 
1606. 



r 



321 

22 Nov. 1656—1 Sept. 1697, Getrouwden 7 Dec. 1656—12 Sept. 
1697; 3. Üedoopten 15 Sept. 1697—15 Febr. 1735, Getrouwden 

13 Oct. 1697—27 Febr. 1735 ; 4. Gedoopten 27 Febr. 1735- 
27 Nov. 1764, Getrouwden 27 Febr. 1735—14 Oct. 1764 ; 5 (Latere 
copie) Gedoopten 27 Nov. 1764—30 April 1772, Getrouwden 

14 Oct. 1764—26 April 1772; 6. Gedoopten 19 Jan. 1696— 
5 Jan. 1775, Getrouwden 29 Maart 1696—29 Dec. 1774. 6bndn. 
fol. (n°. 1 — 5 van de Groote Kerk, n*^. 6 van de Westerkerk). 

3. Doopboeken. 1. 5 Mei 1772—31 Dec. 1808; 2. 1 Jan. 1809— 
22 Febr. 1812 (Met alphab. register) ; 3. 5 Jan. 1775—24 Nov. 
1811. 3 bndn. fol. (n®. 1 en 2 van de Groote Kerk, n°. 3 van 
de Westerkerk). 

4. Trouwboeken. 1. 3 Mei 1772—3 Maart 1811 (v. d. Groote 
Kerk); 2. 5 Febr. 1775—12 Aug. 1811 (v. d. Westerkerk). 
2 bndn. fol. 

5. Grafregisters. 1. Aangelegd 1760 (Groote Kerk en Kerk- 
hof); 2. 1790 (Gr. Kerk en Kerkhof); 3. 1790 (Westerkerk en 
Kerkhof); 4. Zonder datum (Gr. Kerk en Kerkhof) (n». 2 en 3 
in duplo) 6 bndn. fol. 

IL Doopsgezinde gemeente. 
Geboorteregister. 1741—1812. fol. (Alphab. aangel. ± 1799.) 

IIL Evangelisch Luthersche gemeente. 

1. Doopboek. 10 Sept. 1730—20 Mei 1804. fol. 

2. Een register, waarin : Gedoopten Oct. 1799 — 12 Jan. 1812 ; 
Getrouwden 19 Juni 1796—11 Nov. 1810. fol. 

IV. Hersteld Evangelisch Luthersche gemeente. 

Een register, waarin: Gedoopten 31 Aug. 1800—1 Maart 
1812; Getrouwden 7 Sept. 1800—30 Sept. 1810. 4<». 

V. Roomsch-Katholieke gemeente. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 26 Nov. 1686—7 Dec. 
1762 ; Getrouwden 8 Dec. 1687—27 Juli 1754 en 17 Aug. 1755— 
14 Nov. 1762 ; Overledenen 9 Mei 1691—28 Dec. 1762. sm. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 6 Jan. 1763 — 30 Dec. 
1797 ; Huwelijksaangifte 4 Juni 1786— Aug. 1788 ; Getrouwden 
9 Jan. 1763-Nov. 1778, 10 Febr.— Nov. 1782, 12 Nov. 1784— 

(1903) 21 



322 

13 Juni 1785, 21 Mei 1786—21 Aug. 1796 ; Overledenen 6 Jan. 
1763-Nov. 1777, 15 Juni 1786-April 1792. sm. fol. 

3. Een register, waarin : Gedoopten 4 Jan. 1798 — 22 Maart 
1812; Getrouwden 17 Juni 1798—1 Maart 1812; Overledenen 
22 Mei 1798—16 Maart 1812. sm. fol. 

VI. Israëlietische gemeente. 
Besnijdenisboekje. 1782 — 1805. 



HASKERLAND. (1) 
Registers uit kerkelijke archieven. 
I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Haskerdijken en Nijehdske, (2) 

1. Een register, waarin: Gedoopten 2 Mei 1746—15 Maart 
1772; Getrouwden 5 AprU 1750—16 Febr. 1772. 4^. 

2. Doopboek. 31 Mei 1772—31 Mei 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 1 Mei 1772—3 Febr. 1811. 4«. 

Haskerhome en Oudehaske, (3) 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 1731— 
1733 (hierin ook Lidmaten), 1769—1796, 20 Deo. 1809 ; Benoe- 
ming van kerkeraadsleden 1734 — 1798; Gedoopten 12 Aug. 
1731—15 Oct. 1749 (ook v. Nijehaske), 1752—26 April 1772; 
Getrouwden 22 Juli 1731—19 April 1772. fol. 

2. Doopboek. 6 Mei 1772—5 April 1812. fol. 

3. Trouwboek. 9 Aug. 1772 -17 Febr. 1811. fol. 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1649^1792. 

(2) In de secretarie van Utingeradeel berusten : l.Doopboekv. Hasker- 
dijken 9 Sept. 4787—5 April 4812. 4o ; 2. Trouwboek v. Haskerdijken 
24 Sept. 4786-20 Mei 4840. 4^; 3. Boek v. aangifte v. ondertrouw, 
gehouden d. d. dorprechter v. Haskerdijken 2 Nov. 4798—4840. 4". 

(3) Tot 4745 was Nijehaske hiermede vereenigd. 



323 

Joure^ Westermeer en Snikzwaag, 

1. Doopboeken. 1. 26 Sept. 1643— Nov. 1672. sm. fol.; 2. 13 
Juni 1675— Aug. 1722. sm. fol. ; 3. 30 Aug. 1722-26 April 1772. 
sm. fol. ; 4. 26 April 1772—3 Febr. 1812. 4». 4 bndn. 

2. Trouwboeken. 1. 7 Jan. 1637—11 Juli 1675. sm. fol. ; 2. 27 
Juni 1675— Oct. 1752. sm. fol. ; 3. 21 Mei 1752-19 April 1772. 
sm. fol.; 4. 29 Maart 1772—10 Maart 1811. 4». 4 bndn. 

II. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Joure. 

Een register, waarin : Gedoopten 18 Mei 1719—26 Maart 1812 ; 
Getrouwden 1720, 20 Nov. 1746—23 Sept. 1811. kl. 8o. 

III. Doopsgezinde gemeen te 

te Joure. 
Oude Huis. 
Trouwregister. 3 Juli 1796—24 Febr. 1811. fol. 

Nieuwe Huis. 

Een lijst van Geboorten. 15 Mei 1772—11 Dec. 1811 ; Huwe- 
lijken 9 April 1797—23 Juni 4805. Authent. copie. 1 vel fol. 



HEMELUMER OLDEPHAERT EN NOORD WOLDE. (1) 

o. Een register van afkondiging en bevestiging v. huwelij- 
ken d. h. gerecht. 22 April 1665—22 April 1806. fol. 

b. Huwelijksaanteekeningen ter secretarie v. Hem. Old. en 
N.W. 21 Mei 1796—16 Maart 1811. fol. 

c. Lijst van huwelijken in de verschillende plaatsen v. Hem. 
Old. en N.W. gesloten. 1796—1799. 2 bl. fol. 

d. Register van overledenen te Koudum, gehouden door den 
secretaris ingevolge besluit van Drost en gerecht van Hem. Old. 
en N.W. van 17 Dec. 1805. 4 Jan. 1806-26 Jan. 1809. fol. 

6. Registers uit kerkelijke archieven. 



(1) In een Proclamatieboek : Huwelij ksaf kondigingen v. 4674---i688. 



324 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Hemelum, Bakhuizen en Mirns 

1. Een register, waarin: Lijst van predikanten 1604 — 1762; 
Handelingen v. d. kerkeraad 4 Juli 1753—6 Dec. 1812 (Hierin 
ook Lidmaten) ; Lidmaten 21 Febr. 1706—23 Mei 1773 ; Gedoop- 
ten 15 Nov. 1705—16 Juni 1771; Getrouwden 14 Maart 1706- 
19 April 1772. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—14 Juni 1812. fol. 

Kovdum, 

1. Een register, waarin: Beroeping van Ds. Lydius 1636 ; Han- 
delingen V. d. kerkeraad 1639—1662, 1659—1759, 26 Jan. 1671, 
1729—1751 ; Lidmaten 1637—1680, 1695, 1698, 1700, 1701, 1728, 
1735—1738; ld (aangekomen) 1631—1698, 1702—1766; Gedoopten 
23 Oct. 1636—22 Maart 1772; Getrouwden 1641 -8 Maart 1772; 
Diaconie-rekeningen 12 Jan. 1664—16 Jan. 1708; Resolutie 
wegens uitdeeling van de aalmoezen ; Rekeningen der armvoog- 
den 1658—1674. fol. 

2. Doopboek. 17 Mei 1772—13 October 1811. fol. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772 -11 Juni 1810. fol. 

Molkwerum, 

1. Doopboeken. 1. 24 Maart 1639—29 Maart 1772. fol. (In 
1772 geschreven naar 't origineel „dat erg vergaan was'') ; 2. 28 
Mei 1772-9 Pebr. 1812. 4». 

2. Trouwboek. 17 Mei 1772—10 Maart 1811. 4«. 

Nijega en Elahuizen, 

1. Een register, waarin : Gedoopten 1659 (znd. datum)— 8 
Maart 1772 ; Getrouwden 25 Jan. 1657—7 Febr. 1772. 4« 

2. Doopboek. 6 Dec. 1772—22 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 10 Mei 1772—23 Sept. 1810. fol. 

Oudega en Kolderwolde. 

1. Doopboeken. 1. 7 Febr. 1684— 7 Maart 1770. fol. (katern); 
2. 10 Mei 1772-5 April 1812. fol. 



325 

2. Trouwboeken. 1. 20 Dec. 1690— 18 April 1772. fol. (katern); 
2. 10 Mei 1772—23 Dec. 1810. fol. 

Wams en ScharL 

1. Een register, waarin: Gedoopten 17 Febr. 1659 — 19 April 
1772 ; Getrouwden 23 Jan. 1659—27 Maart 1740. fol. 

2. Doopboek. 14 Juni 1772—8 Maart 1812. 4P. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—16 Dec. 1810. 4«. 



HENNAARDERADEEL. (1) 

a. Een register van afkondiging en bevestiging v. huwelij- 
ken d. h. gerecht. 30 April 1656—28 April 1810. fol. Hierbij : 
Missive van Gedeputeerde Staten van 20 Maart 1772 met for- 
mulier voor de huwelijksbevestiging. 

b. Register van Overledenen in Hennaarderadeel. 1806 — 1811 . fol. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Edens en Spannum. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 2 Juli 1693 — 26 April 
1772 (1752-1766 ontbr.) ; Getrouwden 27 Juni 1693—9 Nov. 
1810. 40. 

2. Doopboek. 8 Mei 1772—2 Febr. 1812. 4». 

Itena. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1647 — 1772 ; Gedoopten 
7 Maart 1647—13 Juni 1819 (sinds 1772 copie uit 't „nieuwe" 
doopboek) ; Getrouwden 2 Jan. 1648—23 Juni 1771. fol. 

2. Doopboek. 17 Mei 1772—14 Juli 1811. 4». 

3. Trouwboek. 31 Mei 1772-21 Oct. 1810. 4». 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen belreff. Huwelijken v. 
1602-1643. 



326 

Kubaard en Waaxens, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 9 Mei 1647—17 April 
1772 ; Getrouwden 25 Juli 1647—17 Nov. 1771. sm. fol, 

2. Doopboek. 31 Mei 1772-8 Maart 1812. 4». 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772—30 Dec. 1810. 4^. (In duplo.) 

Lutkewierum. 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1654 — 1772; Gedoopten 
19 Nov. 1643-26 April 1772; Getrouwden 6 Jan. 1648 - 13 Oct. 
1771. fol. 

2. Doopboek. 11 Oct. 1772—12 April 1812. 4^. 

3. Trouwboek. 31 Mei 1772—17 Juni 1810. 4». 

Oosterend en Hennaard. 

1. Doopboeken. 1. 22 Oct. 1719—28 April 1772 ; 2. 3 Mei 
1772—5 April 1812. 2 bndn. fol. 

2. Trouwboeken. 1. 14 Jan. 1720—19 Jan. 1772 ; 2. 8 Juni 
1772—23 Dec. 1810. 2 bndn. fol. 

Weisrijp en Bajum. 

1. Doopboeken. 1. 17 Oct. 1723—20 April 1772. fol.; 2. 
31 Mei 1772—8 Maart 1812. 4^. 2 bndn. 

2. Trouwboek. 3 Mei 1772—27 Jan. 1811. 4°. 

Wommels en Hidaard. 

1. Een register, waarin : Naamlijst der predikanten 1627— 
1810, Benoeming van kerkeraadsleden 1687 — 1733; Lidmaten 
1686—1730 ; Gedoopten 21 Maart 1686—10 Dec. 1733 ; Getrouw- 
den 9 Mei 1686—24 Jan. 1734. sm. fol. 

2. Doopboeken. 1. 11 April 1734—26 April 1772 ; 2. 7 Mei 
1772—25 Maart 1812. 2 bndn. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 2 Mei 1734—8 Sept. 1771; 2. 24 Mei 
1772—27 Jan. 1812. 2 bndn. fol. 



r 



327 

II. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Oosterend (Jtoodhuia), 

Een register, waarin: Gedoopten 14 Jan. 1748 — 1 Febr. 1812; 
Getrouwden 9 Mei 1748—11 Aug. 1811. 4'>. 



HINDELOOPEN. (1) 

a. Register van overledenen te Hindeloopen. 1806—1823. fol. 
6. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandseh Hervormde gemeente. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 1 Jan. 1709 — 20 Febr. 
1756; Getrouwden 17 Febr. 1709—15 Sept. 1771. fol. 

2. Doopboek. 1 Mei 1772—16 Febr. 1812. fol. 

3. Trouwboek. 1 Mei 1772—30 Deo. 1810. fol. 

II. Doopsgezinde gemeente. 
Geboorte- en Doopregister. 4 Sept. 1731—1817. 4o. 



IDAARDERADEEL. (2) 

a. Register van huwelijken in Idaarderadeel, (opgemaakt 
ingevolge 't placaat v. 29 April 1796). 15 Mei 1796—25 Oct. 
1807. fol. 

6. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandseh Hervormde gemeenten. 

Grouw, 
1. Een register, waarin: Gedoopten 23 Jan. 1653 — 24 Dec. 



(1) In Proclamalieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1588-1805. 

(2) In Reces- en in Proclamatieboeken : Aanteekeningen belreff. Huwe- 
lijken V. 4614-1618, 1642-1746; 



328 

1752 (met chronol. register); Getrouwden 19 April 1657—19 
Nov. 1752. fol. 

2. Een register, waarin : Gedoopten 7 Jan. 1753 — 19 April 
1772; Getrouwden 14 April 1753-5 April 1773. fol. 

3. Doopboek. 3 Mei 1772—22 Maart 1812. fol. 

4. Trouwboek. 17 Mei 1772—6 Jan. 1811. fol. 

Idaardy Aegum en Friens. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 1 Mei 1659 — 11 Mei 1738; 
Getrouwden 23 Mei 1659—23 Mrt. 1738. sm. fol. 

2. Een register, waarin; Gedoopten Juni 1738 — 1 April 1764; 
Getrouwden 3 Aug. 1738—10 Juni 1764. fol. 

3. Doopboeken. 1 Juli 1764-12 April 1772; 2. 8 Nov. 1772- 
27 Oct. 1811. 2 bndn. fol. 

4. Trouwboek. 16 Aug. 1772—16 Dec. 1810. fol. 

Roordahuiaum. 

1. Doopboek. 14 Juni 1772-22 Maart 1812. fol. 

2. Trouwboek. 11 Oct. 1772-11 Nov. 1809. fol. 

Warga^ Warstiens en Wartena, 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1737 — 1772; Gedoopten 
6 Dec. 1733—10 Juli 1768 (met 2 lijsten tot aanvulling in fol.) ; 
Getrouwden 24 Jan. 1734—1 Mrt. 1772. 4^. 

2. Doopboek. 22 Mei 1772—1 Dec. 1811. 4o. 

3. Trouwboeken. 1. 10 Mei 1772—14 Juli 1805 ; 2. 10 Mei 
1772—3 Febr. 1811. 2 bndn. 4». 

IL Roomsch-Katholieke gemeente 

te Warga, 
Doopboek. 15 Oct. 1696-13 Maart 1812. 4o. 



329 

IJLST. 

a. Registers van huwelijks-aangifte a. h. gerecht (consenten 
tot afkondiging over de kerk) 1. Febr. 1691—22 April 1769 
(ommezijde: Aangiften, 3 afkond. a. h. gerecht en akten v. 
bevestiging v. huwel. Febr. 1691—23 Sept. 1769); 2. 11 Nov. 
1769-11 Febr. 1811. 2 bndn. fol. 

6. Huwelijks-consenten v. ouders e. a., aangiften en bewijzen 
v. gedane proclamatiën enz. 1697 — 1823. 1 pakket. 

c Registers uit kerkelijke archieven. 

. I. Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 7 Jan. 1638 — 5 Sept. 
1711 ; Getrouwden 21 Mrt. 1706—30 Aug. 1711. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 12 Oct. 1710 — 26 April 
1772; Getrouwden 7 Dec. 1710—1 Maart 1772. fol. 

3. Doopboek. 31 Mei 1772-22 Maart 1812. 4o. 

4. Trouwboek. 1 Mei 1772-27 Jan. 1811. 4«. 

II. Doopsgezinde gemeente. 

1. Geboorteboek. 29 Dec. 1729— 15 Nov. 1811. 4». 

2. Een register, waarin : Datums van geboorten en namen 
met datums v. geboorten van de ouders (alphabetisch). 1726 — 
1817. fol. 



KOLLUMERLAND EN NIEUW KRÜISLAND. 

a. Lijst van huwelijken in Kollumerland en N. Kr. 5 Juni 
1796-20 Oct. 1799. fol. 

b. Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Burum en Munnikezijl, 

1. Een register, waarin : Gedoopten te Burum 25 April 1680 — 
25 Maart 1772; Lidmaten te Burum 1680—1770. fol. 



330 

2. Een register, waarin : Gedoopten te Burum 10 Mei 1772— 
22 Maart 1812; Gedoopten te Munnikezijl 26 Aug. 1787— 
20 Oct. 1811. 8o. 

3. Een register, waarin : Getrouwden te Burum 17 Mei 1772— 
17 Febr. 1811; Getrouwden te Munnikezijl 12 Mei 1788— 22 Mei 
1795. 8o. 

Kollum, 

1. Doopboeken. 1. 12 Jan. 1696—7 Aug. 1735; 2. 24 Aug. 
1738—24 Mei 1772 ; 3. 10 Mei 1772—5 Jan. 1812. 3 bndn. 4\ 

2. Trouwboeken. 1. 22 Mei 1718-2 Dec. 1753 ; 2. 15^ Febr. 
1754-28 Juni 1772; 3. 10 Mei 1772-17 Febr. 1811. 3bndn.4o. 

Kollumerzwaag en Augsbuurt, 

1. Een register, betreffende Kollumerzwaag, waarin : Lidmaten 
1736—1743; Gedoopten27 Juni 1706—26 April 1744; Getrouwden 
17 Febr. 1719—29 Sept. 1743; Afrekeningen der kerkvoogdij 
1672-1732. fol. 

2. Doopboek van Kollumerzwaag. 25 Sept. 1772—26 Jan. 
1812. 4«. 

3. Een register, waarin: Gedoopten te KoUumerzw. 25 Sept. 
1772—26 Jan. 1812 ; Gedoopten te Augsbuurt 4 Oct. 1772— 
22 Maart 1812. 4o. 

4. Een register, waarin: Getrouwden te KoUumerzw. 5 Mei 
1772—21 Nov. 1818; Getrouwden te Augsbuurt 9 Mei 1773- 
7 Mei 1809. 4^ 

5. Een register, betreffende Augsbuurt, waarin : Lidmaten 
1730-1772; Gedoopten 28 Mei 1730-17 April 1763; Getrouw- 
den 16 Mei 1731—22 Juni 1755. 4o. 

6. Doopboek van Augsbuurt. 4 Oct. 1772—18 Aug. 1811. 4». 

Ovdwoude en Westergeest. 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1728; Gedoopten 2 Nov. 
1727-23 Febr. 1772; Getrouwden 19 Juni 1740—26 April 
1772. fol. 

2. Een register, waarin : Gedoopten te Oudwoude 10 Juli 



331 

1735—8 Maart 1812; Gedoopten te Westergeest 15 Mei 1772— 
1 Dec. 1811. fol. 

3. Trouwboek van Oudwoude. 23 Mei 1772—19 Aug. 1810. 49. 



LEEUWARDEN. (1) 

a. Registers, van huwelijks aangifte a. h. gerecht, en huwe- 
lijks-bevestiging. (2) 1. 9 Febr. 1594—31 Dec. 1603; 2. 4 Jan. 
1604-13 April 1611 ; 3. 11 Febr. 1615—25 Juli 1618 ; 4. 1 Aug. 
1618—11 Maart 1623; 5. 22 Maart 1623-31 Dec. 1630; 6. 8 
Jan. 1631-20 Jan. 1638; 7. 26 Jan. 1638—15 Juni 1644; 8 22 
Juni 1644—23 Juni 1649 ; 9. 30 Juni 1649—24 Sept. 1658 
10. 2 Oct. 1668—31 Dec. 1670; 11. 7 Jan. 1671—19 Aug. 1682 
12. 25 Aug. 1682— 31 Dec. 1692; 13. 7 Jan. 1693-29 Dec. 1703 
14. 6 Jan. 1704—24 Dec. 1722 ; 15. 2 Jan. 1740—12 Dec. 1755. 
15 bndn. fol. 

6. „Registers der dooden welcke 's weecklix op de resp. kerck- 
hoven [en in de kerken] binnen Leeuwarden ter begrafenisse 
zijn bestelt off waervan de uytvaert alhier gehouden is, aenge- 
lecht volgens resoL v. d. E. Raad d. 17 Dec. 1686" (3). 1. 1 Jan. 
1687—29 Dec. 1690 ; 2. 1 Jan. 1691—18 Nov. 1692 ; 3. 6 Febr. 
1723—30 Dec. 1748 ; 4 2 Jan. 1749—28 Dec. 1772 ; 5. 1 Jan. 
1773—29 Dec. 1789; 6. 1 Jan. 1790—31 Dec. 1795; 7. 3 Jan. 
1796-31 Dec. 1805. 7 bndn. fol. 



(1) Grootendeels volgens opgave van Mej. R. Visscher, archivaris v. 
Leeuwarden. 

(2) Ook vermeld in den inventaris v. h. recht, archief v. Leeuw., d. 
F. Fontein Tuinhout in 1888 uitgegeven. 

(3) Deze resol. luidt : 

«Tot onderholdelinge van een goede policie is geresolv. om met den 
1®^ Jan. 1687 aan te leggen een register der dooden, welke 's weeks op 
de resp. kerk-hoven en in de kerken binnen dese stad ter begravenisse 
worden bestelt ofte alhier overleden sijnde buiten de jurisdictie worden 
gevoert, wordende derhalve de portiers van des stads poorten mitsgaders 
de dode begravers wel expres geordonneert om alle saturdagen naa noen 
aan de heere praeses in der tijd specifice bekent te maken de namen 
sampt bedieningen en woonplaatsen der overledene personen, welke 
door hun aanbevolen poort sijn uitgevoerd ofte op een yders kerkhof 
resp. begraven». 



, aan^fte v. overledenen binnen Leeuw, en de 
juriad, voor de succeasie. 2 Jan. 1806 — 31 Dec. 1811 fol. 

d. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandeoh Hervormde gemeente. 

1. Doopboeken. 1. 13 Febr. 1603—28 Aug. 1612; 2. 30 Aug. 
1612-27 Dec. 1626: 3. 5 Jan. 1627—30 Dec. 1642; 4. 1 Jan. 
1643—29 Dec. 1667; 5. 1 Jan. 1668—31 Dec. 1684; 6 1 Jan. 
1685—30 Dec. 1698 ; 7. 1 Jan. 1699—29 Dec. 1715 ; 8. 1 Jan. 
1716—31 Dec. 1730 ; 9. 1 Jan. 1731—30 Dec. 1742 ; 10. 1 Jan. 
1743-30 Dec. 1753; 11. 1 Jan. 1754—29 Dec. 1765; 12. 1 Jan. 
1766—29 Apr. 1772; 13. 1 Mei 1772-30 Juni 1780; 14. 2 Juli 
1780—31 Oct. 1788; 15. 5 Nov. 1788—30 Dec. 1795; 16. 1 Jan. 
1796—29 Sept 1802; 17. 3 Oct. 1802— 31 Dec. 1809; 18. 1 Jan. 
1810—28 Nov. 1813. 18 bndn. fol. 

2. Trouwboeken. 1. 13 Febr. 1603—6 Sept. 1612; 2. 20 Nov. 
1612—21 Sept. 1621; 3. 26 Nov. 1621—10 Jan. 1636; 4. 20 Jan. 
1636—7 Nov. 1647; 5. 23 Oct. 1647—12 Jan. 1662; 6. 12 Jan. 
1662—19 April 1674; 7. 26 April 1674—16 Aug. 1688; 8. 15 
Juli 1688—19 Juni 1698; 9. 3 Juli 1698-2 Juni 1709; 10. 9 
Juni 1709—12 Jan. 1721; 11. 12 Jan.1721-20 Jan. 1732; 12.20 
Jan. 1732-10 Maart 1743; 13. 20 Jan. 1743—7 Jan. 1753; 
14 24 Jan. 1753—9 Sept. 1764; 15. 16 Sept. 1764- 24 Mei 1772; 
16. 10 Mei 1772—13 Mei 1781 ; 17. 20 Mei 1781—14 Nov. 1790; 
18. 14 Nov. 1790—7 Oct. 1798; 19. 14 Oct. 1798— 16 Apr. 1809; 
20. 23 April 180^-10 Maart 1811. 20 bndn. fol. 

3. Grafregisters. o. Oldehoofstor kerkhof: 1. 1671, 2. 1779- 
1794 (8 din)., 3. 1795— omstr. 1800; 4. 1795—1815. 6 bndn. fol. 

6. Jacobijner kerkhof 1779—1794. 1 bnd. fol. 

c. Westerkerk 1736-1770. 1 bnd. fol. 

d. Alpbab. ratster v. eigenaars v. graven. 1 bnd. sm. fol. 

4. Outvangboeken wegens begraving, a. Oldeboofdster en 
Jacob. kerkhof 1808— 1820, 6. Weaterkerk 1799— 1826. 2bndn.foI. 

5. A&chrift van de grafregisters der 3 kerken v. d. Ned. H. 
(iem., alsmede de namen d. overledenen, die sedert 1500—1826 
in genoemde kerken zijn bijgezet of begraven, opgemaakt in 
1883 d. K. V. Belkum. 



r 



338 

II. Doopsgezinde gemeente. 

1. Geboorteboek. 4 Dec. 1739 — 5 Aug. 1811 (Aangelegd IJan. 
1785). foL 

2. Trouwboek. 13 Sept. 1796—30 Dec. 1810. fol. 

IIL Evangelisch Luthersche gemeente. 

Een register, waarin : Gedoopten 7 Oct. 1671—8 Maart 1812 ; 
Getrouwden 14 Nov. 1773—19 Juni 1810. fol. 

IV. Waalsche gemeente. 

Registers, waarin: 1. Gedoopten 24 Juli 1659 — 12 Jan. 1772, 
Getrouwden 23 Oct. 1659— Maart 1766; 2. Gedoopten 1 Juni 
1772—12 Jan. 1812, Getrouwden 21 Mei 1779—9 Juli 1804. 
2 bndn. kl. fol. 

V. Roomsch -Katholiek e gemeente. 

Kerk: ,,Het Kloo8ter^\ 

1. Doopboek. 2 Juni 1744—22 Nov. 1770. fol. 

2. Trouwboek. 29 Nov. 1744—26 Nov. 1766. fol. 

3. Een register, waarin : Gedoopten 19 Jan. 1771 — 23 Maart 
1812; Getrouwden 31 Oct. 1773—22 Sept. 1811. 4o. (1) 

Kerk: ^^Groote Kerk8traaV\ 

Een register, waarin : Gedoopten 17 'April 1753—23 Maart 
1812. Getrouwden Febr. 1772-30 Dec. 1810. 4^ 

Kerk: ,,Nieuwe8tad^\ 



» 



1. Doopboeken. 1. 21 Maart 1692—13 Dec. 1748, 17 Sept. 
1749-25 Dec. 1786 ; 2. 12 Jan. 1787-28 Maart 1812. 2 bndn. 4^. 

2. Trouwboek. 5 Jan. 1766—26 Jan. 1812. S^. 

Kerk: „Over de KoommarkV\ 
1. Doopboek. 5 Oct. 1690—4 Maart 1812. 4^^. 



(1) Dit register is, hoewel het niet duidelijk blijkt, waarschijnlijk 
van de kerk «Het Klooster:» afkomstig. 



334 

2. Een register, waarin : Getrouwden 6 Oct. 1699 — 10 Febr. 
1812; Overledenen 12 Sept. 1776-26 Maart 1812. 4^ 

Kerk: ,yln de Breed8traaf\ 

Een register, waarin: Gedoopten Oct. 1692 — 3 Nov. 1793; Ge- 
trouwden 3 Febr. 1693—18 Mei 1794. 4^ 

VI. Jansenisten -gemeen te. 

Een register, waarin: Gedoopten 9 Mei 1699—26 Jan. 1804; 
Getrouwden 1 Oct. 1699—3 Oct. 1779 ; Geconfirmeerden Oct. 1723 
—15 Juli 1770. fol. 



LEEUWARDER ADEEL. (1) 
Registers uit kerkelijke archieven. 
I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Britsum, 

1 Een register, waarin : Namen van predikanten (1613)— 
1739; Lidmaten 1658—16 Maart 1673; Gedoopten 1613— 30 Nov. 
1673 ; Getrouwden 1599—1618, 1629—19 Jan. 1673. sm. fol. 

2. Een register, waarin : Lidmaten 20 Maart 1674 — 4 Dec. 
1681, 1732, 1736—1772; Gedoopten 5 April 1674—26 Aprü 
1772; Getrouwden 1619-24 Sept. 1627, 31 Mei 1674-18 Nov. 
1681, 13 Febr. 1687—31 Mei 1733, 18 Dec. 1735—20 Aprill772. 
sm. fol. 

3. Doopboek. 26 Juli 1772—9 Febr. 1812. 4P. 

4. Trouwboek. 10 Mei 1772—30 Dec. 1810. 4o. 

Cornjum. 

1. Een register, waarin : Naamlijst van predikanten omstr. 
1600—1843; Handelingen v. d.Kerkeraad 1642— 1667 ; Lidmaten 
1633—1772; Gedoopten 1631—17 Febr. 1811; Getrouwden 
28 Juli 1633-6 Oct. 1771 ; Rekeningen d. diaconie 1634—1673. fol. 



(1) Grootendeels naar den inventaris van het gemeente -archief, in 

1903 opgemaakt door W. Jaarsma, beambte bij de Prov. en Buma-Bibl. 

In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 4613 -1738. 



335 

2. Doopboek. 10 Mei 1772-9 Febr. 1812. fol. 

3. Trouwboek. 28 Juni 1772— 9 Dec. 1810. (Achterin : „Naam- 
lijst van de manshoofden der huisgezinnen, zooals die zich 1811 voor 
en bij het aannemen van eenen geslachtsnaam bevonden"), fol. 

Finkum en Hijum, 

1. Een register, waarin : Gedoopten 2 Jan. 1672 — 26 April 
1772; Getrouwden 14 Jan. 1655-17 Mei 1772. 4«. 

2. Een register, waarin : Gedoopten 31 Mei 1772 — 23 Febr. 
1812; Getrouwden 24 Mei 1772—30 Dec. 1810. 4^. 

Goutum en Svrichum. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1702—14 April 1772 ; Ge- 
doopten 20 Nov. 1658—26 April 1772 ; Getrouwden 20 Mei 1660— 
9 Juni 1771. 4o. 

2. Doopboek. 24 Mei 1772-15 Maart 1812. 4^. 

3. Trouwboek. 10 Oct. 1773—30 Dec. 1810. 4°. 

Hempena en Teems. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 16 Sept. 1694 — 1 Jan, 
1772; Getrouwden 15 Oct. 1693—27 Jan. 1771. 4^ 

2. Doopboek. 4 Oct. 1772-1 Sept. 1811. 4o. 

3. Trouwboek. 27 Sept. 1772—10 Febr. 1811. 4«. 

Huizum, 

1. Een register, waarin : Lidmaten (1762)— 10 Nov. 1771 ; Ge- 
doopten 21 Dec. 1710-12 April 1772 ; ld. 18 Febr. 1719— 22 Dec. 
1771 („Nieuw verbeterd register") ; Getrouwden 6 Febr. 1763— 
1 Dec. 1771. foL 

2. Doopboek. 7 Juni 1772—16 Febr. 1812. fol. 

3. Trouwboek. 24 April 1772—10 Febr. 1811. fol. 

Jehum, 

1. Een register, waarin: Namen van ouderlingen, diakenen 
en kerkvoogden 1737 — 1772 ; Copie-verzoekschrift van de predi- 
kanten C. Wiersma en H. A. Nieuwolt aan Gecommitteerden 



330 

der Classis van Leeuwarden, om A. Wassenberg, predikant te 
Lekkum „in numerum emeritorum" aan te nemen; Lidmaten 
1610— Nov. 1703; ld. (met attestatie overgekomen) 27 Sept. 
1705—6 Mei 1736 ; ld. (aangenomen) 13 Dec. 1705—2 Mei 1734, 
18 Jan. 1739-26 Mei 1772, 12 Mei 1752; ld. (overledene) 

26 Maart 1789—2 April 1772; ld. (uit de gemeente vertrokkene) 
24 Aug. 1738—30 Mei 1772; Gedoopten 1 April 1649—4 Jan. 
1705 (Alphabetisch), 24 Jan. 1706^-18 Jan. 1733 ; ld. (Alphab.) 
1667—1772; Geborenen 17 Juni 1738-17 AprU 1772; Huwe- 
lijksproclamatiën 1667— 20 Jan. 1704; Getrouwden 18 Aug. 1667— 

27 Pebr. 1704, 7 Febr. 1706—24 Mei 1772. fol. 

2. Doopboek. I. (In chronologische volgorde) 10 Mei 1772— 
1 Maart 1812 ; IL (Alphabetisch) 1772—1792. fol. 

3. Trouwboek. 10 Mei 1772-15 Dec. 1810 (Achterin: Namen 
van ouderlingen, diakenen en kerkvoogden 1772 — 1788). fol. 

Lekkum en Miedum. 

1. Doopboek. 1772—3 Nov. 1811 (Met alphabetisch register). 4*'. 

2. Trouwboeken. 1. 10 Mei 1772—13 Jan. 1811 (Achteraan: 
Proclamatiën van elders getrouwden 11 April 1779 — 20 Mei 
1787) ; 2. 10 Mei 1772—15 Mei 1796 (Achteraan : Proclamatiën 
van elders getrouwden 11 April 1779-4 Juli 1790). 2 bndn.4o. 

StieTis. 

1. Registers, waarin: 1. Gedoopten 8 Aug. 1619—31 Juli 
1740 (1672—1677 ontbreekt) ; Getrouwden 11 Juli 1619—2 Oct. 
1740 ; 2. Gedoopten 25 Sept. 1740—26 April 1772 ; Getrouwden 
16 Oct. 1740—12 April 1772. 2 bndn. fol. 

2. Doopboek. 17 Mei 1772—15 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—10 Maart 1811. fol. 

Wirdum. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1 Jan. 1749 — Maart 1771 ; 
Gedoopten 16 Jan. 1735—16 Febr. 1772; Getrouwden 27 Juni 
1734-28 AprU 1772. fol. 

2. Doopboek. 23 Aug. 1772—29 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 3 Mei 1772—16 Dec. 1810. fol 



r 



337 

II. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Wijtgaard. 

' Een register, waarin : Gedoopten 3 Jan. — Mei 1736, Jan. — 
Maart 1737, 2 Aug. 1744-19 Maart 1812; Getrouwden 6 Sept. 
1744-9 Juni 1811. 4». 



LEMSTERLAND. (1) 

a. Register van aangifte ter secretarie van Lemsterland der 
getrouwden of met attestatie vertrokkenen. Mei 1796 — 24 Nov. 
1810. fol. cahier. 

b. Register van overledenen in Lemsterland. 2 Jan. 1806 — 
19 Dec. 1810. fol. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Lemmer, Follega en Eesterga. 

1. Doopboeken. 1. 17 Maart 1726-19 April 1772; 2. 10 Mei 
1772—22 Mei 1812; 3. 10 Mei 1772-5 Apr. 1812. 3 bndn. fol. 

2. Trouwboeken. 1. 20 Aug. 1751—3 Mei 1772 (Daarachter: 
aanvuUingen v. 1719—1751); 2. 30 Mei 1772— 3 Maart 1811. 
2 bndn. fol. 

Oosterzee en Echten. 

1. Doopboek. Juni 1772—21 Febr. 1812. fol. 

2. Trouwboek. 17 April 1772—12 Maart 1811. fol. 

II. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Lefmmer, 

Doop- en Trouwboek. Gedoopten 19 Jan. 1717— -9 Mei 1813 ; 
Getrouwden 18 Febr. 1719—24 Jan. 1812. 4«. 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1675-1731 en 1783-1804. 

(1903) 22 






AlI-rMADEEL. .'I 



■» 



r m ^-r.->c«rn in Menald:is:a5*«jl Jan. jHSg— 



.. ^--.^ .:: i*~£- 11* irchieveiu 



~ - I L--2 Hervormde eem-e-enitn. 



fr*.;</ïi. 



T 5Ü. 



«>r<i«»pteii 23 Jan. 17±^— 1^ Jul: 
1-2: : Getroawden ]<* M« 1T€?^I 



-X. .- • i :~I-: Maart 1812. 4». 
. • ^ ^ ^- :~2~:' Maart 1811. 1». 



-T* •'■•*•'• 'ï, 



.. » tC 



:~i— ±i Dec. 1811. foL 
i i :*^i-:0 Aprü 1811. foL 



i H u •• 









li.i-za:«i 1748—1772: Gedoc^n 
:~:4r— 11 Aprill772; Getrouwden 
±**&enTngen der diaconie 1683— 



**• V 



i. Tf. ..^v ^A ^ vu-. Ü' A::^. 1772—20 Oct. 1811. 4* 
r-MT^ .x< ->.' 3vvi.r:. 14 Mri 1772—13 Jan. 1811. 4«. 






-b. - • *'. »H v-i: •-«:• ?.*^>>5ïU. ::. 7 Azz. 1. «2 — ^27 Oct. 1811. (Voorin: 
'i._j:jr -^ -1^ -iLsosj^ T. I> Febr. 14^2, opgave van alle 
- -^-^n: :hL i:»i^- \ i:»:-:'»: T*.:*^c?xcc£i. en kinderen met datam 

'- Trcxxvi T^ ?..-^^- :i4 Mei 1772-24 Dec. 1809. 4». 



* , 



#♦ _*• 



I F*-> ï...i'r.*.V,*H.f»i AxT:-f**i«t:":^n betreff. Hawel ijken t. 




339 

Deinum. 

1. Doopboeken. 1. 1686—8 Maart 1772. sm. fol. ; 2. 26 Juli 
1772—18 Maart 1812. fol. 

2. Trouwboek. 10 Mei 1772—3 Febr. 1811. fol. 

Dr onrijp. 

1. Doopboek. 12 Oct. 1732—22 Maart 1772. 4". 

2. Een register, waarin : Gedoopten 26 April 1772—23 Febr. 
1812; Getrouwden 17 Mei 1772—24 Febr. 1811. fol. 

Engelum. 

1. Een register, waarin : Namen der predikanten 1588 — 1808 ; 
Handelingen v. d. kerkeraad 1645—1653; Datums van avond- 
maal 1766—1802 ; Stukken betreffende den kerkeraad 1796—1804 ; 
Namen der ouderlingen en diakenen 1645 — 1813; Extract uit 
een brief van de classis over het synodaal besluit van 1784 
betreffende de diakenen ; Lidmaten 1645 — 1766, 1811 ; Gedoop- 
ten 27 Sept. 1645-12 Jan. 1772; Getrouwden 14 Dec. 1645— 
3 Mei 1772; Overledenen 1646—1653; Afrekeningen van de diaconie 
1653—1689; Namen der schoolmeesters 1612—1795. sm. fol. 

2. Doopboek. 24 Mei 1772—9 Febr. 1812. 4o. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—3 Juli 1810. 4o. 

Maraum. 

1. Doopboeken. 1. 7 April 1607-6 Dec. 1739 ; 2. 7 Febr. 1740— 
29 Maart 1812. 2 bndn. fol. 

2. Trouwboek. 10 Mei 1772—20 Jan. 1811. (Met alphab. 
register.) fol. 

Menaldum. 

1. Doopboeken. 1. 23 Febr. 1724—12 Aug. 1768. fol.; 2. 17 
Mei 1772-22 Maart 1812. 4». 2 bndn. 

2. Trouwboek. 17 Mei 1772—6 Jan. 1811. 4». 

Schingen en Slappeterp, 
Trouwboek. 10 April 1774-8 Juli 1810. 4^ 



340 



Wier. 



1. Een register, waarin: Namen van predikanten 1567— 
1811; Benoeming van kerkeraadsleden 1727—1794; Stukken 
over ringverdeeling, enz.; Verbaal van beraadslaging over een 
voorstel betreffende de kerkelijke commissie 1797; Lidmaten 
1720—1724, 1729—1771; Lijsten van lidmaten 1738-1758; 
Bejaarde Lidmaten 1675-1680; Gedoopten 23 Juni 1675- 
6 Febr. 1681, 5 Jan. 1696—1706, 8 Jan. 1708—1 Maart 1716, 
26 Febr. 1719— Juni 1725, 4 Nov. 1727-1 Maart 1812; 
Getrouwden 26 April 1675—28 Nov. 1680, 1695-1 Jan. 1712, 
2 Febr. 1721-6 Mei 1725, 30 Mei 1728—19 Jan. 1772; Ge- 
doopten te Behingen en Slappeterp 28 Mei 1772-12 Jan. 1813. 4«. 

2. Trouwboek. 6 Dec. 1772-23 Sept. 1810. 4». 

II. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Dronrijp. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 9 April 1699 — 30 April 
1705; Getrouwden 1699-13 Mei 1705; Overledenen 1716— 3 Juni 
1812. sm. fol. 

2. Een register, waarin : Lijst van de tot de statie behoorende 
dorpen; Gedoopten 16 Mei 1715—8 Maart 1812; Getrouwden 
9 Jan. (17l8)-2 Febr. 1812; Overledenen 5 April 1715— 12 Juni 
1736. sm. fol. 



OOSTDONGERADEEL. (1) 
Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Aalmm en Wetsens. 

1. Een register, waarin: Naamlijst van predikanten 1594— 
1787; Lidmaten, benoemingen van ouderlingen en diakenen en 
datums van avondmaal 1682—1773; Gedoopten 28 Maart 1680— 
22 Maart 1772; Getrouwden 1680—16 Febr. 1772. kl. 8«. 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1619-1693. 



341 

2. Doopboek van Aalsum en Wetsens. 3 Mei 1772—7 Aug. 
1803. kl. 8\ 

3. Doopboek, waarin: Gedoopten te Aalsum 2 Oct. 1803 — 
8 Maart 1812; Gedoopten te Wetsens 28 Aug. 1803—2 Febr. 
1812. kl. 8°. 

4. Doopboek van Wetsens. 27 Deo. 1772-8 Dec.1811. kl.8«. 

5. Trouwboek van Aalsum en Wetsens. 3 Meil772— lOSept. 

1809. 18 Nov. 1792—13 Jan. 1811. kl. 8°. 

Anjum, 

1. Doopboeken. 1. 13 April 1684—26 April 1772. sm.fol.; 2. 

10 Mei 1772—2 Febr. 1812. 4°. 2 bndn. 

2. Trouwboeken. 1. 10 Sept. 1693—17 Mei 1772. sm. fol.; 
2. 24 Mei 1772—2 Dec. 1810. 4°. 2 bndn. 

Ee en Engwierum. 

1. Doopboek van Ee. 12 Juni 1659-12 April 1772. sm.fol. 

2. Doopboeken, waarin: 1. Gedoopten te Ee 10 Mei 1772 — 

11 Dec. 1808; Gedoopten te Engwierum 17 Mei 1772—27 Nov. 
. 1808; 2. Gedoopten te Ee 26 Febr. 1809—15 Maart 1812; Ge- 
doopten te Engwierum 8 Jan. 1809—26 Jan. 1812. 2 bndn. 4'\ 

3. Trouwboek van Ee en Engwierum. 28 Juli 1743—1 Maart 
1772, 6 Nov. 1664—15 Jan. 1769. sm. fol. 

4. Trouwboek, waarin: Getrouwden te Ee 24 Mei 1772— 
30 Dec. 1810 ; Getrouwden te Engwierum 17 Mei 1772—2 Dec. 

1810. 40. 

5. Doopboek van Engwierum. 16 Oct. 1701— 26 AprU 1772. 4P. 

Metalavner en Nijewier. 

1. Een register, waarin: Benoemingen van ouderlingen en 
diakenen 1724—1772; Lidmaten 1724—1772; Gedoopten 2 Jan. 
1724—26 Aprü 1772; Getrouwden 2 Jan. 1724-23 Febr. 
1772. fol. 

2. Doopboek, waarin : Gedoopten te Metslawier 3 Mei 1772 — 
10 Nov. 1811; Gedoopten te Nijewier 5 Juli 1772-8 Dec. 

1811. 49. 



342 

3. Trouwboek, waarin: Getrouwden te Metslawier 30 Aug 
1772-9 Dec. 1810; Getrouwden te Nijewier 3 Mei 1772— 13 Jan. 
1811. 4°. 

Morra en lAoessena, 

1. Een register, waarin: Benoemingen van ouderlingen en 
diakenen 1698-1771; Lidmaten 1698—1738, 1747-1771; Ge- 
doopten 21 Mei 1698—19 April 1772; Getrouwden 5 Juni 1698- 
16 Febr. 1772. fol. 

2. Doopboek van Morra. 3 Mei 1772—1 Dec. 1811. 4°. 

3. Trouwboek van Morra. 23 Mei 1773—10 Febr. 1811. 4«. 

4. Doopboek van Lioessens. 26 Juli 1772-22 Dec. 1811 4'. 

5. Trouwboek van Lioessens. 7 Juni 1772—2 Dec. 1810. 4o. 

Nijkerk, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 21 Febr. 1745 — 15 Maart 
1772; Getrouwden 23 April 1753-8 Dec. 1771. fol. 

2. Doopboek. 19 Juli 1772—23 Febr. 1812. 4°. 

Oostrum en Jouaioier, 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1751 — 1772; Gedoopten 
31 Jan. 1751—8 Nov. 1772; Getrouwden 7 Maart 1751—12 Mei 
1771. kl. 8°. 

2. Doopboeken. 1. 23 Aug. 1772-12 Mei 1811; 2. 23 Aug. 
1772—19 Jan. 1812. 2 bndn. kl. 8o. 

3. Trouwboek. 23 Oct. 1796-23 Dec. 1810. 4«. 

Paesens. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 22 Mei 1712—29 Maart 
1772; Getrouwden 2 Oct. 1712—29 Maart 1772. 4". 

2. Doopboek. 31 Mei 1772—12 April 1812. 4". 

3. Trouwboek. 25 April 1772—30 Dec. 1810. 4«. 



343 

OOSTSTELLINGWERF. (1) 
Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Donkerbroek en Haute; Makkinga, EUh enLangedijk; Oldeberkoop 
en Nijeberkoop; Oosterwolde, Fochteloo en Appelscha, 

1. Een register (in lateren tijd bijeengebonden), waarin: 
Getrouwden te 01de- en Nijeberkoop 23 Deo. 1731,7 Aug. 1733— 
10 Mei 1772 ; Gedoopten te 01de- en Nijeberk. 8 Mei 1715— 
19 April 1772; ld. te Oosterwolde, Appelscha en Fochteloo 
15 Jan. 1708—3 Mei 1772; ld. te Donkerbroek enHaulel701— 
15 Maart 1812 (2 bkn.). fol. 

2. Een register (in lateren tijd bijeengebonden), waarin: 
Getrouwden te Oosterwolde, Appelscha en Fochteloo 12 Juni 
1772—17 Juni 1810; ld. te Olde- en Nijeberkoop 10 Mei 1772— 
30 Dec. 1810; ld. te Donkerbroek en Haule 10 Mei 1772- 
17 Maart 1811 ; ld. te Makkinga, Blslo en Langendijk Jan. 
1739— April 1772. 4°. 

3. Een register (in lateren tijd bijeengebonden), waarin : Ge- 
doopten te Makkinga, Elslo en Langedijk 2 Febr. 1738— 
30 Maart 1812; ld. te Oosterwolde, Appelscha en Fochteloo 
6 Sept. 1772—5 April 1812; ld. te Olde- en Nijeberkoop 3 Mei 
1772—5 Jan. 1812. 



OPSTERLAND. (2) 

a. Register der overledenen in Opsterland. 2 Jan. 1806- 
26 Dec. 1811. Met alphabetische lijst. fol. 

b. Registers uit kerkelijke archieven. 



(i) In Proclamatie- en Recesboeken: Aanteekeningen betreff. Huwe- 
lijken V. 1634-1637, 1642—1700. 

(2) In Proclamatieboeken: Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1634—1687, en 1694—1700, 1703-1708. 



844 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Beets, Beetsterzwaag en Olterterp. 

1. Doopboek. 5 Juni 1681—1729. sm. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 5 Febr. 1730 — 26 April 
1772; Getrouwden 3 April 4729—22 Maart 1772. sm. fol. 

3. Doopboek. 21 Juni 1772-15 Maart 1812. fol. 

4. Trouwboeken. 1. 17 Mei 1772—20 Oct. 1811 ; 2. 17 Mei 
1772—23 Dec. 1810. 2 bndn. fol. 

Gorredijk. 

1. Een register (1), waarin : Gedoopten 1724 — 1748, 31 Mei— 
1748—26 April 1772 ; Getrouwden 1724-1748, 23 Juni 1748- 
26 April 1772. 4°. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772—22 Maart 1812. 4«. 

3. Trouwboek. 2 Juni 1772—20 Jan. 1811. 4°. 

Langezwaag, Kortezwaag en Liixwolde. 

1. Doopboek v. Langezw. en Kortezw. Mei 1654 — 29 Dec. 

1700. 4^ 

2. Trouwboek v. Langezw. en Kortezw. Mei 1654 — 16 Jan. 

1701. 4«. 

3. Een register, betreffende Langezw. en Kortezw., waarin: 
Gedoopten 12 Jan. 1701—22 Sept. 1771 ; Getrouwden 20 Febr. 
1701-24 Mei 1772. fol. 

4. Een register, betreffende Kortezwaag, waarin : Gedoopten 
28 Febr. 1723-19 Jan. 1772; Getrouwden 14 Maart 1723— 
12 AprU 1772. 4^ 

5. Een register, waarin : Gedoopten te Kortezw. 4 Mei 1772— 
16 Febr. 1812 ; Gedoopten te Langezwaag en Luxwolde 8 Jan. 
1773—26 Maart 1812. 4°. 



(1) Op het schutblad staat: d Dewijl het oude boek . . . door ^ie 
sterke bewegingen, die in de geheele provincie en ook aan deze plaats 
geweest zijn (doordien het bij de coliectboeken leide) . . . het fatale 
noodlot ook heeft moeten ondergaan van verscheurd te worden op 
29 Mei 1748, so is het dat dit boek opnieuw is aangeieit. . . . 



345 

6. Een register, waarin : Getrouwden te Kortezwaag 8 Nov. 
1772—7 Oct. 1810; Getrouwden te Langezw. en Luxwolde 
24 Mei 1772— Febr. 1811. 4«. 

Lippenhuizen, Terwispel ea Hemrik. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 1 Jan. 1747 — 26 April 
1772; Getrouwden 22 Jan. 1747—10 Mei 1772. fol. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772—25 Aug. 1811. 4^ 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772-Maart 1811. 4<>. 

Ureterp en Siegerswovde. 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1722— 1769 ; Gedoopten 
Juni 1722—12 April 1772 ; Getrouwden 4 Dec. 1722—22 Maart 
1772. fol. 

2. Doopboek. 8 Mei 1772—19 Jan. 1812. fol. 

3. Trouwboek. 18 Mei 1772-10 Maart 1811. fol. 

Wijnjeterp, Duurswovde en Bakkeveen. 

1. Een register, (1) waarin: Gedoopten Juni 1685 — 26 April 
1772 ; Getrouwden 1685 — 15 Jan. 1769. fol. (Aan de ommezijde : 
„Dit nieuwe kerkeboek is bij mij Ds. J. J. Munkerus op mijn 
komste alhier tot Winjeterp met Mei 1685, vermits het oude 
vol was, begonnen en heb hier bevonden de volg. ledematen. 
1685-1743). 

2. Doopboek, 17 Mei 1772—26 April 1812. [fol. 

3. Trouwboek. 30 Mei 1772—24 Mei 1811. fol. 

II. Israëlietische gemeente. 

Lijst V. Besnijdenissen. 26 Nov. 1775—27 Sept. 1810. Losse 
bladen, fol. 



(1) Na de gedoopten van 1772 staat: «Aanhangsel van in vorige jaren 
onopgeteekende gedoopte personen in de gemeenten van Wijnjeterp en 
Duurswold alsmede in de gemeente van Ureterp en Sigerswold tot het 
jaar 1722 exclusive, tot welken tijd toe deze beide gemeenten zijn 
gecombineerd geweest.» 



346 

RAÜWERDERHEM. 

a. Register v. afkondiging en bevestiging v. huwelijken d. h. 
gerecht. Febr. 1608-16 Juni 1642. fol. (1) 

h. Lijst van overledenen met plaats van begraving in Rau- 
werderhem. 1806 — 1811. fol. cahier. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Deersum en Popping avder, 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1720—1774; Getrouwden 
3 Oct. 1675—20 Mei 1771. sm. 8^ 

2. Doopboeken. 1. 1 Oct. 1675—16 Febr. 1772. kl. 8«; 2. 
2 Aug. 1772—9 Febr. 1812. 4°. 2 bndn. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—6 Jan. 1811. 4o. (Hierbij een 
lijstje van doop- en trouwboeken van Deersum en P., door 
Ds. J. Doornbos, 1812, en bewijs van dezen van terugontvangst 
der contra doop- en trouwboeken 14 Sept. 1812). 

■ 

Rauwerd en Imaum, 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad, (ook 
benoemingen van kerkeraadsleden) 1676— 1769; Lidmaten 1676— 
1769; Gedoopten 22 Maart 1676—20 April 1772; Getrouwden 
24 Maart 1676—17 Mei 1772. fol. 

2. Doopboek. 7 Juni 1772-22 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 8 Juni 1772—10 Maart 1811. fol. 

Sybrandaburen en Terzool, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 10 Oct. 1728— 19 Oct. 
1729; Getrouwden 27 Mei 1759—12 Mei 1765. 4o. 

2. Doopboeken. 1. 7 Juni 1750—5 April 1772 ; 2. 17 Mei 
1772—22 Maart 1812. 2 bndn. 4°. 

3. Trouwboek. 3 Mei 1772—1 Maart 1812. 4^. 



(1) In een Recesboek en in Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. 
Huwelijken 1595—1608 en 1642—1800. 



347 

II. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Immm. 

Een register, waarin : Gedoopten 19 Dec. 1714—13 Nov. 1747, 
4 Nov. 1784—1806, 11 April, 21 Oct. 1768, 20 Juli 1774; 
Getrouwden 1714—1747, 21 Nov. 1784—28 Nov. 1806; Over- 
ledenen 1719—1746, 1785—1806. sm. fol. 



SCHIERMONNIKOOG. (1) 

Registers uit het archief der 

Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 2 Jan. 1718 — 5 Juli 1744 
(Voorin aanteekening van den doop van Gat. Mar. Stachouwer 
25 Sept. 1683 en van Johan Stachouwer 21 Febr. 1687) ; Getrouw- 
den 12 Aug. (1719)— 3 Febr. 1743. (Tot 1730 alleen data van 
aangifte voor proclamatiën. Voorin aanteekening van het huwe- 
lijk V. Johan Stachouwer 1 Sept. 1650). 4°. 

2. Een register, waarin: Gedoopten Aug. 1743 — 1816; Ge- 
trouwden Nov. 1743—18 Jan. 1811, 1813—1815; Overledenen 
1812—1816. fol. 



SCHOTERLAND. (2) 

a. Register der overledenen in Schoterland. 1806 — 1811. fol. 

b. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Heerenveen, 

1. Een register, („Copia en extract uit het oude (trouw)boek 
omdat het bijna vergaan was") waarin : Gedoopten 15 Mei 
1643-17 Oct. 1662, 21 April 1765—15 Maart 1772 ; Getrouwden 
9 Jan. 1642—29 Nov. 1662, 5 Mei 1765—12 April 1772. öm. fol. 

2. Een register, waarin : Gedoopten 10 Juli 1664 — 24 April 
1698; Getrouwden 3 April 1664—15 Mei 1698. sm. fol. 



(1) In een Recesboek: Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 1797 en 1806. 

(2) In een Recesboek en in Proclamatieboeken : Aanteekeningen 
betrelf. Huwelijken v. 1595—1596, 1601—1801. 



348 

3. Doopboeken. 1. 15 Mei 1698-24 Maart 1765. sm. foL; 2. 
10 Mei 1772—26 Maart 1812. fol. 2 bndn. 

4. Trouwboeken. 1. 8 Mei 1698—17 Maart 1765. sm. fol.; 2. 
26 AprU 1772—4 Jan. 1812. fol. 2 bndn. 

Hoomsterzwaag, Jubbega, Schurega, Oude- en Nijehorne, 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 
1749—1779, 1797—1810 ; Namen van ouderlingen 1738-1782 ; 
Lidmaten 1728—29 Juni 1786; Gedoopten 31 Oct. 1728—26 
April 1772; Getrouwden 9 Jan. 1729-26 AprU 1772. fol. 

2. Doopboek. 19 Mei 1772—30 Maart 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 15 Maart 1772—17 Maart 1811. 4o. 

SL Jansga en Delfstrahuizen, 

1. Een register, waarin: Lijst van predikanten 1632—1810; 
Namen van kerkeraadsleden 1744 — 1790; Handelingen betref- 
fende het benoemen eener kerkel. commissie 1798; Lidmaten 
1744—1772 ; Gedoopten Oct. 1744—26 April 1772 ; Getrouwden 
28 Oct. 1744—19 April 1772 ; Overledenen of met attestatie 
vertrokken 26 Sept. 1744-21 Jan. 1772; Stukken betreffende 
het onderhoud der armen. fol. 

2. Doopboek. 17 Mei 1772—22 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 12 April 1772—24 Febr. 1811. fol. 

Knijpe (Nieuw-Brongerga). 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad en 
lidmaten 22 Juli 1756—28 April 1778; Gedoopten 14 Aug. 
1740—12 Maart 1772. fol. 

2. Doopboek. 3 April 1772—15 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 25 Oct. 1772—10 Maart 1811. fol. 

Ovdeachootj Nijeschoot, Mildam, Rottum en Katlijk, 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad, benoe- 
ming van kerkeraadsleden en Lidmaten 1746 — 16 Aug. 1772; 
Gedoopten 1 Aug. 1745-6 Sept. 1772; Getrouwden 16 Sept. 



r 



349 

1746—10 Mei 1772; Datums van geboorte (Aanvullingen) 1694— 
1746. fol. 

2. Doopboek. 26 AprU 1772—13 April 1812. 

3. Trouwboek. 3 Mei 1772—10 Juni 1810. 

IL Doopsgezinde gemeente 
te Heerenveen. 

1. Geboorteboek. 19 Juni 1740—17 Nov. 1811. fol. 

2. Trouwboek. 9 Nov. 1795—6 Jan. 1811. 4P. 

III. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Heerenveen. 

1. Doopboek. 3 Nov. 1774—22 Maart 1812. kl. 8^ 

2. Een register, waarin: Overledenen 20 Mei 1782 — 4 Juni 
1812; ld. 26 Maart 1782—13 April 1812. kl. S^ 



SLOTEN. (1) 



a. Register (van een vroedvrouw ?) waarin: Geborenen 29 Jan. 
1777—12 Oct. 1779, 8 Jan. 1811—20 Mei 1814. 4P. 

6. Register van overledenen in Sloten. 1806 — 1812. 

c. Registers uit het archief der 

Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Doopboeken. 1. 1 Jan. 1700—14 Dec. 1752 („Extract uit 
een oud doopregister"). 4«; 2. 23 Jan. 1752—30 Maart 1812. 
fol.; 3. 10 Mei 1772-2 Jan. 1820. 4». 3 bndn. 



(1) In Proclamatie- en in Recesboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelij- 
ken van 4619 — 18^5 In de secretarie dezer gemeente berusten ook : 
1. Doopboek v. Tjerkgaast 21 Aug. 1772r-26 Jan. 1812. 4«. ; 2. Trouw- 
boek V. Tjerkgaast 24 Mei 1772—26 Maart 1811. AtK 



350 

2. Een register, waarin: Gedoopten 27 Mei 1764-8 Maart 
1772 ; Overledenen 17 Mei 1764—23 Jan. 1815. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 29 Nov. 1752—6 Jan. 1811; 2. 17 Mei 
1772—24 Maart 1811. 2 bndn. 4o. 



SMALLINGERLAND. (1) 

a. Aanteekening van personen, die zich ter secretarie van 
Smallingerland ter ondertrouw hebben aangegeven. 1796—1801. 

b. Register van personen, die in het „district Smallingerland 
in den huwelijksstaat bevestigd zijn", volgens opgaven van de 
predikanten. 1796—1803. 

c. Register van overledenen in Smallingerland. Jan. 1806— 
Dec. 1811. fol. 

d. Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 
Boornbergum en Kortehemmen, (2) 

1. Een register, waarin: Namen van kerkeraadsleden, datums 
van avondmaal, nieuwe lidmaten en censuur 1685 — 1744; Lid- 
maten 1667—1685; Gedoopten 30 Aug. 1667— Nov. 1744; 
Getrouwden 30 Aug. 1667-11 Oct. 1744. kl. 8». 

2. Een register, waarin : Lijst van predikanten 1601 — 1761 ; 
Namen van kerkeraadsleden, datums van avondmaal, lidmaten 
en censuur 1745—1772 ; Gedoopten 31 Jan. 1745—21 Juni 1772 ; 
Getrouwden 21 Maart 1745— Aug. 1772; Lijst van de pastorie- 
eigendommen, kl. 80. 

3. Doopboek. 10 Mei 1772—8 Maart 1812. 4o. 

4. Trouwboeken. 1. 10 Mei 1772—2 Dec. 1810 ; 2. 10 Mei 
1772—15 Mei 1796. 2 bndn. 4^. 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1645—1684. 

(2) Tot 1667 vereenigd m. Drachten. 



.i 



351 

Drachten. 

1. Een register, waarin : Lijst van predikanten sedert de 
Hervorming tot 1740 ; Namen van kerkeraadsleden, kerkvoogden 
en schoolmeester 1740; Namen van kerkeraadsleden 1742— 1747, 
1754_1771 ; Lijst van lidmaten (N. en Z. Drachten) 1740—1741 ; 
Nieuwe lidmaten 1742-1771 ; Gedoopten 3 Juni 1740- 19 April 
1772; Lijsten van gedoopten, die in 't vorige boek ontbreken 
1721-1740, 172^-1739, 1712—1739 ; Getrouwden 12 Juni 1740— 
29 Maart 1772 ; Relaas van eene gehouden collecte voor de her- 
bouwing van de verwoeste kerk te Bergen op Zoom en Sas v. 
Gent 1749. fol. 

2. Doopboek. 7 Juni 1772—22 Maart 1812. Hierin ook: 
Gedoopten 1719—1739 („Supplement van 't alleroudste doop- 
boek"), fol. 

3. Trouwboek. 3 Mei 1772—10 Maart 1811. Hierin ook: Ge- 
trouwden 1717 — 1738 („Supplement van 't alleroudste kerken- 
boek"), fol. 

Ovdega, Nijega en Opeinde, 

1. Een register, waarin : Gedoopten 15 Jan. 1708 — 19 April 
1772; Getrouwden Juli 1704—26 April 1772. fol. 

2. Doopboek. 31 Mei 1772-5 April 1812. 4«. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—13 Jan. 1811. 4». 

Rottevalle 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1725 — 1739; Gedoopten 
1 Oct. 1724—29 Maart 1772; Getrouwden 29 Oct. 1724—22 
Maart 1772. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—12 Jan. 1812. 4«. 

3. Trouwboek. 21 Juni 1772—10 Maart 1811. 4». 



SNEEK. 



a. Registers van huwelijks-aangifte a. h. gerecht. 1. 27 Jan. 
1655—24 Dec. 1686; 2. 1 Jan. 1687—30 Dec. 1719; 3. 6 Jan. 
1720—30 Dec. 1752; 4. 6 Jan. 1753—24 Dec. 1778; 5. 1769- 
16 Febr. 1811. 5. bndn. fol. 



352 

b. Registers van afkondiging en bevestiging v. huwelijken 
door het gerecht. 1. 20 Nov. 1590—2 Maart 1649; 2. 1649- 
15 Sept. 1682; 3. 24 Oct. 1682—5 Oct. 1725; 4. 19 Oct. 1725- 
10 Maart 1811. 4 bndn. fol. 

c. Registers van „begravenen" te Sneek (gehouden d. d. dood- 
graver ingev. de ordonn. v. d. succ.) 1. 2 Sept. 1767—21 Jan. 
1773; 2. 2 AprU 1773—18 Deo. 1780; 3. 3 Jan. 1781-20 Sept. 
1798; 4. 18 Sept. 1798—30 Deo. 1804; 5. 4 Jan. 1805-31 Dec. 
1812, (Ommez. : Elders begravenen 8 Febr. 1807—24 Dec. 1812). 
no. 1 en 2, kl. 8<>, n®. 3—5, sm. fol. 

d. Registers van overledenen te Sneek. 1 Jan. 1806 — 18 Dec. 
1810. fol. 

e. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Een register, waarin : Lidmaten Oct. 1578 — 1627 ; Gedoopten 
5 Oct. 1578—16 April 1608. kl. sm. fol. 

2. Doopboeken. 1. 1603— Dec. 1613. 4^; 2. 1638-Sept. 1664. 
4«; 3. 1 Jan. 1665-23 Jan. 1684. fol; 4. 1 Jan. 1686-31 Dec. 
1734. fol.; 5. 2 Jan. 1735—30 April 1772. sm. fol.; 6. 7 Mei 
1772-29 Febr. 1812. sm. fol. 6 bndn. 

3. Doopboeken. 1. 19 April 1616—30 Dec. 1682 (met jaarl. 
alphab. registers); 2. 6 Jan. 1683—15 Dec. 1715. 2 bndn. sm. fol. 

4. Trouwboeken (Aangifte en proclamatiën). 1. 20 April 1616— 
1639 ; 2. 1640—1675 ; 8. 28 Aug 1675— Juli 1713 ; 4. 26 Aug. 
1713-28 Dec. 1754; 5. 4 Jan. 1755—14 Nov. 1795. 5 bndn. 
(n^. 1—4 sm. fol., n^ 5 4®). 

5. Trouwboeken (Datums v. huwelijken). 1. April 1616— 
14 Nov. 1652; 2. 1655—1696; 3. 15 Nov. 1696—20 Dec. 1750; 
4. 15 Jan. 1751—26 April 1772; 5. 10 Mei 1772—3 Febr. 1811. 
5 bndn. sm. fol. 

II. Doopsgezinde gemeenten. 

1. Geboorteboek van de gemeente op het „Kleinzand" (Oude 
Vlamingen). 4 Aprü 1784 -± 1833. gr. 4o. 

2. Geboorteboek van de gemeente op het „Cingel". 1753— 
1842 (met alphab. register), fol. (Hierin: Datum van aan- 
komst, datum en plaats van geboorte, namen der ouders, datum 
en plaats van overlijden). 



353 

III. Roomsch-Katholieke gemeente. 

1. Doopboek. 21 Jan. 1740—29 Dec. 1793* sm. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 2 Jan. 1794 — 10 Mei 
1812; Getrouwden 11 Mei 1794-10 Mei 1812. sm. fol. 



STAVEREN. (1) 



a. Register van overledenen te Staveren. 29 Dec. 1805 — 
29 April 1811. fol. 

6. Registers uit het archief der 

Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 2 Aug. 1640 — 13 April 
1750; Getrouwden 30 Aug. 1640-15 Maart 1750. fol. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 26 April 1750 — 17 April 
1772; Getrouwden 26 AprU 1750-1 Maart 1772. fol. 

3. Doopboek. 15 Mei 1772—23 Febr. 1812. fol. 

4. Trouwboek. 10 Mei 1772—28 Maart 1811. fol. 



TIETJERKSTERADEEL. (2) 

a. Register van de in het huwelijk bevestigde personen in 
het district van Tietjerksteradeel ingevolge publicatie van de 
repraesentanten d.d. 29 April 1796. 5 Juni 1796—4 Oct. 1801, 
16 Mei 1802—23 Dec. 1804. fol. 

b. Register der overledenen in Tietjerksteradeel. 26 Dec. 
1805— Dec. 1811. Met alphab. tafel over 1806-1811. fol. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 



(1) In een Proclamalieboek : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1699-4647. 

(2) In een Recesboek en in Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. 
Huwelijken v. 1616—1618, 1674-1682, 1693, 1733, 1771 en 1773. 

(1908) 28 



354 

Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Bergum. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 20 Sept. 1705 — 24 Nov. 
1771; Gedoopten 23 Aug. 1705-19 April 1772; Getrouwden 18 
Juni 1705—25 April 1772. (Tot 1763 meest alleen datum van 
huwelijksaangifte), fol. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772—29 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 2 Mei 1772-20 Jan. 1811. fol. 

Garijp, Stmtneer en Eemewovde, 

1. Een register, betreffende Garijp, waarin : Gedoopten 20 
Aug. 1635—21 Juni 1640, 8 Juli 1657—23 Febr. 1772 ; Getrouw- 
den 25 Dec. 1635— Mei 1641, Febr. 1647—2 Juli 1677, 6 Aprü 
1679-20 Oct. 1771. fol. 

2. Doopboek van Suameer. 29 Maart 1716—13 Oct. 1771. 4°. 
(Ommez. : Aanteekening van collecten.) 

3. Een register, betreffende Eernewoude, waarin : Gedoopten 
19 April 1647—11 Maart 1655, 20 April 1659—2 Mei 1695, 
5 Maart 1699—20 April 1772 ; Getrouwden Febr.— Aug. 1648, 
1650— Sept. 1655, Sept. 1658—4 Sept. 1738. 4°. 

4. Doopboek. 3 Mei 1772—3 Mei 1812. 4^ 

5. Trouwboek. 26 April 1772—24 Febr. 1811. 4^. 

OenkerJc, Giekerk en Wijns. 

1. Een register, waarin: Naamlijst van predikanten 1601— 
1754; Handelingen v. d. kerkeraad 1742—1752; Lidmaten 
1659-1705, 1782; Gedoopten 21 Nov. 1658-22 Maart 1772; 
Getrouwden Juni 1660—1705, 1723—1769; Staten van vaste 
goederen der diaconieën van Oenkerk, Giekerk en Wijns; Afre- 
keningen van diakenen 1660—1769. (Hieronder ook akten van 
afstand van goederen van bedeelden), fol. 

2. Doopboek. 19 Jan. 1772—29 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 23 Febr. 1772—7 Nov. 1802, 22 Juli 
1810—17 Febr. 1811 ; 2. 23 Febr. 1772—5 Nov. 1797; en Jan. 
1804. 2 bndn. fol. 



355 

Oostermeer en Eestrum. 

1. Een register, waarin: Naamlijst van predikanten 1614 — 
1747, Handelingen v. d. kerkeraad 1 Jan. 1760—23 Mei 1808, 
Namen van ouderlingen van Oostermeer 1667 — 1693; ld. van 
diakenen van Oostermeer 1667—1711, Lidmaten 1667—1812 ; ld. 
en namen van kerkeraadsleden 1813 — 1815; Gedoopten 1640 — 
1643; Getrouwden 1670—1671. fol. 

2. Doopboeken. 1. 1670—1772 (Alphabetisch). foL; 2. 3 Mei 
Mei 1772—29 Dec. 1811. 4^ 2 bndn. 

3. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 23 
MaArt 1817-7 April 1829; Getrouwden 24 Mei 1772—3 Maart 
1811, 9 Jan. 1817, 8 Juni 1823, 12 Mei 1844—4 Mei 1845. 4«. 

Ovdkerk en Roodkerh 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 1754 — 
1767, 1800—1803; Benoemingen van ouderlingen 1767—1772, 
1780^—1797 ; Proces-verbaal inzake „smadelijke uitdrukkingen" 
door Tjeerd Jans tegen Ds. Petrus Sevenhovius Postma 14 Dec. 
1751 ; Rapport en praeadvies der gecommitteerden van de classis 
Leeuwarden in de zaak van Ds. E. Penninga te Garijp 5 en 17 
Sept. 1752; Extract uit het Synodaal resolutieboek van 1784; 
Besluit van het Provinciaal bestuur van 23 Febr. 1797; Brief 
van de classis van Leeuwarden van 25 April 1797 ; Lidmaten 
1652—1662, 1670—1716, 1746—1771; Gedoopten 1652—1660, 
1670-1753, 9 Sept. 1753—8 Maart 1772 ; Getrouwden 10 April 
1670 — 20 Mei 1770; Afrekeningen der diakenen van Oudkerk 
1654 — 1667; Memorie van onkosten van het predikantshuis, 
enz. 1652—1660. sm. fol. 

2. Een, later bijeengebonden, register, waarin : Gedoopten 
25 April 1772—9 Febr. 1812; Getrouwden 17 Mei 1772— 30 Mei 
1802. fol. 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—30 Mei 1802. fol. 

Rijperker k en Hardegarijp. 

1. Een register, waarin: Lijst van predikanten 1616—1772; 
„Aanteekening van 't geen in de visitatie door den predikant 
en ouderlingen is gebeurt" 1696 — 1718; Handelingen v. d. 
kerkeraad 17 Nov. 1793; Lidmaten 1658-1693, 1695—1732, ld. 
met attestatie aangekomen 1660 — 1698, ld. vertrokken + 1660 — 
1698; Gedoopten 4 April 1658—6 Dec. 1733,28 Februari 1734- 



856 

22 Mei 1772; Getrouwden 1658—1665, 1667—1735, 1658— Jan. 
1694, 16 Mei 1734—5 April 1772; Afrekeningen van diakenen 
en namen van kerkeraaidsleden 1658 — 1696; Rekeningen der 
diaconie en namen van kerkeraadsleden 1696 — 1721. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—15 Maart 1812. 4o. 

3. Trouwboek. 5 Juli 1772—30 Deo. 1810. 49. 

« 

Suaiwude en TietjerL 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 22 Jan. 
1759—20 AprU 1763, 8 Nov. 1767, 26 Maart 1809; Namen 
van ouderlingen en diakenen van Tietjerk en lidmaten 1660— 
1676; Lidmaten 1633—1639; Lijsten van Udmaten 1649—1693, 
1711—1774; Gedoopten 17 Juni 1632—17 Nov. 1639, 16 Dec. 
1640-23 April 1675, 15 Aug. 1678, 1679—1689, 1679— 26 Maart 
1701, 2 Oct. 1692—10 Jan. 1699,1705— 1772; Bejaarde gedoopten 
9 Maart 1708; Getrouwden 1632—1676, 1705-1734, 1736- 
1772. 40. 

2. Doopboek. 8 Juni 1772—31 Mei 1812. 4«. 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772—3 Febr. 1811. 4«. 



ÜTINGERADEEL. (1) 

a. Register van overledenen in ütingeradeel. 19 Jan. 1806— 
10 Sept. 1811. fol. 

b. Registers uit kerkelijke archieven. 

L Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Akkrum en Terhorne. 

1. Lijst van gedoopten te Akkrum en Terhorne 12 Mei 1700- 
20 Apnl 1772. Volgt: Lidmaten 1744-1771 (latere copie). 
3 caterns. fol. 



(i) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betreff. Huwelijken v. 
1609—1708. In de secretarie dezer gemeente berusten ook: 1. Boek 
van aangifte van ondertrouw, gehouden d. d. dorpreehter van Hasker- 
dijken 2 Nov. 1798—1840. 4»; 2. Doopboek van Haskerdijken 9 Sept. 
1787-5 April 1812. 4o; 3. Trouwboek v. H. 24 Sept. 1786-20 Mei 
1810. 4^ 



r 



357 

2. Doopboek, waarin: Gedoopten te Terhorne 18 Oct. 1772 — 
2 Febr. 1812; ld. te Akkrum 17 Mei 1772—12 Jan. 1812. 4<>. 

3. Trouwboek, waarin : Getrouwden te Terhorne 28 Juni 1772— 

12 Febr, 1808; ld. te Akkrum 10 Mei 1772—10 Maart 1811. 4'\ 

4. Trouwboek van Akkrum. 10 Mei 1772—8 Nov. 1805. 4^ 

Oldeboom en Nes. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 4 Aug. 1661 — 12 April 
1772; Getrouwden 3 Aug. 1661—13 Mei 1772. sm. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—23 Juni 1811. 4«. 

3. Trouwboek. 7 Juni 1772—4 Nov. 1810. 4P. 

Terkaple en Akmarijp. 

1. Doopboeken. 1. 28 Juni 1772-16 Aprü 1809; 2. 4 Febr. 
1810-4 Aug. 1811. 2 bndn. 4o. 

2. Trouwboeken. 1. 9 Mei 1773-28 Aug. 1808; 2. 9 Meï 1773— 

13 Mei 1810; 3. 8 April— 13 Mei 1810. 3 bndn. 4^ 

II. Doopsgezinde gemeenten. 

Akkrum. 
Trouwregister. 15 Mei 1796-16 Deo. 1810. katern. 4o. 

Oldeboom. 
Geboorteregister. 1755 — 1811. 

Terhorne. 
Trouwregister. 1 Jan. 1797—4 Sept. 1808. katern. 4°. 



WESTDONGERADEEL. 

Registers uit kerkelijke archieven. 

Nederiandsch Hervormde gemeenten. 

Foudgum en Raard. 
1. Een register, waarin: Lidmaten 1663 — 1771; Gedoopten 



358 

3 Juni 1663-5 April 1772; Getrouwden 24 Jan. 1664—5 Oct. 
1771. 4°. 

2. Doopboek. 27 Sept. 1772—23 Febr. 1812. 4°. 

3. Trouwboek. 7 Mei 1772—31 Juli 1808. 4^ 

Hantum en Hantumhuizen. 

1. Doopboek. 2 Mei 1710—28 Juni 1812. 4°. 

2. Trouwboek. 15 Nov. 1710—3 Maart 1810. 4«. 

Hiaure en Bornwerd, 

1. Een register, waarin: Benoemingen van kerkeraadsleden 
1706—1752; Lidmaten 1667, 1706-1771; Gedoopten 10 Febr. 
1667—1698, 17 Jan. 1706-1725, Febr. 1742, 11 Nov. 1742- 
10 Mei 1772; Getrouwden 11 Nov. 1666—1 Febr. 1705,25AprU 
1706—10 Mei 1772. 40. 

2. Doopboek. 28 Juni 1772—23 Febr. 1812. kl. 8°. 

Holwerd. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 14 Dec. 1755-19 April 
1772; Getrouwden 28 Juni 1755-17 Mei 1772. sm. fol. 

2. Doopboek. 3 Mei 1772—12 Juli 1812. 4o. 

3. Trouwboek. 24 Aprü 1772—28 April 1811. 4°. 

Nes en Wierum, 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1712 — 1771 ; Gedoopten 
27 Febr. 1653-22 Maart 1772 : Getrouwden 10 Oct. 1697- 
27 Sept. 1771. 4^ 

2. Doopboek, waarin : Gedoopten te Nes 28 April 1772— 
12 Jan. 1812; ld. te Wierum 14 Juni 1772—26 Jan. 1812. 4". 

Ternaard. 

1. Een register, waarin: Benoemingen van kerkeraadsleden 
1684—1697 ; Lidmaten 1609-1695 ; Gedoopten 6 Juli 1635- 
12 April 1772; Getrouwden 3 Mei 1612—15 Febr. 1688; Afre- 
keningen der diaconie 1608 — 1685. fol. 

2. Een register, waarin: Benoemingen van kerkeraadsleden 



359 

1732-1756; Lidmaten 1720—1747, 1739—1772; Getrouwden 
16 Jan. 1718—17 Mei 1772; Rekeningen der diaconie 1716— 
1734 fol. 

3. Doopboek. 3 Mei 1772—29 April 1812. fol. 

4. Trouwboek. 24 Mei 1772—25 Mei 1811. fol. 

Waaocena en Brantgum. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1696 — 1771 ; Gedoopten 
1612, 8 Aug. 1669—15 Maart 1772 ; Getrouwden 5 Febr. 1654— 
25 Dec. 1771. fol. 

2. Een register, waarin: Lidmaten 1772—1810; Gedoopten 
3 Mei 1772-29 Maart 1812 ; Getrouwden 17 Mei 1772-15 Juli 
1810. sm. fol. 



WESTSTELLINGWERF. (1) 

a. Register van overledenen in Weststellingwerf. 1806— 
1811. fol. Hierin ook : „Generale lijsten der begravenen in West- 
stellingwerf". 1808—1811. 

6. Registers uit kerkelijke archieven. 
I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Noordwolde en Boyl. 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad 1736 — 
1738; Lidmaten 1730—1768; Gedoopten 13 Nov. 1729—23 Oct. 
1768; Getrouwden 1729, 21 Sept. 1732—1768; Formule voor de 
verklaring van een armlastige, dat hij na zijn dood zijne bezit- 
tingen aan de diaconie nalaat. 4°. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 30 Oct. 1768—22 Maart 
1812; Getrouwden 26 Dec. 1768— Maart 1811. fol. 

Oldc' en Nijeholtpade, Oldeholtwolde en Teridzerd, 

Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad 1802 — 1809; 
Lidmaten 1676—1711 en 1741-1771; Gedoopten 4 Oct. 1674- 
3 Mei 1691 ; 28 Mei 1698—24 April 1712, 1712-30 Jan. 1739 (in 1740 



(1) In Proclamatieboeken : Aanteekeningen betrefF. Huwelijken v. 1608— 
1719, 1729, 1774, 1778, 1783, 1786, 1793. 



360 

door den predikant G. Benthem uit „bijzondere aanteekeningen" 
opgemaakt) ; Gredoopten te Nijeholtpade 7 Pebr. 1740 — 26 April 
1772 ; Gedoopten te Oldeholtpade 8 Mei 1740—15 AprU 1772 ; 
Gedoopten te Teridzerd 1715—24 Nov. 1738 (uit „bijzondere 
aanteeKeningen" als boven) en 3 April 1749—26 Apnl 1772, 
Gedoopten te Oldeholtwolde 1719—16 April 1787 (uit „bijz. aan- 
teek." als boven), en 7 Aug. 1740—26 April 1772; Gedoopten 
(in alle dorpen) 3 Mei 1772-12 April 1812; Getrouwden 26 Oct. 
1674—19 Febr. 1688, 1690, 22 Mei 1698-11 Oct. 1711, Oct. 
1741—16 Sept. 1810; Afrekeningen der diaconie 1677— 1688 JoL 

Oldelamer en Oldetrijne, 

Een register, waarin : „Aanteekeningen van gedoopten sedert 
't vorige doopboek en pastoorshuis door hemelsvuur verbrand 
zijn" 3 Aug. 1727—22 Maart 1812 ; Getrouwden 25 Jan. 1728- 
4 Juni 1770 en 8 Juni 1772—16 Dec. 1810. 4o. 

Peperga en Blesdijke, 

Een register, waarin: Gedoopten Dec. 1674—21 Nov. 1679, 
11 Juni 1719-Nov. 1725, 3 AprU 1735-«4 April 1745, 24 JuH 
1746-1 Maart 1812 ; Getrouwden 7 Nov. 1675—3 Juli 1686, 28 
Mei 1772—12 Jan. 1812. fol. 

Scherpenzeely Spanga^ Munnikeburen en Nijetrijne, 

Een register, waarin: Gedoopten 11 Nov. 1736— 19 April 1812; 
Getrouwden 12 Juli 1772—8 Maart 1811. fol. 

Steggerda en Finkega. (1) 

Een register, waarin: Gedoopten te Steggerda 27 Juli 1727— 
19 April 1772 ; Gedoopten te Finkega 4 Mei 1728-5 April 
1772 ; Gedoopten te Steggerda en Finkega 10 Mei 1772—1 Maart 
1812 ; Getrouwden te Steggerda en Finkega 10 Mei 1772-17 
Maart 1811. fol. 

Wolvega, Sonn^a, Nijelamer en Nijeholtwolde, 

Een register, waarin : Gedoopten 10 Nov. 1686 — 12 April 
1812; Getrouwden 2 Jan. 1687—1 Mei 1803 en 26 April 1807- 
6 Jan. 1811. fol. 



(1) Tot 1727 vereenigd m. Noordwolde en Boyl. 



361 

IL Roomsch-Katholieke gemeenten. 

Steggerda. 

Een register, waarin: Gedoopten 1711, 1714—16 Oct. 1734, 
1736-12 Sept. 1786, 2 Febr. 1787— 8 Maart 1812 ; Getrouwden 
1714-22 Maart 1812; Overledenen 1714—4 Sept. 1796, 12—27 
Sept. 1800. sm. fol. 

Wolvega (vroeger Oldeholtpade), 

1. Een register, waarin: Gedoopten 10 Febr. 1692—17 Sept. 
1724, Mei 1731—29 Aug. 1762; Getrouwden 3 Mei 1692—8 Febr. 
1713, 12 Mei 1731—27 Mei 1734, 22 Mei 1736-22 Mei 1740,11 
Mei 1741—28 Oct. 1780, 1783—1785 ; Overledenen 26 Jan. 1692— 
6 Febr. 1724, 1731—1740, 19 Jan. 1741—18 Jan. 1777, 1783— 
1786; Reiaas omtrent de geschiedenis der parochie sedert 1597. 12^. 

2. Een register, waarin : Gedoopten 1762 — 24 Maart 1789 ; 
Getrouwden 1786—1788. 8°. 

3. Een register, waarin : Gedoopten 25 Febr. 1786 — 17 Maart 
1812; Getrouwden 10 Mei 1789—23 Oct. 1810; Overledenen 
30 Mei 1789—4 Maart 1812; Relaas omtrent de geschiedenis der 
parochie, sm. fol. 



WONSERADEEL. (1) 

a. Registers v. aangifte, afkondiging en bevestiging v. Huwe- 
lijken V. h. gerecht van Wonseradeel. 1. 1648—1659; 2. 1659 — 
1666; 3. 1667-1675; 4. 1675—1683; 5. 1683-1690; 6. 1690— 
1702; 7. 1702—1720; 8. 1720—1748; 9. 1748-1780; 10. 1780— 
1806. 10 bndn. fol. 

6. Register van overledenen in Wonseradeel. 1806 — 1811. fol. 

c. Registers uit kerkelijke archieven. 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Arum. 

1. Een register, waarin : Besluit v. d. kerkeraad om „behoor- 
lijke aanteekening van doop, trouw, lidmaten en acta te houden, 
en om een kistje voor de diaconie te maken" 1748; Gedoopten 
17 Nov. 1748-12 AprU 1772; Getrouwden 2 Febr. 1749- 
22 Maart 1772. fol. 



(4) In Recesboeken : Aanteekeningen betreff. huwelijken v. 1594— 1596 
en 1605-4629. 



362 

2. Een register, waarin : Gedoopten 10 Maart 1748 — 3 Maart 
1766; Getrouwden 1748-15 Nov. 1764. sm. fol. 

3. Doopboek. 3 Mei 1772—22 Dec. 1811. fol. 

4. Trouwboek. 17 Mei 1772—30 Dec. 1810. fol. 

Burgwerdy Hichtum en Hartwerd. 

1. Doopboek. 3 Juli 1729—10 Maart 1812. 4o. 

2. Trouwboek. 15 Aug. 1728—20 Dec 1810. 4^ 

Exmorra en Allingavner. 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad en 
Lidmaten 1748-1806; Gedoopten 4 Juni 1666—7 Nov. 1746; 
15 Sept. 1748—19 April 1772; Getrouwden 15 Sept. 1748-1772. é*». 

2. Doopboek. 24 Mei 1772-23 Febr. 1812. 4«. 

3. Trouwboek. 12 JuU 1772—10 April 1811. 4o. 

Gaast en Ferwoude, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 14 Mei 1700—1756; 
11 Nov. 1759—10 April 1772; 7 Febr.— 25 Juli 1802; Getrouw- 
den 12 Sept. 1717-11 Nov. 1731, 1722—1755 (door elkaar), 
26 Mei 1760—3 Dec. 1771. 4». 

2. Een register, waarin : Gedoopten te Gaast 4 April 1773- 

21 Oct. 1810 ; Gedoopten te Ferwoude 27 Sept. 1772—10 Maart 
1812. 4°. 

3. Een register, waarin : Getrouwden te Gaast 20 Sept. 1772— 

22 Dec. 1807; Getrouwden te Ferwoude 22 Nov. 1772—14 Jan. 
1810. 4«. 

Kimswerd, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 10 Jan. 1613 — 25 Febr. 
1681; Getrouwden 29 Aug. 1613-9 Febr. 1682. sm. fol. 

2. Een register, waarin: Lidmaten 1699 — 1750; Gedoopten 
22 Oct. 1699-22 Maart 1772 ; Getrouwden 16 Juli 1699— 11 Aug. 
1771. 40. 

3. Doopboek. 17 Mei 1772—1 Maart 1812. 4^. 

4. Trouwboek. 23 Aug. 1772—27 Jan. 1811. 4«. 



r 



363 

Lolhuïi. 

1. Een register, waarin : Lidmaten en benoemingen van 
ouderlingen en diakenen 1697 — 1771; Getrouwden 4 Juni 1697— 
5 Mei 1771 ; Gedoopten 18 Juli 1697—24 Nov. 1771 ; Ontvangst 
d. diaconie 1708-1716. fol. 

2. Doopboek. 24 Mei 1772—19 Deo. 1811. 4°. 

3. Trouwboek. 31 Oct. 1773 -29 April 1810. 4^ 

Longerhou en Schettens, 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 1653 — 
1674; Lidmaten 1682-1771; Gedoopten 1645—1668, 1670- 
2 Maart 1684, 4 Oct. 1685—12 Jan. 1772; Getrouwden 18 Febr. 
1644—1 Maart 1772. 4^ 

2. Doopboek. 1 Aug. 1773-26 Jan. 1812. 4^ In duplo. 

3. Trouwboek. 20 Dec. 1772—26 Aug. 1810. 4«. In duplo. 

MaJckum en Komwerd. 

1. Doopboek van Makkum. 1650 — 1 Jan. 1665. sm. fol. 

2. Een register, betreffende Makkum, waarin; Gedoopten 
1 Jan. 1665—30 Dec. 1685; Getrouwden 1657— 12 Jan. 1686. fol. 

« 

3. Een register, waarin: Gedoopten 7 Jan. 1686—27 Dec. 
1739; Getrouwden 17 Jan. 1686—5 Jan. 1740. fol. 

4. Een register, waarin: Gedoopten 3 Jan. 1740—26 April 
1772 ; Getrouwden 17 Jan. 1740—17 Mei 1772. fol. 

& Doopboek van Makkum. 10 Mei 1772—11 Maart 1812. foL 

6. Trouwboek van Makkum. 17 Mei 1772—20 Jan. 1811. fol. 

7. Een register, waarin: Gedoopten te Kom werd 24 Sept. 
1666—19 Jan. 1772; Getrouwden te Kornwerd 18 Juli 1665— 
19 Mei 1771. 4«. 

8. Doopboek van Kornwerd. 2 Aug. 1772—22 Maart 1812. 4«. 

9. Trouwboek van Kornwerd. 22 Meil774— 10 Febr. 1811. 4«. 

Parrega, Hieslum en Greonterp, 

1. Doopboek. 22 Nov. 1744—22 Maart 1812. fol. 

2. Trouwboek, 16 Mei 1745-17 Maart 1811. fol. 



364 

Piaam en Idsegahuizen. 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1695, 1716—1758; Ge- 
doopten 5 Aug. 1694-1759, 26 April 1812: Getrouwden 1694— 
1702, 1717—1759. 4<>. 

2. Een register, waarin: Lidmaten 1760—1771; Gedoopten 
20 April 1760—22 Maart 1772; Getrouwden 1759—22 Dec. 
1771. 40. 

3. Doopboek. 25 Oct. 1772—9 Febr. 1812. fol. 

4. Trouwboek. 17 Mei 1772—30 Dec. 1810. fol. 

Pingjum en Surich, 

1. Een register, waarin: Gedoopten te Pingjum 17 Febr. 
1704—29 Mei 1746; Getrouwden te Pingjum 1704—22 Mei 
1746. 4«. 

2. Een register, waarin: Gedoopten te Pingjum 26 Juni 
1746-19 April 1772; Getrouwden te Pingjum 12 Juni 1746- 
19 April 1772. 4o. 

3. Doopboek van Pingjum. 5 Juli 1772—1 Maart 1812. 4^ 

4. Trouwboek. 16 Aug. 1668—1690. 4o. 

5. Trouwboek van Pingjum. 10 Mei 1772—2 Sept. 1810. 4^ 

6. Een register, waarin : Gedoopten te Zurich 18 Aug. 1715— 
16 Febr. 1772 ; Getrouwden te Zurich 1756-14 Febr. 1773. 4°. 

7. Doopboek van Zurich. 28 Sept. 1772—11 Sept, 1811. 4°. 

8. Trouwboek van Zurich. 22 Juni 1777—27 Mei 1810. 4^ 

Sghraard. 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad 1797— 
1800; Namen van ouderlingen en diakenen 1773— 1776 en 1809; 
Lidmaten 1688—1771; Gedoopten Jan. 1688—19 April 1772; 
Getrouwden 1688 — 19 Jan. 1772; Lijst van obligatiën, behoo- 
rende aan de diaconie 1756. sm. fol. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772—29 Dec. 1811. 4o. 

3. Trouwboek 24 Mei 1772—27 Mei 1810. 4^ 



365 

TjerJcwerd eni Dedgum. 

1. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad en 
Lidmaten 1679—1809; Gedoopten 29 Aug. 1679—12 April 1772; 
Getrouwden 1679—16 Juni 1771. 4o. 

2. Doopboek. 26 Juli 1772—29 Maart 1812. 4^ 

3. Trouwboek. 17 Mei 1772—2 Dec. 1810. 4°. 

Witmarsum, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 14 Oct. 1683— 3 Oct. 1717; 
Getrouwden 18 Nov. 1683—31 Oct. 1717. 4o. 

2. Een register, waarin: Gedoopten 5 Dec. 1717 — ^9 Dec. 1753; 
Getrouwden 16 Jan. 1717—4 Nov. 1753. 4o. 

3. Een register, waarin: Gedoopten 30 Dec. 1753 — 2 Mei 1772; 
Getrouwden 14 April 1754-23 Febr. 1772. 4P. 

4. Doopboek. 17 Mei 1772—22 Ma^rt 1812. 4^. 

5. Trouwboek. 17 Mei 1772—27 Jan. 1811. 4^. 

Wons en Engvrier. 

1. Een register, waarin : Handelingen v. d. kerkeraad 1682 — 
1692, 1694, 1710—1716, 1730-1744; Lidmaten 1680—1729, 
1731—1742; Lijst van Lidmaten 1720; Gedoopten 21 Jan. 
1683-4 Juli 1745; Getrouwden Febr. 1683—16 Jan. 1745. 
sm. fol. 

2. Een register, waarin: Handelingen v. d. kerkeraad 1745— 
1801; Lidmaten 1745—1771; Gedoopten 5 Sept. 1745—1772; 
Getrouwden 6 Juni 1745—1 Dec. 1772. sm. fol. 

3. Een register, waarin: Gedoopten 31 Aug. 1710 — 5 Jan. 
1772; Getrouwden 14 Mei 1742—25 Sept. 1768. sm. fol. 

4. Doopboek. 28 Nov. 1773—22 Dec. 1811. fol. 

5. Trouwboek. 21 Juni 1772—27 Mei 1810. fol. 

IL Doopsgezinde gemeenten. 

Makhim. 
Geboorteboek. 1740—1816. fol. 



366 

Witmaraum. 
Geboorteboek. 1 Mei 1750—25 Dec. 1811. 4P. 

III. Roomsch-Katholieke gemeente 

te Makkum. 

1. Een register, waarin : Gedoopten 25 Jan. 1724—26 Mei 
1782; Getrouwden 31 Jan. 1724—11 Aug. 1783; Inuneti 1753- 
1783 ; Overledenen 10 Febr. 1724—10 Juli 1782 ; Conversi a' 
Calvinismo et Mennonismo 1754 — 1777 ; Lijst van de leden der 
broederschap Jesus, Maria, Joseph 1758. sm. fol. 

2. Een register, waarin : Gedoopten 17 Sept. 1783 — 23 Jan. 
1816 ; Getrouwden 28 Nov. 1783—13 Mei 1814 ; Overledenen 
1783-1815. sm. fol. 



WORKUM. 



a. Geboorte-registers, gehouden door stads-vroedvrouwen. 
1. 1 Jan. 1784 — 19 Dec. 1804 (Achteraan : Lijst van gedane 
verlossingen, opgemaakt ingevolge verordening van het Depar- 
tementaal Bestuur van 17 Sept. 1804 a. 34. 1805—1811) ; 2. 21 
Jan. 1784—24 April 1810 ; 3. 27 Maart 1784—28 Mei 1812. 3 
bndn. fol. 

b. Registers van huwelij ks-aangifte a. h. gerecht. 1. 11 Febr. 
1665—15 April 1693 ; 2. 27 Jan. 1698—28 Mei 1699 en 20 Sept. 
1766—4 Juni 1785; 3. 11 Juni 1785-16 Febr. 1811. 3 bndn. 
fol. (1) 

c. Registers van afkondiging en bevestiging van huwelijken 
d. h. gerecht. 1. 9 Oct. 1630—11 Nov. 1688; 2. 16 Aprül689- 
28 Dec. 1757; 3. 20 Jan. 1758—8 Maart 1809; 4. 1 Jan.-20 
Juli 1810. 4 bndn. fol. 

d. Registers van overledenen te Workum. 1. 2 Jan. 1747- 
26 Juni 1755 (Volgens opgave van den doodgraver); 2. 1 Jan. 
1806-26 Dec. 1827. 

e. Registers uit kerkelijke archieven. 



(1) In Proclamalieboeken : Aanteekeningen belreff. Huwelijken v. 
1618-1760. 



367 
L Nederlandsch Hervormde gemeente. 

1. Doopboeken. 1. 17 Febr. 1723—28 Dec. 1759; 2. 6 Jan. 
1760—29 April 1772 ; 3. 3 Mei 1772—15 April 1804 ; 4. 29 
April 1804—30 Maart 1812; 5. 3 Mei 1772—9 Aug. 1809; 6. 24 
Sept. 1809—17 Jan. 1812; 7. 5 Jan. 1817— 1 Dec. 1839. 7bndn.fol. 

2. Trouwboeken. 1. 3 Mei 1772-27 Jan. 1811; 2. 3 Mei 
1772—3 Maart 1811. 2 bndn. fol. 

n. Doopsgezinde gemeente. 
Geboorteregister. 1769—1812. fol. 

III. Roomsch-Katholieke gemeente. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 26 Oct. 1696— Mei 1766; 
Getrouwden 1696-1719, 25 Aug. 1721—4 Mei 1766; Overkde- 
nen 12 Nov. 1696 — 19 Jan. 1749 ; *Id. voorzien van het sacra- 
ment 1723—1746, „Inuncti" 1710—1713, Fratres et sorores archi- 
confraternitatis in par. Worcum. 4^. 

2. Doopboek. 26 Mei 1766—14 Febr. 1813. sm. fol. 



WIJMBEITSERADEEL. 

a. Register v. afkondiging en bevestiging v. huwelijken d. 
h. gerecht. 24 Oct. 1758—24 Nov. 1810. fol. 

6. Huwelijksaangiften bij den dorprechter, die bij het trouw- 
boek der Hervormde gemeente ^ijn overgelegd. 1806 — 1811. fol. 
bladen in pakken. 4®. 

c. Registers van overledenen te: 1. Oppenhuizen en Uitwel- 
lingerga 1806—1809; 2. Jutrijp en Hommerts. a. 1806—1809, 

b. 1809—1811; 3. Oudega 1806—1811; 4. Oosthem enAbbega 
1806—1811 ; 5. Wolsum en Westhem. a. 1806—1809, b. 1809, 

c. 1810—1812 ; 6. Nijland 1806—1811 ; 7. Scharnegoutum en 
Tirns 1808 en 1809. Katerns en losse vellen. 

d. Registers uit kerkelijke archieven. 



368 

I. Nederlandsch Hervormde gemeenten. 

Gaastmeer en Nijehuizum, 

1. Een register, waarin: Gedoopten 11 Aug. 1720— 29 Sept. 
1771 ; Getrouwden 2 Febr. 1721-27 Oct. 1771. sm. fol. 

2. Doopboek. 19 AprU 1772—19 Jan. 1812. 4^. 

3. Trouwboek. 17 Jan. 1773—24 Febr. 1811. 4°. (In duplo.) 

Góenga, Gauw en Offingavrier. 

1. Doopboeken. 1. 23 Nov. 1721-29 Maart 1772; 2. 28 
Juni 1772—29 Sept. 1811. 4°. 

2. Trouwboek. 3 Mei 1772—17 Maart 1811. 4o. 

Heeg, 

•1. Een register, waarin : Lidmaten 20 Juli 1594—1728 ; 
Namen van kerkeraadsled^n en Lidmaten 1729 — 1781; Namen 
van kerkeraadsleden 1664-1725; Gedoopten Oct. 1605— 20Dec. 
1772; Getrouwden 1596—1773. fol. 

2. Doopboek. 7 Juni 1772—3 April 1812. 4«. 

3. Trouwboek. 13 Sept. 1772—3 Maart 1811. 4^ 

Jutrijp en Hommerta. 

1. Een register, waarin: Lijst van Lidmaten 1737 ; Gedoopten 
7 Mei 1682-17 Mei 1722, 1 Dec. 1726—24 Sept. 1730, 11 
Jan. 1733—5 April 1772 ; Getrouwden 22 Mei 1682—18 Mei 
1738, 1740—3 Nov. 1771. fol. (losse bladen). 

2. Doopboek. 3 Mei 1772-30 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboek. 22 Nov. 1772—10 Febr. 1811. fol. 

Nijland. 

1. Een register, waarin: Lidmaten Sept. 1732—3 Mei 1772; 
Gedoopten 13 Juli 1651-7 Oct. 1669, 1675—29 Maart 1772; 
Getrouwden 20 Juli 1651 -6 Juni 1669, 1676—23 Mei 1772. 4°. 

2. Doopboek. 19 Juli 1772—2 Febr. 1812. 4o. 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772—25 Nov. 1810. 4^ 



^ 

r^ 



369 

Oostfiem, Abbega en Folsgare, 

1. Een register, waarin: Lidmaten Mei 1730—7 Sept. 1742; 
Gedoopten 7 Febr. 1723—2 Febr. 1772 ; Getrouwden 24 Jan. 
1723-25 Aug. 1726, 25 Dec. 1730-22 Sept. 1771. 4«. 

2. Doopboek. 27 Sept. 1772—5 April 1812. 4^. 

3. Trouwboeken. 1. 12 Mei 1772—4 Nov. 1810; 2. 12 Mei 
1772-12 Aug. 1810. 2 bndn. 4o. 

Oppenhuizen en Uitwellingerga, 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1697— 1771 ; Gedoopten 
30 Mei 1697—22 Maart 1772 ; Getrouwden 30 Sept. 1708—19 
Jan. 1772. fol. 

2.^ Doopboek. 12 Juli 1772—9 Febr. 1812. gr. 4^ 

3. Trouwboek. 8 Juni 1772—2 Sept. 1810. gr. 4^ (Hierin ook : 
Naamlijst van predikanten 1619 — 1807.) 

Qudegay Idzega en Sandfirde. 

1. Doopboeken. 1. 26 Aug. 1742-1 Maart 1772; 2. 17 Mei 
1772—8 Maart 1812. 4°. 

2. Trouwboek. 3 Mei 1772—13 Mei 1810. 4^ 

Schamegoutum en Loénga. 

1. Een register, waarin: Gedoopten 16 Juni 1737 — 6 Maart 
1774; Getrouwden 15 Mei 1738—20 Febr. 1774. 4^ 

2. Doopboek. 17 Mei 1772—26 Jan. 1812. 4^. 

3. Trouwboek. 5 Juli 1772-28 Oct. 1810. 4^ 

IJsbrechtum, Tjalhuizen en Tims. 

1. Een cahier, waarin: Gedoopten 10 Juli 1735 — 3 Juni 1764; 
Getrouwden 1 Juli 1742-10 Nov. 1771. sm. fol. 

2. Doopboeken. 1. 10 Juni 1764—29 Maart 1772. sm. fol. 
cahier ; 2. 3 Mei 1772—29 Maart 1812. 4o. 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772-9 Sept. 1810. 4«. 

(1903) 24 



370 

Westhem en Wolmm. 

1. Een register, waarin : Lidmaten 1715—1716, 22 Deo. 1722- 
15 Dec. 1771; Gedoopten 1715—22 Maart 1772; Getrouwden 13 
Oct. 1715-21 Juni 1716, 7 Febr. 1723—13 Nov. 1757, 31 Mei 
1761—15 Maart 1772. 4o. 

2. Doopboek. 10 Mei 1772—28 Juli 1811. 4^ 

3. Trouwboek. 24 Mei 1772-1 Juli 1811. 4^ 

Woudsend, Ipekolsga, Indijk en Smallebrugge, 

1. Een register, waarin: Lidmaten 1726-1752, 1765-1772; 
Gedoopten 1 Jan. 1726 — 29 Maart 1772; Copie van een brief 
van de classis Sneek aan de Hervormde predikanten in Fries- 
land 25 AprU 1797. fol. 

2. Doopboek. Juni 1772—22 Maart 1812. fol. 

3. Trouwboeken. 1. 11 AprU 1697—26 April 1772 ; 2. 31 
Mei 1772—22 Maart 1812. 2 bndn. fol. 

IL Roomsch-Katholieke gemeenten. 

Woudsend. 

Een register, waarin: Gedoopten 1754, 1755, 4 Febr. 1762-3 
Sept. 1816; Getrouwden 22 Nov. 1762—8 Mei 1776; üncti 
1762—1765. foL 

Heeg, 

Een register, waarin: Gedoopten 15 Sept. 1747 — 5 Maart 1812; 
Getrouwden 24 Mei 1756—17 Maart 1788, 26 Mei 1793-21 
Oct. 1810; Overledenen 21 Febr. 1792—8 Febr. 1812. sm. fol. 

Blaauwhuia {Sensmeer), 

1. Een register, waarin : Gedoopten 15 Jan. 1704—13 Aug. 
1783 ; Getrouwden 18 Mei 1704—8 Febr. 1782. kl. S^. 

2. Doopboek. 30 April 1782— 13 Dec. 1816. 4^ 



371 



PLAATSREGISTER. 



Blz 

Aalsum 340 

Abbega 369 

Aehlum 317 

ké^m 328 

Akkerwoude 309 

Akkrum 356, 357 

Akmarijp 357 > 

Allingawier 362 

Ameland 302 

Anjum 341 

St. Anna- Parochie .... 307 

Appelscha 343 

Arum 361 

Augsbuurt 330 

Augustinusga 299 

Baard 304 

Bajum : . 326 

Bakhuizen 320, 324 

Bakkeveen 345 

Balk 319, 320 

Ballum 301 

Beers 302 

Beetgum . 338 

Beets .344 

Beetsterzwaag 344 

Bergum 354 

Berlikum 338 

Birdaard 310 

Blesdyke 360 

Blessum . . * 338 



Blz. 

Blija 314 

Boer 318 

Boyl 359 

Bolsward 308 

Boornbei'gum 350 

Boornzwaag 312 

Bornwerd 358 

Boxum 338 

Bozum 302 

Brantgum 359 

Britsum 334 

Britswerd 303 

Broek .311 

Buitenpost 299 

Burgwerd 362 

Burum 329 

Dantumawoude 310 

Dedgum 365 

Deersum 346 

Deinum 339 

Delfstrahuizen 348 

Dokkum 310 

Dongjum 317 

Doniaga 312 

Donkerbroek 343 

Drachten 351 

Driesum 310 

Drogeham 300 

Dronrijp 339, 340 

Duurswoude 345 



372 



Bl2. 

Echten 337 

Edens 325 

Ee 341 

Eernewoude 354 

Eesterga 337 

Eestrum 355 

Elahuizen 324 

Elsloo 343 

Engelura 339 

Engwier 365 

Engwierum 341 

Exmorra 362 

Ferwerd 314 

Ferwoude 362 

Finkega 360 

Finkum 335 

Firdgum 306 

Focbteloo 343 

Follega 337 

Folsgare 369 

Foudguin 357 

Franeker 315 

Friens 328 

Gaast 362 

Gaastmeer 368 

Garijp 354 

Gauw 368 

Genum 315 

Gerkesklooster 300 

Gersloot 301 

Giekerk 354 

Goënga 368 

Goïn garijp .... . . 311 

Gorredijk 344 

Goutum 335 

Greonterp 363 

Grouw 327 

Hallum 314 

Hantum 358 

Hantumhuizen 358 

Hardegarijp 355 

Harich 319 

Harkemaopeinde 300 

Harlingen 320 

Hartwerd 362 

Haskerdijken 322 



Blz. 

Haskerhorne 322 

Haule 343 

Heeg 368, 370 

Heerenveen 347, 349 

Hemelum 324 

Hempens 335 

Hemrik 345 

Hennaard 326 

Herbajum . , 317 

Hiaure 358 

Hichtum 362 

Hidaard 326 

Hiealum 363 

Hijum 335 

Hilaard 303 

Hindeloopen 327 

Hitzum 317 

Hollum 301 

Holwerd 358 

Hommerts 368 

H oogebei ntum 314 

Hoornsterzwaag 348 

Huins 303 

Huizum 335 

Idaard 328 

Idsega 369 

Idsegahuizen 364 

Idskenhuizen 312 

IJlst 329 

IJsbreohtum 369 

Indijk 370 

Indijken 312 

Ipekolsga 370 

Imsum 346, 347 

Itens 325 

St. Jacobi-Parochie .... 307 

St. Jansga 348 

Janum 310 

Jellum 302 

Jelsum 335 

Jislum 315 

Jorwerd 303 

Joure 323 

Jouswier 342 

Jubbega 348 

Jutrijp 368 



373 



Blz. 

Katlijk 348 

Kimswerd 362 

Knijpe 348 

Kolderwolde 324 

Kollom 330 

Kollumerzwaag 330 

Kooten 300 

Komjura 334 

Kornwerd • . . 363 

Kortehemmen 350 

Kortezwaag 344 

Koudum 324 

Kubaard 326 

Langedijk 343 

Langezwaag 344 

Langweer 312 

Leeuwarden 331 

Legemeer 312 

Lekkum 336 

Lemmer 337 

Lichtaard 315 

Lioessens 342 

Lions 303 

Lippenhuizen 345 

Loënga 369 

Lollum 363 

Longerhou 363 

Luinjeberd ....... 301 

Lutkepost 299 

Lutkewierum 326 

Luxwolde 344 

Makkinga 343 

Makkum 363, 365, 366 

Mantgum 303 

Marrum 314 

Marsum 339 

Menaldum 339 

Melslawier 341 

Midlum 317 

Miedum 336 

Mildam 348 

Minnertsga . 305 

Mirns 324 

Molkwerum 324 

Morra 342 

Munnekeburen 360 

Munnekezijl 329 



Blz. 

Murmerwoude 309 

Nes (Ameland) 302 

Nes ((Jtingeradeel) .... 357 

Nes (W. Dongeradeel) ... 358 

St, Nicolaasga 312 

Nieuw-Brongerga 348 

Nijeberkoop 343 

Nijega (Doniawerstal) . . . 312 

Nijega { Hem. Oldeph. en N. W.) 324 

Nijega (Smallingerland) . . . 351 

Nijehaske 322 

Nijeholtpade 359 

Nijeholtwolde 360 

Nijehorne 348 

Nijehuizum 368 

Nijelamer 360 

Nijemirdum 319 

Nijeschoot 348 

Nijetrijne 360 

Nijewier 341 

Nijkerk (Ferwerderadeel) . . 314 

Nijkerk (O. Dongeradeel) . . 342 

Nijland 368 

Noord wol de 359 

Oenkerk 354 

Offingawier 368 

Oldeberkoop 343 

Oldeboorn 357 

Oldeholtpade 359 

Oldeholtwolde 359 

Oldelamer 360 

Óidetrijne 360 

Oldouwer 312 

Olterterp 344 

Ooslerbierura 305 

Oosterend 326, 327 

Oosterhaule 312 

Oosterlittens 304 

Oostermeer 355 

Oosterwierum .... 304, 305 

Oosterwolde 343 

Ooslerzee 337 

Oosthem 369 

Oostrum 342 

Opeinde 351 

Oppenhuizen 369 

Oudega (Hem. Oldeph. en N.W.) 324 



374 



Blz. 

Oudega (Smallingerland) . . 351 

Oudega (Wijmbntseradeel) . 369 

Oudehaske 322 

Oudehonie 348 

Oudemirdum 319 

Oudeschoot 348 

Oudkerk 355 

Oudwoude 330 

Paesens . 342 

Parrega 363 

Peins 317 

Peperga 360 

Piaam 364 

Pietersbierum 305 

Pingjum 364 

Poppingawier 346 

Raard 357 

Rauwerd 346 

Reitsum 315 

Ried 318 

Rijperkerk 355 

Rinsumageest 310 

Roodkerk 355 

Roordahuizum 328 

Rottevalle 351 

Rottum 348 

Sandfirde 369 

Schalsum 318 

Scharl 325 

Scharnegoutum 369 

Scherpenzeel 360 

Schettens 363 

Schiermonnikoog 347 

Schillaard 303 

Schingen 339 

Schraard 364 

Schurega 348 

Sensmeer 370 

Sexbierum 305 

Sibrandaburen 346 

Sibrandahuis 310 

Siegerswoude 345 

Slappeterp 339 

Sloten 349 

Smallebrugge 370 



Blz- 

Sneek 351 

Snikzwaag 323 

Sondel 319 

Sonnega 360 

Spanga 360 

Spannum 325 

Staveren 353 

Steggerda 360, 361 

Stiens 336 

Suameer 354 

Suawoude 356 

Surhuisterveen 300 

Surhuizum 299 

Surich 364 

Swichum 335 

Teerns 335 

Terband 301 

Terhorne 356, 357 

Teridzerd 359 

Terkaple 357 

Ternaard 358 

Teroele 312 

Terwispel 345 

Terzool 346 

Tietjerk 356 

Tirns 369 

Tjalhuizen 369 

Tjalleberd 301 

Tjerkgaast 312 

Tjerkwerd 365 

Tjum 318 

Tjunimarum 306 

Twijzel 300 

üitwellingerga 369 

Ureterp 345 

Veenwouden 309 

Vrouwen-Parochie 307 

Waaxens (Hennaarderadeel) . 326 

Waaxens (W. Dongeradeel) . 359 

Wanswerd 3i5 

Warga 328 

Warns 325 

Warstiens 328 

Wartena 328 

Weidum 304 



375 



BIz. 

Weisrijp 326 

Westergeest 330 

Westermeer 323 

Westhem 370 

Wetsens 340 

Wier 340 

Wierum 358 

Wiewerd 303 

Wijckel 319 

Wijnjeterp 345 

Wijns -354 

Wijtgaard 337 

Winaldum 306 



BIz. 

Winsum 304 

Wirdum 336 

Witmarsum 365, 366 

Wolsum 370 

Wolvega 360, 361 

Wommels 326 

Wons 365 

Workum 366 

Woudsend 370 

Wouterswoude 310 

Zweins 317 



376 



Het Rijksarchief in Overijssel. 



I. Toestand der bewaarplaats van het archief. 

In het afgeloopen jaar bleef de bewaarplaats van het archief 
in goeden toestand verkeeren, zoodat herstellingen van eenig 
belang niet noodig zijn geweest. 

Als verbetering in het inwendige van het gebouw zij vermeld 
dat thans de vensters der werkkamer en die der bibliotheek 
geheel zijn verdubbeld, waardoor aan den hinderlijken tocht 
nagenoeg volkomen een einde is gemaakt. 

Het uurwerk in den toren blijft zijn plicht naar behooren 
vervullen. 

Het ameublement bleef ongewijzigd. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

Ook deze bleven in goeden staat verkeeren. Wat den bliksem- 
afleider betreft, deze was eveneens in orde, doch de deskundige, 
met het onderzoek belast, gaf de meening te kennen dat de 
vier torentjes, die het middeltorentje omringen, door éénen 
afleider niet voldoende waren beschermd. In aansluiting aan 
dit advies zijn thans ook die 4 torentjes van afleiders voorzien, 
zoodat nu vijf spitsen eventueel hemelvuur onschadelijk zullen 
maken. In mijn vorig verslag had ik gewezen op de omstandig- 
heid, dat de voorgeschreven groote reddingskoker, schoon in 
in orde, voor dit archief geen dienst kon doen, als gemaakt 
voor de vroegere bewaarplaats der archieven, het Gouvernements- 
gebouw. Om aan dit bezwaar tegemoet te komen, wordt die 
koker nu dermate veranderd, dat hij pasklaar zal zijn voor het 
grootste venster van de werkkamer. Dit is zeker eenige ver- 
betering: toch vrees ik dat bij brandgevaar, door de engheid 
der trappen en de smalheid der meeste vensters, van berging 
niet veel zal terecht komen. 



377 

III. Personeel. 
In het afgeloopen jaar onderging het personeel geene verandering. 

III. Toestand der archief verzameling, 

In het algemeen verkeerde de verzameling in goeden toestand. 
Gelijk ik" reeds in mijn vorig verslag heb medegedeeld, was de 
uitwerking der in den zolder aangebrachte, afsluitbare openingen, 
om warme lucht naar boven te laten, van luttel beteekenis. De 
verschijnselen van vochtigheid zijn dan ook, zoo al niet toege- 
nomen, evenmin verminderd. Vooral de verzameling charters, 
in een der uitgebouwde ' torenkamertjes ondergebracht, blijft 
daardoor lijden, en gaat langzaam maar zeker achteruit. In 
mijn vorig verslag heb ik breeder over dit bezwaar gehandeld, 
en de redenen vermeld waarom hierin geene verbetering valt 
aan te brengen. 

De conciërge-binder ging geregeld voort met het herstellen of 
vernieuwen van banden, die daaraan behoefte hadden. Het ligt 
intusschen voor de hand, dat zijne andere bezigheden, het 
schoonhouden van het gebouw, het stoken en verzorgen van 
den vulkachel en dergel. nogal beslag legden op zijnen tijd. Voor 
zijne binderswerkzaamheden werd eene nieuwe pers aangeschaft. 

V. Verslag van de werkzaamheden en van den voortgang der 
inventarisatie en ordening van het archief. 

De ten vorigen jare aangevangen behandeling van het archief 
der lands-claring, onderdeel der Rechterl. Archieven, werd voort- 
gezet, aan welken arbeid ook de adj .-commies, de heer Geesink, 
zijne goede zorgen bleef wijden. De in mijn vorig verslag uit- 
gesproken meening, dat de talrijke, voor een groot deel om zoo 
te zeggen ongeopende portefeuilles, waarin ook heel wat hetero- 
gene bestanddeelen waren geborgen, veel arbeid zouden geven, 
is ten volle bewaarheid. Niettemin was die arbeid tegen het 
einde des jaars afgeloopen, en waren de ruim 200 portefeuilles 
met losse stukken doorgewerkt. Bij de definitieve indeeling zal 
nog wel op een en ander moeten worden gelet, doch de hoofd- 
zaak voor het archief dei^claring is verricht. 

In het laatste gedeelte van het afgeloopen jaar, terwijl de 
adjunct-commies met de. behandeling der stukken in claring 
bleef voortgaan, heb ik mij, ook mede ter afwisseling, bezig- 
gehouden met het onderzoeken der talrijke charters, die, na het 
Register van Mr. van Doorninck, op verschillende wijzen en 
tijdstippen waren verkregen, en, onbeschreven, in doozen met 



378 

de signatuur „Varia" werden bewaard. Ik heb die charters — 
en ben daarmede nog bezig — in regest gebracht. Het is mijn 
voornemen die, welker herkomst is na te wijzen, tot het archief 
waartoe zij behoord hebben terug te brengen, en van de overi- 
gen — het meerendeel — te vormen eene bibliotheek van 
charters en stukken, voor de topographie en genealogie van 
Overijssel van belang, waarin goede klappers den weg moeten 
wijzen. 

Ook nam ik afschrift van een manuscript, behoorende tot het 
Ministerie van Justitie, en door tusschenkomst van het Minis- 
terie van Binnenlandsche Zaken overgezonden, houdende opga- 
ven der verschreven Edelen, Drosten, Schouten, Rentmeesters 
en andere Ambtenaren in Overijssel, Dit handschrift is eene 
gewenschte aanvulling van het nier berustende zgn. Register 
van Van Mierloo. 

Bovendien werd de tijd van den adjunct-commies en van mij 
nogal eens in beslag genomen door het geven van inlichtingen, 
of het doen van nasporingen, zooals uit de hierachter gestelde 
opgaven kan blijken. 

Ten gevolge van de voortdurende natte weersgesteldheid liet 
mijne gezondheid in den afgeloopen herfst te wenschen over, 
hetgeen de geregelde werkzaamheid in dien tijd natuurlijk min 
of meer belemmerde. Eene andere belenmnering der werkzaam- 
heden vond haren oorsprong in het ten eenenmale onvoldoende 
licht in dit archiefgebouw. Daar ik echter in mijn vorig verslag 
meer uitvoerig bij dit punt heb stilgestaan, zal ik mij hier tot 
eene eenvoudige herhaling der klacht bepalen. 

VI. Opgave der in druk uitgegeven bescheiden, behoorende 

tot het archief. 

Voor zooverre mij bekend is, zijn in het afgeloopen jaar geene 
archiefstukken in hun geheel door den druk openbaar gemaakt. 

Vn. Aanvcinsten en verliezen. 

De aanwinsten waren: 

A, Door schenking: 

Van Z. E. den Minister van Binnenlandsche Zaken. 

Woordenboek der Ned. Taal, vervolgen. 
Kernkamp. Verslag van een onderzoek naar Archivalia in 
Zweden etc. 
Verslag omtrent 's Rijks oude archieven 1901. 



379 

Verslagen Rijksverzamelingen van Geschiedenis en Kunst. 
XXIV. 

Publication de la société bist. et arch. dans Ie duchédeLim- 
bourg. XXXVIII. 

Van Oedeputeerde Staten der Provincie Overijssel, 
Verslag Gedeputeerde Staten over 1902. 

Van den Rijksarchivaris in Limburg, 

A. J. A. Flament. Aanwinsten van het Rijkearchief in Lim- 
burg over 1901. 

Van den Rijksarchivaris in Noordholland. 
Inventaris van het Gemeentearchief van Warmenhuizen. 1901. 

Van den Rijksgo'chivaris in Noordbrabant, 
Verslag omtrent oude Gemeente- en Waterschapsarchieven. 

Van het Gemeentebestuur van Deventer, 
Acquoy. Cameraarsrekeningen van Deventer 6« dl. 1® stuk. 

Van den Directeur van het Krijgsgeschiedkundig archief van den 

Generalen Staf, 

Achtste jaarverslag der Nasporingen en Studiën betreffende 
Nederlandsche Krijgsgeschiedenis. 

Van den heer Bibliothecaris der Koninklijke Bibliotheek, 
Catalogus der Geschiedkundige Werken. Frankrijk. 

Van den heer Gemeentearchivaris te Amersfoort, 
Inventaris van het archief der gemeente Amersfoort. 

Van den heer Gemeentearchivaris te Alkmaar, 

C. W. Bruinvis. Archief gemeente Alkmaar, Verbet en aanw. 
1903. 

Van den heer R, P, J, Tutdn Nolthenius, 

De afvoerverhoudingen der Rijntakken en het Verzandings- 
vraagstuk. Overdruk. 



380 

Van den heer A, F, v. Beurden te Roermond. 

De Palsgraven Russel. 

Gedenkboek der Blijde Incomste van H.H. M.M. binnen Roer- 
mond. 1903. 
Handelingen van den Magistraat van Roermond 1596—1696. 

B. Door aankoop : 

De gewone vervolgwerken te weten : Oud-HoUand, Navorscher, 

Fruin's Verspreide geschriften etc. 

M; f. Loosjes. Waterstaatswetgeving vóór 1813. 

Coppens. Kerkgeschiedenis van Noord Nederland. 

V. Doorninck. Schatting van den lande van Gelre voor 1369. 

Lamprecht. Deutsche Geschichte. 2" Erganzungsbnd. 

Obreen. Geschiedenis van het geslacht van Wassenaar. 

Tijdschrift Boek- en Bibliotheekwezen. 1» en 2e jaargang. 

Hattink. In en om Almelo. 

Gosses. Stadsbezit in Grond en Water in de Middeleeuwen. 

Album-S tudiosorum Academiae Lugd. Bat. 1575 — 1875. 
Ad id. RhenoTraj. 1636—1685. 

Archieven Duitsche Orde, balije van Utrecht, 1871. 2 dln. 

R. V. d. Aa. Oud-Nederland. 1841—46. 

V. Mieris. Groot charterboek van Holland en Zeeland. 1753. 

Blok. Verspreide Studiën. 

Visscher & van Langeraad. Het Protestantsche Vaderland. 
Ie stuk. 

Amsterdam in de 17® eeuw. 

J. W. Racer. Verhandelingen van het Regt der Kotters in de 
Marken van Overijssel. 1816. 

Complete werken der Vereeniging tot Beoefening van Over- 
ijsselsen Recht en Geschiedenis. 

V. Gelder. Algemeene Geschiedenis I. 

de Jonge. Onuitgegeven stukken. 2 dln. 

Nederlandsche Jaarboeken 1746 — 1791. 

Leenregisters van Overijssel. 16® eeuw. M. S. late copy. 
. Bouwmeester. Het kloosser Bethlehem bij Doetinchem. 

Heuvel. Geschiedenis van het land van Berkel en Schipbeek. 

de Blécourt. De organisatie der gemeenten. 

Steflfens. Lateinische Palaographie I. 

Van Schevichaven. Het Stadhuis van Nijmegen. 

Elias. De Vroedschap van Amsterdam 1578 — 1795 I. 

Een viertal charters der Heeren van Almelo, indertijd naar 
dit archief gezonden, bleek bij nader onderzoek thuis te 



381 

behooren in het Bisschoppelijk archief. Na bekomen machti- 
ging, heb ik die stukken aan mijnen ambgenoot in Utrecht 
oyergedragen. 
Andere verliezen werden niet geleden. 

Vni. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 

belangrijke onuitgegeven bescheiden voor het archief van 

de Provincie van gevnchty en berustende in andere 

binnen- en huitenlandsche archieven. 

Dergelijke pogingen werden in het afgeloopen jaar niet 
aangewend. 

IX. Gebruik van het archief gemaakt door en inlichtingen verstrekt 

aan autoriteiten en particulieren. 

Schriftelijke inlichtingen werden verstrekt aan : 

Prof. H, C, Rogge te Amsterdam, over het Ritmeesterschap 
van Willem van Óidenbarneveld, en Dr. Avercamp van Kampen. 

Ih\ J, A. Worp te Groningerij over tooneelspelers en -spelen in 
de 158 en lö^ eeuw. 

Jhr, Mr. V. de Stuers, over het heerenhuis aan de Melkmarkt, 
naast het postkantoor te Zwolle. 

Den Heer P. C. Labrijn te Domburg^ over geboorteplaats en 
jaar van Philippe Clippa. 

Den Heer Gemeentearchivaris te Leiden^ over Johan van Issel- 
muiden als Drost van VoUenhove. 

Mr. A. Telting te ^s-Gravenhage^ over een door Racer mede- 
gedeeld charter, en een confirmatiebrief van bisschop Philip 
van Bourgondië. 

Dr. M. E. Houck te Deventer, over den oudsten stadsbrief van 
Enschedé. 

Den Heer K. F. H. v. Langen te ^s-Gravenhage, over de kin- 
deren van Maria Schenck, wed® H. B. van Langen. 

Den Heer D. A. van Eekhout te Ginneken, over een paar Zwolsche 
burgemeesters uit zijn geslacht. 



382 

Den Heer P, Hartkamp te Enkhuizerij over ingezetenen van 
Wanneperveen, Dinxterveen en Zwartsluis. 

Stukken, behoorende tot het Rijksarchiefdepót te ZwoUe, werden 
op verlangen toegezonden aan: 

Dr. Schoengen te Leeuwarden^ die, in het Rijksarchief aldaar, 
ter raadpleging ontving enkele charters van Sibculo en 
Albergen. 

Dr. Brugmana ie ^s-Oravenhage ontving ter inzage een charter 
van het klooster Ter Hunnep. 

Voorts werd het archief door de volgende personen bezocht: 

F, A. Hoejer te Hattem, die herhaaldelijk het archief raad- 
pleegde, in verband met verschillende punten betrekkelijk de 
geschiedenis van Overijssel. 

Dr. Buitenrust Hettema te Zwolle zette zijne studie voort in 
zake het dieren-epos Van den Vos Reinaerde. 

Dr. A. J. Kronenberg deed genealogische nasporingen in de 
Rechterl. archieven. 

Dr. W. A. F. Bannier te Utrecht deed onderzoek naar oude 
plaatsnamen in Overijssel. 

Baron van Dedem, burgemeester van Dalfsen, deed onderzoek 
naar eenige marken. 

Dr. J. Hania te Steenioijk nam inzage van stukken betreffende 
Ds. Rotterdam. 

J. Nooter te Amsterdam deed onderzoek naar de geschiedenis 
van Schokland. 

Herr von Doetinchem de Rande, Koniglicher Landrath zu lijeU 
i, Harz, nam inzage van stukken in zake het kasteel Rande. 

W. E. van Dam van Isselt te Teteringen deed genealogische 
nasporingen. 

H. A. J. van Sonsbeeck, burgemeester van Heino, nam inzage 
van het archief der marke Lenthe. 



383 

Studeer^ Oosters & Bremmers^ uit Gronau, stelden een genealogisch 
en topographisch onderzoek in omtrent Twenthe. 

F. W, J. de Wit Huberts, Kapitein der Infanterie te Haarlem, 
deed een onderzoek naar Zweedsche troepen in Overijssel, 
1689—90. 

De Ie Luitenant der Infanterie H. O. Keppel Hesselink uit Arnhem, 
belast met het doen van krijgsgeschiedkundige nasporingen ten 
archieve, was, evenals het vorige jaar, vele uren ten archieve 
werkzaam. 

X. Uitkomsten der bemoeiingen mst gemeente-, waterschaps- 

en andere archieven. 

Deze bemoeiingen hadden in het afgeloopen jaar niet plaats. 

De Rijksarchivaris in Overijssel, 
Zwolle, 29 Februari 1904. C. P. L. Rutgers. 



384 



Het Rgksarchief in Groningen. 



I. Toestand der bewaarplaats van het Archief. 

Omtrent het gebouw en de daarin gelegen vertrekken voor 
berging van archieven of werkkamers zijn geene opmerkingen 
te maken. Nu ook de kamer van den archivaris definitief en 
met smaak in 1903 is geschilderd, de centrale verwarming 
uitstekend haar plicht vervult en aan alle andere wenschen, in 
vorige jaarverslagen door mij geuit, is voldaan, blijft er voor- 
loopig weinig te wenschen over. Alleen verdient het overweging, 
na het besluit der vergadering van rijksarchivarissen in Octo- 
ber 1903 omtrent de berging van kaarten, een betere kaarten- 
kast in het gebouw aan te brengen of de bestaande kast aan- 
merkelijk te wijzigen en te verbeteren. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

Bovenstaande middelen, bestaande uit brandkranen der water- 
leiding met slangen, brandbluschflesschen, extincteur, zakken 
en reddingskoker, verkeeren in goeden staat en werden op 
geregelde tiiden beproefd. Eenige kleine herstellingen werden 
door bemiddeling der gemeentelijke brandweer in orde gebracht. 
De bij de brandinstructie voorgeschreven oefeningen door het 
corps assistenten bij den reddingsdienst zijn geregeld in bijwezen 
van den commandant of van den hoofdman-brandwacht der 
gemeentelijke brandweer gehouden. 

III. Toestand van de Archiefverzamelingen. 

De bode-boekbinder ging als vorige jaren geregeld door met 
het herstellen en opnieuw inbinden van registers, het vervaar- 
digen van portefeuilles en het maken van charterzakjes. Vooral 
de in het volgende hoofdstuk nader te bespreken huisarchieven 



385 

van Menkenia en Dijksterhuis vroegen veel materieele zörg. Doch 
ook overigens behartigde deze beambte met ijver de belangen 
van het drooghouden van het magazijn, waarin zich de archi- 
valia bevinden, door bij helder zomer- en winterweder met over- 
leg te luchten en bij vochtige temperatuur flink te stoken. 

IV. Werkzaamheden en voortgang der inventarisatie en ordening 

van het Archief, 

Werd reeds in het vorig jaarverslag door mij het vermoeden 
uitgesproken, dat een belangrijk deel van het jaar 1903 met 
de verdere schifting en inventarisatie der huisarchieven van 
Menkema en Dijksterhuis zou zijn gemoeid, dit vermoeden is 
bewaarheid. Ook in dit jaar is die arbeid niet gereedgekomen. 
Wel werden de protocollen, registers, stukken, enz. van voor- 
malige rechtstoelen, zijlvestenijen en dijkrechten, in deze ver- 
zamelingen bewaard, daaruit gescheiden en in de archieven 
dier colleges teruggebracht, wel werden de hoofdlijnen vastge- 
steld van den in bewerking zijnden inventaris dezer huisarchieven, 
wel werden de ruim duizend charters geschift en van charter- 
zakjes voorzien voorloopig gerangschikt, de definitieve afwerking 
is voor het jaar 1904 bestemd. De reden van deze vertraging 
is gelegen in het voortdurend in beslag nemen van den tijd 
voor onderzoekingen voor autoriteiten en particulieren. 

Te dezen opzichte behoeft slechts te worden verwezen naar 
de onder hoofdstuk VIII van dit verslag medegedeelde lijst van 
verstrekte inlichtingen, waaronder de twee zeer belangrijke onder- 
zoekingen voor het college van H.H. Gedeputeerde Staten 
ingesteld, welke tot mijn groot genoegen tot bevredigende resul- 
taten hebben geleid. Tevens moet daarbij worden gevoegd het 
niet in die lijst vermelde onderzoek, door den heer adjunct- 
commies P. J. Bos ingesteld. Door den heer kantonrechter te 
Groningen met een oud-scheepskapitein en een scheepsbouw- 
meester als deskundigen benoemd in het in zijne gevolgen hoogst 
belangrijke proces door schipper A. Drost contra de stad 
Groningen gevoerd over de vraag, wat volgens het Convenant 
van 1817 onder een „praam*' moet worden verstaan, werd door 
den heer Bos een uitvoerig rapport, met instemming van zijne 
mede-deskundigen, bij den kantonrechter ingediend. De uitspraak, 
hierop 23 Februari gevolgd, ontzegde den eischer zijnen eisch 
en stelde derhalve de gemeente Groningen in het gelijk. De 
consideratiën van het vonnis waren in overeenstemming met 
het genoemde rapport, alle ontleend aan de resultaten van de 
archivalische onderzoekingen van den heer Bos. 

Inmiddels kwamen in 1903 ook enkele kleinere archieven, 

(1903) 25 



386 

welke in bruikleen werden aangeboden en geplaatst, onmiddel- 
lijke inventarisatie en verzorging vragen en aldus den geregelden 
gang van zaken onderbreken. Zoo werd door H.H. Curatoren 
der Rijksuniversiteit te Groningen het aan dit college behoorende 
oud-archief tot 1812, reeds in het vorige jaar in het rijksarchief- 
depót te Groningen in bruikleen geplaatst, nader aangevuld 
met het archief, loopende over de jaren 1812 — 1840. 

Ook werden geïnventariseerd de in 1902 (zie vorig Verslag) 
in bruikleen afgestane oude archieven der Kerkvoogdijen van 
Tjamsweer en Aduard, thans aangevuld met dat der Kerkvoogdij 
van Oterdum, en vermeerderd met de in de huisarchieven aan- 
getroffen en daaruit thans afgescheiden (niet geheel volledige, 
doch meerendeels oude) archieven der Kerkvoogdijen van Breede, 
Eenrum, Huizinge, Pieterburen en Wierhuizen, Tinallinge, Uit- 
huizen, Usquert, Warfum. 

Met het oog op de vele ruimte, welke (zie Hoofdstuk IX) in 
1904 of 1905 naar het Rijksarchiefdepót over te brengen archi- 
valia zullen dragen, werd door mij de chaos van papieren onder 
handen genomen, welke in 1897 ten provinciehuize is ontdekt 
en naar het rijksarchiefdepót is overgebracht. Bij de eerste 
schifting dier omvangrijke massa papiereji (zie Verslag 1897, 
blz. 283 en 284) had niet meer plaats gehad dan een terug- 
brengen van de registers, dossiers en stukken tot de archieven, 
waartoe zij behooren. Mijn vermoeden, dat onder een en ander 
vele duplicaten, kladden, ongebruikte formulieren, enz. zich 
zouden kunnen bevinden, bleek juist te zijn, vooral ten opzichte 
van den tijd der Fransche overheersching. Eene belangrijke 
hoeveelheid papier kon als volkomen waardeloos worden opge- 
ruimd. Van het overgeblevene werden de tallooze ingekomen, 
doch door elkaar geraakte brieven, rapporten, enz., geschift en 
daaruit weder aangevuld het archief van den prefect van het 
Departement van den Westereems, en opnieuw geconstrueerd 
de archieven der onderprefecten van Groningen, van Appinge- 
dam en van Winschoten. Deze arbeid kwam in 1903 niet gereed, 
doch zal nog een groot deel van 1904 in beslag nemen. 

Door Mej. W. J. Canter Cremers werd in de voormiddaguren 
ijverig voortgegaan met de vervaardiging van het register van 
den korten inhoud der Resolutiën van Burgemeesteren en Raad 
der stad Groningen, waarover in het verslag over 1902 breeder 
mededeelingen zijn gedaan. In het afgeloopen jaar werden aldus 
geëxcerpeerd de resolutiën van 1 Juni 1766^Februari 1776. 
Bovendien was genoemde dame steeds bereid ook bij andere 
archief bezigheden de behulpzame hand te bieden. Door den 
klerk, die met uitzondering der vijf zomermaanden, bijna het 
geheele jaar voortdurend ten archieve werkzaam is geweest, 



387 

werden o. m. de gereedgekomen inventarissen in het net geschreven 
en de materieele zorgen van de bovengenoemde huisarchieven 
behartigd. 

V. Opgave der in druk uitgegeven bescheiden, behoorende 

tot het archief. 

Het is mij niet bekend, aan welke archiefstukken in hun 
geheel door den druk openbaarheid is gegeven. 

Wel zijn natuurlijk, zooals bij het ruime gebruik,, dat van de 
in het archiefdepót berustende bronnen wordt gemaakt, is te 
verwachten, meer of minder groote aanhalingen en brokstukken 
in door onderscheidene sclmjvers uitgegeven verhandelingen 
opgenomen. 

VI. Aanmnsten en verliezen. 

De aanwinsten waren : 

Handschriften. 

Door schenking: 

Van de familie Lewe van Nijenstein te Groningen de navol- 
gende tot de Rechterlijke archieven behoorende registers en 
dossiers : 

a. protocol van civiele zaken, enz. van het gericht van 
Uithuizen, Juni 1674— September 1675, 

Juni 1677— November 1680. 

b. processtukken van diverse crimineele processen, behandeld 
voor het gericht van Uithuizen, 1675—1712. 

c. protocol van boelcedullen van het gericht van Pieter- 
buren ca. 

Van den heer G. Tonckena te Groningen: 

Protocol van verzegelingen, verleden voor den richter van 
Aduard, Mei 1759— December 1762, welk deeljuisteene lacune 
in de bestaande serie aanvult. 

Van Mr. H. L Schönfeld te Winschoten: 

Bevelschrift van graaf Willem Lodewijk van Nassau, samen 
met de Gedeputeerden der Ommelanden, aan de karspelen der 
Ommelanden om de gravers ten behoeve van het beleg van 



388 

Groningen volgens de bepaalde quotisatie tegen 27 Juni in 
't leger voor Groningen te zenden, 23 Juni 1594 (Origineel door 
Graaf Willem Lodewijk geteekend en gezegeld stuk). 

Door aankoop: 

Op een auctie van J. Pievez te Brussel ; 
Het origineele wetboek der goud- en zilversmidsgezellen 
van Groningen, 18de eeuw. 

Door inbruikleengeving : 

a. Het archief der kerkvoogdij van Oterdum; 

b, de achter glas in breede vergulde lijst geplaatste stamboom 
van Jhr. G. Alberda van Menkema en Dijksterhuis, bevat- 
tende de 64 kwartieren van genoemden heer, met de afbeel- 
dingen der kasteelen Menkema en Dijksterhuis, alles in 
kleuren en metalen geteekend door den heer J. E. Hooft 
van Iddekinge in 1873. (Bruikleen van de familie Lewe 
van Nijenstein te Groningen.) 

Boekwerken. 

Door schenking: 

Van Z.Exc, den heer Minister van Binnenlandsclie Zaken: 

a. Dr. G. W. Kernkamp, Verslag van een onderzoek in 
Zweden, Noorwegen en Denemarken naar archivalia, 
belangrijk voor de geschiedenis van Nederland. 's-Graven- 
hage, 1903. 

b. Verslag omtrent 's Rijks Oude Archieven XXIV, jaar 1901. 

c. Verslag omtrent 's Rijks verzamelingen van Geschiedenis 
en Kunst XXIV, jaar 1901. 

d. Woordenboek der Nederlandsche Taal, dl. II, afl. 18, 19, 
deel VI, afl. 4, deel XI, afl. 8 

e. Middelnederlandsch Woordenboek van Verwijs en Verdam, 
deel V, afl. 15 en 16. 

Van den heer Algemeen Rijksarchivaris: 

a. Verslag omtrent het Rijksarchief te 's-Gravenhage, over 
het jaar 1901. 

b. Notulen van de twaalfde bijeenkomst der rijks-archiva- 
rissen op 22 October 1901. 



389 

Van den heer Mr J, A, Feith te Groningen: 

a. Het huis ten Dijke (overdruk) 1903. 

b. Het huis Menkema. Overdruk Bulletin Oudheidkundige 
Bond. Jaargang VI. 

c. Hansische Geschichtsblatter, Jahrgang 1902, Leipzigl903. 

d. Mr. J. A. Feith, Contracten van correspondentie in Stad 
en Lande, Leiden 1903. 

Van den heer A. F, van Beurden te Roermond : 

a. De handelingen van den Magistraat der stad Roermond 
van 1596 — 1696 door A. F. van Beurden, Roermond 1903. 

6. Geschiedenis der Paltsgraven Russel, hunne afstamming 
en nakomelingen door A. F. van Beurden. 

c, Feestschrift bij het bezoek van Hare Majesteit Koningin 
WUhelmina en Z K. H. Prins Hendrik der Nederlanden 
aan Limburg en aan de stad Roermond op Vrijdag 17 
Juli 1903. 

Van den heer R J. Schier beek RJzn te 's-Gravenhage: 

G. Bakker aan zijne landgenooten, Pamphlet naar aanlei- 
ding van de terugkomst van Napoleon. Groningen, 28 Maart 
1815. 

Van den heer Rijksarchivaris in de provincie Noord- Brabant: 

. a. Jaarverslag met verslag der aanwinsten betreffende 's Rijks 
Oud- en Nieuw Provinciaal Archief te 's-Hertogenbosch in 
1901, door Mr. A. C. Bondam. 

h. Verslag omtrent oude Gemeente- en Waterschapsarchieven 
in Noord-Brabant, door Mr. A. C. Bondam, 's-Hertogen- 
bosch. Maart 1902. 

c. Verslag omtrent oude Gemeente- en Waterschapsarchieven 
in Noord-Brabant, door Mr. A. C. Bondam. 's-Hertogen- 
bosch. Maart 1903. 

Van den heer Rijksarchivaris in Noord-Holland : 

Inventaris van het archief der gemeente Warmenhuizen. 

Van de Commissie van Bestuur van het Provinciaal Museum van 
Oudheden in Drenthe: 

Verslag van genoemde Commissie over 1902. 



390 

Van den heer Rijksarchivaris in Limburg : 

A. J. A. Flament. Aanwinsten van het Rijksarchief in Lim- 
burg over 1901. 's-Gravenhage 1903. 

Van de ,,Verein für Thüringiache Qeschichte und Altherthum- 
kunde'^ te Jena: 

Zeitschrift des Vereins Neue Folge Band X — Band XIII. 
Heft 2. Jena 1896—1903. 

Van het Gemeentebestuur van Deventer: 

De cameraarsrekeningen van Deventer, uitgave door Mr. J. 
Acquoy, deel VI, 1« stuk. 

Van Mr, S. Muller Fzn. te Utrecht: 

Verslag over het voorgevallene in de gemeenteverzamelingen 
in 1902. 

Van het Gemeentebestuur vaii Groningen: 

Verslag over den toestand der gemeente Groningen over 
het jaar 1902. 

Van den Archivaris der gemeente Delft: 

Verslag van de Bibliotheek, het Archief en het Museum in 
de gemeente Delft. 

Van den Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek: 

Bijdragen tot de Statistiek van Nederland, Nieuwe Volg- 
reeks, no. XXVI, bevattende: Overzicht van marktprijzen 
van granen te Arnhem in de jaren 1544 — 1901. 

Van den heer Directeur der Koninklijke Bibliotheek te ^s-Gravenhage: 

Catalogus der Geschiedenis (Afdeeling Frankrijk) van de 
Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage. 

Van den heer Gemeentearchivaris van Leiden: 

a. Jaarverslag over den toestand van het gemeentearchief te 
Leiden, gedurende het jaar 1902. 

6. Catalogus van de bibliotheek over Leiden en omgeving, 
door Mr. J. C. Overvoorde. Leiden 1904, 



391 

Van den heer Directeur van het Krijgsgeschiedkimdig Archief van 
den Generalen Staf: 

Nasporingen en Studiën op het gebied der Nederlandsche 
Krijgsgeschiedenis, 8« Jaarverslag (1 October 1902). 

Van den heer Archivaris van Rotterdam: 

Verslag van de commissie voor het archief der gemeente 
Rotterdam over het jaar 1902. 

Van de7i heer Commissaris der Koningin in dcprovincie Groningen: 

Verslag van den toestand der provincie Groningen over het 
jaar 1902. 

Van den heer Bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Leiden: 

Lijst van periodieken, te raadplegen in de bibliotheek der 
Rijksuniversiteit te Leiden. Leiden 1903. 

Van den heer Archivaris der gemeente Alkmaar: 

C. V^. Bruinvis. Inventaris van het Archief der gemeente 
Alkmaar. 

Van den heer Bibliothecaris der Universiteit van Amsterdam: 

Catalogus der Handschriften III. Schenking Diederichs, 
Fransche Afdeeling. 

Van den heer Archivaris der gemeente Middelburg: 

Uittreksels uit het door Burgemeester en Wethouders aan 
den gemeenteraad gedaan Verslag nopens het Oud-archief der 
gemeente Middelburg voor de jaren 1901 en 1902. 

Door aankoop: 

E. W. Moes. Iconographia Batava, afl. 31, 32. 

De Navorscher, jaargang 1903. 

Nederlandsch Archie venblad, jaarg. 1903. 

Groningsche Volksalmanak, jaarg. 1904. 

Epistulae Rudolfi Langii sex, edidit W. Crecelius (brieven 
geschreven uit het klooster te Aduard), Elberfeld 1876. 

Herinneringen van vroeger en later leeftijd en aan gedenk- 
waardige land- en tijdgenooten door Mr. H. van A. Tiel 1884. 

De Wapenheraut, Maandblad gewijd aan Geschiedenis, 
Geslacht-, Wapen- en Oudheidkunde, Jaargang 1903. 

Dictionnaire des figures héraldiques, par Ie comte Théod. 
de Renesse, Tomé VI fase. 5 en 6, VII &sc. 1, 2 en 3. 



392 

Nieuwe Drentsche Volkeamanak voor 1903. 

Wal ter Stein. Hansisches Urkunderbuch IX (1463—1470). 

Mr. J. H. van Zanten. Armenzorg in Nederland, (gemeente 
Groningen) Amsterdam 1897. 

S. Spellers. Het collegium musicum te Groningen. 

Westfalisches Urkundenbuch, Band VII Abth. 3. Munster 1903. 

Album Studiosorum Academiae Rheno-Trajectinae 1636— 
1886, accedunt nomina curatorum et professorum per eadem 
secula. Ultrajecti 1886. 

Adressbucn der wichtigsten Archive Europa's, herausgegeben 
von August Hettler, P' Teil Jena 1903. 

Kölner Inventar, Zweiter Band: 1572 — 1591, bearbeitetvon 
Konstantin Höhlbaum, Leipzig 1903. 

Verlieien. 

Voor zooverre mij bekend, werden geene verliezen geleden. 

VII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen van 
belangrijke onuitgegeven bescheideny voor het archief van 
de provincie van gewicht en berustende in andere 
binnen- en buitenlandsche archieven. 

In 1903 deed zich geene aanleiding voor afschriften van 
stukken te vragen ten behoeve van het onder mijn beheer 
staande depot. 

VIII. Gebruik gemaakt van het archief door, en inlichtingen 
verstrekt aan autoriteiten en particulieren. 

Schriftelijke inlichtingen werden verstrekt aan : 
H.H, Gedeputeerde Staten der provincie Groningen : 

a. Over de redenen, welke in 1656 tot het leggen van het 
verlaat te Stroobos hebben geleid. 

b. Over het recht, waarop de uitoefening van het pontveer 
bij de Roode Haan over het Reitdiep is gegrond. 

Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Groningen'. 

a. Over een vermeend oud wapen van Warffum en de naams- 
afleiding van dit dorp. 

6. Over een aangevraagd wapen voor de gemeente Kantens, 
in verband met de rechtspositie der bewoners van het 
huis Klinkenborch aldaar. 



393 

c. Over een aangevraagd wapen voor de gemeente Grijpskerk. 

S. P. Rietenfuiy arts te Uithuizermeeden, betreffende het aan 
het klooster Feldwerd behoórende voorwerk den Hoorn te Ooster- 
nieland. 

Mr, K Pelinck te Assen, over een oud formulier tot spannen 
van het schultengericht (archief Ewsum n®. 123). 

P. Drenth, notaris te Zuidbroek, over een vermeenden uitweg 
te Eexta, 

C. C C. Warmolts Muller^ notaris te Grijpskerk, over een 
beklemming van 1767. 

G. Fontein^ notaris te Winschoten, over de aanwezigheid in 
de rechterlijke archieven van verzegelingen, opgemaakt voor den 
president van het Generaliteits-Krijgsgericht. 

Mr, 8. Muller Fzn, te Utrecht, betreffende de archieven der 
kloosters te Aduard en Wittewierum. 

J, H, MeerdinJc te Kollum, over het recht van klokluiden 
door de kerkelijke gemeente in torens aan de burgerlijke gemeente 
behoórende. 

J, L, van Noord te Nieuwolda, over een recht van overvaart 
te Nieuwolda. 

R, Huizinga te Appingedam, over de Ommelander Kas. 

Dr, H. Rdmers te Aurich, over Henricus Thaborita en Mar- 
tinus van IJlst en Janus Dousa, voor zoover deze als bronnen 
door Ubbo Emmius zijn gebruikt. 

Mr, E, R, Borgesius te Appingedam, over een Oost-Friesch 
muntje van 1568, te Appingedam gevonden. 

/. W Enschedé te Overveen, over de verschillende uitgaven 
van J. Uytenbogaert, Kerckelijke historie. 

E, W, Moes te Amsterdam, betreffende eenige Groninger schilders, 
bijzonder over Joh. Anticus en Wassenberghjr. ensr., endedata 
van door hen voor de provincie Groningen geleverde werken. 

Aug. Sassen te Helmond, over de nieuwe geldzetting, ingegaan 
1 Mei 1527 te Groningen en de gevolgen daarvan. 

C. A, van Woelderen te Arnhem, betreffende den predikant 
B. A* Benthem (18*^® eeuw) en zijne echtgenoote. 



394 

m 

Mr. H, Schaap te Groningen, over de zelfstandigheid der 
Ommelander karspelen. 

Jhr. Mr, Th van Riemsdijk te 's-Gravenhage, over het zegel 
van het convent te Warffum. 

N P. Onderwater, gep. overste te Breda, over eenige leden 
der familie van Lijnden van Cantens. 

Kolonel F. de Bas, directeur van het krijgsgeschiedkandig 
archief te 's-Gravenhage, over de in het archiefdepót bewaarde 
archieven en hun belang voor de krijgswetenschap. 

Archivrat Dr. Wachter te Aurich, over de ligging der Noord- 
zee-eilanden en de daarop betrekking hebbende oude kaarten. 

C. H. Petera te 's-Gravenhage : 

a. over de buurtmaaltijden en rotbieren in de 16e eeuw te 
Groningen; 

6. over verschillende bijzonderheden, betrekkelijk gevels en 
huizen te Groningen; 

c. over de oudste gilden en gildeproeven ; 

d. over de rollen der timmerlieden en metselaars aldaar. 

F. TammeiiSj predikant der Ned. Herv. Gemeente te Zuidbroek, 
over de regeling van de beklemhuur van de Praebendeheerd 
te Zuidbroek. 

K. Hacqiicbard te Winschoten, over de breedte eener mandeelige 
gang tusschen twee huizen te Winschoten. 

G. Kamphuis te Midwolda, over het Russische opschrift van 
een klok aldaar. 

Prof. Dr. R. A. Reddingius te Groningen, over de plaatsen, 
waar het oude en het nieuwe pathologische laboratorium zijn 
gebouwd. 

/. G. Schönfeld Wichers, cand.-notaris te Sappemeer, over de 
titels, waarop het jachtrecht van Vredewold berust. 

M. G. Wildeman, archivaris van het hoogheemraadschap van 
Delfland : 

a. over een protocol, gehouden door den controleur der 
licenten, Syerck van Cinnama, in 1588; 

b. over de inschrijvingen als student van eenige leden der 
familie Schultens en betreffende de familie Bothenius. 



395 

Geineentebesticw van Groningen, in zake aan de historie van 
Groningen te ontleenen namen van straten. 

Mr. W. A, Offerhaiis, notaris te Nieuwolda, betreffende deelen 
land in Nieuwolda gelegen in een boerenplaats en betreffende 
de vererving van eene beklemming. 

Den heer Rijksarchivaris in Zeeland, betreffende een wapen 
van Westerwolde. 

E. Doornbos te Scheemda, over de vraag of een erf te 
Scheemda met grondpaeht dan wel met beklemming was be- 
zwaard en of op zijn erf het servituut van overgang rustte 
of niet. 

Mr, C. W. Stheeman, hoofdcommies Prov. Griffie te Groningen, 
over de bevoegdheid van het departementaal bestuur en van 
landdrost en assessoren in 1807. 

Mr. C. P, L. RutgerSy rijksarchivaris te Zwolle, over een aantal 
oorkonden, die geschikt zouden kunnen zijn voor reproductie in 
het eerlang te verschijnen Handboek voor palaeographie. 

Den heer Ontvanger der Registratie en Domeinen te Winschoten, 
omtrent de vraag of eene beklemming te Vriescheloo, 26 Mei 
1777 gevestigd, al of niet in alle liniën verervende was. 

Mej M. G. A. de Man te Middelburg, over de beteekenis van 
de Groninger munt „flabbe" genaamd. 

G. de Boer te Kantens, betreffende een 13^ eeuwsche munt, 
te Kantens gevonden. 

Ds. J. Swart te Lettelbert, betreffende het coUatierecht van 
Oostwold en Legemeeden. 

Johan E. Elias te Amsterdam, betreffende de ambten, door 
Peter Alstorphius in de 18^ eeuw te Groningen bekleed. 

G. Kingina, notaris te Leek, over de ligging van het Meent- 
scheer onder Marum. 

Ds. J. R, van Eerde te St. Anna ter Muiden, over kapitein 
Jhr. Hercules van Ewsum en zijne vrouw, wier wapenborden 
hangen in de kerk te St. Anna ter Muiden. 

Den heer Burgemeester der gemeente Loppersum omtrent een con- 
tract betrekkelijk het onderhoud van den Enzelensermeedemerweg. 



396 

Den heer Archivaris van Rotterdam, over het al of niet wen- 
schelijke en den aard van een bij een archiefdepöt te plaatsen 
boekerij. 

Mr. B. Hes te Groningen, te wiens behoeve een uitvoerig on- 
derzoek werd ingesteld over de vraag of de Korvemakeregang 
al dan niet publieke weg was. 

R. van der Kooi te Trimunt, omtrent zijn recht van afvoer 
van veen, onder Trimunt, hetwelk vroeger aan de stad Gronin- 
gen behoorde. 

J, O, F. baron d^Aulnis de Bourouill te *s-Gravenhage, betref- 
fende de promotie, enz. aan de Groninger academie van eenige 
leden van het geslacht d'Aulnis en de bewoners van het huis 
Bijma te Faan. 

A. A, van Pelt Lechner te Wageningen, over de herkomst van 
Groninger rundveeslag. 

G. Heikens te Groningen, over het Ommelanderhuis te Gro- 
ningen. 

Verder warden nog afschriften van verzegelingen, meerendeels 
beklemconfracten, verstrekt aan de H.H. notarissen: G. Fontein 
en J. J. Offerhaus te Winschoten, Mr. W. A. Offerhaus te 
Nieuwolda, M. de Boer te Pekela en M. Wiertsema te Gronin- 
gen, alsmede aan de H.H. Jhr. A. W. L. Tjarda van Starken- 
borgh Stachouwer en H. Knol Bruins te Groningen, F. Tam- 
mens te Zuidbroek en H. Doornbos te Scheemda. Voor deze 
afschriften werd aan schrijfgelden ontvangen de somma van 
ƒ 11.00, welke bij den Rijksbetaalmeester is gestort. 

Stukken, behoorende tot het rijksarchiefdepót te Groningen, 
werden op verlangen toegezonden aan: 

den heer Rijksarchivaris te Haarlem^ ten behoeve van Mr* A, 
S. de Blécourt aldaar, die een aantal rechterlijke archieven, als- 
mede Ommelander rekeningen en schatregisters ter raadpleging 
ontving; 

den heer Rijksarchivaris te Leeuwarden, ten behoeve van Dr. M, 
Schoengen aldaar, die een aantal charters voor de bewerking van 
het paleographisch handboek ontving; 

den heer Prof, Mr. S. J. Fockema Andreae te Leiden, die een aantal 
gedrukte en geschreven keurwetten van Groningen uit de 17* 
en 18^ eeuw wenscbte te raadplegen; 



397 

dm heer Bibliothecaris der Koninklijke Bibliotheek te ^s-Oravrnhage, 
ten behoeve van den heer C H. Peters aldaar, die een aantal 
teekeningen, alsmede een charter van 1610 onder de oögen 
wenschte te hebben. 

Wederkeerig werden aan het rijksarchief in Groningen stuk- 
ken toegezonden om in de werkkamer van het archiefgebouw 
te worden bestudeerd: 

ten behoeve van Dr, I, Mendels, uit het Algemeen Rijksarchief 
te 's-Gravenhage (collectie Verheijen, aanw. 1802, 15^) en uit de 
bibliotheek der Maatschappij van Nederlandsche letterkunde te 
Leiden; 

ten behoeve van Prof. Dr, C, H, Th, Bussemak&r, uit het 
Huisarchief van H. M. de Koningin te 's-Gravenhage ; 

ten behoeve van den heer P, G, Bos en van den heer /. Huges 
ie Sappemeer, uit de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage 
en uit de Universiteitsbibliotheken te Leiden en Utrecht; 

ten behoeve van den heer J. S. Theissen, uit het rijksarchief 
in Friesland en uit het rijksarchief te Brussel; 

ten behoeve van den heer P, H. Meekhoff Doombosch Jr. te 
Baflo, uit het rijksarchief in Friesland; 

ten behoeve van den heer G. Snel, uit het Staatsarchief te 
Marburg en uit het rijksarchief in Overijssel; 

ten behoeve van Dr. J. A. Worp, uit het archief der gemeente 
Leiden ; 

ten behoeve van Mr, H, D, Guyot^ uit het archief der gemeente 
Brielle. 

Het archief werd persoonlijk bezocht en de daar aanwezige 
stukken geraadpleegd door de genoemde heeren, te wier behoeve 
stukken waren overgezonden, alsmede door de heeren: 

M, M, Kleerkoper te Groningen, die de betrekkingen tusschen 
Johan Starter en de regeering der stad Groningen naspeurde; 

C. O, G, Warmolts Muller, notaris te Grijpskerk, die een onder- 
zoek naar eenige beklembrieven van land te Grijpskerk instelde; 

P. H, Meekhoff Doombosch Jr, te Baflo, die allerlei onder- 
zoekingen, meerendeels van genealogischen aard, instelde; 

Jhr, Mr, J, F, Lewe van Nijenstdn te Groningen, die a, een 
onderzoek naar den eigendom van verschillende gestoelten in 



398 

de kerk te Uithuizen instelde, b, de verwantschap tusschen de 
geslachten van Lijnden en Lewe naging; 

G, Snel, !• luitenant der infanterie, die zijne krijgsgeschied- 
kundige nasporingen betreffende Groningen en de provincie 
voortzette ; 

O, E. Frerichs, em. predikant te Helpen, die verschillende 
kronieken en oorkonden raadpleegde uit de 15® en 16® eeuw, 
met het oog op het daarin gebezigde taaieigen; 

Mr. ff. D. Ouyot te Groningen, die a, een onderzoek in het 
archief der Hoofdmannenkamer instelde en 6. nasporing deed 
in crimineele protocollen der 17® eeuw van B. en R. van Gro- 
ningen en in de resolutien van Gedep. Staten; 

D, ff. S, Blaupot ten Cate, civiel-ingenieur te Groningen, die 
onderzoekingen deed betreffende oude metingen van terrein- 
hoogte; 

Jhr. A, W. L, Tjarda van StarJcenborgh Stachouwer te Gro- 
ningen, die inlichtingen verkreeg over een beklemcontract, 
verleden voor pastor en kerkvoogden van Eexta in 1794 ; 

J. T. Buurma en twee andere leden van het hoofdbestuur 
van het waterschap Oldambt, die inlichtingen verkregen betref- 
fende het in 1853 vastgestelde nieuwe reglement voor het Ter- 
munterzijlvest en een in 1859 door genoemd zijlvest gesloten 
contract; 

den heer Reindera te Hoogezand, die inlichtingen vroeg over 
de vroegere sociëteit tot graving van het Slochterdiep; 

Tien studenten in de Ned. letteren te Groningen, die een aantal 
archiefstukken bezichtigden en een en ander over het ontstaan 
en de inrichting van archieven vernamen; 

M. Wiertsemay notaris te Groningen, die inzage nam van 
eenige acten in het Groninger en in het Beertster protocol; 

Prof, Dr. R, A, Reddingius en ff. Aldershoff, med. doet», te 
Groningen, die een onderzoek instelden naar de geschiedenis 
van het onderwijs in de pathologische anatomie aan de Gro- 
ninger hoogeschool en naar de totstandkoming der laboratoria 
voor pathologische anatomie; 

K, Hacquehard te Winschoten, die een onderzoek instelde 
over de breedte eener mandeelige gang tusschen twee huizen te 
Winschoten ; 



399 

E, van Konijnenburg, ingenieur te 's-Hertogenbosch, die kennis 
nam van eenige teekeningen en doorsneden van 17® eeuwsche 
schepen ; 

jBT. de Vries, litt. cand. en handelaar in pelterijen te Groningen, 
die een onderzoek instelde naar de geschiedenis van het Gro- 
niager pelsersgilde en naar het dragen van bont enz. op de 
kleederen in vroegere eeuwen; 

Dr. T. J, de Boer te Groningen, die a. raadpleegde de catalogi 
van de bibliotheken van het Rijksarchief en van die mede op 
het Rijksarchief aanwezige bibliotheek van het Museum van 
Oudheden te Groningen, ten einde in den catalogus van de 
Bibliotheek der Rijksuniversiteit aan te vullen, wat hierin ont- 
breekt en wel gevonden wordt in een der beide op het Gro- 
ningsche archief aanwezige bibliotheken en 6. die een onderzoek 
instelde naar het recht van vrije tafel van Hongaarsche stu- 
denten aan de Groningsche academie; 

B. E. Bouvrman, leeraar aan de H. Burgerschool te Zaltbommel,. 
die een onderzoek instelde naar de oudste Groningsche taal; 

C. H. Peters, rijksbouwmeester te 's-Gravenhage, die den atlas 
van Groningen van het Museum van Oudheden, welke op het 
Rijksarchief berust, raadpleegde en verschillende inlichtingen 
inwon over de oudste gilden en gildeboeken te Groningen ; 

Dr. I. Meiidels te Groningen, die naging welke personen uit 
Groningen en Drenthe behoord hebben tot de garde d'honneur 
van 1812; 

J. C. A, Uden Mosman te Groningen, die enkele stukken 
raadpleegde betrekkelijk het vestigen van lijfrenten en inlich- 
tingen inwon omtrent de oudst voorkomende vormen daarvan ; 

Jhr D. G. Rengers Hora Siccama te Driebergen, die nasporin- 
gen deed in het huisarchief Farmsum ; 

Prof. Br, C. H, van Rhijn te Groningen, die verschillende 
stukken raadpleegde, van belang voor de geschiedenis der Mar- 
tinikerk te Groningen ; 

J. S. Theissen, litt. belg. docts., die verschillende stukken uit 
het Rijksarchief te Groningen raadpleegde ten behoeve van zijne 
studiën over Friesland tijdens Karel V; 

Mr. D. J, C, Romhes, burgemeester der gemeente Schéemda, 
die een onderzoek instelde over den aard eener grondpacht of 
eene beklemming op een stuk land onder Scheemde ; 



400 

H. Bouioman, litt. belg. docts., die enkele werken over palaeo- 
graphie raadpleegde en inlichtingen ontving van palaeogra- 
phischen aard; 

Dr, Jf. Schoengen te Leeuwarden, die een aantal handschriften 
en charters onderzocht uit een palaeographisch oogpunt; 

Paul Vanrijckey bibliothecaire et chef de 1'Université de Lille, 
die een bezoek aan het archief bracht, ten einde de inrichting 
daarvan in oogenschouw te nemen ; 

Mr. A, Nap te Amsterdam, die nasporingen deed in oude 
jaargangen der Groninger Courant; 

R. W. Roggenkamp te Delfzijl, die onderzoekingen instelde 
omtrent de geschiedenis zijner woonplaats; 

Mr, B, Hes te Groningen, die een onderzoek instelde of de 
Korvemakersgang al dan niet publieke weg was ; (Zie mede 
onder Hoofdstuk Inlichtingen.) 

R. van der Kooi te Trimunt, die inlichtingen verkreeg over 
het recht van uitvaart langs een wijk van eenig veen onder 
Trimunt; (Zie mede onder Hoofdstuk Inlichtingen.) 

A. Hoekzema te Groningen, die onderzoekingen deed in ver- 
schillende protocollen in de Rechterlijke Archieven aangaande 
de afstammelingen van Pieter Teyler van der Hulst; 

N. J. A, F, Boerma, arts te Groningen, assistent bij de Gynae- 
cologische kliniek van het Ziekenhuis te Groningen, die een 
onderzoek instelde over de herkomst van verschülende oude 
chirurgische instrumenten, aanwezig in het bij de Gynaecolo- 
gische afdeeJing behoorend Museum; 

Prof. SagnaCj hoogleeraar in de geschiedenis te Rijssel, die een 
onderzoek instelde, betreffende de te Groningen bewaarde 
archieven uit den Franschen tijd; 

Prof. Dr. J. van Wageningen te Groningen, die enkele midden- 
eeuwsche Latijnsche testamenten raadpleegde. 

IX. Uitkomst van de bemoeiingen met gemeente- en 

waterschapsarchieven. 

Eindeliik mocht ik in 1903 een antwoord ontvangen van het 
gemeentebestuur van Groningen over de overbrenging van het 
gedeelte oud-archief der stad Groningen, thans nog ten raad- 



401 

huize bewaard, naar het onder mijn beheer staande rijkearchief- 
depót, ten einde op die wijze het inventariseeren van het geheele 
oud-archief der stad Groningen als één geheel mogelijk te maken. 
Bij schrijven van 3 September 1903 hebben Burgemeester en 
Wethouders zich bereid verklaard „om, met verdere gebruik- 
making van de bevoegdheid, ontleend aan het raadsbesluit van 
den 14«n October 1882, n°. 4" . . . „de boeken, handschriften, 
documenten enz., vermeld op een bij dat schrijven overgelegde 
lijst" aan den Rijksarchivaris af te geven, „met dien verstande, 
dat van de overbrenging naar het Rijksarchiefdepót een proces- 
verbaal in duplo zal worden opgemaakt". Ik hoop in 1904 den 
tijd en. . de ruimte te kunnen vinden om tot de overbrenging 
van gedoemde archivalia over te gaan. 

Nadat mij ter ooren was gekomen, dat bij het bestuur van 
het Waterschap Vierburen te Spijk nog berustende waren diverse 
registers en stukken van het voormalig Dykregt de Vierburen, 
heb ik mij met een schrijven van 22 Januari 1903 tot het 
bestuur van genoemd waterschap gericht. Na gewezen te hebben 
op het feit, dat reeds een gedeelte van het archief van het 
voormalige Dijkregt in het Riiksarchief-depót te Groningen is 
geplaatst, en op de wenschelijkheid, dat met het oog op in te 
stellen onderzoekingen de verschillende deelen van bedoeld 
archief -worden hereenigd, heb ik het waterschapsbestuur beleefd 
in overweging gegeven het onder het bestuur berustende gedeelte 
in bruikleen te plaatsen in het Rijksarchief in Groningen, bij 
het ander daar aanwezige deel. Tot dusverre mocht ik op mijn 
schrijven geen antwoord ontvangen. 

Groningen^ 3 Februari 1904. 

De Rijksarchivaris in Groningen, 
J. A. Feith. 



(1903) 26 



402 



Het Ryksarchief in Drenthe. 

I. Toestand der bewaarplaats van het archief. 

Bij voortduring blijft het gebouw in alle opzichten goed vol- 
doen. Zeer welkom was het mij daarom, dat mij de gelegenheid 
geboden werd mondeling mijne ingenomenheid ermede te ver- 
zekeren aan den rijksbouwkundige voor de gebouwen van onder- 
wijs, die het ontwierp, en een tweetal ambtenaren van zijn bureau, 
die het gebouw bezochten 

Lekken in de gangen kwamen bijna niet voor. Behalve den 
houten mantel werkte hiertoe mede, dat de stukgewaaide leien 
op steviger wijze werden bevestigd en daardoor door den wind 
niet omhoog konden worden geheven. 

Nu van rijkswege ook in de museumlocalen gestookt werd, 
was ook daar de temperatuur behoorlijk. Het uitwerken der 
muren nam daardoor een goed verloop, zoodat de hoop kan 
worden gekoesterd, dat na een paar winters in die localen 
evenmin een spoor van vocht zal worden gevonden als in het 
gedeelte van het gebouw, dat voor de rijksarchieven dient. 

In het sousterrain werd voor de ramen ijzergaas aangebracht, 
zoodat deze nu op warme of althans droge dagen den geheelen 
dag geopend kunnen blijven, zonder dat bizondere controle daarop 
noodig is. Vooral bij het stoken der groote ketels is dit een 
voorrecht, omdat nu de deuren in de kelders kunnen worden 
gesloten en de benauwende gassen kunnen ontwijken naar bui- 
ten en de gangen van het gebouw ervan verschoond blijven. 

De heer J. Vroom, te de Punt, ontving van Uwe Excellentie 
de opdracht tot aanleg van het terrein bij het depot gelegen. 
Op verdienstelijke wijze heeft hij zich van die opdracht gekwe- 
ten, zoodat nu het terrein van de Stationsstraat af een aange- 
namen aanblik oplevert. Vooral wanneer het houtgewas zich wat 
meer heeft ontwikkeld, zal de hierdoor gewekte indruk nog 
gunstiger zijn. 

In verband met den tuinaanleg deed ik Uwer Excellentie het 
verzoek, het lage hek aan de Stationsstraat te doen verhoogen, 



403 

opdat geene baldadigheid den fraaien aanleg zou verstoren. Voor- 
loopig is hierin voorzien, in afwachting dat een nieuw hek zal 
worden geplaatst. Immers demping der aangelegen sloot is bin- 
nen enkele jaren te wachten, wat op de kosten der fundeering 
groeten invloed zal hebben. 

Voor de boekerij werd nog eene boekenkast aangeschaft, ge- 
heel gelijk aan de kasten, die reeds aanwezig waren en door 
dezelfde fabriek geleverd. 

In den loop van het jaar waren ten behoeve der telephoon 
over het gebouw draden gespannen. Deze raakten het gebouw 
niet en stonden daarmede in geenerlei wijze in verbinding, doch 
veroorzaakten het euvel, dat de vlag niet kon worden uitgestoken, 
zonder met die draden in aanraking te komen. Ik vestigde 
daarop de aandacht van den betrokken telephoonambtenaar, met 
verzoek hierin te voorzien. Immers nu de gelegenheid tot vlag- 
gen op verjaardagen van het vorstelijk huis was aangebracht, 
scheen 't mij verkeerd, dat deze zou weggenomen worden door 
de telephoon. Mij werd de verzekering gegeven, dat hierin ver- 
andering zou worden gebracht, doch dit geschiedde niet. Daarom 
herhaalde ik mijn verzoek, waarna beloofd werd oprichting van 
een paal op aangrenzend gemeenteterrein, waardoor de rich- 
ting der draden zou worden gewijzigd. De paal is gekomen, 
doch de draden zijn nog niet daarop overgebracht. 

Aan de commissie voor het provinciaal museum van oudhe- 
den kon dit jaar wederom het bewijs worden gegeven van de 
geneigdheid tot samenwerking, die van rijkswege bij het onder 
hetze&de dak verblijven besteat. Toen toch in de eerste helft 
van Juli eene tentoonstelling van schilderijen in de commissie- 
kamer werd georganiseerd, heb ik den bode toegestaan tijdens 
die tentoonstelling voortdurend in de museumlocalen als bewa- 
ker op te treden. Wel geschiedde dit niet zonder groot ongerief 
ten opzichte van den archiefdienst; doch dit was slechts een 
tijdelijke last, en de commissie genoot daardoor de medewerking 
van een vertrouwd persoon, wat g^roote waarde voor haar had, 
omdat de schilderijen uit particuliere verzamelingen afkomstig 
waren. Het verheugde mij aldus indirect tot het slagen der 
tentoonstelling te kunnen medewerken, die zich in een voor 
Assen druk .bezoek mocht verheugen. 

Bij de overeenkomst van verhuur der museumlocalen aan 
Gredeputeerde Staten, waarvan Uwe Excellentie mij in Januari 
1903 een afschrift deed geworden, werd aan de commissie toe- 
gestaan het gebruik maken van de diensten van den archief- 
bode, mits in overleg met mij, en voorzoover de dienst van het 



404 

archief veroorloofde. Daarom had ik den bode toegestaan des 
Woensdags, wanneer het museum kosteloos toegankelijk is, 
daarin toezicht te houden, terwijl bezoekers op andere dagen 
steeds door den bode werden rondgeleid. Dit scheen mij prac- 
tischer dan zooals de commissie eerst wilde, naast den Woensdag 
nog een middag het museum tegen entree open te stellen. 
Immers wie buiten dien middag kwam, zou dan moeten worden 
afgewezen. Toen dit echter tengevolge had, dat de bode door 
opvolgende bezoekers geheele dagen aan den archiefdienst werd 
onttrokken, droeg ik hem op, aan de bezoekers te verzoeken 
tusschen 3 en 4 uur terug te komen; dan toch zou voor alle 
bezoekers slechts één uur behoeven besteed te worden. De wei- 
nigen, die verklaarden niet te kunnen terug komen op den 
aangewezen tijd, werden terstond of in den namiddag toegelaten 
en rondgeleid. Op deze wijze bleef dus het museum voor ieder 
toegankelijk, terwijl voor den archiefdienst veel tijd gewonnen 
werd. 

Slechts tijdelijk was ik gedwongen hierin verandering te 
brengen. Toen namelijk op 1 September 1903 de overbrenging 
van de archieven van den gouverneur en den commissaris en 
van de gedeputeerde staten tot 1851 een aanvang nam, en de 
hulpbode, die Visser tijdens zijne ziekte verving, daardoor voort- 
durend bij den ingang moest geposteerd blijven, kon ik niet 
die overbrenging telkens en op Woensdagen vrijwel geheel doen 
stilstaan om bezoekers voor het museum toe te laten. 

Ongaarne besloot ik tot dezen maatregel; doch waar de eischen 
van den archiefdienst zoo duidelijk spraken en bovendien de 
opname der nieuwe archieven plaats haa uitsluitend ten behoeve 
van het provinciaal bestuur, meende ik op erkenning mijner 
motieven te mogen rekenen. 

Aangenaam was het mij daarom, dat de voorzitter der com- 
missie zoowel den zooeven genoemden maatregel (hoewel deze 
ten onrechte werd opgevat, alsof vóór 3 uur nimmer bezoekers 
werden toegelaten) als den laatstgenoemden „volkomen juist" 
achtte, onder bijvoeging: „onze commissie mag ook volgens het 
„contract met het Rijk niet in die mate van de diensten van 
„Visser profiteeren''. Óp mijn voorstel werd tijdens de ziekte 
van den Dode een tijdelijk plaatsvervanger voor de Woensdagen 
aangenomen. Ongeschikt achtte ik echter des voorzitters wensch 
om personen beneden de 16 jaar zonder toezicht in.de museum- 
localen toe te laten. 

Ik verklaarde mij echter hiertoe bereid, doch alleen op gezag 
van Uwe Excellentie, die aan mij de volle verantwoordelijkheid 
voor het gebouw had opgedragen. 

Groot was dus mijne verbazing, toen door den voorzitter van 



405 

Gedeputeerde Staten in mijne handen gesteld werd een verzoek 
van den voorzitter en den secretaris der commissie, waarin 
geklaagd werd over beide genoemde maatregelen en verzocht 
werd te „overwegen, of in den geschetsten toestand moet worden 
„berust, dan wel of Uw College termen zou kunnen vinden om, 
„ter beslissing van deze zaak, een onbevangen onderzoek van 
,,zijde van den Minister, verhuurder der localen, te provoceeren". 
Ik meende niet beter te kunnen doen, dan den voorzitter van 
Gedeputeerde Staten uit te noodigen, uit het archief der com- 
missie op te vragen de gewisselde en door mij aangegeven 
stukken, waaruit bleek van de erkenning door den voorzitter 
der commissie van de juistheid der nu gewraakte maatregelen. 

Waar ik nog in Juli blijk had gegeven van groote mede- 
werking, waar mijne houding later volkomen correct was en dit 
ook erkend was door den voorzitter der commissie, kon natuurlijk 
geen aanklacht volgen. Naar ik later vernam, hebben Gedepu- 
teerde Staten dan ook besloten, der commissie een verhoogd 
crediet toe te staan, opdat vanwege de commissie een bewaker 
kan worden aangesteld, voorzoover dit door haar noodig wordt 
geacht. Toen de overbrenging der nieuwe archieven was afge- 
loopen en de bode hersteld was, heb ik hem weder opgedragen, 
bezoekers voor het Museum wederom toe te laten liefst tusschen 
3 en 4 uur, doch, als dit hun niet schikte en de archiefdienst 
dit niet belette, ook op anderen tijd. 

Aan deze zaak werd intusschen nog een andere verbonden. 
In den loop der briefwisseling werd van mij door den waar- 
nemend voorzitter van Gedeputeerde Staten geëischt afschrift 
van een stuk uit mijne correspondentie. Hoewel alleszins geneigd 
tot medewerking met ieder, die daaraan behoefte heeft, meende 
ik aan dien eisch niet te mogen voldoen, waarvoor te meer 
aanleiding was, omdat blijkens eene aanteekening op een der 
stukken de commies aan de betrokken afdeeling (tevens lid 
der museumcommissie) in het bezit was van afschriften van 
alle betrekkelijke stukken en door den voorzitter der commissie 
gemachtigd was ze over te leggen. Ik gaf dus een ontwijkend 
antwoord, waarbij alle eer van het niet verder aandringen zou 
verblijven aan den voorzitter van Gedeputeerde Staten. Immers 
waar een rijksarchivaris rijksambtenaar is, scheen 't mij onge- 
schikt hem via facti tot provinciaal ambtenaar te maken ; even- 
zeer als andere rijksambtenaren, hoezeer ook tot medewerking 
met het provinciaal bestuur verplicht, niet aan dat bestuur 
onderworpen zijn en behooren te zijn. Later werd door Gedepu- 
teerde Staten gevraagd voldoening aan den eisch van hun waar- 
nemend voorzitter onder beroep op art. 8 mijner instructie. 
Hierop antwoordde ik, dat genoemd artikel in dezen niet toe- 



406 

passelijk was en ik mij daarom verontschuldigde, onder herinnering 
hoe m steeds met groote bereidvaardigheid verrichtte alles, 
waartoe ik eenigszins verplicht was. Tot mijne voldoening werd 
de juistheid mijner zienswijze door Gedeputeerde Staten erkend. 

II. Toestand der reddings- en brandbluschmiddelen. 

Omtrent de reddings- en brandbluschmiddelen valt weinig 
mede te deelen. Zij verkeeren nog steeds in goeden staat. Nieuw 
materiaal behoefde niet te worden aangeschaft. 

Tot mijn leedwezen moest eene oefening met de brandslangen, 
door mij bepaald, nadat ik van mijn verlof zou zijn teruggekeerd, 
achterwege blijven, doordat tijdens dat verlof den bode een 
ongeluk overkwam, dat hem aan huis bond. Deze oefening 
moest dus worden uitgesteld tot den volgenden zomer. 

Verder bevonden zich bij den ingang van het depot een 
groot aantal flesschen met brandbluschmiddelen, terwijl bij den 
ingang van het museum geplaatst bleef de draagbare extincteur. 

Dank zij de inrichting van het gebouw behoeft echter in 
beide bewaarplaatsen geen gevaar voor brand te bestaan, terwijl 
de vulkachels in de bureaux ook buiten bureautijd door den 
bode worden gecontroleerd. 

De bliksemafleiders werden wederom nagezien. 

III. Toestand der archiefverzamelingen. 

De toestand der verzamelingen mag gunstig worden genoemd. 
Dank zij de volkomen droogheid van de bewaarplaats en de 
uitstekende gelegenheid tot verwarming en luchtverversching, 
is geen spoor van vocht of bederf door bedompte lucht te 
bespeuren. 

Bordjes met vermelding der verschillende archieven werden 
gedrukt, om boven de kasten te worden aangebracht, wat het 
overzicht der verzamelingen zal vergemakkelijken, terwijl ook 
de richtige plaatsing van gebruikte stukken daardoor zal 
worden bevorderd. 

Aan de materieele verzorging der stukken werd door den bode 
veel tijd besteed. Nu toch langzamerhand kon worden bepaald 
de omvang der portefeuilles, kon met de vervaardiging daarvan 
voor eene definitieve berging een aanvang worden gemaakt, 
waarop later, na afsluiting der inventarissen, een definitief 
nummer kan worden bevestigd. 

De verschillende afdeelingen in het archief zullen portefeuilles 
in verschillende kleuren ontvangen, zoodat niet alleen de kleur 
van het aan te brengen etiket aanwijst het archief, waarin een 



407 

nummer behoort te worden geborgen; doch ook het geheele 
uiterlijk aanzien den weg daarbij wijst. 

Op deze wijze zal het bij eenige oplettendheid om zoo te 
zeggen niet kunnen voorkomen, dat bij de wegberging na 
gemaakt gebruik vergissingen plaats grijpen. 

IV. Peraeneel, 

In verband met eene vraag in het Voorloopig Verslag op de 
Staatsbegrooting voor Binnenlandsche Zaken voor 1904 werden 
door Uwe Excellentie eenige vragen gesteld met betrekking tot het 
verrichten van bezoldigde werkzaamheden door archiefambtenaren. 
In antwoord daarop kon alleen worden gemeld, dat de bode in het 
provinciaal museum toezicht houdt tegen eene belooning van 
f 52. — 's jaars. 

Nadat de amanuensis een paar jaren in functie was geweest 
en in dien tijd blijken had gegeven van groote ambitie en zich 
reeds tamelijk thuis had gemaakt in zijn nieuwen werkkring, 
richtte ik tot Uwe Excellentie het verzoek, te willen overwegen, 
of verhooging van zijn salaris kon worden toegestaan. Aange- 
naam was het mij, uit de Staatsbegrooting voor 1904 voor 
Binnenlandsche Zaken te bemerken dat in verband met eene 
algemeene verbetering der tractementen ook verhooging van 
het zijne te wachten was. 

Bij Koninklijk besluit d.d. 14 Februari 1903 n'\ 17 is de tijde- 
lijke bode R. Visser, met ingang van 1 Maart d.a.v. aangesteld 
tot vasten bode. Het verheugt mij, dat de verantwoordelijkheid 
voortaan gedragen zal worden door een vast ambtenaar. 

De jaren, waarin hij tijdelijk aan het dep6t van 's rijksarchieven 
in Drenthe verbonden was, zullen volgens de voorschriften 
omtrent de vergelding van tijdelijke diensten mét pensioen voor 
de berekening van zijn pensioen niet verloren zijn. Eene zaak 
voor hem van groot gewicht, waar hij reeds sedert April 1891 
als tijdelijk bode in dienst was. 

Tijdens mijne afwezigheid met verlof in Augustus ontving 
ik bericht, dat den bode een ongeluk was overkomen, hetwelk 
hem vooreerst aan huis zou binden. Toevallig was mij een zeer 
vertrouwd persoon bekend, die door mij aan den amanuensis 
werd opgegeven. Waar hij terstond in dienst kon treden, bleek 
afbreking van mijn verlof niet noodzakelijk te zijn. Uwe Excel- 
lentie machtigde mij bedoelden M. Witvliet tijdelijk in dienst 
te nemen. Tot in December heeft deze eerst geheel, later met 
Visser, de bode-diensten waargenomen, tot mijne groote tevreden- 
heid. In December was Visser zoover hersteld, dat hij alle werk- 
zaamheden weder alleen kon verrichten en werd Witvliet door mij 
weder ontslagen. 



408 



V. Werkzaamheden en voortgang der inventai'isatie en der 

ordening van hei archief. 

De inventarisatie van de archieven van Ridderschap en Eigen- 
erfden en Drost en Gedeputeerden, is in het afgeloopen jaar 
bijna geheel gereed gekomeiff Slechts blijven nog te regelen over 
enkele stukken, die van ambtenaren afkomstig zijn, en eene 
kleine hoeveelheid stukken, waarvan de samenhang met andere 
stukken tot nu toe niet gebleken is. 

De stukken van ambtenaren afkomstig houden alle of omtrent 
alle verband met stukken, aanwezig in de archieven van Rid. 
derschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden. Hunne 
regeling zal dus zeer weinig bezwaar ontmoeten, alleen was in 
sommige gevallen eene scheiding moeilijk, omdat niet van alle 
stukken de herkomst is aan te toonen. Dan moest de knoop 
worden doorgehakt en zal eene verwijzing naar het correspon- 
deerend nummer in het Staten-'archief het verband der stukken 
aangeven. De stukken zijn trouwens weinige in getal en is het 
bezwaar dus niet groot. 

Ongeveer eene gelijke hoeveelheid stukken moet nog worden 
terecht gebracht. Een deel daarvan zijn eenige liasstukken, die 
aan meer dan een lias zouden kunnen behooren, verscheidene 
afschriften en eenige stukken betreffende zaken, waarvan waar- 
schijnlijk geene andere stukken in het dep6t aanwezig zijn. Deze 
zullen stuk voor stuk worden behandeld om na te gaan, bij 
welke der beschreven dossiers of stukken zij kunnen worden 
geplaatst. Dit schijnt toch aanbeveling te verdienen boven de 
vorming van een paar portefeuilles Varia, wanneer dit eenigszins 
kan worden vermeden. 

Beide rubrieken zijn van geringen omvang, daarom scheen 
het practisch den inventaris van de reeds geregelde stukken in 
een te zetten. Verandering in de indeeling toch behoeft niet 
meer te volgen, en voor het terechtbrengen der bewuste stukken 
geeft het bestaan van zulk een voorloopigen inventaris groot 
voordeel, omdat dan telkens kan blijken, of over eene bepaalde 
zaak reeds een dossier gevormd werd. Zoo is dus een voorloopige 
inventaris gereed gemaakt, en zijn de archieven van de colleges 
en ambtenaren die tot 1813 de functiën van Staten en Gedepu- 
teerde Staten vervulden, thans geheel geregeld (op de beide 
bovengenoemde kleine uitzonderingen na). De inventarissen zijn 
reeds alle in boekvorm overgebracht, en in het begin van 1904, 
voor zoover dit nog niet geschied was, gecollationeerd. Met de 
vervaardiging van alphabetische indices is reeds een aanvang 
gemaakt voor zooveel aangaat den inventaris der dossiers en 



; 409 

I 



bundels. Dit werk, dat zeer tijdroovend is, zal het goed geschie- 
den, is echter in 1903 niet voltooid geworden. 

Voor de indeeling der archieven tot 1805 werden enkele aan- 
wijzingen gevonden in de oude inventarissen. Daaruit bleek, dat 
de privilegiën afzonderlijk waren bewaard geweest, met enkele 
andere stukken, die men, gedeeltelijk omdat zij met de rechten 
of de zelfstandigheid van 't Landschap samenhingen, bij de 
privilegiën had geborgen. Later werd dit voorrecht gedeeld door 
eenige acten van aankoop van gronden en andere stukken, 
misschien alleen omdat men ze afzonderlijk wilde bewaren 
en zij tusschen de deelen en pakken gevaar konden loopen ver- 
loren te gaan of althans in slechte conditie te geraken. Zoo 
bevatte de privilegekast, die men in de 18® eeuw liet maken 
en die nog ten archieve aanwezig is, bescheiden van zeer 
heterogenen aard. Dezen laatsten toestand te herstellen was 
natuurlijk onraadzaam, doch de privileges in een afzonderlijk 
hoofdstuk te vereenigen was wel practisch. 

In de 17**® eeuw werden ook afzonderlijk bewaard alle stukken 
betrekking hebbende op de liquidatie van Drenthe met de 
Generaliteit met betrekking tot de door 't Landschap op te 
brengen quote in de generaliteitslasten. Eene afzonderlijke 
rubriek wordt daarvoor in de inventarissen gevonden, waarin 
enkele bundels vermeld, doch de meeste stukken niet nader 
omschreven worden. Eene willekeurige onderverdeeling moest 
dus worden aangenomen. Het bijeen bewaren der stukken be- 
treffende de liquidatie (behoudens de protocollen met ordonnan- 
tien, die bij de resolutieboeken werden bewaard) was voor het 
bestuur indertijd van groot nut. Niet alleen toch, dat Drenthe 
meer dan eens aanzienlijke achterstallen had, zoodat zelfs zijne 
eerste ambtenaren daarvoor gegijzeld werden : eens deed men de 
ontdekking, dat Drenthe moest opbrengen een op 't honderd. 
Hoewel de bedoeling was 1 ®/o, kon de aanslag verklaard worden 
als 1 boven 't honderd, zulks is van Drenthsche zijde geschied 
en nauwkeurig werd becijferd, hoeveel door het verschil van 
Vioo ö^ ^/lOi te veel zou zijn betaald. Tegen het bijeenhouden 
dezer stukken in eene afzonderlijke rubriek bestond geen prac- 
tisch bezwaar, daarom vindt men in den inventaris deze stukken 
in een afzonderlijk hoofdstuk bijeen, met eene onderverdeeling, 
die het zoeken van verlangde stukken kan vergemakkelijken. 

In de 18<*ö eeuw had men ook eene rubriek „Generaliteit". 
Daaronder werden bijeen gebracht alle afschriften, die van de 
centrale regeering werden ontvangen, de afschriften (en later 
afdrukken) der resolutiën van de Staten- Generaal, de placaten 
van dat college, de staten van oorlog en alle andere stukken 
van dien aard. Hoewel uit de oude inventarissen blijkt van 



410 

vele stukken, die men aldus bijeen placht te bewaren, zijn 
daaronder niet alle stukken vermeld, die daar behooren. Zij 
werden echter niet elders vermeld, er bestond dus geen bezwaar 
ze hieronder te rangschikken, terwijl bovendien de logica vordert, 
dat ze niet elders worden geplaatst, wanneer deze rubriek wordt 
aangenomen. En daartegen scheen niet alleen geen bezwaar te 
bestaan, doch ook in de practijk is het vormen van zulk een 
rubriek zeer nuttig gebleken. 

Misschien heeft geen onzer tegenwoordige provinciën zoo 
dikwijls geschillen gehad met naburen over de grensscheiding 
als 't Landschap. Talrijk zijn de stukken daarover voorhanden. 
Gedeeltelijk mag de reden daarvan gezocht worden hierin, dat 
op de grenzen vele venen gelegen waren, die vooral in den 
ouden tijd moeilijk grens-aanwijzingen zullen bewaard hebben. 
Bovendien was het aantal kerktorens, bakens voor het bepalen 
der grenzen, vrij gering. En ten slotte vond men ook toen 
menschen, die gaarne weinig belasting betaalden en zich dus 
liefst verklaarden tot onderdanen van de provincie, waarin de 
heffing het minst drukte. Ook andere redenen kunnen er toe 
medegewerkt hebben, om 't Landschap voortdurend in geschil 
te doen zijn met al zijne naburen. Bij deze stukken werden 
daarenboven gedeponeerd andere betreffende geschillen met 
naburen over tollen, dijkrechten, enz. Waarschijnlijk zijn deze 
stukken bijeengevoegd geworden, omdat menigmaal de souve- 
reiniteit van 't Landschap verondersteld werd te zijn aangerand 
en men op die souvereiniteit te meer gesteld was, omdat Drenthe 
nimmer als vol, souverein lid der unie werd erkend. En toen 
men eenmaal eene rubriek „Limietscheiding" had gevormd, 
werden daarin ook opgenomen de stukken betreffende de grens- 
scheiding van marken in 't Landschap. Volgens de daaromtrent 
gevonden aanwijzingen is ook deze rubriek weder gevormd. Het 
kastje, waarin deze stukken oudtijds bewaard werden, is waar- 
schijnlijk verloren gegaan, althans van een bestaan daarvan is 
mij niets gebleken. 

Hetgeen buiten deze oude rubrieken aanwezig is verdeelde 
ik in een drietal willekeurige hoofdstukken. Vooreerst scheidde 
ik af de resolutiën door Drost en Gedeputeerden genomen op 
de rechtdagen met de daarbij behoorende stukken. Bij de instruc- 
tie toch, door de Staten-Generaal in 1603 aan genoemd college 
gegeven, werd daaraan eene zekere mate van rechtspraak toege- 
kend. Ten behoeve daarvan werden afzonderlijke vergaderingen 
ingesteld, de daarop genomen resolutiën werden afzonderlijk 
geboekt. Behalve de rechtspraak werden echter ook andere 
zaken behandeld, die meer bepaald op de gewone vergade- 
ringen hadden thuis behoord, vooral over de finantiën. Zeer 



411 

afwisselende onderwerpen komt men in verloop van tijd in 
de resolutiën tegen. Doch de hoofdzaak bleef het behandelen 
van rechtszaken. Daarom scheen zonder bezwaar eene afzonder- 
lijke rubriek te kunnen worden gevormd, die bovendien een 
duidelijker inzicht zou kunnen geven in de bevoegdheden van 
Drost en Gedeputeerden. Bovendien, deze rechtspraak ging over 
op de Provisioneele Representanten, later op de Gecommitteerde 
Representanten, en verder op de opvolgende colleges tot Land- 
drost en Assessoren. Hiervoor werd steeds het aanwezig register 
voortgezet, zoodat eene splitsing niet mogelijk was. Alleen heeft 
de I^d van financiën in 1806 nieuwe registers in gebruik 
genomen, misschien in verband met de invoering der nieuwe 
belastingen. Afzonderlijke registers werden toen aangelegd voor 
de behandeling der civiele en crimineele zaken. Waar het dus 
noodig was de serie der rechtdagresolutiën bijeen te houden van 
den aanvang tot 1810, moest daaruit volgen het plaatsen 
dezer stukken in eene afzonderlijke rubriek. 

In eene andere rubriek voegde ik bijeen de resolutiën en 
brieven van Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedepu- 
teerden en de hun opgevolgde besturen tot 1805. Deze toch 
vormen stukken van meer algemeenen aard, zoodat bijeenvoeging 
ervan met stukken van bizonderen aard ongewenscht moest 
worden geacht. Eene nadere argumentatie hiervoor schijnt dan 
ook overbodig. 

De dossiers, bundels en serieën van stukken, die na deze 
uitschifting overbleven, liet ik te zamen en ordende ze alpha- 
betisch naar de behandelde onderwerpen, zoodat de weg daarin 
zeer gemakkelijk is te vinden. Eene verdere splitsing scheen 
mij overbodig, tenzij dat deze ten gevolge zou hebben, dat b.v. 
alle stukken betrefiende de belastingen, alle stukken betrefifende 
het drostambt, alle stukken betrefiende de bezittingen en dergelijke 
categorieën tot afzonderlijke rubrieken zouden worden verheven. 
Voorshands scheen mij echter hiervoor geen noodzakelijkheid 
te bestaan, terwijl ook volgens de oude inventarissen het aan- 
brengen van dergelijke rubrieken niet geboden wordt. Mocht 
tijdens het gebruik van de voorloopige inventarissen zulk eene 
afscheiding gewenscht blijken, dan zal deze worden aangebracht, 
wat zonder groote moeite kan geschieden. Alleen in de plaatsing 
der stukken en in de nummering behoeft dan eene wijziging 
te worden aangebracht. 

Onderscheid te maken tusschen dossiers en bundels eenerzijds 
en serieën anderzijds scheen mij onpractisch, omdat dan van 
elkander zouden worden verwijderd stukken, die nauw samen- 
hangen. Zoo zouden b.v. de stukken betrefifende de invoering 
der grondschatting tot de dossiers en bundels, de registers der 



412 

grondschatting daarentegen tot de serieën moeten worden gebracht. 
Hetzelfde zou het geval zijn met de stukken betreffende de 
goedschatting, het haardstedegeld en meerdere. Dat oudtijds een 
dossier-kast heeft bestaan, mag m. i. in dezen niet te zwaar 
wegen: men beoogde slechts eene goede manier van berging, 
waarin thans op andere wijze kan worden voorzien. Evenals 
men thans de charters niet in eene afzonderlijke rubriek ver- 
eenigt, ofschoon zij afzonderlijk geborgen worden, mogen de 
dossiers en bundels niet in een afzonderlijke rubriek worden 
bijeengebracht, omdat zij oudtijds afzonderlijk werden geborgen. 
Evenals de charters behooren zij in den inventaris te worden 
opgenomen, ter plaatse waar zij het best in verband met de 
andere stukken worden geplaatst. 

Zoo zijn de archieven van Ridderschap en Eigenerfden en 
Drost en Gedeputeerden en de hun opgevolgde colleges en amb- 
tenaren (behoudens de bovengenoemde kleine uitzonderingen) 
thans alle geïnventariseerd, alle inventarissen zijn gecollationeerd, 
de stukken zijn alle naar die voorloopige inventarissen genum- 
merd en geborgen. Toelichtende noten moeten nog worden aan- 
gebracht, om den gebruiker den weg in de inventarissen zonder 
bezwaar te doen vinden en hem op de hoogte te stellen van de 
opvolging der verschillende besturen en van de aan die besturen 
verknochte functiën. 

Een aanvang werd gemaakt met de beschrijving van het 
archief Dikninge, welke in den loop van 1904 zal gereedkomen. 

Eveneens werd begonnen de inventarisatie van het huisarchief 
van Batinge, in 1903 in bruikleen ontvangen. Ook deze inven- 
taris moet in 1904 worden afgewerkt, evenals die van enkele 
kleine archieven, in het depot berustende. 

Vermeldde ik in mijn vorig verslag de beschrijving van de 
schultengerechtsarchieven, het scheen mij practisch ook deze 
archieven voor bezoekers toegankelijk te maken door het ineen- 
zetten van den inventaris. Immers het is nog onzeker, of de 
oude gemeente-archieven zullen verhuizen naar de rijksdepóts. 
Daarop de ineenzetting van den inventaris te doen wachten, 
waar zelfs het tijdstip onbekend is, waarop misschien die over- 
brenging zal geschieden, scheen onpractisch. Wordt hiertoe te 
eeniger tijd overgegaan, dan behoeft geen omwerking van den 
inventaris, slechts eene invoeging der aangewonnen stukken en 
eene vernummering der reeds in den inventaris omschreven 
stukken daarvan het gevolg te zijn. De inventaris is dus ineen- 
gezet, van toelichtende noten voorzien, en in het net geschre- 
ven en gecollationeerd. Ook de nummering der stukken naar 
dien inventaris is afgeloopen. 



413 

VI. In druk uitgegeven beacheideny behoorende tot het archief» 

Evenals vorige jaren werd ook in 1903 voor sommige opstel- 
len in den Drenthschen volksalmanak gebruik gemaakt van 
bescheiden in het rijksarchief in Drenthe, terwijl in enkele dier 
opstellen stukken geheel of gedeeltelijk werden opgenomen. 
Bizondere publicatiën, die meer uitvoerig vermeld behooren te 
worden, vonden echter niet plaats. 

VII. Aanwinsten en verliezen. 

In den loop van het jaar werd mijne aandacht gevestigd op 
het feit, dat het provinciaal museum van oudheden in bruikleen 
had ontvangen het oud-archief van het grootschippersgilde te 
Meppel. Deze concurrentie scheen mij bizonder ongeschikt Archief 
en museum zijn twee geheel verschillende begrippen. Er kan 
dus eene volkomen zuivere scheiding tusschen beide bestaan. 
En dit behoort ook het geval te zijn. Daarom vestigde ik Uwer 
Excellentie's aandacht op dit ongewenschte feit. Dank zij Uwe 
tusschenkomst bij Gedeputeerde Staten dezer provincie werd 
het bedoeld archief in bruikleen verkregen voor het depot van 
's rijks archieven. 

Van veel grooter omvang en van veel meer belang was eene 
andere aanwinst. De heer W. C. M. R. baron van Heeckeren 
van de Heest te Zutphen bood aan, het huisarchief van Batinge 
in bruikleen af te staan aan het depot onder mijn beheer. Het 
behoeft geen betoog, dat dit aanbod dankbaar werd aanvaard. 
Spoedig volgde de toezending, twee flinke kisten vol. Gelijk ik 
boven reeds opmerkte, is eene beschrijving aangevangen, in 1904 
zal misschien de inventaris gereed komen. Te meer was ik inge- 
nomen met dit archief, omdat Drenthe zoo bitter arm is aan archie- 
ven over het algemeen en aan huisarchieven in het bizonder. 
Eene voorloopige kennismaking met het archief deed zien, dat 
ook vele stukken betreffende Overijssel daarin aanwezig zijn, 
waarschijnlijk in verband met den overgang van Batinge van 
afstammelingen van drosten van Salland jonker Hidde van 
Voerst toe den Hagenvoerde en Bergentheim en Rutger van 
Haersolte tot Haerst) op de familie van Heeckeren. 

Aan het Classicaal Bestuur van Assen werd een uittreksel 
gegeven van den inventaris der kerkelijke archieven berustende 
in het depot onder mijn beheer, voorzoover de daarin omschreven 
stukken afkomstig waren uit het archief der classis Roldana (de 
oude naam voor de tegenwoordige classis Assen). Tevens zou 
eene uitvoerige acte van inbruikleengeving worden opgemaakt 
in allen vorm, gezegeld en geregistreerd. In verband met den 



414 

over de kerkelijke archieven gevoerden pennestrijd achtte het 
classicaal bestuur de eenvoudige acte, die indertijd was opgesteld, 
niet zeker genoeg meer. Nadat eenige maanden geleden omtrent 
den vorm der acte overeenstemming was verkregen tusschen 
genoemd bestuur en mij, heb ik echter niets meer van de zaak 
vernomen. 

Volgens de indertijd door mij, na machtiging van Uwe Excel- 
lentie, met Gedeputeerde Staten dezer provincie gesloten over- 
eenkomst is op 1 September 1903 de overbrenging begonnen 
naar 's rijks archief-depót van de archieven van den Gouverneur 
en den Commissaris en van de Gedeputeerde Staten tot 1851. 
Tot in October hield deze overbrenging aan, zoodat ik eerst op 
17 October aan Gedeputeerde Staten het proces-verbaal ter 
teekening kon zenden. Van te voren had door mijn amanuensis 
met een ambtenaar der provinciale griflBe de collatie der over- 
gebrachte stukken plaats gevonden. Onder de overbrenging 
opgedane ondervinding deed mij echter besluiten bij de toezen- 
dmg van het procesverbaal mijne verantwoordelijkheid uit te 
sluiten met betrekking tot mogelijk ontbrekende stukken. Eenige 
weken lang heeft de plaatsvervangende bode zich reeds beijverd 
eenige orde aan te brengen in den ontvangen chaos. De volgorde 
der stukken bij de verbalen en notulen is immers geheel ver- 
stoord en zelfs worden bij sommige notulen stukken van andere 
maanden of andere jaren gevonden. G^ruimen tijd zal het vor- 
deren om al die' stukken weder in goede orde hersteld te hebben 
en daardoor veel tijd bij eventueele nasporingen uit te sparen. 
Jk meende den plaats ver vangenden bode hiermede zijn tijd te 
mogen laten korten, doch sedert de bode zijne werkzaamheden 
heeft hervat en zijn plaatsvervanger verdween, moest wederom 
worden opgenomen de verzorging van de oude rijksarchieven. 
Mijn voornemen is nu om telkens, wanneer een of ander stuk 
uit de nieuwe archieven moet worden gebruikt, de andere 
stukken van denzelfden datum in de behoorlijke volgorde te 
doen leggen, opdat zoo langzamerhand alles weder op zijne plaats 
kome te liggen. Ook voor de materieele verzorging werden kleine 
voorzieningen getroffen. Doch eerst wanneer de rijksarchieven 
de groote zorgen kunnen ontberen, zal stelselmatige verzorging 
dezer provinciale archieven kunnen plaats hebben. 

Bij de overbrenging dezer archieven kwam ook naar mijn 
depot een bundel stukken van vóór 1818 betreffende de kas 
ad pios usus. Deze behoorden natuurlijk, volgens de regeling van 
1879, toen de Staten hunne oude archieven afstonden aan het 
Rijk, in mijn depot. Ten vorigen jare, toen ik eenige oude 
stukken ten gouvernemente ontdekte en afstand daarvan aan 
's Rijks archief met den griffier der Staten besprak, oordeelde 



415 

deze een bepaald besluit van Gedeputeerde Staten te verkiezen, 
wat geene moeilijkheden zou opleveren. Dit is toen geschied, 
de stukken werden in eigendom overgegeven. Daarom meende 
ik thans denzelfden weg te moeten inslaan. Onder herinnering 
aan hun besluit van het vorig jaar, verzocht ik dus van 
Gedeputeerde Staten afstand van den bewusten bundel. Tot 
mijne groote verwondering ontving ik nu evenwel de mede- 
deeling, dat bij genoemd college bezwaar bestond tegen de 
gevraagde afgifte. Naar mijne meening is dit eene onjuiste 
uitlegging van de in 1879 tusschen Uwer Excellentie's ambtsvoor- 
ganger en dat college gevoerde briefwisseling over den afstand 
aan het Rijk van de oude archieven. Immers het is mij niet 
bekend, dat deze stukken toen werden uitgezonderd. Gewenscht 
zou het mij daarom voorkomen, wanneer zij weder met het 
oud-archief konden worden hereenigd. 

VIII. Uitslag der pogingen om afschriften te verkrijgen enz. 

In het afgeloopen jaar werden mij geene stukken bekend in 
andere depots, waarvan een afschrift voor het Drenthsch depot 
gewenscht was. 

IX. Het gebruik van het archief gemaakt door en inlichtingen 
verstrekt aan autoriteiten en particulieren, 

Aan den heer F. A. Hoefer te Hattem werd mededeeling 
gedaan van het besluit van Ridderschap en Eigenerfden d.d. 
8 Maart 1698, houdende vaststelling der 18 havezaten, die tot 
ver^genwoordiging in genoemd college gerechtigd zouden zijn; 
en van* de ligging der havezate Dunninge. 

De directeur van het krijgsgeschiedkundig archief zond mij 
een proefvel van het door hem ontworpen Repertorium, met 
verzoek mijne opmerkingen daaromtrent mede te deelen. Hieraan 
is gevolg gegeven. 

De archivist der New- York State Library verzocht inlichting, 
of de bijnaam Poest van zekeren Jan Barentsz. Wempe, die 
zich omstreeks 1645 vestigde in de kolonie Rensselaerswijck 
te Albany, afgeleid kon worden van Peest onder Norch. Hoe- 
wel in een paar aardrijkskundige woordenboeken in een 
bepaalden druk de naam Poest wordt opgegeven als variant 
van Peest (1), moest ik antwoorden, deze variatie nimmer te 



(1) -S. Gille Heringa. Aardrijkskundig Handwoordenboek van Neder- 
land, 3® druk, en P. H. Witkamp. Aardrijkskundig woordenboek van 
Nederland, Nieuwe Uitgaaf. 



416 

hebben ontmoet, en dat ook een speciaal onderzoek geen licHt 
had gegeven. 

Mr. H. J. van der Poel Hiddingh te Arnhem ontving 
aanwijzing van enkele voorzaten, die hem bij zijn nasporingen 
onbekend gebleven waren. 

Aan den Commissaris der Koningin kon een tamelijk uit- 
voerig rapport worden ingezonden ten behoeve van de Tentoon- 
stelling van 't Kind te St. Petersburg. Ware de aanvraag niet 
ontvangen, kort voordat ik met verlof de stad verliet, dan had 
een uitvoeriger onderzoek kunnen plaats vinden. 

Aan den Rijksarchivaris in Noordbrabant werden medege- 
deeld de voorwaarden, waaronder de archieven van den gou- 
verneur, den commissaris en de Gedeputeerde Staten tot 1851 
zijn overgenomen. 

Aan den Commissaris der Koningin werd ten behoeve van 
den Advocaat-fiscaal der land- en zeemacht afschrift verstrekt 
van de verkoopconditiën van Kloosterveen dd. 1771. 

Een onderzoek in de nieuwe archieven voor denzelfde naar 
den aankoop van grond aan 't Asser vaartje in 1846 door 
Mr. L. Oldenhuis Gratama leverde geen resultaat. 

Bovendien werden op verschillende andere vragen inlichtingen 
verstrekt. 

De krijgsgeschiedkundige nasporingen werden verricht door 
den 1^*®" luitenant J. J. Wittermans, alhier in garnizoen, die 
zich bepaaldelijk bezighield met de gebeurtenissen in het laatst 
der 18^® eeuw, en daarenboven vele stukken uit Meppel en 
Hoogeveen op mijn archief ten gebruike ontving. Daarna heeft 
hü beide genoemde gemeenten bezocht om zijn onderzoek aldaar 
af te sluiten. 

De heer J. M. van Kuyk te Assen deed onderzoek naaf de 
opdracht van het erfstadhouderschap van Drenthe aan Willem V; 
de heer W. Koops te de Wijk verkreeg inlichtingen omtrent de 
beteekenis van een steenen wapenschild in den gevel van het 
café van den heer Hogenkamp te de Wijk. 

Vele stukken werden in het afgeloopen jaar tijdelijk op mijn 
archief gedeponeerd ten behoeve van verschUlende belangd 
hebbenden 

Zoo zond de Koninklijke Bibliotheek een paar incunabelen 
ten gebruike van Dr. G. Visser; voor den luitenant belast met 
de krijgsgeschiedkundige nasporingen ontving ik, gelijk ik reeds 
zeide, stukken uit de gemeente-archieven van Hoogeveen en 
Meppel ; voor Dr. G. C. N. de Vooys handschriften en incunabelen 
uit de Koninklijke Bibliotheek en de bibliotheek van het semi- 
narie te Mechelen. Voor eigen gebruik gewerden mij handschriften 
uit de Arnhemsche stedelijke bibliotheek, de Utrechtsche uni- 



417 

versiteitsbibliotheek, het rijksarchief in Utrecht, de Koninklijke 
Bibliotheek en het gemeente-archief van Zieriksee. De rijks- 
archivaris in Utrecht had mij namelijk inzage verstrekt van 
een afschrift van stukken dd. 1298 en latere jaren betreffende 
de geestelijke rechtspraak te Zieriksee, indertijd vervaardigd 
door prof. Bondam. Bij navrage bleken eenige dezer stukken in 
originali te berusten in het gemeente-archief van Zieriksee, 
waarmede ik mijn ambtgenoot in utrecht in kennis stelde, 
opdat hij ze zou kunnen gebruiken ten behoeve van 't oorkon- 
denboek van 't Sticht. Over 't algemeen zijn onze gemeente- 
archieven niet zoo ruim voorzien van middeleeuwsche stukken, 
dat niet de aanwezigheid ervan vermelding zou verdienen 

X. Uitslag der bemoeiingen met gemeente-, waterachapa- en 

andere archieven 

Bij de regeling der Staten-archieven trof ik aan enkele stukken, 
die blijkens opschrift door den burgemeester van Smilde in 1833 
ontleend waren aan het „prothocol van verkoping der venen". 
Zulk een protocol berust niet in het rijksarchieidepót. De burge- 
meester van Smilde had de afschriften gewaarmerkt te Smilde. 
Hieruit moet dus volgen, dat het protocol indertijd in het 
gemeente-archief van Smilde berustte. Op mijn verzoek heeft de 
burgemeester aldaar een onderzoek in het archief zijner gemeente 
ingesteld, doch zonder uitslag. Ook kon hij geene inlichting 
geven, op welke wijze vermoedelijk dat protocol uit het archief 
was verdwenen. 

Dit wijst wederom op de noodzakelijkheid, dat nauwkeuriger 
dan tot nu toe toezicht worde uitgeoefend op de gemeente- 
archieven. Niet alle plaatselijke besturen toch hebben voldoende 
zorg voor hunne archieven. En, wanneer vele stukken zijn 
verloren gegaan, wordt betreurd, dat het bewijs voor verschillende 
rechten niet meer kan worden geleverd. In verband daarmede 
schijnen in deze provincie twee wegen open te staan: öf de 
gemeentearchieven te doen inventariseeren door samenwerking 
van de plaatselijke besturen en den rijksarchivaris, van de 
inventarissen een dubbel te deponeeren in 's rijks archiefdepót 
en den rijksarchivaris een geregeld toezicht op te dragen, ofwel 
de oude archieven, die niet of zelden geraadpleegd worden te 
doen verhuizen naar 's rijks archiefdepót en met de nieuwe te 
handelen als is gezegd. 

De Rijksarchivaris in Drenthe, 

Assen, Februari 1904. Joostinq. 

XI 903) 27 



418 



Het Rijksarchief in Limburg. 



I. Toestand der beivaarplaata van het archief. 

Door des winters een groot gebruik te maken van brandstoffen 
en des zomers door het openzetten van deuren en vensters voor 
de zomer warmte en versche lucht, wordt zooveel mogelijk de 
vochtigheid geweerd. 

Gelijk ik de eer heb gehad Uwe Excellentie mede te deelen, 
komt er in dit Rijksarchief ruimte te kort om al de archieven 
behoorlijk te bergen, en dit gebrek aan ruimte zal zich nog 
meer doen gevoelen, als, gelijk er hoop bestaat, de Limburgsche 
archivalia thans berustende in het Kon. Pruissisch Staatsarchief 
te Dusseldorf hierheen zullen zijn overgebracht. 

Verder was een portierswoning hier dringend noodzakelijk; 
het gemis daaraan doet zich hoe langer hoe meer gevoelen, 
onder anderen wegens de baldadigheden aan dit monumentaal 
gebouw gepleegd, zoo van de straatzijde als van de belendende 
kazerne, die een voortdurend toezicht onmiddellijk uit het ge- 
bouw zelf noodzakelijk maken. 

II. Toestand der reddings- en brandblvschmiddelen. 

Deze bevinden zich in bevredigenden toestand, die tot geene 
verandering of vermeerdering aanleiding gaf. De bliksemafleider 
werd op tijd geprobeerd. Door bordjes is aangewezen, waar zich 
de brandbluschmiddelen en brandzakken tot berging der docu- 
menten bevinden. 

III. Toestand der archiefverzamelingen, 

In het afgeloopen jaar werden wederom van portefeuilles voor- 
zien vele dossiers processtukken, in 1884 overgenomen van de 
griffie der arrondissements-rechtbank alhier en afkomstig van 



419 

de oude schepenbanken ; voor dat doel werden vele nieuwe 

portefeuilles vervaardigd. Ook werden de in den loop van het 

jaar ingekomen archieven en bescheiden grootendeels in porte- 
feuilles gepakt. 

IV. Werkzaamheden en voortgang der inventarisatie 
en ordening van het archief, 

In de eerste plaats moet ik Uwe Excellentie wederom ver- 
melden, dat, gelijk uitvoeriger uit Hoofdstuk V en VIII blijken 
zal, dit jaar de verstrekte inlichtingen zeer menigvuldig zijn 
geweest en veel tijd hebben ingenomen ; de vragen, die men 
aan ons richt zijn dikwijls moeielijk te beantwoorden en geven 
aanleiding tot nazoeking in allerlei archiefverzamelingen. 

Verder werden door mij op vele plaatsen archivalia geschift, 
en na overbrenging in dit Rijks-archief, summier geordend 
en geïnventariseerd, hetwelk ook het geval was met de vele 
archivalia, die aan dit Rijks-archief werden ten geschenke 
gegeven of gekocht, gelijk uit Hoofdstuk VI blijkt. 

Met het schiften en inpakken der verschillende archivalia, 
afkomstig van de oude schepenbanken van het arrondissement 
Maastricht, een verwarde massa van duizenden fragmenten van 
dossiers en bundels, werd door den heer commies-chartermeester 
voortgegaan (zie mijn jaarverslag over 1899). Bij deze gelegen- 
heid werden wederom de dossiers processen, afkomstig van de 
schepenbanken der gemeenten, die thans Belgisch of Pruissisch 
zijn, afgezonderd, met het oog op een eventueelen ruil met 
België en Pruissen. 

Voorts werd door mij begonnen met het catalogiseeren der 
belangijke handbibliotheek van dit archief, rijk vooral aan 
werken van genealogie, heraldiek, oudheidkunde, plaatselijke 
geschiedenis en oude liturgie, ook in betrekking tot Limburg. 

V. In druk uitgegeven bescheiden, behoorende tot het archief, 

In de „Publications de la Société historique et archéologique 
dans Ie duché de Limbourg", dl. XXXIX, Maastricht Leiter- 
Nypels, 1903. 8^ : 

Door den Heer Dr. P. Doppler, commies bij dit Rijks- 
archief: 

Schepenbrieven van St.-Servaas-kapittel te Maastricht p. 
273—376. 



^ I 



420 

La croix sépulcrale de Geldulphe, prévót de Téglise Saint- 
Servais k Maestricht, datant du XP siècle et retrouvée encette 
église Ie 31 aöut 1903. 

Door den Zeer Eerw. Heer H. P. H. van Hasselt O. S. Cr. 
en directeur van het College te Maeseyck : Geschiedenis van het 
klooster der Kruisheeren te Maastricht, p. 3—137. 

Door den Hoogwelgeb. Heer Baron G. von Geusau, griffier bij 
de arrondissements-rechtbank alhier : 

De politieke indeeling van Limburg, 1794—1839, p. 139—271. 

Door den Weled.gestr. Heer Mr. J. J. de Wit, rechter in de 
arrondissements-rechtbank alhier : Een heksen-proces, gevoerd 
te Limbricht in de zomermaanden van 1674, pag. 413 — 428. 

In „de Maasgouw", orgaan voor Limburgsche geschiedenis, 
taal- en letterkunde, 25e jaarg. 1902, verschenen de volgende 
artikelen, die geheel of gedeeltelijk aan dit Rijks-archief zijn 
ontleend, of waarvoor althans daarvan is gebruik gemaakt. 

Door den heer Dr. P. Doppler: . 

De erf making van Frans Arnold, markgraaf van Hoensbroeck 
en zijne echtgenoote Maria Anna Sophia van Schönbom, p. 13. 

Magistraat te Meerlo, p. 21. 

Door den Heer Jos. M. H. Eversen, Adjunct-commies bij dit 
Rijks-archief: 

Chroniek der stad Maastricht samengesteld door Ludovicus 
Franciscus Loyens, griffier bij het Luiksch Hooggerecht te Maas- 
tricht, p. 3-4, 6—8. 10-12, 14—16, 18-20, 22—24, 30-32, 
34_36, 38-40, 43—44, 46—48, 51—52. 

Réfugiés van het adellyk klooster St. Gerlach te Houthemop 
de Brusselsche straat te Maastricht, p. 9—10. 

VI. Aanmnaten en verliezen, 

A. Aanwinsten. 

a. Archieven. 
I. Door geschenk: 

van den Weled.geb. Heer G. Regout, kasteel Vaeshartelt 
onder Meerssen: 



r 



421 

Maastricht. 

15® eeuw. — Register, bevattende privilegiën en bescheiden 
betreffende Maastricht. In 4*^. 

St. Jacobskerk te Maastricht. 

1671 en volgende jaren. — Ontvangstregister van het beneficie 
van O. L. Vrouw in de kerk van St. Jacob voor Nicolaas 
Gerardus Brants, door A. C. Thelen. 8°. obl. 

Postmeester van den Keizerlijken Turn- en Taxisschen 

post te Roermond (de Bors). 

Register van ontvangst van brieven, pakketten, en bodeloon. 
Folio. 

Heerlijkheid Neer. 

1726 — 1727. — Geschillen tusschen den pandheer, den kanonik 
de Schell te Luik, en de gemeente. In 1 portef. 

Itteren en Meerssenhoven. 

Schepenbank. 

1707-1792. — Gedingen. Fol. 

1732. Aenbrengboeck (bunder- en belastingbbek). Fol. 

17® en 18® eeuW. Opdrachten, l bundel. < nortefeuille 

17® en 18® eeuw. Processen. Eenige dossiers. ^ 

Archief der Heeren. 

Circa 1445. Cijnsboekje van Meerssenhoven (in duplo). KL 4^. 

1498. 

1510. 

1539. 

1549. 

1557. 

1558. „ „ „ (fragment). 

1562. „ „ „ KI. 40. 

1574. 

1612. 

1613. 

1614. 

1615. 

1617. 

1621. 

1623. 



)) 


JJ 


7) 


ï> 


J) 


)J 


5) 


J) 


J> 


» 


?J 


)) 


?ï 


» 


J5 


» 


11 


)> 


)> 


» 


>1 


n 


»? 


5) 


',1 


» 


)J 


)) 


» 


J> 














» 


J> 






» 


ï> 






ï) 


J) 






« 


n 






« 


8°. 1 


Dblong. 




)J 


80. 


II 




1> 


KI. 


40. 



422 

1625. Cijnsboekje van Meerssenhoven. KL 4*^. 

1628. 

1629. 

1630. 

1665. 

1684—1736. 

1736—1749. 

18® eeuw. 
18® eeuw. Rentregister van alle erfcijnzen of erfpachten, die 
jaarlijks op St. Stevens- en Maria-Magdalena-dag van Itteren en 
andere plaatsen op het adellijk Huis Meerssenhoven geleverd 
worden. 4^. 

Oorkonden (waar niet het tegendeel is vermeld op perka- 
ment). 

1460 September 4. Brief van Wijnant van Gorten bach, voogd 
van het land van Valkenberg en het land van Meerssen, en 
schepenen van de bank van Meerssen, waarbij Jonker Willem, heer 
te Ysenborch en grave te Wiede, als man van Philippa van 
Loyne, dochter te Heynsberch, voor zijne vrouw, de erfgoederen 
van Meerssenhoven, die door Johan van Loyne, heer teHeyns- 
bergh waren bezeten, in bezit neemt en wederom opdraagt aan 
Jaeck de Moremij s. 

Zegels verloren. 

1460 September 4. Brief van den schout van den Proosten 
de Proostdij van Meerssen endenhof van Meerssen en schepenen 
van dezen hof, waarbij Jonker Willem, heer te Ysenborch en 
grave te Wyede, als man van Philippa van Loyne, dochter te 
Heynsberg, voor zijne vrouw de erfgoederen van Meerssenhoven, 
die door Johan van Loyne, heer te Heynsberg, waren bezeten, 
in bezit neemt en wederom opdraagt aan Jaeck de Moremeys. 

Zegel van den schout verloren, dat van de schepenbank 
geschonden. 

1482 (?) Maart 25. Wysdom van de schepenen van Itteren 
over de erfopvolgers in de heerlijkheid van Itteren, ten verzoeke 
van den heer Johan Moriamez, aanvangende bij Daem van 
Berghe tot aen Engelbert van Nassau. 

Zegel van Wijnand van Gortenbach, voogd des lands van Valken- 
berg — die op verzoek der schepenen, wijl zij geen schepenbanks- 
zegel hadden, zegelde — verloren. 

1498 Augustus 20. Overdrachtsbrief (1) ^ener rente van 



(1) In den brief is kwestie van «verkoop». 



] 



423 

65 Rijnsche guldens erfrente door Jacob van Moriamijs, ridder, 
heer tot Mertzenae (Meer ssenho ven) zijne vrouw Margareta (van 
Heynsberg) en hun zoon Jacob, aan Catharina Baest, weduwe 
van Goert van Wailhoven. 

1 zegel verdwenen, 1 zegel geschonden. 

1505 Augustus 1. Brief van Stadhouder en ;laten van het 
laathof van „Wyeder guet", toebehoorende Joncker van Ghoir, 
waarbij Johan Pellen aan Gielis, zijnen broeder anderhalff bunder 
land onder Itteren opdraagt. 

Zegel van den schout behouden, dat van de schepenbank van 
Itteren, waarmede de brief bezegeld is (omdat de laatbank géén 
zegel had) verloren. 

1516 Mei 26. Attestatie van het kapittel van St. Servaas te 
Maastricht, dat Thomas de Oppen, priester-kapellaan van dit 
kapittel, als testament-uitvoerder van Joannes de Heynsberg, 
deken van St. Martinus te Luik, en kanonik van voornoemd 
kapittel van St. Servaas, op verzoek van Catharina de Vlodrop, 
vrouw van Boernhem en Ophaeren, onder eed verklaard heeft, 
dat hij in de nalatenschap van voornoemden kanonik geen 
papieren de goederen van Meerssenhoven of eene rente van 
50 gulden betreffende, had aangetroffen, wel elders perkamenten 
brieven had gezien, welke hij had overgeschreven, betreffende 
den heer van Nassauwe en Joncker Jacobus Moriamus, o. a. 
dat de laatste van den eerste de goederen van Meerssenhoven 
met alle aanhoorigheden had gekocht voor eene zekere som 
gelds, doch dat deze zich eene rente op deze goederen voor- 
behield van 50 gulden, af te lossen met 1000 gld., welke brieven 
met afschriften hij had teruggegeven aan Jonker Henricus Moer 
de Walden, die ze hem had gegeven. 

Latijn ; zegel van het kapittel geschonden. 

1517 November 28. Verdrag tusschen Kathrijn van Vlodrop, 
vrouw tzo Bornheim en tzo Haren, weduwe tzo Norvenych ter 
eenre en Dederich van Leraede, als man en voogd van Anna 
de Moriamus over 50 Rijnsche guldens losrente, afkomstig van 
een heer van Nassauw en door haar verkregen in haar weduwen- 
staat van Wijnant Masche»eel, drost te Breda, welke de kinderen 
en erven van Moriamus tzo Mertzenhoeven ten eeuwigen dagen 
betaalden. 

Zegel van Diederich van Lerode verloren, dat van Kathrijn 
van Vlodrop behouden. 



424 

1520 Mei 6. Brief van Heynrich van Nassauw, heer tot Reyner- 
steyn en Margaretha van Moriamis, zijn vrouw, verklarende 
de overdrachten van Meerssenhoven met toebehooren, 1514 Juni 27 
en 1514 Juni 24 gedaan voor het gerecht van Bergh, van waarde 
te zullen houden. 

Zegel bijna geheel verloren. 

1525 Augustus 25. Schepenbrief van Sant Vyt, bevattende 
dat de erven van Johan Neerynck, momboir van het Heilig 
Kruis-Hospitaal, eene rente van 5 gulden hadden verkocht aan 
voornoemd Godshuis. 

Blijkens verklaring in dorso, 1593 Juli 24, is deze rente afge- 
lost door de gebroeders Dederich en Hans Adam van Zievelle. 

Hoogduitsch ; zegel verloren. 

1542 Mei 27. Vonnis van den Raad van Brabant in een 
proces tusschen Jacob van Moriamez en zijn schoonbroeder 
Dierick van Lyerode betrekkelijk het huis van Meerssenhoven 
en waarbij de eerstgenoemde niet wordt ontvankelijk verklaard 
in zijn eisch en in de kosten veroordeeld. 

Zegel verloren. 

1557. Schepenbrief der schepenbank van Itteren, toebehoorend 
aan DiederycK van Leroyde, waarbij Goert Baertscerders in de 
Plateelstraat te Maastricht, overdraagt een mud rogge erfpacht, 
gevestigd op goederen der erfgenamen van Jonker Jacop van 
Moriame en van dezen gekocht, aan Diederyck de Lerode 
voornoemd. 

Met zegel van den schout en van de schepenbank. 

1559 Mei 22. Vergunning van den Raad en leenhof van 
Brabant te Brussel, aan Dierick van Leyerode, om bij testament 
over zijne goederen te mogen beschikken. 

1559 November 20. Overeenkomst tusschen Christoflfel Braunn 
von Schmittpurgk en Johanna van Rahier, echtelieden, ter 
eenre en Hans Adam van Zievell en Anna Katharina Braunn 
von Schmittpurgk, zuster van voornoemden Christoffel aan de 
andere zijde. 

Op papier, met 5 zegels. 

1571 November 23. Schrijven van deken, vice-deken en kapit- 
tel van St. Servaas te Maastricht aan voogd, schout en schepenen 
van de dingbank Meerssen, om de zaak van hun mede-broeder 



425 

Dierick van Leeraedt, heer tot Itteren, die door Willem van 
Bouke, momboir van Ricalt van Merode, heer tot Pietersheim, 
was gedaagd voor hun gerecht, als zijnde een pereoneele actie, 
niet te trekken voor dit hun gerecht, maar over te laten aan 
de jurisdictie van het kapittel, daar de kanoniken van St. Ser- 
vaas en hun suppoosten exempt waren van alle rechterlijke 
jurisdictiën. 

Zegel des kapittels geschonden. 

1572 Januari 11. Brief van den schout van den proost van 
Meerssen en schepenen des Konings van Spanje, als heer des 
lands van Valkenberg te Meerssen, waarbij Johan van Gurtze- 
nich, schepen van Aken, met zijne echtgenoote Maria van Or^ 
beeck, overdraagt, gicht, goedt en transporteert ten behoeve van 
Wilhem van den Bongart, heer tot ter Heyden, en Maria van 
Eynatten, zijne vrouw, eene jaarlijksche erfrente van 32 gulden 
en 6 stuivers Brab. die Johan voornoemd van wege zijne echt- 
genoote bij scheiding en deeling zijn aangevallen, te beuren uit 
den hof tot Vleeck bij Meerssen, geheeten Oirsbeckxshof. 

Het zegel van den schout over, doch versleten. In dorso : 1614, 
Maart 10. Schepenbrief van Meerssen. Overdracht dier rente aan 
Wijnant van Imstenradt, heer tot Mheer. 

1585 Mei 21. Brief van het Leenhof van Valkenberg, mel- 
dende, dat de voogden van Isabella Weertz ten behoeve van 
Mathijs van den Weyer, Margriet, zijne echtgenoote en hunne 
kinderen, gerenuntieerd hebben op hare rechten op eene hofstede 
Udeckhoven (üyckhoven) onder Reeckheim gelegen, zijnde een 
leen van Valkenberg. 

Zegels der twee leenmannen over (een onkenbaar), dat van den 
stadhouder Werner Huyn van Amstenrade verloren. 

1596 Juli 23. Bevel van den Raad van Brabant te Brussel 
aan den eersten deurwaarder om uit te voeren een vonnis van 
dien raad 13 Juli 1596 gewezen, in zake tusschen Adam Broun 
en Margaretha Roben, impetranten of gevoegden in materie van 
reïntegratie en supplementen ter eenre en Willem van Horion, 
heer van Ordingen, ter andere zijde, die gehuwd was met Sophia 
van Billickhuysen, gedaagdie. 

Zegel bijna geheel verdwenen. 

1604 December 20. Ordonnantie van den Raad van Brabant 
te Brussel aan den eersten deurwaarder, om het vonnis uit te 
voeren, gewezen 9 December 1604, in zake Willem van Horion, 



/ 



426 

heer van Ordinghen, Buppliant in materie van liquidatie ter 
eenre en Hans Adam van Tzievel en consorten ter andere zijde. 

Zegel geschonden. 

1610 Augustus 20. Ordonnantie van den Raad van Brabant 
te Brussel aan den eersten deurwaarder, op supplicatie van 
Joncker Hans Adam van Tzevell, inhoudende, dat hij 9 Dec. 
1604 van voornoemden Raad vonnis had bekomen tegen Jr. 
Willem van Horion, heer van Ordingen, waarbij o. a. bepaald 
was, dat het dorp, de hooge, middelbare en lage heerlijkheid en 
jurisdictie van Itteren, alsmede het huis en de hooge, 
middelbare en lage heerlijkheid van Meerssenhoven met alle 
cijnzen, keuren, pachten, goederen en bosschen, voor twee der- 
den zouden zijn voor den suppliant ; waarna de suppliant zich 
in de reëele possessie heeft doen stellen en een stuk land doen 
akkeren, waarvan Jr. Hans Georgië van Bellickhöflfen, zoon van 
Bertrand, wonende onder Gulik, met zijn pachter de vruchten 
heeft doen wegvoeren, in welke ordonnantie den deurwaarder 
wordt opgedragen Jr. Horion te noodzaken, de vruchten terug 
te geven en, zoo hij zich verzet, hem te dagen voor den Raad, 
aan welken wordt opgedragen deze zaak te beëindigen. 

Zegel verloren. 

1645 Januari 31. Brief van de Staten-Generaal, waarbij aan 
Johanna van Cauwenberch, minderjarigejonge dochter van Maas- 
tricht veniam aetatis wordt verleend en toegestaan om hare 
goederen, zoo leen- als allodiaal, zelfstandig te beheeren. 

1654 December 7. Acte van consent door den Raad van State 
te 'sGravenhage aan Juffrouw Jenne Cauwbergh cum suis, om 
den oliemolen op de Jeker, gelegen in de limieten van den Vroen- 
hof, te mogen behouden en gebruiken, mits hetalende zekere 
recognitie aan den rentmeester der domeinen van den Vroenhof. 

Met opgedrukt zegel van den Raad van State. 

1665 December 19. Attest van Maximiliaan Hendrik, bis- 
schop van Luik, meldende, dat zijn wij-bisschop Joannes Antonius 
Blavier te Luik in de kerk der Capucijnen het H. Diakonaat 
heeft toegediend aan Servatius Gisbertus van Cawenbergh, 
kanonik van St. Servaas te Maastricht. 

Met opgedrukt zegel des Prins-bisschops. In fine : «exhibitum 
in Capitulo 5 Januari 1666». 

1695 April 24. Brief van den luitenant-stadhouder van het 



X 



427 

leenhof van Staats- Valkenberg, meldende dat Arnold Paquier, 
als gevolmachtigde van Thomas Linssen, beleend wordt met de 
groote pacht van Hartelsteyn, een grootleen van het leenhof 
van Valkenberg. 

Orig. op perkament met zegel van Johan Heldewier, luitenant- 
stadhouder. 

1724 Februari 21. Consent van den Rade in het Leenhof van 
Brabant te 's Gravenhage en de landen van Overmaas aan Anna 
Georgina, geboren barones van Tzievel, douairière van Boelick, 
vrij-vrouwe der heerlijkheden Meerssenhoven en Itteren, om bij 
testament, .naar goedvinden over haar leengoederen onder de 
jurisdictie van voornoemd Leenhof gelegen, te mogen beschikken. 

Met zegel van het Leenhof. 



1432 Januari 9. Schepenbrief van St. Pieter, waarbij Johan 
Duym voor elf vat rogge, 9 roeden land op den Cruiswech te 
St. Pieter in erfpacht neemt van Gyselbrecht van Montenaken 
van een perceel van 9 roeden, die Gyselbrecht geruild had met 
Driese Coninx voor een evengroot perceel, gepacht van Goird 
Wy nantz en met machtiging van dezen ; aan welken laatste Johan 
Duym de elf vat rogge moest voldoen. 

Drie zegels over. 

1468 September 1. Toustbrief (huurcontract) door de vier 
meesteressen van het begijnhof nabij Maastricht, ten behoeve 
van Jonker Johan Kuende van Vlieck van 8 bunder akkerland 
bij Vleke voor een pacht van 8 malder rogge jaarlijks. 

1561 Februari 27. Schepenbrief van Maastricht, waarbij 
Daniel van Genck, bakker, aan Wilhelm Grooteclaes, zadel- 
maker, een huis in de St. Jorisstraat (Groote Staat) tegenover 
den „windmolen" en het klooster der Predikheeren voor 2925 
gulden in recht van erve overgeeft. 

Zegels verloren. 

(Uit eene aanteekening in dorso blijkt, dat deze brief gediend 
heeft als bewijsstuk in een proces tusschen Gerit Potten, geïnti- 
meerde en Johan van Kestelt, appellant.) 

1571 Maart 2. Schepenbrief van de Boverie te Luik, beoor- 
kondend de overdracht van eene rente van 4 gulden, staande 
op goederen aldaar gelegen, door „Gerard Remey Charton" 



h 



1639 Juni 18. Schepenbrief van Cheratte, meldende de 
opname bij Helken Coenen eenei som van 8130 gulden Bnib. 
ten laete der gemeente Cheratte, om daarmede de noodige 
herstellingen aan de kerk aldaar te laten doen. 
Orig. op perkament. Zegels ïerloren. 

15» — 18» eeuw. Titels van eigendom en recht«n; processale 
stukken betreffende de heerlijkheid Itteren en MeersBenhoven 
enz. In 6 portefeuilles. Ook papieren van &milie's, verwant aan 
heeren van Meerssenhoven uit de 18» eeuw. 



H>46 en volg. Renten- en ervenboek van Peter Tholen. Fol. 

1663 December 6 en volg. Rentenboek van Peter Tholen. FoL 

1657 en volg. Register van erven en renten van Peter Tholen, 
gekocht met zijne vrouw Geertruyt Molepas en door beiden 
uitgegeven. Folio. 

1661 en volg. Register van ontvangst van pachten van Arnolt 
Tholen. Folio. 

1670 en volg. Rekenboek van Peter Tholen. Folio. 

1690 — 1724. Manuaal van ontvangst van goederen, pachten 
enz. van Matt. Floris en Cecilia Tholen, Fol. 

1695 en volg. „Het oud register van wijlen Joufr. Aleydis 
Tholen" (Ontvangstregister). Folio. 

1712. Rekenboek van Maria Sophia Tholen. 4". 

17"22 en volgende. Register van Uechtildis Aleydis Tholen, 
gehuwd met J. L. Olieslagers. Folio. 

1724. Pachtregister van Juffr. Caeeilia Clara Tholen. Folio. 

1724. Pachtregister van Maria Sophia Tholen. Fol. 



1584 en volgende. Raster der goederen van Agnes Beckers, 
weduwe van Ghijsbrecht Cauberch. Folio. 

17;il en volgende jaren, Manuaal voor Maria Sophia van 
Cauwenberch, weduwe de Haene. kl. 4". 



''. f^ 



^ 



429 

1731 — 1765. Pacht- en Rekenboek van Olieslagers. Fol. obl. 

1757. Register van de capitalen en renten, toebehoorende aan 
J. A. Olislagers, Folio. 

1763. Stipael-register der landerijen, panden en erven van 
Johannes Arnoldus Olieslagers, commissaris-instructeur en pen- 
sionaris van Maastricht, gehuwd geweest met Maria Anna de 
Theux. Fol. 

1760—1788. Register van land- en er^achten van den heer 
commissaris-instructeur Olieslagers. Fol. 

1789. Comptes de ménage de la familie Olieslagers de 
Meerssenhoven. KI. 4®. 

1804 en volgende. Rekenboek van de familie Olieslagers van 
Meerssenhoven. KI. 4o. 

1810. Rekenboek van de familie Olieslagers van Meerssen- 
hoven, KI. 40. 

1863— '64 November 1. Rekening van ontvangsten en uitga- 
ven door Louis Leenders aan Mevrouw de weduwe Oliesla- 
gers. Fol. 

1868—1871. Rekenboek (kladboek) van Louis Leenders, rent- 
meester van Meerssenhoven (arbeidsloon voor snoeien van 
boomen). 

1627. Register van deeling van het sterfhuis van de kinderen 
Rave. 40. 



1625— '30. Rekenboek van Peter Jekermans, brouwer. Fol. 



1545 en volgende. Rekenboek; voorin familieberichten van 
de familie Krykels. 4^. 

1588—1700. Rekenboek van inkomsten van Jan Krykels en 
erfgenamen. 4^. 



430 

Rekenboeken van bezitters van Meerssenhoven. 

1551 — 1671. Rekenboek van bezittere van Meerssenhoven. 
Daarachter: Afschrift van documenten betreffende Meerssen- 
hoven. Fol. 

Begin der XVII« eeuw. Huis- en rekenboek, alsmede kroniek 
en genealogische aanteekeningen van een bezitter van Vleeck, 
heer van Meerssenhoven. KI. 4**. 

1659 en volgende. Rekenboek van inkomsten van een heer 
van Itteren en Meerssenhoven. Fol. 

Laatst der 17® en 18® eeuw. Register van goederen en kapi- 
talen van een der bezitters van Meerssenhoven. Fol. 

1725 en volgende. Rekenboek (van een heer van Meerssen- 
hoven?). 4^. 

1727 — '62. Register der renten en erfpachten van een der 
bezitters van Meerssenhoven (in 1726 aangelegd). Fol. 

1799. Particulier rekenboek van een bezitter van Meerssen- 
hoven. Fol. 



Familie van Oirsbeck en Boviers van Oirsbeck. 

1569 — 1667. Memoriaal-boeck van Pieter Boviers en erfge- 
genamen van renten en inkomsten. Fol. 

XVIIe eeuw. Copie van gichten van Servaas Boonen en Jiijne 
vrouw Maria van Oirsbeck onder de hoofdbank Meerssen, door 
Thomas Fabritius schout en schepen te Meerssen. Folio. 

1631 — '39. Memoriaal van Pieter Boviers van Oirsbeck van 
de jaarliiksche agricultura van zijn twee hofsteden te Vliek en 
Raer. Fol. 

1652 — '54. Memoriaal-register van inkomsten der goederen 
van Boviers. KI. 4°. 

1697 en volgende jaren. Register van Henricus Franciscus 
van den Hove, van zijne goederen in het land van Overmaas 
en het land van Luik. KI. 4°. 

1724—1758. Pachtregister van de weduwe Maria Gertrude 
van den Hove. Fol. 



431 

1813. Etat des biens provenant de la süccession de la veuve 
Barthels de Itteren. KI. 4». 



Rekenboeken, onbekend van welke familie. 

Circa 1603 en volgende jaren. Ilekenboek Folio obl. 

1668. „ 12^ 

1669. „ 40. 
1680. „ 40. 
1704. „ 12^ 
1733. „ Folio obl. 



XVI eeuw. Tractatus de regimine sanitatis per . . . Petrum 
de Tupigano. Ms. Fol. obl. 

1736 — '47. Kroniek van een lid der familie Haenen, reis- 
beschrijving. 4^. 

1648. „Berey- en verffboeck", verder gewone rekeningen van 
koop van tarwe enz. Fol. obl. 

Bankrechten van Ucle (België). — Blijde inkomst van den 
hertog van Brabant 1514 (1515) Januari 23 en Additie 151 
April 26. 4«. 

Rentmeester van het land van Valkenberg. 

De volgende registers en bundels zijn op één na van den 
rentmeester Pieter Bovier, zoo van de Konings- als Staten-con- 
tributiën, gedurende het tijdvak tusschen de inname van Maas- 
tricht in 1632 en het partage-tractaat 26 Dec. 1661. 

1626. Register der contributiën van Adriaen de Groot. 

1648. Memoriael van 's Lands onkosten. Folio. 

1649. „ ,, de kosten van retorsiën. Folio. 

1650. „ „ „ ordinaris leden. Folio. 

1642 — 1652. „ „ zekere deboursementen van 'slands- 

wegen gedaan. Folio obl. 
1641—1651. Memoriael. Folio obl. 
1645 en volg. jaren. ld. van de cassa Folio obl. 
1641 — 1643. Rekeningregister, origineel. Folio. 
1643-1645. 



1645—1648. 

1647. 

1648—1653. 



5J 


?> 


» 


?> 


» 


»> 


» 


}} 






/ 

I 






432 

1649 Juli 16 (begin). Memoriael van de 4 maanden Landdrost. 
1649 Nov. 16 „ „ „ „ 16 

1641. Memoriael van de koninkl. beden. Folio. 

1642. „ „ „ „ „ „ obl. 
1644. 
1645. 
1646. 
1648. 

1642. Manuaal „ „ „ „ „ 
1640 — 1641. Rekening „ „ „ subsidiën „ 

1647. Memoriaal van de taxe van den Koning van 72 duizend 
gulden. Folio. 

1643. Memoriaal van de koninklijke anticipatie. Folio. 
1d4o. „ „ ,y „ „ „ obl. 
1645 

1641 — 1646. „ „ „ Staten-contributiën. 6 reg. „ (1) 

1647. „ „ „ „ taxeinde72duysendguldens.Fol. 

1648. „ „ „ „ beden. Fol. 

1642. Rekening register der Staten-contributiën. Folio. 

1647. Febr. 7. Memoriaal van de Lotharingsche schuld (ge- 
maakt wegens de Lotharingsche troepen in dienst des Konings). 
Folio. 

1642. Koninklijke Majesteits bede. Folio. 

1649—1650. Specificatie van uitgaven ten dienste van het 
land van Valkenberg door Peter Bovier. Fol. obl. 

1650—1652. Memoriaal of klad of brouillon, waarin dedage- 
lijksche ontvangst van het land van Valkenberg. Folio. 

1652 Mei 24. Memoriaal van de repartitie van het slot van 
de rekening. Folio. 

1» helft der 18® eeuw. Rekeningen en Staten. 1 Portef. 



Cataloog eener bibliotheek. 6 dln. Folio. 

ld. „ „ 1 dl. 40. 

Handschrift over schoone kunst. 18© eeuw. kl. 4*^. 



(1) Dat van 1642 fol. obl. 



483 

Van den heer C. J. M. Vencken, burgemeester van Obbicht: 

1700—1701. Schatboek der heerlijkheid Schinveld; tevens: 
1816 — 1819. Memorieboek van een lid der familie Bokken. Folio. 

1685. Meet boek der heerlijkheid Schinveld door Nicolaas 
Haesen. 8^o. obl. 

1700—1701. Schatboek der heerlijkheid Schinveld. 8^^ obl. 
Van den heer van Doorn te Sittard : 

Heerlijkheid Geysteren: 

17® Eeuw. Fragment van een proces van Vincent vaji Schel- 
lart en Obbendorp, heer te Geysteren tegen zijn broeder Jan, 
heer te Durweert, over deze heerlijkheid. 

Heerlijkheid Schinnen: 

1623 — 1702. Eenige documenten uit het archief der heeren, 
leenverheffing, benoeming van een koster, fragment van een 
proces, enz. 

Laatbank Terborgh te Schinnen. 

1772 — 1793. Fragment van een ontvangstregister der laatgelden. 
Polio. 

Van den Weled. heer J. Chorus te Brunssum : 

1) 18« eeuw. Register der tiendgronden te Brunssum 
behoorende aan mejuffrouw Duycker te Aken, getiteld : Annotiens 
door mij G. Klinckenbergh, secretaris van het marquisaet Hoens- 
broeck ende rentmeester van de weleedele juffrouwe Duycker opge- 
Btelt ter requisitie van gemelde juffrouw tot memorie van haeren 
toecomenden erffgenaem en desselfs representanten speciael 
raekende de thiende van Schinvelt . . . ." Fol. 

In dat register zijn beschreven de geschiedenis en de lotge- 
vallen der tienden dier heerlijkheid, die behoorden aan voor- 
noemde juffrouw Duycker, N. van Bronsvelt en het hoogadellijk 
klooster van Heinsberg. 

2) 18® eeuw. Reliefregister ofte legerboek der leenen en laeten 
gehoorende aen den huyse van Heyenhoven tot Schinvelt . . . Fol. 

3) 1773, 1775, 1777, 1785. Cijnskaart van Merkelbeek en 
Doenrade behoorende aan juffrouw Wildt. Fol. 

(1908) 28 



434 

4) 1789 — 1790. Een bundel met akten verleden voor N. Romer. 

5) 1725 - 1746. Een bundel met akten (1) verleden voor 
C. Hagen, pastoor te Brunssum en 

1762. Eenige akten verleden voor den pastoor dier gemeente 
Theod. R. Driessen. 

Door tusschenkomst van Dokter Schoenmakers teSittard, die 
dit Rijks-archief zeer vele diensten bewezen heeft door zijn 
opsporingen bij gelegenheid zijner reizen in de omstreken van 
Sittard : 

1173. Renversaal van een pachtcontract tusschen het kapittel 
van 8t 8erva>a8 te Maastricht ter eenre en de abdij van Publiwmt 
(St. Aegidius) te Luik ter andere zijde (2): 

In nomine sancte et individue Trinitatis: Quum personis 
ecclesiasticis religiose viventibus et profectui ecclesie Dei fideüter 
invigilantibus reverencie et honoris prosecutio digne exhibenda 
est, ea propter ego Syfridus Dei gratia decanus ceterique fratres 
mei ecclesie beati Servatii que est in Traiecto canonici, viris 
conversatione et devotione reverendis, scilicet Marsilio ecclesie 
sancti Egidii que est in Publico monte abbati et Lamberto ejus- 
dem ecclesie priori deferentes petitionem eorum, utpote spiri- 
tualium fratrum nostrorum effectui mancipavimus. Ipsum enim 
abbatem investivimus novem bonuarüs adjacentibus villa que 
dicitur Az et tribus curtilibus in eadem villa iacentibus, ratom 
habentes ut ecclesia de Publico monte eadem bona in heredita- 
riam possessionem obtineat, quam diu abbas ejusdem ecclesie 
condicte et subscripte pactionis tenorem non cassaverit. Hec 
autem est pactio: Abbas tenetur solvere nobis singulis annis 
de prememoratis bonis tres solides census Traiecti, sub testi- 
monio duorum canonicorum nostrorum a festo Sancti Remigii 
in&a octo dies. Prefato autem abbate Marsilio ab hac vita 
subtracto, successor ejus a die quo in sedem abbatis promotus 
fuerit infra xl dies Traiectum venire tenetur et fratri nostro 
cui predicte hereditatis census solvitur de jure sibi deputato 
tres solides impendere. A quo conventui presentatus per 
inanum decani et ejusdem fratris premissa hereditate sine dUa- 
tione, sine re&agatione investietur et fratribus amam vini 



(1) Akten van verkoop, enz. Dit zijn de eenige akten, wanneer men 
testamenten uitzondert, door een pastoor geinstraeerd, welke wij in dit 
Rijksarchiefdepót aantreffen. 

(2) Wij deelen hier dit charter mede, wijl er slechts eene zeer onnauw- 
keurige uitgave van bestaat in Publications de la Société hislorique 
et archéologique dans Ie duché de Limbourg, dl. V, pg. 31 — 33. 



435 

amministrabit in testimonium et decano sextarium. Hec autem 
singuli abbatum, qui substituentur, exequi tenentur. Si quisque 
eorum aliquid premissorum neglexerit ecclesia de Publico monte 
prememorata bona irrecuperabiliter perdet et ejus ex integro 
carebit et ecclesia nostra de cetero libere ea possidebit. Huius 
pactionis et actionis testes sunt: de fratribus ecclesie nostre. 
Ego Syüridus decanus, Heinricus scolarmn magister, Gunterus 
cantor, Thomas, Gerlachus, Gevehardus, Godefridus, nobiles 
Alexander, Heinricus de Binga, Erpo, Steppo, Heinricus de 
Kenzwilre, Heinricus de Visela, Retherus, Baldewinus cellerarius, 
Henricus de Colonia, Lambertus et alii quamplures. De fratribus 
de Publico monte hi testes notati sunt secundum abbatis peti- 
tionem, Marsilius abbas, Lambertus prior, Heinricus magister, 
Reinerus cantor, Bruno custos. Acta sunt hec anno ab Incar- 
natione Domini M<> C^ 1. XX. III® indictione VI regnante 
Frederico Romanorum imperatore, Rudolfo Leodii existente 
episcopo Garsendonio Mantuano episcopo ecclesie sancti Servatii 
preposito." 

Zegel afgevallen. 
Van den ZeerEerw. heer M. J. Janssen, pastoor te Meerlo : 

16® eeuw. Lijst van renten en pachten van O. L. Vrouwe 
broederschap te Tegelen (over die broederschap zie Publications 
... de Limbourg, t. XIII p. 71). 

Door overname: 

Van den ZeerEerw. heer Pastoor van Limbricht: 

1728 Mei 25. Bevelschrift tot specifieke opgave der collec- 
tabele renten van de geestelijkheid onder Limbricht, wegens 
kerkelijke subsidie. 

Afschrift op papier. 

Huis Doenrade en Dobbelstein. 

1718 December 26. „Ontfanck cedule", register van ontvangst 
van het adellijk huis Doenrade. Folio. 

1631—1669; 1682; 1686; 1693; 1696— '97. Ontvangst van de 
caerte van het adellijk huis Doenrade. 8<>. obl. 

1688 — 1689. Idem van het adellijk huis Doenrade en van 
Dobbelstein. 8^. obl. 

17« eeuw. Lijst van „diflfalianten" in het leenverheflfen van 
het adellijk huis Doenrade. 8°. obl. 



1686 — 1717. Staat der restanten van het adellijk huis Döenrade, 
3 lijsten. 8^. obl. 

17® «euw. Register der erfrenten. S^, obl. 

1687. Inventaris der namen van de ophelders der panden 
onder de laatkaart van het adellijk huis Döenrade. S^. obl. 

1691—3697. Ijeen verheffingen. 8^. obl. 

1643 — 1698 en 1728. Gedingen- en vonnisboek van het laathof 
Döenrade. Folio. 

1608—1722. „Pagtboek*' van het adellijk huis Döenrade, ver- 
nieuwd in 1722. Reg. fol. 

1732 Aug. 22. Accoord tusschen den bezitter van voornoemd 
huis, O. L. Limpens, en de erfpacht-debiteuren. 

Circa 1732. Fragment van een proces in zake den leen- en 
laatheer contra de pandhouders van de panden daar Hendryck 
Goris uitgestorven is. 

1763. „Staet en specificatie" van panden, leenroerig aan het 
adellijk huis Döenrade. 1 Bundel fol. 

Oirsbeek (Dorpsbestuur). 

1689—1773. Ontvangstregister van de schatting. 8®. obl. 

1787. Rolle van quotisatie of lastboek. Folio obl. 

1794 — 1830. Losse bescheiden van administratieven aard en 
eenige plakkaten. In eene portefeuille. 



Van den heer Ontvanger der Registratie en Domeinen te 
Sittard : 

Kapittel van S*. Petrus te Sittard. 

1746 Maart 29. Onderhandsche verkoopakte, waarbij het 
Kapittel aan Mathias Wensten een weide verkoopt, bij het 
„Sdiütgen Strasge" gelegen, belast ten voordeele van het Kap. 
met 12 vat rogge. Notarieele Copie. 

1784 Juli 20. Onderhandsche akte opgemaakt in presentie 
van den Secretaris van het Kapittel, waarbij Gerard Hamers 






437 

en zijne vrouw, bekennen eene som van 200 rijksd. ontvangen 
te hebben tegen 5% met veronderpanding van land. 

In dorso staat de realisatie voor 't Schepengerecht te Sittard 
1784 Aug. 26. 

1786 Febr. 18. Idem, waarbij Gerard Jessen bekent eene 
som van 50 pattacons species tegen 5 ®/o opgenomen te hebben. 
In dorso realisatie als boven 1786 Maart 9. 

1800 Juli 19. Pachtcontract, opgemaakt door den Secretaris 
van het Kap., waarbij dit laatste verpacht aan den gericht- 
schrijver Stoffels 2 perceelen land. Met vertaling in het Neder- 
landsch van lateren tijd. 



Klooster der Dominikanen te Sittard. 

1774 Dec. 3. Onderhandsche akte, waarbij Jan Spetgens te 
Grevenbicht verklaart opgenomen te hebben van den procurator 
van voorn, klooster een som van 100 kronen tegen 4 «/o met 
veronderpanding van gronden. In fine realisatie voor 't Sche- 
pengerecht van Sittard van 1775 Jan. 27. 

1783 Aug. 2. Idem, waarbij Theodorus Hubens van Greven- 
bicht van denzelfde verklaart opgenomen te hebben eene som 
van 225 rijksdaalders tegen eene jaarl. rente van 4 o/^, 

1786 April 1. Idem, waarbij Gertrudis Boeten, weduwe van 
Theodoris Hubens, Arnoldus Boeten en Theodorus Haerden 
verklaren, dat wijlen Theodorus Hubens opgenomen heeft eene 
som van 225 Rijksd. tegen 4PIq van de Paters Predikheeren te 
Sittard en dat Gertrudis Boeten voorgen. dit kapitaal ten haren 
laste neemt tegen jaarl. interest, met veronderpanding van 
gronden. Gereal. voor het gerecht van Sittard 1786 April 6. 

1786 April 4. Onderhandsche akte tusschen den Eerw. Pater 
Benedictus Haerden, procurator der Predikheeren te Sittard, en 
Lambertus Leurs, gehuwd met Elisabeth Schulpen, waarbij 
Lambertus Leurs belooft dat hij voor het onderhoud van zijn 
schoonbroeder F. Albertus Schulpen, gedurende zijne studie te 
Leuven betalen zal 100 Fransche kronen, met veronderpanding 
van gronden. 

1792 April 16. Idem, waarbii Godefridus Meulenbergh van 
Urmond verklaart ontvangen te nebben van den Procurator der 
Predikheeren te Sittard eene som van 1000 gld. Maastr. cours, 
tegen 4 7o, met veronderpanding van gronden. 



w 



438 

Klooster St. Agnetenberg te Sittard. 

1711 Oct. 10. Akte, waarbij Ferdinand Domingo d'Amesaga 
afstaat ten behoeve van de wed. Paes te Sittard een rentebrief 
wegens een kapitaal van 100 pattacons ten laste van Areth 
Wyers. Met realisatie voor 't Schepengerecht van Oirsbeek van 
1718 November 10. 

1718 Nov. 10. Akte van het Schepengerecht van Oirsbeek, 
beoorkondende den afstand van dezen brief door de kinderen, 
Paes ten behoeve van het klooster van St. Agnetenberg, als de 
dote voor de novice Anna Elisabeth Paes. 

Extract uit het transportregister van Oirsbeek met afschriften 
dezer 2 akten. 

1794 Febr. 11. Not. akte, waarbij Arnoldus Otten bekent 
ontvangen te hebben van het klooster van St. Agnetenberg te 
Sittard 100 Fransche kronen tegen 5 %, met veronderpanding 
van goederen. Gereal. den 13 Nov. 179^ voor de Schepenbank 
van Schinnen. 

Extract uit 't Schepenregister aldaar. 



Kanoniken van St. Anna in O. L. Vrouwe kerk 

te Maastricht. 

1782 Aug. 12. Realisatie door het Schepengerecht te Wij- 
nandsrade eener not. akte van 1782 Aug. 7, waarbij Lambertus 
Raven, inwoner van Wijnandsrade, verklaart opgenomen te 
hebben van de broederschap van St. Anna in de kerk van 0. 
L. Vr. eene som van 500 gld. Brab. M.C. tegen 5 7ü> tegen ver- 
onderpanding van goederen. 

Extract uit het Schepenregister aldaar. 

Kruisheerenklooster te Maastricht. 

1791 Febr. 24. Notarieele akte, waarbij Joannes Raeven, van 
Wijnandsrade bekent ontvangen te hebben van het klooster der 
Kruisheeren te Maastricht eene som van 300 gld. brab. M. c. 
tegen 5%, met veronderpanding van gronden. Gereal. den 29 
Maart 1791, voor de Schepenbank van Wijnandsrade. 



439 

Karthuizers te Vogelzang bij Zeelhem. 

1788 April 22. Onderhandsche akte waarbij Adam Zellissen 
en echtgenoote te Schinnen verklaren opgenomen te liebben 
van de Karthuizers te Vogelzang bij Zeelhem 150 rijksd. tegen 
50/0, met veronderpanding van goederen. 

Gereal. voor het Schepengerecht van Schinnen, met verschil- 
lende kwitanties van geldopname. 

1815. Sommier de consistance des Domaines Nationaux. 2 
deelen. 

1804. Register van inkomsten wegens renten (cijnzen) van 
geestelijke goederen. 2 Deelen. 



Van den heer Ontvanger der Domeinen en Registratie te 
Weert: 

Sommier des fermages. Reg. folio. 
„ „ rentes. „ „ 

Van den heer Ontvanger der Domeinen en Registratie te 
Meerssen : 

Grossen van akten ait de Schepenregisters, realiseerende 
notarieele akten, waarbij schuldbekentenissen ten behoeve der 
volgende kloosters en kerkelijke instellingen worden geïnstrumen- 
teerd en notarieele grossen (niet gerealiseerd door Schepen- 
gerechten). 

1®. Kapittel van O. L. Vrouw te Maastricht. 
1765-1794. Vijf akten. 

2«. Broederschap der Kapellanen te Maastricht van 

het Kapittel van St. Servaas. 

1750—1791. Drie akten. 

3e. Klooster der Predikheeren te Maastricht. 
1751—1792. Tien akten. 

4e. Klooster der Augustijnen te Mjiastricbt. 
1736-1794. Negen a^tei^. 



440 

5«. Klooster der Kruisheeren te Maastricht. 
1789—1793. Vijf akten. 

6e. Klooster der Begaarden (van de 3« orde van 
St. Frandscus) te Maastricht. 

1787—1794. Twee akten. 

7®. Klooster der Sepulchrienen (Bonnefanten) 

te Maastricht. 

1785-1791. Vijf akten. 

8®. Klooster de Nieuwenhof (zusters der 3* orde 
van St. Franciscus) te Maastricht. 

1747—1793. Veertien akten (en een dubbeld). 

9«. -Klooster der Annunciaten te Wijk-Maastricht. 
1754—1765. Twee akten. 

10«. Klooster de Maagdendries (zusters der 3® orde 
van St. Franciscus) te Maastricht. 

1739—1791. Vijf akten. 

11®. Grauwzusters (der 3; orde van St. Franciscus) 

te Maastricht. 

1766—1786. Vier akten. 

12®. Calvarieberg (zusters der 3® orde van 
St. Franciscus) te Maastricht. 

1770—1791. Tien akten. 

13®. Klooster Catharinadal (zusters der 3® orde van 
St. Franciscus) te Maastricht. 

1701-1725. Twee akten. 

14®. Klooster Mariaschoot (zusters der 3® orde van 
St. Franciscus) te Nunhem. 

1757. . Eene akte. 

15®. Adellijke Abdij Hocht. 

1760. . Eene akte. 



^J 



441 

Akten ten behoeve van particulieren (wellicht later in het 
bezit gekomen van kloosters of andere kerkelijke instellingen). 

1751—1791. 17 akten van obligatie. 
1736. Eene akte van verkoop. 

An 7 Ventóse 9 (1799 Februari 27). Verpachting door de 
„administrateurs municipaux" van Wittem van landerijen aldaar 
gelegen. 

Geregistreerd te Heerlen 23 Ventóse an 7 (1799 Maart 13). 

1806 October 22. Verpachting door de „administration de 
l'enregistrement et du domaine" van goederen en gronden, 
gelegen onder de gemeente Wittem. 

Geregistreerd te Maastricht 1806 November 8. 

Verschillende bescheiden betreffende renten en verpachtingen 
ten behoeve van het nationaal domein van het Departement 
der Nedermaas. In eene portefeuille. 

Door aankoop: 

Adellijke Abdij Munster (van de orde der 
Cisterciensers) te Roermond. 

1662 Maart 20. Brief van de Abdisse, Prioresse en het Con- 
vent van de abdij het Munster te Roermond van de orde van 
de Cisterciensers, waarbij zij opnemen 3000 gulden Roermondsch 
van de mater en het Convent van het klooster Bethlehem te 
Oisterom onder Venray en verkoopen eene rente van ƒ 120, 
hun tienden en goederen veronderpandende. 

Zegels verloren. 



Heerlijkheid Rimburg. 

1782 Januari 8. Verklaring van Frederick Charles baron de 
Fürstenberg, als voogd van Mrs. de Galen d'Ermelinghoff en 
L. F. H. baron de Westerhold et Giesenberg, dat de heerlijk- 
heid Rimburg verkocht is aan den graaf van Ligneville. 

Copie geteekend voor eensluidend afschrift en vertaling uit 
het Hoogduitsch en bezegeld door Pequignot, luitenant-auditeur 
van het regiment van Vierset te Brugge, 1782 Mei 29. 

Op papier met opgedrukt zegel van Pequignot in rood lak. 



442 

Grondheerlijkheid Ubach, behoorende aan de 

AbdiB van Thorn. 

1705 October 24. „Designatie van de leenen en de andere 
gerechtighejrden, toebehoorende onder die herlicheydt van Ubach 
aan eene tijdelijcke Abdisse en Princesse van Thorn." 

1703 October 24. Ordre verbiedende alle clandestiene en be- 
drieghelijcke actiën van coop- ende versatzedulen doorEleonora 
van Stauflfen, Abdisse van Thorn, als vrouw van öbach. 

Beide akten minuten, op papier. 



Adellijk huis te Holtum. 

1794 Februari 26. Testament van Johan Joseph, freyherr van 
Hove. 
Copie geteekend door J. J. A. Stoflfens gerichtsschreiber. 
Daarin wordt beschikt over de fiittersitz Holtum. 



Brieven van het Leenhof van Venlo uitgegaan. 

1732 Januari 24. Relief brief van het leenhof van het Staatsch 
Overkwartier te Venlo, waarbij Theodorus van Oeyen uit kracht 
van volmacht der voogden van de onmondige kinderen van 
wijlen Jan Pastiens en Catharina Vogels, het Pyls-leen te Echt 
in het ambt Montfort aan den leenstadhouder opdraagt, die 
daarmede op zijn verzoek beleent Jacobus Arnoldus Geeten. 

Met fragment van het zegel des leenhofs. 

1738 Mei 29. Relief brief als boven, waarbij Wilhelmus van 
Laar, namens J. P. G. Geeten, scholtis te Nieuwstad, en zijn 
metgedeelingen beleend wordt met Volquyns leen onder Echt, in 
het ambt Montfort. 

Met fragment van het leenhofszegel. 

1738 Mei 29. Relief brief als boven, waarbij Wilhelmus van 
Laer voor hem en zijne metgedeelingen beleend wordt met het 
Ohe of Grosleen onder Echt. 

Met fragment van het leenhofszegel. 



443 

Schepenbrieven van Roermond. 

1476 Mei 4. Schepenbrief van Roermond, waarbij Symon 
Wellens tien stukken lands buiten Nyelre porten geeft en ver- 
koopt aan Claes Genen. 

1 zegel over. 



Schepenbrieven van Venlo. 

1390 Juni 11. Schepenbrief van Venlo, waarbij Peter Dasse 
en Peter Nagh overgeven het huis dat van Gobbel Dasse was 
in de „Vleischstraten'* aldaar aan „Gheraerten ende Peeterken, 
Gobbel Dassen kinderen, dy Jutken, Aelbrechts dochter in gher 
Scholen van huem behalden heeft." 

1 zegel over. 

1399 December 5. Schepenbrief van Venlo, waarbij Reyner 
Haesken verkoopt aan Johan van Rurmunde een deel erf gele- 
gen op ter Vleischstraten aldaar. 

1402 Februari 14. Schepenbrief van Venlo, waarbij Peterken 
wylen Gobbel Dasch dochter „verteegt" op huis en erve op de 
Vleischstraten aldaar ten behoeve van Henken Zwertvegers en 
Johans erve van Rurmunde en dat zij in haar minderjarigheid 
verkocht had. 

Fragmenten van 2 zegels. 

1407 Juni 23. Schepenbrief van Venlo, waarbij Heynken ter 
Sypen belooft dat hij aansprakelijk zal zijn voor „tiense-off. 
jaergulden", die men zou vorderen van een „hoeffstaet" en erve ; 
die hij aan Geraert Vluggen had verkocht; gelegen achter zijn 
huis bij de „Loerpoerten'' aldaar, en dat Geraert deze zou kun- 
nen verhalen op zijn voornoemd huis. 

Een der drie zegels ongeschonden. 

1442 Maart 21. Schepenbrief van Venlo, waarbij Jacop Medze 
en Peter zijn zoon eene scheiding en deeling aangaan wegens 
goederen te Straelen in leen gehouden van den abt van Sieberg 
(Siegburg), in de kerspelskerk van Straelen, het recht op de 
visscherij op de Maa&bij Venlo, het „Saltmeet ampt" te Venlo enz. 

Met 2 zegels. 

1456 April 24. Schepenbrief van Venlo, waarbij Peter Bart- 
scberei" in „erfftiens^" uitgeeft aan Jacop Jan Pericjcs zpeus 



444 

zoen van Heppenart een huis en erf achter „in den weiden ter 
Weteringen waert". 

Twee zegels van de drie nog over. 

1465 April 4. Schepenbrief van Venlo, waarbij Johan van 
Pollen en zijne dochters Marye en Anna het „saltmeestersampV' 
en erven te Venlo verkoopen aan Gerat van Ruweel. 

Alleen het zegel van den richter nog over. 

1472 Mei 27. Schepenbrief van Venlo, waarbij Heynrick 
Rademeker, zoon van vrijlen Johan, verkoopt aan Margriet van 
Lytte, drie „Rijnsgulden erfftienss" op zijn huis en erve, waar 
„die oleymoelen'' staat, met den molensteen en gereedschappen 
tot den molen behoorende. 

Met twee beschadigde zegels. 

1483 Maart 29. Schepenbrief van Venlo, waarbij Henrick 
Eyngelen verkoopt aan Derick Ghyszen een „baent" met erve, 
groot 2 morgen, „aen ghene zijde den schaepsdyck ter Luysseycken 
wart aen". 

De drie zegels gaaf. 

1565 Januari 6. Huwelijks-contract tusschen Ditrich Moutz, 
zoon van vrijlen Henrich en Elisabeth Inghenhausz, en Margriet 
de Lait, dochter van Lynart en Beatrix Roffertz; bezegeld door 
schout en schepenen van Venlo. 

Drie zegels gaal. 

1582 Februari 15. Schepenbrief van Venlo, waarbij Johan 
de Groet, ter eenre en Elyzabeth Clompertz en Peter van Stadt- 
loe ter andere zijde, een verdrag maken betreffende de onderlinge 
overgave van rente-brieven. 

Zegels afgevallen. 

1600 October 6. Schepenbrief van Venlo, waarbij de kinderen 
van joflfer Eleonora van der Lynden, weduwe van den drost 
Johan van Stalbergen, Jonker Adam van Stalbergen en Juffrouw 
Walberga van Stalbergen, ook voor hun zuster Maria, nadat de 
moeder afstand van haar tocht had gedaan, verklaren, dat zij 
in het openbaar met brandende kaarsen verkocht, opgedragen 
en overgegeven hebben aan Henrich Vermaesen, rentmeester 
van Venlo, een camp genaamd den Leymskamp. 

1605 Februari 25. Schepenbrief van Venlo, waarbij dezelfden 



445 

(na afstand van den tocht door de moeder) aan denzelfden Ver- 
maesen, een erfcijns verkoopen, welke zij bij den vorigen brief 
hadden uitgehouden. 

Traufix. 

1701 April 29. Schepenbrief van Venlo, waarbij Johan Adam 
Schenck de Nydeggen als aangeboren momboir zijner twee 
onmondige nichten, kinderen van Jacob van Darth en Sibilla 
Schenck, in leven echtgenooten, met machtiging van het gerecht 
van Sevenum, verkoopt, opdraagt en overgeeft aan Christoffel 
de Zeeberg, een huis met achterhuis, recht van opvaart, enz. 
op de „vleeschmerckt", achter uitschietend op den „gasthuys- 
plaets". 

Met drie zegels. 

1704 October 15. Schepenbrief van Venlo, waarbij Catharina 
Boemers verkoopt, opdraagt en overgeeft tien rijksdaalders jaar- 
Ujkschen erfcijns aan Johan Henrici uit een beemd, groot ongeveer 
2 morgen, achter Stalberghs huis. 

Twee zegels over. 

1718 Februari 7. Schepenbrief van Venlo, waarbij Johan 
Henrici dezen cijns verkoopt, enz. aan Hendrik Custers. Trans- 
fix van het vorig charter. 

De drie zegels over, een geschonden. 

1718 Maart 5. Schepenbrief van Venlo, waarbij Hendrik 
Custers dezen cijns overgeeft en cedeert aan Hendrick van Darth, 
raad van het Hof van Gelderland en Cornelia Francisca Schenck 
van Nydeggen zijn vrouw. Transfix van het vorige. 

De drie zegels over. 

1712 November 5. Testament van den burgemeester en 
schepen Amoldt Bloemarts en zijne vrouw Elisabeth Moesch 
voor twee schepenen van Venlo. 

Met twee opgedrukte zegels. Op papier. 

1758 October 6. Schepenbrief van Venlo, waarbij Arnoldus 
Perdinandus Bucken, zoon van den schepen en oud-burgemeester 
Johan Bucken, van plan in de Sociëteit van Jesus te treden, 
zijn goederen overgeeft en cedeert aan zijne twee zusters en 
zwagers (die zwagers heetten Joannes Mattheus Schoonbroodt 
en Theodorus Joannes Richardt). 

Met drie opgedrukte zegels op papier. 



446 

1760 April 23. Schepenbrief van Venlo, waarbij Wilhelmus 
Theunissen, kapellaan te Blerick verkoopt, cedeert en overgeeft 
aan Joannes Peters een erf op de Nieuwstraat te Venlo. 

Met twee Schepenzegels, 1 geschonden. 

1768 Juli 14. Schepenbrief van Venlo, waarbij de ritmeester 
Podor en vrouwe Elieabeth Messemaakers, echtgenooten, verkoo- 

Sen, cedeeren en overgeven aan den vicarius Rochus als syn- 
icus van het Kapittel der parochiale kerk te Venlo, eene rente 
van 14 rijksdaalaers ieder k 3 gulden, 16 stuivers Cleefsch, 
gehypothekeerd op een huis in de Gasthuisstraat. 

1 Schepenzegel over. 

In dorso : 1776 Juli 8. Bewijs van aflegging van het kapi- 
taal door den schepen P. van Ülft ; afgegeven door R. Beckers 
als syndicus van het kapittel. 

1765 Juni 15. Schepenbrief van Venlo, waarbij Comelis van 
Landschot, als testamentaire medemomboir van den boedel 
van Maria Josepha Henrici, wed. J. C. van Aerssen, P. J. 
Richardt, advocaat bij het Hof te Venlo, bevolmachtigt om in 
zijn naam den boedel te administreeren en de „gereyde goederen" 
te verkoopen. 

Met opgeplakt zegel der beide schepenen. Op papier. 

Schepenbank Blerick. 

1419 Januari 30. Brief, waarbij Willem van Kessel en zijn 
vrouw Geryt van Brochusen bekennen in pacht ontvangen te 
hebben van het Cistercienser klooster Camp landerijen te Blerick. 

1457 Maart 9. Schepenbrief van Amt die Wilde van Merssen, 
ambtman en richter des lands van Kessel, en van schepenen 
van Blerick, waarbij Willem van Kessel en zijne vrouw Geryt 
van Brochusen opdragen en overgeven aan Johan Toelen van 
Venlo verschillende erfrenten op goederen te Blerick. 

Zegels verloren. 

1580. Erfdeeling der kinderen van de Laet te Venlo, betref- 
fende de huizen in de Lumstraten, Pleistraten, Judenstraitten 
te Venlo, hof te Baerlo, genaamd die Bung, hof Gudelray te 
Blerick, hof Gasselt bij Graff, hof te Venray, den hof genaamd 
tot Oyen onder Kessel en Baerlo. 

1607 Juni 21. Schepenbrief van Blerick, waarbij verklaard 
wordt, dat Pieter van Weset en Catryn de Groet zijn huisvrouw, 



447 

Jan Adamsz. en Catryn Alerte zijn huisvrouw en Jan Geyen, 
ook namens zijn huisvrouw, die buitenslands was, op verschil- 
lende tijden, en ook gedeeltelijk op geleende aarde hebben 
getransporteerd, opgedragen en overgegeven de helft van een 
bouwhof genaamd Guetelroe, hun aangestorven bij den dood 
van Jan en Wijllem die Groet, aan Pieter Moeitz en Aaltgen 
Hagens zim huisvrouw, die de andere helft reeds bezaten. 
Gezegeld door den landscholtis Henrick Schenck. 

Zegel gedeeltelijk nog over. 

1758 October 12. Schepenbrief van Blerick, waarbij Am. 
Ferd. Bucken aan zijn twee zwagers en zusters zijn aandeel 
(een 3e deel) in den hof Gutterloe leenroerig aan het adellijk 
huis Bree als donatio inter vivos geeft en cedeert. 

Met opgedrukt zegel der Schepenbank. 

1615 December 16. Verdrag tusschen het klooster van Al- 
dencamp en Peter Moutz, burger te Venlo, wegens den hof van 
Gaetelroe (1), waarbij de twee oude schilden en lijfsgewin-ge- 
rechtigheid, die het klooster beweerde te hebben wegens gemelde 
hoeve worden afgekocht met 150 gulden Brabantsch. 

Op papier. Het opgedrukt zegel van den abt nog over, dat van 
het klooster verloren. 



Schepenbrief van Tegelen. 

1605 October 8. G^tuigen-verhoor voor schepenen van Tege- 
len, ten verzoeke van Engelbert van Holthausen, over lande- 
rijen, tienden, visscherij en jachtrecht van de heeren van 
üolthausen op het Huis IJieuwenbroick te Beesel. 

Afschrift gewaarmerkt door den griffier van het Souverein 
Hof te Roermond N. Maen. 

Met opgedrukt zegel van het Hof ad causas van 1653, 
October 15. 



Leenhof van het graafschap Home. 

1663 October 23. Leenbrief voor het leenhof van het graaf- 
schap Home, waarbij Franciscus Amoldus Cox, namens vrouwe 
Ursiua Schellart van Oppendorp en Guillaume Albert d' Anneux, 



(1) Ook Mondtshof genaamd. 



\f 



448 

markies de Wargnies en Frederick Ghrestien d'Anneux, baron 
de Crèveooear verklaart ontvangen te hebben van den advocaat 
Herman van Rijswijck te Nijmegen 4000 pattacons in specie 
tegen eene rente van 250 pattacons, waartoe hij veronderpandt 
de hof te Assei en den tol aldaar enz. 

Met drie opgedrakte zegels. 



Leenhof van Bree. 

1396 April 4. Laatbrief der laten van Brant van Brede, 
waarbij deze met toestemming van zijn broeder Zeetzen, aan 
Johan Greveraede verkoopt een erfciins van 36 alde groet 
tomoyse gevestigd op Holtappels goed onder Holtbleryck in 
het kerspel Bleryck. 

Van de drie zegels alleen dat Tan Zeetzen OTer. Het zegel 
Tan Wilhem Brant van Brede en van Ratgher van Brede, die 
voor de laten zegelt, verloren. 

1560 Februari 18. Brief van Sybertt van Bernnszaw, waarbij 
wordt verklaard, dat voor stadhouder en leenmannen van zijn 
huis Bree Teysz Boiffers 4 October 1539 heeft opgedragen en 
overgegeven zijn deel in den hof Gaitterwardt aan Lenart zu 
Laedt. 

Met zegel van Sybertt. 

1565 Juli 29. Leenbrief van Sibert van Bemszaw en twee 
zijner leenmannen (Johan van Keszell gênant Bree en Tiesz 
Vermaszen) ten behoeve van Gerhart te Latt, Lenartz soin, die 
met de halve hof voornoemd wordt beleend. 

Zegel van Sibert gedeeltelijk over. 

1470 Januari 26. Maagscheiding tusschen Ghijsbrecht en 
Walraven van der Lijnden, door tusschenkomst hunner bloed- 
verwanten Johan van Holtmoelen, Arnolt van Boickholt, 
Reyner van Holthusen, Johan Houfft, Araolt Vynck, Heynrick 
Schinck, Johan van Polle en Peter van Ruweele geheiten 
Inghenhuyss, betreffende goederen te Roide, Vurst, Venlo en 
Brede (Maasbree). 

6 zegels over (1 beschadigd). 

1470 Juni 30. Nader vergelijk tusschen beiden. Transfix. 
2 zegels over. 



449 

1636 April 10. Huwelijksvoorwaarden tusschen Antonius 
van Paderbom en Cunera m de Betouw. 

Op papier. 

Van het Kerkbestuur van Maesniel: 

Bijna het geheel rechterlijk archief van de Schepenbank van 
Maesniel, bestaande in minuten van overdrachten en dossiers, 
civiele en crimineele processen. In 31 portefeuilles. 

Zegelstempels. 

In depot overgenomen: 

Van het (remeentebestuur van Meerlo: 

1. Zegel der Schepenbank Meerlo, waarop voorgesteld is de 
H. Johannes de Dooper, staande, tegen wien een schaap, rechts, 
opspringt; omschrift: Het schepen seigel te Merh, 

2. Zegel- der heerlijkheid Swolgen, voorstellende den H. Lam- 
bertus, ten voeten uit, in bisschoppelijk ornaat, houdende de 
rechterhand ter zegening opgeheven en met de linker den 
kromstaf; bezijden de letters S. L.; op den achtergrond rechts 
eene kerk, links een kasteel. 

Van het Gemeentebestuur van Obbicht-Papenhoven : 

1. Zegel der voormalige Schepenbank Obbicht in rood koper 
en rond van vorm, voorstellende: In eene dubbele nis rechts 
de H. Maagd met het Kindje, links den H. Willibrordus; daar- 
onder een schild, doorsneden, boven van vair, onder van zilver; 
randschrift: S, Éenovatum in Obbicht. 

Aangekocht: 

Zegel van notaris Kannegiesser te Horst (1830— '39): een 
naar rechts gewende klimmende leeuw, gekroond, omgeven door 
de woorden : L'union fait la force. Omschrift : P, A. J, Kawae- 
geisser, not^e W et Horst Limbourg; van geel koper en rond. 

« 

Kaarten. 

Door tusschenkomst van den heer Rijksarchivaris in Gro- 
ningen : 

(1903) 29 



450 

Plan de la ville de Venlo et du fort de S*. Michel, reduit 
de grand en petit, par G. I. E. Marlet fils, décembre 1728. 
Getekend en gekleurd. H. 0.48, br. 0.455 M. 

Door tusschenkomst van den heer Rijksarchivaris in Noord- 
Brabant : 

Situatiekaart van de legers der geallieerden en de Franschen 
voor den slag van Laeffeld, in de nabijheid van Maastricht, 
1747. t'Amsterdam bij Dirk Sligtenhorst. Geschenk. Hoog 0.24 
en breed 0.315 M. 

Boeken (voornaamste aanwinsten). 

Door tusschenkomst van Uwe Excellentie: 

L'art typographique dans les Pays-Bas 1500 — 1540, par Wouter 
Nyhoflf. La Haye, M. Nyhoflf. 1902. 4 afl. 

Door geschenk: 

Van den heer C. J. M. Vencken, burgemeester te Obbicht: 

Gemeyne Sendt-brieven .... door H.Jacobi. Tot Maastricht, 
bij de wed». G. van Gulpen. 4«. 

Reglement over de civiele rechtspleging voor de Oostenrijksche 
Nederlanden. Brussel 1786. 8*. 

Historie van den koninklüken Propheet David. Te Venlo, 
bij de wed. H. Bontamps. 1788. 

Lettre encyclique de notre Très-Saint-Père Ie Pape Pie VII 
k tous les évêques catholiques . . . è Franckfort. 18(X). %^, 

Van den heer dokter Schoenmakers te Sittard : 

Dissertatio inauguralis juridica de pactis quam ... in Uni- 
versitate Coloniensi . . . publice disquirendam dat Franciscus 
Xaverius Wulff Sittardiensis. 1779. Col. 4o. 

Vlaggekaart van F. C. Lotter in Augsburg. 

Van den ondergeteekende : 

Feestschrift bij het bezoek van Hare Majesteit Wilhelminaen 
Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden aan Limburg en de 
stad Roermond, op Vrijdag 17 Juli 1903. 






\ 



451 

A. F. van Beurden: De paltsgraven Russel. Roermond, Her- 
man Veith. 1903. 8<>. 

De „Sage" uit de Veen te Venlo (plaatselijk tongval). 80. 

J. Schaepkens, Essai de notice biographique sur Arnaud 
Schaepkens. Maastricht, Leiter — Nypels. 8°. 

Les siéges de Maestricht en 1407 et 1408, pendant Ie règne 
de Jean de Bavière et de la bataille d'Othée. Maestricht, Leiter — 
Nypels. S^. 

J. P. Waltzing, Inscriptions Latine8delaBelgiqueromaine(l). 
Louvain, Ch. Peeters. 1902 en 1903. 2 fase. 80. 

G. Simenon, Le livre des comptes des arbalétriers de Tongres. 
Tongres, Collée. 1903. 8«. 

„Vereeniging de KoUenberg", Jaarboekje voor Sittard. 1903. 
Sittard, B. Claessen. 12o. 

Door aankoop: 

Saint-Allais, de, Nobiliaire Universel de France ou Recueil 
général des généalogies historiques des maisons nobles de ce 
royaume. Paris, Bachelin— Deflorenne. 1872-1875. 20 dln. 8«. 

Ströhl, H. G., Deutsche WappenroUe, enthaltend alle Wappen 
Standarten, Flaggen, Landesfarben und Kokarden des Deutscnen 
Reiches seiner Bundesstaaten und regierenden Dynastien, nach 
offizielen Angaben, gezeignet und erlautert. Stuttgart, Julius 
Hof&nann. 1897. 4°. 

— Heraldischer Atlas. Eine Sammlung von heraldischen 
Musterblattern für Künstler, Gewerbetreibende sowie für Freunde 
der Wappenkunde. Stuttgart, Julius Hoffman. 1899. 4°. 

Almanach de Gothapour 1'armée 1806. Gotha, C. W. Ettinger. 12«. 

Almanach de Gotha (1837,1840,1841, 1887— 94.) Gotha, Justus 
Perthes. 11 dln. 12°. 

Gothaisches genealogisches Taschenbuch der graflichen Hauser. 
1868. Gotha, Justus Perthes. 12°. 



(1) Overdrukken uit de Musée Beige (Revue de Philologie Classique). 
Hierin over Romeinsche steenen met inscbriften, gevonden te Maastricht. 



452 

Gothaisches genealogisches Taschenbuch der freiherrlichen 
Hauser, 1&58, 1865. Gotha, Justus Perthes. 2 dln. 12o. 

Katalog der Preiherrlich von Lipperheide'schen Kostümbiblio- 
thek mit Abbildungen. Lieferung 17 — 18. Berlin, Franz Lipper- 
heide. 1902. roy. 8. 

Hoppenot, F., Le Crucifix dans Thistoire, dans Tart dans 
Vkïne des Saints et dans notre vie. Lille, Desclée de Brouwer 
et C»« . 1901. 40. 

Gilde de St. Thomas et de 8t. Luc. Bulletin de la trente- 
deuxième session Limbourg Hollandais. Lille, Societé Saint- Augus- 
tin. 1903. 40. 

Congres archéologique et historique de Tongres Compte-rendu 
2 fascicules. Tongres, Colleé. 1902. 80. 

Chestret de Haneffe, J. de, Numismatique de la principauté 
de Liége et de ses dépendances (Bouillon, Looz) depuis leurs 
annexions. Bruxelles, F. Hayez. 1890 et supplément. 1900. 4^. 

Corexhe, Michel, Les monnaies de Charlemagne. Gand, S. 
Leliaert, A. Siffer C^ 1886. 80. 

Bequet, A., Les tombes plates du comté de Namur. 8®. 

Wattenbach, W., Das Schriftwesen im Mittelalter. Leipzig, S. 
Hirzel. 1896. 80. 

Kessel, P. N. C. C. A. de, Livre d'or de la noblesse Luxem- 
bourgeoise, ou recueil historique, chronologique, gén&logique et 
biographique des families nobles du Luxembourg ancien et 
moderne. Arlon, J. Everling. 1869. 8°. 

Bulletin de 1'Institut archéologique Liégeois, tom. XXVIII 
et XXIX. Liège, Leon de Thier. 1899/1900. 1 dln. 80. 

Description de la solemnité inaugurale de sa Majesté l'empe- 
reur et roi Léopold II, comme duc de Gueldr^ célébrée a 
Ruremonde le 22 Septembre 1791, dédiée k leurs altesses royales 
les sérénissimes Grouvemeurs et capitaines-généraux des Pays- 
Bas. Ruremonde, G. Gruyters. Fol. 

Rolduc in woord en beeld. Geschiedenis der abdij en der 
onderwijsinrichting, bewerkt ten voordeele der abdijkerk door 
Dr. R. Gorten, directeur der scholen van Rolduc, voortgezet van 
1893 door A. H. M. Ruyten, leeraar. Utrecht, snelpersdrukkerij 
van het St. Gregoriushuis. 1902. 4°. 






n 



453 

Pastorale dioecesis Ruraemundensis illustrissimi ac reveren- 
dissimi domini D. Angeli d'Ongnyes, episcopi Ruraemundensis 
iussu emendatum. Ruraemundae, Fetrus VaUen. 1708. 4°. 

Lijst der grootmeesters, overige dignitarissen en leden van de 
orde van den H. Michael van 1721—1769. kl. 8°. 

Coens, R, Disquisitio historica de origine beghinarum et beghi- 
nagiorum Belgii. Leodii, Christianus Ouwerx. 1629. 12<*. 

Cuyekius, Henr, Speculum concubinariorum. Lovanii, Johan- 
nes Masius. 1601. 12°. 

Les constitutions de Tordre de St. Sépulchre. Qui est de cha- 
noines et chanoinesses regulières institué par S. Jacqueslejuste 
apostre et premier evesque de Hierusalem. Avec les points de 
la reforme selon Ie sacré Concil de Trente; avaneez par Ie S™® et 
j^me Evesque et Prince de Liége et Ie S® Jean de Chokier, cha- 
noine de Féglise cathedrale et vicaire général. Liége, Jean Tour- 
nay. 1631. kl. 4^. 

Alexandre, J., Chronica Lobbiensia, chronicon rhytmicon 
Leodiense, annales Leodienses et Fossenses. Leodii, L. Grand- 
mont-Donders. 1882. 8o. 

— Annales saneti Jacobi Leodiensis. Chronicon breve Leo- 
diense ex codice Aureaevallis cum proemio et notis L. C. Bech- 
mann. Leodii, L. Grandmont-Donders. 1874. 8®. 

Brouwer Ancher, A. J. M., De Gilden, 's Gravenhage, Loman 
en Funke. 8<>. 

Reglement ende ordonnantie tot kortere administratie ende 
expeditie van justitie in syne Majesteyts Souvereynen Raede 
gheordonneert in de hertoghdommen ende landen van Brabant 
ende van Overmaze. Brussel, Eugenius Henricus Friex. 1691. 49. 

Kremer, A. J. C, De graven in Hameland en de oorsprong 
der graven van Nassau, Gelre en Cleve en Zutphen. Arnhem, 
P. Gouda Quint. 1873. 8^. 

Koker, F. C. W., Onderzoek naar den aard en de geschiedenis 
der vicarie goederen in Nederland. Utrecht, J. Greven. 1857. 8°. 

Hénoul, J. B., Annales du pays de Liége, depuis les derniers 
Eburons jusqu'au règne du prince-évêque Georges-Louis de 
Bergh. Premiere partie. 8°, 



454 

Unterthanigste Actenmassige-Informatorial-Gegen-Deduction, 
Bambt Bitt Appellatischen Anwaldts in Sachen Angebentlicher 
sambtlicher Eingesessener der Aembter Bom undt Sittardt des 
Hertzogthumbs Gülich contra Herren Johann Matthiassen Maes, 
d€tr rechten Licentiaten, ihrer chürfurstl. Durchleucht zu Paltz 
Hoflf-Rhaten und Vogten daselbst. Fol. 

Piot, Ch., Inventaire des chartes des comtes de Namur, ancien- 
nement déposées au chè,teau de cette ville. Bruxelles, F. Hayez. 
1890. fol. 

Proost, J., Inventaire ou table alphabétique et analytique des 
noms de personnes contenus dans les registres aux gages et 
pensions des chambres des comptes. Bruxelles, F. Hayez. 1890. fol. 

Borman, C. de, Chronique d'Adrien d'Oudenbosch. Liége, D. 
Cormaux 1902. 8«. 

Henrichs, L., Geschichtliche Nachrichten über die stadt Geldem 
im 14 und 15 Jahrhundert. Geldem, L. N. Schaffrath. 1898.8o. 

— Die Mark Straelen und ihre Zügehörigen Orte. Geldem, 
L. N. Schaffrath. 1889. 12o. 

Danckerts, Juste, Description géographique et historique de 
dix provinces du Pais-Bas Espagnol accompagnés de trente-deux 
cartes géographiques portatives pour la commodité des voyageurs. 
Amsterdam. 8°. obl. 

Mnckelhaus, Sig., Tractatus de jure patronatus ecclesiastico. 
Lipsiae, Thomas Schurerus et Matthias Götzius. 1639. 4^. 

Staats Evers, W., Eenige conclusiën en belangrijke zaken 
voor het provinciaal gerechtshof van Gelderland genomen. 
Zutphen, W. Thieme. 1857. 2 Dln. 8». 

Reede, J. F. van. De zoogenaamde heerlijke regten in ver- 
band beschouwd met het vierde der additionele artikelen der 
Grondwet. Utrecht, J. G. Broese. 1854. 8®. 

Borman, C. de, Thierry de Lynden était-il bê,tard? Réponse 
k M. Ie Baron Adhémar von Linden. Utrecht, Kemink en Zoon. 
1901. 80. 2 dln. 

Bass, Alfr., Beitrage zur Kenntnis deutscher Vomamen. Leipzig, 
Otto Ficker. 1903. 8». 

Lijste van de doode en gequetste officieren in het attacqueren 
van de contrescarpe en halve maen van Maestricht, alleen des 
nachts tusschen den 24 — 25 Juny 1673. 8^. 



455 

Liste des officiers mortz et blessez la nuit du 24 et 25 Juin 
k l'attaque de la contrescarpe et demi lune de Maestricht. 
1 blad. 40. 

Lijste van de dooden en gequetste officieren vant uytgetrocken 
guamisoen van Maestricht. 1 blad. 4P. 

VII. Uitslag der pogingen om afschrift te verkrijgen van 

belangrijke onuitgegeven bescheiden, voor het hoofdarchief 

in de provincie van gewicht en berustende in andere 

binnen- of buitealandsche archieven. 

Onder dit opzicht valt dit jaar niets bizonders te vermelden. 

VIII. Gebruik van het archief gemaakt en inlichtingen verstrekt 

aan autoriteiten en particulieren. 

Door den Kolonel-Directeur van het krijgsgeschiedkundig 
archief van den Generalen Staf, F. de Bas, werd, bij schrijven 
van 23 September 1902, mij kennis gegeven, dat de eerste 
luitenant H. Dyserinck van het 2® Regiment Infanterie, van 
1 October a.s. tot de maand Februari d.a.v. wederom zou 
worden belast met het verrichten van krijgsgeschiedkundige 
nasporingen in de archieven te Maastricht. 

Gemelde heer was, behalve dien tijd, nog zooveel zijne bezig- 
heden hem toelieten, hier werkzaam en legde zich ook onder 
onze leiding met vrucht op de paleographie toe. 

Behalve deze nasporingen werd van dit Rijksarchief gebruik 
gemaakt door de volgende beambten en particulieren, die wy 
wederom naar tijdsorde vermelden, en wel, eerst hen, die schrit 
telijke inlichtingen vroegen en daarna, die persoonlijk in ons 
archief opzoekingen verrichtten. 

De heer Von Dücker, luitenant in het 4^ garde-regiment te 
Berlijn, verkreeg afschrift van een charter van 1241, Maart, zich 
bevindende in het archief van de adellijke abdij Houthem — 
S* Gerlach, en een afdruk van een aanhangend zegel van Gos- 
winus de Dukere. 

De heer Dr. H. Brugmans, adjunct-bibliothecaris der Koninklijke 
Bibliotheek te 's-Gravenhage, verkreeg inlichtingen omtrent de 
zegels der oude Limburgsche steden Maastricht, Roermond, 
Venlo, Weert, Wessem, Echt, Nieuwstad, Montfort, Gennep, 
Sittard, Born, Susteren, Valkenberg, Thorn, of der Schepen- 
banken, alsmede afdrukken van eenige zegels in bruikleen. 



456 

Mejuffrouw C. A. H. F. van de Graft, studente in de Neder- 
landsche taal- en letterkunde te Utrecht, verkreeg inlichtingen 
omtrent een middeleeuwsch historisch lied te Maastricht. 

De heer M. Roosen te Heerlen over het gesticht „de twaalf 
apostelen" te Maastricht. 

De heer Directeur van het Koninklijk Pruissisch Staatsarchief 
te Dusseldorf, Dr. F. H. Ilgen, verkreeg afdrukken van oude 
zegels van Maastricht. 

De heer Algemeene Rijksarchivaris te 's-Gravenhage verkreeg 
inlichtingen omtrent het wapen van Valkenberg, voorkomende 
op de kaart van deze stad, geteekend door Jacob van Deventer, 
omstreeks 1550. 

De heer R. Piek, stads-archivaris te Aken, over Otto van 
Eberstein, proost van S*. Servaaskapittel te Maastricht. 

De heer Burgemeester van Valkenberg betreffende de aange- 
vraagde verandering van het wapen dier gemeente, ontleend 
aan de geschiedenis en de wapenkunde. 

De heer Antoon Mirbach te Keulen over den regeeringsvorm 
van het tweeheerig Maastricht, zoover betreft het recht der 
beide heeren. 

De heer Professor Dr. E. Teichmann verkreeg afschrift van 
een diploom van 1218, uit het archief van het kapittel van 
S^ Servaas en over de legende van de opstanding der beide 
bisschoppen Monulfus en Gondulfus van 1039 uit hun graf te 
Maastricht. 

De heer J. W. Enschedé te Overveen kreeg inlichtingen over 
de familie Van der Kreeken te Maastricht. 

Zijne Excellentie de Commissaris der Koningin in Limburg 
kreeg inlichting omtrent het Koninklijk Besluit van 1828, Maart 6, 
strekkende tot vereeniging van Oost met Eysden en tevens dat 
de familie van Lom geen deel heeft uitgemaakt der ridderschap 
van de Staten van het Spaansch en Oostenrijks Overkwartier 
van Gelderland. 

De heer Burgemeester van Roermond over de betrekkingen 
van het Vorstenhuis Nassau en Oranje-Nassau tot Roermonden 
het adellijk Munster aldaar en over den oorsprong van het 
Roermondsche wapen. 



457 

Mejuffrouw Van der Graft voornoemd over Peter Rocquaer of 
Rochat van Hérine, een partijganger van de partij der Arenber- 
gers in het land van Luik circa 1492, in hun strijd tegen het 
huis van Horne over den bisschopsstoel van Luik. 

De heer Destrée, directeur van het musée d'art et d'industrie 
te Brussel, naar aanleiding van de tentoonstelling van dinan- 
derie te Dinant, over de doopvont van de St. Janskerk te 's Her- 
togenbosch en andere werken van den geelgieter Art van Tricht 
op het eind der 15® eeuw. 

De heer Burgemeester van Klimmen verkreeg historische ge- 
gevens tot het aanvragen van een gemeentewapen. 

De heer Schoenmakers, arts te Sittard, verkreeg met machti- 
ging van Uwe Excellentie vergunning de archivalia van de 
Schepenbank Klimmen in leen te ontvangen. 

De heer A. P. van Beurden, landmeter van het kadaster te 
Roermond, eenige opdrachtregisters der Schepenbank Roer- 
mond. 

De heer Albert Schenck, Köningl. Bayr. Oberst Z. D. und 
Abteilungschef im Kriegs-Ministerium te München, verkreeg 
inlichtingen over de familie Schenck van Nydeggen in Limburg. 

De heer E. Vreuls te Nieuwenhagen over het wapen der Maas- 
trichtsche familie Roosen. 

Dr. P. J. H. Cuypers over den bouw van St. Servaas alhier, 
zoowel handschriften als gedrukte stukken. 

De heer Dr. C. Renard, Provinciaal Conservator der Rijn- 
provincie, nam inzage van kaarten van Erkelenz, Wachtendonck 
en Gelder, copieën van kaarten van Jacob van Deventer zoo- 
even genoemd te Madrid, en verkreeg inlichtingen over de 
archieven van het O verkwartier van Gelder. 

De heer Evers, professor in het groot seminarie te Roermond, 
verkreeg inlichtingen over de zegelstempels van Johan van 
Wittenhorst, heer van Horst, overleden 1569, en zijn vrouw 
Josina van Wees, toebehoorende aan een zijner bloedverwanten. 

De heer D. Brouwers, conservateur-adjoint van het Staatsch 
archief in de provincie Luik, over het klooster Hoog-Cruts te 
Noorbeek en Slenaken. 

De Eerw. heer Hanssen, kapellaan te Roermond, nam kennis 
van een handschrift over het verraad van Maastricht van 1638, 



458 

(de verhooren der gevangen genomen geestelijken), waarvan het 
origineel handschrift in het Rijks-archief te Utrecht berust. 

Jhr. Mr. W. H. HoeufPb te Middelburg, verkreeg afschrift van 
een notarieel huwelijks-contract van 1526 September 10, van 
een zijner voorvaderen, en afschriften van de leenverhefl&ngen 
van Haren-leen, een Homsch leen, ten behoeve van een ander 
zijner voorvaderen. 

De heer Victor von Canisius, veldmaarschalk-luitenant van 
het Oostenrijksch leger, verkreeg inlichtingen over zijn voor- 
vader Mathias Canisius, die uit Limburg stamt. 

De heer Burgemeester van Meerlo, verkreeg afschrift uit het 
Geldersch landrecht, betreffende het waterrecht van de molens. 

De heer Ridder C. de Borman te Schalckhoven (Belgisch 
Limburg) nam afschrift van twee huwelijks-acten van leden der 
familie van Tyll, van 1486 en 3506. 

De heer Mr. A. Telting, adjunct-archivaris aan het Algemeen 
Rijksarchief te 's Gravenhage, verkreeg inlichtingen over de 
literatuur betreffende de Limburgsche steden hierboven vermeld, 
en de jaren waarin zij stadsrecht verkregen hebben of het eerste 
als stad voorkomen. 

De heer Brouwers voornoemd, verkreeg inlichtingen over 
eenige archiefstukken van de Augustinessen-Abdij Sinnich (Bel- 
gisch Limburg) en nam afschrift daarvan. 

De heer J. P. van Someren, bibliothecaris der Universiteit 
te Utrecht, verkreeg inlichtingen over de archieven, waarin 
zich documenten kunnen bevinden omtrent Hendrik van den 
Berg, stadhouder van het Overkwartier in Gelderland. 

De heer Jhr. D. Rutgers van Rozenburg, secretaris van den 
Hoogen Raad van Adel te 's-Gravenhage, verkreeg inlichtingen 
over het wapen der familie de Groote, en omtrent deze familie 
zelve. 

De heer F. Janssens, burgemeester te Weert, verkreeg inlich- 
tingen over de studiebeurs Graven. 

De heer Brouwers voornoemd over het hof van Lenculen 
te Maastricht. 



459 

De heer L. von Pawel von Ramingen, Minister Z. D. Wirk- 
lichen Geheimrath te Brunswijk, over het wapen der familie 
de Groote 

De heer A Canoy te Venlo, over de echtheid van een docu- 
ment van 1 232, waarin van zijn familie melding werd gemaakt. 

Mr. W. del Court te Lyminge, Queenscollege, deed naspo- 
ringen in de opdrachtsregisters van Vaals, over de verzending 
van laken naar Portugal op het laatst der XVIII® eeuw. 

De heer D. van de Casteele, staatsarchivaris te Luik, verkreeg 
te leen meerdere charters van de abdij Rolduc. 

De heer Mr. L. G. N. Bouricius deed nasporingen over het 
postwezen en consulteerde ook de „nieuwe Postkaart van het 
Duitsche rijk" uit de 18® eeuw. 

De ZeerEerw. heer Edm. van Wintershoven, pastoor te Emael 
(Belg. Limburg), consulteerde herhaaldelijk het archief omtrent 
de familie van Wevelinchoven en deed andere genealogische 
nasporingen. 

De heer G. Beerninck, hoofd der school te Nijkerk, bij Arn- 
hem, consulteerde het archief voor genealogische doeleinden. 

De heer Ch. Jelinger alhier, nam inzage der calque-teekening 
van de „éboulements van den St. Pietersberg", nabij Maas- 
tricht. 

De ZeerEerw. heer Paquay, consulteerde de charters van het 
voornoemde kapittel van O. L. Vrouw, berustende in het Alge- 
meen Rijksarchief en door welwillendheid van den heer 
Algem. Rijksarchivaris voor dat doel naar dit Rijksarchief 
opgezonden. x 

De ZeerEerw. heer G. Hustinx oud-leeraar, maakte meer- 
malen van het archief gebruik voor heral(iiek en oudheid- 
kundige doeleinden. 

De ZeerEerw. heer Rutten, rector in het Weeshuis, bezocht 
meermalen het archief voor oudheidkundige doeleinden. 

De heer Keurenaer, hoofdingenieur „der Waterstaat", verkreeg 
meermalen inlichtingen over wetten, besluiten, enz. betreffende en 
in verband met de Waterstaat. 



460 

De heer J. S. van Veen, adj.-comraies aan het Rijksarchief 
te Arnhem, voor historische doeleinden. 

De heer Baron de Groote, minister van Z. M. den Koning 
van België in Perzië, voor de genealogie zijner familie. 

De ZeerEerw. heer Le Bron de Vexela, pastoor van O. L. 
Vrouwekerk te Maastricht, thans deken te Roermond, voor 
historische, oudheidkundige en heraldische doeleinden (het 
familiewapen van Merode). 

IX. Uitslag der bemoeiingen met gemeente-^ waterschaps- en 

andere archieven. 

Onder dit opzicht is dit jaar niets bijzonders te vermelden. 

De Rijksarchivaris in Limburg^ 

A. J. A. Plament. 
Ma^astrichtj 15 Juni 1904. 



461 



VERSLAG 

OMTRENT DE 

ordening en inventarisatie van oude gemeente* 
en waterschapsarchieven in Noordbrabant 

over 1903 

(uitgebracht aan Gedeputeerde Staten dier proyincie). 



EdelGrootAchtbare Heeren, 

Wederom bied ik ü hierbij een verslag aan over eenige be- 
vindingen, door mij opgedaan bij de zorgen ter bevordering van 
een goede bewaring van gemeente- en waterschapsarehieven in 
deze provincie. 

Zooals ik U reeds meldde bij de toezending van den onlangs 
verschenen inventaris van Dongen's oude archieven, heb ik in 
1908 weder een aantal gemeenten bezocht met het oog op de 
archieven der gemeente, en, voor zoover er aanleiding of gele- 
genheid toe was, die der daar bestaande polder- en kerkbesturen. 
Met genoegen mag ik vaststellen dat gunstige gevolgen van 
deze en vorige bezoeken en van de er veelal uit voortgevloeide 
schriftelijke bemoeiingen niet uitbleven. Op vele plaatsen kon 
ik mij verheugen over de verbeteringen, welke sinds een vorig 
bezoek overeenkomstig mijne wenken en aanwijzingen waren 
aangebracht. 

Te Vlgmen vond ik een veel beteren toestand dan vóór eenige 
jaren. Toen lag een groote massa oude en nieuwe archiefstukken 
ordeloos op den zoldervloer gestapeld. Thans was op dien zol- 
der een ruime gesloten kast aangebracht, waarin het grootste 
deel dier hoeveelheid was opgesteld. Wat geen plaats meer in 
die kast had kunnen vinden lag in enkele stapels er naast. 
Het meeste hiervan is van geen waarde, zooals de stokken 
(„souches") der registers van uitgegeven bevelschriften tot be- 



462 

taling, en de bewijzen of briefjes van woonplaats-veranderin- 
gen. Deze stukken konden, naar mijne meening, gerust worden 
opeeruimd, de laatste voor zoover ze dagteekenen vóór de jongste 
vo&stelling. Doch wat wèl van waarde is dient natuurlijk na 
ook betere berging te vinden. En hoewel de zolder te Vlijmen 
betrekkelijk droog is en van een dakbeschieting voorzien, zoo 
is toch stellig een zolder geen geschikte archiefbewaarplaats en 
als zoodanig liever niet te gebruiken zoolang er in de lager ge- 
legen en beter tegen de invloeden van het weer beschutte ver- 
trekken nog behoorlijk plaats te vinden is. Een verdere ge- 
wenschte verbetering zou dus de overbrenging zijn van de nieuwe 
kast naar het archiefvertrek achter de secretarie. In dat vertrek 
is reeds een dergelijke gesloten kast geplaatst, waarin een klei- 
ner deel van het gemeente-archief is geborgen. Ook worden er, 
in een zeer goede inrichting, de kadastrale plans en registers 
betreffende de gronden onder deze gemeente bewaard. 

Het gemeente-archief is het laatst in 1882 geïnventariseerd 
door den gemeente-secretaris Verhoeven. Zijn inventaris is een 
vernieuwing van dien van 1857. Evenmin als deze maakt hij 
afscheiding tusschen nieuw- en oud-archief, d. w. z. het gestadig 
aangroeiend archief van de gemeentelijke administratie welke 
nog voortbestaat, en het afgesloten archief van voorafgegane be- 
sturen; afscheiding welke ik om practische redenen bij het jaar 
1810 zou willen leggen, toen de rechterlijke macht aan de ge- 
meenten werd ontnomen en door den Staat in eigen hand ge- 
nomen, en toen het gemeentewezen een ander karakter verkreeg. 

Tusschen boekwerken en archiefstukken maakte de secretaris 
in 1882 geen onderscheid, zoodat hij ze samen in den inventaris 
van het archief opnam. Zelfs indien hij eigenlijk een inventaris 
van zijn secretarie bedoeld heeft, had hij tusschen boeken en 
archieven een strenge scheiding moeten maken. Het bezit van 
boeken is toevallig, vrijwillig of willekeurig ; ieder partikulier 
kan het zoo goed als de gemeente hebben ; en de boeken zelve 
zijn vervangbaar en voor vervreemding vatbaar. Doch het bezit 
van een archief vloeit uit openbare functie en bevoegdheden, uit 
openbaar gezag, rechtsmacht, enz., voort, is de neerslag van de 
uitoefening dier bevoegdheden, van de genomen beschikkingen 
en beslissingen enz. ; geen partikulier kan een archiefetuk als 
zoodanig bezitten ; en de archieven zijn onvervangbaar en onver- 
vreemdbaar. 

De inventaris is niet steeds geregeld en goed bijgehouden. Ook 
om deze reden is een nieuwe bewerking van het geheele archief 
der gemeente dus gewenscht. Daarbij zou een zuivere afscheiding 
van de bescheiden van vóór 1811 en nk 1810 vooraf moeten 
gaan. De oudere behoeven dan voorshands maar zeer algemeen 



463 

en globaal te worden aangeduid. Voor de indeeling der nieuwere 
zoude gevoegelijk het hier volgende algemeene schema als 
leidraad gebruikt kunnen worden : 

A. Eigenlgk gemeentewirchief. 

1. Eigendomsbewijzen, rechterlijke uitspraken, contracten en 
verdere titels van gemeente-eigendommen en -rechten. 

2. Registers van besluiten, notulen, processen-verbaal, publi- 
catiën, correspondentie enz. van het gemeentebestuur als zoodanig, 
met, als bijlagen dier registers, de ingekomen en de minuten van 
uitgegane brieven. 

8. De gemeente-rekeningen en bijlagen daarvan, en de verdere 
registers, kohieren en stukken van de gemeentelijke comptabiliteit. 

4. Verslagen (gemeenteverslag, verslag onderwijs, oogst enz.). 

5. Oude en nieuwere bevolkingsregisters, stukken betrekkelijk 
volkstellingen, bewijzen van woonplaatsveranderingen. 

6. Registers en stukken voor de militie en van de schutterij, 

7. Registers en stukken betreffende de uitvoering van Rijks- 
wetten. 

B. Archief van den Burgerleken Stand. 

C. Archief van den Algemeenen Arme. 
Z>. Kadastrale bescheiden. 

Van deze inventarisatie totaal af te scheiden is de catalogiseering 
van a. de gedrukte werken, verzamelingen van wetten, aanschrij- 
vingen, arresten enz., zoowel als de bewerkingen van wetten en de 
geschriften van bijzondere personen ; 6. de landkaarten en atlassen. 

Van nog een vroegeren inventaris dan die van 1857 wordt 
melding gemaakt in het eerste gemeente- verslag van Vlijmen dat 
ingevolge onze tegenwoordige gemeente-wet is opgemaakt, dat 
over 1851 dus. Daarbij wordt gezegd dat de archieven van weinig 
beteekenis zijn en niet belangrijk, „uit hoofde vele oude en voor 
„de Gremeente nogal belangrijke documenten van oude dagtee- 
„kening door de onnauwkeurige administratie in het laatst der 
„afgeloopen eeuw tot aan het jaar 1810 voor het grootste gedeelte 
„verduisterd of zoek geraakt zijn". Daar wordt dan bijgevoegd 
dat de nog aanwezige ten raadhuize geregeld bewaard worden. 

Uit de latere gemeenteverslagen, en uit een brief van den 



464 

Burgemeester aan Uw eoUegie dd. 17 februari 1868 blijkt, 
voor een deel althans, waarin die „nog aanwezige" docu- 
menten bestonden. Daarin toch worden opgenoemd : 

„De registers van resolutiën van de regeering of municipaliteit 
van Vlijmen, 1661—1809. 

Ken register van willekeuren van den dorpe Vlijmen beginnende 
met den jare 1690, tot 1717. 

Een register resolutiën van de Staten van Holland en West- 
friesland, 1720—1753. 

Een boek met oude oorkonden (in afschrift), beginnende met 
het jaar 1321, eindigende 1707. 

Twee registers van armenrekeningen, 1686 — 1768. 

Een register van conditien van besteding van dijk- en Maasgeld, 
1690-1735. 

Een register van de omslagen, 1704 — 1722. 

Twee registers van aanstelling van regenten, armmeesters en 
schaarmeesters, 1737 — 1810. 

Twee registers van borgbrieven, 1749—1810. 

Vier trouwregisters, 1773—1810. (Verslag 1855, in dat over 1856 
en later vervangen door: 

Tien registers van trouwen en begraven, 1643 — 1810.) 

Drie doopboeken der Roomsch-Katholieke gemeente, 1674 — 181 L 

Een doopboek der Hervormde gemeente Vlijmen, 1700 — 1810. 

Een doodboek der R.-K., 1738—14 april 1815." 

Intusschen vond ik thans in het archiefvertrek in de kast 
ook een verzameling oude dokumenten welke bij mijn vorig 
bezoek niet aanwezig waren. Deze bescheiden waren — met andere, 
welke, naar men mij verzekerde, Vlijmen niet betroffen — kort 
te voren door den burgemeester ontdekt bij een partikulier. 

Bil inzage bleek mij dat een gedeelte er van bestaat in archief- 
stukken van het voormalige Vlijmensche gerecht, doch een ander 
gedeelte tot het oud-gemeentelijke archief behoort. Beiderlei 
stukken moeten dus vroeger van de archieven der secretarie 
gescheiden zijn. Vermoedelijk is dit dan het gevolg geweest van 
den vroegeren toestand, te Vlijmen zooals in vele andere der 
oud-HoUandsche dorpen dezer provincie, dat er geen eigenlijk 
gemeentehuis was, doch de secretarie gehouden werd bij den 
secretaris thuis. Dit vermoeden wordt bevestigd door het feit, 
dat de nu teruggekregen bescheiden waren aangetroffen bij een 
afstammeling der familie van Drunen, waarvan ik reeds in het 
begin van mijn verslag van mei 1891 heb melding gemaakt, 
en waarvan één lid, Francis van Drunen, indertijd schout was 
van Vlijmen en van Engelen. 



465 

Nadat de burgemeester de bedoelde beseheiden op de secretarie 
had bezorgd, waren ze daar eenigszins geschift en verzorgd. Een 
juiste bepaling en sorteering zal echter noodig zijn, waartoe ik 
ze bij gelegenheid zal onderhanden nemen. 



Ten raadhuize van Den-Dungen vond ik eveneens den toestand 
verbeterd. Men heeft daar aan mijn wenk gevolg gegeven om 
een laag rekje, dat op zolder tegen de donkere vochtige borst- 
wering van den zuidwestelijken buitenmuur stond, en waarin 
de daar geplaatste archiefstukken ernstig schade leden, te ver- 
vangen door een vrijstaande kast. Deze is geleverd en midden 
op den zolder geplaatst. Daar hebben de bescheiden uit het nu 
afgebroken rekje thans een betere plaatsing gekregen en vertoonen 
reeds minder sporen van vocht. Het zal goed zijn ze over 
eenigen tijd, als ze geheel droog zullen wezen, in de beneden 
aanwezige kasten over te brengen en dan liever sommige der 
thans daarin bewaarde oude boekwerken en voorwerpen in de 
zolderkast te plaatsen. Daarmede zal dan ook een ordening 
en regeling van die bescheiden goed mogelijk gemaakt ziln. 
Over den inhoud kan ik thans nog niets mededeelen, dan dat 
er oude dorpsrekeningen en oude kohieren bij zijn. 

Van welk jaar die oude dorpsrekeningen opklimmen is uit 
de inventarissen van Den-Dungen's archieven, welke ik vond, 
niet met zekerheid op te maken. 

In december 1820 vond ingevolge art. 1 van het Besluit van 
het toenmalige Collegie van Gedeputeerde Staten dd. 15 sep- 
tember 1820 een inventarisatie plaats van „het geheele archief" 
der gemeente. Dit geschiedde met het oog op het optreden met 
1821 van de nieuwe gemeentebesturen volgens het Reglement 
op het bestuur ten plattelande. Aan dezen inventaris, geda- 
teerd 28 december 1820, zijn twee andere, d.d. 28 juni 1820, 
toegevoegd, de eene van de effekten en dergelijke bewijsstukken 
der gemeente, de andere van de bescheiden van het Algemeen 
Armbestuur. 

In dezen inventaris van 1820 worden de dorpsrekeningen 
opgegeven als te loopen van 1710 af. 

In 1835 is een inventaris opgemaakt van „alle boeken, 

„registers en al hetgeen tot het archief der gemeente 

Den-Dungen behoort". Hij is gedateerd 19 juni 1835 en door 
den vervaardiger, den secretaris (later tevens burgemeester) 
Van-de-Westelaken steeds trouw bijgehouden, per jaar, tot 30 
december 1896. 

(1903) 30 



4^)& 

In dezen inventaris wordt de serie der dorpsrekeningen gezegd 
te beginnen met 1700. 

In het eind van 1897 is opgemaakt een „Inventaris der 
archieven (van de) gemeente met aanduiding van n®*. der 
kasten, bank, loket, plaats enz." Dit stuk is op sommige plaatsen 
aangevuld in 1898, 1899, 1900, 1901, 1902, 1903. Het is feitelijk 
geen inventaris van het gemeente-archief maar een aanwijzer 
voor de plaatsing van de gemeente-archiefstukken, boekwerken, 
materialen, gerief, enz. in 9 verschillende kasten van het 
gemeentehuis, een soort handwijzer bij een inventaris, in casu 
bij dien van 1835, welke dus nog steeds als de ligger van het 
archief, de inventaris daarvan is aan te merken. 

Deze handwijzer is het rekje op zolder stil voorbijgegaan en 
vermeldt dus ook niet of de serie dorpsrekeningen nu met 1700 
of met 1710 aanvangt. 

Behalve deze dorpsrekeningen en kohieren van vóór 1810 zijn 
bij of na de afscheiding van Den-Dungen van 's-Hertogenbosch, 
onder het vrijdom van welke stad Den-Dungen eertijds behoorde 
en van waar uit het dus bestuurd werd, wellicht nog enkele andere 
bescheiden iiit het oud-archief van 's-Hertogenbosch overgebracht 
in dat van de nieuwe gemeente. Ook dit zal het later onder- 
zoek der zolderpapieren ons leeren. Dat het meerendeel der 
bescheiden van de oude administratie betreffende Den-Dungen 
te 's-Hertogenbosch is blijven berusten, heb ik vroeger (1) reeds 
in herinnering gebracht. 

Bij een eventueele nieuwe inventarisatie te Den-Dungen zou 
ik een zelfde afscheiding en systeem van indeeling als voor 
Vlijmen hiervóór is aangegeven doelmatig achten. Al is de 
inventaris van 1835 in hoofdzaak nog steeds vrij voldoende, 
zoo is toch een algeheele afzondering der gedrukte werken, 
Staatsbladen, provinciaal blad en -bij blad, uitgaven van wetten, 
enz. enz., verder een meer sjrstematische orde in de vermelding 
der archiefstukken, en eenige uitbreiding en aanvulling der 
beschrijving gewenscht. 

Natuurlijk kan bij zulk een nieuwen inventaris in een afzon- 
derlijke kolom achter elke serie of elk onderdeel desgewenscht 
vermeld worden wkkr die stukken geplaatst zijn. Doch dit 
schijnt minder practisch dè,è,rom dat bij elke verplaatsing door 
aanzwelling van collecties en serieën, als anderszins, die plaats- 
verraelding op den inventaris steeds mede veranderd moet 
worden. Om die reden zou ik de vermelding liever zien weg- 
gelaten. De plaats van berging is voor den inventaris inmiers 



(1) In mijn verslag van mei 1891, blz. 8. 



/ 



^Va 



467 

altijd maar bijzaak. Het best schijnt het mij, waar en voor- 
zoover dit kan, de archieven eenvoudig te plaatsen in de volgorde 
van den systematischen inventaris met openhouding van vol- 
doende ruimte, achter de verschillende serieën, voor de jaar- 
lijksche aanvulling gedurende een reeks van jaren. 

Wat den toestand der archieven, welke in de kasten van de 
secretarie en van het archieflokaal achter de zijkamer (burge- 
meesterskamer) bewaard zijn, betreft, deze is zeer goed. Alles 
is wèl verzorgd, al vertoonen sommige stukken sporen van 
vroeger minder goede bewaring (vocht). Blijkbaar is vooral in 
de laatste jaren veel zorg besteed. Het raadhuis, van 1877, 
schijnt goed gebouwd te zijn, en de betimmering met kasten 
op de secretarie, de burgemeesterskamer en het archiefvertrek 
daarachter is doelmatig en net. Het oud-archief van den Bur- 
gerlijken Stand, op mijn bureau in 1895 beschreven, en her- 
bonden, is in uitstekende orde bewaard. De nieuwe registers 
van den Burgerlijken Stand, grootendeels nog in de losse jaar- 
lijksche deeltjes, eveneens. 



Te Oisterw^k was vroeger het archief der gemeente bewaard 
in een lokaal der kerk, en wel tot men in 1821 deze ging 
herbouwen. 

Hetzelfde vertrek is in 1814, schreef de burgemeester in 1868 
aan Uw collegie, „mede tot militaire provoost gebruikt", waarbij 
hij de mededeeling voegde dat tijdens de herbouwing der kerk 
veel van het oud-archief is zoek geraakt. 

Vóór 1868 schijnt geen andere inventaris te zijn opgemaakt 
dan die van de oude rechterlijke bescheiden, welke ingevolge 
de aanschrijving van den Gouverneur van Noordbrabant d.d. 
30 november 1827 A n<*. 38 op den 31" december van dat jaar 
naar de griffie der rechtbank van eersten aanleg te 's-Hertogen- 
bosch zijn overgebracht. Toen echter riep men de hulp in van 
den Bosschen archivaris R. A. van Zuylen, die in maart 1870 
den inventaris voltooide van het oud-archief (tot 1810) en in 
juli van dat jaar daaraan nog een suppletoire staat van nader 
gevonden oude bescheiden toevoegde. Toen was het archief 
bewaard in het, midden op het marktveld geheel vrijstaande, 
raadhuis. Daar vond ik in 1890 het archief in den toestand 
zooals ik toenmaals in mijn verslag (van mei 1891, blz. 5) mededeelde. 

In 1900 is nu een nieuw gemeentehuis tot stand gekomen. 
Daarin is een afzonderlijk archiefvertrek ingericht, met ver- 
welfde zoldering en zeer doelmatige open rekken tegen de beide 
zijwanden. Een groote verbetering dus bij den vroegeren toe- 



468 

stand, waarvan dan ook de tegenwoordige secretaris op loffelijke 
wijze heeft gebruik gemaakt om zijn geheele archief behoorlijk 
op te stellen en te verzorgen. 

In het archieflokaal vond ik nu oud- en nieuw-archief tezamen 
zeer goed geplaatst. In de rekken aan den eenen wand is het 
nieuwe opgesteld, voor het grootste deel reeds verzorgd en geordend, 
de losse stukken en de bijlagen der rekeningen in portefeuilles 
met ruggen en opschriften. Daarbij is voldoende ruimte over voor 
den aanwas in een reeks van jaren. Aan den anderen zijwand, 
eveneens binnenmuur, is het oud-archief geplaatst in de orde 
van den inventaris. Daarachter volgt een niet in dien inventaris 
opgenomen gedeelte, dat op den zolder van het vroegere raad- 
huis in de donkere hoeken gelegen had, daar in 1870 niet was 
opgemerkt, in 1890 door mij voor den dag gehaald en, voor zoover 
licht en ruimte op het lage zolderkamertje veroorloofden, gedeel- 
telijk was gebruikt om de geïnventariseerde serieën aan te vullen. 
Verder zijn aan dezen wand boekwerken geplaatst, en ook de 
armenrekeningen van na 1810 met de bijlagen. 

Ik heb bedoeld onbewerkt gedeelte van het oud-archief weder 
door de hand laten gaan en nader gesorteerd, en eenige 
stukken van een omslag met korte aanduiding voorzien. Op 
den inventaris heb ik een en ander aangeteekend van hetgeen 
tot aanvulling van daarin vermelde collecties of serieën strekte. 

Van de privilegiën en octrooien, perkamenten brieven en 
bijzondere stukken, van ouds in de eiken komme bewaard, en 
in den inventaris afzonderlijk beschreven, zijn er nog eenige 
voorname onder handen genomen en breeder geanalyseerd. Zoo 
heb ik van een er van, het testament van 7 december 1481, 
waarbij de kerk en de Algemeene Armen van Oisterwijk begif- 
tigd worden, een beurs wordt gefundeerd en een manhuis te 
Oisterwijk gesticht wordt, een uitvoerige inhoudsopgaaf der niet 
minder dan 36 bepalingen opgemaakt. Deze stukken worden 
thans nog ter secretarie afzonderlijk achter slot en grendel 
bewaard. Er zijn nog eenige bijgevoegd, die in 1870 niet waren 
ontdekt en dus toen niet mede beschreven zijn. 



In de gemeenteverslagen van Nieuwkuik en Onsenoort worden 

van 1851 tot 1859 slechts klaagtonen over den toestand van 
het archief geuit. Tot het jaar 1841, zoo luidt het, is het 
„zeer onregelmatig bewaard gebleven"; „van het aanwezige is 
inventaris voorhanden, welke dagteekent van 15 juli 1843 en 
sedert dien tijd geregeld wordt bijgehouden". Daarbij wordt in 
het bijzonder — alweder met verwarring van boekverzameling met 



469 

archief — medegedeeld „Staats- en provinciale bladen zijn 
slechts voorhanden van af 1824 en onder de aanwezige worden 
verschillende deelen aangetroffen waarin nummers mankeeren". 
En in 1855 worden, als de voornaamste stukken, waaruit de 
archieven bestaan, opgesomd : „Een in 1855 aangekocht boekdeel 
Staatsbladen van 1814—1840; Staats- en provinciale bladen 
1840 — 1855 ; De gids voor plaatselijke besturen door Boissevain ; 
De uitgewerkte reglementen voor de nationale militie en schutterij, 
en de Nederlandsche wetboeken". 

In 1860 kwam een overeenkomst tot stand met J. F. Hansse, 
den klerk der rechtbank-griffie te 's-Hertogenbosch, die naburige 
gemeente-archieven geregeld had, om ook het Nieuwkuiksche 
te beschrijven. In 1861 kwam diens inventaris tot stand. Daarna 
wordt het archief jaarlijks als klein in omvang, weinig belang- 
riik doch in goeden staat opgegeven, tot in het verslag over 
1866 een opgaaf van oude bescheiden wordt gedaan. Deze opgaaf 
komt op het volgende neer : 

Registers van plakaten en resolutiën van de hooge overheid, 
1669—1798, 7 banden. 

Registers van deliberatiën en besluiten van den magistraat 
van Onsenoort, 1741 — 1810, 2 deelen. 

Idem van Nieuwkuik, 1716 — 1810, 6 deelen. 

Dorpsrekeningen van Onsenoort 1743—1805. 

Gemeenterekeningen van Nieuwkuik, 1741 — 1810, waarvan 
echter ontbreken: 1745, 1755, 1768-1770, 1773,1774,1777,1779, 
1781, 1782, 1795, 1796, 1798, 1807, 1808 (evenals van de latere 
gemeenterekeningen die van 1811—1814 en van 1831 — 1835 
mankeeren). 

Doopregisters 1726—1810. 

Registers van huwelijken van 1722-1807 en 1779-1810. 

In het laatste gemeente-verslag dat ik ter beschikking heb, 
dat over 1869, wordt wederom gezegd dat het archief in goeden 
toestand was. Zeker niet in goeden toestand vond ik het echter 
bij mijn eerste bezoek in 1888. Het gemeentehuis werd zoo goed 
als niet gebruikt; de burgemeester, tevens secretaris, hield bij 
zich thuis bureau. Dientengevolge werd het raadhuis, toch al 
een oud, slecht en vochtig gebouw, zoo goed als niet gelucht. 
Het was er uitermate vochtig en de archieven lagen vervuild en 
verwaarloosd en allesbehalve ordelijk. Met het oog op de toen 
hangende voornemens tot aanstelling van een secretaris en ver- 
bouwing sloeg ik toen geen maatregelen voor. De verbouwing 
kwam eerst in 1895 tot stand. Kort daarna heeft de secretaris, 
thans burgemeester, het archief geheel geregeld en een nieuwen 
breeden inventaris van de secretarie opgemaakt. Hierin zijn, wat 
het archief betreft, oud en nieuw niet gescheiden, waardoor een 



470 

goed overzicht min gemakkelijk is te verkrijgen. Bij het door- 
bladeren zag ik dat er nog wel meer oude beseheiden zijn dan 
de in het gemeente-verslag van 1866 opgesomde. In een drietal 
portefeuilles, gemerkt A., B. en C, zijn een aantal verspreide 
£>sse stukken verzameld; in die gemerkt C. zijn er vele van 
vóór 1811. 

Vond ik dus ook te Nieuwkuik den toestand bij vroeger 
vergeleken veel verbeterd, toch bestaat ook hier weer gevaar dat 
door ruimtegebrek het archief opnieuw in het gedrang komt. 
Ik heb er dan ook den tegenwoordigen secretaris op gewezen, 
dat bij verbanning van een deel der verzamelingen de boek- 
werken moeten vwrgaan naar den zolder, en de archieven de 
beste plaats dienen te behouden. Van de oude registers van den 
Burgerlijken Stand hèb ik een beschrijving opgemaakt. 



Ditzelfde heb ik gedaan te Bokhoven, doch hier bestaat het 
oud-archief van den Burgerlijken Stand slechts in één oud 
kerkregister. Andere pastoorsprotokollen van Bokhoven berusten 
bij den pastoor, al moeten zij met 1 januari 1811 krachtens de 
voorschriften der toenmalige overheid aan den maire, als ambtenaar 
van den Burgerlijken Stand, zijn afgegeven. In vele gemeenten 
schijnt een deel der aldus in 1811 feitelijk tot bewijskrachtige 
burgerlijke- stands- registers gemaakte en sinds dien ook door onze 
rechterhjke macht als zoodanig erkende oude kerkregisters van 
doop en trouw in latere jaren ondershands en zonder schriftelijk 
bewijs aan de pastoors teruggegeven te zijn; vooral met de 
trouwregisters schijnt dat het geval te zijn geweest. Ik heb wel 
eens kunnen constateeren, dat dit slechts onder den titel van 
te-leen-geving geschied was en dat van mijn bezoek gretig werd 
gebruik gemaakt om ze weer op te vorderen. Of te Bokhoven 
ook zulk een „teruggaaf" heeft plaats gehad, kan ik echter niet 
constateeren. Want van de overneming op 31 december 1810 of 
1 januari 1811 is ter secretarie geen notitie, minuut van afgegeven 
regu. of dergelijk bescheid meer te vinden ten gevolge van den 
brand die in lö39 Bokhoven heeft geteisterd en ook het raadhuis 
met het archief heeft vernietigd. De beteekenis van het daardoor 
veroorzaakte verlies voor de Historie duidde ik in mijn vorig 
verslag (1) kortelijk aan. 

Het eenige oude kerkregister is dan ook tevens het eenige 
archiefstuk van vóór 1811 dat ter secretarie van Bokhoven nog 



(1) Verslag d.d. juni 1903, blz. 9. 



471 

bewaard is. Het is niet enkel van lokaal belang, omdat er vele 
doopelingen in voorkomen van elders, en wel uit plaatsen aan 
de Maas en in de Meierij van Den-Bosch, zelfs uit Utrecht, 
Amersfoort, ja uit Frankfort. Dit is als een gevolg aan te merken 
van den bijzonderen toestand, waarin Bokhoven verkeerde, een 
Souvereiniteit, gelegen binnen, maar geheel zelfstandig tegenover 
de Republiek der Vereenigde Nederlanden, waar de zoogenaamde 
retorsie-plakaten tegen de Roomsche geestelijkheid dan ook geen 
kracht of gezag hadden. 

Ook de nieuwe registers van den Burgerlijken Stand zijn in 
1830 blijkbaar uit den brand gered, op die uit 1811 en 1812 na ; 
immers zij ziin van van 1813 af aanwezig. Eveneens zijn er nog 
processen-verbaal sinds 1827, enz. 

De oudst bewaarde gemeente-rekening loopt over 1838 ; de oudste 
begrooting is die voor 1840 ; de oudste bundel ingekomen stukken 
is van 1841. De bewaarplaats is niet onbevredigend, de orde 
evenmin. In 1851 en volgende jaren werd in het gemeente-verslag 
gemeld dat een inventaris van het aanwezige archief bestond, 
welke geregeld werd bijgehouden. Ik heb dezen niet kunnen 
terugvinden. Trouwens reeds in een brief van Burgemeester & 
Wethouders van 1877 aan den Commissaris des Konings wordt 
gezegd, dat een inventaris niet bestond. 



Minder bevredigend bevond ik den toestand te Zes-Gehuchten. 
Deze gemeente behoorde van ouds onder Heeze. Met het dorp 
Leende met zijn vier en het dorp Heeze met zijn zeven ge- 
huchten vormden „de zes gehuchten" gezamenlijk één jurisdictie, 
één dingbank en één gemeente. Eerst in 1811 werd zoowel 
Leende als Zes- Gehuchten een zelfstandige gemeente. Daarna 
bleef laatstgenoemde vooreerst nog zonder gemeentehuis. De 
secretarie werd ten huize van den secretaris gehouden; de tot 
1854 gevormde archieven eveneens in een particulier huis — en 
blijkens klachten daarover veelal slordig en onordelijk — 
bewaard. Eerst toen is in het gehucht Papenvoort de tegen- 
woordige raadkamer gebouwd, bestaande in twee vertrekken 
en een vliering daarboven. De kasten in het grootste vertrek, 
tegen den binnenmuur geplaatst en daardoor vochtvrij, boden 
tot vóór eenige jaren nog voldoende ruimte voor het archief. 
Doch de laatste gemeenterekeningen zijn, bij gebrek aan ruimte 
beneden, naar de vliering — die met een ladder bereikbaar 
is — gebracht, evenals de ingekomen stukken van de laatste 
jaren. Deze toestand is natuurlijk zeer af te keuren en men zei 
mij, dat men dat ook zeer goed inzag, dat er daarom ook al 



472 

sprake was geweest van het bij maken van een kast, doch dat 
er ook een plan bestond tot opbouw van het raadhuis. Ik kon 
niet anders dan op een spoedige beslissing in die zaken aan- 
dringen, en in afwachting daarvan op betere ordening en 
plaatsing der archiefstukken in de bestaande kasten, waarbij 
allicht eenige plaats gewonnen kon worden. 

Er bestaat een inventaris van de secretarie, door den secretaris 
Kivits opgemaakt in 1876. 



Te Deurne, waar na mijn bezoek in 1900 de kasten ver- 
vaardigd zijn waarvoor ik toen de noodige aanwijzingen had 
gedaan en later nog een teekening had gezonden, heb ik in 
het voorjaar het vroeger summier beschreven archief overeen- 
komstig de orde dier beschrijving gerangschikt en in de 
kasten geplaatst. De bewaarplaats en toestand van het oud- 
archief van Deurne en Liessel is thans zeer goed. Op den duur 
verdient de inventaris wel een breedere uitwerking en speci- 
ficeering te ondergaan. Vooreerst is er echter elders te veel meer 
dringend werk te doen. Voor de regeling en plaatsing van het 
nieuwe archief, dat na de verhuizing uit het oude raadhuis 
tijdelijk in een benedenvertrek is neergelegd, had de secretaris 
nog geen tijd of voldoende hulpkrachten weten te vinden. Hij 
dacht er ecnter binnenkort werk van te maken, doch heeft dit, 
luidens zijn bericht, nog niet gedaan, bij gemis van de noodige 
kasten. 



In den loop van het jaar meldde zich bij mij aan de heer 
M. H. van Visyliet, oud-archivaris van Middelburg en non- 
actief ambtenaar bij het Rijksarchief aldaar. Van langdurige 
ziekte genezen, en vooralsnog niet in activiteit hersteld kun- 
nende worden wijl de plaatsen vervuld waren, zocht hij werk 
en bood hij zich aan om ons hier te helpen. Ik dacht dadelijk 
aan het door brand geteisterde oude stads archief van Grave^ 
en deed de noodige stappen om hem de bewerking op te 
kunnen dragen van dat door de ineenstorting bij en de redding 
uit dien brand zoozeer gehavende en verwarde archief. Tijdens 
de behandeling dier zaak kwam echter het gemeentebestuur 
van Tilburg met een dringende vraag tot mij om regeling te 
verkrijgen van zijn oud-archief, waarvoor de gemeente bereid 
was een aanmerkelijk geldelijk ofier te brengen. Hierdoor kreeg 
de heer van Visvliet gelegenheid om tusschen twee aanbie- 



473 

dingen van bezoldigd werk te kiezen. Waar ik aan het aan- 
vaarden van de regeling van het Graafsche stads-archief de 
voorwaarde moest verbinden dat tegelijk en in verband daar- 
mede ook het hier bewaarde oud-reehterlijk /archief van Grave 
geregeld werd, terwijl ik er op wees dat het werk aan de oude 
Graafsche archieven m. i niet binnen 2 jaren kon afgeloopen 
zijn, doch dat bij de keuze van Grave naar andere hulp zou 
worden uitgezien voor Tilburg, welks bestuur zoolang niet zou 
wenschen te wachten, daar koos de heer van- Vis vliet ten slotte de 
regeling van het oud-gemeentearchief van Tilburg, op de voor- 
waarden, door hem met het gemeentebestuur afgesproken. Deze 
lieten hem vrij op elk tijdstip een vaste betrekking te aan- 
vaarden. 

Met volle toewijding, en veel ambitie, heeft zich de heer 
van-Visvliet van het oogenblik der genomen beslissing af aan 
zijn taak gewijd en bereids, in het gemeenteverslag van Tilburg 
over 1903, een eerste rapport daarover uitgebracht. Het werk 
zal in het loopende jaar vermoedelijk goeddeels,- zoo niet geheel, 
worden voltooid. Inmiddels hebben wij nu de definitieve regeling 
van het oud-rechterlijk archief van Tilburg & Goirle ter hand 
genomen, waaruit reeds vroeger geleidelijk een aantal losse 
stukken van het oud-gemeentelijke archief verzameld en zooveel 
mogelijk gesorteerd en bewerkt waren, doch waaruit bij de 
verdere ordening en beschrijving der vele duizenden losse be- 
scheiden en papieren nog telkens enkele stukken en bladen 
voor den dag komen, welke alle met het oude gemeente-archief 
hereenigd behooren te worden en teruggezonden zullen worden. 



Inmiddels bleef voor mij de lastige taak liggen om van het 
oude stads-archief van Grave nog weer te maken wat er van 
te maken viel. Een geruimen tijd heb ik daaraan onverpoosd 
gewerkt. Het resultaat is in hoofdzaak dat de serieën der stads- 
rekeningen, die der . kerkerekeningen, der gasthuisrekeningen, 
en de serieën der bijlagen van al die rekeningen, vrij aardig zijn 
hersteld, en eveneens de reeks der bundels en pakken met 
ingekomen stukken, en die der resolutie- of notulen- boeken; en 
dat er boven verwachting veel, zij het dan in beschadigden 
toestand en min of meer onvolledig, behouden en herstelbaar 
blijkt te zijn. Tot aantooning daarvan meen ik wel te doen de 
lijsten van het tot heden gereconstrueerde hier op te nemen. 



474 



Stadtrekmingen. 



brokstuk 
idem 
idem 
idem 
idem 
idem 
idem 



1603 & 1604 
1605 & 1606 
1623 
1626/27 
1636 
1640 
1642/43 
1651-1654 
1655—1658 
1669-1662 
1663-1666 
1667-1670 
1671-1674 
1680-1685 
1686—1690 
1693-maart 1700 
april 1700— maart 1701 






« 






» 






»> 






1» 



J> 



1701— 
1702— 
1708— 
1704— 
1705- 
1706— 
1707- 
1708— 
1709— 
1710— 
1711— 
1712— 
1713— 
1714— 
1715— 
1716— 
1717— 
1718— 
1719— 
1720— 
1722— 
1723— 
1724- 
1725- 
1726— 
1727— 









)> 






W 



1702 

1703 

1704 

1705 

1706 

1707 

1708 

1709 

1710 

1711 

1712 (brokst.) 

1713 

1714 (brokst.) 

1715 

1716 

1717 

1718 

1719 

1720 

1721 

1723 

1724 

1725 

1726 

1727 (dubb.) 

1728 



aprU 1728- 
1729- 
173a 
1731- 
1732 
1733- 
1734- 
1736- 
1737 
1788 
1739 
1740 
1741 
1742 
1743 
1744 
1747 
1748 
1749 
1760 
1751 
1753 
1764 
1756 
1767 
1758 
1759 
1760 
1761 
1762 
1763 
1764 
1765 
1766 
1767 
1768 
1769 
1770 
1771 
1772 
1773 
1774 
1776 



-maart 1729 

1730 

1731 

1732 

1733 

1734 (dubb.) 

173Ö 
■Dec. 1736 



(brokstuk) 



(brokstuk) 



(dubbel) 

( „ ) 
( „ ) 



475 



1776 
1777 
1778 
1779 
1780 
1781 
1782 
1783 
1784 
1785 
1786 
1787 



dubbel 



1788 (dubbel) 

1789 ( „ ) 
1790 

1793 
1794 
1795 
1796 
1798 
1799 
1800 
1801 & 1802 



Bijlagen der Stadsrekeningen, 



1623 


1658 


1689 


1624 


1659 


1690 


1626 


1660 


1694 


1628 


1661 


1696 


1630 


1662 


1696 


1631 


1663 


1697 


1632 


1664 


1698 


1633 


1665 


1699 


1634 


1666 


1700 


1635 


1867 ~ 


1701 


1636 


1668 


1702 


1637 


1669 


1703 


1638 


1670 


1704 


1639 


1671 


1706 


1640 


1672 


1706 


1642 


1673 


1707 


1643 


1674 


1708 


1644 


1676 


1709 


1646 


1676 


1708 


1647 


1677 


1711 


1648 


1678 


1713 


1649 


1679 


1714 


1650 


1680 


1716 


1651 


1681 


1716 


1652 


1682 


1717 


1653 


1684 


1718 


1664 


1685 


1719 


1666 


1686 


1720 


1556 


1687 


1721 


1657 


1688 


1722 



i-1710 



^ 



476 



1723 


1752 


1776 


1725 


1753 


1778 


1727 


1755 


1779 


1728 


1756 


1781 


1729 


1757 


1782 


1730 


1768 


1783 


1731 


1758 


1784 


1732 


1769 


1785 


1733 ■ 


1760 


1786 


1734 


1761 


1787 


1735 


1762 


1788 


1738 


1763 


1789 


1739 


1764 


1790 


1740 


1765 


1792 


1741 


1766 


1793 


1742 


1768 


1794 


1743 


1769 


1795 


1745 


1770 


1796 


1746 


1771 


1797 


1747 


1772 


1798 


1748 


1773 


1799 


1750 


1774 


1800 


1751 


1775 


1802 



1697/98 

1699/1700 

1701 

1702 (brokstuk) 

1768 



Gasthuisrekeningen. 

1769 
1770 
1771 
1772 
1791 



1792 
1801 
1803 
1809 

1612 (1 HoU. en 
1 Fransche). 



1793 
1794 
1795 
1796 



Bijlagen van de Gaathuisrekeningen. 



1797 
1798 
1799 
1800 



1801 
1802 
1803 
1804 



Kerkerekeningen. 



10 januari 1642-ulto juni 1645. 
10 juli 1645— „ dec. 1648. 



477 



P januari 1649— ulto dec. 1654. 
10 januari 1655-10 aug. 1662. 
1662- 1670. 

januari 1677 — 1683, met een afzonderlijk register 

van den ontvang van het recht van begraven. 
6 juli 1683- ulto dec. 1685. 



januari. 1886- 



"" juli 
o juli 
^ april 



1690— 
1695— 
1701- 



" april 1702— 

« april 1703— 
o april 1705 - 
^ april 1706— 
o april 1707 — 
o april 1720— 
1726— 
*» januari 1725— 
^ januari 1760— 
« januari 1767— 
« januari 1772— 
® januari 1774— 
1780 
1781 
1783 
1785 



1) 



IJ 



)> 



V 






J) 



J) 






J> 



dec. 1687. 
juni 1694. 
maart 1701. 
maart 1702^ met 1 dito gemerkt, „Voor 

den Rendant". 
maart 1703, met dito gemerkt ,,Voor 

den Rendant". 
maart 1704. 
maart 1706. 
maart j707. 
maart 1720. 
maart 1726. 
dec. 1751. 
dec. 1759. 
dec. 1766. 
dec. 1771. 
dec. 1773. 
dec. 1779. 



1701—1720 
1721-1726 
1726—1751 
1752—1759 
1760—1766 



Bijlagen der kerkerekeningen. 



1767-1771 
1772—1779 
1780—1793 
1794-1797 



1602—1631 
1605—1606 
1609-1610 
1611—1612 
1618—1620 
1621—1622 



Bundels en liassen van ingekomen brieven enz. 

1623—1624 

1625—1626 

1629—1630 

1631 

1632—1633 

1634-1636 



478 



1687-1689 

1640-1641 

1642—1643 

1644-1645 

1648 - 1651 

1659 

1660/1661 

1661/1662 

1664—1666 

1668—1669 

1670—1672 

1673—1676 

1677—1681 

1682 

1683-1685 

1686—1691 

1692—1694 

1698—1699 

1705/1706 

1707 

1710-1713 

1713/1714 

1715/1716 

1722/1723 

1728/1731 

1730 

1755-1761 



(brokstuk) 

(idem) 

(idem) 

(idem) 



(brokstuk) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 

(brokstuk) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 
(idem) 



1762 
1766- 
1766- 
1769 
1780- 
1787- 
1795 
1796 
1797 
1798 
1799 
1800 
1801 
1802 
1803 
1804 
1805 
1806 
1807 
1808 
1809 
1810 
juli 1810- 
1812. 



1759—1765 (van hoogere 

autoriteiten) 
1765 
1769 (brokstuk) 



•1773 
1779 
•1786 
•1794 



(brokstuk) 
I en m 
I en II) 

(I en II) 



\ 



(I en II) 
(I en H) 
(I en II) 
(I, II en in) 

(jan. — april) 

-dec. 1811 



Begist^s van deliberatién en resolutién van den magistraat. 



1608—1612 (brokstuk fol. 

104—195) 
1617—1618 (brokstuk fol. 

247-285) 



1619 
1626 
1636- 

1656- 

1676- 

1685- 

1690- 

1695- 

1701 

1709 



•1625 
1635 
■1642 

1676 
1681 
1690 
1694 
-1699 



(brokstuk fol. 

164— einde) 



(brokstuk) 
(idem) 



1712—1718 

1713—1721 

1718—1722 

1721—1727 

1722—1727 

1738—1742 

1743-1752 

1752—1758 

1757-1773 

1776—1782 

1783-1788 

1788—1794 

1795 

1795/1796 

1796-1798 



479 



1798 

1798/1799 
1799 

1800 14 jan.— 13 nov. 
18 nov. 1801 - 25 mei 1802 
aprill805- juli 1806 



7 juli 1807— 
sept. 1808— 
juni 1809— 
nov. 1810— 



aug. 1808 

mei 1809 

mei 1810 

1815 

(brokstuk) 



Begiaters van uitgevaardigde stukken (bijlagen der resolutieboeken 

van den magistraat). 

1795. 
aug. 1798— mei 1801. 
mei 1801— sept. 1806. 
sept. 1806— aug. 1809. 
aug. 1809— juni 1810. 
april 1810— mei 1810. 

1810— 1812. 



Natuurlijk zijn er bij het werk behalve deze serieën ook tal 
van op zich zelf staande deelen en dossiers van het archief, 
hetzij vrij gaaf, hetzij geschonden of in brokstuk, herkerid en 
bepaald kunnen worden. B.v. een band met ingekomen missives 
bij het postkantoor te Grave, betreffende posterij-zaken, uit 
1809 en 1810; een kopie-ligger van de koren- en geldrenten 
behoorende aan het Catharina-gasthuis en het geesthuis te 
Grave, van 1765; rekeningen met bijlagen van A. van Bocholt 
over 1798-1800 en van D. van Bocholt over 1802/3, als pen- 
ningmeesters van Sint- Catharina-gasthuis, over de fabriek van 
kousen en ellewaren. Bovendien een goed aantal rekeningen 
van het serviesgeld of de kosten van inkwartiering van het 
garnizoen bij de ingezetenen, en van de bijlagen daarvan (drie, 
de meest gave en eerst herkende, vermeldde ik al in mijn 
vorig verslag); alle echter zoo gehavend en losgeraakt, dat de 
jaren nog niet met voldoende zekerheid konden vastgesteld 
worden. 

Natuurlijk echter ook is er nog een massa onbepaald en 
ongeplaatst over. Dit is het gedeelte dat het meest geleden 
heeft. Daar is van alles bij en door, ook nog tal van brok- 
stukken van pakken en liassen die bij de bovenbesproken 
serieën behooren, o. a. ook een groot aantal verspreid geraakte 
losse bladen van registers. Wellicht kom ik hieraan in den 



480 

loop van dit jaar nog weder toe. Doch, zooals ik verleden jaar 
schreef, er is voor dit werk eigenlijk speciale hulp van een 
deskundige noodig, die er geregeld aan zou kunnen blijven. 



Geliik ik in den aanhef van dit verslag reeds memoreerde, 
heb ik onlangs den inventaris van de oude archieven van 
Dongen in het licht gegeven en u toegezonden. In de inleiding 
daarvan heb ik mijn bedoeling te kennen gegeven hem door 
andere der in de laatste jaren voltooide, al of niet reeds bij 
mijne verslagen gedrukte, doch nog niet uitgegeven inventarissen 
te laten volgen. Vooreerst heb ik dien van Raamsdonk's oude 
gemeente- en polderarchieven daartoe nu in revisie genomen. 
Daarop hoop ik dien van Beek en Donk te laten volgen. Ik 
kan er echter slechts aan werken voor zoover de dageJijksche 
zorgen voor mijn eigen verzamelingen, de voortgang der be- 
werking daarvan en de bij raadpleging vaak dadelijk noodige 
voorzieningen daaraan het mij toelaten. 

De Archivaris in Noordbrahantj 
juli 1904. A. C. Bondam. 



INVENTARIS 



VAN DE 



oude Arehieven dagteekenende vóór den 

fransehen t^jd, 



BERUSTENDE 



ten gemeentehuize van DONGEN. 



(190S) SI 



483 



INLEIDING. 



In de laatste jaren is door mij de inventarisatie voltooid van 
een aantal oude gemeente-archieven in mijne provincie. Nadat 
er een vijftal voor rekening der betrokken gemeenten gedrukt 
waren, heb ik achtereenvolgens drie andere als bijlagen toege- 
voegd aan mijne jaarverslagen over de zorgen voor de archieven 
van gemeenten en polders. Deze zijn gedrukt in de verslagen 
van den toestand van Noordbrabant als Bijlage B van Hoofd- 
stuk III. Nog andere zijn niet in druk verschenen. Het scheen 
mij gewenscht toe, de nog niet uitgegevene, thans opeenvolgend 
afzonderlijk in het licht te geven, en de betrokken gemeenten 
deelden dit gevoelen. Vandaar de verschijning nu van dezen 
inventaris van Dongen's oude archieven. 

Bij de beoordeeling van mijn werk gelieve men er op te letten 
dat de bewerking geschied is in 1898 en 1899. Het plan der 
algemeene indeeling van het archief was reeds gemaakt, en de 
beschrijving van een groot gedeelte der bescheiden was reeds 
voltooid, tCMBn de honderd regelen voor het ordenen en beschrijven 
van archieven, vanwege de Vereeniging van Archivarissen in 
Nederland in het licht verscheen. Dit kan mij goeddeels 
ontslaan van den plicht om rekenschap te geven van eenige 
afwijkingen of min-getrouwe volging van dien leiddraad. Zooveel 
mogelijk heb ik nog, inzooverre ik niet reeds dezelfde regelen 
gevolgd had, het plan van indeeling gewijzigd, en ten aanzien 
van de conventioneele termen en teekens het reeds afgewerkte 
gedeelte van mijne beschrijving om der eenvormigheidswille, op 
enkele kleinigheden na in overeenstemming gebracht met de 
regelen nos. 84 — 100. Op de opzettelijke afwijkingen van som- 
mige regelen kom ik straks terug. 



484 

Van de bewerking van deze archieven heb ik in mijne ver- 
slagen over 1898 en 1899 rapport gedaan. Het is waarschijnlijk 
niet ongewenscht het daar medegedeelde hier nog eens te her- 
halen. In het verslag over 1898 schreef ik : 

„Algeheele regeling van het archief werd dit jaar begonnen 
te Dongen^ waar ik in ruime kasten op den zolder een omvangrijk 
oud-archief aantrof dat, hoewel vroeger en later slecht geordend 
en nimmer uitvoerig geïnventariseerd, in zeer gaven toestand 
verkeerde. Na een duchtige algemeene schoonmaak van het 
archief, de kasten en den geheelen zolder — waarbij een in het 
drukke looiersoord gemakkelijk verkrijgbare groote hoeveelheid 
run uitnemend dienst bewees — werden de oude kasten ver- 
beterd en stofdicht gemaakt, en bij de reeds aanwezige nieuwe 
en goed sluitende kasten nog eenige bijgemaakt. Daarop werden 
de boekwerken afzonderlijk geplaatst, en het archief bij het jaar 
1811 in oud en nieuw gescheiden. Eerst werd het nieuw-archief 
verzorgd, in rubrieken afgedeeld en, na bijeenzoeking en rang- 
schikking van alle serieën, voor zoover noodig in hiertoe aan- 
geschafte portefeuilles gezet, van ruggen en duidelijke opschriften 
voorzien en verdeeld over de beschikbare kasten ter secretarie 
en op zolder. Het oud-archief moest zijn plaats geheel op den 
niet al te best verlichten en niet geheel waterdichten zolder 
vinden. Het gemeentehuis toch is klein en heeft, buiten de 
secretarie, beneden slechts een niet heel groote raadkamer met 
een klein achterkamertje, en een gevangencel. Plannen tot het 
bouwen van een ruimer raadhuis, dat beter aan de behoeften 
voldoet, hebben, voor zoover ik weet, tot heden nog geen vasten 
vorm gekregen. 

Na afloop van den vermelden voorarbeid, waarbij ik het geheele 
nieuw-archief door de hand had laten gaan en, wat de ordening 
betreft, herzien, en het tegelijk min of meer uitvoerig had 
beschreven, heb ik verder verscheiden dagen achtereen mijne 
zorgen aan de nadere regeling en beschrijving van het oud-archief 
gewijd. De ingekomen stukken en correspondentie, de retroacta 
van de deelneming aan de landsvergaderingen van de Baronie, 
de resolutieregisters, bijna alle kohieren van belastingen enz. 
(een 550 stuks) zijn thans volledig geïnventariseerd. De reke- 
ningen beslaan ongeveer de helft van het oud-archief. Zij zijn 
alle gesorteerd, en die van de kerkfabriek en de heiligegeest- 
of armentafel zijn spjecifiek beschreven. Thans rest voornamelijk 
nog de inventarisatie van de algemeene en bijzondere dorps- 
rekeningen, van eenige losse lijsten en staten, eenige stukken 
van de kerk enz., en — last not least — het nauwkeurig 
onderzoeken en beschrijven van de door de oude secretarissen 
gevonhde bijzondere dossiers, de talrijke stukken van door de 



485 

gemeente gevoerde processen, de pakken met van ouds afzon- 
derlijk bewaarde contracten enz. van de gemeente, de stukken 
betreffende gemeentegronden en eigendommen, enz. Ook een 
onlangs teruggevonden oud privilegie-registertje op perkament 
vereischt nog analytische beschrijving. 

Het oude burgerlijke-stands-archief is beschreven, terwijl het 
oud-rechterlijk archief van Dongen, dat in 's Rijks dep6t bewaard 
wordt, opzettelijk is onderzocht met het oog op verdwaalde 
gemeentestukken, waarvan er ook werkelijk een aantal voor den 
dag kwamen tusschen de losse boedelstukken en uit sommige 
protokoUen. 

Dit jaar zal ik het ondernomen werk zooveel mogelijk voort- 
zetten. Een gedeelte, de beschrijving enz. der bijzondere stukken 
(waarvan ik er nog maar een twintigtal beschreef), zal wel op 
mijn bureau moeten geschieden, gelijk tot nog toe steeds geschiedde 
bij andere "gemeenten." 

Aan de aldus in het begin van 1899 door mij uitgesproken 
bedoeling is in den loop van dat jaar meer dan voldaan, want 
het werk werd niet alleen zooveel mogelijk voortgezet doch 
tevens geheel ten einde gebracht. In maart 1900 begon ik dan 
ook mijn verslag over 1899 aldus: 

„Als hoofdzaak moet dit verslag thans de voltooiing vermel- 
den van de regeling der oude archieven van Dongen, Het 
leeuwendeel der zorgen werd in het afgeloopen jaar daarvoor 
aangewend. Van het aan deze archieven besteede werk kan de 
inventaris getuigenis afleggen, dien ik als bijlage dezes hierbij 
voeg. Zooals U bij inzage daarvan zal kunnen blijken is niet 
alleen het oude gemeentelijke archief en het oude burgerlijke- 
stands archief beschreven, doch is tevens de beschrijving der 
oude rechterlijke archieven van Dongen thans geschied en zoo- 
doende een volledige inventaris der oude archieven van het 
openbaar gezag in de heerlijkheid Dongen, een der dorpen van 
de voormalige baronie van Breda, tot stand gekomen. 

In het afgeloopen jaar werden in het bijzonder alle rekenin- 
gen met bijbehoorende bescheiden van het dorpshuishouden, 
wegens bijzondere heffingen, over buitengewone werken enz. enz., 
geïnventariseerd ; zijn alle dossiers van procedures en geschillen 
en van bijzondere correspondentie of informatie, alle bijzondere 
contracten, de akten, bestekken enz., nauwkeurig uitgezocht, 
geregeld en beschreven ; geschiedde hetzelfde met stukken betref- 
fende de kerkfabriek; en heeft de ontleding plaats gevonden 
van den inhoud der oude oorkonden en privilegiën die — zoo 
niet in originali dan toch in oude kopie — bewaard zijn geble- 
ven. Verder is, na de voltooiing van alle onderdeden der be- 



486 

schrijving, een vergelijking van alles geschied, en daarna definitief 
de indeeüng. TegeUjk is het archief zelf, zoowel het nieuwe als 
het oude, met de hulp van een binder goed en ordelijk ver- 
zorgd, gekartonneerd en van duidelijke opschriften voorzien. De 
verbeterde kasten op den zolder voldoen vrij goed en ziin nu 
tamelijk stofdicht. Het grootste gevaar dreigt thans nog slechts 
van muizen, waarvan ik echter in den laatsten tijd geene sporen 
meer ontdekte, misschien ten gevolge van het feit dat in de 
laatste jaren door en ten gevolge van onze werkzaamheid meer 
de hand aan geregelde schoonmaak is gehouden. Ook dreigt 
natuurlijk gevaar van eventueele lekkage. Het beschoten dak 
is echter ^i goed in orde, al behoeft hit hier en daar eenige 
voorziening. In het algemeen is berging van archieven op zol- 
ders niet anders dan betreurenswaardig. Doch de gemeente 
Dongen zal wellicht spoedig tot den bouw van een nieuw raad- 
huis — waarvan ik een niet onaardig plan gezien heb — over 
kunnen gaan. 

Tot het vestigen van de aandacht op eenige der onderdeelen 
of nummers van den inventaris zal ik betere gelegenheid hebben 
als deze gedrukt zal zijn. Ik stel nadere bespreking dus tot een 
volgend verslag uit. 

Wat het nieuw-archief betreft, zijn de serieën aangevuld met 
het nieuw bijgekomene en zijn alle gemeente-rekeningen van 
1811 af van de bijlagen gescheiden, en verzameld ; de bijlagen 
zelven zijn daarop door den binder behoorlijk verzorgd en in, 
daartoe nog bijgekochte, portefeuilles geplaatst en van ruggen 
met duidelijke opschriften voorzien. 

Den toestand van het archief te Dongen meen ik thans, de 
bewaarplaats natuurlijk daargelaten, gerust zeer goed te kunnen 
verklaren." 

Aan de alzoo volbrachte werkzaamheid heb ik daarna nog de 
voortzetting toegevoegd van de inventariseering van het archief 
van Dongen's secretarie van na 1811. Daarvan deed ik in mijn 
verslag over 1900 aldus kortelijk rapport in april 1901 : 

„Deed ik in mijn verslag (over 1898) mededeeling van een 
voorloopige inventarisatie ook van het nieuwe archief van 
Dongen, alzoo loopende van 1811 tot „heden", ook deze beschrii- 
ving is sedert voortgezet. Alle correspondentie-stukken, de 
gemeente-begrootingen en -rekeningen met bijlagen en bijbe- 
hoorende registers, de armen-rekeningen en -begrootingen, alle 
lijst- en staat-werk, de repertoires, de registers van verbalen, 
publicatiën, patenten, enz. enz., de gemeente-, landbouw- en 
onderwijs-verslagen, de akten enz. voor sommige doeleinden 
overgelegd, dat alles komt op mijn inventaris gedetailleerd voor. 



487 

Doch niet de talrijke bijzondere dossiers over der-gemeente- 
bijzonder-aangelegen onderwerpen. De beschrijving van deze 
meende ik aan het personeel der gemeente-secretarie te moeten 
overlaten. Wanneer het gemeentebestuur dan den voUedigen 
inventaris van het nieuwe archief mocht wenschen te laten 
drukken, — iets wat ik zeer zou toejuichen, — dan is mijn werk 
gaarne te zijner beschikking." 

Na deze herinneringen mogen hier thans eenige opmerkingen 
en nadere mededeelingen over sommige onderdeden der oude 
archieven van Dongen en over hunne inventarisatie een gepaste 
plaats vinden. 

Vooraf ga de algemeene opmerking dat ook bij de samen- 
stelling van den inventaris van dit oude gemeente-archief de 
gedachte vooropzat hem te doen beantwoorden aan de twee 
vereischten: 1^. eenvoudige inrichting, geëigend voor het gebruik 
door niet-deskundigen, 2^. geschiktheid om te dienen als controle- 
middel voor toekomstige volledige en ordelijke bewaring van 
de er in beschreven archieven. Intusschen heb ik, die punten 
vasthoudende, toch zooveel mogelijk het stelsel gevolgd, neerge- 
legd in de Honderd Regelen voor inventarisatie van de Ver- 
eeniging van Archivarissen in Nederland. 

In het bijzonder kon ik dit voor Dongen doen ten aanzien 
van het loslaten der tot nog toe bij onze inventarisatie steeds 
in acht genomen verdeeling in twee afdeelingen. Hiertoe bestond 
nl. hier geen aanleiding, wijl de gezegelde privilegiën en octrooien 
enz. ontbreken, welke een bijzondere en afzonderlijke bewaring 
vereischen en in de meeste gemeente -archieven van oude tijden 
af — zij het met eenige niet-gezegelde stukken van overeen- 
komstigen inhoud vermeerderd — steeds afzonderlijk bewaard, 
soms ook afzonderlijk beschreven zijn. 

De geheele indeeling van den inventaris is gemakkelijk te 
overzien door de aan het slot, op blz. 157 en 158, afgedrukte 
inhoudsopgaaf. 

In de volgorde ligt een overgang van het algemeene tot het 
bijzondere. Na vermelding der verzamelingen van ook voor Dongen 
van hoogerhand uitgevaardigde wetten en instructiën enz., zijn 
eerst de stukken vermeld afkomstig van de verhouding tot een 
algemeener verband waartoe Dongen behoorde, en van de „buiten- 
landsche" betrekkingen. Dan volgen de bijzondere wettelijke 
voorschriften, door gunst en voor geld door Dongen verworven, 
als inleiding tot de stukken afkomstig van het „binnenlandsch*' 
en financieel bestuur, de uitoefening van de politie, het opper- 
beheer van het armwezen en de kerkezaken. Aan het slot komen 
de „vreemde eenden", stukken niet tot het oude archief der 
gemeente behoorende doch min of meer toevallig daarin geraakt. 



488 

Het doorloopend nummeren van alles scheen mij als eenige 
nummering niet praktisch en zou naast die der rubrieken, die 
ik in onze inventarissen van oude gemeente-archieven nog steeds 
noodig acht, bij het beheer van het archief licht aanleiding 
geven tot verwarring. 

Van de 1582 nummers, waarin het archief is afgedeeld, behooren 
er niet minder dan 1079 tot de rubriek der comptabiliteits- 
stukken, welker twee onderafdeelingen bevatten : 1®. de gemeente- 
rekeningen en dezer biilagen (513 nummers) en 2». de collect- 
boeken, kohieren of hef boeken enz., welke oorspronkelijk mede 
als bewijsstukken bij de rekeningen gevoegd zijn geweest, maar 
niet bij de rekening bewaard zijn gebleven (566 nummers). 

Bij de indeeling der stukken afkomstig van het dorpsbestuur 
in het algemeen was ik in zooverre vrij dat er geen „oude" 
inventaris van het Dongensche archief tot ons is gekomen, een 
inventaris nl. gemaakt in den tijd-zelf toen het oude archief 
ontstond of aangroeide, toen de administratie nog bestond 
waarvan het de neerslag is. Toch schijnt er wel een inventarisatie 
te zijn geschied in de laatste helft der 18*® eeuw. Op een pakje 
losse stukken vond ik een oud etiket, die stukken aanduidende 
als ^jOrdonnantién en reglementen op den inventaris der secretarie 
vermeUr\ In het handschrift meen ik stellig dat van den Ont- 
vanger Adriaan Jacob Sem te herkennen, die de dorpsrekeningen 
van 1758 tot 1794 aflegde (zie G nos. 148—185), in 1795 en 
volgende jaren met de gemeente procedeerde (zie F no. 32) 
en in 1805 als schout-civiel van Dongen een re9u toekent voor 
het dossier over het verzoekrecht (F no. 29) dat hij toen -ter 
examinatie of lezing van den secretaris overnam. Hij werd met 
anno 1757 substituut-ontvanger en is in 1785 als provisioneel 
ontvanger en in het volgende jaar als ontvanger aangesteld, na 
reeds in 1763 zijn vader Adriaan als notaris te Dongen opgevolgd 
te zijn. Hij was waarschijnlijk reeds vóór zijn aanstelling als 
substituut-ontvanger op de secretarie werkzaam. Stellig kende 
hij dus een inventaris der secretarie, doch deze is helaas niet 
tot ons gekomen. 

De oudste inventaris dien wij gevonden hebben is van 1811. 
De vrederechter in het kanton Tilburg, door den Prefekt der 
Rijnmonden benoemd tot commissaris voor het verzegelen en 
inventariseeren der griffiën, archieven en andere depots van 
papieren en minuten der oude rechtbanken in dat kanton, 
verzegelde den 24*'* juni van dat jaar in het gemeentehuis van 
Dongen de sloten van twee kasten en van een archiefkamer 
grenzende aan de oude zittingzaal der civiele rechtbank van 
Dongen. Den 15««» juli kwam hij daar met zijn griffier terug 



489 

om de zegels te lichten en den inhoud van een en ander te 
inventariseeren. Dit geschiedde in tegenwoordigheid van den 
maire P. Huylman en een lid der voormalige ,.jurisdictie", die 
het proces- verbaal met den vrederechter en diens griffier onder- 
teekenden. 

Er werden twee staten of lijsten opgemaakt. De eene bevatte 
de rechterlijke archieven; deze werden provisioneel aan den 
maire toevertrouwd en in het najaar van 1811 naar de griffie 
der rechtbank van eersten aanleg te 's-Hertogenbosch overge- 
bracht. De tweede noemde zeer beknopt de administratieve be- 
scheiden van de gemeente-secretarie op, welke bij de anderen 
waren bewaard doch nu daarvan gescheiden en aan den maire 
overgegeven werden. De scheiding tusschen al- en niet-rechterlijke 
stukken geschiedde intusschen zeer weinig correct. In de tweede 
lijst toch zijn verschillende serieën opgenomen van rechterlijke 
protokollen. Deze werden niettemin bijna alle eveneens naar de 
griffie van het nieuwe tribunaal in den Bosch overgebracht. 

Bij de beknoptheid dezer lijsten bestaat tot vergelijking van 
den tegenwoordigen toestand met die in 1811 geen aanleiding. 
Doch nieuwe inventarisatie is in 1838 geschied, wat minder 
summier en onvolledig. De toen vervaardigde staat of inventaris 
is van het kaliber van vele door niet-deskundigen opgemaakte, 
welke steeds onder de nummers er een hebben van ongeveer 
deze redactie : ,,Eenige bundels oude en beschadigde, onleesbare 
stukken^^ en „op den zolder twee kisten inhoudende oude en andere 
papieren zonder bijzondere waarde'^ Intusschen vermeldt hij, in 
de orde van de toenmalige plaatsing in de lokalen van het 
gemeentehuis, de hoofdserleën van bescheiden met opgaaf van 
de ontbrekende stukken. 

De vergelijking met onze inventarisatie levert wel een en ander 
bijzonders op. 

Blijken thans de gemeenterekeningen van 1694 en 1702, de 
bijlagen van die van 1694 en 1700— 1702 en de armenrekeningen 
van 1809 en 1810 te ontbreken, uit den staat van 1838 zien wij 
dat die bescheiden reeds toen vermist werden. Zijn toen echter 
als ontbrekend opgegeven de gemeenterekening van 1643, de 
bijlagen van die van 1631 en 1680, de armenrekeningen van 
1806 en 1808, dan hebben wij nu reden ons te verheugen dat 
die stukken wél aanwezig zijn (zie G. nos. 38, 30, 73, H. no. 
101 en 103). 

Doch daartegenover staan enkele verliezen, die na 1838 blij- 
ken geleden te zijn. Toen toch zijn vier (schepen-) echtprotokol- 
len van 1640 tot 1810 vermeld, terwijl wij er nu slechts drie 
konden overnemen, loopende van 1677 — 1810; toen is een regis- 
ter van overledenen betrekkelijk de successie van 1 januari 



490 

1806 tot 17 januari 1811 opgenoemd, dat wij thans niet mochten 
ontdekken. 

Deze staat van 1838, welke ook de bescheiden van 1811 tot 
tot 1837 bevat, is jaarlijks bijgehouden met de nieuw-gevormde 
bundels en ontvangen vervolgen van gedrukte stukken enz. tot 
het jaar 1854. 

In 1866 geschiedde een nieuwe inventarisatie, welke wel uit- 
voeriger was doch evenmin organisatie van het archief mede- 
bracht. Integendeel worden de bescheiden zonder verband met 
hunne plaatsing onder eenige hoofden in alphabetische orde 
vermeld. 

Van het oude archief zijn vooral de gemeenterekeningen meer 
gedetailleerd opgegeven dan in 1838. Een vergelijking van dezen 
inventaris met zijn voorganger leert ons dat het bovenbedoeld 
successieregister en het oudste echtprotokol verdwenen zijn tus- 
schen de jaren 1838 en 1866. 

Ook van dezen inventaris vond bijhouding onder de verschil- 
lende hoofden geregeld plaats. 

Thans eenige woorden over de beschrijving van het oud-archief 
van den burgerlijken stand. Die inventaris bevat 36 nummers, 
en beschrijft met name 23 „doodboeken", 10 pastoors- en 3 
predikants-protokoUen, dus 13 „levensboeken", libri vitdCy zoo- 
als de pastoor zijne protokollen zeer aardig titelt. Processen- 
verbaal of minuten van afgegeven ontvangbewiizen, waarop de 
maire de oude kerkregisters in 1811 volgens het dekreet van 
den prefekt overnam van de bedienaren van den godsdienst, 
trof ik niet aan. Maar de oude-burgerlijke-standsregisters zijn 
in de inventarissen van het gemeente-arcnief van 1838 en 1866 
opgenomen. In beide op eenigszins verschillende wijze wat de 
pastoorsprotokollen betreft. De eerste toch geeft negentien regis- 
ters op van doop, trouw en overlijden der Roomsch-Katholieke 
gemeente van 1621 (1) tot 1811. De tweede noemt alleen vier 
doopregisters van Roomsch-Katholieken op van 1699 tot 1810 
(onze nummers XXVIII — XXXI), doch vermeldt verder dood- 
boeken van 1621 en vervolgens, in een bundel zonder mededee- 
ling van aantal. Wij hebben in het geheel niet meer dan tien 
pastoorsprotokollen aangetroffen, te zamen bevattende de doop- 
akten van 1625 tot 1810 (met eenige kleine gapingen), onder- 
trouw- en trouwakten van 1625—1636, 1664—1679, 1694/95 en 
1747 — 1772, en overlijdensakten enkel van 1625—1631. Het is 



(1) Dit is een vergissing voor 1625, welk jaartal op hei schutblad van 
het oudste protokol door afslijting onduidelijk was geworden. 



491 

mogelijk dat er in 1838 meer aanwezig was, doch uit het toen 
opgegeven getal 19 behoeft dit niet te volgen. Immers vele der 
protokollen zijn door het vroeger veelvuldig gebruik sterk ge- 
sleten. Katems raakten los en hunne buitenbladen kwijt, waar- 
door de aansluiting faalde en soms fragmenten van een deel voor 
zoovele verschillende deelen werden aangezien (vg. no. XXVII). 

Ook ten aanzien van de kosters-begraaf boeken is er tusschen 
de inventarissen van 1888 en 1866 eenig verschil. In 1838 wor- 
den drieëntwintig, in 1866 tweeëntwintig doodboeken van de 
jaren 1703 tot 1810 opgegeven. Inderdaad zijn er door ons 23 
gevonden; wellicht zijn no. XXII en XXIII in 1866 als één 
beschouwd en in één omslag gevoegd (1). 

Blijkens een regu zijn den 18° maart 1802 de toen bestaande 
21 stuks aan het Herv. kerkbestuur overgegeven. Waarschijnlijk 
waren zij kort te voren na de verandering van het kostersambt 
in handen gekomen van het gemeentebestuur. Door de maat- 
regelen van den franschen overheerscher eerst kwamen zij defi- 
nitief in handen van het wereldlijk gezag. 

Na de voltooiing van de geheele beschrijving zijn alle 36 
oude-burgerlijke-standsregisters aan mijn bureau met veel zorg 
hersteld en gebonden, met den nummerstempel gefolieerd en 
daarna van titels en nauwkeurige opgaven van den inhoud 
voorzien. 

Van het oude gemeentelijke archief komen mij onder de ver- 
schillende rubrieken o. a. de volgende nummers in het algemeen 
de aandacht waardig voor. De rubriek PriviUgièn en Octrooien 
vangt aan met het perkamenten privilegie-registertje dat ik in 
mijn verslag over 1898 vermeldde als teruggevonden. Het was 
indertijd voor een .procedure gebruikt door een advokaat, en 
uit diens papieren verwierf ik het voor ae gemeente terug. Uit 
de negen oorkonden van jaren tusschen 1360 en 1526, die het 
behelst en welke alle nauwkeurig zijn geanalyseerd (2), blijkt 



(1) Bij de beschrijving van no. XXIII venvees ik naar E no. 59 van 
het oude gemeentelijke archief. Hier kan ik nog de aandacht vestigen 
op het lijstje van begraven lijken van c. 1700, vermeld onder K. 3 van 
den inventaris van dat archief. 

(2) De oudste laat een kleine moeilijkheid open. Zij geeft den inwonei*s 
10. waarborgen van goede rechtspraak, met hoofdvaart, door eigen 
schepenen, naar eigen oude costumen, 20. bescherming tegen lasten- 
oplegging door de hertogen, 30. toekenning van het in het Land van 
Breda geldend recht in geval van een overtreding die wordt aangeduid 
als «scepen wederzeggen verboeren». 

Wat deze laatste uitdrukking beteeken t, is niet geheel zeker te ver- 
klaren. Een reeks plaatsen uit oude oorkonden en andere rechtsbronnen, 



492 

ten eerste een en ander over de oude heerlijkheidsrechten, ten 
aanzien van Dongen uitgeoefend. Zij kwamen toe aan het geslacht 
van Dalem of van Dongen, dat ook de heerlijkheid van Swalue 
of Zwaluwe bezat, waarover, volgens van Leeuwen's Batavia 
Ulustrata, zoo weinig bekend is, en waarover vele bijzonder- 
heden door den beKenden Bredaschen griffier en historicus 
Havermans verzameld, doch later weder verspreid schijnen 
te zijn. 

Gegevens over dat geslacht bevatten ook de stukken die ik 
onder de rubriek K. n°". 6—10 bracht, omdat zij óf alleen bij 
toeval, b. v. uit de papieren van een secretaris, in het archief 
gekomen zijn, öf niet bij een andere rubriek onder te brengen 
waren wijl niet bleek waartoe zij hebben gediend en waarvoor 
zij ter secretarie werden vervaardigd of verzameld. 

Jan van Dalem verbeurde in 1513 volgens „De Bredasche 
Klio'', bij vonnis van het leenhof van Breda, de heerlijkheid. 
De heerlijkheidsrechten zijn in pleno gekomen aan den leenheer 
van de van Dalems, de baronnen van Breda, de Nassau's, en 
met de domeinen van Oranje-Nassau ten slotte aan den Staat. 

In de tweede plaats blijkt uit het perkamentboekje een en 
ander van gebruiksrechten van de ingezetenen van Dongen op 
woeste gronden, zoowel binnen de palen van Dongen als daar- 
buiten onder Oosterhout en onder Tilburg & Goirle. 

In de derde plaats blijkt telkens uit deze oorkonden dat het 
recht van het Land van Breda er in het algemeen van kracht 
was of werd, o. a. voor de tiendheffing. 

In de vierde plaats verdient de oorkonde van 1518 omtrent 
de vaart, door die van 's-Gravemoer gegraven van de Donge 
naar den Groenendijk, de aandacht in verband met die van 
1563 over een kruisvaart van de 's-Gravemoersche vaart (C n^. 
12), en de akte van 1636 (E n^. 72) over de toegewassen vaart 
van den prins van Oranje (baron van Breda). 

Naast deze laatste drie oorkonden zijn voor de oude topo- 
graphie vooral opmerkelijk de stukken vermeld onder E no. 45 
(register van beplantingen); E n^^^^ (jq, 73, 78, over het maken 
van wegen; en E n^. 82 — 85, de bestekken van werken aan de 
rivier de Donge of Donga enz. Daarnaast mag ik de verschillende 



door prof. Fockema Andreae, die mij te hulp kwam, uit zijn rijk arsenaal 
van verzamelde gegevens medegedeeld en uit zijn herinnering nog toe- 
gelicht met correspondeerende plaatsen, maakt aannemelijk dat bedoeld 
is het straf beloopen wegens het tegenspreken van een vonnis van schepenen, 
het oude «lordel scelden)) dus. Alleen zou men dan verwachten te lezen: 
«eene broeke uerboerde voor scepen wederzeggen». 



498 

stukken noemen over den aanleg van de Groenendijkeche haven 
met toegangen, met name D n®. 30 (octrooi), C n^. 15 (contract), 
E n®. 86 (bestek), E n^. 75 a — d (uitvoering, geschil met Oos- 
terhout), E 69 — 71 (titels van gronden), G n^. 512 (verevening 
der kosten). 

Van het bestaan eener Vaderlandsche Sociëteit en eenig poli- 
tiek leven te D. in 1796 blijkt door het stuk, beschreven onder 
E no. 94. Een eigenaardig licht op de politieke toestanden 
toenmaals werpt het op bl. 85 in een noot door mij medege- 
deelde ontbreken van de gewone oranje-linten aan de gemeente - 
rekeningen van 1790 en 1791, die wel reeds zijn afgelegd en 
opgenomen in 1792 en 1793 maar in 1795 als vergelijkings- 
stukken werden overgelegd bij de aflegging van de rekening 
over 1792. 

Een bijdrage voor de toenmalige zorg voor vrij verkeer 
leveren de afkoop-contracten van tollen, vermeld onder F n«. 
46 en 47, waarbij DoBgen het voorbeeld van andere plaatsen 
volgde. 

Als van belang alleen voor de lokale geschiedenis stip ik 
ten slotte even het bestek aan over het bouwen van een secre- 
tarie c. a. in 1685 (E n». 80). 

Ik wil deze aanwijzingen besluiten met de vermelding van 
een stuk dat ik bij de inventarisatie van het nieuw-archief 
gevonden heb en waarop mijn aandacht viel omdat juist toen 
zich kwesties voordeden over de grens van het jachtgebied der 
heerlijkheden Dongen en Tilburg & Goirle. Het is een koninklijk 
besluit van 5 september 1821 n^. 23, dat ik bedoel. Dit bepaalt 
dat de grensscheiding tusschen D. en T. zal zijn: „van den 
„steenen paal op den weg van T. naar de Haansche hoef daar 
„waar het grondgebied van Loon-op-Zand eindigt, over het 
„midden van dien weg tot aan de brug over de Donge genaamd 
„de Kees-Gijskensbrug, alwaar het grondgebied van de gemeente 
„Gilze een aanvang neemt". 

Hieruit blijkt dat een deel van het gebied der heerlijkheid 
Tilburg & Goirle administratief bij de gemeente Dongen, en 
omgekeerd een deel der heerlijkheid van D. onder het gemeente- 
bestuur van T. is gebracht, zoodat degeen die de heerlijke jacht 
van T. & G. uitoefent, op een deel van de gemeente D. met 
uitsluiting van anderen mag jagen, en omgekeerd de tot jagen 
in de heerlijkheid van Dongen gerechtigde dit straffeloos mag 
doen op het in 1821 met Tilburg verwisselde gebiedsdeel. 

^s-Hertog&iibo8ch, juli 1904. A. C. Bondam. 



494 



I. Oud-Gemeentelijk Archief. 



Ordonnantiën, aanschryyingen en beschikkingen, enz., 

yan de hooge oyerheid. 

A 1 — 14. RegisterR van 's lands plakaten, waarin geregistreerd 
zijn, sinds 28 april 1720, alle publicatiën, resolutiën, aanschrii- 
vmgen, enz. van den Raad van State, de Staten-Generaal, de 
Nationale Vergadering en het Uitvoerend bewind, dd. : 

1. 1720 april 20 — 1728 december 18 (waarachter nog een 
is bijgeschreven dd. 29 september 1729 en een dd 18 
maart 1732), met een gedeeltelijken index. 

2. 1729 februari 23—1740 januari 22. 

3. 1740 januari 27—1747 juli 7. 

4. 1747 juli 15—1750 mei 1. 

5. 1750 mei 9—1750 november 23. 

6. 1750 december 1—1753 februari 10. 

7. 1753 februari 20—1759 februari 5. 

8. 1759 februari 12—1761 december 31. 

9. 1762 februari 1—1783 juli 27. 
10. 1784 maart 15—1796 februari 14. 
n. 1796 maart 1-1798 mei 18. 

12. 1798 mei 22-1799 mei 20. 

13. 1799 mei 21—1800 juli 16. 

14. 1800 juH 21—1801 februari 11. 

A 15 — 17. Registers van publicatiën en notificatiën van de 
opvolgende besturen van het gewest (Bataafsch) Brabant (enz.): 

15. 1796 juni 6 — 1799 april 4 (Provisioneele representan- 
ten, Intermediair administratief bestuur). 



495 

16. 1799 april 8—1804 april 24 (Departementaal bestuur 
van de Dommel en Idem van Brabant. 

17. 1804 juni 26 — 1809 januari 10 (Departementaal b estuur 
van Érabant, Raad van financiën in dat Departement, 
Landdrost). 

A 18. Simpele kopie van het plakaat der Staten-Generaal 
dd. 8 april 1644 jjegens het onordentelijk trouwen der priesteren 
in Brabandt" (Groot plakaatboek I, 362), in Dongen gepubli- 
ceerd 1 mei 1644. 

A 19. Kopie der generale orders vastgesteld door de extra- 
ordinaire landsvergadering van 27 december 1786 voor de baronie 
van Breda volgens resolutie van de Staten-Generaal dd. 7 novem- 
ber 1786 tot het doen eener algemeene jacht van 8 tot 5 januari 
1787 op dieven, vagebonden, landloopers en verdachte personen ; 
met lijsten der wachten, posten, patrouilles, korporaalschappen, 
enz. binnen de jurisdictie van Dongen, vastgesteld door den 
magistraat den 2ö° december 1786. 

A 20. Authentiek extract uit de notulen dd. 10 december 
1793 van den Domeinraad van Oranje-Nassau betreffende een 
generale jacht op landloopers, huisbrekers en ander slecht soort 
van volk in de meierij van den Bosch, de baronie van Breda, 
het markiezaat van Bergen op Zoom en het Land van Valken- 
burg; met lijst van de wachten, enz. binnen D. dd. 13 decem- 
ber 1793. 

A 21. Simpele kopie van het KoninkJijk besluit dd. 4 mei 
1809 tot regeling der geschillen in het departement Braband 
over het bezit en gebruik der parochiale kerken en de goederen 
daartoe behoorende. 

A 22 — 28. „Resolutiën van de hooge overheid", origineele 
ingekomen aanschrijvingen, beschikkiogen op rekwesten, enz., 
van hoogere autoriteiten waaronder de prins, de Domeinraad 
van Oranje-Nassau, enz. ; meest alle van bijzonder belang voor 
Dongen; zeven pakjes: 

22. 1622—1689. 

23. 1690—1705. 

24. 1706—1750. 

25. 1752—1771. 

26. 1772—1780. 

27. 1781—1784. 

28. 1785—1794. 



496 

A 89. 1616 april 22. Sententie van den Raad van Brabant 
in de zaak tusBcnen de gedeputeerden van de heerlijkheden en 
dorpen in de Baronie van Breda ter eene en burgemeesters^ 
schepenen en raad van de stad Breda ter andere zijde, de provi- 
sioneele machtiging herroepende den 12>^ april 1607 door den 
Raad zelf aan de hoofdbank van Breda verleend tot het afnemen 
der dorpsrekeningen wegens oorlogslasten en dergelijke en her- 
ziening der oude rekeningen sinds 1596 incluis. 

Perkament, 8 folia, waarvan 8 verso in blanco; aan het hoofd 
door vocht, op den middenvouw door muizen eenigszins beschadigd. 

A 90. Bundeltje brieven van Z. H. om informatie naar en 
aanschrijving en commissie tot het aanhooren en sluiten der 
gemeente-, armen-, wees- en godshuis-rekeningen, enz. ; 1662, 
1669, 1676, 1677. 

A SI. Brief van 23 april 1706 van den gecommitteerde van 
den prins tot het af hooren der dorpsrekeningen, dat hij den 
woensdag daarna (28 april) de rekeningen over 1703 en 1704 
zal komen visiteeren en examineeren. (Vg. n®. F 35 hierna) 

A S2. Authentieke kopie van het octrooi van den R. v. S. 
dd. 21 augustus 1668; waarbij aan ieder der vrijheden, heerlijk- 
heden en de dorpen der Baronie wordt vergund impost op wijn 
en bier te heffen (met een simpele kopie van hetzelfde). 

Waarbij gevoegd : 

1^. Ordonnantie van schout en schepenen van D. dd. 15 sep- 
tember 1658, om aan den schout van Oosterhout te betalen de 
auote, die zij hebben bij te dragen in de kosten verbonden aau 
iens bemoeiingen tot verkrijging van het octrooi op den impost 
van wijn en bier, onder aanteekening van protest dat hij zonder 
hun last heeft gehandeld; 

2°. Simpele kopie van het rekwest van die van Sundert en 
Rijsberghen om ter bekostiging van de oorlogslasten impost op 
wijn en bier te mogen heffen. 

A S3. Simpele kopieën van het besluit van 18 december 1795 
der Provisioneele en van dat van 23 september 1797 der Repre- 
sentanten van het volk van Bataafsch Brabant, waarbij aan de 
dorpen van het land van Breda de gemeenelands-middelen in 
admodiatie worden gelaten. 



497 
B. 

Bescheiden, yoortgeyloeid uit het aandeel yan Dongen in 

het landsbestuur en dat der zaken yan de 

baronie yan Breda. 

B 1. Verklaring der stemgerechtigde burgers van D. tot goed- 
keuring van liet ontwerp-staatsregeling bij publicatie van het 
Staatsbewind dd. 25 maart 1805 hun aangeboden en van de 
benoeming van R. J. Schimmelpenninck tot eersten raad- 
pensionaris. 

Origineel met vele handteekeningen. 

B 2. Twee lijsten of tabellen van jura en salarissen als thans 
door officier, schepenen en secretaris van Dongen worden genoten ; 
n**. 1 ingericht naar het project-reglement van de Raden en 
Rekenmeesters van Z. H. in hun resolutie van 7 april 1778 ; 
n°. 2 zooveel mogelijk ingericht naar het concept-reglement van 
den Raad van Brabant (ongeveer gelijktijdig). 

-B 3-9. Liassen met omschrijf brieven voor de vergaderingen 
van stad en dorpen van de baronie van Breda, sommige met 
bijlagen, concept-reglementen, enz.): 

3. 1641—1660. 

4. 1662—1680. 

5. 1681-1699. 

6. 1700—1739. 

7. 1742—1775. 

8. 1776-1795. 

9. 3795—1800. 

B 10. Losse omschrijfbrieven als voren, met ingelegde notities 
van de handelingen ter vergadering enz. ; 1801 — 1809. 

B 11 — 14. Liassen met extracten uit de notulen van de 
landsvergaderingen der Baronie, gehouden meest te Breda: 

11. 1669—1689, waartusschen enkele extracten uit de 
notulen van het gerecht van D. 

12. 1690—1713. 

13. 1747—1760. 

14. 1761—1794. 

(1903) 32 



498 

B 15 en 16. Registers van idem: 

15. 1795 juli 15—1796 maart 25. 

16. 1796 (1) mei 17—1803 november «/s (de laatste extracten 
zijn los ingelegde kopieën). 

B 17. Losse extracten als voren 31 juli 1736 en 1804 mei *V23"~ 
1810 juni '*/i3 ; een omslag. 

B 18. Simpele gelijktijdige kopie eener aanschrijving van 
den drossaard van stad en lande van Breda dd. 21 april 1592 
aan de dorpen van de Baronie, betrekkelijk het afleggen der 
rekeningen van boeten en breuken over 1590 en 1591, het doen 
der indagingen voor de hoofdbank, het uitvoeren van zijn bevelen 
en het toezenden van een omslag der dagelijksche repartitiën 
in 100 wagens en in 100 guldens. 

Waarbij gevoegd: 

Minuut van remarques door die van D. op de vijf artikelen 
van een of ander bij nen ingekomen memorie of aanschrijving 
omtrent de aanslagen in de contributiën (circa 1600). 

B 19. Minuut eener resolutie van de regenten van D. dd. 
16 december 1680, vaststellende de punten van bezwaar, door 
die van D. geopperd tegen de reglementen, voor de baronie 
van Breda door den prins vastgesteld op 10 mei en 15 september 
1680; met een missive van den opsteller, den advokaat Van 
den Kerckhove te Breda, dd. 13 december 1680. 

B 20. Simpele kopie van een accoord tot handhaving en 
aanvulling van de reglementen voor de regeering der baronie 
van Breda, tusschen den drossaard en de schouten en regenten 
van die baronie ter eene en verscheiden ingezetenen ter andere 
zijde den 8en maart 1710 gesloten tot ophefiing van hangende 
processen, en den 15en maart 1710 door de Staten-Generaal als 
executeurs van het testament van Willem III goedgekeurd 

B 21. Simpele kopieën, 1^. van een op 15 april 1712 ge- 
apostilleerd rekwest van schout, schepenen en regeerders van 
Dongen aan die van den Rade en Rekeninge v. Z. H., om be- 
palingen als aan Roosendaal, de Hage en Gilze & Rijen reeds 
toegestaan en als in Zuidholland geldende omtrent de over- 



(1) Het register vangt aan met een nieuw reglement voor de ver- 
gaderingen, dd. 7 april 1796. 



499 

boeking binnen 6 weken van eigendomsovergang bij versterf of 
erfdeeling, 2o. aan een nader bericht dd. 10 augustus 1712 
van dezelfde, 3o. tot 5^. van drie bewijsstukken daarbij overgelegd, 
en 6^. van de beschikking dd. 20 october 1712 waarbij de zaak 
aan de landsvergadering van de Baronie wordt onderworpen om 
advies en voorstellen. 

Dossier, genummerd 10—60. 

Waarbij gevoegd: 

Authentieke kopie van een op 5 april 1715 gunstig geappostil- 
leerd rekwest van regeerders van Etten van gelijke strekking. 

B 22 — 26. Kopieën van de ordinaire en extraordinaire repar- 
titiën over de baronie van Breda, ter zake van wagen- en kar- 
vrachten, verschoten penningen, verteringskosten, vacatiën, 
traktementen, enz.; vijf pakken: 

22. 1649, 1651—1656, 1659—1664, 1667, 1668, 1670—1698. 

23. 1699—1701, 1703—1716, 1716/20 (extra-ordinair), 1718 
en 1719. 

24. 1720—1751. 

25. 1753—1774. 

26. 1775-3794. 

B 27. Kopie van den generalen staat met repartitie der on- 
kosten wegens het inkoopen en opbouwen van het tuchthuis 
der stad en bai-onie van Breda, opgericht krachtens octrooi der 
Staten-Generaal van den I2en januari 1707; opgemaakt in 1710. 

B 28—31. Kopieën van de jaarlijksche of halfjaarlijksche 
repartitiën van stads- en 's lands-tuchthuis te Breda, houdende 
berekening van profijt en onprofijt en om te slaan bedrag (Vs 
voor de stad, Va voor het land), opgemaakt door commissarissen 
of regenten, van wege de stad en van wege de dorpen der 
baronie voor dat tuchthuis aangesteld; 4 pakjes: 

28. 1711, 1714, 1716, 1717, 1720, 1723, 1724, 1726-1737. 

29. 1738-1748, 1750-1780. 
30 1781 1793. 

31.' 1801, 1802,' 1804, 1805, met de projecten van 1806 en 
1808. 

B 82. Kopieën van contracten van commissarissen en regen- 
ten met directeuren van het tuchthuis te Breda, van 1730, 1734 
en 1736; een pakje. 



500 

B 88. Kopie van een plan tot verbetering van stads- eü 
's lands-tuchthuis te Breda, opgemaakt door de regenten in 1788. 

B 84. Kopie van een rekwest aan het Departementaal be- 
stuur van Brabant van inwoners van stad en land van Breda, 
om een normaal karrespoor vast te stellen; met missive van 
het gemeentebestuur van Breda dd. 14 april 1806, waarbij dit 
stuk aan Dongen wordt gezonden om bericht. 



C. 

Stukken voortgevloeid uit rechtsbetrekkingen tot 

andere gemeenten, 

C 1. Bundeltje papieren rakende het geschil van D. met 
Breda over de lakennering; 1635. 

C 2. Bundeltje stukken betreffende het proces tusschen den 
magistraat van Breda en de regenten van Dongen over de roei- 
dragers; 1682 — 1687 (met bewijsstukken enz. van 1622 en vol- 
gende jaren). 

C 8. Rekwest betreffende differenten en verschillen tusschen 
die van Oosterhout en Dongen ter eene en die van de stad 
Breda ter andere zijde over de verpachting van Z. Hoogheide 
tienden; 1702. 

C 4. Stukken gediend hebbende tot en betreffende het proces 
tusschen de dorpen Dongen en Oosterhout over het omslaan 
van reëele lasten door de regenten van Oosterhout over de 
goederen van Dongensche ingezetenen, gelegen onder Oosterhout 
in het Oostkwartier aan den Dongendijk, Rijsdijk, Laag Cruys- 
schot, enz. 1588 — 1601 ; een bundeltje. 

C 5. Stukken van en verdere papieren betreffende een dergelijk 
proces tusschen dezelfden; 1677 — 1699 (waarbij o. a. omslagen 
van Oosterhout van 1656, notitie van huren van zekere landen 
van 1625—1663, en een verdrag van 1603); een zware bundel. 

O 6. 1616 juU 29. 

Vonnis van den Raad van Brabant in de zaak tusschen schout, 



501 

schepenen en regeerders van Dongen, Gilze, Rijen en Alphen 
ter eene, en schout, schepenen en regeerders van Oisterhoudt 
ter andere zijde, de laatste veroordeelende in te trekken de 
zetting van verschillende heflBngen van geubels, aken en schuiten 
met hooi, aankomende aan den Groenendijk, den Rechtendijk 
en den Dongendijk en van de voeren hooi en andere waren 
over die dijken gevoerd. 

Perkament, 7 folia, waarvan 7 recto half, 7 vereo geheel 
in blanco. 

Waarbij gevoegd: 

a. Origineel rekwest van de regenten van Dongen, Gilse, 
Rijen en Alphen aan den Raad van Brabant, om die van Ooster- 
hout te verbieden voort te gaan met bovenbedoelde zettingen, 
onwettig krachtens octrooi van 7 april 1616; met daarop gestelde 
beschikking dd. 5 juli 1616, tot meedeeling aan die van Oister- 
hout om rescriptie, en met aangehecht relaas van beteekening 
door den deurwaarder dd. 9 juli 1616, waarin o. a. als antwoord 
van de gezworenen van Oisterhout wordt vermeld „dat den 

schepens deselve belastinghe hadden gedaen sonder hen te 

vraghen, datse tselve nu oock mochten verantwoorden sonder 
hen te vraghen". 

En: 

b. (Ongedateerd) antwoord van de regenten van Dongen c. s. 
op de bij appostille van 22 juli 1616 in hunne handen gestelde 
rescriptie van die van Oisterhout. 

C 7. Origineel rekwest van de regenten van Dongen aan den 
Raad van Brabant om die van Oosterhout te verbieden recht 
te heffen op de hoornbeesten, die de ingezetenen van Dongen, 
geland in O., op hunne landen aldaar dagelijks doen weiden, 
blijkens kantbeschikking dd. 28 juni 1623 in handen van 
regenten van Oosterhout gesteld om rescriptie. 

C 8. Rekwesten aan den Raad van Brabant, en rescripties 
daarop van regenten van Dongen ter eene en die van Oosterhout 
ter andere zijde, over het halen van turf te D.; 1623; een 
dossier. 

C 9. Dossier eener procedure tusschen die van Dongen ter 
eene en de kerkmeesters van Oosterhout ter andere zijde over 
de betaling van kerkerechten voor lijken van Oosterhoutsche 
ingezetenen, te D. begraven; 1675 tot 1678 (waarbij gevoegd 
eenige minuten van de ingediende memoriën enz.) 




502 

C 10. Dossier rakende de kwesties tusscben de regenten van 
Oosterhout en die van Dongen over de limietscheiding; 1719. 

O 11. Dossier rakende de differenten tusschen de gelandens 
gelegen in het broek onder Tilburg en Gilse ter eene en de 
regenten van Dongen ter andere zijde, over het opmaken en 
diepen der rivier de Donga; 1693—1699. 

C 12. 1563 april 4 (IIII" dagh aprilis int jaer ons Heeren 
XVc en LXIII tigh Paesschen). 

Authentieke kopie dd. 29 april 1701 van een verdrag van 
bovenstaanden datum van Wilhelm prins van Oranje heer van 
Breda, met schout, heemraden, pastoor en heiligegeestmeesters 
van 'sGravemoer; waarbij deze consenteeren dat de vaart, door 
den prins te graven van uit de moeren van Dongen, zal mogen 
leiden westwaarts naar de straat van de scheiding van Holland 
en Brabant, tot in de vaart beneden en voorbij de spuye van 
het klooster van Emsteijn, en vandaar door de 's Gravemoersche 
vaart; met bepalingen over het onderhoud daarvan, over den 
aanleg van een spuye opt gescheyt van Holland en Brabant, 
over de schadevergoeding door arbiters toe te leggen aan de 
eigenaars der door te graven erven, en over het vaartgeld, enz. 
door die van D. en Oosterhout te betalen. 

Papier, met naamteekening van den secretaris van 's Gravemoer. 

C 18. Authentiek kopie-extract uit het resolutie- en notulen- 
boek van 's Gravemoer, wat betreft de overeenkomst op 13 april 
1761 tusschen Dongen en 's Gravemoer gesloten over de weder- 
zijdsche exemptie van vaart- en speygeld, voor goederen bestemd 
voor eigen menage, langs de vaart vervoerd. 

C 14. Origineel contract of accoord dd. 21 october 1775 
tusschen 's Gravemoer, Oosterhout en Dongen, nopens het 
opruimen van de rivier de Donga, gelegen tusschen Oosterhout 
en 's Gravemoer, en het jaarlijks onderhouden dier Donga, 
beginnende aan de „'s Moerse brug tot beneeden aan de 's Moerse 
vaart toe". 

C 16. 1674 november (zonder dagteekening). 

Contract waarbij de gegoeden en geërfden tusschen den Groe- 
nendijk en de Donga vergunnen aan de regenten van Dongen 
om ten behoeve van den aanleg van een vaart of loop langs 
de oostzijde van den Groenendijk, komende uit de Donga tot 



503 

boven „aen het stedeken comende van d' Hoochacker oft wel 
tot Jan Goyaerts wey", van hunne landen kosteloos zooveel af 
te graven als noodig is om dé sloot aan de oostzijde van den 
Groenendijk tot 20 voet te verbreeden, en voor den mogelijken 
aanleg van een losplaats of wissel, of voor het maken van een 
kade of weg, 2 tot 4 roeden te gebruiken, mits naar rato beta- 
lende ; met bepalingen omtrent verandering van uitweg voor de 
aan den Groenendijk gelanden, en de schouwvoering over dien 
dijk en over den Dongadijk. 

Origineel op papier met vele handteekeningen. 



D. 

Privilegiën en octrooien. 

D 1. Registertje op perkament geschreven, getiteld : „In dit 
boeck staen ghescreuen de copien gecopieert sijnde vut des dorps 
brieuen van Donghen, bij mij Cornelis laeop Thomas zoen, 
openbaer notaris ende secretaris tot Donghen in presentie mijns 
teghenwoerdichs hanteekens hier onder geset" (get.) „Cor. lacobi 
Thomae" ; en bevattende op 6 van de 8 folia kopieën te zamen 
aan het slot door C. J. Thome gewaarmerkt, van de volgende 
oorkonden : 

a. 1389 (of 1390 ?) februari 14 (int jaer ons Heeren dusent 
driehondertich negen ende tachtig op sinte Valentijnsdach). 

Willem van Dalem heer van Donghen belooft aan alle inwo- 
ners van D. goed recht („onstich overtoghen vonniss ende recht"), 
met bepaling dat de schepenen, niet vroed zijnde, te hoofde 
zullen gaan, en met handhaving van hun recht en herkomen, 
die zij hadden ten tijde zijns vaders RoeloflF van Dalem en diens 
voorzaten; zegt voorts toe hen te zullen helpen en raden tegen 
schatting, schot of lot dat „mijn lieve vrouwe van Brabant'' of 
bare opvolgers hun mochten opleggen en hen bij verzet daar- 
tegen in geen geval te hinderen of letten ; en kent hun ten 
slotte het recht in den lande van Breda toe indien een hunner 
„verboerde een scepen wederzeggen". 

(Het origineel was o. a. bezegeld door twee schepenen van D.) 

6. 1369 mei 14 (int jaer ons Heeren dusent driehondert 
negen ende tsestich des manendaghes na sinte Servaesdach in 
meye). 



504 

Willem van Donghen geeft aan de gemeene geburen van D. de 
vroenten binnen de heerlijkheid D. gelegen ten gebruike, onder 
voorbehoud dat hij deelen van die vroente mag uitgeven aan 
lieden van buiten of binnen (behoudens voorkeur voor de ge- 
buren) onder verplichting van af heining der uitgegeven stukken 
op straffe van voortgezet gebruik door de geburen, die ook 
de door de nemers weder verlaten stukken zullen terugkrijgen. 

c. 1430 october 15 (vijfthien daghe in octobri). 

Willem van Dalem, heer van Dhongha, bepaalt dat de inwo- 
ners van D. bij omkomen van man, vrouw of kind door onge- 
val in water of in vuur, lijf en goed niet aan hem verbeuren 
zullen, staat toe dat de vrienden van den doode hem uit het 
water of vuur mogen halen zonder boete of goed te verbeuren 
mits terstond den heer of den rechter voor de lijkschouw halende; 
bepaalt verder de keur van de schapen op een oud schild zon- 
der verdere boete. 

d. 1440 december 29 (negen ende twintich dage in december). 
Roeloff van Dalem, heer van Donghen, staat 1®. aan de inwoners 

van D. hetzelfde toe als heer Willem van Dalem op 15 october 
1430, met eenige uitbreiding tot andere ongevallen doch met 
uitsluiting als zelfmoord is te -constateeren ; bepaalt 2^. dat bij 
doodslagen of misdrijven tegen de heerlijkheid niet meer zal ver- 
beurd zijn dan die goederen die de dader bij deeling ais zijn aandeel 
ZOU krijgen ; stelt 8^. de keur der schapen op een oud schild 
zonder verdere boeten ; en belooft deze drie punten nimmermeer 
te zullen aantasten. 

e. 1480 augustus 20 (twintich dage in augusto). 

Joos van Dalem, heer van Donghen, staat hetzelfde toe als 
Roeloff van Dalem in den brief van 29 december 1440, bepaalt 
bovendien dat hii alle cijnzen zal ontvangen zooals geschiedt in 
het Land van den heer van Nassou, dat hij het oude schild 
zal ontvangen als in dat Land, dat hij schapen, varkens en al 
wat tienbaar is tienen zal gelijk elders, dat hij geen dienst zal 
vergen van de geburen dan dien zij verschuldigd zijn en aan 
zijn grootvader Willem gedaan hebben, en belooft al deze pun- 
ten nimmer te zullen aantasten op welke wijze ook. 

ƒ. 1360 (of 1361 ?) ianuari 5 (int jaer ons Heeren dusent 
driehondert ende tzestich des maendachs na Jaersdach). 

Willem heer van Oosterhout verkoopt aan de inwoners van 
D. het gebruik, de beweiding en het afmaaien van zijn wildert 
en heide van Oosterhout, op gelijke wijze als zijn eigen lieden 



505 

onder Oosterhout dat recht genieten; en verzoekt den heer van 
Breda als „overhoot des goets" dit mede te bezegelen. 

g. 1518 juli 14 (opten veerthiensten dach der maent van 
iulio). 

De arbiters of minnelijke zeggers, van wege schout en gezwo- 
renen en het geheele dorp van Sgreevenmoer ter eene, en de 
gemeene geburen van Oosterhout en van Donghen alsmede eenige 
partikulieren ter andere zijde, benoemd naar aanleiding van het 
verzoek van die van Sgr. om gronden in eigendom te verkrij- 
gen tusschen de Donga en den Gruenendijck, noodig geweest 
voor het maken van een vaart, doen uitspraak ten overstaan 
van schepenen van Oosterhout en bepalen als volgt: 

lo. Terwijl die van Sgr. zoo veel gronden zullen krijgen als 
noodig is voor een vaart en een simpel voet- of trekpad op de 
beide kanten, zullen zij geen opslag mogen doen op het land 
der eigenaren ter weerszijden, noch schepen vastmeeren of laten 
liggen, en zullen zij de vaart ook nimmer breeder mogen maken 
dan die nu gegraven is, nl. 20 voet. 

2^, De geburen en alle ingezetenen van O. en D. mogen turf, 
hout, mest en alle andere waren vrij van tol-, vaart- of brug- 
gelden door Sgr. in- en uitvoeren en door die vaart te water- 
waarts brengen, doch zullen ook, behoudens verworven vergun- 
ning van de gezworenen, niet langer dan 6 of 7 dagen turf of 
andere goederen op den wiel mogen klooten of zetten. 

3*^. Die van Sgr. zullen voor die vaart en de kantpaden twee 
geheele roeden schouw aan den Gruenendijck houden. 

4^. Die van Sgr. zullen voor dit eerste jaar de vonders 
(schoorboomen) moeten leveren, zullende de schepen de schoren 
die zij opwerpen terstond weer moeten leggen op boete van een 
oud schild. 

5°. Die van Sgr. zullen boven deze voorwaarden nog betalen 
voor het half bunder ongeveer dat door vaart en paden aan 
land verloren wordt, voor het lopenzaad niet meer dan 32 guldens 
van 10 stuiver, in het geheel 64 Rijnsguldens van 20 stuiver. 

6^. en 7^. (Regeling van een cijns en oplegging der kosten). 

h. 1522 juni 28 (den acht en twintichsten dach van iunio). 
Schout, schepenen, gezworenen, kerkmeesters, rekenmeesters 
en een deel der goede mannen en naburen van Tilborch en 
Goerle, verzameld bij kerkgebode en in tegenwoordigheid van 
de vrouwe van T. en G., verbinden zich, naar aanleiding van 
zware processen met een ingezetene van Beeck, tegenover de 
buitengezetenen of bewoners van andere dorpen die mede 
gerechtigd zijn in de gemeynte of vroente, gezamenlijk opsinte 



506 

Gielisdach confessoers (1 september) 1329 van hertog Jan bij 
koop en op erfcijns verkregen, tot nakoming van verschillende 
verplichtingen en bepalingen. Bezegeld door schepenen van 
T. en G. 

(Onderschrift : «Item den originalen brieff hier aff leegt tot 
Beeck in de comme der scepenen aldaar».) 

t. 1525 december 8 (den achsten dach decembris). 

Schepenen in Donghen oorkonden dat voor hen door den 
vice-cureyt te Dongen, ook van wege den pastoor, en door schout, 
schepenen en heilige-geestmeesters en de gemeene naburen van 
Donghen een ordinantie is gemaakt, waarbij op boete van zeven 
pond Lovens verboden wordt met Bossche bogen of andere 
schadedoende instrumenten naar de kerk van D. te schieten of 
steenen te werpen. 

D 2. Gedeeltelijke simpele kopie van circa 1600 van het 
vorige registertje, geschreven op een vel papier en bevattende 
de eerste zes brieven ; eenigszins beschadigd door vocht, muizen 
en slijtage op de vouwen. 

D 8. 1430 october 15. 
Willem van Dalem, enz. 

Origineel van de derde der oorkonden, afgeschreven in het 
perkamenten registertje van G. J. Thome. Perkament. De drie 
uithangende zegels afgevallen. 

D 4. 1380 september 17 (op sente Lambrechtsdagh). 

Notarieele kopie van 1630 op papier, van een brief van 
Willem, heer van Dongen van bovenstaanden datum, waarbij 
hij verklaart verkocht te hebben aan priorin en convent der 
nonnen van Premonstreit bij Breda (tegen een cijns van 3 oude 
grooten jaarlijks te betalen op den huize van Dongen of waar 
de geburen van D. hun cijns betalen) drie hoeven moers van 
12 bunders elk van zijn wilder t te D., daarvoor weg en water- 
gang over zijn wildert, wegen en slooten toezeggende, enz. ; onder 
bekrachtiging van zijn broeder Jan van Dalem. 

Gevolgd door een aanteekening van dezelfde hand dat op 
5 november 1476 bij koop v6or schepenen van Gilze aan het 
convent van St. Cathelijnendael is gekomen 2 bunder beemds 
in het Gilsche broek nevens het erf van Roelof van Daelhem 
heer tot Donga en zuidwaarts strekkende van de Donga tot 
de Vaart. 

D 5. Origineel rekwest van schout, schepenen en regeerders 
van D. aan den Raad van Brabant om tot aflossing van oude 



507 

schulden voor den tijd van twee jaren, boven het recht geheven 
volgens octrooi van 25 juni 1616, een buitengewone heffing te 
doen per ton zwarte en grauwe turf of „bleckeling" ; met toe- 
stemmende kantbeschikking dd. 27 juli 1616 voor den termijn 
van 5 juni 1616-4 juni 1618. 

D 6. Idem idem; met gunstige beschikking dd. 28 juni 1623 
voor de twee jaren van 5 juni 1623—4 juni 1625, mits afzonder- 
lijke boekhouding en rekening geschiede. 

D 7. Citatiën enz. tot betaling van of gijzeling wegens 
achterstallige verponding, rekwesten om en octrooien van remissie, 
atterminatie en surseance van betaling dier verponding; 1674 
en volgende jaren ; een bundel. 

D 8. Publicatie van het Comité tot de Algemeene Zaake 
van het Bondgenootschap te Lande, waarbij aan die van D. 
wordt verleend recht van parate executie van de invordering 
der pachtpenningen, aan den Lande verschuldigd ; dd. 14 novem- 
ber 1795. 

Waarbij gevoegd: 

Sommatie aan regenten van Dongen om twee hunner aan te 
wijzen tot het ondergaan van gijzeling wegens achterstallige 
pachtpenningen ; dd. 9 juni 1795. 

D 9. Gunstige appostillaire beschikking van het voornoemd 
Comité op een rekwest van Dongen om remissie van een deel 
der verponding, over 1794 verschuldigd; dd. 2 december 1796. 

D 10. 1675 april 30, in 's Gravenhage. 

Octrooi van Wilhem Hendrick, prins van Oranje, baron van 
Breda, waarbij aan die van D. wordt vergund om de oostelijke 
sloot naast den Groenendijck onder Oosterhout tot 20 voet breed 
te verwijden tot een bekwame vaart, om daar langs een trek- 
weg of kade van 3 roeden te hebben, en om van de drie bovenste 
weiden 7 roeden te gebruiken voor losplaats en haven; onder 
bepaling van het te heffen vaartgeld. 

Papier met naamteekening van den prins en opgedrukt zegel 
onder papieren ruit. 

D 11. In margine op 7 juni 1707 ingewilligd rekwest van 
schout, schepenen en verdere regenten van Dongen aan den 
domeinraad van Oranje-Nassau over het weder te Dongen zelf en 
niet te Oosterhout verpachten van de tienden en molen. 



508 

ƒ> 12. Gunstige beschikking van Z. H. dd. 21 augustus 1739 
op het verzoek van die van D. om een brug te slaan over de 
Donge in den nieuw aan te leggen weg naar de Groenendijksche 
haven. 

Rekwest met appsotille. 

D 18. Afwijzende beschikking van het Staatsbewind der 
Bataafsche Republiek dd. 22 maart 1805 op het verzoek van 
het gemeentebestuur van D. om in het genot te blijven van het 
luigeld tot onderhoud van den toren. 

Rekwest met appostille. 



E. 

Bescheiden afkomstig van het dorpsbestuur in het 

algemeen. 

Acta van den magistraat {reaolutienj correspondentiey publicatiérij 

enz,) en stukken óver ambtenaren, 

E 1 — 16. j,Notul-boecken", of „resolutie-boeken"; protokollen 
der deliberatiën en resolutiën van schout, schepenen en regeer- 
ders (of gesworens) der heerlijkheid Dongen : 

1. 1661 januari 8 — 1684 juni 15 (los voorin: 1655 maart 
23— 1659 januari 13). 

2. 1690 januari 17-1691 maart 15. 

3. 1691 maart 21—1701 september 14 (los achterin : 1701 
september 20— december 31). 

4. 1706 september 8—1716 october 29. 

5. 1716 november 12—1736 augustus 17. 

6. 1786 september 20-1755 maart 6. 

7. 1755 maart 24-1769 mei 1. 

8. 1769 juni 8—1779 april 26. 

9. 1779 mei 15 — 1788 september 20 (met een klapper 
over 1779, getiteld „korten dog zaakelijken inhoud 
van alle resolutiën en handelingen in dit register voor- 
komende'')* 

10. 1788 october 2-1797 juli 6. 

11. 1797 juli 8-1799 november 6. 

12. 1799 november 14-1803 april 21. 



509 

13. 1803 april 29—1805 december 28. 

14. 1806 januari 13—1808 december 23. 

15. 1809 januari 12—1809 februari 9 (met kladjes van 12 
februari tot 28 augustus 1809). 

K 16. Protokol der notulen van het comitté van waakzaam- 
heid en binnenlandsche correspondentie uit de municipaliteit 
van D.; 1798 april 11—1799 mei 10. 

E 17 en 18. Klad-protokollen der notulen van den magistraat: 

17. 1685 maart 1-1689 december 24. 

18. 1702 januari 12—1706 augustus 26. 

E 19 en 20. Minuten, kladden en concepten van notulen, 
resolutiën, omslagen, brieven, processenverbaal, enz. (gevonden 
in de resolutieboeken); twee omslagen: 

19. 1803—1805; 

20. 1806—1808. 

E 21. Minuut-notulen en simpele en authentieke kopieën van 
resolutiën van het gemeentebestuur; 1675 — 1701; een convoluut. 

E 22. Kladden, kopiën en minuten van rekwesten van re- 
genten van Dongen, circulaires enz. enz. (uit resolutie-register 
1716-1736); een omslag. 

E 23. Minuten van brieven (ook van eenige notulen) van 
het gemeentebestuur, 1806 — 1810; een omslag. 

E 24. Kladden van den secretaris van verschillende stukken 
(bekendmakingen, lijsten); laatst 18e en begin 19e eeuw; een 
omslag. 

E 25 — 40. Geliasseerde correspondentie-stukken, ingekomen 
aanschrijvingen, circulaires, enz. van hoogere autoriteiten, andere 
gemeentebesturen, ambtenaren, enz. ; met minuten van ant- 
woord, enz. 

25. 1795. 

26. 1796. 

27. 1797. 

28. 1798. 

29. 1799. 

30. 1800. 



510 

81. 1801, in 2 liassen (één van meest gedrukte ingekomen 
resolutiën enz. van hoogere autoriteiten, en één 
van brieven van verschillende besturen en 
ambtenaren benevens minuten van brieven, enz.). 

32. 1802, idem idem, 

33. 1803, idem idem. 

34. 1804, idem idem. 

35. 1805, één lias, (alleen de stukken van hoogere autori- 

teit met enkele minuten van antwoord, op- 
gaven, enz.). 

36. 1806, idem. 

37. 1807, idem. 

38. 1808, idem. 

39. 1809, in 3 liassen (1 — 20 januari, 21 januari — 5 augus- 

tus en 6 augustus— 31 december). 

40. 1810 (januari— juni), één lias. 

E 41. Register van publicatiën, zoo voor particulieren wegens 
verkoopingen enz., als voornamelijk voor den magistraat opge- 
steld, en aan den vorster overhandigd ; 1745—1763 ; een deel. 

E 42. Losse minuten of dubbelen van publicatiën uit de 
tweede helft der 18e eeuw; een omslag. 

E 48. Losse kladden van publicatiën van wege het gemeente- 
bestuur ; uit het laatst der 18e en begin der 19e eeuw ; een omslag. 

E 44. Renovatie door schouten schepenen van de ordonnantie 
van 21 januari 1672 ter voorkoming van brand; circa 1700. 

E 46. Register van door regenten en door de ingezetenen 
van D. van 1759 tot 1771 gedane beplantingen langs wegen, 
ingevolge het reglement vastgesteld van wege den prins op den 
12en october 1699 geamplieerd op den 15en juni 1758 en geïnter- 
preteerd op den 2en mei 1759 ; met eenige kladden los ingevoegd. 

E 46. Stemregister, geformeerd ingevolge de publicatie van 
het Staatsbewind der Bataafsche Republiek dd. 18 februari 1803. 

E 47. Lijsten en procesverbaal der verkiezing van 7 munici- 
paliteitsleden en 2 gezworenen, op 4 juli 1797, ingevolge de 
resolutie van de Representanten van het volk van Bataafsch 
Braband dd. 23 juni 1797 (waarvan een afdruk is bijgevoegd). 

E 48. Kopie van het reglement op het stuk der jura en 
salarissen van de respectieve officieren en schepenen in het 
district der Generaliteit, van 1791. 



511 

^ 49 en 50. Registers van door den secretaris, den schout, de 
schepenen, den vorster, enz. verdiende salarissen wegens huwe- 
lijken, verkoopingen, enz. enz. 

49. 1805. 

50. 1806 (met eenige losse kladden). 

E 61. Memorie der gemeriteerde salarissen door schepenen 
in 1805, met hunne kwitantiën voorzien. 

E 62. Bundeltje berichten aan den landdrost van Brabant 
wegens voldoening van zegelgelden evenredig aan genoten trakte- 
menten en emolumenten door schepenen van D., 14 januari 1809. 

E 53. Dergelijk bundeltje wegens voldoening van zegelgelden 
evenredig aan genoten traktementen en emolumenten door 
gecommitteerden der gemeente D., 14 januari 1809. 

E 54. 1766 februari 4. 

Advies van Damissen (prokureur te Sprang) aan den secretaris 
van Dongen (?) over het recht van den rentmeester van het 
gasthuis te Breda om, buiten het gerecht van Dongen om, te D. 
publieke verpachtingen te houden, ook van opgaande boomen. 

E 55. Rekwest van het gemeentebestuur aan het departemen- 
taal gerechtshof om afwisseling in de gijzeling, waarin twee 
magistraatsleden ter zake van een sustenue, door de gemeente 
gevoerd, gehouden worden ; met afwijzende beschikking dd. 
9 juli 1806. 

E 56. Papieren betreffende de verschillen tusschen regenten 
van D. ter eene en meester P. van der Eyke^ (oud-)schoolmeester 
en koster te D., ter andere zijde, over die beide bedieningen 
gedurende 1640 en volgende jaren; 1648 — 1690; een dossier. 

E 57. Papieren rakende het verzoek van den koster om loon 
voor het klokluiden bij den dood van Willem III in 1702. 

E 58. Idem rakende het verzoek der vroedvrouw, beëedigd 
op het echtreglement, om gage als dorpsvroedvrouw ; 1660. 

E 59. Rekwest van het R. K. kerkgenootschap om approbatie 
der benoeming van een koster op zijn bijzondere begraafplaats ; 
met marginale bewilliging door schout en schepenen van D. 
dd. 5 juli 1804. 



512 
Titel8 van gemeente-eigendommen. 

E 60. 1677 november 3. 

Verklaring waarbij eenige gegoeden en geërfden „in wat min 
als drij roeden breete opde Lange Put ! . . . . als nu affgegraven 
is" dien grond kosteloos afstaan ten behoeve van D. onder 
voorwaarde dat daarover ten eeuwigen dage moet blijven een 
open heirbaan en weg „van den ryoole ter vaert toe". 

Origineel met handteekeningen. 

E 61 — 68. Vestbrieven, waarbij ten behoeve der gemeente 
Dongen worden overgedragen: 

61. 1725 maart 7. 

Een perceel heide op de „Putjens", door de erven 
Wouter Jan Lemmens. 

62. 1725 maart 7. 

Idem, door de erven Peeter Corstiaens van Dongen 
voor de eene helft, en Peeter Korsten voor de andere 

63. 1739 mei 28. 

Negen loopenzaat weide onder de Grindsteegt genaamd 
de Bellenbeemt, door de erven Jan Peeter Bartholo- 
meussen. 

64. 1739 juni 10. 

Zesendertig £t veertig roeden bij de Watersteeg aan de 
Weyde Donga, door Anneken Pieters de Crom wed. 
Huybregt Brouwers. 

65. 1768 september 15. 

Een perceel zaailand van 8/4 loopzaat 1 roede 5 voet, 
op de „Dartig Buynderen", door Marie Hendriks 
van den Rijen wed. Anthonie Meerten Lanen. 

66. 1786 november 14. 

De Hamstraat of rijweg langs huis, tuin en boom- 
gaard der beide dochters van mr. Gijsmarus Gijs- 
bertus van Heijst (transportanten), met een strook 
daarnevens van 10 voet breed. 

67. 1786 december 15 

Een perceel zaailand van circa 4 loopzaat onder den 
Leegenham aan de Weydonga, door Willem Stans 
Ackermans, Stans Michielse van Dongen en Jan 
Michiels van Dongen (met den consentbrief tot ver- 
koop, van de kinderen van W. S. Ackermans). 



513 

68. 1794 maart 25. 

Een hoef van 12 roeden 4 voet aan het kerkhof bij 
de pastorie, door de kinderen van wijlen Dirk Ypelaar. 

E 69 — 71« Vestbrieven, waarbij worden opgedragen de vol- 
gende gronden en erven aan en bij de Groenendijksche haven: 

69. 1799 januari 18. 

Een deel van een perceel, gelegen onder Oosterhout 
en behoorende bij het kantoor der geestelijke domeinen 
over stad en lande van Breda. 

70. 1799 januari 18. 

Twee loopsaad 37 roeden land gelegen onder den 
Dongadijk, aankomende tegeö^ de Groenendijksche 
haven, en wel van de haven af oostwaarts tot aan 
de nieuw te graven bermsloot, opgedragen door 
eenige inwoners onder Oosterhout en Don|en over- 
eenkomstig notarieel contract van 5 december 1798. 
Waarbij gevoegd: 

1798 december 5. 
y^ Notarieel contract van transportanten bovenvermeld 

met die van D. betrekkelijk: den eigendom der 
nieuw te graven bermsloot; de verplichting tot 
betaling van verponding, dijkschot, renten en cijnzen 
voor de getransporteerde landen; gerechtigheid tot 
beplanting; beschikking over de uit te graven moer; 
schouw voering; recht van uitweg over gemeente- 
grond, enz. 

71. 1803 februari 18. 

De zoogenaamde Groenendijksche rijweg, beginnende 
uit „den zuyde van de Oosteindsche straat of weg 
en strekkende noordwaarts tot aan de huizing van 
Cornelis Franken*', opgedragen door de geërfden of 
gelanden tegen dien weg tevens eigenaren van dien 
weg overeenkomstig notarieel contract van 15 januari 
1803. Waarbij gevoegd: 
1803 januari 15. 
> Notarieel contract van deze geërfden met die van D., 
betrekkelijk: recht van beplanting; graven van een 
sloot met bepaling omtrent uit te graven grond en 
onderhoud; schouwvoering over weg en sloot. 



(1903) 33 



514 



Bestekken en andere bescheiden van het beheer 
der openbare werken. 

E 72. Minuut of klad van een akte of verklaring, waarbij 
gelanden of geërfden tusschen den dijk aan de scheiding van 
Donghen en Sgravenmoer, genaamd den Afflanck, van de Kaa 
tot het nieuw riool westwaarts gelegen, op het welbehagen van 
den prins van Oranje consenteeren om in de toegewassen vaart 
van den prins, in het midden van hunne gronden gelegen, 
een schouwsloot te maken, boven 10, op den bodem tot het 
zand toe 7 voeten breed, en westwaarts nog een smallere dito, 
met erfweg daarlangs; met bepalingen over de schouw, te doen 
met de andere schouwen onder Dongen; (1636). 

E 78. Dossier betreflFende de afgraving van den akker van 
het beneficie van Petrus en Paulus in de kerk van Oosterhout, 
enz, tot verbetering van den weg van den Lagen Ham langs 
de Donga, welke nu op dien akker stuit ; (1664). 

E 74. 1677 april 24. 

Verbaal van een opneming van den toestand van watergang 
en waterlossing tusschen den Groenendijck en den Rijsdijck en 
tusschen den Kijldijck en de Oude Donga of Rijsbroeck, met advies 
tot verbetering daarvan door het graven van 300 roeden nieuwe 
sloot van 10 voet breed, loopende van den hoek vandeMiddel- 
kaa westwaarts tot de Vaart. 

Ongeteekend. 

E 76. Stukken betrekkelijk den aanleg en het onderhoud 
van de Groenendijksche haven en vaart, en daarmee samen- 
hangende werken ; 1675 — 1798 : 

a. Kopie-octrooi tot aanleg, dd. 30 april 1675 (zie D n®. 10 
hiervóór). 

6. Stukken betrekkelijk een geschil met Oosterhout naar 
aanleiding van den aanleg en het belang daarvan (opheffing 
der door Oosterhout verkregen surseance van de uitvoering); 
1675. 

c. Bestekken, lijsten van gelanden, memoriaal van kosten, 
lijsten van uitgedolven turf, schetsteekeningen, enz., alle betrekking 
hebbende op den aanleg; 1675. 



515 

d. Stukken betrekkelijk een geschil met een der aannemers 
betrekkelijk den niet tijdigen uitvoer van aangenomen werk; 
1676. 

e. Stukken betrekkelijk het gebruik van de los- en lading- 
plaats aan, en gebruik en onderhoud van de wegen langs de 
haven en vaart; 1693, 1730, 1789, 1797 en 1798. 

f. Losse rekeningen en bevelschriften tot betaling wegens 
werkzaamheden aan de Groenendijkache haven ; 1724 — 1746. 

E 76. Minuut-rekwest van de geërfden van den Groenendijk 
en Dongedijk onder Oosterhout om een weg te doen aanleggen 
naar de Wijde Donga; 17e eeuw. 

E 77. Rekwest van den pachter van het vaartgeld van de 
Groenendijksche haven, om die haven te doen uitdiepen; 1708. 

E 78—89. Bestekken van aanbestede gemeentewerken en 
-leveranties, in pakjes: 

78. Maken van een weg (Nonnenley van de Nonnen tot 

de Ka), graven en uitdiepen van en planten langs 
slooten, maken van een steenen sluis in Oecke- 
laars-sloot, ^nz.; 1647—1800, 16 stuks. 

79. Bouw, enz. van het schoolhuis; 1659 en 1683, 3 stuks. 

80. Bouw van een nieuwe magistraatsvergaderplaats met 

secretarie daarnevens, ten zuiden aan den toren van 
de kerk te D. ; 1685. 

81. Vergieten van de groote klok en vernieuwen van het 

bellefroy; 1667, 3 stuks met bijlagen. 

82. Werken aan de rivier de Donge, o. a. maken van 

bruggen aan de Weydonga aan het eind van den 
Lagen Ham, aan de Verbrande Hoeff, enz. ; 1669 — 
1739, 7 stuks. 

83. Maken van een nieuwe brug aan de grens van Loon 

op Zand en D. aan het eind van den nieuwen Zand- 
dijk en Gasthuislei aan de kade ; 20 augustus 1647. 

84. Werken aan de Vaart; 1644 — 1753 (een zonder 

datum) ; 14 stuks. 

85. Onderhouds- en andere werken aan en brug in de 

Loonsche dreef; 1739—1766, 3 stuks. 



516 

86. Graven en maken van een nieuwe haven en vaart 

aan den Groenendijk; 1675 en 1676, 2 stuks. 

87. Uitbaggeren van de Groenendijksche haven; 1729— 

1766 (een zonder datum), 4 stuks. 

88. Beschoeiingen, bermen en een wissel voor de Groenen- 

dijksche haven ; 1722 — 1799, 5 stuks. 

89. Diverse werken, o. a. verbeteren uurwerk (1662), toren 

(1676 en 1762); 7 stuks. 



Stukken betreffende de bevnoeiingen met handel, nering en bedrijf. 

E 90. Register van inschrijving van uitgegeven patenten, 
1806 — 1809 ; met enkele los ingelegde kladden van patent- 
staten, enz. 

E 91 en 92. Lijsten van den aanbreng van waren ter jaarlijksche 
Palmmarkt en AUerheiligenmarkt te Dongen, met opgaaf der 
namen van de aanbrengende ingezetenen, in 2 pakjes : 

91. 1746—1775 (ontbreken 1747, 1752, 1757 en van enkele 

jaren een der beide lijsten). 

92. 1776—1794 (ontbreken 1781 en van enkele jaren een 

der beide lijsten). 

E 93. Omslag bevattende minuut-rekwest aan den baron van 
Breda (zonder datum) en twee minuut-proclamatiën door schout 
en schepenen van Dongen uit 1654 en 1672, betrekkelijk de 
beide jaarmarkten te D. 

E 94. Authentieke kopie eener marginale beschikking van 
de Representanten van het volk van Bataafsch Brabant dd. 
4 februari 1796, om bericht en raad zendende een rekwest van 
de Vaderlandsche Sociëteit te Dongen om afschaffing van maal- 
recht door den molenaar geheven. 

E 96. Gunstige appostillaire beschikking van Commissarissen 
tot de administratie der financiën over het voormalig gewest 
Bataafsch Braband dd. 10 december 1801, op grond van art. 20 



517 

der ordonnantie der Staten-Generaal dd. 23 juli 1716 op het ge- 
maal in de Generaliteit, op een rekwest van een inwoner van 
D. om een handgrutmolen en quaren in huis te mogen hebben. 

E 96. Verbalen van meting of ijk, ingevolge ai't. 3 der ordon- 
nantie van 10 augustus 1716 op de brouwerij ten plattelande 
van Breda, van de brouwketels en brouwkuipen te D. ; 1687 — 
1765; een pak, waarbij gevoegd is de kopie eener resolutie van 
den Raad van State dd. 24 december 1700 nopens de obser- 
vantie van den ijk der brouwketels. - 

E 97. Stukken betreffende het waterpeil bij den maalkolk 
van den watermolen op de Donge te Dongen, en de bezwaren 
daaromtrent ingebracht door den schout en de ingezetenen van 
D.; 1682 — 1691; een bundeltje, waarbij ook is gevoegd de minuut 
der in 1686 en 1687 door en namens den schout aan den molenaar 
gedane aanzeggingen omtrent het bij resolutie van den Domein- 
raad dd. 18 september 1684 vastgestelde peil. 

E 98. Brieven, kopieën van permissies, akten van cautie, 
enz., betreffende de verweiding^en het vervoer van rundvee naar 
Holland, van 1763 tot 1769, met een kopie der resolutie van de 
Staten van Holland dienaangaande dd. 7 december 1751; een 
bundeltje. 



P. 

Bescheiden afkomstig van het financieel beheer. 

Begrootingen en liggers; stukken betreffende ontvangers enz. 

F 1—4. „Project omslagen" of begrootingen van te lijden on- 
kosten en te heffen omslagen, jaarlijks overeenkomstig het regle- 
ment voor de Baronie van 15 september 1680 door schout, 
schepenen en regeerders van D. opgemaakt met advies vanden 
ontvanger en goedgekeurd door die van den Rade en Rekeningen 
van Zijn Hoogheid; in vier pakjes: 

1. 1682—1705. 

2. 1718—1740. 

3. 1741—1765. 

4. 1766-1794. 



518 

F 5. „Staten van bezittingen en lasten'*, of gemeentebegroo- 
tingen, voor 1805, 1808 (in vier exemplaren), 1809 (in drie 
exemplaren), en 1810; een bundel. 

F 6. Lijst van de jaarlijks door den ontvanger M. P. Knapen 
zonder ordonnantie te ontvangen en uit te geven bedragen, met 
noteering van de ontvangen uitgaaf per jaar in margine; 
1801 — 1806 (met eenige losse staten en lijsten). 

F 7. Idem van P. v. Spaandonk ; 1807—1809 (idem). 

F 8—10. „Cassaboeken"; grootboeken volgens de indeeling 
der rekening, van den ontvanger M, P. Knapen: 

8. 1804. 

9. 1805. 
10. 1806. 

F 11. Idem v. P. van Spaandonk, 1807. 

F 12. Jaarlijksche borderellen der ordinaire verpondingen 
met Vil of Ve penning-extraordinair; 1756, 1761—1763, 1775, 
1776, 1779, 1780, 1782—1793; een paket. 

F 18. Protokol van schuldbrieven ten laste der gemeente, 
van 1793 tot 1809, met notities der aflossingen en van rente- 
reductiën in margine tot in 1826; met eenige losse, blijkbaar 
afgeloste, obligatiën. 

F 14. Lias van notities voor een landmeting met situatie- 
schetsen; 1684. 

F 16. Verpondings-kohier, tot omslag voor de betaling van 
de quote in den taux van 86600 gld. ten laste van de Baronie 
in plaats van verponding, opgemaakt in 1654; waarachter bij- 
gebonden een buitenhoek, kohier van de goederen der buiten- 
gezetenen, opgemaakt in 1662. 

F 16 — 28. Verpondingskohieren tot omslag als voren en in 
den taux van 18750 gld. tot rentierbede: 

16. Opgemaakt 1655, en bijgehouden tot 1706, waarachter 
volgt een buitenhoek voor 1662. 



519 

17. Kopie van het vorige, gewaarmerkt den 2» januari 1669. 

18. Binnenboek, opgemaakt 1705 en bijgehouden tot e. 1737. 

19. Buitenhoek, opgemaakt 1708 en bijgehouden tot e. 1737. 

20. Binnenboek 1® deel, opgemaakt e. 1737 en bijgehouden 

tot 1810. 

21. Binnenboek 2® deel, opgemaakt en bijgehouden als 

voren. 

22. Buitenhoek, opgemaakt en bijgehouden als voren. 

23. Klapper op de laatste drie. 

F 24. Sehetsboekjes der ligging van de gronden onder D., 
behoorende bij het binnenboek van 1737 — 1810, in 2 cahiers. 

F 25. Kohier der landerijen en erven van binnen- en buiten- 
gezetenen, welke na de inneming of in-cultuurbrenging volgens 
de plakaten en ordonnantiën exemptie en vrijdom hebben genoten 
van zetting en contributie, doch nu in omslag worden genomen 
volgens resolutie van den domeinraad van Oranje-Nassau van 
22 juni 1690; bijgehouden tot c. 1704. 

F 26. Bundel lijsten, minuten van missives en van verkla- 
ringen van regenten van D., afschriften van missives van gecom- 
mitteerden uit den Raad van State, alles met betrekking tot 
een billijke regeling der quoten te betalen door de dorpen in 
de Baronie; 1665 — 1669. Hierbij lijsten van opmeting en waar- 
deering der landen onder D., en een dossier met kopieën van 
kwitantiën, memoriën enz, betrekkelijk de betaling van contri- 
butie, bede en b^ penning ten kantore te Breda over de jaren 
1604 tot 1648, in 1665 verzameld voor en opgezonden aan den 
schout Thomas Claypole, toen te 's-Gravenhage, om te dienen 
bij den heer Bernagie en den domeinraad van Oranje-Nassau. 

F 27 & 28. Minuten en kopieën van rekwesten, adressen en 
projecten tot bekoming van redres der repartitiën, over de Baronie 
jaarlijks om te slaan en te heffen, met memoriën van bezwaar 
omtrent de verdeeling der quotae ; 2 bundels : 

27. 1658—1670. 

28. 1671—1712. 



520 

F 29. Stukken rakende het proces tusschen die van D. en 
Jan Adriaan van Heyst ten eene, en Philippus BoUekens en 
Jan Gooijaarts als getrouwd hebbende Alida BoUekens bevorens 
weduwe van Willem Jooste de Jong, ter andere zijde, over het 
verzoekrecbt tot het afdoen van de openstaande gemeente-reke- 
ningen; 1665 — 1660 (waarbij een serie van bij conclusie van 
1657 overgelegde stukken met daarbij behoorenden inventaris); 
een zwaar dossier. 

F 90. Memoriën, relazen, extracten, restantlijsten, foutlijsten, 
insinuatiën, notulen, enz., gediend hebbende tot het proces van 
die van D. tegen den gewezen ontvanger J. Clis en diens bor- 
gen en hunne erfgenamen, wegens door hem meer ontvangen 
dan uitgegeven en verantwoorde gelden gedurende de jaren 1676 
tot 1692, en gepleegde fraude en afzetting van arme lieden ; 
1694 — 1705 (waarbij een reeks van 68 genummerde, bij conclusie 
van 1700 overgelegde stukken met daarbij behoorenaen inven- 
taris); een lijvig dossier. 

F 31. Dossier van een proces v6or den Raad van Brabant 
tusschen de regenten van D. en jhr. Thomas Claypole over vol- 
doening van het nadeelig slot van rekening van dezen ; 1718. 

F 82. Bij het gemeentebestuur van D. ingekomen brieven 
van den ontvanger A. J. Sem, exploiten van beteekening, insi- 
nuatiën, resolutiën van de gewestelijke overheid enz., naar aan- 
leiding van een tusschen die gemeente en dien ontvanger gerezen 
geschil over uitoefening van zijn ambt en de verpachting der 
collecte van de kleine speciën en bieren, van de gemeene mid- 
delen en van de imposten van het gemaal, hoorngeld, bezaaid 
en beestiaal ; 1795 en 1796, (later nog gebracht voor het hof 
van justitie van Bataafsch Braband in 1797) ; een bundel. 

F 33. Akten van borgstelling ten behoeve van D. voor ont- 
vangers, huurders van gemeentegronden enz. ; 1720 — 1787 ; een 
pakje. 

FM. Minuut eener gunstige appostillaire beschikking d.d. 
11 juni 1663 van schout en schepenen van D. op een verzoek 
van den collecteur Jan Adr. van Heyst om voor de voldoening 
der dorpslasten ten landskantore penningen bij anticipatie te 
mogen opnemen. 



521 

F 35. Minuut-publicatie van schout en schepenen van D. 
over het ter visie leggen en af hooren der dorpsrekeningen over 
1701 en 1702, op 14 aprU 1706. 

(Vg. no. A 31 hiervóór.) 

F 3& Twee bekendmakingen uit 1688 en 1689 en een waar- 
schuwing uit 1693 door schout en schepenen aan de ingezetenen 
van D. om hunne landen, die nog niet in bede en verponding 
contribueeren, daartoe aan te brengen. 



Pachtceelen van dorpsmiddelenj heffingabesluiten, enz, 

m 

F 37 — 42. Registers van verpachtingen der collecte van de 
reëele en persoonlijke contributiën en omslagen, van de ordon- 
nantiën door den magistraat aan de ontvangers verstrekt en 
van de gelichte en genegotieerde kapitalen, met enkele los inge- 
legde lijstjes en declaratiën : 

37. 1629—1688, alleen de bierimpost. 

38. 1633-1637, alle boeken. 

39. 1638—1654, aUeen de bierimpost, en 1638—1675, alle 
boeken (met de kopie van een aanstelling van een 
ondervorster, en ordonnantiën tot betaling van diens 
traktement gedurende 1645 — 1666). 

40. 1675 — 1710 (met kopie van een akte van aanstelling 
en van borgstelling van Johan Clis als ontvanger 
dd. 11 februari 1686). 

41. 1711—1787. 

42. 1778-1804. 

F 43. Verpachtsconditiën van diverse gemeentemiddelen : 
bierimpost over 1611/13, 1616, 1617 en 1648; omslagen voor 
oude schulden dd. 30 april 1618 ; de elf speciën van consumptie 
dd. 12 april 1657 ; contributie-boeken en omslagen over 1676 — 
1680. Te zamen een pakje. 

F 44. Verpachtsconditiën van het vaartgeld in de Groenen- 
dijksche haven, 1679 — 1761 ; een pakje. 



522 

F 45. Idem van het spay- of vaargeld op de Vaart, 1672, 
1673, 1700—1761 ; een pakje, 

F 46. Bundel gekwiteerde contracten of accoorden, door den 
schout met de pachters van den Geervlietschen tol gesloten tot 
afkoop van tolgeld voor den invoer in de zes Zuidhollandsche 
dorpen der Langstraat of in Oosterhout, Drimmelen, Stanthaze 
en Made, telkens voor twee jaren (loopende van 1 april tot 
31 maart) geldende; 1634/36-1640/42, 1644/46—1648/50; een 
bundel. 

F 47, Bundel gekwiteerde accoorden, door den schout met 
de pachters van den Grooten Brabantschen zwijgenden landtol 
gesloten tot afkoop van tolgeld, telkens voor een of meer jaren 
(loopende van bamis tot bamis) geldende; 1629/30, 1632/35 — 
1647/50, 1649/50, 1650/52—1654/57, 1659/60, 1663/64; een bundel. 

F 48. „Pijlingen" ; verbalen van visitatie en peiling ten 
behoeve van den pachter der imposten van het gemaal, hoorn- 
geld, bieren en wijnen, enz. ; 1685 — 1756 ; een pak. 

F 49. Publicatie van regenten van Dongen, dd. 25 october 
1669, betrekkelijk de heffing van vaart- en speygeld door D. 
na afloop van het contract met Peeter Dyrck Anthonissen. 

Waarbij gevoegd: 

Overeenkomst van regenten van D. met Peter Dyrck Antho- 
nissen dd. 20 october 1659 om de bestaande brug over Zijn 
Hoogheids vaart vóór den Vogelsanck en achter de hofstede 
der erfgenamen van Vas Janssen Vermeulen te Cleyn Dongen 
te veranderen in een ophaalbrug, met eenige bepalingen omtrent 
onderhoud en bruggegeld. (Origineel op papier met 8 hand- 
teekeningen.) 



Staten van oorlogslasten en schaden, enz, 

F 50. Memorie van geleden schaden en betaalde onkosten, 
ten gevolge van brandstichting, rooverij, plundering enz, door 
ruiterij en voetvolk te Breda in garnizoen, in juli 1596. 

F 51. Dossier betreffende de geleden schade ten gevolge van 
inlegering van ruiterij en voetvolk in de jaren 1662 tot 1665. 



523 

F 52. Bundel stukken rakende den franschen oorlog en de 
fransche contributie, metnamesauvegarden, staten van omslagen, 
declaratiën, kwitantiën, rekwisitiën van manschappen (pioniers- 
diensten te Maastricht), van palissaden, karren, haver, hooi en 
stroo (magazijn te Grave), enz. ; 1672 en vlg. jaren. 

F 53. Bundel papieren betreffende de betaalde contributiën 
en geleden schaden enz. door die van Dongen in den oorlog 
van de jaren 1701 — 1712 ; waarbij verscheiden sauvegardes enz. 



van 



F 54. Schadelijst aan granen en gewassen van den oogst 
m 1724. 



F 55. Lijsten van de paarden- of voorspandiensten voor de 
koetsen van den prins bij diens tocht van Breda naar het 
pesthuis aan den Moerdijk in 1737. 

F 56. Idem bij den tocht van Dongen naar Grave in 1738. 

F 57. Bescheiden betreffende geleden schade in den oorlog 
van 1746, 1747 en 1748, met lijsten van al .de beesten door de 
ingezetenen van D. van 1742—1755 aan besmettelijke ziekte 
verloren; een bundel. 

F 58. Lijsten van de fransche assignaten, in bezit der inge- 
zetenen van D., en van hetgeen door hen te vorderen was we- 
gens geleden schade enz. in den oorlog van 1795; een bundel. 

F 59. Ligger der troepen, te D. ingekwartierd van mei 1766 
tot augustus 1794. 

F 60. Lijsten van paarden aanwezig te D. in 1693 en van 
de paarden en karren der ingezetenen van D. in 1784 en 1785; 
een bundeltje. 



524 



G. 
Bescheiden betreffende het af hooren yan rekeningen. 

Gemeente-rekeningen mei bijlagen of bewijsstukken. 

G 1. Rekening van Jan Jan Cornelissen Meermans als ge- 
committeerde van schout schepenen en regeerders, wegens zijn 
ontvangst en uitgaaf over 1604 — 1607; afgelegd 18 december 
1610. (NO. der bijlagen G 202.) 



G 
2-73 



Rekeningen van de coUecteurs der omslagen, door den 
magistraat hun ter inning opgedragen. 




REKENING WEGENS 



AFGELEGD DOOR 



Halve 5*« penning en 
twee koningsbeden, over 
1604 en 1605. 

5<*« penning, hoofdgeld, 
etc., over 1606. 

Hoofdgeld, koeiengeld, 5^® 
penn. van de binnenluiden 
en twee koningsbeden, 5<*® 
penn. van de buitenluiden 
en twee koningsbeden, over 
1608 en 1609. 

Idem idem behalve de 5^® 
penn. van de buitenluiden 
en de laatste twee konings- 
beden, over 1608 en 1609. 

Hoofdgeld, gemaalgeld, 
koeiengeld, 5^® penn., en 
nog een extraordinair 
koeiengeld voor een ge- 
schenk aan den Prins van 
Oranje bij zijn inkomst in 
1610, over 1609 en 1610, 



Jan Jan Corsti- 
aensse 



Jan Peeters van 
Beeck 

Gijsbrecht Cor- 
nelissen. 



19 dec. 1617 



Jan Peeterss. van 
Beeck 



Denzelfde 



29 maart 1608 



11 dec. 1609 



11 dec. 1609 

en nader op 26 

maart 1616 



26 maart 1616 



203 



204 



205 



206 



207 



525 



8 



REKENING WEGENS 



Koeiengeld, october 
1614/15—1620/21 october; 
bezaaid en gemaal, octo- 
ber 1614/16—1619/20 oc- 
tober; 5*® penning van de 
binnen- en buitenluiden, 
1616-1621. 

5^^ penning, koeiengeld 
en hoofdgeld, over 1618, 
volgens octrooi van den 
Raad van Brabant tot af- 
betaling van de oude schul- 
den tijdens troebelen op- 
genomen. 

Koningsbede 9 april 1621 
— 9 april 1622; koningsbede 
van de buitenluiden over 
denzelfden tijd en van het 
hoofdgeld over 1 december 
1621— ultimo mei 1622. 

Koeiengeld, bamis (1 oc- 
tober) 1621— bamis 1622 en 
1623; 6*^® penn., kersmis 
1621— kersmis 1622 en 1623 
5*® penning van de buiten 
luiden, 1621/22 en 1623 
brandschatting dd. 18 octo- 
ber 1622. 

Koeiengeld, bamis 1621 — 
bamis 1622 en 1623; 5de 
penn., kersmis 1621 — kers- 
mis 1622 en 1623; brand- 
schatting dd. 18 october 
1622; ordinaris schatting 
of zetting in plaats van 
koeiengeld, kersmis 1623 — 
kersmis 1624. 



AFGELEGD DOOR 







Jan Peeterssoen 
van Beeck 



Denzelfde 



17 juni 1623 



208 



27 jan. 1627 



Bewiis- 
stuk- 
ken 
ont- 
breken. 



Erven Raes Huy- 
ben 



Godert Denijs 
Peeter Snijders 



Erfgen. Jacob 
Adriaen Janss. 



20 oct. 1627 



13 maart 1628 



Bewijs- 
stukken 

aan de 
reke- 
ning 

gelias- 

seerd. 



209 



10 febr. 1627 



210 



526 



REKENING WEGENS 



AFGELEGD DOOR 







^ 2 



11 Twee halve 5<*® pennin- 
gen, 1622; koningsbede 
van de buitenliüden, 1622. 

12 Twee koningsbeden, 
1623 en 1624; koningsbede 
van de buitenluiden, 1623 
en 1624 ; 5^^ penn. van de 
tienden, 1623 en 1624; 
koeiengeld, 1624; 5*® pen- 
ning, 1624. 

13 Halve S^e penning, 1626 ; 
half koeiengeld, mei 1626 — 
mei 1627. 

14 Halve koningsbede, 1626 
en 1628; eeheele konings- 
bede van de buitenluiden, 
1626 en 1628; hoofdgeld 
in plaats van gemaal en 
geslacht, december 1626 — 
1 juni 1627; koeiengeld, 
1627; halve 5*« penning, 
1628. 

15 Halve koningsbede, 1626 ; 
hoofdgeld in plaats van 
gemaal en geslacht, decem- 
ber 1626-juni 1627 : koeien- 
geld, mei 1627/28; S^e 
penning, 1628; halve 5^® 
penning der binnenluiden, 
1628; halve koningsbede, 
1628. 

16 6de penning, 1626; half 
koeiengeld, mei 1626/27 
en 1628/29. 



Adriaen Jacob 
Jan Ariaenssen 



Jan Peeters van 
Spreuwel 



30 nov. 1629 



211 



20 febr. 1627 



212 



Cornelis Corne- 
lissoon Buys 



Peeter Sijmonss. 
van Roy 



Jan Ijaureys 
Dries Oomen 



Claes Huybrecht 
Raess 



13 jan. 1628 



213 



30 jan. 1630 



214 



22 jan. 1630 



215 



11 mei 1630 



211 






527 



RKKENING WEGENS 



AFGELEGD DOOR 




^ 'S 



17 



18 



19 



20 



21 



22 



23 



24 



Hoofdgeld in plaats van 
gemaal en geslacht, juni— 
november 1626; halve 5^^ 
penning, 1629; halve ko- 
ningsbede, 1629. 

Halve 5^« penning, 1627 ; 
halve koningsbede, 1627; 
5de penning van de bui- 
tenluiden, 1627. 

Halve 6^® penning en ko- 
ningsbede, 1C27 ; geheele 
koningsbede van de bui- 
tenluiden, 1627. 

Hoofdgeld in plaats van 
gemaal en beestiaal, voor 
het halve jaar 1628. 

Hoofdgeld in plaats van 
gemaal en beestiaal en tot 
voldoening van de subsi- 
die, juni — november 1628. 

Koeiengeld, mei 1628/29. 



Hoofdgeld, zoo voor de 
nieuwe subsidie der ge- 
meente opgelegd door 
H, Hoogheden als voor 
gemaal en beestiaal, 1 
december 1628 — 30 mei 
1629. 

Koeienboek, 1629. 



Jan Adriaen Jan 
Danielssoon 



Jan Peeterssoon 
van Spreuwel 



Anthonis Adriaen 
Janss. 



Adriaen Ariaenss. 
van Bavel 



Claes Domus 
Cornelissen 



Peeter Ariaens 
Broeders 

Joost Sijmon 
Godertssoone 



Cornelis Merten 
Mathijs van den 
Nijeuwenhuyse 



1630 



30 nov. 1629 



27 juni 1631 



27 juni 1631 



3 juni . . . 



18 juni 1631 



15 juni 1635 



217 



29 nov. 1629 218 



219 



220 



221 



222 



223 



224 



528 



25 



26 



27 



28 



29 



REKENING WEGENS 



Extra ordinaire 5*® pen- 
ning en koningsbede van 
de binnenluiden en extra- 
ordinaire 5'^® penning van 
de buitenluiden tot betaling 
van de nieuwe subsidie en 
de extraordinaris belasting 
der gemeente opgelegd ; 
1629. 

Idem idem. 



5^^ penning van de bin- 
nen- en buitenluiden, 1629; 
koningsbede idem idem, 
1629; half koeiengeld, mei 
1629/30. 

„Verschillende boecken" 
(hoofdgeld, koeiengeld, 5^^ 
penn., koningsbede, brug- 
geld), 1630—1634. 

5*^ penning met een ko- 
ningsbede, 1630, 1632, 1634, 
1635, 1636; 5d« penning 
van de buitenluiden, 1630 ; 
koningsbede van de bui- 
tenluiden, 1632; 5<*« pen- 
ning met de koningsbede 
van de buitenluiden, 1634, 
1635, 1636 ; koeiengeld, 
1630, 1632, 1634, 1635, 
1636; stuiver per gulden 
van de tienaen, 1630, 
1632, 1633, 1634; hoofd- 
geld, 1632, 1634, 1635, 
1636 ; extra-ordinair hoofd- 
geld, 1636. 



AFGELEGD DOOR 



Jan Gijsbrecht 
Comeliss. 



OP 






18 junK1632 



225 



Adriaen Michiel 
Ariaenss. 

Jan Peeterssoon 
van Spreuwel 



Jeronimus Stof- 
fels 



Jan Adriaen Jan 
Daniels van 
Heyst 



18 juni 1632 



11 mei 1630 



226 



227 



27 mei 1637 



228 



1 juni 16